CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

antwoordmemo 40 onvoldoende gestelde vragen nieuwbouwplannen molenberg

Raadscommissie 18 juni 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Beeldkwaliteitsplan De Molenberg en coördinatieregeling5.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Van

: Wethouder Hoenderboom

Aan

: de gemeenteraad

Datum

: 21 mei 2024

Onderwerp

:

Beantwoording vragen Groep Reactie Ontwikkeling Molenberg over gebiedsontwikkeling De Molenberg Groenlo

Geachte raadsleden, Bij deze memo zijn de antwoorden op de vragen van de Groep Reactie Ontwikkeling Molenberg d.d. 8 mei jl. gevoegd. Op verzoek van de CDA-fractie zijn de vragen door het college beantwoord. De antwoorden zijn blauw cursief in het stuk gezet.

Bijlagen: 1. Antwoorden op 40 vragen GROM d.d. 21 mei 2024

Veelgestelde Nog Onvoldoende Gestelde Vragen over de nieuwbouwplannen van de Molenberg, specifiek gericht aan en bedoeld voor de leden van de gemeenteraad van Oost Gelre Met in blauw cursief de antwoorden van de gemeente d.d. 21 mei 2024 Groenlo, 8 mei 2024 Beste volksvertegenwoordigers, Vooraf Dit document komt van de ‘Groep Reactie Ontwikkeling Molenberg’, afgekort als GROM. Net als de door ons ingebrachte zienswijze is ook dit document digitaal ondertekent en zeker niet anoniem. De reden van onze anonimiteit in het artikel in de Groenlose Gids/ELNA van 17 april jl. heeft te maken met het feit dat sommige leden van onze groep in dit stadium niet onbedoeld in verband gebracht willen worden met hun professionaliteit en hun dagelijkse werk in de gemeente Oost Gelre. Want deze groep is geen anonieme groep eenlingen, bestaat niet uit cultuurhistorische ‘activisten’ en ook niet uit gefrustreerde burgers die zich alleen via social media roert. We zijn betrokken inwoners van Oost Gelre die zich voor wat betreft de Groenlose gemeenschap al jarenlang belangeloos en vrijwillig inzetten. En die inzet mede laat afhangen van de visie, koers en beleid die de gemeente Oost Gelre heeft vastgesteld en tot op heden uitdraagt als het gaat om de versterking en leefbaarheid van Groenlo als kern.

Aanleiding De groep heeft tot op heden vooral en alleen vragen gesteld, in de vorm van een gemotiveerde zienswijze op het ontwerp-beeldkwaliteitsplan Molenberg. Deze vragen gaan niet alleen over het beeldkwaliteitsplan, maar voor een groot deel over het gelopen proces, de juridische juistheid en het ontbreken van onderzoeken en een fatsoenlijk en behoorlijk participatieproces. Want niet eerder dan met dit ontwerp-beeldkwaliteitsplan hebben inwoners echt inspraak mogen hebben op deze plannen. Tot op heden was er helaas slechts sprake van het ‘zenden’ en ‘meedelen’ aan een beperkte groep belanghebbenden en het publiceren op een website. De groep inwoners van deze gemeente voelt zich, naar aanleiding van het gesprek op 8 april jl. en de informatie uit de besloten bijeenkomst van 18 april jl. ter ore is gekomen, geroepen om, verwijzend naar de ‘Veel gestelde vragen over de nieuwbouwplannen’ op de projectwebsite van SZMK, een aantal ‘Nog Onvoldoende Gestelde Vragen over de nieuwbouwplannen’ te stellen aan onze gemeenteraad. 40 nog onvoldoende gestelde vragen Als een vorm van service willen we graag u als onze raadsleden daarom 40 willekeurige vragen voorleggen. Vragen die u als belangrijkste bestuursorgaan aan het college van B&W zou kunnen stellen in het algemeen of bij de behandeling van het ontwerp-beeldkwaliteitsplan.

Het zijn ook vragen over de ontwikkelingen in de Groenlo sinds de herindeling en af en toe ook al daarvoor. We beseffen ons goed dat veel raadsleden nog maar kort actief in de lokale politiek zijn. Het is daarom ook niet vreemd of verwijtbaar dat eerdere visies en vastgesteld beleid geheel onbekend of voor sommigen wat weggezakt is. Want pas sinds 2020 is het onderwerp ‘Molenberg’ voorzichtig en mondjesmaat op de politieke agenda gekomen. Op een aantal vragen hebben we zelf al wel een gemotiveerd antwoord. Maar op sommige vragen over verplichte participatie, inspraak, de Omgevingswet en over een betrouwbare overheid nog niet. Wij hopen dat u, als kritische en betrokken raadsleden, net als ons ook antwoord op deze vragen van het college en SZMK wilt krijgen.

