13 kadernora fijnder 2023-2026
Tekst van het document
fijndEr Werkleerbedrijf Oost-Achterhoek
Aan de gemeenteraden van de gemeenten BerkeIland, Oost Gelre en VVinterswijk
Correspondentieadres Postbus 109 7140 AC Groenlo T: 0544 47 42 00 E: info@fijnderni I: www.fijnder.n1 Banknr: NL13BNGH0285144715
Onderwerp : Kadernota 2023-2026 Gemeenschappelijke Regeling Fijnder : Kadernota 2023-2026 Gemeenschappelijke Regeling Fijnder Bijlage(n) Ons kenmerk: 34 Datum : 31-03-2022
Geachte leden van de Raad, De begrotingscyclus van de Provincie Gelderland is gewijzigd in aanloop naar de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Om die reden bieden wij u hierbij ter kennisgeving voor de eerste keer een separate kadernota 2023 aan. Deze nota bevat de algemene financiele - en beleidsmatige kaders voor Fijnder voor de periode 2023 tot en met 2026. In voorgaande jaren waren deze kaders onderdeel van de conceptbegroting die aan de raden werd voorgelegd voor het indienen van een zienswijze. In deze kadernota proberen we, ondanks de vele onzekerheden door de coronacrisis, een zo goed mogelijk beeld te geven van de toekomstige ontwikkelingen. VVij houden daarbij onze focus gericht op onze kerntaak om inwoners aan betaald werk te helpen. Als dat (nog) niet lukt dan ondersteunen wij de inwoner bij het participeren in de samenleving. De uitgangspunten van deze kadernota worden uitgewerkt in de ontwerpbegroting 2023. Voordat het Algenneen Bestuur van Fijnder deze begroting vaststelt, wordt u als raad in de gelegenheid gesteld tot het indienen van zienswijzen op deze begroting. Om de gemeenteraden meer te betrekken bij de P&C cyclus van Fijnder zal dit najaar gestart worden met een jaarlijkse gezamenlijke themabijeenkomst voor de raden van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Wnterswijk.
Via deze bijeenkomst kunt u aan de hand van de onderwerpen kaders meegeven voor het formuleren van de uitgangspunten voor de volgende begroting van Fijnder. De thennabijeenkomst in 2022 zal in september plaatsvinden. Met vriendelijke groet, s het Dagelijks Bestuur Fijnder,
Aan:
Colleges en raden gemeente Berkelland, gemeente Oost Gelre, gemeente Winterswijk
Van:
Dagelijks Bestuur Fijnder
Onderwerp:
Kadernota 2023-2026 Gemeenschappelijke Regeling Fijnder
Datum:
25-02-2022
Kadernota 2023-2026 Gemeenschappelijke Regeling Fijnder
Inhoud 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 3
2.
Uitgangspunten ............................................................................................................................... 3
3.
Ontwikkeling beleid ......................................................................................................................... 4
4.
3.1
Ontwikkelingen in rijksbegroting Ministerie Szw .................................................................... 4
3.2
Klantstromen ........................................................................................................................... 5
Ontwikkeling budgetten/uitgangspunten begroting ...................................................................... 5 4.1
BUIG-budget ............................................................................................................................ 5
4.2
Re-integratiebudgetten ........................................................................................................... 8
4.3
Overige budgetten................................................................................................................... 9
Pagina 2
1. Inleiding Voor u ligt de kadernota voor de jaren 2023 tot en met 2026. De kadernota is, net als de begroting en jaarrekening, één van de documenten die wij voortaan jaarlijks ter kennisgeving aan u voorleggen. Het doel van de kadernota is om inzicht te bieden in de beleidsmatige en financiële kaders voor de op te stellen begroting waarvoor de uitgangspunten zijn meegegeven door het Dagelijks Bestuur. Deze treft u aan in hoofdstuk 2. Voor de basisbegroting worden de uitvoeringslasten 2022 en de overige posten zoals opgenomen in de begroting 2022 als uitgangspunt genomen. Daarnaast zijn er een aantal ontwikkelingen beschreven die kunnen leiden tot een aanpassing in de begroting. Voordat de begroting 2023 en meerjarenraming 2024 tot en met 2026 door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld, wordt u de mogelijkheid geboden om een zienswijze in te dienen.
