akoestisch onderzoek bmx baan
Tekst van het document
Notitie 20220106-1: Woonwijken Lichtenvoorde, herziening BMX baan (Eschpark ong.) Beoordeling technische documenten
Datum
Onze referentie
Uw referentie
Bijlagen
29 maart 2022
20220106-1
-
-
1
Brouwer Fout! De 1documentvariabele ontbreekt. 5521 DK Eersel T +31 (0) 618245726 E e.philippens@tecmap.nl www.tecmap.nl K.v.K 70589895 IBAN NL86 RABO 326 7949 99
Inleiding
De gemeente Oost Gelre wil de locatie van het voormalige openluchtzwembad naast Kerkhoflaan 5 en omgeving te Lichtenvoorde herontwikkelen. De wens bestaat om op een deel van het Eschpark een BMXbaan te realiseren voor de Fietscross Club Lichtenvoorde (FCCL) Naast de nieuwe BMX-baan wordt een verenigingsgebouw van de fietscrossclub gerealiseerd. Het zwembad Meekenesch wordt eveneens in het plangebied betrokken omdat het wenselijk is de gehele sportlocatie te voorzien van een actueel planologisch kader. Voor wat betreft het zwembad vinden er geen wijzigingen plaats ten opzichte van het huidige planologische regime. Omwonenden zijn niet overtuigd dat de realisatie van het voornemen niet tot een aantasting van het bestaande woon- en leefklimaat zal leiden. In verband hiermee zijn door Tecmap de technische documenten die ten grondslag liggen aan de wijziging van het bestemmingsplan inhoudelijk beoordeeld. De resultaten van deze inhoudelijke beoordeling zijn in de nu voorliggende notitie opgenomen.
2
De technische documenten
Uit planviewer is dat bij de overwegingen de volgende technische documenten zijn gebruikt: [1]. Akoestisch onderzoek nieuwe fietscrossbaan FCCL Eschpark Lichtenvoorde opgesteld door Adviesbureau Van der Boom BV d.d. 14 februari 2022 (kenmerk 20-204). [2]. Aerius-berekening BMX baan Eschpark, Lichtenvoorde opgesteld door BJZ.nu d.d. februari 2022. Verder is bij de beoordeling van belang dat de gemeente eigen geluidbeleid voor haar grondgebied heeft vastgesteld (Geluidbeleid Oost Gelre van februari 2020). Navolgend zijn de bovengenoemde technische documenten inhoudelijk beoordeeld waarbij ook is beoordeeld of de geluidmetingen en -berekeningen volgens de juiste methoden zijn uitgevoerd. Vervolgens is beoordeeld of de conclusie “dat het aspect milieuzonering geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan” wel correct is. We wijzen erop dat uit een goede ruimtelijke
Notitie 20220106-1
29 maart 2022 Pagina 1
onderbouwing moet blijken dat een nieuw voornemen niet resulteert in een aantasting van het woon- en leefklimaat bij woningen van derden. De nieuwe woonsituatie die mogelijk wordt gemaakt door het toestaan van de nieuwe activiteiten is door ons beoordeeld (kwalificatie nieuwe woonsituatie).
2.1
Beoordeling geluidrapportage
Voor de planlocatie zijn diverse akoestische onderzoeken uitgevoerd. De versie van 14 februari 2022 is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Dit betekent dat de geluidsituatie moet worden beoordeeld uitgaande van uitsluitend deze rapportage. De rapportage moet dan alle uitgangspunten en rekenresultaten van eventuele maatregelvarianten bevatten conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (1999). We plaatsen de volgende opmerkingen op deze akoestische rapportage: Geluidmetingen Het is altijd beter bij de berekeningen van de geluidbelasting uit te gaan van geluidmetingen ter plaatse mits de metingen zelf en de hierop gebaseerde berekeningen correct zijn uitgevoerd. Uit de beschrijving van de geluidmetingen blijkt echter niet waar deze metingen hebben plaatsgevonden. In de bijlagen zijn bronsterkteberekeningen opgenomen uitgaande van geluidmetingen. Er wordt beweerd dat de berekeningen zijn uitgevoerd volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. Bij de drie geluidmetingen uitgevoerd op 40 tot 60 meter afstand van een groep crossers wordt beweerd dat de emissierelevante bronsterkte is bepaald volgens de specialistische meet- en rekenmethode II-2 ofwel de “geconcentreerde bronmethode”. Hierbij is een meethoogte gehanteerd die lager is dan de bronhoogte zowel ter bepaling van de equivalente bronsterkte als de piekbronsterkte (starthek).
