CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

antwoordmemo technische vragen OLW 05-09-2023 omgevingsvisie 2040

Gemeenteraad 19 september 2023, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Omgevingsvisie Groen en Verbonden Oost Gelre 20402.570 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN

Betreft de raadscommissievergadering d.d. 5 september 2023 Agendapunt

: Agendapunt 8 Omgevingsvisie Groen en Verbonden Oost Gelre 2040

Fractie

: OLW (Onafhankelijke Lijst Wallerbos)

Allereerst de complimenten voor de goede leesbaarheid van alle stukken. Vragen:

Document :omgevingsvisie oost gelre 2040 groen en verbonden Programma’s: Er wordt aan 5 programma’s gedacht. Wanneer worden deze 5 programma’s vastgesteld en wat is de betrokkenheid van de raad hierin? In de visie wordt natuurherstel, versterking biodiversiteit en landschap veelvuldig benoemd maar waarom wordt er dan geen 6de programma van gemaakt? Ook omdat deze onderwerpen in het raadspamflet als 8ste hoofdopgave staat? Referentiepagina: 68 We werken aan een programma Leefbaar en Vitaal buitengebied gemeente Oost Gelre. Hierin is het de opdracht om de opgeven in het buitengebied integraal op te pakken. Hierin zullen ook de opgaven voor natuurherstel, versterking biodiversiteit en landschap een plaats krijgen. Het is wellicht wel goed om aan te geven dat de rol van de gemeente hierin beperkt is. Veel opgaven ten aanzien van natuurherstel, biodiversiteit en landschap worden op provinciaal niveau opgepakt. Bullit 8: Versterking van landschap zal zowel investeringen met zich meebrengen als ook exploitatie/onderhoudskosten.

Hoe denken we dit financiële probleem/uitdaging op te lossen, samen met landeigenaren, boeren etc? De aangekondigde Nota Kostenverhaal en het Groenfonds gaat hier meer uitsluitsel over geven? Referentiepagina: 62`en 70 Het klopt dat met deze omgevingsvisie de juridische basis wordt gelegd om, nadat we in Oost Gelre een nota kostenverhaal hebben vastgesteld, ontwikkelingen voor verbetering van landschappelijke waarden in het landelijk gebied, of herstel van inheemse planten en diersoorten met een Groenfonds (mede) te financieren. Hoe we dit gaan doen is op dit moment lastig aan te geven. Zo wordt op rijks en provinciaal niveau wordt gewerkt aan het opzetten van groenblauwe dooradering. Het is nog niet bekend hoe dit tot uitvoering komt. Tekst linksonder: Mestvergisting lost het stikstofprobleem maar voor een heel klein deel op, blijkt uit onderzoek. Kan deze tekst genuanceerder worden opgeschreven, want het geeft de indruk dat techniek het stikstofprobleem in de toekomst wel even zal oplossen…… Referentiepagina: 51 De tekst op pagina 51 is geen beleidstekst. Het is een verhaal hoe een agrariër in 2040 terugkijkt op nu. Aanvullend, wij zien een mestvergister als één van de oplossingen om stikstofprobleem op te lossen. Het zal zeker niet de enige oplossingsrichting zijn. 8ste bullit: “aandachtpunt bouwen kleine kernen” i r t gelende afstandsnormen.

Wat doen we met dat probleem? Dus dan moeten we naar (gebiedsgebonden maatwerk)beleid waarbij we bv verdere uitbreidingen van veehouderij of bedrijventerreinen soms moeten gaan tegenhouden? Graag een toelichting. Referentiepagina: 48

