antwoordmemo technische vragen CDA 09-09-2025 verordening lokaal zeggenschap
Tekst van het document
MEMO Datum
: 8 september 2025
Van
: Wethouder Teselink
Aan
: Leden van de raad
Onderwerp
: Beantwoording technische vragen CDA Verordening Lokaal Eigendom
Onderstaand vindt u de antwoorden op de technische vragen van het CDA met betrekking tot de verordening Lokaal Eigendom. Vraag 1: Als we niks kunnen afdwingen, wat is dan het nut van deze verordening? Antwoord: De verordening verplicht ontwikkelaars van windparken te motiveren welke inspanning zij hebben verricht om het gewenste maximale lokaal eigendom te realiseren. De verordening biedt de gemeente de mogelijkheid om lokaal eigendom te stimuleren en meer betrokkenheid bij de energietransitie te bewerkstelligen. Wanneer er meerdere initiatieven voor windenergie zijn, dan heeft de gemeente de mogelijkheid om in zee te gaan met het initiatief dat het dichts bij onze wensen voor lokaal eigendom komt. Zonder deze verordening heeft de gemeente weinig of geen invloed op het proces van lokaal eigendom wanneer een ontwikkelaar plannen heeft voor het opzetten van een windpark binnen onze gemeente. Vraag 2: In het coalitieprogramma 2022-2026 staat dat bedrijven en inwoners van gemeente Oost Gelre een meerderheidsbelang van ten minste 51% moeten hebben bij grootschalige initiatieven.
Is het mogelijk dat er een initiatiefnemer komt die er alles aan doet om dit te realiseren maar het lukt uiteindelijk niet om de 51% meerderheidsbelang te halen, wat dan? En wat als een initiatiefnemer er alles aan doet en er uiteindelijk 0% lokaal eigendom komt, kan die dan wel door? Antwoord: Als een initiatiefnemer heeft voldaan aan de inspanningsverplichting én motiveringsverplichting zoals beschreven in de verordening Lokaal Eigendom dan kan een vergunning niet geweigerd worden. Het amendement Rooderkerk zegt hierover: “De provincie of gemeente is niet bevoegd om planologische medewerking te weigeren op basis van het gemotiveerd afwijken van 50% lokaal eigendom. In de verordening kan wel worden opgenomen wat eventuele sancties zijn voor het niet afdoende voldoen aan de motiveringsplicht”. Vraag 3: Is een geldboete de enige sanctie die wij als gemeente kunnen opleggen bij het niet realiseren van lokaal eigendom? Antwoord: De geldboete kan alleen opgelegd worden als niet voldaan wordt aan de inspanningsverplichting. Dat is het geval wanneer de ontwikkelaar niet voldoende gemotiveerd/onderbouwd heeft waarom het door de gemeente gewenste percentage lokale eigendom niet gehaald wordt.
Citaat uit het amendement Rooderker (12 april 2024): “ In de praktijk betekent dit dat wanneer een producent de motiveringplicht onvoldoende uitvoert en daarmee onvoldoende de inspanningen voor het organiseren van lokaal eigendom aantoont, de provincie of gemeente een sanctie (boete) voor het overtreden van de verordening kan opleggen. Ook bij het niet voldoen aan het streven naar 50% lokaal eigendom, kan er wel worden voldaan aan de motiveringsplicht”. Vraag 4: Met een anterieure overeenkomst kunnen afspraken vastgelegd worden. In hoeverre zijn deze juridisch afdwingbaar? Antwoord: In zijn algemeenheid geldt dat afspraken die worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst juridisch afdwingbaar zijn. Bepaalde afspraken kunnen echter nietig/vernietigbaar zijn. Er is rechtspraak van de Hoge Raad over overeenkomsten onder de Wet ruimtelijke ordening (bijvoorbeeld over de ruimte-voor-ruimte
regeling), maar niet over eigendomseisen. De grote lijn van deze rechtspraak is dat privaatrechtelijke afspraken rechtsgeldig zijn als deze het doel dienen van, in dit geval, de Omgevingswet. Bij het vastleggen van eisen met betrekking tot lokaal eigendom in een overeenkomst, hebben we tot nu toe (bij de zonneparken) gewerkt met inspanningsverplichtingen (en geen resultaatsverplichtingen) om lokaal eigendom te stimuleren. Een inspanningsplicht achten wij rechtsgeldig. Een resultaatsverplichting voor lokaal eigendom is, zo is de verwachting, niet rechtsgeldig. Dit omdat de eigendomssituatie van een windpark niet relevant is in het kader van de doelen van de Omgevingswet. Vraag 5: Waar moeten de 250.000 euro ontwikkelkosten aan besteed worden? Antwoord: De gemeente kan een initiatiefnemer ondersteunen door bij te dragen in de kosten van onderzoeken die nodig zijn in de ontwikkeling. Daarnaast is het mogelijk dat energie coöperaties/energiegemeenschappen extra ondersteuning nodig hebben wanneer zij met een initiatiefnemer aan tafel gaan zitten. Het kan zijn dat er een (hernieuwbare) energiegemeenschap opgericht moet worden, daarvoor kan ondersteuning nodig zijn vanuit de gemeente. Het is nog niet helemaal duidelijk waarvoor de ontwikkelkosten ingezet gaan worden, dit moet blijken uit het proces rond een initiatief.
