CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

antwoordmemo openstaande vragen 08-11-2022 vvgb oude borculoseweg 5

Gemeenteraad 22 november 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Oude Borculoseweg 5 Groenlo3.883 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN

Betreft de raadsvergadering d.d. 8-11-2022 Agendapunt 7 Ontwerp vvgb omgevingsvergunning Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Agendapunt

:

Fractie

: OLW (Onafhankelijke Lijst Wallerbos)

Vragen: Algemene opmerking: Veel van onderstaande vragen hebben betrekking op de omgevingsvergunning/ Wnb-vergunning. Provincie Gelderland is hiervoor bevoegd gezag. Bij de beantwoording van de vragen is afstemming geweest met de ORDA en ODRN. Er zijn antwoorden gegeven op gestelde vragen. 1.

Lokale ondernemer? - Klopt het dat de boer op deze locatie in feite zetbaas is (geworden) en het bedrijf (op-) gekocht / in handen is van een stalbouwer van buiten Oost Gelre?

Antwoord: Het bedrijf is een Besloten Vennootschap, Ottink Vleeskalveren en Mestverwerking B.V. Het bedrijf Wopereis Groep is eigenaar van Ottink. Wopereis is een onderneming in onder meer Agri, Utiliteitsbouw en Food Systems. De heer Ottink is bedrijfsleider voor de mestverwerking, zijn zoon voor de vleeskalveren. - Welke soort mest wordt hier verwerkt in welke volumepercentages (kalvermest oa?) en zijn de mestleveranciers lokale ondernemers in Oost Gelre? Of daarbuiten? Antwoord: Naast kalvermest wordt ook varkensmest verwerkt van andere veehouders uit de buurt. In de huidige situatie wordt mest verwerkt van veehouders binnen een straal van 20 km van het bedrijf. In de mestverwerkingsinstallatie wordt ca 20% eigen mest verwerkt en 80% van derden. 2.

Deze mestscheider heeft de afgelopen jaren de nodige problemen, overlast en onrust gegeven in de buurt en op Laarberg. Van nachtelijke geluidsoverlast, mestvervuiling in sloten tot uitslaande brand in de installatie. We willen in een overzicht zien de top 10 aan problemen die er geweest zijn, hoe deze zijn opgelost, welke boetes/sancties er zijn uitgedeeld en of er nog open einden zijn.

Antwoord: In bovengenoemde vraag worden de volgende problemen/ overlast beschreven. • Geluidsoverlast: GS is niet bekend met geluidsoverlast veroorzaakt door de mestverwerkingsintallatie. Circa twee keer per jaar worden kalveren geladen die afgevoerd worden naar de slachterij. Het bedrijf heeft geen invloed op het tijdstip waarop de kalveren worden opgehaald. Als kalveren ’s nachts worden geladen kan leiden tot geluidsuitstoot. Of hierbij de geluidsnormen op de woningen worden overschreden is onbekend. • Brand in de installatie: Dit was een noodlottig bedrijfsincident, niet veroorzaakt door nalatigheid. • Mestvervuiling in sloten: Ottink veroorzaakt geen mestvervuiling in sloten. Het effluent uit de mestverwerkingsinstallatie wordt afgevoerd via de riolering. De dikke fractie, het product, wordt als meststof verkocht. Op 11 mei 2020 is een mogelijke verontreiniging in de sloot aan de openbare weg aangetroffen. Hier is onderzoek naar gedaan. Geconstateerd is dat deze verontreiniging niet veroorzaakt is door Ottink. De oorzaak is onbekend. Op 11 juni 2020 heeft een ongewoon voorval binnen het bedrijf plaatsgevonden. Hierbij is kalvermest in de sloot terecht gekomen. De sloot is door het bedrijf gereinigd. Hierop hebben het Waterschap Rijn en IJssel en de omgevingsdienst toegezien.

TECHNISCHE VRAGEN

In februari 2020 is door GS een last onder dwangsom opgelegd. Deze had betrekking op 14 tekortkomingen. In maart 2020 is geconstateerd dat 12 tekortkomingen opgelost waren. Er waren toen nog 2 openstaande tekortkomingen: de ijzerchloridetank moest nog worden vervangen, dit is inmiddels uitgevoerd. Voor de laatste openstaande tekortkoming is de last ingetrokken. Op dit moment wordt door GS/ Waterschap Rijn en IJssel intensief toegezien op de samenstelling van het effluent van de mestverwerkingsinstallatie. 3.