2. Uitgangspunten Bij het opstellen van de begroting 2023 en meerjarenraming 2024 - 2026 hanteren wij de volgende uitgangspunten:
Het vastgestelde/bestaande beleid 2022 van de drie gemeenten dient als vertrekpunt voor de begroting 2023; Indexatie vindt plaats op basis van de in de septembercirculaire 2021 gepubliceerde indexatiecijfers volgens de macro-economische verkenning;
De programma’s en producten zoals vastgesteld in de begroting 2022 blijven ongewijzigd; Voor de bestandsontwikkeling van het uitkeringsvolume wordt gestreefd naar de nullijn; SW-ers participeren maximaal binnen de doorgaande ontwikkellijn waarbij de werkplaats een vangnetvoorziening blijft; De doorontwikkeling van de verschillende deelopdrachten in het kader van Simpel Switchen wordt opgenomen in de begroting; Eventuele ontwikkelingen op het gebied van ICT worden inzichtelijk gemaakt.
Aanvullende aandachtspunten: De ingezette lijn met betrekking tot de integrale dienstverlening wordt verder doorontwikkeld. Kritische prestatie-indicatoren: Voor de begroting 2023 worden dezelfde indicatoren gehanteerd als voor 2022. Wet Inburgering: Op 1 januari 2022 treedt het nieuwe inburgeringsstelsel in werking. Voor inburgeraars die voor die tijd inburgeringsplichtig zijn geworden, blijft de Wi2013 van toepassing. In het nieuwe stelsel krijgen gemeenten de regie over de uitvoering van inburgering. Fijnder heeft een aantal aanvullende taken gekregen. Fijnder hanteert de Pagina 3
taakstelling 2022 als uitgangspunt voor de uitgaven in 2023 voor die onderdelen die bij Fijnder zijn belegd. Ontwikkelopdrachten re-integratie: Op 27 januari 2022 heeft het Dagelijks Bestuur ingestemd met het voorstel om de bestemmingsreserve re-integratie aan te wenden om een aantal re-integratieopdrachten uit te kunnen voeren. Elke opdracht wordt vertaald in een plan van aanpak en bij instemming van het Dagelijks Bestuur ten uitvoering gebracht in 2022 en opvolgende jaren. Uitstroom Wsw: Als gevolg van CAO maatregelen rondom vervroegde uittreding kan er een versnelde uitstroom plaatsvinden van de Wsw-doelgroep.
3. Ontwikkeling beleid 3.1 Ontwikkelingen in rijksbegroting Ministerie Szw In de rijksbegroting 20221 van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid staan enkele beleidsontwikkelingen genoemd. Hieronder worden deze weergegeven: Breed Offensief Om de arbeidskansen van mensen met een beperking te vergroten heeft het kabinet een breed offensief gelanceerd. Het Breed Offensief bevat verschillende maatregelen die ervoor moeten zorgen dat meer mensen met een beperking aan het werk komen en blijven. Belangrijke onderdelen zijn het vereenvoudigen van de inzet van het instrument loonkostensubsidie (LKS), het bevorderen van ondersteuning op maat, en het werken lonender maken voor mensen met een beperking. Daarnaast wordt de financiering van gemeenten voor LKS gewijzigd. Het budget voor LKS wordt met ingang van 2022 op basis van realisatie over gemeenten verdeeld. Dit stimuleert gemeenten om LKS in te zetten en daarmee de arbeidskansen te vergroten van mensen die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Voor een aantal van de voorstellen is wetswijziging noodzakelijk. De Tweede Kamer heeft besloten het daartoe strekkende wetsvoorstel controversieel te verklaren nadat het kabinet demissionair is geworden. Het streven is dat het wetsvoorstel op 1 juli 2022 wordt ingevoerd.