5 willekeurige vragen over gemeentelijk beleid rondom STAD Groenlo, het bestemmingsplan en de Omgevingsvisie 1. Weet u dat het huidige bestemmingsplan ‘Stadscentrum Groenlo’ conserverend van aard is en dat alleen als uitgewerkte plannen aanleiding geven én voldoen aan alle onderzoeksverplichtingen, deze uitgevoerd kunnen worden? Antwoord: het geldende bestemmingsplan Stadscentrum Groenlo, vastgesteld door de raad op 30 oktober 2012, is 'in hoofdzaak conserverend bestemmingsplan, toegespitst op de bestaande functies en de bestaande bebouwing', zo staat te lezen in paragraaf 2.1 van de bestemmingsplantoelichting. In paragraaf 1.1 staat dat het bestemmingsplan niet uitsluitend de actuele situatie planologisch regelt. De stelling dat het bestemmingsplan conserverend van aard is dus maar ten dele waar. Plannen kunnen worden uitgevoerd als ze passen in het geldende bestemmingsplan, dat nu is opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, en als voldaan wordt aan de voor die plannen vereiste vergunningen etc. 2. Weet u dat het bestemmingsplan ‘Stadcentrum Groenlo’ onder andere uitvoering geeft aan het programma STAD Groenlo 2012-2027? Antwoord: nee, dat blijkt niet uit de tekst van het bestemmingsplan. Het Programma Stad Groenlo wordt daarin niet genoemd. 3.

Weet u dat in de toelichting van het bestemmingsplan ‘Stadcentrum Groenlo’ vijf binnenstadlocaties, waaronder de omgeving Molenberg, zijn aangeduid en omschreven als aandachtgebieden met een opgave bij toekomstige ontwikkelingen? Antwoord: ja, dat staat in par. 2.1 en wordt aangehaald in ons antwoord op vraag 1. 4. Waarom houdt de gemeente zich voor wat betreft de locatie Molenberg zelf en anderen niet aan haar vastgestelde strategische stedenbouwkundige visie uit 2007 die in 2012 nogmaals is aangehaald in het bestemmingsplan ‘Stadcentrum Groenlo’? Bijvoorbeeld door het opnieuw situeren van op zich zelf staande gebouwen die bewust afwijken en zich niet voegen in de bestaande en gewenste nieuwe stedelijke rooilijnen. Antwoord: in de bestemmingsplantoelichting wordt deze visie genoemd in par. 2.1. Daarin staat: de Strategische stedenbouwkundige structuurvisie Groenlo uit 2007 geeft beeldend weer welke ruimtelijke kwaliteit wordt beoogd voor het plangebied. De Strategische structuurvisie is op punten achterhaald door de Ontwikkelingsvisie 2011. In het beeldkwaliteitsplan De Molenberg (hierna: BKP) sluiten we juist zoveel mogelijk aan bij de punten uit die structuurvisie. Overigens zijn de regels en verbeelding van het bestemmingsplan juridisch leidend, niet een in de toelichting genoemde visie.

Wij delen de stelling dat de gemeente zich niet aan haar eigen kaders zou houden, niet. Juist de ambities uit het latere Programma Stad Groenlo 2012-2027 worden met de gebiedsontwikkeling De Molenberg gerealiseerd. 5. Wat is het nut van een hagelnieuwe ‘Omgevingsvisie Oost Gelre’ tot 2040, als een eerste grootschalige ontwikkeling (De Molenberg) volledig voorbij gaat aan het ‘DNA’ van Oost Gelre en dat het speerpunt ‘Focus op de historische binnenstad Groenlo’ hier niet lijkt te bestaan? Antwoord gemeente: wij delen deze mening niet en vinden dat de gebiedsontwikkeling De Molenberg prima pas binnen het DNA van Groenlo en kansen van en voor de historische binnenstad van Groenlo benut. 4 willekeurige vragen over de resultaten en de resterende periode van het programma STAD Groenlo 6. Weet u dat de aanleiding voor het programma STAD Groenlo 2012-2027 gelegen was in de financiële bankencrisis, het vertrek van Grolsch en Huhtamaki, de toenemende winkelleegstand, de terugloop van nachthoreca, het einde van 8 eeuwen autonoom stadsbestuur (tot 2005) en als doorstart van het eerste vestingstadprogramma? Antwoord: de bankencrisis is geen aanleiding geweest voor het Programma. Evenmin het einde van 8 eeuwen autonoom stadsbestuur. Het programma kwam tot stand, omdat op een integrale wijze gekeken moest worden hoe Groenlo een economisch leefbare stad zou kunnen blijven of weer kan worden.