Op de hoek Vrakkingweg/Oude Borculose weg staat (opnieuw) een grote pomp installatie van het WRIJ. In het verleden meermaals nodig geweest om de door BEDRIJF veroorzaakte rioolvervuiling op te lossen. Kunt u bevestigen dat het huidige rioolprobleem opnieuw veroorzaakt wordt door een fout in de bedrijfsvoering van BEDRIJF? Wanneer kan de pomp weer weg?

Antwoord: Op de hoek van de Vrakkingweg/Oude Borculoseweg staat een tijdelijke installatie (bemonsteringskast) om de vergunde lozing van effluent uit de mestverwerking te kunnen bemonsteren. In de omgevingsvergunning zijn normen opgenomen voor de samenstelling van het afvalwater. In oktober/ november 2021 is geconstateerd dat het afvalwater van Ottink Vleeskalveren en Mestverwerking BV niet voldoet aan de lozingsnormen uit de omgevingsvergunning. Daarom is op 31 mei 2022 een last onder bestuursdwang opgelegd voor de meest kritische afvalwaterparameters. Op 15 september 2022 is een last onder dwangsom opgelegd voor de overige afvalwaterparameters. Met de installatie van de bemonsteringskast op de hoek van de Vrakkingweg/Oude Borculoseweg wordt de samenstelling van het afvalwater dit jaar gedurende een aantal weken gecontroleerd. Voldoet het afvalwater niet aan de gestelde normen, dan is het aan GS om handhavend op te treden. 4.

In het ontwerp omgevingsvergunning wordt vermeld dat bedrijf in de loop van 2021 zijn productieproces heeft aangepast. Daarbij waren (milieu) risico’s e.d. op voorhand niet in kaart gebracht. Hoe kan het dat BEDRIJF zonder vergunning een fundamentele wijziging aanbrengt in zijn productieproces? Ben u het eens met het verontrustende beeld dat de buurt heeft, namelijk dat BEDRIJF eerst maar wat illegaals doet, deels ook nog experimenteel, en daarna pas over gaat tot denken over een vergunningsaanvraag/legalisering?

Antwoord: Het bedrijf heeft een verleden en het is zaak dat geconstateerde problemen door het bedrijf worden opgelost, nieuwe problemen worden voorkomen en dat het bedrijf zich aan wet- en regelgeving en de voorschriften in de vergunning houdt. Op dit moment wordt de aanvraag voor een vergunning getoetst aan de wet- en regelgeving die geldt voor dergelijke installaties. GS is hiervoor bevoegd gezag. Het bedrijf heeft verschillende onderzoeken moeten doen om aan te tonen aan de vereisten te kunnen voldoen. 5.

Kunt u zich voorstellen dat de buurt, na alle overlast van de afgelopen jaren, zich grote zorgen maakt als ze lezen dat BEDRIJF ook een ‘proefinstallatie voor het bewerken van afvalwater’ in gebruik mag gaan nemen, gezien alle negatieve ervaringen in het verleden?

Antwoord: Het bedrijf heeft een verleden en het is zaak dat geconstateerde problemen door het bedrijf worden opgelost en dat het bedrijf zich aan wet- en regelgeving en de voorschriften in de vergunning. houdt. Eén van voorwaarden die op 11 juni 2017 zijn verbonden aan de toen afgegeven verklaring van geen bedenkingen is: “legalisatie van de bestaande situatie zoals deze is aangevraagd inde omgevingsvergunning Wabo inclusief de proefinstallatie voor het bewerken van afvalwater”. Er ligt nu een andere vergunningaanvraag voor waarin geen proefinstallatie is aangevraagd.

TECHNISCHE VRAGEN

6.

Uit de ontwerp omgevingsvergunning wordt niet duidelijk dat er ook een aangepaste natuurvergunningsaanvraag is ingediend. Ervaring leert dat op dit moment verlenen van natuurvergunning uiterst moeizaam verloopt. Kunt u bevestigen dat er op dit moment voor BEDRIJF ook een natuur-vergunningsaanvraag loopt en deze los staat van beoordeling Wabo vergunning?

Antwoord: Het bedrijf heeft een geldige Natuurwetvergunning (Wnb). Er loopt geen aparte vergunningprocedure. 7.