TECHNISCHE VRAGEN

Voor de kleine kernen stellen we momenteel, samen met de DBO's, en ruimtelijke verkenning 2.0 op. Dit is een doorvertaling van de huidige ruimtelijke verkenning voor woningbouw. In de ruimtelijke verkenning 2.0 markeren we kansrijke locaties voor woningbouw. Elke nieuwbouwlocatie vraagt om een eigen afweging ten aanzien van de locatie. In sommige gevallen kan de ligging van een (agrarisch) bedrijf belemmerend zijn voor woningbouw. Bij uitbreiding van (agrarische) bedrijven zal ook onderzocht worden in welke mate deze hinder opleveren voor omliggende woningen. 4de bullit: “verwachte omslag naar kringlooplandbouw”. Hoe gaan we die omslag als gemeente dan ondersteunen? En betekent dit dat we dan stoppen met het ondersteunen van (uitbreidingen) van intensieve veehouderij? Referentiepagina: 48 Hier staat dat we in de toekomst andersoortige landbouw kunnen verwachten. Veel ontwikkelingen zijn al mogelijk op basis van vigerend beleid en bestemmingsplannen. Waar nodig zullen we ook beleid moeten maken hoe we omgaan met andersoortige landbouw. Hierbij kan het gaan om meer ruimte (grootte, hoogte of vormen van bedrijfsvoering). “Bedrijven kunnen geschikter personeel steeds moeilijker vinden”.

Dus waarom dan toch meer bedrijven aantrekken/ industrieterrein uitbreiden? Wie wordt daar beter van? Waarom niet inzetten op kwaliteit van bedrijven ipv kwantiteit, en vooral bedrijven aantrekken die echt toegevoegde waarde voor de omgeving hebben, en tegelijk afscheid nemen van bedrijven die geen waarde (meer) toevoegen? Referentiepagina: 35 De economie blijft zich ontwikkelen en daarvoor is (ontwikkel)ruimte nodig. Ontwikkelen van nieuwe terreinen gaat hand in hand met het revitaliseren van bestaande terreinen. Daar waar we ruimte kunnen vrijspelen op bestaande terreinen doen we dat. Daarnaast is er behoefte aan ruimte voor de groei van de bedrijvigheid in Oost Gelre (en de regio). We willen juist inzetten op kwaliteit, zowel ruimtelijk als economisch. Ook bedrijven die een toegevoegde waarde hebben zoeken geschikt personeel. Dat vraagt om een brede aanpak van het vraagstuk rondom personeel. Huisvesting, opleiding, omscholing, aantrekkelijke woon-werkmilieu en vele andere aspecten spelen hierbij een rol. Het vraagstuk of wij als gemeente willen/kunnen bepalen of een bedrijf iets toevoegt aan onze economie gaat wel erg ver. Bedrijven betekenen werkgelegenheid en van welk niveau dat ook is, het betekent inkomen en levensonderhoud voor onze inwoners. “Terughoudend mbt vestiging bedrijven opslag- en distributie”.

Waarom? Heeft dit te maken met verkeer en arbeidsmigranten? Waarom geldt die terughoudend dan ook niet voor andere sectoren zoals bv slachthuis/ vleesverwerkers? Of eerder voor de mestfabriek? Oftewel welke grondslagen gebruiken we m.b.t. waar we terughoudend in zijn? Referentiepagina: 34 Terughoudendheid bij vestiging van grote opslag en distributiebedrijven (XXL Logistiek) is iets dat we in regioverband en met de provincie Gelderland hebben afgesproken. Redenen zijn onder andere het tegen gaan van verdere verdozing van onze bedrijventerreinen, het uitgeven van grote hoeveelheden (schaarse) industriegrond in relatie tot een beperkt aantal arbeidsplaatsen en extra druk op de infrastructuur die al zwaar wordt belast. De toevoegingen dat we de geldende milieu- en veiligheidseisen in acht nemen is toch volstrekt overbodig? Of zijn/waren we als gemeente van plan om die eisen niet te volgen/in overtreding te gaan? Overigens voldoen momenteel een deel van de Oost Gelrese bedrijven niet aan de geldende milieuwetgeving: er zijn al jaren zowel industriële als agrarische bedrijven die PAS-melder zijn / geen

