antwoordmemo technische vragen CDA VVD OOG OLW 22-04-2025 beleidplan licht in de openbare ruimte
Tekst van het document
MEMO
Datum
: 22 april 2025
Van
: Gerjan Teselink
Aan
: fracties CDA, VVD, OOG en OLW
Afdeling
: Ruimte & Economie, team Infrastructuur, Beheer & Onderhoud
Zaaknummer
:
Onderwerp
: Beleidsplan Licht in de Openbare Ruimte
De raadsfracties van CDA, VVD, OOG en OLW hebben vragen gesteld aan wethouder Teselink over het beleidsplan Licht in de Openbare Ruimte. Hieronder de vragen per fractie en de antwoorden op de vraag. VRAGEN CDA: -We lezen in dit beleidsstuk dat er oa 150 lantaarnpalen de komende jaren in het buitengebied zullen verdwijnen. Wat vindt het college van de thema’s van de sociale veiligheid en verkeersveiligheid in relatie tot het weghalen van zo’n 150 lantaarnpalen? Antwoord: Het weghalen van lichtmasten in het buitengebied mag nooit ten kosten gaan van de verkeersveiligheid. Per lichtmast wordt bekeken of de verkeersveiligheid een rol speelt. Zo ja, dan blijft de lichtmast staan. Zo niet dan wordt bekeken welke alternatieve oriëntatie mogelijkheden er zijn die dan aangebracht worden voordat de lichtmast op een natuurlijk moment (lees: bij defect raken) wordt verwijderd. De sociale veiligheid is een gevoelskwestie en is voor iedereen anders. Het kan ook een kwestie van wennen aan de nieuwe situatie zijn. Een enkele lichtmast in het buitengebied geeft geen absolute veiligheid. In het college is afgesproken dat na vaststellen van het beleidsplan van alle lichtmasten in het buitengebied wordt onderzocht of zij een verkeersveiligheidsfunctie hebben en daarom op termijn wel of niet weg kunnen. De resultaten van dit onderzoek worden onderbouwd gedeeld met de DBO’s.
- We weten dat de gemeente in gesprek was met de gezamenlijke DBO’s van Oost Gelre over dit beleidsplan. Wat is/was de reactie van de DBO’s op dit beleidsplan? Antwoord: De DBO’s stemmen grotendeels in met de inhoud van het beleidsplan. Enkel over het verwijderen van openbare verlichting in het buitengebied heeft men twijfels. Er is begrip voor het standpunt van de gemeente maar er wordt gevraagd om goede afweging en er worden zelfs alternatieven voorgesteld (die alternatieven die vooral gingen over dimmen en verminderen verlichting binnen de kernen stonden overigens ook al in het beleidsplan). - We lezen in het beleidsplan meerdere keren “Schijnveiligheid”. Wie bepaalt of er wel of niet sprake is van schijnveiligheid? Antwoord: schijnveiligheid wordt niet bepaald door iemand. Schijnveiligheid wordt veroorzaakt door een eenzame lichtmast in een groot buitengebied. Een lichtpunt lijkt een “veilige” plek maar is het niet omdat je eigenlijk verblind wordt door het licht van de lichtmast. Daardoor zie je buiten de lichtkring helemaal niks meer ziet terwijl je zonder lichtmast vaak meer kan zien in het donker. - We missen innovatie ’s in dit beleid. Bijvoorbeeld dimbare ledverlichting en meer technische en slimme oplossingen (zoals standaard verlichting uit, maar als er een auto of fietser aankomt even aan). In
sommige gemeentes zien we zelfs groen licht. Wat gaat het college doen om innovaties op te nemen in dit beleidsplan? Antwoord: innovaties zijn beschreven in het plan en worden altijd toegepast als het de kwaliteit van het gehele areaal ten goede komt. Alle ledverlichting wordt dimbaar en op afstand instelbaar gemaakt. Ook storingen worden automatisch gemeld waardoor ze sneller gerepareerd kunnen worden. Er wordt altijd afgewogen welke innovaties wel of niet nuttig, duurzaam en kosten efficiënt zijn. Specifiek benoemen van innovaties gaat niet in een beleidsplan omdat je vooraf niet weet wat er ontwikkeld en uitgevonden wordt.