Op 9 november staat er een overleg gepland tussen buurt, omgevingsdienst en BEDRIJF. Hoe gaat het College de uitkomst van dit overleg meenemen in het besluitvormings-traject?

Antwoord: De gemeente Oost Gelre is verantwoordelijk voor het ruimtelijk beleid. De provincie Gelderland is bevoegd gezag voor de milieu- en natuurvergunning (Wabo en Wnb). En het Waterschap Rijn IJssel voor de Waterwetvergunning. De informatiebijeenkomst is georganiseerd om omwonenden te informeren en vragen te beantwoorden over de stand van zaken in het vergunningen proces.

TECHNISCHE VRAGEN

VERSLAG INFORMATIEAVOND VEEHOUDERIJ OTTINK 9.11.22 Locatie: Mattelier, Groenlo Aanwezig: 14 omwonenden, eigenaar bedrijf Ottink en bedrijfsleider, adviseur van het bedrijf, medewerker ODRN en twee medewerkers ODRA alsmede twee medewerkers gemeente Oost Gelre. Avondvoorzitter: communicatieadviseur ODRA Opening en welkom De avondvoorzitter heet alle aanwezigen van harte welkom. Het is de tweede keer dat omwonenden worden bijgepraat over de ontwikkelingen bij veehouderij Ottink. Tijdens deze informatiebijeenkomst is vooral gelegenheid voor stellen en beantwoorden van vragen en suggesties. Stand van zaken vergunningverlening (toelichting van een schema) •

•

•

• •

Tijdens de vergadering is een schema uitgedeeld dat de stand van zaken in het vergunningenproces weergeeft. Dit schema is als bijlage toegevoegd. Het eerstkomende moment in het proces is 22 november, dan staat op de agenda van de gemeenteraad een besluit over een Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) voor het afwijken van het bestemmingsplan en de aanleg van een toegangsweg. In het verleden zijn verschillende vergunningen verleend aan veehouderij Ottink. In 2019 constateert de omgevingsdienst dat de mestverwerkingsinstallatie voor een deel buiten het bouwvlak is geplaatst. Met het besluit van de raad over de VVGB wordt dit hersteld. Het bedrijf Ottink wil zijn mestverwerking (scheiden dik-dun) uitbreiden met een tweede stap, hygiëniseren (ontdoen van mogelijke ziektekiemen) van de dikke fractie van de mest. De bouw van deze installatie laat nog even op zich wachten. De hygiënisatie-installatie wordt overkapt en aangesloten op een luchtwasser om ervoor te zorgen dat de uitstoot van stikstof niet stijgt en deze activiteiten binnen de bestaande Wnb-vergunning vallen. Bij de aanvraag van vergunningen zijn meerdere instanties betrokken. De NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) ziet toe op de kwaliteit van de mest en ook de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft een adviesrol.

Eerste ronde: gelegenheid voor stellen en beantwoorden van vragen Eén van de omwonenden vraagt of er ook wordt nagedacht is over verspreiding van ziektekiemen? Binnen het bedrijf wordt mest aangevoerd van verschillende bedrijven. Bij varkenspest wordt alle transport stilgelegd. Maar niet bij alle ziektes. Zo is er een zeer besmettelijk Pet-virus. Dat kan zich verspreiden naar het bedrijf van de buren. •

•

•

De adviseur van het bedrijf legt uit dat de mest die gebracht wordt in silo’s met onderdruk wordt opgeslagen. Van daaruit wordt de mest in het mestverwerkingsproces (de ‘biologie’) gebracht. Dat is een proces met bacteriën. De mest wordt gescheiden in dik en dun. De dunne fractie (effluent) wordt geloosd op de riolering. De dikke fractie, de meststof, wordt verkocht. De mestverwerkingsstap (biologie) ontdoet de mest van geur, ammoniak en fijnstof en eventuele ziektekiemen. De bedrijfsleider vult aan: In 2019 is onderzoek gedaan door het ministerie van Landbouw. De resultaten staan vermeld in het onderzoeksrapport 1286 van de WUR en is ook te vinden Dit rapport is hier te vinden https://edepot.wur.nl/531067 Door de gezondheidsdienst voor dieren is onderzoek gedaan naar de mestopslagplaat en de afstand tot dichtstbijzijnde woning naar aanleiding van zorgen omtrent de (te) korte afstand tot de mestplaat. Deze informatie heeft de medewerker van de ODRN. Deze informatie wordt nagestuurd.

