antwoordmemo technische vragen CDA 08-02-2022 vvgb zonnepark zieuwent
Tekst van het document
MEMO Datum
: 7 februari 2022
Van
: Marieke Frank
Aan
: Fractie CDA
Afdeling
:
Zaaknummer
:
Onderwerp
: Beantwoording technische vragen zonnepark Zieuwent
Door de fractie CDA zijn een aantal vragen gesteld met betrekking tot de ontwerp Verklaring van geen bedenkingen voor het zonnepark Zieuwent. 1. Is het huidige netwerk wel klaar voor zo’n zonnepark? Kan het netwerk de spanningen wel aan van dit park en dan vooral de pieken tijdens de zonnige dagen. Het huidige netwerk is (nog) niet klaar voor het zonnepark. Liander werkt echter aan versterking van haar netwerk. Zij geven aan dat het knelpunt in Zieuwent wordt opgelost door de kabelcapaciteit van het distributienet in de omgeving te vergroten. Naar verwachting ronden ze dit gefaseerd tussen eind 2023 en eind 2024 af. Het zonnepark kan dan ook worden aangesloten. 2. Hoe is de aansluiting t.o.v. de wachttijden bij Alliander, is dit netwerk bij uitvoering wel op tijd aangesloten? Voor het zonnepark moet eerst een vergunning worden afgegeven, daarmee kan SDE++-subsidie worden aangevraagd. Volgens de voorschriften in de SDE++-regeling moet het zonnepark binnen 4 jaar na de datum van de SDE++-beschikking zijn gerealiseerd. Wanneer na toekenning van de SDE++ opdracht wordt gegeven aan Liander zal de netaansluiting ruim op tijd gerealiseerd kunnen worden. De planning voor de bouw van het zonnepark kan daarbij worden afgestemd op de planning van Liander. 3.
Heeft de initiatiefnemer al wel een bevestiging van Alliander dat er na de SDE beschikking geen netcongestie kan ontstaan op deze locatie? Deze bevestiging geeft Liander nooit. Een initiatiefnemer heeft pas zekerheid over het voor hem beschikbaar zijn van teruglevercapaciteit na ondertekenen van de opdracht aan Liander en ondertekening van de aansluiten transportovereenkomst. Dat is voor deze locatie (nog) niet gedaan, aangezien er nog geen vergunning is voor het mogen realiseren van het zonnepark. 4. Voldoet dit zonnepark straks wel aan het streven naar 50% lokaal eigendom en zeggenschap? Zonnig Zieuwent heeft hier maar beschikking over 400-500 panelen van de 4800 (dat is geen 50%) hoe zit dit? Bosch & van Rijn heeft in opdracht van gemeente Oost Gelre een beknopte evaluatie uitgevoerd van de intentieovereenkomst financiële participatie (versie 3.0, 07-10-2021) die is gesloten tussen de initiatiefnemers van het beoogde grondgebonden zonnepark Zieuwent en de lokale energiecoöperatie Zonnig Zieuwent. Citaat uit het rapport Bosch & van Rijn: Ons oordeel over de voorgenomen financiële participatie in zonnepark Zieuwent is, onder voorbehoud van de daadwerkelijke uitwerking, overwegend positief. Er is sprake van zuiver lokaal eigendom conform de definitie
van het Klimaatakkoord en de landelijke Monitor Participatie. Het verwachte aandeel lokaal eigendom is weliswaar beperkt vergeleken met de 50% waarnaar gestreefd wordt in het Klimaatakkoord, maar dit is niet uitzonderlijk. Zo leert de landelijke Monitor Participatie ons dat een lokaal eigendomsaandeel van 5-10% relatief vaak voorkomt bij zonneparken die met behulp van coöperaties zijn gerealiseerd onder de postcoderoos regeling (voorloper van de SCE). De gekozen invulling lijkt passend bij de mogelijkheden van een coöperatie als Zonnig Zieuwent, die zich doorgaans richt op dakgebonden zon-PV projecten. Zieuwent is een relatief klein dorp en het kan daardoor wellicht uitdagend zijn om voldoende deelnemers te werven binnen de postcoderoos. Daarnaast wordt opgemerkt dat de initiatiefnemers zich lijken in te spannen om de financiële participatie via de coöperatie te kunnen realiseren, bijvoorbeeld door de samenwerkingsovereenkomst tegen gunstige voorwaarden aan te gaan. Tenslotte tonen de initiatiefnemers hun ‘commitment’ aan de gemaakte financiële afspraken, getuige de bereidheid om deze afspraken te laten documenteren in een intentieovereenkomst die mag worden gedeeld met de gemeente. Ons advies is om de toe te passen vormen van financiële participatie tevens vast te leggen in een overeenkomst met het bevoegd gezag.
Dit kan ofwel in de anterieure overeenkomst (die altijd wordt gesloten bij het verlenen van een ruimtelijke toestemming indien geen exploitatieplan wordt opgesteld) ofwel in een separate participatieovereenkomst. Daarin zouden ook afspraken kunnen worden vastgelegd om de voorrang aan de initiatiefnemers bij het afnemen van certificaten van het coöperatieve deel van het zonnepark in te perken. Tenslotte wordt opgemerkt dat de in de intentieovereenkomst voorgestelde vorm van participatie uitvoerbaar is mits het zonnepark an sich technisch en financieel haalbaar blijkt en mits de coöperatie voldoende deelnemers weet te werven in de omgeving.
2