Mede door het vertrek van Grolsch en daarmee verlies van werkgelegenheid in de stad. In 2012 liep het convenant met de Provincie Gelderland af waarin een aantal specifieke projecten waren opgenomen. Anders dan het vestingstadprogramma gaat Programma Stad Groenlo over een leefbare stad met al haar faciliteiten en krachten waarvan het vestingverleden er één is. 7. Bent u op de hoogte hoeveel geld is geïnvesteerd en welke projecten sinds 2012 allemaal zijn uitgevoerd met en door de Groenlose bevolking, ondernemers, investeerders, subsidiegevers en de gemeente zelf? Antwoord: wij hebben geen inzage in de investeringen door ondernemers in geld, maar dat zal net als

2

de gemeentelijke bijdrage aanzienlijk zijn en in de miljoenen lopen. Maar dit is niet alleen in projecten of in geld uit te drukken. Ook in uren. Zowel betaald als vrijwillig. Daarmee laat Groenlo zien dat de saamhorigheid in Groenlo, mede door het programma is gegroeid. 8. Weet u wat de economische impact van de versterking van de toeristisch-recreatieve infrastructuur in Groenlo en omgeving inmiddels heeft opgeleverd en op welke wijze de locatie Molenberg daaraan (kan) bijdraagt (bijdragen)? Antwoord: de economische impact van toerisme/recreatie kan zich op meerdere manieren uiten. Eén direct causaal verband met Groenlo of De Molenberg is er niet. Wel is het zo dat het aantal toeristische overnachtingen, de dagbezoeken en de werkgelegenheid en bestedingen in toerisme/recreatie in de afgelopen jaren groeit, zo laat de Monitor Toerisme Achterhoek 2022 zien. De gebiedsontwikkeling De Molenberg draagt met de realisatie van de vestingwal en het wandelpad langs de gracht (het ommetje) een bijdrage aan de toeristisch-recreatieve infrastructuur van Groenlo. 9.

Weet u dat met het versterken van de toeristisch-recreatieve infrastructuur van Groenlo al in 2001 (23 jaar!) in de voormalige gemeente Groenlo is begonnen en daar de kiem is gelegd om met hulp van Europese subsidies, de eerste fasen van het project Vestingstad Groenlo (ofwel het ‘vestingstadbeleid’) uit te voeren? Antwoord: ja. In de afgelopen jaren zijn er vele projecten gerealiseerd met LEADER subsidie zie www.leaderachterhoek.nl Ook zijn er verschillende routes, om het toeristisch product Groenlo te versterken, gerealiseerd met subsidie van de provincie Gelderland. Daar waar het Vestingstadbeleid een eenzijdige, cultuurhistorische benadering had, zijn we sinds 2012 met het Programma integraal naar de stad aan het kijken om te zorgen dat het goed wonen, werken en recreëren is en blijft in Groenlo. 9 willekeurige vragen over cultuurhistorische aspecten en het reconstrueren van vestingwerken 10. Weet u dat elke gemeente vanaf 1 januari 2024 bij het maken van een omgevingsplan verplicht rekening moeten houden met de aanwezige of de te verwachten archeologische en cultuurhistorische waarden en deze niet alleen moet inventariseren maar ook analyseren? (Besluit Kwaliteit Leefomgeving, art. 5.130) Antwoord: ja. 11.

Waarom bestaat de cultuurhistorische waarde van het gebied in het hele stedenbouwkundige ontwerp alleen maar uit de vestingwerkcontour uit 1627 en een kapel uit 1936 en is er geen diepere analyse gemaakt van waarden uit andere perioden van de geschiedenis die het verhaal van de plek/locatie ondersteunen en het ontwerp kunnen versterken? Antwoord: er is op dit moment nog geen sprake van een stedenbouwkundig ontwerp voor de gebiedsontwikkeling De Molenberg. Wel van een BKP waarvoor de procedure is doorlopen. Vanuit het Programma Stad Groenlo is in het BKP aansluiting gezocht met de cultuurhistorische ambitie om de vestingwal langs de gracht te realiseren en om de kapel meer vrij en zichtbaar te maken. Ook is er onderzoek gedaan naar de waarden uit de wederopbouw waarbij de Rank (zustersflat) is opgenomen. Al in een vroegtijdig stadium is gekeken of deze herbestemd kon worden, maar door de structuur van het pand en door wijzigende wetgeving op het gebied van zorg bleek dit niet mogelijk. Daarbij is besloten om afstand te doen van de zustersflat als gebouw. 12. Weet u dat de gemeente nog pogingen heeft gedaan om sloop van de historische kerkmolen door het kerkbestuur in 1938 te voorkomen.