•

Wat gezondheid betreft: hiervoor is een EU-norm. 30 eenheden op 50 of 100 meter afstand. Bij Ottink zijn deze waarden alleen óp de tanks gevonden. Op afstand niet.

Net is aangegeven dat het mestverwerkingsproces niet stinkt. Hoe kan het dan toch soms stinken? •

•

Het bedrijf is niet alleen een mestverwerker maar hout ook kalveren. Dat brengt een ‘plattelandsgeur’ met zich mee. De geur komt niet uit de mestverwerkingsinstallatie. Omwonenden worden uitgenodigd om te komen kijken/ruiken. Naar verhouding komt er veel geur uit de stallen en minder uit de mestverwerking. Er is altijd sprake van een restgeur.

De plattegrond is de ruimtelijke onderbouwing is te klein en daardoor niet leesbaar. •

•

De medewerker van de gemeente geeft aan dat de ontwerp Vvgb voor de omgevingsvergunning na positieve besluitvorming door de Raad digitaal ter inzage komt te liggen. Dan is het ook mogelijk om de in de ruimtelijke onderbouwing opgenomen tekeningen digitaal te vergroten. Deze digitale versie is ook leidend. In de koffiepauze hebben de aanwezigen gebogen over de tekeningen kennis kunnen nemen van de plannen zoals die op tekening staan. Bij bespreking blijkt de tekening van toegangsweg niet helemaal te kloppen. Dit wordt aangepast.

Hoe is de situatie nu en hoe straks? Wat verandert er? Wat verandert er in de bedrijfsvoering? •

•

Bebouwing die er nu staat blijft staan. De hoeveelheid te verwerken mest blijft gelijk. Met deze vergunning (VVGB) worden afwijkingen ten opzichte van bestemmingsplan gelegaliseerd. Nieuw is de hygiënisatie-installatie. Hierin zal de dikke fractie worden verhit, en daarmee gehygiëniseerd (ontdoen van mogelijke ziektekiemen). Deze stap is noodzakelijk om de meststof naar het buitenland te kunnen afvoeren. Verwarming zal plaatsvinden met de biomassakachel, die wordt gestookt met houtpallets en niet (meer) met houtsnippers. Binnen het bouwvlak wordt een overkapping gerealiseerd, waarin hygiënisatie en mest/slibontwatering plaatsvinden. Afgezogen lucht wordt door een luchtwasser geleid en vervolgens weer in de mestverwerkingsinstallatie gebracht.

Eén van omwonenden spreekt zorg uit over biomassakachel: in het verleden was er sprake van dikke rook. •

Volgens de bedrijfsleider werd dit veroorzaakt door een niet goed werkende sensor. Voortaan zal de biomassakachel gestookt worden middels houtpallets en niet met houtsnippers.

Eén van omwonenden gaf aan in het verleden geluidsoverlast te ondervinden van lawaai van de ventilatoren van de biomassakachel. Tweede ronde: gelegenheid voor het stellen en beantwoorden van vragen Bij het laden van kalveren is er sprake van geluidsoverlast. Is hier wat aan te doen? •

• • •

Dit verandert niet. Het transport van kalveren blijft hetzelfde en is afgestemd op de logistiek van het slachtproces. Planning voor laden en lossen wordt extern bepaald. Laden van de kalveren is daarmee afhankelijk van de planning van de slachterijen. Laden van kalveren vindt ongeveer 2 keer per jaar plaats. De eigenaar van het bedrijf zegt toe de buurt te infomeren, een week van tevoren, als kalveren gelost of geladen worden. Hij heeft geen invloed op de tijdstippen. Het is in vergunningen vrij gebruikelijk dat een bedrijf de geluidsnormen een aantal keer per jaar mag overschrijden. In de nieuwe vergunning wordt hiervoor naar verwachting een voorschrift opgenomen. Toegangsweg die wordt aangelegd is bedoeld voor aan- en afvoer van mest. Dit transport vindt dagelijks overdag plaats.

