1. achterhoekse aanpak wonen welzijn zorg
Tekst van het document
29
verder vorm en invulling krijgen. Achterhoekse woonzorgzones dragen bij aan het versterken van de sociale basis: → individueel (mensen willen meedoen in de maatschappij, het liefst op eigen kracht); → gemeenschappelijk (mensen zoeken elkaar op, ze delen een passie en willen zich inzetten voor iets); → institutioneel (georganiseerde professionele inzet). Achterhoekse woonzorgzones kenmerken zich door het clusteren van haal- en brengfuncties en hierbij sluiten we zo veel mogelijk aan bij en benutten van bestaande kwaliteiten en voorzieningen. Ook zijn Achterhoekse woonzorgzones plekken waar we werken aan dementievriendelijkheid. Om dementie te vertragen is voldoende beweging belangrijk, de motoriek te stimuleren en sociaal
HET ACHTERHOEKS PLAN VAN AANPAK WONEN, WELZIJN EN ZORG 2025-2035
contact te behouden of te verbeteren. Daarom houden we bij het inrichten van wijken rekening met een beweegvriendelijke omgeving waarin ontmoeten makkelijk gemaakt wordt. Fysieke ingrepen zoals duidelijke looppaden met voldoende verlichting, bankjes om onderweg uit te kunnen rusten, goede bewegwijzering, zichtbaarheid van herkenningspunten, het voorkomen van hoogteverschillen en obstakels op de grond dragen bij aan een meer dementievriendelijke wijk.
Zorggeschikt wonen
Geclusterd wonen
Groene woonomgeving
Toegankelijke openbare ruimte
Laagdrempelige activiteiten en ontmoetingsmogelijkheden Haal- en brengfuncties
Figuur 6. Impressie ingrediënten Achterhoekse woonzorgzone (RUIMTEVOLK, 2025).
30
HET ACHTERHOEKS PLAN VAN AANPAK WONEN, WELZIJN EN ZORG 2025-2035
Verkennen wonen en zorg oplossingen in het buitengebied
31
In de Achterhoek, waar we te maken hebben met een omvangrijk landelijk gebied, is zorg en welzijn voor iedereen in de toekomst een grote uitdaging. Naast dorpskernen bestaan kleine kernen en buurtschappen. De afstanden hiertussen zijn erg verschillend. Sommige kleine kernen liggen relatief dicht bij een grotere kern, andere kleinere kernen en buurtschappen liggen afgelegen. Niet iedere kleine kern is daarbij hetzelfde. Er bestaan ook kleinere kernen met een groter voorzieningenniveau, waarin de voorzieningen worden gerund door organisaties en/of vrijwilligers. In de kleine kernen zien we in het algemeen een relatief grote oplossingsbereidheid en betrokkenheid onder inwoners.
meerdere generaties die samenleven en elkaar ondersteunen. Deze ontwikkelingen bieden zowel uitdagingen als kansen, brengen traditionele rollen en waarden ter discussie en vragen om visie. Wij zetten in op toekomstbestendige zorg in het buitengebied waarin inwoners centraal staan. We willen samen met hen ontdekken hoe we de zorg zo kunnen organiseren dat deze aansluit bij hun behoeften en wensen. Dorpsraden spelen hierbij een cruciale rol, met hun lokale kennis en betrokkenheid bij inwoners. We stimuleren de inzet van zorgtechnologie, maar kijken ook naar hoe we traditionele vormen van samenleven en ondersteuning kunnen versterken, zoals erfdelen en woonzorginitiatieven.
De vergrijzing en extramuralisering zorgen voor een toenemende druk op de zorg in het buitengebied. Grotere afstanden, minder professionals en meer ouderen vragen om een nieuwe aanpak. De levering van (intensieve) zorg in het buitengebied is voor de toekomst niet op alle plekken reëel. Tegelijkertijd zien we een herwaardering van traditionele waarden, zoals
Om dit te bereiken, organiseren we het gesprek met inwoners, dorpsraden en organisaties om samen een visie te vormen voor toekomstige (wonen en) zorg in het buitengebied. We zetten in op bewustwording van de opgaven, stimuleren pilots en projecten en creëren een platform voor kennisdeling.
HET ACHTERHOEKS PLAN VAN AANPAK WONEN, WELZIJN EN ZORG 2025-2035
Onze regionale aanpak: → Lokaal voeren inwoners- en vrijwilligersorganisaties, zorg- en welzijnsorganisaties, woningcorporaties en gemeenten het gesprek over de mogelijke invulling van woonzorgzones per kern. Hierbij wordt rekening gehouden met de omgeving van de kernen en verschillende typologieën. Dan hebben we het over het buitengebied, maar ook over omliggende kernen, ook van buurgemeenten. → We delen regionaal goede voorbeelden en aanpakken van lokale woonzorgzones en dementievriendelijke wijken. → We faciliteren en voeren het gesprek met inwoners, dorpsraden en organisaties om samen een visie en aanpak te vormen voor toekomstige (wonen en) zorg in het buitengebied. → Regionaal de campagne ‘praat vandaag over morgen’ uitbreiden met een specifieke aanpak voor bewustwording van inwoners in het Achterhoekse buitengebied.
4
Uitvoering Deze regionale aanpak op wonen, welzijn en zorg dient als gezamenlijk kader en geeft richting. De vastgestelde kwalitatieve doelstellingen en aandachtspunten zijn van kracht voor de gehele regio. Elke gemeente behoudt de autonomie om deze aanpak naar eigen inzicht te vertalen en in te vullen. Hierdoor ontstaat ruimte om lokale uitvoeringsplannen te ontwerpen die aansluiten op de specifieke behoeften en kenmerken van de gemeenschap. De acties die voortvloeien uit programmalijn 3.1, gericht op het versterken van de regie en zeggenschap van de inwoners, worden hoofdzakelijk geïmplementeerd via het uitvoeringsprogramma van het Regioplan Achterhoek (IZA). De implementatie van programmalijn 3.2, die zich richt op het realiseren van voldoende geschikte en passende woningen voor ouderen en specifieke doelgroepen, vindt vooral plaats binnen de uitvoering van programmalijnen 1 en 3 van de Regionale Woonagenda. De acties die volgen uit programmalijn 3.3 worden gerealiseerd in een combinatie van beide trajecten. Om onze ambities tot uitvoering te brengen is regionale samenwerking essentieel. We maken hierbij de volgende afspraken om onze samenwerking op deze wonen-, welzijn- en zorgaanpak verder vorm en inhoud te geven.
© Azora Uitsluitend voor dit doel te gebruiken.