In verband met het voorstel om een gedeelte van de inkomsten van mensen die in deeltijd met loonkostensubsidie werken vrij te laten, is structureel € 40 miljoen toegevoegd aan het macrobudget voor participatiewetuitkeringen. Voor de overige voorstellen uit het breed offensief is incidenteel € 53 miljoen beschikbaar gesteld. Hiervan is na overleg met gemeenten reeds € 42 miljoen ingezet. Over de resterende middelen vindt nog overleg plaats met gemeenten om tot een doelmatige besteding te komen. Eerder werd er in de Participatiewet onderscheid gemaakt tussen vrijwillige en gedwongen opname in een GGZ-instelling. Door invoering van amendement Kwint c.s. (Kamerstukken II 2020/21, 35 667, nr. 37) behouden personen die gedwongen worden opgenomen (evenals personen bij vrijwillige opname) hun uitkering, ter hoogte van het instellingstarief. Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten De banenafspraak uit het Sociaal Akkoord van 2013 heeft tot doel om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen bij reguliere werkgevers. Met de sociale partners is afgesproken 125.000 banen voor deze doelgroep te creëren. De opgave voor markt en overheid tot en met 2020 was om 67.500 extra banen te realiseren ten opzichte van de nulmeting. In 2020 is de landelijke doelstelling van 67.500 extra banen (sector en markt samen) met 66.097 banen net niet gehaald.
De coronacrisis zal hieraan hebben bijgedragen, hoewel de mate van invloed hiervan op het realiseren van banen voor de doelgroep niet duidelijk is. De komende periode blijft het kabinet nauwlettend in de gaten houden hoe de coronacrisis het realiseren van de 1
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2022
Pagina 4
banen voor de doelgroep verder beïnvloedt. Om mogelijke negatieve werkgelegenheidsgevolgen op te vangen en mensen uit de banenafspraak zo snel mogelijk weer naar nieuw werk te begeleiden heeft het kabinet € 36 miljoen vrijgemaakt voor de tijdelijke impuls banenafspraak. De Staatssecretaris van SZW heeft in november 2018 (Kamerstukken II 2018/19, 34 352, nr. 137) de vereenvoudiging van de Wet banenafspraak aangekondigd. Vanwege verschillende redenen is het wetgevingsproces voor het wetsvoorstel vereenvoudigde Wet banenafspraak sterk vertraagd, waardoor de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2022 onmogelijk is geworden. Er is nog advies aan de Raad van State gevraagd, maar tijdens de adviesperiode werd het kabinet (vervroegd) demissionair. Om ervoor te zorgen dat een nieuw kabinet een eigen afweging kan maken over een nieuwe vormgeving van de banenafspraak, is besloten om het wetsvoorstel voorlopig niet in te dienen bij de Tweede Kamer. De Minister van SZW heeft dit per brief ook aan de Tweede Kamer meegedeeld (Kamerstukken II 2020/21, 35 394, nr. 19).
3.2 Klantstromen Met de invoering van de Participatiewet is de toegang tot de Wsw stopgezet. De Wajong is alleen nog toegankelijk voor mensen met een volledige en duurzame arbeidsbeperking. Op alle nieuwe doelgroepen met een beperking, die nog aan de slag kunnen, is de Participatiewet van toepassing. Kenmerkend voor deze doelgroep is dat zijn in het algemeen langdurig (gedeeltelijk) afhankelijk blijven van een bijstandsuitkering. Onderstaand de verwachting van het aantal bijstandsontvangers zoals opgenomen in de septembercirculaire 2021. Aantal bijstandsontvangers September circulaire Procentuele wijziging
Raming 2021 392.814
Raming 2022 388.547 -1,1%
Raming 2023 392.395 1,0%
Raming 2024 397.474 1,3%
Raming 2025 405.840 2,1%
Raming 2026 413.029 1,8%
Hieruit volgt dat voor 2023 en de volgende jaren landelijk gezien een stijging van het bijstandsvolume wordt verwacht. De resultaten van SDOA waren in 2020 en 2021 gunstiger dan het landelijke beeld. Tegen de landelijke trend in, wordt door het Dagelijks Bestuur van Fijnder voor de begroting 2023 een nullijn als kader gehanteerd. Economische ontwikkelingen kunnen ertoe leiden dat dit uitgangspunt moet worden bijgesteld in de bestuursrapportage.