Twee jaar geleden zijn 14 overtredingen geconstateerd. Zijn deze blijvend afgehandeld? •

12 overtredingen waren snel opgelost. De laatste twee gingen over vervanging van de ijzerchloride tank (tankcertificaten zijn in augustus 2021 goedgekeurd). Ten aanzien van de mestplaat is besloten

(na onderzoek van de Gezondheidsdienst voor Dieren) om de dwangsom op dit punt in te trekken. In de nieuwe omgevingsvergunning worden hiervoor aanvullende voorwaarden opgenomen. Wordt er effluent (afvalwater) van de mestverwerkingsinstallatie op oppervlaktewater geloosd? •

Nee, er wordt geen afvalwater op het oppervlaktewater geloosd. Het effluent van de mestverwerkingsinstallatie wordt in de gemeentelijke riolering geloosd. Via de riolering wordt het water afgevoerd naar de RWZI van Winterswijk (rioolwaterzuivering). In de omgevingsvergunning staan normen waaraan het afvalwater moet voldoen. Er loopt een handhavingstraject om ervoor te zorgen dat het afvalwater aan de lozingseisen voldoet. Hierop wordt streng gecontroleerd.

Is het gezien de uitstoot van stikstof door de kalverstallen niet verstandig om het bedrijf uit te kopen of in ieder geval af te wachten? •

Er ligt een vraag van een ondernemer, een vergunningaanvraag. Hierop moeten wij (gemeente VVGB, provincie/ODRA/ODRN vergunningen milieu) op antwoorden. Los van allerlei andere ontwikkelingen.

Rondvraag en afsluiting van deze informatiebijeenkomst • •

•

Voorzitter sluit de vergadering af met de vraag of iedereen nu weet wat hij/zij wilde weten. Aanwezigen knikken instemmend. De bedrijfsleider uit zijn ongenoegen over de geruchten en verdachtmakingen aan zijn adres. Dit is vervelend. Mei 2022 is het bedrijf Ottink door de rechtbank in Zutphen vrijgesproken op alle punten, behalve dat op één dag te veel effluent is geloosd op de riolering. In mei 2020 is een verontreiniging aangetroffen in de sloot bij de openbare weg. Dit is onderzocht, maar dit was niet afkomstig van het bedrijf Ottink. Herkomst is onbekend. Voorzitter breekt in: het bedrijf loopt nu goed, maar heeft last van geruchten. Daarom is deze avond. Dat je elkaar kent en vragen stelt en elkaar opzoekt als iets niet zint. Aanwezigen worden uitgenodigd om bij vragen langs te komen bij het bedrijf.

Toezeggingen In 2019 is er een onderzoek uitgevoerd door het ministerie van Landbouw. De resultaten staan vermeld in het onderzoeksrapport 1286 van de WUR. Dit rapport is hier te vinden https://edepot.wur.nl/531067 De gezondheidsdienst voor dieren is om advies gevraagd over de vergunningaanvraag van het bedrijf Ottink naar aanleiding van de te korte afstand tot de mestplaat. Deze informatie wordt opgestuurd. Aangegeven is dat de plattegrond is de ruimtelijke onderbouwing te klein en daardoor niet leesbaar is. Zodra de gemeenteraad een Ontwerpverklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven, komt deze ter inzage te liggen. Dat gebeurt digitaal op landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. De tekening die daarbij geplaatst wordt, is op het beeldscherm te vergroten. Dit is de plattegrond waar we formeel van uitgaan. Bij bespreking blijkt de tekening van toegangsweg niet helemaal te kloppen. Dit is inmiddels aangepast. De buurt wordt voortaan vooraf op de hoogte stellen van dagen dat kalveren worden geladen als dit plaatsvindt in avond/ nachtperiode.

Geachte heer Willem Willemsen, Onlangs heeft u mij benaderd met een vraag naar aanleiding van een informatiebijeenkomst met de omgeving van het bedrijf Mts. Ottink, Oude Borculoseweg 5 te Groenlo. Mts. Ottink is een kalverenhouderij met een bestaande mestverwerking. In de directe omgeving van Mts. Ottink zijn varkenshouderijen gelegen. Recent heeft Mts. Ottink een aanpassing van de mestverwerkingsinstallatie aangevraagd. Aangezien de aangevoerde mest deels die uit de eigen veehouderij, maar ook gedeeltelijk uit vleesvarkens- en kalverenhouderijen uit de regio betreft, zijn er mogelijk risico’s voor de agrarische bedrijven in de omgeving. De naaste buurman van Mts. Ottink (Clemens Ottink, Oude Borculoseweg 7) heeft een varkensbedrijf en deze ondernemer heeft zorgen omtrent de diergezondheid op zijn bedrijf in relatie tot het initiatief van Mts. Ottink. Naar aanleiding hiervan heeft u mij gevraagd om een inschatting te maken van de gezondheidsrisico’s voor varkens ingeval op korte afstand van de stal mest verwerkt wordt van andere (varkens)bedrijven. De afstand tussen de betreffende varkensstal en een sleufsilo waarin de te verwerken mest (tijdelijk) wordt opgeslagen bedraagt, zo begreep ik, minder dan 50 meter.