4.1 Samenwerkingsafspraken 1. In de Achterhoek werken we samen binnen 8RHK Ambassadeurs. Door krachten te bundelen, vergroten we samen de kwaliteit van leven in de Achterhoek. Vanuit de thematafels Wonen & Vastgoed en Gezondste Regio werken we samen aan de opgaven rondom wonen, welzijn en zorg. Gemeenten, zorg- en welzijnsorganisaties, woningcorporaties en het zorgkantoor zijn hierin vertegenwoordigd. Wanneer nodig wordt samenwerking gezocht met de andere 8RHK Ambassadeurs thematafels. 2. Alle leden van de thematafels staan achter dit plan van aanpak. Een nog op te richten regionale stuurgroep met vier tot vijf bestuurders vanuit zowel woon-, welzijns- en zorgorganisaties en overheden is verantwoordelijk voor de uitvoering en zorgt voor verbinding met beide thematafels. Eveneens zorgt de stuurgroep voor een goede afstemming met het traject rondom de regionale huisvestingsverordening. 3. De uitvoering wordt langs de programmalijnen georganiseerd. De stuurgroep wordt op uitvoering en organisatie ondersteund door de bestaande regionale werkgroep. Om een brede vertegenwoordiging en effectieve samenwerking te waarborgen, zijn in de regionale werkgroep wonen en zorg organisaties uit de zorg- en welzijnssector, woningcorporaties, gemeenten en mogelijk
33
ook inwoners vertegenwoordigd. De regionale werkgroep wordt getrokken door een projectleider die dienst doet als onafhankelijke coördinator die partijen verbindt, voortgang bewaakt en zorgt voor kennisdeling en continuïteit. Deze diverse samenstelling stelt ons in staat om vanuit verschillende perspectieven te werken en draagt bij aan een integrale aanpak. 4. Een aanzienlijk deel van de uitvoering is lokaal, waarbij gemeenten en organisaties een sleutelrol spelen. De regionale werkgroep ondersteunt deze lokale inspanningen door een samenhangend kader te bieden en kennis te delen. 5. Voor een goede uitvoering is het van belang dat we concrete, haalbare stappen definiëren die leiden tot de realisatie van onze ambities op de (middel)lange termijn. We organiseren op deze manier de schakel tussen ambities en de lokale uitvoering. De stuurgroep stelt samen met de werkgroep een gezamenlijk uitvoeringsprogramma 2025 t/m 2027 op. Dit programma concretiseert de acties die voortvloeien uit onze aanpak, wijst actiehouders aan en zorgt voor een heldere planning en monitoring. De voortgang van de uitvoering wordt indien nodig besproken op beide thematafels: Wonen en Vastgoed en De Gezondste Regio. We zoeken hierin een logische koppeling en cyclus, en laten dit bijvoorbeeld gelijk oplopen met de
HET ACHTERHOEKS PLAN VAN AANPAK WONEN, WELZIJN EN ZORG 2025-2035
uitvoering van de Regionale Woonagenda, Woondeal en Regioplan Achterhoek (IZA). 6. We maken samenwerkingsafspraken tussen het zorgkantoor, gemeenten, huisartsenzorg en bestaande zorginstellingen voor de vestiging van nieuwe woon-zorginitiatieven, realisatie van woonzorgzones en clustering. We creëren gezamenlijk duidelijkheid voor initiatiefnemers en een gelijke aanpak voor het vestigen van nieuwe zorginitiatieven en benutten elkaars cruciale kennis over zorginfrastructuur en de lokale context.
De opgaven rondom wonen, welzijn en zorg raken onze inwoners direct. Het zijn vraagstukken die direct invloed hebben op hun dagelijks leven, hun welzijn en hun toekomstperspectief. Het realiseren van een toekomstbestendige en leefbare regio vraagt om meer dan alleen aanpak en beleid. Het vraagt om een gezamenlijke inspanning, waarbij de kracht en de kennis van onze inwoners onmisbaar zijn. Daarom zetten wij in op een structurele inbedding van de participatie van inwoners in de uitvoering van deze regionale aanpak. Dit betekent dat we niet alleen incidenteel in gesprek gaan, maar dat we een continue dialoog faciliteren. Door actief te luisteren naar hun ervaringen, hun ideeën en hun zorgen, krijgen we een helder beeld van wat er leeft en waar de prioriteiten liggen. Deze input vormt vervolgens de basis voor de concrete acties die op lokale schaal, in nauwe samenwerking met de inwoners zelf, worden ontwikkeld en uitgevoerd.
4.2 Actief delen van inspiratie en kennis
4.3 Monitoring
4.4 Financiering
1. We ontwikkelen een lerend netwerk, zodat partijen elkaar kunnen blijven ontmoeten en kennis en expertise kunnen uitwisselen. Hiervoor maken we zo veel mogelijk gebruik van wat er al is en zorgen we voor een ‘regionale plus’. We inventariseren hiervoor in bestaande netwerken, initiatieven en brengen in beeld wat er al gebeurt (goede voorbeelden etc.) en verbinden hierin optimaal het sociale en fysieke domein. De regionale werkgroep neemt hiervoor het initiatief.
We dragen zorg voor monitoring om de voortgang te volgen en zo nodig afspraken te maken en bij te sturen.
1. Met onze ambities en doelstellingen gaan financieringsstromen gepaard. We blijven deze goed in beeld brengen en blijven alert op veranderingen. Hier ligt een opdracht aan alle betrokken partijen.
2. We delen en ontwikkelen regionaal kennis en ervaring over de drie kernpunten van de regionale aanpak, te weten: 2.1. 2.2.
2.3.
Regie en zeggenschap voor onze inwoners Voldoende geschikte en passende woonruimte voor ouderen en aandachtsgroepen Zorgzame Achterhoekse buurten en buitengebied
1. De Achterhoek Monitor wordt jaarlijks geactualiseerd met gegevens over realisatie en plannen. Dit geldt ook voor de planmonitor Gelderland. Hierin wordt jaarlijks door de provincie Gelderland de aangeleverde plancapaciteit van de Gelderse gemeenten opgenomen. Vanaf 2025 zullen ook de woningtypen ‘geclusterd’ en ‘zorggeschikt’ bij de uitvraag worden toegevoegd. 2. We blijven zorgen voor een gezamenlijk en actueel beeld van de (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte aan woonvormen in de regio. Hiervoor maken we gebruik van de monitor huisvesting aandachtsgroepen van het Rijk, regionale woonbehoeftenoderzoeken en onze eigen inventarisaties.
Concreet stellen we een jaarprogramma op waarin we de verschillende onderwerpen op de agenda zetten.