De gemeente wil in ieder geval het bedrag van € 250.000 inzetten om ontwikkelingen die van belang zijn rond een initiatief, te stimuleren. Vraag 6: Is er een kans dat de gemeente zelf gaat ontwikkelen? Antwoord: Uitgangspunt bij het beleidsdocument Grote Windmolens was dat de gemeente een faciliterende rol zou gaan spelen in plaats van zelf in de rol van ontwikkelaar te gaan zitten. Door zelf als gemeente (voor een deel) te gaan participeren in de ontwikkeling, kan invloed uitgeoefend worden op het aandeel lokaal eigendom. Een en ander is afhankelijk van de insteek van de initiatiefnemer. Wanneer er een initiatief aangemeld wordt dan bekijken we wat de meest efficiënter manier is om te participeren, met als doel een zo hoog mogelijk percentage lokaal eigendom. Vraag 7: Vanaf 1-1-2026 kunnen initiatiefnemers aankloppen bij de gemeente. Betekent dit dat wij niet wachten op de landelijke normen? Antwoord: Op 8 april van dit jaar heeft u ingestemd met het beleidsdocument Grote Windmolens. Bij de totstandkoming van dit beleidsdocument is ervan uitgegaan dat de concept-landelijke normen op 1 januari 2026 definitief zouden worden. In juni van dit jaar werd bekend dat de definitieve landelijke normen opnieuw uitgesteld zijn, in ieder geval tot 1 januari 2027.
De Provinciale Staten hebben in juli ingestemd met een eigen minimale afstandsnorm voor windturbines, twee keer de tiphoogte tot geluidsgevoelige objecten, zoals woningen. Het college van Gedeputeerde Staten moet dit nog verwerken in de provinciale regels. Wanneer een initiatiefnemer zich meldt voordat de landelijke normen definitief zijn, dan gaan wij hierover in overleg met het bevoegd gezag (provincie). Vraag 8: Is de initiatiefnemer verplicht samen te werken met een energiecoöperatie/energiegemeenschap? Antwoord: De initiatiefnemer is in principe niet verplicht om samen te werken met een energie coöperatie/energiegemeenschap. De verordening geeft aan dat lokaal eigendom gedefinieerd wordt als het juridisch en economisch bezitten van een installatie en de opwek die met die installatie wordt gerealiseerd door lokale partijen. Ze kunnen eventueel vertegenwoordigd zijn in een hernieuwbare energiegemeenschap. Het voldoen aan de inspanningsverplichting is ruimer gesteld. De verordening zegt hierover dat niet voldaan wordt aan de inspanningsverplichting als er o.a.: “er geen aantoonbaar contact is geweest met bestaande lokale partijen, energiegemeenschappen en organisaties die energiegemeenschappen ondersteunen”. Voor de initiatiefnemer is het echter wél van belang om met de energie coöperaties aan tafel te gaan.
De energie coöperaties spelen een belangrijke rol in de energietransitie binnen onze gemeente.
38022-2023:568970
2