antwoordmemo openstaande vragen 20-06-2023 programmabegroting regio achterhoek 2024
Tekst van het document
MEMO Datum
: 26 juni 2023
Van
: burgemeester Bronsvoort
Aan
: raad
Zaaknummer
: 22199-2023
Onderwerp
: Regio Achterhoek programmabegroting 2024 en jaarstukken 2022, vragen LBog en NLog
Tijdens de behandeling van het raadsvoorstel over de programmabegroting 2024 en de jaarstukken 2022 van Regio Achterhoek hebben de fracties LBog en NLog enkele vragen gesteld. Met deze memo wil ik deze vragen graag beantwoorden. 1. De fractie LBog vraagt om een toelichting op de volgende tekst onder argument 1.7: “Wel ontstaat er mogelijk als gevolg van de inzet van het investeringsfonds als cofinanciering voor projecten een extra financieringsbehoefte, aangezien de activa grotendeels uit de nog uitstaande personeelshypotheken bestaan.” Om deze zinsnede goed te kunnen duiden, gaan we eerst in op het investeringsfonds zelf. Daarna zullen we de relatie met de activa van Regio Achterhoek toelichten. Het investeringsfonds is een bestemmingsreserve die gevormd is bij de besluitvorming over de doorontwikkeling van de regionale samenwerking in 2018. Van het investeringsfonds wordt jaarlijks € 150.000 ingezet als werkbudget voor de thematafels (€ 25.000 per tafel) en € 100.000 voor de Achterhoek Board. Daarnaast is € 100.000 beschikbaar als jaarlijks budget voor kleinere initiatieven. De overige middelen kunnen worden ingezet als (co)financiering voor projecten. Het investeringsfonds wordt in principe gevoed met beschikbare incidentele middelen, met provinciale middelen vanuit de gebiedsopgave, en zo mogelijk met een voordelig jaarsaldo van Regio Achterhoek (tot max. € 130.000).
De provinciale bijdrage aan het investeringsfonds komt echter vanaf 2024 te vervallen. Tevens komen er vanuit de Regio Deal geen middelen meer voor cofinanciering van projecten. Dat heeft tot gevolg dat in plaats daarvan het investeringsfonds vaker aangesproken zal worden voor cofinanciering van projecten die passen binnen de strategie om de Achterhoek Visie 2030 te realiseren. Regio Achterhoek heeft diverse activa op de balans staan. De activa van Regio Achterhoek bestaan grotendeels uit personeelshypotheken. Dit waren hypotheken onder gunstige voorwaarden die Regio Achterhoek tot 2009 mocht verstrekken aan medewerkers. Vanaf 2009 zijn dergelijke hypotheken niet meer mogelijk, maar bestaande hypotheken lopen wel door tot het einde van de contractduur. De financiering van de hypotheken geschiedt nu nog intern. Dat betekent dat eerst het eigen vermogen aangesproken wordt, oftewel de algemene en bestemmingsreserves. Daarna wordt gekeken naar vreemd vermogen, oftewel voorzieningen en langlopende schulden. De substantiële middelen in de reserves omvatten voornamelijk het investeringsfonds. Deze middelen zijn echter in principe bedoeld voor cofinanciering voor projecten - zeker mede gelet op bovengenoemde ontwikkeling - en niet per se voor de financiering van de nog lopende hypotheken.
Aangezien de hypotheken niet direct contant kunnen worden gemaakt, zou daar dan eventueel een geldlening voor moeten worden aangetrokken. Hiermee wordt de mogelijk extra financieringsbehoefte bedoeld. Deze financieringsbehoefte bedraagt op dit moment nog maximaal € 605.000, op basis van de stand van de hypotheken op 31 december 2022. Door de vele aflossingen op hypotheken wordt dit bedrag, en daarmee ook de financieringsbehoefte, evenwel alsmaar lager.
2. De fractie NLog wijst op de gestegen personeelskosten tussen 2022 en 2024 en vraagt om een verklaring hiervoor. In de programmabegroting worden de volgende personele loonsommen genoemd: 2022: 2023: 2024:
€ 1.719.000 (jaarrekening 2022) € 1.899.000 (programmabegroting 2023) € 1.998.000 (programmabegroting 2024)
Dit overzicht suggereert een forse stijging van € 279.000. Dit bedrag wordt echter vertekend doordat Regio Achterhoek in 2022 een lagere werkelijke formatie had dan vooraf was geraamd, als gevolg van niet-ingevulde vacatureruimte (17,91 fte ten opzichte van 19.75 fte). In de programmabegrotingen van 2023 en 2024 is Regio Achterhoek wederom uitgegaan van dezelfde formatie, oftewel 19.75 fte, omdat het de bedoeling blijft de vacatureruimte volledig te benutten. Wel is er vanzelfsprekend rekening gehouden met loonindexatie. Als we daarvan uitgaan en van de geraamde loonsommen die gebaseerd zijn op 19,75 fte, blijkt dat de loonstijging tussen 2022 en 2024 beperkt blijft tot € 140.000: 2022: 2023: 2024:
€ 1.858.000 (programmabegroting 2022) € 1.899.000 (programmabegroting 2023) ≈ + 2,3% loonindex € 1.998.000 (programmabegroting 2024) ≈ + 5,2% loonindex
2