13 factsheet 6 hoe hard zijn de eisen mbt lokaal eigendom
Tekst van het document
Als Stichting Windkracht K komen wij op voor inwoners van Berkelland en Oost-Gelre die zich zorgen maken over de mogelijke komst naar onze gemeenten van de grootste windturbines van Nederland. Met het oog op het belang van een evenwichtige en zorgvuldige oordeelsvorming over dit onderwerp sturen wij een aantal bondige factsheets. De informatie komt uit legitieme en controleerbare bronnen.
Factsheet 6 Hoe hard zijn de eisen m.b.t. lokaal eigendom in de praktijk? Bij duurzame energieprojecten wordt vaak beloofd (en geloofd) dat lokale gemeenschappen financieel zullen profiteren. In de praktijk blijkt dit vaak tegen te vallen. Om recht te doen aan de intenties is het essentieel dat beleidsdocumenten concrete mechanismen bevatten om ervoor te zorgen dat omwonenden daadwerkelijke meeprofiteren. In het concept beleidsdocument voor grote windturbines in de gemeenten Oost Gelre en Berkelland wordt aandacht besteed aan lokaal eigendom en financiële participatie. Hoe zit het met de concrete invulling? In hoeverre zijn de gestelde eisen daadwerkelijk afdwingbaar en wat zijn in de praktijk de implicaties? Huidige bepalingen in het beleidsdocument Het concept beleidsdocument stelt het volgende over lokaal eigendom: - "Ons uitgangspunt is dat bij de voorbereiding van initiatieven mogelijkheden worden geboden voor (financiële) participatie." (Sectie 1.2) - " Berkelland streeft naar zoveel mogelijk lokaal eigendom, het liefst 100% maar in ieder geval meer dan 51% ." (Sectie 2.4) - “...de gemeente [Oost Gelre] wil dat bedrijven en inwoners van de gemeente een meerderheidsbelang van ten minste 51% hebben.’’ (Sectie 2.4) - "Initiatiefnemers moeten een participatieplan opstellen dat ingaat op: [...] Financiële participatie: hoe omwonenden kunnen meeprofiteren, bijvoorbeeld via
aandelen of obligaties" (Sectie 4.2) Analyse van de bepalingen Bij nadere beschouwing van deze bepalingen vallen enkele zaken op: 1. Vrijblijvende formulering: Het document spreekt van "streven naar" en “uitgangspunt", wat juridisch zwakke formuleringen zijn. 2. Gebrek aan concrete definitie: "Lokaal eigendom" wordt niet specifiek gedefinieerd, wat ruimte laat voor interpretatie. 3. Ontbrekende toetsingscriteria: Er worden geen specifieke criteria genoemd om te beoordelen of een plan voldoet aan de 51% eis. 4. Geen consequenties: Er staat niet vermeld wat er gebeurt als het percentage onder de 51% ligt. 5. Beperkte uitwerking: De vormen van financiële participatie worden slechts oppervlakkig benoemd.
Lessen uit Berkelland De gemeente Berkelland heeft reeds ervaring met grootschalige duurzame energieprojecten, met name op het gebied van zonne-energie. Deze ervaringen bieden waardevolle inzichten voor het windbeleid. Uit onderzoek van NRC uit 2023 blijkt dat veel zonneparken in Berkelland in handen zijn van buitenlandse investeerders uit onder andere België, Duitsland, China en Portugal. Hoewel de gemeente Berkelland volgens het artikel jaarlijks zo'n 9 miljoen euro aan subsidies ontvangt voor zonne-energie, vloeit het overgrote deel hiervan naar buitenlandse investeerders. De lokale gemeenschap profiteert nauwelijks mee. De eigendomsstructuren van veel energieprojecten zijn complex en ondoorzichtig, wat het moeilijk maakt om de mate van lokaal eigendom te controleren en af te dwingen, aldus NRC. Ook bij zonneparken in de gemeente Oost Gelre lijken dergelijke problemen op de loer te liggen. Objectief kan worden vastgesteld dat bij de genoemde duurzame energieprojecten door de gemeente onvoldoende waarborgen zijn gegeven: zonder juridisch bindende afspraken blijkt het in de praktijk lastig, zo niet onmogelijk om de beloofde lokale participatie en eigendom te realiseren. Implicaties voor de praktijk De gesignaleerde tekortkomingen in het beleidsdocument, gecombineerd met de lessen uit Berkelland, hebben potentieel verstrekkende gevolgen voor de praktische uitvoering: 1.