TECHNISCHE VRAGEN

toereikende stikstofvergunning hebben. Referentiepagina: 34 Op zich mee eens dat het een overbodige opmerking is aangezien we sowieso gebonden zijn aan de geldende regels omtrent milieu en veiligheid. De gemeente is niet de handhavende partij ten aanzien van NB-vergunningen. Wordt het niet tijd dat we de term “arbeidsmigrant” specifieker beschrijven en categoriseren? Zoals hoog-laag opgeleid (of kennismigrant vs. arbeidsmigrant), short mid long stay (zoals wh Porskamp al eerder benoemde) etc. Zetten we als gemeente in op allerlei migranten, of willen we sturen op het type migrant, bv liever in de zorg dan op een distributiecentrum? Referentiepagina: 34 Terechte constatering dat de term arbeidsmigrant een overkoepelend begrip is voor verschillende vormen van internationale werkers. In de regio is men bezig met maken van onderscheid tussen het type werk en welke soort internationale werker hierop afkomt. In Oost Gelre zullen we hierop aansluiten voor ons eigen beleidsontwikkeling, samen met de betrokken stakeholders zoals de ondernemers in Oost Gelre. “We zorgen voor minimaal 1 toekomstbestendige fysieke plek”. Dat is toch ook afhankelijk van het aantal inwoners en de bereikbaarheid? Voor Groenlo en Lichtenvoorde zou je dit bv op loopafstand willen hebben, zodat er ook in wijken, die soms zo groot zijn als kleine kernen, ook mogelijkheden zijn voor de bewoners.

Referentiepagina: 30 Deze ambitie is nader geconcretiseerd in de gebiedsgerichte uitwerking kleine en grote kernen. We geven in de visie voor kleine kernen het streven naar behoud van een basisniveau aan voorzieningen aan. Voor de grote kernen geven we aan naast toegankelijkheid van voorzienigen een clustering van specialistische en incidentele zorg. Plaatje/schema: Waarom wordt bij “Behoud basisniveau ”Winkels” niet genoemd? We zien eigenlijk in de gehele visie nauwelijks aandacht voor het behouden/versterken van het winkelbestand. Durf ook te dromen: waarom zou er bv geen winkel terug kunnen komen in de kleine kernen? Referentiepagina: 29 Zoals op pagina 24 is geschreven streven we voor de kernen Groenlo en Lichtenvoorde een compleet maar compact winkelhart na. Voor de kleine kernen ligt de focus meer op het behoud van voorzieningen zoals scholen en zorgvoorzieningen. We sluiten de realisatie van nieuwe winkels zeker niet uit, maar zien ook dat het economisch voor winkeliers een hele uitdaging is. “De agrarische sector ……..omzetten in perspectief…….en bodem” Een prachtig toekomstbeeld maar hoe werken we daar dan concreet naar toe als gemeente? Het lijkt erop dat we vooral de provincie “volgen”. Referentiepagina: 26 Er zijn landelijke en provinciale ontwikkelingen die hun invloed hebben op het buitengebied in de Achterhoek en dus ook in Oost Gelre.

Waar mogelijk praten we mee in met name provinciale overleggen en zitten we ook zelf aan het stuur. Samen met de andere Achterhoekse gemeenten gaan wij in het regioarrrangement bepalen hoe we daaraan richting gaan geven. De eerste contouren daarvoor liggen voor in de raad van Oktober. “Groenlo heeft als Vestingstad een eigen identiteit ………….t/m…….Grolse Linie karakteristiek rijksmonument.