Op basis van wat in de literatuur bekend is, kan ik daar het volgende over stellen: In mest van varkens kunnen zeer veel verschillende ziekteverwekkers (pathogenen) voorkomen. Dat betreft vooral virussen en bacteriën, maar ook maagdarmparasieten (zie de tabel). Ik heb me in dit verband gericht op in Nederland voorkomende en relevante ziekteverwekkers. Als een ziekteverwekker vrijwel overal voorkomt, kunnen veel dieren daartegen afweer (immuniteit) opbouwen. Ook bestaan er vaccins waarmee immuniteit tegen ziekteverwekkers kan worden gestimuleerd. Desondanks kunnen varkens door introductie van ziekteverwekkers die reeds op het eigen bedrijf voorkomen, alsnog ziek worden. Bijvoorbeeld doordat sprake is van een ander subtype van de betreffende ziekteverwekker of indien een vaccinatie onvoldoende effectief is. Met andere woorden: de herintroductie van een ziekteverwekker op een varkensbedrijf waar die ziekteverwekker al aanwezig is, kan toch tot ziektekundige klachten leiden. De vraag is vervolgens of het mogelijk is dat ziekteverwekkers vanuit een mestopslag daadwerkelijk bij de naburige dieren kunnen geraken. Dat hangt sterk af van de eigenschappen van de ziekteverwekker en van omstandigheden ter plaatse. Verspreiding van ziekteverwekkers vanuit mest via de lucht is niet zeer waarschijnlijk.

Tenzij bijvoorbeeld een (zojuist geleegde) mestsilo met een hogedrukspuit wordt schoongespoten en resten mest inclusief ziekteverwekkers worden ‘verneveld’ in de omgeving tot in de naburige stal. Dit was in Nederland tijdens de varkenspestepidemie van 1997 één van de manieren waarop het varkenspestvirus is verspreid tussen naburige varkensbedrijven. Ander voorbeeld: uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat als twee varkensbedrijven op minder dan 120 meter afstand van elkaar staan, het PRRS-virus probleemloos vanuit de ene stal via de lucht in de andere kan komen. Dat kan alleen voorkomen worden door het gebruik van (kostbare) virusfilters bij de luchtinlaat van de stallen. Een groter infectierisico is gelegen in de verspreiding van ziekteverwekkers door (on)gedierte zoals muizen, ratten, vogels en insecten. Als die in contact zijn geweest met mest (waarin ziekteverwekkers) en vervolgens in de stal met de varkens komen, is de kans op besmetting

aanwezig. Bij bepaalde ziekteverwekkers is een zeer lage dosis al ziekmakend (bijv. PED-virus). De kans op een dergelijke overdracht is daarbij sterk gecorreleerd aan de afstand tussen mestopslag en varkensstal. Een varkensstal effectief afsluiten voor vogels lukt in de meeste gevallen nog wel, maar voor muizen en insecten zal dat in de praktijk niet meevallen. Een mestopslag in dit opzicht effectief afsluiten, zal in de praktijk evenmin een eenvoudige opgave zijn. Als de mest eenmaal bewerkt (gedroogd) is, zal het risico op aanwezigheid en dus verspreiding van ziekteverwekkers naar alle waarschijnlijkheid substantieel zijn gereduceerd, zeker als de temperatuur tijdens het drogen voldoende hoog is (>70oC tot in de kern). Maar zoals in de tabel is aangegeven, zal dat niet voor alle ziekteverwekkers gelden. Vooral bij de aanvoer van nieuwe voorraden mest is de kans aanzienlijk dat zich daarin ziekteverwekkers bevinden en dat die zich dus kunnen verspreiden naar de omgeving. Varkenspathogenen in mest Enkele belangrijke pathogene virussen, bacteriën en parasieten die in varkensmest voorkomen: gevoelig voor4: Virus relevantie1 prevalentie2 overleven in mest3 desinfect. hitte Parvovirus (PPV) **** 100% maanden nee > 90o Circovirus (PCV2) **** 90% zeer lang nee >70o PED-virus PRRS-virus Enterovirus (PTV/PEV) EMCV Rotavirus Bacterie Salmonella