De berekening van de relevante geluidbronnen heeft daarmee in ieder geval niet volgens de methode II-2 uit de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai plaats gevonden. Bij een geluidmeting op die afstand met een halve bolcorrectie moet volgens de Handleiding een meethoogte tussen 4 en 10 meter worden gehanteerd. Verder valt op dat volgens de geluidmetingen een bronhoogte van 2 meter is geconstateerd maar in het rekenmodel is een bronhoogte van 2,5 meter gehanteerd. Behalve de onjuiste meethoogte moet ook worden opgemerkt dat de afmetingen van de baan (het brongebied) dermate groot zijn (60 x 120 meter) dat bij de gehanteerde meetafstand van 40 tot 60 meter de methode II.2 niet gebruikt mag worden (meetafstand moet groter zijn dan 1,5 maal grootste afmeting bron). Dit betekent dat de geluidemissie van fietscrossers op de baan niet volgens de Handleiding is vastgesteld. Overige geluidbronnen en gehanteerde bedrijfstijden Toeschouwers In de VDI 3770 2012 zijn verschillende bronsterkten voor stemgeluid opgenomen. Zo wordt voor toeschouwers een equivalente bronsterkte per persoon aanbevolen van 80 dB(A). Onduidelijk is waarop de adviseur zijn informatie uit de VDI heeft gelezen dat een bronsterkte van 79 dB(A) voor 10 toeschouwers zou gelden.
Dit in combinatie met een gehanteerde bronhoogte van 0 meter is de berekende geluidbijdrage vanwege het publiek niet betrouwbaar en veel te gunstig voorgesteld. Overigens is alleen bij wedstrijden rekening gehouden met toeschouwers. Ook tijdens trainingen wordt verondersteld dat sprake is van publiek naast het parcours. Met deze bron is in het nu voorliggende onderzoek geen rekening gehouden. Gebruik terras Voor het terras is uitgegaan van een gemiddeld bronvermogen van 64 dB(A) per persoon die 25% van de tijd aan het woord is. Deze waarden komen overeen met het gedurende 25% van de tijd spreken met Notitie 20220106-1
29 maart 2022 Pagina 2
stemverheffing volgens de VDI. Voor zowel tijdens wedstrijden als tijdens trainingen is uitgegaan van een continue bezetting van het terras door 25 toeschouwers. Dit lijkt een overschatting van de situatie tijdens trainingen en mogelijk een onderschatting van de situatie tijdens wedstrijden. In de tekst is niet aangegeven wanneer en hoelang de kantine en het terras geopend zullen zijn. Dit betekent dat dit moet worden herleid uit de bijlagen. Uit de bijlagen blijkt dat in het rekenmodel ervan wordt uitgegaan dat het terras gedurende de volledige avondperiode wordt gebruikt zowel tijdens trainingen als tijdens wedstijden (tot 23.00 uur). Dit betekent ook dat in de nachtperiode sprake kan zijn van vertrek van spelers met de auto. Met deze geluidbron is het geluidonderzoek geen rekening gehouden. Voor de dagperiode is dan weer uitgegaan van een bezetting gedurende 8 uur zowel tijdens trainingen als tijdens wedstrijden. Bij de berekeningen van de geluidemissie vanuit het terras is geen rekening gehouden met een muziekinstallatie. Dit is ook als specifieke gebruiksregel in het ontwerp bestemmingsplan opgenomen. Uit de beschrijving blijkt dat sprake kan zijn van 250 rijders en 200 personen publiek tijdens regiowedstrijden. Verder is aangegeven dat (slechts) sprake is van 250 auto’s waarvan er 100 bij de crossbaan parkeren.
Het is onduidelijk waarop de 250 personenauto’s zijn gebaseerd wanneer uit de opgave blijkt dat sprake is van 450 personen? Ook is onduidelijk dat wanneer 100 personenauto’s bij de crossbaan parkeren waar dan de overige 150 personenauto’s parkeren. Volgens de toelichting uit het bestemmingsplan worden maximaal 60 parkeerplaatsen gerealiseerd in het uiterste geval zodat ook het parkeren van 100 personenauto’s problematisch lijkt. Door slechts rekening te houden met 100 personenauto’s wordt in ieder geval hiermee niet de totale milieu-impact van het voornemen in kaart gebracht en is sprake van een onderschatting van de situatie die in werkelijkheid zal optreden. Ook de bijlagen geven geen antwoord op deze vragen. Daar komt bij dat uit de bijlagen blijkt dat in het rekenmodel voor wedstrijden het gelijke aantal verkeersbewegingen is opgenomen als in het rekenmodel voor trainingen namelijk 25 bewegingen overdag en 25 bewegingen in de nachtperiode wat niet strookt met de beschrijving van de representatieve bedrijfssituatie in de hoofdtekst. Volgens die beschrijving is sprake van 20 auto’s de BMX komen brengen en halen. Dit betekent 40 transportbewegingen in de dagperiode en 40 in de avondperiode. Het rekenmodel geeft daarmee een onjuiste en onderschatting van de werkelijke situatie die tijdens wedstrijddagen en trainingsdagen kan ontstaan.