34
HET ACHTERHOEKS PLAN VAN AANPAK WONEN, WELZIJN EN ZORG 2025-2035
2. De stuurgroep stelt een gezamenlijk uitvoeringsprogramma op. Dit programma concretiseert de acties die voortvloeien uit onze regoinale aanpak en geeft inzicht in de financieringsvraagstukken. De integrale en domeinoverstijgende financiering is een uitdaging die we moeten oppakken. Waar nodig worden deze geadresseerd in de Thematafels. 3. Voor de realisatie van zorggeschikte woningen voor verpleegzorg is de stimuleringsregeling voor zorggeschikte woningen (SZGW) door het Rijk geïntroduceerd. De stimuleringsregeling bedraagt maximaal €17.500 voor een zorggeschikte woning. Een voorwaarde voor het ontvangen van de subsidie is dat de ontwikkelende partijen, zorgkantoor en zorgaanbieders een intentieovereenkomst aangaan. Aedes heeft hiervoor een conceptovereenkomst opgesteld. Dit benadrukt ook de urgentie van een structurele financieringsstroom in plaats van slechts tijdelijke subsidies, gezien de omvang en voortdurende aard van de uitdaging bij de realisatie van zorggeschikte woningen.
5
Bijlagen
Bijlage 1: Begrippen en definities
Aandachtsgroepen: groepen mensen die extra aandacht nodig hebben bij het vinden van een woning en de juiste zorg. Denk aan ouderen, mensen met een beperking, daklozen en statushouders. We onderscheiden de volgende aandachtsgroepen: ‒ Mantelzorg ontvangers of verleners ‒ Mensen met een lichamelijk, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid die wegens ernstige chronische en medische redenen andere huisvesting nodig hebben ‒ Uitstromers uit de maatschappelijke opvang waaronder: dakloze mensen, opvang slachtoffers huiselijk geweld (‘vrouwenopvang’) en opvang slachtoffers mensenhandel ‒ Uitstromers na intramuraal verblijf waaronder: uitstromers uit een Beschermd Wonen instelling en klinisch geestelijke gezondheidszorg ‒ Woningzoekenden tussen de 18 en 23 jaar uit de jeugdhulp ‒ Woningzoekenden uit de (jeugd)detentie
36
‒ Deelnemers aan het uitstapprogramma voor stoppende sekswerkers ‒ Arbeidsmigranten ‒ Studenten ‒ Woonwagenbewoners ‒ Ouderen ‒ Statushouders (via taakstelling) Dementievriendelijke wijk: een wijk die zo ingericht is dat mensen met dementie er veilig en prettig kunnen wonen en leven. Denk aan duidelijke looppaden, herkenningspunten en bankjes om te rusten. Extramuralisering: dit betekent dat steeds meer zorg niet in een ziekenhuis of zorginstelling wordt gegeven, maar bij mensen thuis. Fair share: een eerlijke verdeling van woningen voor aandachtsgroepen over de verschillende gemeenten in de regio. Kwetsbare inwoners: inwoners die door diverse redenen (medisch, sociaal, financieel, psychisch) extra moeilijkheden ervaren bij het vinden van passende en betaalbare woonruimte en vaak naast
HET ACHTERHOEKS PLAN VAN AANPAK WONEN, WELZIJN EN ZORG 2025-2035
een woning ook zorg of begeleiding nodig hebben om de regie over hun eigen leven te kunnen voeren. Levensloopbestendige woning: een woning die zo gebouwd is dat mensen er hun hele leven kunnen blijven wonen, ook als ze ouder worden, een ziekte of handicap krijgen. Positieve gezondheid: dit gaat niet alleen over of je ziek bent of niet, maar ook over hoe je je voelt, of je meedoet in de samenleving en of je het leven zinvol vindt. Wet langdurige zorg (Wlz): regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en mensen met een psychische aandoening. Kan zowel in een instelling als thuis geleverd worden, afhankelijk van de situatie van de cliënt. Woonzorgzone: een buurt waar mensen met een zorgvraag zelfstandig kunnen wonen en makkelijk gebruik kunnen maken van voorzieningen zoals winkels, een huisarts of een ontmoetingsplek.
Bijlage 2: Regionale Woonzorganalyse
37
HET ACHTERHOEKS PLAN VAN AANPAK WONEN, WELZIJN EN ZORG 2025-2035
Woonzorganalyse aandachtsgroepen Gelderland Regionale rapportage Achterhoek 01-07-2024
Woonzorganalyse aandachtsgroepen Gelderland Rapportage Achterhoek 01-07-2024
Opdrachtgever Provincie Gelderland Contactpersoon Hiddo Born
Datum 01-07-2024
Auteurs Johan van Iersel, In.Fact.Research Lennart Homan, bureau HHM
Inhoudsopgave
Vooraf........................................................................................................................................... 1 1
Inleiding ............................................................................................................................... 2
2
Typering van de regio........................................................................................................ 4
3
2.1
Inleiding ....................................................................................................................... 4
2.2
De regio in het kort .................................................................................................... 4
2.3
Regionale governance ................................................................................................ 4
Aandachtsgroepen Etvi ..................................................................................................... 6 3.1
Inleiding ....................................................................................................................... 6
3.2
Urgente groepen ......................................................................................................... 6
3.3 Inwoners met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid .................................................................................................... 6
4
5
3.4
Mantelzorgverleners en -ontvangers ....................................................................... 9
3.5
Uitstromers uit intramurale zorginstellingen ...................................................... 11
3.6
Woningzoekenden na detentie ............................................................................... 11
3.7
(Dreigend) dakloze mensen .................................................................................... 12
3.8
Stoppende sekswerkers ........................................................................................... 13
3.9
Statushouders ........................................................................................................... 13
3.10
Arbeidsmigranten .................................................................................................... 15
3.11
Studenten ................................................................................................................... 17
3.12
Woonwagenbewoners ............................................................................................. 18
Ouderen ............................................................................................................................. 20 4.1
Inleiding ..................................................................................................................... 20
4.2
De vergrijzing ........................................................................................................... 20
4.3
Ouderen met beperkingen ...................................................................................... 23
4.4
Woonvormen ............................................................................................................ 24
4.5
Ouderen met lichtere beperkingen ........................................................................ 28
4.6
De bredere opgave ................................................................................................... 29
4.7
Regionale afstemming ............................................................................................. 30
Aanbod............................................................................................................................... 32 5.1
Inleiding ..................................................................................................................... 32
6
5.2
Omvang en spreiding sociale huur ........................................................................ 32
5.3
Intramuraal verblijf .................................................................................................. 35
5.4
Toe- en doorgankelijkheid woningvoorraad ........................................................ 37
5.5
De fysieke woonomgeving...................................................................................... 38
5.6
De sociale woonomgeving ...................................................................................... 39
Conclusies en aanbevelingen .......................................................................................... 42
Bijlage 1: Cijfermatig overzicht aandachtsgroepen ............................................................. 44 Bijlage 2: Overzicht lokale en regionale documenten ........................................................ 45
Vooraf Deze rapportage is opgesteld in het kader van de provinciale ‘Woonzorganalyse Gelderland’. Doel van dit onderzoek is een provincie breed beeld te schetsen van de problematiek rondom de aandachtsgroepen en ouderen, nu en in de toekomst. Daarbij is een pragmatische insteek gekozen en vooral gewerkt met bestaande bronnen. Daarbij is veel aandacht besteed aan de gehanteerde definities en een juiste interpretatie van de vergaarde cijfers. De resultaten van het provinciale onderzoek zijn opgenomen in het hoofdrapport. De provincie heeft ook een procesmatige doelstelling bij het onderzoek. Men wil de regio’s ondersteunen en op gang helpen bij de regionale samenwerking. Vandaar dat de resultaten in elke regio zijn toegelicht en besproken. In de Achterhoek zijn er daartoe diverse overlegmomenten geweest en op 11 juli zal het onderzoek worden gepresenteerd tijden een brede bijeenkomst. En vandaar ook dat per regio een aparte rapportage is opgesteld, met alle uitkomsten op gemeentelijk niveau. Daarmee ontstaat een belangrijke onderlegger voor de gesprekken en beleidsvorming die nog gaan volgen. Een woonzorganalyse is nooit helemaal af. In het traject in de regio kunnen nieuwe informatievragen en nieuwe gegevens naar voren komen. Dat laatste is met name gewenst inzake de urgente groepen, waar een extra inspanning vanuit de regio vereist is.