*** **** *** * ***

<5% 80% 90-100% 25% 90-100%

0 - 8 weken 1 - 30 dagen maanden maanden maanden

ja ja nee nee nee

ja ja nee nee nee

zoönose

25-60%

ja

ja

E. coli

****

afh. type

21oC: 95-190 dagen drijfmest 10oC: 140 dagen lang25oC: 4 – 12 weken

ja

ja

Clostridium spp. Lawsonia intracellularis E. rhusiopathiae

** **** **

tot 100% 50-100% variabel

nee ja ja

nee ja ja

Mycobacterium avium Streptococcus spp. Brachyspira spp. Parasiet: wormeieren cryptosporidium

* **** ***

<2% 90-100% <10%

sporenvormend 2 weken 35oC: 7 weken 4oC: 6 maanden zeer lang 10-100 dagen 0 - 7 weken

nee ja ja

nee ja ja

*** *

hoog ?

jaren 4oC: 12 weken

nee

nee >55oC

1) Relevantie: 2) Prevalentie: 3) Overleven in mest: 4) Gevoeligheid:

inschatting hoe belangrijk de ziekteverwekker is voor varkens het geschatte voorkomen van de ziekteverwekker bij Nederlandse varkens in de literatuur vermelde overlevingsduur van ziekteverwekkers in varkensmest voor desinfectantia resp. voor hoge temperaturen.

Toelichting: De overleving van virussen buiten het varken is sterk afhankelijk van het type virus. Virussen met een envelop / omhulsel overleven minder makkelijk en zijn veel gevoeliger voor desinfectiemiddelen. Veel virussen zijn goed bestand tegen hoge temperaturen. De overleving van bacteriën in mest is sterk gecorreleerd aan de temperatuur. Bij een hoge temperatuur zullen de meeste bacteriën niet overleven. Bacteriën die sporen kunnen vormen overleven soms jaren buiten het varken. Ook parasitaire darmpathogenen kunnen lang overleven in mest. Zo zijn wormeieren van de spoelworm Ascaris suum zeer resistent. De verwekkers van bestrijdingsplichtige ziekten zoals Afrikaanse varkenspest, klassieke varkenspest, mond- en klauwzeer en Brucellose kunnen ook verspreid worden door besmette mest. Nederland is al jaren vrij van deze besmettelijke dierziekten. De grootste dreiging gaat momenteel uit van uitbraken van Afrikaanse varkenspest in Oost-Europa. Literatuur: • •

•

• • •

Zimmerman JJ, et al. (eds) ‘Diseases of Swine’ 11th edition (2019) Sobsey MD, Khatib LA, Hill VR Alocilja E, Pillai S ‘Pathogens in animal wastes and the impacts of waste management practices on their survival, transport and fate’ in: Rice JM et al (eds) ‘Animal Agriculture and the Environment’ publication nr 913C0306 (2006): p.609 – 666 Venglovsky j, Sasakova N, Gregova G, Papajova I, Toth F, Szaboova T ‘Devitalisation of pathogens in stored pig slurry and potential risk related to its application to agricultural soil’ Environ Sci Pollut Res (2018) 25:21412–21419 Bilotta P, Kunz A ‘Swine manure post-treatment technologies for pathogenic organism inactivation’ Eng. Agríc., Jaboticabal, (2013) p.422-431 Jones P, Martin M ‘A review of the literature on the occurrence and survival of pathogens of animals and humans in green compost’ Waste and Resources Action Programme (2003) ISBN: 1-84405-063-7 Pitkin A, Otake S, Dee S ‘Biosecurity protocols for the prevention of spread of porcine reproductive and respiratory syndrome (PRRS) virus’ Swine Disease Eradication Center, University of Minnesota College of Veterinary Medicine (2009)

Met vriendelijke groeten, Dr. Theo Geudeke, dierenarts EBVS® Specialist varkensgezondheid GD Deventer, afd. varkensgezondheidszorg Tel. 06 – 22 80 15 03 Email: t.geudeke@gddiergezondheid.nl

Volg ons op Facebook, Twitter en LinkedIn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12074938/1