En dat er in 1960 grote vraagtekens, waarschuwingen en bezwaren waren rondom de bouw van de verpleegsterflat en het bejaardenhuis ten koste van onbebouwde groene ruimte? Antwoord: nee, dat is ons niet bekend. 13. Waarom wordt er op geen enkele andere wijze aandacht gegeven aan de historische gelaagdheid van het gebied, zoals het visualiseren van stadsmuren, molen-, klooster- en kerklocaties en het herstellen van de historische zichtlijn op de RK Calixtusbasiliek? Antwoord: in de vraag wordt niet duidelijk gemaakt waaruit blijkt dat we in het BKP geen aandacht besteden aan de historische gelaagdheid van het gebied. We zijn het niet eens met de stelligheid van deze vraag, omdat we in het BKP uitvoerig ingaan op de (cultuur)historische analyse van het gebied. 14. Waarom worden bestaande waardevolle bomen gekapt voor de aanleg van een kleine lage wal? Een wal op de plek van een bastion klopt namelijk niet en sluit in vorm en uitstraling op geen enkele andere plek aan op de rest van de vestingwerken. Antwoord: het is aannemelijk dat voor de gebiedsontwikkeling De Molenberg bestaande bomen moeten wijken. Toch proberen we dat straks in het nog op te stellen inrichtingsplan openbare ruimte

3

zoveel mogelijk te voorkomen. Eerder is over de ontwikkeling al afgestemd met de Bomenwacht. Bomen op de lijst van bijzondere bomen verdienen daarbij extra aandacht. In het BKP spreken we uit dat we de groep drie Rode Beuken voor de kerk willen behouden en inpassen in de plannen. Bij de planvorming van De Molenberg gebruiken we als basis de bestaande profilering van de vestingwal, zoals die rond Jongensstad aan de oostzijde van de stad is toegepast. 15. In hoeverre is het uitgevoerde archeologisch vooronderzoek serieus beoordeeld op te verwachten opgravingskosten of mogelijke aanpassingen in de stedenbouwkundige opzet vanwege excessieve onderzoekskosten voor Marga Klompé en eventueel de gemeente Oost Gelre? Antwoord: het archeologisch vooronderzoek van RAAP moet nog worden beoordeeld door de ODA in het kader van de ruimtelijke procedure en vergunningprocedures straks. De mogelijke opgravingskosten zijn nog niet bekend. Zoals onder 11 verwoord, is nu nog geen sprake van een stedenbouwkundige opzet. 16. Waarom schrijft de gemeente in de media over een uitgebracht positief advies van de Minister van OCW (i.c. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) terwijl zij zich van een formeel advies hebben onthouden? Antwoord: ons is niet duidelijk op welk bericht in de media de vraagsteller doelt.

Feit is dat de adviseur van de RCE na een gesprek met de gemeente, waarin het ontwerp-BKP is toegelicht, heeft aangegeven dat het BKP er goed uit ziet. 17. Waarom is de geïntegreerde commissie Omgevingskwaliteit pas medio 2023 op haar eigen aandringen betrokken geraakt bij deze ontwikkeling, terwijl deze commissie al veel eerder betrokken had moeten worden in verband met het integrale toetsingskader waar zij mee moeten werken als de plannen concreter worden. Antwoord: in juli 2023 heeft de gemeente op eigen initiatief de rayonarchitect van het Gelders Genootschap (welstand) gevraagd om af te stemmen over de tussenstand van beeldkwaliteit en stedenbouw van De Molenberg. Eerder kon niet, omdat er toen nog geen inhoudelijke stukken waren om met hen af te stemmen. Het afgelopen jaar is de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit juist intensief betrokken geweest bij de totstandkoming van het BKP. De CRK toetst straks ook de vergunningaanvragen voor de nieuwbouw (aan het BKP). 18. Waarom moet het gehele gebied op één hoogte gebracht worden, waarmee historische hoogteverschillen en archeologisch bodemarchief onnodig verstoord worden? Antwoord: het is op dit moment nog niet bekend wat de peilhoogtes van de ontwikkeling worden. Dat wordt duidelijk bij het inrichtingsplan openbare ruimte. 10 willekeurige vragen over het functionele woon- en zorgprogramma 19.

Waarom heeft Marga Klompé geen zienswijzen in 2012 geen zienswijzen tegen het bestemmingsplan ingediend, terwijl zij al sinds 2006 heeft geconstateerd dat haar gebouwen niet toekomstbestendig zijn. Niet eerder dan in 2020/2021 heeft zij zich bij de gemeente gemeld. Antwoord: uit navraag bij Marga Klompé blijkt dat er destijds contact geweest is met haar manager vastgoed, waarbij toen is aangegeven de bestaande gebouwen te blijven benutten indien nieuwbouw niet mogelijk blijft. Afgesproken is toen om de bestaande gebouwen te herbestemmen en dat is ook gebeurd. In het bestemmingsplan Stadscentrum Groenlo uit 2012 is de toen bestaande situatie conserverend bestemd. 20. Waarom heeft Marga Klompé blijkbaar het gemeentelijk aanbod voor gebruik van de vrijgekomen locatie zaal Meijer (nu Welgelegen) afgewezen om daarmee het woonzorgprogramma binnen de gracht te ontlasten? En heeft de gemeente haar al meer locaties aangeboden? Antwoord: Marga Klompé en wij zijn niet bekend met een gemeentelijk aanbod voor de locatie Welgelegen. De gemeente is geen eigenaar van dit perceel en kon dit dus ook niet aanbieden. Uitgangspunt is herontwikkeling van De Molenberg op de huidige locatie binnen de gracht. Het college wil daaraan meewerken.

