antwoordmemo technische vragen NLog OLW 06-12-2023krediet subsidieregeling stimulering woningbouw
Tekst van het document
MEMO Datum
: 1 december 2023
Van
: wethouder Porskamp
Aan
: Gemeenteraad
Onderwerp
: Beantwoording technische vragen NLog en OLW – ‘8. Krediet subsidieregeling stimulering woningbouw’
Door de fracties van NLog en OLW zijn technische vragen gesteld over agendapunt 8. Krediet subsidieregeling stimulering woningbouw. Hieronder vindt u de beantwoording op deze vragen. NLog Vragen 1. Klopt het dat de subsidieregeling stimulering woningbouw reeds per 1 december 2023 is opengesteld? 2. €370.000 van het Budget stimuleren inbreidingslocaties wordt nu ingezet voor de subsidieregeling stimulering woningbouw. Wat betekent dit voor toekomstige inbreidingslocaties? Komt inbreiding hiermee stil te liggen? 3. Waarom telt deze regeling niet voor woningbouw buiten de bebouwde kom? Antwoorden 1. Dat is correct. De gemeenteraad wordt gevraagd aanvullend krediet beschikbaar te stellen voor de regeling. Het raadsvoorstel bevat in dit verband een omissie waar wordt aangegeven dat zonder krediet de subsidieregeling niet kan worden uitgevoerd. Van het totale bedrag van € 700.000,- is € 370.000,- al door de raad beschikbaar gesteld. Dit voorstel betreft enkel het aanvullende bedrag van € 330.000,-. In de regeling is met betrekking tot dit aanvullende bedrag een voorbehoud opgenomen. Dit voorbehoud houdt in dat het nog door de raad beschikbaar moet worden gesteld. 2. De subsidieregeling is bedoeld voor stimulering van goedkope woningbouw binnen de door de raad vastgestelde bebouwde kommen. Alleen inbreidingslocaties komen dus in aanmerking voor subsidie.
Inbreiding wordt hiermee juist gestimuleerd. De regeling zal dus niet tot gevolg hebben dat inbreiding stil komt te liggen. 3. Voor het buitengebied geldt dat de woningbouwmogelijkheden in beginsel beperkt zijn om verstening van het buitengebied tegen te gaan. Een stimuleringsregeling voor woningbouw verdraagt zich hiermee niet. De raad heeft bovendien bij het beschikbaar stellen van het oorspronkelijke krediet bepaald dat het moet gaan om inbreidingslocaties. Daarnaast kennen we specifiek sloop- en droebelbeleid waarbij het creëren van woningbouwmogelijkheden zelf in het buitengebied al waardevermeerdering van percelen betekent.
OLW Vragen 1: Waarom is dit krediet niet van toepassing voor: a) een vrijstaande woning en/of b) woningen buiten de bebouwde kom? Antwoord a) De regeling (zie artikel 1) definieert een woning als: “een gebouwde onroerende zaak bestaande uit een zelfstandige woonruimte. Dit kan een grondgebonden woonhuis of een appartement zijn. Kamerwoningen vallen niet onder deze definitie.” Vrijstaande woningen vallen dus ook onder deze definitie. b) Zie antwoord 3 hierboven, op de vraag van NLog.
2