VRAGEN VVD: 1. In het beleidsstuk wordt verwezen naar de NPR123201/A1 van NSSV echter geeft dit beleidsplan aan af te willen wijken en te kiezen voor de maximale lichtsterkte van 75% van de richtlijn, waarom volgen wij hierin de richtlijn niet en tussen welke % stellen we de minimale en maximale grenswaardes. Zit hier ook een verschil in t.b.v. het buitengebied? Antwoord: We verlichten al sinds de beginperiode van het vorige vastgestelde beleidsplan (2008-2012) met een maximale lichtsterkte van 75% tov de NSVV Richtlijn. Dit is in de praktijk al die jaren prima geweest. Met onze wens om te verduurzamen zullen we dus ook zeker niet teruggaan naar 100%. Er is geen verschil tussen binnen en buiten bebouwde kom. 2. Hoe wenst men om te gaan met buitenverlichting op bedrijven terreinen waar de verlichting aanstaat als hulp voor de camera beveiligingssystemen? Antwoord: Over buitenverlichting van particulieren en bedrijven heeft de gemeente niet direct zeggenschap. Tijdens gesprekken kan dit onderwerp zeker aangeroerd worden om begrip en betrokkenheid te krijgen om na te denken over nut en noodzaak van (veel) verlichting. Moderne camera’s hebben door infraroodtechniek bovendien geen extra verlichting nodig. 3. In hoofdstuk 3.3 wordt het uitgangspunt genomen: Niet verlichten, tenzij. Graag zouden wij hier een verdere definitie van willen ontvangen.
Antwoord: Altijd verlichten waar nodig voor de verkeersveiligheid. In alle andere gevallen bekijken welke alternatieven er zijn voor oriëntatie en sociale veiligheid(sgevoel). 4. Wij staan als gemeente met zijn allen tegen het drugsgebruik en willen dit niet stimuleren. Kunnen we op strategische plekken verlichting in het buitengebied behouden om zo geen plekken te creëren waar dit “uit het zicht” dan alsnog gebeurd? Antwoord: Nee. Drugs- (en drank)gebruik vind veelal thuis plaats en in en rond uitgaansgelegenheden en festivals en dergelijke. Niet op een T-splitsing in de middle of nowhere. 5. Gaat de gemeente in al haar gemeentelijke panden het voorbeeld geven door verlichting UIT te zetten na 23:00? Dit is nu namelijk niet het geval. Antwoord: We denken altijd na om overbodige verlichting te doven of te dimmen. Keuze is uiteindelijk aan onze gebouwenbeheerders 6. Hoe gaan we om met verlichtingspunten bij spoorweg oversteken anders als een stationsgebied? Antwoord:
2
Dit betreft meestal verlichting ten behoeve van de verkeersveiligheid. Zoals verwoord in het beleidsplan wordt geen verlichting weggehaald op plaatsen waar dit niet kan in verband met de verkeersveiligheid. 7. Door diverse inwoners van kernen is het verleden gevraagd voor verlichting op bepaalde strategische plekken waarbij het zeer donker is als men hier door heen fietst. In het kleine kernen overleg van 24 oktober 2024 heeft de vorige wethouder aangegeven dat er op dit moment 150 lichtpunten in het buitengebied aanwezig zijn. Wat is de verwachting dat het aantal zal worden na uitvoering van dit lichtplanbeleid en kunt u op een overzichtskaart aangeven welke van deze 150 lichtpunten zullen verdwijnen? Antwoord: Er is afgesproken dat na vaststellen van het beleidsplan van alle 250 lichtmasten buiten de bebouwde kom wordt beoordeeld of ze wel of niet een functie hebben met betrekking tot de verkeersveiligheid. Zuiver gevoelsmatig gaat het om circa 100-150 lichtmasten die geen verkeersveiligheidsfunctie hebben. We kunnen derhalve nu nog niet (exact) op een kaart aangeven welke zouden kunnen verdwijnen. Onder aan dit document vind u wel een kaartje met alle lichtpunten in Oost Gelre. Dit geeft wel globaal inzicht over de verdeling en de hoeveelheid buiten de bebouwde kom. 8.