Marga Klompé heeft ook geen belang bij andere locaties, omdat zij voor haar cliënten graag binnen de gracht wil blijven om een hoogwaardige plek te kunnen bieden om te wonen. 21. Waarom is niet al aan het begin van het proces gekeken naar het maximaal toelaatbare woonzorgprogramma op basis van het gemeentelijk beleid op deze plek? Antwoord: het beoogde woningbouwprogramma is door de gemeente als aannemelijk en voldoende onderbouwd, beoordeeld. 22. Waarom heeft de gemeente, die eerder dan 2021 heeft moeten geweten van de aanstaande herontwikkeling, geen pogingen ondernomen om samen met Marga Klompé te zoeken naar alternatieve oplossingen om een deel van het zorgprogramma anders en elders vorm te geven,

4

bijvoorbeeld op Brouwhuizen, Oldenhuis, Marianumveld, de Bron, de Hoeksteen, etc? Antwoord: er was geen aanleiding om voor de herontwikkeling van De Molenberg te kijken naar andere locaties. Uitgangspunt was en is herontwikkeling op dezelfde locatie binnen de gracht. 23. In hoeverre zijn de functies van de nieuwe gebouwen toekomstbestendig op basis van de demografische ontwikkeling van de bevolking? Want de huidige gebouwen zijn tussen 1930 en 1971 gebouwd, tussen 1990 en 1994 gerenoveerd, maar in 2006 al weer achterhaald. Antwoord: de ontwikkeling van De Molenberg is toekomstbestendig. De gemeente krijgt te maken met dubbele vergrijzing: inwoners worden ouder en de groep hoogbejaarde inwoners neemt toe. Demografie zegt echter niet alles. Landelijke trends spelen ook een belangrijke rol. Ouderen blijven langer actief en fit en willen en kunnen ook vaak steeds langer zelfstandig wonen. Dat maakt dat zij pas later de overstap naar een instelling zoals De Molenberg maken. Daarnaast is Marga Klompé afhankelijk van landelijk beleid. Zij mag niet zomaar extra intramurale plekken realiseren. De landelijke trend is ook dat we meer zorggeschikte woningen moeten bouwen waar inwoners langer zelfstandig kunnen wonen en thuis de benodigde zorg kunnen ontvangen. Daar werken wij aan in onze Woonvisie en Woonzorgvisie. Belangrijk is dat dan de zorg makkelijk geleverd kan worden.

Dat in de nieuwe Molenberg zorggeschikte woningen gebouwd worden voor ouderen die nog zelfstand wonen, sluit hier goed op aan. Ook het feit dat SIUS mogelijk later participeert voor haar oudere bewoners past hier goed in. De in de vraag genoemde renovaties betreffen verbouwingen, maar uiteindelijk is nieuwbouw een keer noodzakelijk. 24. Waarom vinden we de verpleegstersflat uit 1964 stedenbouwkundig en architectonisch in schaal en maat niet passend op deze plek, maar accepteren we wel nieuwbouw die in volume zeker en in hoogte mogelijk hoger is dan de huidige bebouwing? Antwoord: de mening over de verpleegsterflat is voor rekening van de vraagsteller. De nieuwbouw van De Molenberg kent een andere verdeling van gebouwen en hoogtes dan nu het geval is. Onder de streep is de omvang van de nieuwe Molenberg in oppervlakte en volume kleiner dan de bestaande situatie. 25.

Waarom wordt er, in tegenstelling tot een toenemende ontwikkeling van financieel haalbare kleinschalige, huiselijke zorglocaties in de Achterhoek (bijvoorbeeld door aanbieder Dagelijks Leven), op deze locatie wéér een zorgconcept met intensieve 24-uurs PG-instelling gerealiseerd in vier en vijf bouwlagen en met zeer beperkte buitenruimte? Antwoord: gezien de zorgvraag, arbeidsmarktontwikkelingen en de verwachtingen die het Zorgkantoor heeft aangaande de verzorging van zware zorgvragen is deze nieuwbouw noodzakelijk om in de toekomst de zorg efficiënt en kwalitatief verantwoord te kunnen leveren. Overigens is de bouwhoogte van de nieuwbouw aan de binnenstadzijde maximaal 3 bouwlagen. 26. Op welke wijze kunnen bewoners met dementie binnen de beschermde omgeving van dit specifieke zorgconcept en in een beschermde omgeving nog zelfstandig en actief naar buiten? Antwoord: dit is een interne afstemming van Marga Klompé met haar cliënten en belangenbehartigers en dit geven zij vorm in ‘leefcirkels’. 27. Zijn er nog voldoende betaalde en vrijwillige krachten te werven voor dit grootschalige zorgconcept in een groot instellingsgebouw? Ook personeel en vrijwilligers hebben behoefte aan kleinschaligheid en beschermde veilige buitenruimte om met bewoners door te brengen. Antwoord: dit is voor Marga Klompé een bewust strategische keuze. 28.