TECHNISCHE VRAGEN

De Omgevingsvisie stelt dat we zuinig moeten zijn op ons erfgoed en monumenten. Terecht, maar wordt het dan niet tijd om een Beschermd Stadsgezicht voor Groenlo te overwegen? De kwaliteit van de binnenstad staat onder druk door allerlei ontwikkelingen, zoals de energietransitie (lezen we ook in deze visie). In het verleden is hierover o.a. met de Monumentencommissie over gesproken. De monumentencommissie heeft al eens gesproken over de mogelijkheid van een beschermd stadsgezicht voor Groenlo. Met het programma Stad Groenlo werken we aan de ontwikkeling van Groenlo in de volle breedte, inclusief cultuurhistorie. Daarbinnen zal ook deze overweging een plek krijgen. 73% van de burgers is bereid om meer te bepalen voor producten van boeren uit Oost Gelre. Dat is fantastisch. Wat doet het College hier mee? Kunnen we dit niet (veel meer) stimuleren en wellicht facilitairen, bv door een kleinschalige verkoopketen met verkooppunten in de kernen? Referentiepagina: 13 Als initiatieven zich aandienen zal de gemeente onderzoeken of zij daar een rol in moeten pakken. Gemeente gaat niet zelf initiatieven opzetten. Algemeen: In maart ’22 ontvingen we de Toekomstverkenning.

Hierin werden trends en ontwikkelingen ruim onderbouwd met statische data en grafieken zoals: - Economisch trends (groei van de banen per sector in de afgelopen 10 jr) - Trends biodiversiteit (afname biodiversiteit in de afgelopen 40 jr) - Mate van vergrijzing / vergroening in Niets van deze verduidelijkende grafieken is terug te vinden in de huidige set van documenten. Waarom is hier voor gekozen? Wij vinden dat het ten koste gaat van de leesbaarheid, inzichtelijkheid en onderbouwing van de Visie. Terecht vestigt deze vraag de aandacht op de balans tussen de grote hoeveelheid informatie die we hebben gebruikt bij de totstandkoming van de visie en het visiedocument zelf. De toekomstverkenning is een zelfstandig resultaat van de analyse fase. De toekomstverkenning is daarmee een nul meting. De verbinding tussen beide documenten staat op pagina 11 toegelicht. Daarnaast staan in hoofdstuk vier in de gekleurde kaders de belangrijkste opgaven en kansen uit de Toekomstverkenning. Langs deze route hebben we beoogd visie en analyse te verbinden, zonder in herhaling te vallen.

Document :omgevingsvisie oost gelre 2040 nota van participatie fase 3 9c Kunnen we uit de reactie concluderen dat dit College ook de intensieve veehouderij zal blijven facilitairen in bouwblokuitbreidingen, terwijl landelijk beleid maar ook de visie van Oost Gelre meer natuur inclusieve / kringlooplandbouw nastreeft i.c.m een kleinschalig landschap? Hoe passen daar steeds grotere bouwvakken en dito stallen dan bij? Referentiepagina: 28 In de transitie van de landbouw zullen sommige agrarische bedrijven omschakelen naar natuurinclusieve landbouw / kringlooplandbouw, maar er zal ook behoefte blijven voor intensieve veehouderij. Het huidige bestemmingsplan buitengebied biedt daar de ruimte voor. Het is aan de raad om te bepalen of daar mee of minder ruimte voor beschikbaar komt. 9 Wie is BSA? Referentiepagina: 25 Boerensamenwerking Achterhoek

TECHNISCHE VRAGEN

LTO lijkt aan te geven dat riooloverstorten een probleem vormt. Is dat zo? Uit welke feiten blijkt dat dan? Referentiepagina: 8 Het is bekend dat riool overstorten een negatieve invloed kan hebben op de waterkwaliteit. Dit is ook één van de redenen dat de gemeente werkt aan het afkoppelen van regenwater. Daarmee wordt de hoeveelheid overstorten verminderd. Document :omgevingsvisie oost gelre 2040 zienswijzennota Noordtak: Dat er geen plaats is voor de Noordtak in Oost Gelre hoort toch WEL in de omgevingsvisie te staan? Het argument dat het al in het coalitieakkoord staat is volgens ons niet een relevant argument. Referentiepagina: 17 De visie geeft de ontwikkelrichting naar 2040 aan. Met grote aandacht voor dat wat we willen bereiken. En welke afwegingen een rol spelen bij alle nieuwe initiatieven. Over het Noordtak initiatief is in het verleden duidelijk positie ingenomen. Als voormalig initiatief heeft het geen plek in onze ambities voor 2040. Mocht het initiatief ooit vernieuwd worden, dan zullen we het op basis van het afwegingskader behandelen. Zie ook het Raadsmemo “Opvolging toezeggingen en beantwoording vragen informatieve vragen Raad over de Omgevingsvisie Oost Gelre Groen en Verbonden”.