De vorige wethouder heeft erkent dat verlichting in het buitengebied bijdraagt aan het gevoel van veiligheid. Ook echter niet aan feitelijk (sociale) veiligheid zelf. Waarom kiezen we in dit beleidsplan niet voor een combinatie van de 2 zodat we hiermee ook de veiligheid van onze inwoners bevorderen? Antwoord: We kiezen altijd voor (verkeers)veiligheid. Alleen lichtmasten in het buitengebied die niet bijdragen aan verkeersveiligheid kunnen verdwijnen. Daarvoor worden dan wel alternatieven gezocht voor oriëntatie. Als een lichtmast in het buitengebied geen verkeersveiligheidsfunctie heeft staat hij er alleen voor oriëntatie. Oriëntatie kan op goedkopere en duurzamere manieren. Openbare verlichting in het buitengebied roept bij burgers heel snel gevoelens van veiligheid op. Terwijl geen verlichting in het buitengebied niet onveiliger is.
VRAGEN OOG: 1. Wat zijn de huidige jaarlijkse exploitatie lasten van verlichting in de openbare ruimte van Oost Gelre? Antwoord: in 2024 waren de kosten (afgerond op duizendtallen): - Onderhoudskosten EUR 89.000,- Energiekosten EUR 165.000,- Totaal EUR 254.000,2. Kunt u dit uitsplitsen naar lasten voor verlichting in het buitengebied en verlichting binnen de bebouwde kom? Antwoord: niet exact, wel bij benadering. Schatting: 6684 lichtpunten waarvan circa 250 buiten de kom = circa 3,7 %. 3,7% van EUR 254.139,86 = circa EUR 9.000,- voor buitengebied 96,3 % van EUR 254.139,86 = circa EUR 245.000,- voor binnen de bebouwde kom 3. Circa de helft van het totale areaal is inmiddels verled. Welke besparing levert het verledden jaarlijks op in euros? Antwoord: dat is moeilijk te beantwoorden omdat de energieprijzen sterk variëren en juist de energie de afgelopen jaren flink duurder is geworden. Daarom is de besparing beter te kwantificeren in het stroomverbruik in kilowattuur. vanaf 2019 (start grootschalig verledden) is het energieverbruik met 44% gedaald.
3
In onderstaande tabel zijn het energieverbruik en de energiekosten weergegeven van de afgelopen jaren. De KWh prijs is gegenereerd uit beide getallen. 2024
514.775 KWh
EUR 165.101,36
EUR 0,32 / KWh
2023
550.427 KWh
EUR 192.568,39
EUR 0,35 / KWh
2022
597.480 KWh
EUR 268.991,48
EUR 0,45 / KWh
2021
658.140 KWh
EUR 195.051,11
EUR 0,30 / KWh
2020
685.317 KWh
EUR 134.968,91
EUR 0,20 / KWh
2019
920.618 KWh
EUR 123.515,24
EUR 0,13 / KWh
2002
1.256.150 KWh (Lichtenvoorde en Groenlo bij elkaar opgeteld)
NB, de eerste LED openbare verlichting in Oost Gelre dateert van 2014. 4. Welke besparing levert het verledden jaarlijks op in energiebesparing (KWh)? Antwoord: zie antwoord vraag 3 5. Wat is de bijdrage van het verledden (uitgedrukt in percentage) aan de klimaatdoelstellingen van Oost Gelre zoals vastgelegd in het Akkoord van Groenlo en het landelijke Energieakkoord? Antwoord: Antwoord: de Regionale Uitvoeringsagenda van het Akkoord van Groenlo kent 7 speerpunten, 4 inzake energiebesparing gebouwde omgeving 3 met betrekking tot opwekking duurzame elektriciteit. De 4 speerpunten inzake energiebesparing (huishoudens: isolatie, verwarming en zon-pv en gebouwen: besparing) vermelden niets over bijvoorbeeld het verledden van de openbare verlichting. Gemeente Oost Gelre heeft dit opgenomen in een extra hoofdstuk van de lokale uitvoeringsagenda die in november 2024 is vastgesteld (net als de verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen). 6. Wat is de bijdrage aan de klimaatdoelstellingen van Oost Gelre van het laten uitsterven van de lichtmasten in het buitengebied, die geen functie voor de verkeersveiligheid hebben, na afloop van de genoemde periode van 15 jaar? Antwoord: Van de circa 250 lichtmasten in het buitengebied hebben er naar schatting circa 100150 geen verkeersveiligheidsfunctie.