Waarom wordt het binnengebied door Marge Klompé afgestoten en door woningcorporatie De Woonplaats verder ontwikkeld en wat is hun visie op dit gedeelte ten aanzien van de te bouwen woningen en andere functies? En waarom worden extra partijen, zoals Sius ook betrokken in het totale programma, waardoor er nog meer druk lijkt te ontstaan op het gebied? Antwoord: Marga Klompé heeft altijd samenwerkingsvormen gehad met andere zorgaanbieders en heeft belang bij strategische samenwerking met zorgpartijen. Voor beide partijen heeft dit belangrijke meerwaarde voor de toekomst. Bovendien wordt scheiden wonen-zorg steeds meer een gegeven, waarbij eigendom los komt te staan van de zorgverlening in het pand. 4 willekeurige vragen over inspraak, participatie en betrokkenheid bij plannen 29. Waarom wordt de lokale samenleving nu niet actief betrokken bij zo’n omvangrijk proces via een open en transparante dialoog met de (ruime) omgeving? Die verwachting is wel gewekt en ontstaan vanuit het programma STAD Groenlo en past ook helemaal bij de nieuwe Omgevingswet. Het slechts informatieavonden te organiseren voor bewoners, familie en direct aangrenzende bewoners en een projectwebsite is onvoldoende, te eenzijdig en vooral gericht op zenden en meedelen.

5

Antwoord: wij zijn het niet eens met de stelling dat de lokale samenleving niet actief wordt betrokken bij dit proces. De omwonenden van De Molenberg, alsook de bewoners daarvan, medewerkers en gemeenteraad zijn in juni 2022 geïnformeerd over het stedenbouwkundig/programmatisch model van MTD Landschapsarchitecten. Op basis van dit model is IAA Architecten in 2023 gestart met het BKP. Het BKP is niet het definitieve plan voor De Molenberg. Met het BKP maken we samen met Marga Klompé het stedenbouwkundig plan. Daarna werken we samen dat plan uit naar het ontwerp van de gebouwen (Marga Klompé) en de openbare ruimte (gemeente). De opmaat naar het BKP is in juli 2023 met de omwonenden van De Molenberg, de bewoners daarvan, medewerkers en gemeenteraad besproken. De gemeenteraad is daarna nog in oktober 2023 en april 2024 over de plannen en het proces bijgepraat. Andere belanghebbenden zoals de Bomenwacht Groenlo, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, het Waterschap en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van het Gelders Genootschap zijn op diverse andere momenten geïnformeerd. De formele betrokkenheid kreeg zijn vorm doordat het ontwerp-BKP zes weken ter inzage heeft gelegen voor zienswijzen. Dat de informatievoorziening onvoldoende zou zijn, herkennen we niet. 30.

Is er sprake van een aangekondigd vertrek van Marga Klompé uit Groenlo als zij de plannen in deze vorm niet uit mogen voeren? Als dit aan de orde zou zijn, dan kan dit een kans bieden voor de gemeente om samen te zoeken naar een passend alternatief buiten het centrum, waarbij de locatie binnen de gracht ook woonruimte voor andere doelgroepen zou kunnen opleveren; Antwoord: van een aangekondigd vertrek van Marga Klompé is geen sprake. De vraag is gebaseerd op onjuiste uitlatingen door derden op social media, waarvoor inmiddels door betrokken excuses is aangeboden. 31. Houdt Marga Klompé naast haar zorg voor haar bewoners en familie, voldoende rekening met de rest van de binnenstad en van Groenlo, waar zij ook onderdeel van is? Antwoord: dat doet Marga Klompé al decennialang op deze plek en dat zullen zij ook binnen hun mogelijkheden blijven doen, zoals ook in dit plan tot uiting komt. Als voorbeeld: zij realiseren ook niet meer dan hetgeen er aan volume al staat en werken tevens mee aan de realisatie van een vestingwal voor de gemeenschap van Groenlo. Zij hebben meegekregen dat er ook wensbeelden bestaan die graag wat anders zouden zien op het grondgebied van Marga Klompé. Dat mag uiteraard, maar is voor Marga Klompé niet haalbaar en realistisch. 32.