Indirecte hinder In de hoofdtekst is aangegeven dat de beoordeling of sprake is van indirecte hinder heeft plaats gevonden volgens de Circulaire indirecte hinder. Deze Circulaire stelt dat het onderzoek naar het equivalente geluidniveau van het inrichting gebonden verkeer in de regel niet kan worden uitgevoerd met de standaard rekenmethode uit het Reken- en Meetvoorschrift wegverkeerslawaai. In het akoestische onderzoek is wel van deze methode uitgegaan hetgeen dus niet conform de Circulaire is. In de rapportage is niet aangegeven wanneer geen sprake meer is van een geluidbijdrage die akoestisch herkenbaar is (reikwijdte onderzoek). Bovendien is er een aftrek toegepast en is in de berekening uitgegaan van andere verkeersgegevens dan in de rest van de rapportage namelijk 20 bewegingen in de dagperiode en 20 in de avondperiode voor de representatieve bedrijfssituatie. Voor de situatie tijdens wedstrijden waarbij duidelijk sprake is van meer transportbewegingen is geen berekening uitgevoerd. De berekening en beoordeling van indirecte hinder is niet volledig en ook niet correct uitgevoerd. Tekstuele opmerkingen In de tabel III.3 van paragraaf 3.5 wordt de beoordelingsgrootheid LAr,LT genoemd. Waarschijnlijk wordt hier LAmax bedoeld. Notitie 20220106-1
29 maart 2022 Pagina 3
De bewering in paragraaf 3.3 dat de rijroute is verdeeld in deeltrajecten van elk 10 meter met een bronpunt in het midden is niet correct. Uit de bijlage blijkt dat een afstand is aangehouden van 25 meter tussen twee bronpunten. Volgens de rapportagetekst en het rekenmodel blijkt dat er vier omroepmasten worden geplaatst maar uit de tekening blijkt dat er slechts 3 worden geplaatst. De tekening of de rapportage moet worden aangepast. Rekenmodel Op het opgestelde rekenmodel plaatsen we de volgende opmerkingen: a) In het rekenmodel is slechts beperkt rekening gehouden met reflecterende bodemvlakken. Bij de woningen ten zuiden van het circuit is sprake van reflecterende bodemvlakken aan de voorzijde van de woningen. Omdat hier de beoordelingspunten zijn gelegen, wordt de geluidbelasting nu te gunstig voorgesteld. b) Het neerklappen van het starthek resulteert in een piekbronsterkte. Door de positionering van deze piekbron in de vorm van een puntbron, wordt al snel rekenkundig een hoge reductie bereikt door het plaatsen van een kort scherm dicht bij de bron. In de praktijk zal dit scherm langer moeten zijn om het gewenste resultaat te bereiken. Het effect van het scherm wordt nu te positief gebracht en verdient nadere onderbouwing en detaillering.
c) Voor de oppervlaktebron met kenmerk “02 publiek (100 pers)” is geen bronhoogte in het rekenmodel opgenomen waardoor de berekende deelbijdrage van deze geluidbron niet correct is. d) Uit de bijlage III blijkt niet met welke hoogte van de grondwal en scherm is rekening gehouden omdat de schermhoogte ontbreekt in de uitdraai van modelgegevens (alleen ISO hoogten opgenomen). Er kan niet worden nagegaan of de beweringen in de rapportagetekst correct in het rekenmodel zijn verwerkt. e) De bronpositie van de omroepmasten in het rekenmodel is anders dan op de tekening is aangegeven. Grondwal In de rapportage is sprake van een grondwal met/zonder scherm aan de oostzijde van het terrein. Dit aspect verdient bijzondere aandacht omdat in de toelichting van het bestemmingsplan niet meer over een grondwal wordt gesproken maar alleen over een scherm bij het starthek. Uit de bijlagen blijkt dat modelmatig is rekening gehouden met een grondwal gemodelleerd als scherm en een scherm bij het starthek (rekenmodel “model wedstrijd var 1 muziek”). Onduidelijk of deze schermen ook zijn opgenomen in het rekenmodel “model training met scherm start”. In figuur 1 is op het oostelijk terreindeel sprake van een wal met scherm. In de situatietekening is dan weer aangegeven dat hier een 5 meter hoge afscherming komt.
