aanbiedingsbrief ontwerpregeling gr fijnder
Tekst van het document
fir dEr Werkleerbedrijf Oost-Achterhoek
Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Oost Gelre Postbus 17 7130 AA LICHTENVOORDE
Correspondentieadres Postbus 109 7140 AC Groenlo T: 0544 47 42 00 E: info@fijndernl I: www.fijnder.nl Banknr: NL13BNGH0285144715
Onderwerp : Gemeenschappelijke regeling Fijnder Bijlage(n) : Ontwerp Gemeenschappelijke regeling Fijnder Ons kenmerk: MV/TH/GR Datum
Geacht college, Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd (Stb. 2022, 128). Op grond van deze wetswijziging moet de Gemeenschappelijke regeling Fijnder worden gewijzigd. Ons voorstel daartoe treft u bijgaand aan. De gewijzigde regeling dient uiterlijk 1 juli 2024 in werking te treden. Wijzigingen Wgr De wetswijziging van 1 juli 2022 heeft tot doel de democratische legitimatie en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden bij taken die in gemeenschappelijke regelingen worden uitgevoerd te versterken. De wetswijziging heeft tot gevolg dat de regeling op de volgende onderwerpen moet worden aangepast. A. B. C. D. E. F. G.
Aanscherping afspraken uittreding (artikel 9 lid 1 Wgr); Zienswijze procedure (artikel 10 lid 5 en 6 Wgr); Inspraak/ Participatie (artikel 10 lid 7 en 8 Wgr); Evaluatie (artikel 11a Wgr); Actieve informatieplicht (artikel 17 lid 2 en 3 Wgr); Gemeenschappelijke raadscommissie (artikel 24a Wgr); Data planning- en control-cyclus (artikel 34 lid 2, artikel 34b en artikel 35 lid 1 Wgr).
De aanpassingen, zoals opgenomen in de bijgevoegde ontwerpregeling, zijn in samenspraak met uw ambtelijke vertegenwoordigers tot stand gekomen. De aanpassingen lichten wij hierna per onderwerp toe. A. Aanscherping afspraken uittreding In de huidige gemeenschappelijke regeling zijn de procedure en de gevolgen van uittreding op hoofdlijnen beschreven. De gewijzigde Wgr voegt daaraan toe dat in de regeling in elk geval afspraken worden gemaakt over het vermogen van de rechtspersoon en de uittredingsvoorwaarden. De procedure en voorwaarden bij uittreding zijn opgenomen in afdeling 9.2 van de ontwerpregeling (artikel 43 tot en met 51) en voorzien van een uitgebreide toelichting. Het uitgangspunt van samenwerking in een gemeenschappelijke regeling is dat iedere deelnemer eenzijdig kan besluiten om de samenwerking te beeindigen en uit de gemeenschappelijke regeling te treden. Daar staat echter tegenover dat de uittreder de nadelige gevolgen van de uittreding (frictie- en desintegratiekosten) moet compenseren. Bij frictie- en
desintegratiekosten gaat het enkel om kosten die een direct gevolg zijn van de uittreding. Hoewel dat niet letterlijk uit de tekst van de wijziging en toelichting blijkt, valt daar redelijkerwijs buiten het aandeel van de uittredende partij in eventuele balansposten, zoals reserveringen. Mocht een uittreding in de praktijk aan de orde komen, dan is het niettemin verstandig dit onderscheid in het uittredingsplan te benoemen. De aan de ontwerpregeling toegevoegde uittredingsbepalingen zijn erop gericht om te komen tot een door het algemeen bestuur vastgesteld uittredingsplan. Een plan dat het resultaat is van een proces waarin alle relevante belangen zijn afgewogen en dat alle condities bevat voor de uittreding. Als gevolg van een uittreding kan een situatie ontstaan, waarbij voortzetting van de gemeenschappelijke regeling niet langer reeel meer is. In die situatie regelt artikel 43 van de ontwerpregeling dat onder bepaalde voorwaarden er geen sprake is van uittreding, maar van opheffing van de gemeenschappelijke regeling, bedoeld in artikel 52 van de ontwerpregeling. B. Zienswijze procedure In de gewijzigde Wgr is de verplichting opgenomen om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over besluiten, waarop het bestuur van de gemeenschappelijke regeling (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter) een zienswijze aan de raden vraagt.
Het dagelijks bestuur moet gemotiveerd en schriftelijk reageren op de zienswijze. Daarmee moet worden voorkomen dat zienswijzen ongemotiveerd genegeerd worden. Het is overigens niet verplicht om besluiten aan te wijzen waarop zienswijzen kunnen worden ingebracht, maar dan moet in de ontwerpregeling tot uitdrukking worden gebracht dat daarvan is afgezien. Dit is tot uitdrukking gebracht in artikel 13a, 18a en 20a van de regeling. De zienswijzeprocedure rondom de begroting(swijzigingen) blijft onverminderd van kracht. Daarnaast opereert Fijnder binnen de algemeen verbindende voorschriften ten aanzien van de aan Fijnder gedelegeerde bevoegdheden, die opgenomen zijn in de verordening sociaal domein van de drie individuele gemeenten. Besluitvorming hieromtrent vindt reeds plaats door de gemeenteraden. Ten slotte biedt dit artikel het Algemeen Bestuur de mogelijkheid om de zienswijze van de raden te vragen over besluiten van verstrekkende politieke - of financiele aard die buiten deze algemeen verbindend verklaarde voorschriften vallen. C. Inspraak / Participatie De gewijzigde Wgr schrijft voor dat de regeling een bepaling moet bevatten of en hoe inwoners en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid worden betrokken. Het is ook mogelijk om de inspraak via de gemeenteraden te laten verlopen.