5.a De zorgen van Silder en de opmerking in de reactie nl. “we kunnen niets uitsluiten”: Op welke huidige gronden (rechten, vergunningen etc) kunnen we nieuwvestiging veehouderijen wel of niet uitsluiten, of kunnen we hier een aanpassing voor doen middels een raadsvoorstel? De Regio Achterhoek heeft al zorgen geuit richting de Provincie dat mogelijke Gelderse piekbelasters worden verplaatst van bv de Veluwerand naar de Achterhoek. De Provincie heeft recent zelfs een bedrijfsverplaatsingssubsidie in het leven geroepen. Wat was de reactie vd Provincie op die zorgen vd Regio? Hoe voorkomen we dat deze piekbelasters naar Oost Gelre komen, door bv nieuwvestiging maar ook door het opkopen van “latente” rechten van huidige bestemmingen waar het bouwvlak nog maar deels is benut? Referentiepagina: 7 Het vigerend beleid van de provincie en dus ook het bestemmingsplan buitengebied binnen onze gemeente maakt geen nieuwvestiging van nieuwe agrarische bedrijven mogelijk. Naar de toekomst toe vindt op gemeentelijk en ook regionaal niveau discussie plaats over de toekomst van de landbouw in de Achterhoek. Voor meer uitgebreide beantwoording verwijs ik naar het raadsmemo “Opvolging toezeggingen en beantwoording vragen informatieve vragen Raad over de Omgevingsvisie Oost Gelre Groen en Verbonden”.

Effect Screening 9c Tabel 3.1 In de visie willen we Landschappelijke en cultuurhistorische elementen koesteren en versterken. Echter de tabel laat zien dat er op dat punt juist een verslechtering optreedt. Er wordt vanuit de beoordeling o.a. kritiek geleverd op het ontbreken van concrete plannen vanuit de gemeente. Wat doen we nu met deze conclusie? Idem als het gaat om thema hitte.

TECHNISCHE VRAGEN

En wellicht ook voor de andere onderwerpen waar een aantal, weliswaar soms onvermijdelijke negatieve effecten optreden. Moet de visie op basis van deze effectscreening niet gereviseerd worden? Door bv de aanbevelingen op blz 26 over te nemen? Ook de kritiek m.b.t. dat de gemeente niet duidelijk maakt wat nou het evenwicht is (landbouw vs natuur bv) en hoe hoog een bijdrage zou moeten zijn (blz. 26): wat gaat het college daar mee doen? Referentiepagina: 7 Het zijn terechte vragen, die we zullen meenemen in de programma's waarmee we de visie nader gaan concretiseren. 4de Alinea (Terughoudendheid …….distributiesector). In onze ogen wordt terecht in de beoordeling benoemd dat de gemeente niet duidelijk aangeeft wat men verstaat onder kleinschalige ondernemers die zich zouden mogen vestigen op VAB-locaties. Graag meer duidelijkheid/uitleg waar de streep wordt getrokken m.b.t. type bedrijven en de locatie (is “in de periferie van de N18”ook losgelaten?). Referentiepagina: 18 In het kader van programma Buitengebied wordt in afstemming met taakveld economie deze vraag verder opgepakt en uitgewerkt. Maatwerk blijft daarbij van belang. Per gebied kan/moet worden bezien welke mogelijkheden er zijn voor bedrijfstypes/economische activiteiten danwel andere functies die kunnen worden gevestigd in een VAB locatie.

TECHNISCHE VRAGEN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13116990/1