Volgens de rapportagetekst is dan weer sprake van een 3 meter hoge grondwal met een 2 meter hoge afscherming. Onder tabel III.1 uit paragraaf 3.4 is dan weer sprake van een 3 meter hoge wal zonder scherm. Binnen de regels van het bestemmingsplan is niet bepaald dat deze voorzieningen ook daadwerkelijk moeten worden uitgevoerd. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt alleen een scherm bij het starthek genoemd. Verder is onduidelijk hoe deze dan moeten worden gerealiseerd (absorberend of reflecterend?). In ieder geval maakt het bestemmingsplan wel de realisatie van een dergelijke voorziening mogelijk binnen het plangebied maar bestaat grote onduidelijkheid of deze er ooit ook zal komen. Verder constateren we dat de vorm en positie van het scherm en wal binnen het rekenmodel behoorlijk anders is dan zoals in de situatieschets is aangegeven. Het lijkt erop dat in het rekenmodel de geluidafschermende werking bij enkele woningen effectiever is dan wanneer van de positie wordt uitgegaan zoals aangegeven in de situatieschets. Omdat het akoestische rapport te weinig detailgegevens bevat over de mogelijk te plaatsen afschermende Notitie 20220106-1
29 maart 2022 Pagina 4
voorzieningen (zie opmerkingen onder rekenmodel), is onduidelijk hoe de gepresenteerde rekenresultaten nu zijn verkregen.
2.2
Beoordeling berekening stikstofdepositie
Uit de plattegrond van het voornemen blijkt duidelijk dat bij de BMX parcours parkeerplaatsen zijn voorzien. Volgens de geluidrapportage is zelfs plaats voor 100 personenauto’s. In de studie naar stikstofdepositie wordt uitgegaan van 50 parkeerplaatsen en 160 verkeersbewegingen per weekdag. Dit aantal is fors meer dan waarvan in de geluidrapportage is uitgegaan. Er ontbreekt een beschouwing van het verkeer dat tijdens regiowedstrijden van en naar de locatie rijdt. In de toelichting van het bestemmingsplan blijkt dan weer dat behoefte is aan 40 parkeerplaatsen. Er wordt binnen het plan rekening gehouden met 42 parkeerplaatsen voor het reguliere gebruik. Er kan een overloop gebied worden gerealiseerd met 18 extra parkeerplaatsen. Bijzonder hierin is dat niet bekend is waar de extra benodigde parkeerplaatsen worden gerealiseerd wanneer sprake is van een wedstrijd. Ook al is sprake van een incidentele bedrijfssituatie dan moet op voorhand duidelijk zijn dat de parkeerbehoefte ook realiseerbaar is. Omdat onduidelijk is of aan de parkeerbehoefte tijdens wedstrijden kan worden voldaan en de ontsluiting en verkeersgeneratie die hierbij ontstaat onvoldoende is onderzocht, kan niet gesteld worden dat deze aspecten geen belemmering vormen voor het voornemen. Anders dan het geluidrapport beschrijft deze studie wel hoe de personenauto’s van en naar het terrein rijden.
Daarbij is gesteld dat wanneer het verkeer de N18 (route 1) of N313 (route 2) oprijdt, het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Hieruit maken we op dat volgens de opstellers van de rapportage de het verkeer over de rijroute over de Eschpark – Richterslaan (route 1) en de rijroute Eschpark – Richterslaan – Lievelderweg – Aaltenseweg – Groten Bos (route 2) nog niet zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit betekent dat volgens de Circulaire indirecte hinder de geluidbijdrage vanwege het verkeer met bestemming BMX circuit over beide routes akoestisch moeten worden beoordeeld. Uit de berekeningen blijkt dat sprake is van een beperkte emissievracht. Dit in combinatie met de relatief grote afstand tot stikstofgevoelige gebieden wordt geen relevante depositie verwacht.