Omdat de directe betrokkenheid bij de regionale trajecten, waarvoor de regio’s zelf aan de lat staan, beperkt is geweest, kan het voorkomen dat er op bepaalde thema’s wel gegevens zijn of beleid is, maar dat dit in dit traject niet naar voren is gekomen. Dat is in meer of mindere mate echter altijd het geval. Om het regionale proces op te starten hoeft niet alles tot achter de komma bekend te zijn. De voorligge nde rapportage vormt (samen met het hoofdrapport) een stevige basis om aan de slag te gaan. De komende periode moet de regio Achterhoek concreet aan de slag met: • Een afsprakenkader ouderenhuisvesting; • Afspraken over de fair share verdeling van de aandachtsgroepen in de regio; • Het opstellen van een huisvestingsverordening, inclusief urgentieregeling en afspraken over de verdeling van urgenten. Ook moeten de men de vertaalslag maken naar de lokale woningbouwprogrammering en locatiekeuzen. Dit soort beleidsdocumenten zijn slechts deels een doel op zich. Minimaal zo belangrijk is dat de komende periode een gevoel van urgentie wordt gecreëerd, bij alle gemeenten en alle stakeholders. En dat in gezamenlijkheid wordt gekomen tot een gedeelde visie en aanpak. Dat structuren worden opgezet om de opgaven te lijf te gaan. De opgaven zijn ook in Achterhoek groot en het is tijd om de krachten te bundelen.
Uiteindelijk moet het beleid verschil gaan maken voor de inwoners en hun directe woonomgeving. Om de vertaalslag van het beleid naar lagere schaalniveaus te faciliteren, wordt door de provincie de Gelderse WoonZorgwijzer -plus beschikbaar gesteld.
1
1 Inleiding Aanleiding In Nationale Woon- en Bouwagenda wordt aandacht gevraagd voor de kwetsbare positie van een aantal aandachtsgroepen. Deze groepen hebben een zwakke positie op de woningmarkt en vaak ook behoefte aan zorg en/of ondersteuning. Het verbeteren van de positie van deze groepen vraagt beleidsinspanningen op beleidsniveau en van meerdere sectoren. Het Rijk vraagt van gemeenten om, in regionaal verband, beleid te formuleren dat moet leiden tot voldoende huisvesting voor (kwetsbare) aandachtsgroepen en ouderen. Ook moeten deze groepen de benodigde zorg en ondersteuning in de directe omgeving kunnen ontvangen. Dit beleid moet worden geconcretiseerd binnen de bredere opgave zoals geformuleerd in de woondeals en zal ook uiteindelijk moeten landen in een volkshuisvestelijk programma. De aandachtsgroepen komen niet uit het niets, niet zelden was er in gemeenten al aandacht voor de groepen. Het Rijk acht echter een intensivering van de aandacht wenselijk en vraag daarbij tevens aandacht voor de regionale afstemming. De opgaven zijn op fronten dermate groot en complex, dat het verstandig is deze samen op te pakken. De opgaven worden gezien als een gezamenlijke maatschappelijke opgave, waaraan elke gemeente een steentje moet bijdragen. Ook provincies hebben in het nieuwe beleid een belangrijke rol.
Waar het gaat om wonen en ruimtelijke ordening is deze vertrouwd, waar het ga at om zorg en welzijn nieuw. De provincies hebben een bepalende rol bij het vaststellen van de regio -indelingen en toetsende rol bij de regionale afspraken. Provincie Gelderland ziet voor haarzelf een andere belangrijke rol: het faciliteren van de regio ’s. Vandaar dat Gelderland een provinciale woonzorganalyse heeft laten uitvoeren, die als input kan worden gebruikt bij de regionale visie-/beleidsvorming en verdeelafspraken. Dit rapport De resultaten van het onderzoek zijn weergegeven in een provinciale rap portage. In dat rapport wordt uitgebreid stilgestaan bij de het Rijksbeleid en de gehanteerde definities. Het rapport biedt daarmee een uitgebreid analysekader voor de gepresenteerde cijfers. In het voorliggende rapport bespreken we dit kader wat minder ui tgebreid en ligt de focus meer op de situatie in de regio. De gebruikte cijfers zijn grotendeels gelijk, dus iemand die meer wil weten over de achtergronden wordt doorverwezen naar het provinciale rapport. Naast de provinciale cijfers, is gebruik gemaakt van door de regio beschikbaar gestelde gegevens. Bij de duiding van de cijfers is gebruik gemaakt van de kennis in de regio ’s. Daarvoor zijn lokale documenten verzameld en geanalyseerd. Daarbij is specifiek geke-
2
ken naar de aanwezigheid van lokale of regionale cijfers over ouderen en aandachtsgroepen. Er heeft in de Achterhoek (nog) geen brede reflectiebijeenkomst plaatsgevonden. Leeswijzer De snelle lezer verwijzen wij door naar de samenvatting aan het begin van dit rapport. Het rapport zelf bevat de volgende hoofdstukken: • In hoofdstuk 2 geven we een beknopte typering van de regio, zowel inhoudelijk als qua governance. • In hoofdstuk 3 bespreken we de omvang en spreiding van de aandachtsgroepen uit Een thuis voor iedereen. • In hoofdstuk 4 staan we stil bij de vergrijzing en de opgaven die daaruit volgen. • In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het aanbod, waarbij zowel is gekeken naar het woningaanbod als naar de fysieke en sociale woonomgeving. • Hoofdstuk 6 bevat de belangrijkste conclusies en aanbevelingen. Gelderse WoonZorgwijzer-plus Een van belangrijkste aanbevelingen is vooral snel concreet aan de slag te gaan. De opgaven zijn groot en urgent, terwijl de middelen beperkt zijn. Die situatie vraagt om gebiedsgericht maatwerk, preventie en zorgvuldige locatiekeuzen. Om daarbij te helpen stelt de provincie de Gelderse WoonZorgwijzer beschikbaar (in te zien via www.woonzorgwijzer.nl). Dit instrument brengt op een laag schaalniveau letterlijk in kaart welk aandeel van de inwoners te maken heeft met bepaalde aandoeningen en beperkingen.
