antwoordmemo technische vragen OGV 02-12-2025 belastingverordeningen 2026
Tekst van het document
MEMO Datum : 2 december 2025 Van
: Burgemeester en wethouders
Aan
: Leden van de gemeenteraad
Onderwerp: Belastingverordeningen Oost Gelre 2026 Hierbij de beantwoording van de vragen van de fractie Oost Gelre Vooruit: 1. Bij vaststelling van de tarieven wordt alleen gekeken naar de waardeverandering van de belaste waarde. Waarom wordt er geen rekening gehouden met de scheefgroei? 2. Waarom staat er vermeld dat de stijging van de woningen 12% bedraagt terwijl een berekening uitkomt op een stijging van 13,5%. Hierdoor wordt er per huishouden €5 euro te veel OZB geheven? 3. Waarom zijn de waarde toename van de belaste waardes en de toename van het aantal woningen van 2025 ten opzichte van 2024 op een hoop geveegd en wordt hier geen onderscheid in gemaakt bij de berekening? Waarom wordt er niet gewerkt met een gewogen gemiddelde? 4. Met hoeveel woningen is de totale som van de belaste waardes 2025 en 2026 tot stand gekomen? Voor de categorie woningen eigenaarsgedeelte en het gedeelte niet woningen gebruikersgedeelte. 5. Bij vaststelling van de begroting d.d. 11 nov 2025 heeft de raad ingestemd met 2% meer OZBopbrengst in 2026 t.o.v. 2025. Dit wordt direct doorberekend per object door de totale waardeverandering van de belaste waarde van categorie W, NWe en NWg van 2026 met 2025 te vergelijken. Zonder rekening te houden met de toename van het aantal woningen en bedrijven. Is het niet beter om bij de begroting te hebben over 2% OZB verhoging per object? Ad 1.
Het beleid inzake de OZB is om iedere belastingbetaler niet meer te belasten dan met een inflatoire stijging van het tarief. Vandaar dat alle categorieën met niet meer dan 2% verhoogd worden. De scheefgroei heeft geen effect op de stijging voor de belastingbetaler maar wordt veroorzaakt door de verschillende groei van de waarden voor woningen en niet woningen. Nu zijn de verschillen in waardestijging aanzienlijk en de verhouding groter geworden. Als de waarde voor niet woningen meer stijgt dan de waarde voor woningen komt de verhouding dichter bij elkaar te liggen. Ad 2. Het verschil ontstaat doordat er gedurende het jaar nieuwbouw en verbouw heeft plaatsgevonden welke in de taxatieronde is meegenomen en nog niet in het voorgaande jaar kon worden opgenomen. Daarnaast zijn er verminderingen als gevolg van bezwaren. Deze afwijkingen zijn er ieder jaar. Ad 3. Aangezien het niet alleen de toename van woningen betreft maar ook waardevermeerderingen door verbouw en aanbouw is niet of nauwelijks mogelijk dit onderscheid aan te brengen. In het onderzoek wordt een onderscheid gemaakt naar type woning daaruit vloeiden de volgende stijgingspercentages uit voort: Vrijstaand 10%, Twee onder 1 kap 15%, Rij- en hoek 12% en Etage 8%. Het gewogen gemiddelde in deze 12% Ad 4.
Het aantal woningen die zijn aangeslagen: - 2024 13.689 woningen - 2025 13.737 woningen Het aantal niet woningen die zijn aangeslagen: - 2024 1.408 niet woningen - 2025 1.443 niet woningen Voor 2026 zijn de werkelijke aantallen nog niet bekend. Voor de aantallen gaan we op begrotingsbasis uit van de trend in de voorgaande jaren.
Ad 5. In principe is het raadsbesluit bij de vaststelling van de begroting een verhoging van 2% OZB per object zoals u voorstelt. Wij vertalen dat in de begroting als een stijging van de totale opbrengst van de OZB. Wij zullen uw aanbeveling meenemen bij de volgende programmabegroting.
2