Wat betreft de doelgroep van de Participatiewet is participatie nadrukkelijk in de Participatiewet vastgelegd. Artikel 47 van de Participatiewet bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over hoe clientenparticipatie wordt vormgegeven. Fijnder heeft een eigen clientenraad die zich specifiek richt op de belangen van de doelgroep van de Participatiewet. De belangen van SW-medewerkers worden vanuit een onderdeelcommissie behartigd. In de ontwerpregeling is nu in artikel 22b opgenomen dat het dagelijks bestuur, onverminderd het bepaalde in de verordening op grond van artikel 47 van de Participatiewet, zorgdraagt voor de instelling van een clientenraad bestaande uit personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid Participatiewet of hun vertegenwoordigers. Hiermee wordt bewerkstelligd dat de clientenraad van Fijnder zijn grondslag vindt in de ontwerpregeling. De clientenraad zal worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid in het kader van de Participatiewet. D. Evaluatie Op grond van de gewijzigde Wet moeten er afspraken worden gemaakt over de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Er kan worden gekozen om de gemeenschappelijke regeling niet te evalueren, maar dan moet dat op basis van een bewuste keuze waarmee de gemeenteraden instemmen.
In de ontwerpregeling is in artikel 40 een facultatieve bepaling opgenomen inhoudende dat op voorstel van de raden het algemeen bestuur zorgdraagt voor een evaluatie van de regeling. Daarbij moeten de raden de inhoud en omvang van de evaluatie aangeven. Als alle raden instemmen met de evaluatie, dan is het algemeen bestuur verplicht om de evaluatie uit te voeren. E. Actieve informatieplicht Artikel 17, lid 2 en 3 Wgr introduceert een actieve informatieplicht voor het bestuur van Fijnder. In dat kader is het bestuur (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter) verplicht om de gemeenteraden actief te informeren, zodat de raden hun taken goed kunnen oppakken. Het
gaat hier om een rechtstreekse informatieplicht, dus niet door tussenkomst van de colleges. De actieve informatieplicht is in de ontwerpregeling tot uitdrukking gebracht in artikel 23 lid 5, artikel 24 lid 4 en artikel 25 lid 2. F. Gemeenschappelijke raadscommissie In de ontwerpregeling is in artikel 22a een bepaling opgenomen gelijkluidend aan artikel 24a Wgr. Dit artikel biedt de mogelijkheid om een gemeenschappelijke raadscommissie in te stellen. Dat gebeurt op voorstel van de gezamenlijke gemeenteraden en dient te geschieden door het algemeen bestuur. G. Data planning- en control-cyclus Als gevolg van de wetswijziging verandert een aantal data in de planning en control cyclus. De in de Wgr gewijzigde data zijn in de regeling verwerkt en het proces ten aanzien van de planning- en controlcyclus is opnieuw uitgelijnd. Fijnder werkt inmiddels al conform de in de Wgr genoemde termijnen. Deze termijnen zijn reeds opgenomen in de Financiele verordening van Fijnder. Vervanging leden Dagelijks Bestuur In de ontwerpregeling zijn regels omtrent vervanging van leden van het Dagelijks Bestuur opgenomen. In de ontwerpregeling is opgenomen dat bij langdurige afwezigheid het Algemeen Bestuur een interim bestuurder of een opvolger kan aanwijzen. Bij kortdurende afwezigheid vindt interne vervanging door de leden van het Dagelijks Bestuur pleats.
VVij stellen u voor om de bijgevoegde ontwerpregeling voor zienswijze voor te leggen aan de gemeenteraad. Op basis van de Wgr heeft de gemeenteraad vanaf dat moment de mogelijkheid om binnen acht weken een zienswijze in te dienen over de tekst van de ontwerpregeling. Het is mogelijk dat op basis van de zienswijzen er redenen zijn om de tekst van ontwerpregeling aan te passen. Nadat de wijzigingen zijn verwerkt wordt het aangepaste voorstel door de colleges voor toestemming aan de gemeenteraden voorgelegd. De gemeenteraad heeft vervolgens dertien weken te besluiten om wel of geen toestemming te geven voor het wijzigen van de regeling. Deze termijn mag eenmaal met ten hoogste dertien weken worden verlengd. Na toestemming van de gemeenteraad kan uw college de regeling, zoals deze komt te luiden, vaststellen. De gemeenschappelijke regeling Fijnder treedt in werking op de dag na bekendmaking. De bekendmaking wordt verzorgd door de gemeente Berkelland. Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur Fijnder,
E.S.F. Schepers-Janssen Voorzitter
T.A. Beijer Secretaris