Waarom hoeft Marga Klompé zich van de gemeente niet en andere initiatiefnemers zich wel te houden aan de bestaande beleidskaders, zoals het bestemmingsplan. Antwoord: deze vraag veronderstelt dat Marga Klompé zich van de gemeente niet aan bestaande beleidskaders, zoals het bestemmingsplan, houdt. Deze veronderstelling delen wij niet. Kijken we naar andere recente of toekomstige ontwikkelingen zoeken we altijd naar passende oplossingen. Zo is de strategische stedenbouwkundige visie uit 2007 als visie nooit onderdeel geweest van plannen binnen Programma Stad Groenlo en is daarmee ook nooit als visie onderdeel geweest van de planvorming tijdens de eerste grootschalige vestingaanpassing in 2015 aan de oostzijde van de stad. Uitgangspunt is de beleving van de vestingwerken te versterken. Geen (feitelijke) reconstructie maar sfeerbeleving en versterking. Zo voldoet de nieuwbouw onder de wal (en de wal zelf) bij de scouting ook niet aan de strategische stedenbouwkundige visie uit 2007, maar we hebben gemeend hieraan mee te willen werken om het gebruik van de gronden voor de eigenaar zoveel als mogelijk te faciliteren met behoud dan wel toevoeging van kwaliteit. Ook bij plannen zoals het nieuwe restaurant op de Markt is afgeweken van bestemmingsplan en zijn rooilijnen aangepast om kwaliteit te krijgen.

Bij een nog in voorbereiding zijnde initiatief op de hoek Beltrumsestraat/ Notenboomstraat wordt ook actief meegedacht om kwaliteit te krijgen buiten de bestaande kaders. Wij onderschrijven deze stelling dus ook niet dat alleen Marga Klompé zich niet hoeft te houden aan bestaande kaders. 8 willekeurige vragen over het stedenbouwkundige plan en de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving 33. Waarom is het stedenbouwkundige plan, zoals beoogd, niet gebaseerd op een oud-stedelijk karakter, met smallere en bredere straten en met passende kleinschalige bebouwing? Antwoord: er is nog geen sprake van een stedenbouwkundig plan. Het BKP dat nu voorligt, gaat juist wel uit van de bestaande kwaliteiten van de binnenstad. Binnen dit plangebied is er nooit sprake geweest van een oud-stedelijk stratenpatroon. De Ziekenhuisstraat als bestaande structuur is uitgangspunt met de daaraan toegekende functie van ontsluiting. 34. Waarom is het zware programma niet gebaseerd op de beschikbare ruimte, maar puur op functionele concentratie van functies?

6

Antwoord: het programma is zoals gezegd zelfs minder dan hetgeen er nu al staat. Bovendien zijn de bestemmingsplanmogelijkheden ter plekke nog veel ruimer en daarom is het programma naar onze mening ook passend op deze locatie. 35. Wat is het (nieuwe)beleid of het uitgangspunt van de gemeente bij het afwijken van het bestemmingsplan op het gebied van circulariteit en de CO2-footprint van deze totale herontwikkeling? Antwoord: bij het afwijken van het bestemmingsplan om een gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, gelden diverse onderzoeksvereisten. Binnen de huidige regelgeving geldt dat niet voor circulariteit of CO2-footprint. De gemeente heeft wel de beleidsambitie CO2-uitstoot te verminderen en spant zich in dit mee te nemen in ruimtelijke ontwikkelingen. Ook is er de beleidsambitie duurzaam en circulair bouwen te stimuleren. Voor beide thema’s geldt dat deze niet afdwingbaar zijn. 36. Waarom is al ingestemd met hoge en plat afgedekte bouwvolumes en houdt de gemeente niet vast aan het toepassen van kappen (van minimaal 1 tot 1,5 bouwlaag hoog) op de grotere gebouwen, zoals de commissie Omgevingskwaliteit heeft aanbevolen en die veel sterker aansluiten op het beeld van behoud en versterking van een kleinschalige historische binnenstad? Antwoord: de aanname in deze vraag over de kapvormen van de gebouwen is onjuist.

In het BKP is opgenomen dat de gebouwen in deelgebied Vestingkern (tussen Ziekenhuisstraat en binnenstad) overwegend een kap hebben. Voor deelgebied Stadsrand (tussen gracht en Ziekenhuisstraat) geldt dat gebouwen een kap of een plat dak mogen krijgen. Deze beeldkwaliteitseisen volgen onder meer uit het stedenbouwkundig kader van de gemeente en de adviezen van de CRK. Daarbij heeft de CRK geadviseerd een plat volume aan de buitenzijde te realiseren. 37. Waarom wordt er plaatselijk afgeweken van de stedelijke rooilijnen (uit de strategische stedenbouwkundige visie van 2007) en wordt er niet aangesloten op stedelijke patronen van gevelwanden aan bestaande en nieuwe straten en stegen? Antwoord: de rooilijnen zijn niet vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan. Daar zijn de bouwblokken van de bestaande planden in opgenomen. In het BKP wordt door de analyse aangetoond dat het om 2 verschillende deelgebieden gaat: het ‘groen tapijt’ waarin de grote bebouwing staat (grachtzijde) en de binnenstadzijde die aansluit bij de karakteristieken van de binnenstad. Het BKP geeft randvoordwaarden aan hoe om te gaan met de bebouwing en openbare ruimte. Exacte positionering van de bebouwing ligt daarom nog niet vast. In de verdere uitwerking moet qua karakteristiek worden aangesloten bij de smalle en bredere straten voor het deelgebied van de binnenstad.