Afdwingbaarheid: door de vrijblijvende formulering is het voor gemeenten moeilijk om de 51% eis juridisch af te dwingen, waardoor buitenlandse investeerders mogelijk de overhand krijgen. 2. Interpretatieruimte: het gebrek aan een concrete definitie van "lokaal eigendom" kan leiden tot situaties waarbij formeel aan de eis wordt voldaan, maar de lokale gemeenschap alsnog nauwelijks profiteert. 3. Beoordelingsproblemen: zonder duidelijke toetsingscriteria is het lastig voor gemeenten om projectvoorstellen objectief te beoordelen en te waarborgen dat de lokale gemeenschap daadwerkelijk profiteert. 4. Geen stok achter de deur: doordat er geen consequenties zijn verbonden aan het niet halen van de 51%, ontbreekt een belangrijke prikkel voor initiatiefnemers om lokaal eigendom serieus na te streven. Bovendien lijkt het ‘streven naar 100% lokale eigendom’ vooral symboolpolitiek als dit streven niet door beide gemeenten wordt onderschreven. 5. Beperkte sturing op participatievormen: de oppervlakkige benoeming van participatievormen geeft weinig houvast voor concrete invulling, waardoor complexe eigendomsstructuren kunnen ontstaan die lokale participatie bemoeilijken.
Aanbevelingen voor aanscherping van het concept beleidsdocument Om de eisen ten aanzien van lokaal eigendom daadwerkelijk hard en afdwingbaar te maken, zijn de volgende aanpassingen aan het concept beleidsdocument noodzakelijk: 1. Definieer "lokaal eigendom" specifiek, bijvoorbeeld: "eigendom door inwoners, lokale energiecoöperaties of lokale overheden binnen een straal van X km van het windpark". 2. Vervang "streven naar" door "vereisen", zorg ervoor dat eisen voor lokaal eigendom en participatie juridisch bindend zijn door ze op te nemen in vergunningsvoorwaarden en bestemmingsplannen. 3. Ontwikkel een gedetailleerd toetsingskader met objectieve criteria voor de beoordeling van participatieplannen. 4. Specificeer de gevolgen indien niet aan de 51% eis wordt voldaan, bijvoorbeeld het niet verlenen of intrekken van de vergunning. 5. Werk de vormen van financiële participatie verder uit, inclusief minimumpercentages voor verschillende participatievormen. 6. Neem de participatie-eisen op als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan. 7. Implementeer een systeem voor continue monitoring en handhaving van de participatie- en eigendomsdoelstellingen, met duidelijke sancties voor niet-naleving. Leg periodieke evaluatiemomenten vast om naleving te controleren en zo nodig bij te sturen. 8.
Verplicht initiatiefnemers tot volledige openbaarmaking van financiële gegevens en eigendomsstructuren met betrekking tot lokaal eigendom en participatie. Ontwikkel een participatiekader dat niet alleen inspraak biedt, maar ook daadwerkelijke invloed op beslissingen garandeert. Dit kan bijvoorbeeld door omwonenden een formeel adviesrecht te geven. 9. Stel eisen aan initiatiefnemers om een vast percentage van de opbrengsten direct terug te laten vloeien naar de lokale gemeenschap, bijvoorbeeld via een omgevingsfonds of andere financiële instrumenten. Conclusie Vooropgesteld dat Windkracht K van mening is dat de daadwerkelijke komst van extreem hoge windturbines desastreus zou zijn voor onze leefomgeving, is het een harde randvoorwaarde dat het gemeentelijk beleid voldoet aan de juridische kaders en recht doet aan de belangen van de omwonenden. In de huidige vorm zijn de eisen ten aanzien van lokaal eigendom in het concept beleidsdocument niet hard genoeg om in de praktijk afdwingbaar te zijn, waardoor de lokale gemeenschap niet of nauwelijks meeprofiteert. Willen de gemeenten hun intenties waarmaken en de belangen van de lokale gemeenschap waarborgen, dan is het cruciaal dat de gemeenteraden dezelfde doelen nastreven en aandringen op aanscherpingen van het beleidsdocument.
Er zijn gevallen waarin beleid is aangevochten omdat het niet voldeed aan wettelijke vereisten of onvoldoende rekening hield met de belangen van omwonenden. Dit onderstreept de noodzaak voor een robuust juridisch kader dat duidelijk omschrijft hoe lokaal eigendom moet worden gerealiseerd en welke rechten omwonenden hebben.
Alleen zo kan worden voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt en windprojecten, net als zonneparken, voornamelijk ten goede komen aan (buitenlandse) investeerders in plaats van aan de lokale gemeenschap. Door bovengenoemde aanbevelingen op te nemen, kan het beleidsdocument niet alleen juridisch sterker worden gemaakt, maar ook meer recht doen aan de belangen van de lokale gemeenschap, waardoor zowel draagvlak, als daadwerkelijke voordelen worden vergroot. Bronnen:
NRC 11/05/2023 Stichting-TegenWind-Beroepschrift-RvS-d.d.-25-januari-2022.pdf Stichting Windkracht K 06-46634571 info@windkrachtk.nl www.windkrachtk.nl www.facebook.com/windkrac htk