CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

antwoordmemo openstaande vragen NLog 23-01-2024 rpw 2024-2028

Gemeenteraad 6 februari 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Regionaal Programma Werklocaties 2024 - 2028842 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionaal Programma Werklocaties 2024 – 2028; Agendapunt 7 Raadscie. 23/1 Bij het opstellen van de kaders voor toekomstbestendige regionale economische structuur wordt voortborduurt op bestaande patronen. Natuurlijk is het belangrijk dat we ons inzetten voor het ontwikkelen van bedrijventerreinen. Vervangingsvraag, verplaatsingsvraag en nieuw vestiging van bedrijven, vragen ontwikkelingsruimte. Naast uitbreiding verdient inbreiding ook aandacht. Tevens is afstemming met de regio verstandig. We missen bij dit RPW het beleidsdocument buitengebied, welke nog in de maak is. 1. Vraag: Wanneer kunnen we die verwachten? Antwoord: Het programma voor het landelijk gebied is nagenoeg klaar. Deze zal globaal in de raadswerkgroep van 30 januari worden gepresenteerd en daarna door het college worden vastgesteld. In het programma is opgenomen dat het VAB-beleid komend half jaar geëvalueerd gaat worden en dat we daarna een herziening daarvan gaan opstellen. Ten aanzien van de relatie met het RPW is het niet de verwachting dat VAB-werklocaties invloed gaan hebben op de programmering. Het gaat om relatief kleine oppervlakten. Daarnaast constateren wij dat er in de afgelopen jaren niet of nauwelijks animo was voor omzetten naar werken. Dit neemt niet weg dat wij leegkomende agrarische bebouwing wel kunnen zien als broedplaats voor toekomstige bedrijven. Daarmee vervult het zeker een functie.

Zolang we niet weten wat er in het buitengebied aan niet-agrarische bedrijvigheid wordt toegestaan, kunnen we niet goed inschatten wat de uitbreidingsbehoefte van de bedrijventerreinen is. Bij het vaststellen van de Omgevingsvisie is er een amendement aangenomen voor ruimere kaders voor VAB’s. 2. Hoe verhoudt argument 1.2 in dit raadsvoorstel zich met het zojuist geschetste gegeven? Argument 2 luidt: 1.2 Het geeft een langjarige ontwikkelrichting aan Het ontwikkelen van bedrijventerreinen is een langjarig proces en dat betekent dat het van belang is om ook een langjarig beleid te hebben. Het nieuwe RPW geeft dat beeld, omdat het binnen bandbreedtes voor de hele regio en per gemeente aangeeft wat het toekomstbeeld is tot en met 2030 en voorzichtig al tot en met 2040. Op basis daarvan kunnen gemeenten hun lokale langjarige ontwikkeling onderbouwen en uitvoeren. Antwoord: Het RPW heeft een looptijd van 4 jaar en wordt tussentijds een aantal keren gemonitord. Zoals u in antwoord 1 en 4 kunt lezen heeft het RPW betrekking op de ontwikkeling van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. De verwachte ontwikkelingen en mogelijkheden voor niet agrarische bedrijvigheid in het buitengebied zullen qua oppervlak relatief beperkt zijn en niet de omvang krijgen van een nieuw bedrijventerrein.

We spreken van een bedrijventerrein wanneer we het over een substantieel oppervlak (enkele hectares) hebben en veelal meerdere bedrijven gaat huisvesten met de daarop afgestemde infrastructuur en ruimtelijke inrichting. Mocht in de komende jaren blijken dat er toch anderszins grootschalige ontwikkelingen in het buitengebied plaatsvinden zullen die worden opgemerkt in de tussentijdse monitormomenten en een plek krijgen in de cijfermatige onderbouwing van een volgend RPW. (2027 ev).

Wij van de Nieuwe Liberalen zouden graag een totaal geïntegreerde aanpak zien. De wethouder noemde dit afgelopen woensdag ook bij de presentatie van de Economische Agenda, waar dit RPW onderdeel van is. Belangrijke kenmerken van de Economische Agenda; Uitvoering van ambities en wensen. Met focus op optimaal gebruik van beschikbare middelen. De spijker op z’n kop. Hergebruik van VAB’s voor nieuwe economische bedrijvigheid past perfect in dit plaatje. Gemeente Oost Gelre is bezig, zo lezen we op blz. 21 van dit RPW. Er wordt onderzocht welke kansen er voor niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied liggen. We vinden dit echter niet terug in de actielijst van gemeente Oost Gelre op blz. 45. 2. Vraag: Wanneer komt het college met ruimere kaders voor VAB’s? Antwoord: zie antwoord 1.

4. En waarom wordt hier niet over nagedacht bij het opstellen van dit RPW? Transitie in de landbouw speelt immers in de hele regio. We realiseren ons dat het buitengebied belangrijke economische dragers huisvest en belangrijk is voor onze economie. We herkennen ook de transitie die gaande is en het aantal agrarische ondernemers zal afnemen. Ook zien we dat hierdoor de leefbaarheid van het buitengebied onder druk komt te staan. We zijn dan ook met NLOG van mening dat het belangrijk is op te onderzoeken welke nieuwe mogelijkheden het buitengebied met de daarin vrijkomende agrarische bebouwing biedt op het gebied van economische ontwikkeling. Het RPW richt zich op de bedrijventerreinen, bestaand en nieuw. Het ligt niet in de lijn der verwachtingen om in het buitengebied, op vrijkomende agrarische locaties, geheel nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen. Wat meer kleinschalige bedrijvigheid, passend in de omgeving en bij de ontsluiting van het gebied is denkbaar maar dit zal niet op schaal van een bedrijventerrein zijn.

Met het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen offeren we buitengebied op. Terwijl het buitengebied zelf, juist ook nieuwe economische dragers zoekt. Daar komt nog eens bij dat we momenteel ook met een ernstige netcongestie zitten bij nieuwe panden. Résumé: Het is de kunst dat we bij de uitvoering van dit RPW met elkaar een nieuwe balans weten te vinden tussen economie, sociale samenhang en duurzaamheid. Waarbij we de leefbaarheid van zowel de bebouwde kom, als het buitengebied centraal stellen.

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13743860/1