De bebouwing krijgt een alzijdige oriëntatie, waarmee het zich toont als een gesloten bouwblok. Historische aspecten kunnen aanleiding zijn voor verbijzondering in de openbare ruimte (pleintjes, groene hofjes, steeg etc.). Ook moet nu – anders dan in 2007 - bij de inrichting van het gebied rekening worden gehouden met klimaatadaptieve maatregelen voor een toekomstbestendige openbare ruimte. Met deze uitgangspunten in het BKP voldoen we aan de historische kenmerken. 38. Waarom moeten gebouwen naast een kapel als religieus erfgoed een industriële uitstraling krijgen, terwijl er ter plaatse nooit sprake is geweest van bedrijfsbebouwing? De verwijzing naar de vroegere bedrijfsgebouwen aan de Houtwal is dan net zo plausibel als het verwijzen naar het voormalige ziekenhuis met haar karakteristieke gevel aan de stadsgracht. Nergens in het programma STAD Groenlo of het bestemmingsplan wordt gesproken over een (verplichte) industriële uitstraling. Antwoord: in het BKP is een industriële uitstraling voor de gebouwen geen uitgangspunten; het wordt ook niet genoemd in het BKP. Alleen voor de verbindingen tussen de gebouwen (loopbruggen) wordt als beeldkwaliteitseis een industriële uitstraling meegegeven. 39. Hoeveel oppervlaktewater van de stadsgracht komt er substantieel bij of gaat er zelfs af met de realisatie van het plan? Antwoord: dat is in deze fase nog niet bekend.

Als het inrichtingsplan openbare ruimte concreet wordt, kunnen we de maatvoering bepalen en uitrekenen hoeveel de gracht in oppervlak toe- of afneemt. Dit is nog geen onderdeel van het BKP. 40. Waarom is ondergronds parkeren bij een project van deze omvang niet serieus onderzocht en geëist in plaats van het bovengronds aanleggen van een groot parkeergebied achter de Batenburgshof in de binnenstad en het verder verstenen en ontgroenen van de kloostertuin Antwoord: Marga Klompé heeft kaders van de landelijke overheden en zorgkantoren waarbinnen een project gerealiseerd moet worden. Deze kaders maken het voor Marga Klompé absoluut onmogelijk om een parkeergarage te bekostigen.

7

Wij wensen u veel wijsheid, Met vriendelijke groeten,

‘G.R.O.M.’ bestaat uit: •

• Roy Oostendorp lid Werkgroep Promotie Groenlo;

oud-lid restauratiegroep Kerkers Stadhuis; oud-bestuurslid Stichting Stadsmuseum Groenlo; erfgoedadviseur en bouwhistoricus Gelders Genootschap; eigenaar Dulcken erfgoedadvies. royoostendorp@gmail.com • • Koen klein Tuente bestuurslid NMTO en Stichting Oude Calixtus; bestuurslid Stichting Hart voor Vesting Grolle; initiatiefnemer restauratie Kerkers Stadhuis; oud-lid Burgergroep STAD Groenlo; directeur-eigenaar Bouwbedrijf De Driehoek Groenlo koenkleintuente@kpnmail.nl • • Herman van der Heijden bestuurslid Sint Ludgergroep; architect en eigenaar Van der Heijden Architecten. hermanvanderheijden@hotmail.com • • Niek Bragt voorzitter Sint Ludgergroep; voorzitter NMTO; oud-gemeenteraadslid Oost Gelre; commercieel directeur Actronics Almelo. niek.bragt@gmail.com • • Godfried Nijs conservator NMTO; bestuurslid Stichting Slag om Grolle; amateurhistoricus en -archeoloog; publicist en auteur; oud-docent basisschool Sint Joris Lichtenvoorde. g.nijs@chello.nl • • Martijn Hogenkamp bestuurslid Oudheidkundige Vereniging Groenlo; amateurhistoricus; oud-lid restauratiegroep Kerkers Stadhuis; initiatiefnemer herstel Vrömdenkarkhof Eibergseweg; project engineer Mueller Europa Groenlo. martijnhogenkamp@hetnet.nl

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14253184/1