4. Ontwikkeling budgetten/uitgangspunten begroting 4.1 BUIG-budget De ontwikkeling van het BUIG-budget van de individuele gemeenten hangt nauw samen met het landelijke macrobudget. Om een inschatting te kunnen maken van het BUIG-budget voor de jaren 2023 tot en met 2026 is derhalve ontwikkeling van het macrobudget van belang. In de Rijksbegroting 2022 van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid is hierover het volgende vermeld: Budgettaire ontwikkelingen algemene bijstand Hieronder volgt een toelichting op de bijstellingen voor de algemene bijstand. Op basis van de CPB-raming van de werkloosheid wordt de komende jaren een oplopend bijstandsbestand verwacht. Door een inperking van andere regelingen doen meer personen een beroep op de bijstand. Dit zijn onder andere de invoering van de Participatiewet (per 2015) en de invoering van het onderdeel WW-duurverkorting in de Wet werk en zekerheid, die inmiddels is vervangen door de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB).
Pagina 5
Budgettaire ontwikkelingen LKS Vanaf 2022 worden gemeenten voor het lopende jaar gefinancierd op basis van de gerealiseerde uitgaven aan loonkostensubsidies van het vorige jaar. De uitgaven voor LKS worden voor 2022 geraamd op € 325 miljoen. De uitgaven aan loonkostensubsidie nemen jaarlijks toe doordat de doelgroep van LKS sinds invoering van de Participatiewet groeit. Daarnaast wordt vanaf 2022 extra inzet van LKS verwacht doordat de financiering is aangepast. Budgettaire ontwikkelingen IOAW/IOAZ De IOAW-uitgaven dalen in 2022 door de beperkende voorwaarde dat het IOAW-recht alleen geldt voor personen geboren voor 1965. Dit leidt ertoe dat in 2022 minder mensen een beroep kunnen doen op de IOAW. De verslechterde conjunctuur als gevolg van de coronacrisis werkt vertraagd door op de volumeontwikkeling van de IOAW. De vertraging treedt op doordat het grootste deel van de IOAW-instroom eerst WW-gerechtigd is geweest. In de meerjarenraming wordt rekening gehouden met de verhoging van de AOW-leeftijd. Dit heeft een opwaarts effect op de uitgaven, doordat mensen later de AOW-leeftijd bereiken. De uitgaven aan de IOAZ nemen vooral toe door de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Budgettaire ontwikkelingen Bbz (Bbz 2004) Levensonderhoud De uitgaven voor Bbz levensonderhoud in 2022 worden geraamd op € 170 miljoen.
Na afloop van de Tozo per 1 oktober 2021 is de verwachting dat een deel van de Tozo-gerechtigden door zal stromen naar het Bbz. Een deel van deze zelfstandigen zal naar verwachting ook in 2022 nog een beroep doen op het Bbz. De ontwikkeling van het macrobudget ziet er als volgt uit: Overzicht participatiewet uitkeringen (x €1.000) Algemene bijstand Loonkostensubsidie IOAW IOAZ Bbz Macrobudget totaal
Raming 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
5.632.211 324.821 288.524 30.636 170.458 6.446.650
5.764.553 379.684 278.315 32.150 45.063 6.499.765
5.941.444 434.545 260.840 33.354 45.063 6.715.246
6.079.836 489.407 226.912 33.900 45.063 6.875.118
6.162.686 518.993 213.001 33.900 45.063 6.973.643
Pagina 6
Verwachte procentuele ontwikkeling uitgaven macrobudget per jaar Algemene bijstand Loonkostensubsidie IOAW IOAZ Bbz Macrobudget totaal
Mutatie 2023 t.o.v. raming 2022
Mutatie 2024 t.o.v. raming 2023
Mutatie 2025 t.o.v. raming 2024
Mutatie 2026 t.o.v. raming 2025
2,35% 16,89% -3,54% 4,94% -73,56% 0,82%
3,07% 14,45% -6,28% 3,74% 0,00% 3,32%
2,33% 12,63% -13,01% 1,64% 0,00% 2,38%
1,36% 6,05% -6,13% 0,00% 0,00% 1,43%