Die max 150 lichtmasten zijn samen circa 2,2 % van het totaal aantal masten dus ook circa 2,2% van de extra’s bij de evaluatie van het akkoord van Groenlo.
VRAGEN OLW: Raadsvoorstel 1. Blz. 2 1.4 “50% besparing in 20230": Wordt het doel gehaald? Antwoord: Ja, sinds de start van het grootschalig verledden in 2019, dat inmiddels voor ongeveer de helft is uitgevoerd, is het stroomverbruik met 44% gedaald. Zie ook antwoord op vraag 3 van OOG. 2. Blz. 2 onderaan: uitkomst participatie. Wat is er uit de participatie gekomen en hoe is dat meegenomen? Antwoord: de DBO’s zijn grotendeels akkoord met het beleidsplan. De DBO’s van Vragender en Lievelde hebben moeite met het op termijn verwijderen van lichtmasten in het buitengebied. Zij zien liever dat er energie bespaard wordt door minder verlichting binnen de kernen. NB. Veruit de meeste energie wordt bespaard binnen de kernen. Verwijderen van lichtmasten buiten de kom heeft echter niet alleen de doelstelling energiebesparing. 3. Idem: Waarom is participatie alleen toegepast op de kleine kernen?
4
Antwoord: De start van het proces om te komen tot een nieuw beleidsplan openbare verlichting dateert van 2017. Er is destijds een participatie traject opgestart. Daarin is een openbare uitvraag gedaan om een burgerwerkgroep op te zetten die zou participeren. Er hebben behalve de DBO’s 3 burgers gereageerd die eventueel zitting zouden willen nemen in een burgerwerkgroep. Daarop is destijds besloten de burgerparticipatie met uitzondering van de DBO’s stop te zetten. Beleidsplan 4. Blz. 4: “nieuwe verlichting standaard dimbaar”. Wat is de definitie van nieuwe? Nieuwe lamp, armatuur, paal? Worden dus bestaande verlichting niet omgebouwd naar dimbaar? Antwoord: Bij het verledden worden de conventionele armaturen vervangen door nieuwe armaturen met een ledmodule. Tevens worden de armaturen voorzien van een connector die connectiviteit maakt met het besturingssysteem waarmee het armatuur op afstand bestuurbaar is. Bestaande conventionele armaturen kunnen ook geretrofit worden. Hier kiezen wij niet voor omdat dit in theorie duurzamer lijkt maar in de praktijk zoveel problemen geeft dat het eindresultaat lang niet altijd daadwerkelijk duurzamer is. Blz. 5, 2.3: Definitie lichtvervuiling: gaat toch niet alleen om “boven” maar ook bv. vanaf de zijkant van een gebied? Wilt u de definitie aanpassen? Antwoord: Nee, we passen de definitie niet aan. De definitie is correct. 5.
Blz. 5, 2.5: De gemeente hanteert het principe ‘Niet verlichten, tenzij’ Welke criteria worden gebruikt? Antwoord: Dat staat in de volgende zin. Namelijk: “Eerst kijken we of we met andere middelen de verkeersveiligheid kunnen verhogen”. 6.
Blz. 7, 3.2: We gaan, als de situatie daartoe aanleiding geeft, in gesprek met ondernemers”.” Wanneer geeft de situatie aanleiding tot een gesprek? Wat is de rol van bewoners in deze? Is er een meldpunt? Is dat bekend bij bewoners die overlast ervaren? Antwoord: dit kan naar aanleiding van allerlei redenen zijn. Bijvoorbeeld een concrete klacht maar ook naar aanleiding van contacten tussen bedrijven en de gemeente bij vergunningen, economische zaken of andere ontwikkelingen. Bewoners kunnen altijd vragen stellen aan de gemeente. Er is geen speciaal meldpunt om overlast van verlichting door bedrijven te melden.. 7.
8.