De provincie heeft ervoor gekozen de kaarten-set van de WoonZorgwijzer uit te breiden met aanvullende kaarten, bijvoorbeeld over de leefbaarheid en de aanwezige voorzieningen. Vandaar dat wordt gesproken over een WoonZorgwijzer-plus. Het instrument kan op veel manieren worden gebruikt, dit rapport bevat enkele voorbeelden.
3
2 Typering van de regio 2.1
Inleiding
Het hoofdrapport bevat een analyse van de verschillen tussen de Gelderse regio ’s. De belangrijkste bevindingen voor de Achterhoek staan hieronder kort samengevat. Vervolgens wordt ingegaan op de wijze waarop in de regio wordt samengewerkt.
2.2
De regio in het kort
De Achterhoek telt als landelijke regio relatief weinig aandachtsgroepen onder de bevolking. Dit hangt mede samen met een laag aandeel sociale huurwoningen. Ondanks dit lage aandeel slaagt men er tot dusverre redelijk in de taakstelling voor statushouders te realiseren. De regio telt relatief veel intramurale instellingen voor onder andere ouderen, mensen met een verstandelijke beperking en jeugdzorg met verblijf. De Achterhoek onderscheid zich van de overige regio’s door de mate van vergrijzing. Die is veel verder gevorderd dan in de andere regio. Desondanks blijft het aandeel ouderen toenemen. Dat geldt niet voor de overige aandachtsgroepen, omdat de bevolking in de regio in totaliteit nog maar weinig groeit (of krimpt).
2.3
Regionale governance
Regio-indelingen Gemeenten hebben vaak te maken met verschillende regio -indelingen. Denk daarbij aan de afbakening van de zorgkantoorregio’s, centrumgemeenten voor Beschermd Wonen en de Maatschappelijke Opvang, Wmo- en Jeugdhulp regio’s en veiligheids-regio’s. Het is niet vanzelfsprekend dat al deze indelingen aan elkaar gelijk zijn, het tegenovergestelde is vaak het geval. Voor de regio Achterhoek geldt dat de verschillende regio -indelingen overlap kennen. Het grootste deel van de regio Achterhoek valt onder de centrumgemeente Doetinchem. Een kleiner deel valt onder de centrumgemeente Arnhem. Deze verschillende regio-indelingen maken het voor gemeenten, maar ook voor andere stakeholders niet eenvoudiger. Binnen de verschillende indelingen zijn er vaak weer aparte overlegtafels en samenwerkingsstructuren die qua inhoud en proces veel overlap hebben met de thema’s en onderwerpen die op het vlak van wonen, zorg en welzijn spelen. Ook heeft dit tot gevolg dat sommige gemeenten wel aansluiten en vertegenwoordigd zijn bij het ene overleg, maar niet bij het andere overleg. In de lokale documenten zijn een aantal lokale en regionale overlegstructuren naar voren gekomen op het gebied van wonen en zorg.
Het gaat hierbij om de thematafel de Gezondste Regio, samenwerkingsverband Sociaal Domein Achterhoek, het Directieberaad Transmurale Zorg, de Vereniging Digitale Zorg Achterhoek, de Stichting Achterhoek in Beweging, het Netwerk Ouderen en Veerkracht Achterhoek, de Technologie en Zorg Academie Achterhoek en het Cultuur- en Erfgoedpact Achterhoek.
4
Vormgeving regionale governance Voor de Achterhoek geldt dat er sprake is van een lange en goede samenwerking tussen gemeenten en is er een heldere overlegstructuur. Maar dat rondom het thema wonen en zorg de governance nog niet helemaal uitwerkt is. Wel heeft de regio in in 2022 het thema wonen en zorg actief opgepakt. Er is een ‘coalition of the willing’ gevormd, die op een informele manier regionaal aan de slag zijn gegaan. Dit is gebeurd vanuit de werkgroep Wonen, welzijn en zorg. De werkgroep heeft gedurende 2023 een formeler karakter gekregen en ook zijn de activiteiten die de werkgroep onderneemt steeds concreter geworden.
5
3 Aandachtsgroepen Etvi In dit hoofdstuk wordt de omvang en spreiding van de aandachtsgroepen in de regio besproken. In de regio vervult Doetinchem een belangrijke (centrum)functie waar het gaat om het huisvesten van de aandachtsgroepen. Gemeenten als Bronckhorst en Oost Gelre leveren momenteel slechts een beperkte bijdrage.
3.1
Inleiding
In het kader van Een thuis voor iedereen moeten gemeenten in regionaal verband afspraken over een (meer) evenwichtige verdeling van de aandachtsgroepen over de regio. Elke gemeente moet een steentje bijdragen aan de huisvesting van deze, vaak kwetsbare, groepen. Bij de gesprekken die hierover straks in de regio worden gevoerd, is een cijfermatige onderlegger uiteraard wenselijk. Dit hoofdstuk biedt hiervoor een aantal belangrijke ingrediënten. Het is belangrijk te beseffen dat de aandachtsgroepen zeer verschillend zijn, qua aard, omvang en problematiek. In dit rapport staan we daar kort bij stil, de provinciale rapportage be vat een meer uitgebreide beschrijving.