Het macrobudget wordt voorlopig vastgesteld in september voorafgaand aan het uitvoeringsjaar. Het macrobudget 2022 wordt gedurende het jaar nog bijgesteld naar aanleiding van gewijzigde inzichten in conjunctuur, realisaties, rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling (lpo). Hierover zullen gemeenten geïnformeerd worden bij het nader voorlopig budget in het voorjaar van 2022 en bij de definitieve toekenning van de budgetten in september 2022. Het definitieve macrobudget wordt bepaald door uit te gaan van de gerealiseerde prijs en het gerealiseerde volume in het voorgaande jaar, van een inschatting van de effecten van de conjunctuur en Rijksbeleid in het begrotingsjaar zelf en van een indexering van de gemiddelde prijs. Voor de conjunctuurraming worden de actuele en onafhankelijke rekenregel en de autonome correctie van het Centraal Plan Bureau (CPB) gevolgd. Uit de toelichting van het ministerie en de financiële ontwikkeling van het macrobudget kunnen de volgende bevindingen worden afgeleid:
Op basis van de CPB-raming van de werkloosheid wordt de komende jaren een oplopend bijstandsbestand verwacht. De uitgaven aan loonkostensubsidie nemen jaarlijks toe doordat de doelgroep van LKS sinds invoering van de Participatiewet ingroeit. Het aantal mensen dat een beroep kan doen op de IOAW neemt af De uitgaven aan de IOAZ nemen vooral toe door de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Door het aflopen van de Tozo zal een deel van deze zelfstandigen naar verwachting ook in 2022 nog een beroep doen op het Bbz In relatie tot Bbz kredietverstrekking; 2022 is het laatste jaar dat er nog uitgaven worden gedaan voor de oude financieringssystematiek. In relatie tot de Tozo vindt in 2022 en 2023 een definitieve verrekening plaats over de uitgaven in 2020 en 2021
Raming ontwikkeling BUIG-budgetten per gemeente Het meerjarenbeeld met betrekking tot de ontwikkeling van lasten in de begroting van Fijnder zal in de begroting 2023 – 2026 opgesteld worden aan de hand van bovenstaande gegevens, de werkelijke ontwikkeling t/m ultimo 2021. Het voorlopig BUIG-budget 2022 is in september 2021 bekend geworden (zie hiervoor de tabel onder deze alinea). Om een inschatting te maken van het BUIG-budget voor de jaren 2023 tot en met 2026 is het aandeel per gemeente in het macrobudget constant verondersteld. Doordat het macrobudget vanaf 2022 toeneemt, zal naar verwachting het BUIG-budget per gemeente vanaf 2022 ook toenemen. In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van het BUIG-budget weergegeven:
Pagina 7
Overzicht participatiewet uitkeringen (x €1) Berkelland
Raming 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
0,1153% 0,4330%
0,1153% 0,4330%
0,1153% 0,4330%
0,1153% 0,4330%
0,1153% 0,4330%
Budget bijstandsuitkeringen Budget loonkostensubsidies Totaal budget Oost Gelre
7.060.656 1.406.395 8.467.051
7.058.640 1.643.939 8.702.579
7.243.893 1.881.474 9.125.367
7.365.007 2.119.013 9.484.020
7.444.518 2.247.113 9.691.631
0,0628% 0,1437%
0,0628% 0,1437%
0,0628% 0,1437%
0,0628% 0,1437%
0,0628% 0,1437%
Budget bijstandsuitkeringen Budget loonkostensubsidies Totaal budget Winterswijk
3.842.056 466.870 4.308.926
3.840.959 545.725 4.386.684
3.941.764 624.578 4.566.342
4.007.668 703.432 4.711.100
4.050.934 745.956 4.796.890
0,1322% 0,1927%
0,1322% 0,1927%
0,1322% 0,1927%
0,1322% 0,1927%
0,1322% 0,1927%
Budget bijstandsuitkeringen Budget loonkostensubsidies Totaal budget
8.091.400 625.828 8.717.228
8.089.090 731.531 8.820.621
8.301.386 837.231 9.138.617
8.440.181 942.933 9.383.114
8.531.299 999.936 9.531.235
Aandeel bijstandsbudget Aandeel LKS budget
Aandeel bijstandsbudget Aandeel LKS budget
Aandeel bijstandsbudget Aandeel LKS budget
Voor de ontwikkeling van de kosten per uitkering hanteren we dezelfde trend. Er zijn echter een aantal elementen die het moeilijk maken om in te schatten hoe de kosten zich zullen ontwikkelen: 1. Steeds vaker zullen er mensen met loonkostensubsidie aan het werk gaan. Dit bespaart wel op de bijstandskosten maar betreft niet meer de hele uitkering; 2. De samenstelling van huishoudens kan wijzigen waardoor de hoogte van de uitkeringen zal wijzigen. Per saldo is op basis van de macroraming en de raming van de ontwikkeling van het aantal klanten wel te verwachten dat de kosten vanaf 2023 ten opzichte van 2022 enigszins zullen stijgen.