2.3
Natuurwaarden
In de conclusie van het aanvullend onderzoek Eschpark in Lichtenvoorde opgesteld door Staring Advies wordt aanbevolen om in het broedseizoen (van 15 maart tot 15 juli) verstorende activiteiten in het gebied te voorkomen. Daarnaast wordt aanbevolen maatregelen te treffen om negatieve effecten op soorten te voorkomen of te verzachten. Het aspect geluid wordt algemeen gezien als een verstorend effect zeker gezien de voorgenomen activiteiten op het terrein tijdens wedstrijden. In de geluidrapportage en overige stukken wordt aan dit aspect geen aandacht geschonken. Uit de toelichting van het bestemmingsplan blijkt dat reguliere wedstrijdseizoen duurt van half maart tot begin november wat ook het volledige broedseizoen omvat. Ook is niet duidelijk of het terrein tijdens het broedseizoen gesloten is dan wel in deze periode geen wedstrijden zullen plaatsvinden.
Notitie 20220106-1
29 maart 2022 Pagina 5
2.4
Beoordeling geluidsituatie
In de plantoelichting staat aangegeven dat het plan twee delen bevat: het binnenzwembad (bestaand) en de nieuwe BMX-baan. Bij de beoordeling of het voornemen resulteert in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat dient tenminste de geluidbijdrage cumulatief te worden beoordeeld vanwege de activiteiten binnen de grenzen van het plangebied. Daarbij dient bij een goede ruimtelijke onderbouwing ook aandacht worden geschonken aan het woon- en leefklimaat in de buitenverblijfruimten zoals terrassen en tuinen. Aan het aspect cumulatie met andere lawaaibronnen en een beoordeling van de geluidbijdrage in tuinen en terras is in het onderhavige onderzoek geen aandacht geschonken. Onduidelijk is waarom voor de woningen aan de Kerkhoflaan 7 en 9 een ruimere richtwaarde van toepassing zou zijn behorende bij een gemengd gebied volgens de VNG publicatie. Volgens het huidige bestemmingsplan is duidelijk sprake van een woonbestemming grenzend aan een bestaande woonwijk. De Kerkhoflaan is geen scheiding tussen beide verschillende gebiedstypen. Het plangebied behelst ook niet deze beide woningen. Er is sprake van een nieuwe ontwikkeling direct grenzend aan woningen van derden wat tot een aantasting van het woon- en leefklimaat kan resulteren. De tekst in de akoestische rapportage inzake het Activiteitenbesluit is algemeen van aard en niet toegeschreven aan de nieuwe activiteit.
Het Activiteitenbesluit bevat specifieke voorwaarden voor inrichtingen waar sprake is van sportactiviteiten en verstrekte muziek of omroeplocaties. Binnen het ruimtelijk spoor moet de geluidbijdrage van alle bronnen worden beschouwd terwijl in het Activiteitenbesluit bepaalde bronnen worden uitgesloten van toetsing. Binnen het ruimtelijk spoor is het mogelijk om voor een specifieke situatie beperkingen in gebruik of voorzieningen voor te schrijven om te voorkomen dat in de toekomst een hindersituatie zal ontstaan. Alhoewel het bestemmingsplan voorzieningen mogelijk maakt, zijn deze niet allen als zodanig vastgelegd dat zij ook moeten worden uitgevoerd waarmee onzeker is of in de toekomst nog sprake zal zijn van een rustige woonwijk. In de geluidrapportage uitgegaan van een rustige woonwijk met een richtwaarde van 45 dB(A). Dit wordt gezien als een kwaliteitsambitie van de gemeente. Deze richtnorm volgens de VNG publicatie (het ruimtelijk spoor) is namelijk strenger dan de standaardnorm volgens het Activiteitenbesluit (het milieuspoor). Helaas strookt deze ambitie niet met de waarden en beoordelingswijze zoals genoemd in het gemeentelijk geluidbeleid. Volgens dit beleid wordt aansluiting gezocht met de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en zal alleen worden afgeweken wanneer dit goed wordt onderbouwd en afgewogen.