3.2
Urgente groepen
Op de langere termijn is het streven dat de aandachtsgroepen meer evenwichtig verspreid over de regio wonen. Daartoe zijn in de woondeals afspraken gemaakt over een betere spreiding van de sociale huursector. Op de korte termijn is het zaak voldoende passend aanbod beschikbaar te krijgen voor de wettelijk urgenten en ook deze verhuisstromen beter te spreiden. In de regio Achterhoek heeft men nog geen exact beeld van de omvang van de urgente groepen. In de regio zijn er wel actuele en regionale onderzoeken en cijfers over de groepen, echter geven deze geen compleet beeld van de omvang van de verschillende groepen. Het is hierdoor niet mogelijk om, op basis van de aangeleverde documenten een totaalbeeld te geven van de omvang van de verschillende groepen.
3.3
Inwoners met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid
Van alle aandachtsgroepen is de aandachtsgroep ‘Inwoners met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid’ erg breed gedefinieerd. Voor een goede interpretatie van de aantallen is het essentieel de groep op te splitsen: • Voor zintuiglijke en lichamelijke aandoeningen geldt dat het voorkomen van deze groepen nauw samenhangt met de vergrijzing. • De groep met verstandelijke beperkingen wordt in Nederland over het algemeen afgebakend door de groep te nemen met een IQ tussen de 50 en 85 én problemen heeft in de zelfredzaamheid. Deze beperking gaat vaak samen met een lagere sociaal economische status. 6
• Voor psychiatrische problemen geldt dat iedereen ermee te maken kan krijgen. Als dat gebeurt, is het lastig een goed inkomen op te bouwen of te behouden. Vandaar dat deze groep wat vaker een lagere sociaal economische st atus heeft. Voor angst- en stemmingsstoornissen geldt dit ook, al zijn deze voor een deel ook ouderdom gerelateerd.
matig of ernstig verstandelijk beperkt
somatische problematiek zintuiglijke angst- en
psychiatrische problematiek
50 70 30 170 40 90 80 70 580
1.440 2.330 1.790 3.570 1.390 2.410 1.760 2170 16.850
290 450 310 870 300 460 380 430 3.490
somatische problematiek
psychiatrische problematiek
Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk Montferland Achterhoek
560 1.060 460 3.880 510 1.590 1.240 1330 10.630
matig of ernstig verstandelijk beperkt
Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk Montferland Achterhoek
licht verstandelijk beperkt
Het aantal zelfstandig wonende inwoners met verschillende aandoeningen in 2022 en als aandeel van het totaal aantal inwoners van 19 jaar en ouder in de regiogemeenten
licht verstandelijk beperkt
tabel 3-1
2,6% 3,0% 1,5% 8,3% 2,2% 5,0% 5,3% 4,5% 4,4%
0,2% 0,2% 0,1% 0,4% 0,2% 0,3% 0,3% 0,2% 0,2%
6,6% 6,5% 6,0% 7,6% 5,9% 7,5% 7,5% 7,3% 6,9%
1,3% 1,3% 1,1% 1,9% 1,3% 1,4% 1,6% 1,4% 1,4%
Bron: WoonZorgwijzer 4.0
De groepen zijn in beeld gebracht met de WoonZorgwijzer, die (op dit moment) alleen beschikbaar is voor de Gelderse gemeenten (zie ook www.woonzorgwijzer.nl). De WoonZorgwijzer gaat alleen over de zelfstandig wonende populatie, de intramuraal wonende populatie zit er niet in (daar vinden we bijvoorbeeld de groep met ernstige lichamelijke beperkingen terug). In tabel 3-1 staan de aantallen en aandelen per regiogemeente weergegeven. Met name Doetinchem vervult een belangrijke rol bij het huisvesten van licht verstandelijk beperkten en mensen met psychiatrische problematiek. Ge-
7
meenten als Bronckhorst, Oost Gelre en Aalten blijven achter bij het regionaal gemiddelde. Voor wat betreft somatische problematiek zijn de verschillen minder groot, maar ook hier speelt Doetinchem een belangrijke rol. figuur 3-1
De spreiding van de inwoners met LVB-problematiek (boven) en het corporatiebezit (onder) in Doetinchem
Bron: www.woonzorgwijzer.nl
De spreiding van de groepen met LVB-problematiek of psychiatrische problematiek hangt nauw samen met de spreiding van de sociale huurwoningvoorraad (zie ook het
8
voorbeeld in figuur 3-1). In de woondeal zijn afspraken gemaakt deze ongelijke verdeling te doorbreken. In gemeenten met een laag aandeel sociale huurwoningen, zullen er in de komende periode meer worden toegevoegd. Uiteindelijk is het streven (van het Rijk) dat alle gemeenten een min of meer gelijk aandeel sociale huur hebben. In relatie tot de urgente groepen zijn deze aandachtsgroepen van groot belang. De groepen hebben een verhoogde kwetsbaarheid, dus juist bij deze groepen is met preventief beleid winst te behalen. In de gebieden waar de concentratie (te) groot is, is dat lastig en zijn zorgverleners vaak overbelast. Er is door In.Fact. een doorrekening gemaakt van de in de toekomst te verwachten ontwikkeling van de groepen. Daarbij is voor wat betreft de demografische ontwikkelingen aangesloten bij de Gelderse Primosprognose. In tabel 3-2 staan de resultaten voor de Achterhoek weergegeven. Er zijn geringe verschillen in de ontwikkeling van de groepen, maar over het algemeen geldt dat de trend in lijn is met de ontwikkeling van de bevolking als geheel. Er zijn ook geen concrete aanleidingen om te veronderstellen dat dit type aandoeningen vaker gaat voorkomen. Daarbij geldt wel een belangrijke kanttekening. Het kan wel zijn dat door een veranderende maatschappij een kleiner deel kan meekomen en dus een groter deel in de problemen raakt.