4.2 Re-integratiebudgetten Het re-integratiebudget wordt sinds 2019 deels toegekend aan de gemeenten via het gemeentefonds (oud onderdeel WWB klassiek) en deels via de Integratie uitkering sociaal domein (nieuw Wajong en nieuwe doelgroepen). Hieronder is per onderdeel aangegeven hoe dit zich de komende jaren ontwikkelt. Het totale budget dat beschikbaar gesteld is voor re-integratie stijgt. De reden hiervan is dat de nieuwe doelgroepen, voormalig Wsw en Wajong, in toenemende mate voor inschakeling in de arbeid afhankelijk zijn van ondersteuning. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen In de septembercirculaire van 2021 is aangekondigd dat er een verlaging van de integratieuitkering Participatie vanaf 2021 heeft plaatsgevonden conform de bestuurlijk overeengekomen rekenregel. Het UWV voert de no-riskpolis uit voor de gehele gemeentelijke doelgroep banenafspraak en nieuw beschut werk. De uitgaven van het UWV aan de no-riskpolis bleken hoger te zijn geweest dan aanvankelijk geraamd. Dit wordt gefinancierd via een verlaging van de integratie-uitkering Participatie: het betreft een extra uitname van € 5,459 miljoen in 2021, oplopend tot € 17,141 miljoen in 2026.
Pagina 8
Re-integratie uitkeringen (x €1) Berkelland Re-integratie klassiek Nieuw Wajong doelgroep Nieuwe doelgroepen overig Totaal Oost Gelre Re-integratie klassiek Nieuw Wajong doelgroep Nieuwe doelgroepen overig Totaal Winterswijk Re-integratie klassiek Nieuw Wajong doelgroep Nieuwe doelgroepen overig Totaal
Raming 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
711.610 124.621 259.971 1.096.202
650.017 126.946 283.963 1.060.926
657.112 129.549 305.514 1.092.174
671.124 131.916 331.086 1.134.125
687.349 135.344 355.330 1.178.023
213.161 58.157 141.592 412.909
194.711 59.242 154.659 408.611
196.836 60.456 166.396 423.688
201.034 61.561 180.324 442.918
205.894 63.161 193.528 462.582
976.290 74.773 155.519 1.206.581
891.788 76.168 169.871 1.137.826
901.521 77.729 182.763 1.162.014
920.746 79.149 198.060 1.197.955
943.006 81.207 212.563 1.236.775
4.3 Overige budgetten Tozo De Tozo was een tijdelijke regeling in 2020 en 2021. Gemeenten gaven uitvoering aan de Tozo en ontvingen daarvoor voorschotten. Op basis van declaratie werden de werkelijke uitgaven van gemeenten vergoed. De uitvoeringskosten werden vergoed op basis van een vast bedrag per besluit op aanvraag. In 2022 verantwoorden gemeenten hun uitgaven over 2021 en vindt voorlopige verrekening plaats. In 2022 en 2023 vindt definitieve verrekening plaats over de uitgaven in 2020 en 2021. Vanaf 2024 vindt de afwikkeling met gemeenten plaats met betrekking tot terugbetalingen van kapitaalverstrekkingen. Bijzondere bijstand en minimaregelingen In de begroting van het ministerie van SZW is geen gewijzigd beleid opgenomen voor bijzondere bijstand. De uitgaven bij de SDOA kenden de afgelopen jaren een dalende tendens als gevolg van de coronabeperkende maatregelen. Voor de begroting 2023 wordt daarom uitgegaan van het uitgavenniveau van 2019.
Pagina 9