In de kernen van centra wordt licht gebruikt om het gebied aantrekkelijk te maken. Bv warmte kleuren. Wij vinden dat de nieuwe ledverlichting in de buitenwijk wel heel ongezellig wit is t.o.v. de oude “gele” verlichting. Zie ook vraag 9. Deelt u die mening? Nee, de huidige generatie ledverlichting is voorzien van de lichtkleur die als meest veilig en prettig wordt ervaren. Dit is tussen 2700 en 3000 Kelvin. Hierbij zijn gezichten van medeweggebruikers herkenbaar en worden kleuren goed weergegeven. Bij de conventionele “gezellige” gele (of rode) SOX lampen worden gezichten onherkenbaar en worden kleuren (van bv kleding en auto’s) gemanipuleerd door het gele licht. Blz. 12: Led-displays: “we zijn terughoudend” maar toch zien wij er steeds meer komen. Hoe verklaart u dat? Gaat u dus terughoudender worden? Wat houdt dit dan in? Antwoord: Het beleidsplan Licht in de Openbare Ruimte is primair voor de Openbare Verlichting maar zoomt tevens richtinggevend in op andere lichtbronnen. Voor reclame-uitingen refereren we naar de Welstandsnota (pagina 19). 9.
A. Hebben we juridisch afgedekt dat we Led-displays kunnen verbieden, of bv de grootte en de felheid ervan? Waar is dit dan opgenomen? Antwoord: Dit is uitgewerkt in de Welstandsnota. B. Kunnen wij de displayproblematiek ook aanpakken via Provinciebeleid en bv vanuit het Laarberg Bestemmingsplan? Wat staat dan waar over vermeld qua jurisprudentie en welke handhavingsinstrumenten hebben we/ zijn er? Antwoord: Over reclame en displays is niets opgenomen in onze bestemmingsplannen. Ons enige instrument is de Welstandsnota. We handhaven door gebrek aan capaciteit en andere prioriteiten niet actief/preventief op reclame-uitingen en LED displays. Alleen bij concrete klachten of meldingen gaan we handhaven via de BOA’s of de toezichthouders van unit Bouw- en woningtoezicht.
5
10.
Blz. 14. 3.14: Waar kan en mag dan op gehandhaafd worden? Wat staat dan waar over vermeld qua jurisprudentie en welke handhavingsinstrumenten hebben we/ zijn er? Antwoord: Deze vraag gaat over stallen (en kassen). In zowel onze bestemmingsplannen buitengebied of de Welstandsnota staat niets vermeld over verlichting van stallen (en kassen). We hebben dus geen handhavingsinstrumenten. 11.
A: Recent gaf het college na vragen van OLW toe dat er fouten zijn gemaakt: in veel straten zijn bij de vervanging naar LED transparante kappen geplaats, waardoor de verlichting fel wit is. Sommige bewoners hebben zelfs de kap mat gespoten. Wat gaat daaraan gebeuren? Antwoord: Er zijn legio armaturen verkrijgbaar in de markt met legio verschillende kappen. Keuze voor een bepaald armatuur met heldere of diffuse of half diffuse kap is elke keer een afweging. Elke verandering van licht valt op en geeft voor sommige mensen direct reden tot reactie. Na een poosje gewenning horen we nauwelijks iets meer over de heldere kappen. Het licht is ook niet fel wit maar circa 3000 Kelvin. Het algemene “nadeel” van LED is dat als je vanuit een bepaalde hoek in de leds kijkt, dit scherp aan de ogen is. Een meter verderop is zie je het niet meer. Dit scherpe kijken in de leds wordt vaak verward met hoge lichtsterkte of veel lumen (licht) op de grond. B: Deze Led met transparante kappen zijn soms zo geplaatst in bv doorgangen achter huizen zodat tuinen van koop en huurwoningen mede ongewenst worden verlicht. In de factsheet, pagina 63 “Beleid achterpaden “wordt dit ook genoemd met een mogelijke oplossing. Hoe wordt dit concreet aangepakt? Antwoord: In het beleidsplan en de factsheets staat dat we achterpaden in principe niet verlichten.