Het is dus zaak ook te blijven beseffen dat niet iedereen automatisch mee kan in de verder digitaliserende en moderniserende maatschappij. In de tabel is te zien dat het aantal dementerenden wel sterk in aantal gaat toenemen. Op deze toename wordt in hoofdstuk 4 teruggekomen.
tabel 3-2
Het aantal zelfstandig wonende inwoners met verschillende aandoeningen in 2022, 2030 en 2040 in de Achterhoek en de procentuele groei in de periode 2022 – 2030 en 2022 - 2040
dementie (extramuraal) licht verstandelijk beperkt matig of ernstig verstandelijk beperkt somatische problematiek zintuiglijke aandoeningen angst- en stemmingsproblematiek psychiatrische problematiek jeugdproblematiek
2022 4.410 10.630 600 16.860 20.020 13.360 3.490 5.810
2030 5.510 10.790 560 16.300 20.310 14.620 3.440 5.470
2040 7.030 10.290 500 15.240 19.610 15.270 3.270 5.650
2022-2030 2022-2040 25% 59% 2% -3% -7% -17% -3% -10% 1% -2% 9% 14% -1% -6% -6% -3%
Bron: WoonZorgwijzer 4.0
3.4
Mantelzorgverleners en -ontvangers
In de toekomst moet er in de zorg en ondersteuning meer werk worden verzet, met minder handen (en financiële middelen). Het is dan ook logisch dat mantelzorgers en -ontvangers door het Rijk zijn benoemd als aandachtsgroep. Al langere tijd gold voor deze groep een wettelijk verplichte urgentie (als men een urgentieregeling in de huisvestingsverordening opnam). De praktijk wijst uit dat het beroep dat hierop gedaan wordt beperkt is.
9
Voor het faciliteren van mantelzorg is vooral ander beleid van belang, bijvoorbeeld op het vlak van respijtzorg en het realiseren van mantelzorgwoningen. Daar waar het gaat om fair share is het echter een vreemde aandachtsgroep. Regionale spreiding van deze groep is immers niet gewenst, je wilt mantelzorger en -ontvanger lokaal samenbrengen en ondersteunen. In dit onderzoek is het aantal mantelzorgers in beeld gebracht aan de hand van de volgende bronnen: • Het RIVM biedt inzicht het aandeel inwoners dat mantelzorg verleend. Daarbij geldt de Gezondheidsmonitor 2022 als bron. Het gaat hier om een enquête -onderzoek. In figuur 3-2 staat aangeven welke aandelen uit dit onderzoek naar voren komen. • In.Fact.Research heeft op basis CBS-Microdata bepaald in hoeverre er (per 31-12-2021) gebruik wordt gemaakt van persoonsgebonden budgetten (Pgb ’s) in het kader van de Wlz (dus exclusief de Wmo en Zvw). Het merendeel van deze pgb’s wordt informeel ingezet en daarmee leveren ze een goede indicator voor de inzet/spreiding van ‘serieuze’ mantelzorg. In figuur 3-3 staan de aantallen per regio weergegeven. Daar waar het gaat om de toekomst geldt demografisch gezien dat het aantal potentiële mantelzorgontvangers sterk gaat toenemen. Dit terwijl het aantal potentiele mantelzorgverleners sterk gaat afnemen.
Het potentieel dat er is zal daardoor vaker moeten worden aangeboord en dat vergt naast faciliterend beleid vooral een verandering in de maatschappij. In paragraaf 5.6 wordt deze ontwikkeling nader geduid.
Het aandeel inwoners dat mantelzorg verleent in de regiogemeenten 17%
17%
10
Winterswijk
Doetinchem
Bron: RIVM
Oude IJsselstreek
15%
14%
Montferland
18% 16%
Oost Gelre
18%
Bronckhorst
17%
Berkelland
20% 18% 16% 14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0%
Aalten
aandeel volwassenen 2022
figuur 3-2
figuur 3-3
Het aantal personen met wlz-gebruik via leveringsvorm PGB als indicatie voor mantelzorg en ten opzichte van het totaal aantal inwoners
Bron: CBS-Microdata
3.5
Uitstromers uit intramurale zorginstellingen
Voor de regio Achterhoek geldt dat op basis van onze analyse van de aangeleverde bronnen regionaal alleen iets gezegd kan worden over de uitstromers uit de Maatschappelijke Opvang en uit Beschermd Wonen. Voor de Achterhoek geldt dat het bij de Maatschappelijke Opvang gaat om 33 inwoners en voor Beschermd Wonen om 113 inwoners per jaar (2023). Voor Jeugdzorg zien we in de woon zorgvisie van de gemeente OostGelre dat regionaal 840 inwoners een indicatie hebben voor Jeugdzorg met verblijf of Beschermd Wonen in 2023. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen deze twee doelgroepen en ook gaat het hierbij niet om uitstroom. Loka al, voor de gemeente Doetinchem zijn er verouderde (lees, 2019) gegevens beschikbaar over de uitstroom uit Jeugdzorg. Het gaat hierbij om 10 inwoners in de gemeente Doetinchem. Voor uitstromers uit de vrouwenopvang, mensenhandel en klinische GGZ en forensi sche zorg geldt dat wij geen gegevens hebben ontvangen.
3.6
Woningzoekenden na detentie
Gemeenten zijn altijd al een belangrijke partner voor de Dienst Justitiële Inrichtingen bij de re-integratie van (ex-)gedetineerden. Veel gemeenten en corporaties hebben al afspraken om deze groep, waar nodig, aan een woonruimte te helpen. Dit vaak via directe bemiddeling of een urgentie. in de Wet versterking regie volkshuisvesting wordt dit voor alle gemeenten een verplichting. Er waren lange tijd geen volledige cijfers over hoeveel gedetineerden op jaarbasis in de regiogemeenten worden gehuisvest. Wel zijn er cijfers beschikbaar over het aantal gehuisveste nazorgkandidaten in 2021 (onafhankelijk van de duur dat men gezeten heeft). 11
In figuur 3-4 staat aangegeven om hoeveel kandidaten het in de regiogemeenten ging. Zowel in absolute als relatieve zin levert Doetinchem in 2021 de grootste bijdrage aan het huisvesten van deze groep. In de recentelijk beschikbaar gestelde landelijke monitor aandachtsgroepen van de VNG zijn voor de periode 2018 t/m 2022 cijfers opgenomen die specifiek i ngaan op de groep die langer dan 3 maanden in detentie heeft gezeten én daarna een sociale huurwoning heeft betrokken. Helaas zijn de hierin opgenomen aantallen nog exclusief jeugddetentie of forensische zorg. Exclusief deze categorieën werd in 2022 0,2% van alle beschikbare sociale huurwoningen is betrokken door een gedetineerde (die langer dan drie maanden in detentie heeft gezeten). Het ging daarbij om 320 woningen. Companen heeft geraamd dat er voor de totale groep (inclusief jeugddetentie en forensisch e zorg) er landelijk jaarlijks tussen de 2.350 en 3.350 een zelfstandige woning nodig zijn. Het gaat hier hoe dan ook getalsmatig om een kleine groep.
8 5
4
3 3
2
per. 10.000 inw.