In het geluidbeleid wordt ook gesteld dat het opleggen van lagere normen niet veel zal voorkomen. Dit betekent dat er een reële kans bestaat dat de geluidbijdrage vanwege het BMX parcours in de toekomst mag en zal toenemen omdat dit binnen het gemeentelijk geluidbeleid en het Activiteitenbesluit past en er binnen het bestemmingsplan geen beperkingen zijn opgelegd. Om een overlastsituatie in de toekomst te voorkomen wordt het, in afwijking van het gemeentelijk geluidbeleid, in deze situatie wenselijk geacht in de vorm van maatwerkvoorschriften strengere geluidnormen en beperkingen vast te stellen. Op deze wijze wordt meer afstemming bereikt tussen de in het bestemmingsplan geschetste en te verwachten geluidsituatie en de geluidnormen waaraan in uiteindelijke exploitatie van het terrein moet worden voldaan. De geluidbelasting die ontstaat tijdens incidentele omstandigheden zoals wedstrijden moet ook voldoen aan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit. Binnen het Activiteitenbesluit bestaat geen aparte geluidnorm Notitie 20220106-1
29 maart 2022 Pagina 6
voor incidentele bedrijfssituaties. Uitgaande van de gepresenteerde rekenresultaten uit tabel III.2 blijkt dat deze norm met 9 dB wordt overschreden. Dit betekent dat een onderzoek naar maatregelen noodzakelijk is alvorens een goede motivatie voor een maatwerkvoorschrift kan worden opgesteld. We achten het verstandig om voorafgaand aan de vaststellen van het bestemmingsplan de eventueel noodzakelijke maatwerkvoorschriften inclusief motivatie op te stellen.
3
Samenvatting en conclusie
In de eerste plaats moet worden geconcludeerd dat in de toelichting op het bestemmingsplan, de geluidrapportage en de rapportage naar stikstofdepositie is uitgaan van verschillende uitgangspunten ten aanzien van het te verwachten verkeer van het naar het plangebied en de benodigde parkeervoorzieningen. De betreffende studies zijn blijkbaar niet op elkaar afgestemd waardoor nu onduidelijkheid is ontstaan over de gewenste ontwikkeling. De verschillen zijn dermate groot dat dit ook gevolgen heeft voor de beoordeling of sprake is van een relevante geluidbijdrage of stikstofdepositie. De bestaande woningen zijn buiten de plangrenzen gehouden van het te herziene plandeel. Uit de bestaande bestemmingsplannen blijkt dat duidelijk sprake is van als woningen bestemde terreindelen. Hiermee is sprake van een duidelijke scheidingslijn tussen de woningen enerzijds en de activiteiten op het terrein van het zwembad en de BMX baan. De woningen aan de Kerkhoflaan 7 en 9 zijn naar onze mening onterecht beoordeeld als woningen in een gemeente waar meerdere functies naast elkaar voorkomen (gemengd gebied). De omschrijving in de huidige bestemmingsplannen doet vermoeden dat kwalitatief alle woningen deel uitmaken van een rustig woongebied.
Uit de inhoudelijke beoordeling van de geluidrapportage blijkt het volgende: - De uitgevoerde geluidmetingen zijn niet volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai uitgevoerd zowel ten aanzien van het starthek als het over het parcours rijden van BMX fietsen. - Het rekenmodel bevat enkele storende fouten die gevolgen hebben voor de berekende geluidbijdrage. - De voorgestelde maatregelen zijn technisch nog niet nader uitgewerkt. Er wordt getwijfeld of met de voorgestelde maatregel bij het starthek wel een voldoende geluidreductie wordt bereikt waardoor twijfels ontstaan of deze effectief zullen zijn. - De geluidbijdrage is alleen op begane grondniveau beoordeeld invallend op de gevels van woningen en niet in de tuinen en terrassen van deze woningen. - De geluidbijdrage die tijdens (regio)wedstrijden ontstaat is niet beoordeeld. - Er is geen aandacht besteed aan de totale geluidbelasting die ter plaatse van de woningen zal ontstaan (cumulatie). Verder is onduidelijk of en hoe de maatregelvariant zoals geschetst in de geluidrapportage (wal met/zonder scherm) daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Eventuele garanties in het bestemmingsplan of de regels ontbreken. Daarnaast bestaat een terechte vrees dat de geluidbelasting in de toekomst kan toenemen omdat binnen de regels en bepalingen uit het bestemmingsplan geen beperkingen zijn opgenomen.
Het Activiteitenbesluit en het huidige gemeentelijk geluidbeleid stellen fors ruimere geluidnormen toe dan nu in de geluidrapportage behorende bij het bestemmingsplan is aangegeven.
Notitie 20220106-1
29 maart 2022 Pagina 7
Er ontbreekt een beschouwing van de volledige impact van het voornemen tijdens regionale wedstijden. Onduidelijk is waar de extra benodigde parkeerplaatsen zijn voorzien en welke geluidbelasting onder deze omstandigheden ontstaat.
TecMaP
Senior adviseur
Notitie 20220106-1
29 maart 2022 Pagina 8