Meestal zijn de lichtmasten in achterpaden ook niet van de gemeente. Bij verledden wordt altijd een lichtplan gemaakt en worden de armaturen zo ontworpen dat het licht niet in of tegen ongewenste plekken (tuinen of gevels) schijnt. Mocht er desondanks toch overlast ervaren worden dan is dit bijna altijd op te lossen door het armatuur iets te draaien of een louvre te plaatsen in het armatuur. 12. Algemeen: Niet alleen de lichtsterkte van reclameverlichting maar ook de afmetingen van de lampenbak is maatgevend voor lichtoverlast: hoe worden deze afmetingen binnen huidige bestemmingplannen beperkt? Antwoord: zie antwoord op vragen 9 en 10.
Technische vragen 13. Algemeen: We missen een satellietfoto van Oost-Gelre bij nacht, en dat vanuit daar acties worden ondernomen. Kan dit worden toegevoegd? Antwoord: We beoordelen eventuele lichthinder niet vanuit satellietfoto’s. We stemmen de hoeveelheid licht af op de te verlichten openbare ruimte. 14. Algemeen: We missen de regel dat er bij bv nieuwbouw of nieuwe lichtobjecten eerst een natuuronderzoek wordt gedaan. Bv. dat er geen vleermuizenroute wordt verstoord. Of een broedplaats van een uil. Is dit ook geen verplichting vanuit de natuurwet? Een voorbeeld wat conflicterend kan is o.a. felle ledverlichting langs de inlaat van de gracht ten hoogte van de Jumbo (is beide foerageerroute vleermuizen) te Groenlo. Of de ledverlichting zijkant brug Lievelderstraat, Groenlo. Antwoord: We moeten ons altijd houden aan de Nederlandse wetgeving dus ook de natuurbeschermingswet.
Factsheets 1. Blz. 27: Monumenten: wij zouden graag zien dat bij vergunningverlening van (nieuwe objecten of nieuw te verlichten objecten zoals) monumenten ook verlichtingseisen meegenomen wordt als criteria. Graag uw reactie. Antwoord: Alle vergunningsaanvragen worden getoetst. Het is aan de vergunningsverlener de taak om de volledigheid van de aanvraag te beoordelen, om advies te vragen bij welstand en specialisten en wel of geen vergunning te verlenen voor het geheel of onderdelen ervan. 2. Blz. 70: Die verlichting staat daar toch ook om te voorkomen dat je te water raakt? Antwoord: deze foto dient als voorbeeld over de vraag of er wel of geen sprake is van schijnveiligheid vanwege gebrek aan sociale controle. Voorkomen dat je te water raakt betreft verkeersveiligheid. Deze foto’s is hier niet in de context van verkeersveiligheid geplaatst.
6
3. Onderstaande foto is gemaakt vanuit Lievelde, op ongeveer 500m afstand van voormalig genaamd bedrijf Roemaat. Recent zij hier 2 blauwe reclamelichtbakken geplaatst. Is dit conflicterend met de regels die staan in het bestemmingsplan? Is het college het met ons eens dat dit ongewenst is? Antwoord: De foto is als voorbeeld geplaatst. Niet als concrete casus. Dit heeft overigens geen relatie met het bestemmingsplan maar wel met de Welstandsnota (pagina 19). Daaraan wordt door de vergunningverlener dan ook getoetst.
4. Algemeen: Wit led licht, het meest gebruikte licht in kantoorpanden en reclameborden, beslaat bovendien een groot deel van het lichtspectrum. Veel biologische processen reageren slechts op een specifiek deel van dat spectrum. Doordat led licht een dermate breed gebied aan golflengtes beslaat, belemmert het meer processen dan bijvoorbeeld warm licht. (De Volkskrant, ecoloog Kevin Gaston onderzoeksgroep van de universiteit van Exeter in Engeland.) Is dit ook bekend bij beleidsmakers? En meegenomen in het beleidsplan? Antwoord: ja dit is (tot op zekere hoogte) bekend bij de beleidsmakers en hun adviseurs. Niet specifiek dit artikel want er zijn waarschijnlijk meer wetenschappelijke artikelen over verlichting te vinden. Alle wetenschap staat niet in dit beleidsplan. Het door u genoemde artikel/onderwerp wordt daarom ook niet specifiek meegenomen. Relevante knowhow wordt meegenomen en afgewogen in afzonderlijke lichtberekeningen voor (onderdelen van) de Openbare Verlichting.
7
Kaart lichtpunten binnen en buiten bebouwde kom Oost Gelre.
8