Montferland
Winterswijk
Oude IJsselstreek
Oost Gelre
Doetinchem
Bronckhorst
0
Berkelland
0
50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
aantal nazorgkandidaten 2021
8
Achterhoek
10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0
Het aantal in 2021 gehuisveste nazorgkandidaten in de regiogemeenten
Aalten
nazorgkandidaten per 10.000 inwoners
figuur 3-4
abs
Bron: Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)
3.7
(Dreigend) dakloze mensen
In het ‘Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een thuis’ (november 2022) is de ambitie uitgesproken om ervoor te zorgen dat in 2030 iedereen een dak boven het hoofd heeft. Het actieplan heeft een impuls gegeven aan de inspanningen van gemeenten om (regionaal) de dakloosheid fors en structureel terug te dringen. De aandacht die dakloosheid krijgt in het programma ‘Een thuis voor iedereen’ laat zien dat deze inspanningen, volgens het Rijk, nog niet voldoende zijn en er meer nodig is. Er zijn geen provincie dekkende cijfers beschikbaar over het aantal dak - en thuislozen. Er zal in de regiogemeenten dus vooralsnog moeten volstaan met lokale cijfers en inschattingen. Op basis van in 2023 uitgevoerd onderzoek is door middel van een point -
12
in-time telling kaart gebracht dat er in de regio 264 volwassen mensen dak - of thuisloos waren. Circa 40% van deze groep verbleef in een vorm van opvang of een instelling. De overige 60% verbleef in een niet conventionele ruimte, bij familie, vrienden of kennissen of had te maken met een dreigende uithuiszetting. Aanvullend op deze 264 mensen, zijn er ook 52 minderjarige direct betrokken. Naast de exacte aantallen dak- en thuisloze mensen in de regio Achterhoek, biedt het provinciale onderzoek voor deze aandachtsgroep ook relevante cijfers: • De groep inwoners met een verstandelijke en psychiatrische beperkingen (zoals gesproken in paragraaf 3.3) is een belangrijke risicogroep. • Waar het gaat om de groep die verblijft in de openbare ruimte, geldt dat deze op dit moment (landelijk) voor meer dan de helft bestaat uit arbeidsmigranten (waarop in paragraaf 3.10 wordt ingegaan). Volgens het landelijk actieplan zou het aantal dak- een thuislozen in 2030 tot minimale aantallen moeten zijn gereduceerd.
3.8
Stoppende sekswerkers
Er is in Nederland een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma ’s voor sekswerkers. Om dit in stand te houden is er een Decentralisatie Uitkering Uitstapprogramma’s Prostituees (DUUP) die aan achttien DUUP-gemeenten wordt versterkt. In de regio Achterhoek is Arnhem de (centrum)gemeente. Deze gemeenten hebben de taak om sekswerkers in hun regio te helpen de p rostitutie te verlaten. Soms verandert men daarbij niet alleen van beroep, maar is ook een andere woning/woonsituatie wenselijk. Vandaar dat deze groep van het Rijk een wettelijke urgentie krijgt. Exacte cijfers over het aantal vrouwen en mannen waarover het hier gaat ontbreken en er is geen landelijke monitor van het aantal uittredende sekswerkers. Wel hebben we cijfers ontvangen van het aantal inwoners dat seksueel uitgebuit wordt. Voor Arnhem en de Achterhoek gaat het om 22 inwoners.
3.9
Statushouders
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) koppelt vergunninghouders aan gemeenten, naar rato van het aantal inwoners van de gemeenten. Gemeenten moeten vervolgens zorgen voor passende woonruimte voor statushouders. Aan deze werkwijze verandert de wet versterking regie op de volkshuisvesting niet. De nieuwe coalitie lijkt deze ook in stand te houden, al ontmoedigt de coalitie constructies waarbij de statushouders voorrang krijgen op regulier woningzoekenden bij de toewijzing van sociale huurwoningen. Alle regiogemeenten hebben zich de afgelopen jaren ingespannen om aan de taakstelling te voldoen. Het ene jaar lukte dat beter dan het andere. In figuur 3-5 staat de realisatie eind 2023 weergegeven. Het gaat hier nadrukkelijk op een momentopname, het zegt niets over de inspanningen en resultaten over een lange periode. In de landelijke
13
monitor Een thuis voor iedereen van de VNG zijn de trends over de afgelopen jaren terug te zien. Daaruit blijkt de realisatie jaarlijks te fluctueren. Daarnaast komt er een structurele trend naar voren, dat het door de toenemende druk op de woningmarkt steeds lastiger wordt aan de taakstelling te voldoen.
180%
180
161%
149%
160%
160
140%
140
120% 100%
120 89%
80%
78%
74%
86%
89%
100
78%
80
49%
60%
60
aandeel gerealiseerd
Montferland
Winterswijk
Oude IJsselstreek
Oost Gelre
0 Doetinchem
20
0% Bronckhorst
20% Berkelland
40
Aalten
40%
taakstelling statushouders 2023 (incl.)
Taakstelling statushouders in de regiogemeenten
Achterhoek
perc. taakstelling gerealiseerd
figuur 3-5
taakstelling 2023 (incl.)
Bron: Ministerie van BZK, bewerking In.Fact.Research
Over de gehele provincie geldt dat 84% van de statushouders in 2023 is gehuisvest. In de regio Achterhoek ligt dit aandeel hoger, rond de 89%. In de gemeenten Oost-Gelre en Winterswijk is men er in geslaagd om meer statushouders te huisvesten dan de taakstelling, de overige gemeenten in de Achterhoek scoren lager. Bij de discussie omtrent de (problemen met de) huisvesting van statushoud ers wordt vaak ook gewezen op de bijdragen die gemeenten leveren aan het opvangen van Oekrainers en asielzoekers. De opvang van deze groepen maakt geen onderdeel uit van Een thuis voor iedereen, maar is als referentie toch in beeld gebracht: • De ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (Spreidingswet)’ is in februari 2024 aangenomen en zou begin volgend jaar in werking treden. In figuur 3-6 staat de indicatieve taakstelling voor de regiogemeenten weergegeven. De nieuwe coalitie heeft aangekondigd de wet te willen intrekken. • In figuur 3-7 staat aangegeven hoeveel mensen met de Oekraïense nationaliteit staan ingeschreven in de verschillende gemeenten. De tabel levert daarmee een indicatie over hoeveel wordt bijgedragen aan de opvang van de vluchtelingen uit Oekraïne. Dat is relevant omdat ook de Oekraïners ruimte nodig hebben om in te wonen en leven. De toekomstige ontwikkeling van het aantal statushouders is onzeker.
Een blik op het verleden leert deze verloopt in pieken en dalen. Het is dan ook de verwachting dat er n a 14
de huidige piek een periode aanbreekt met lagere aantallen. Ook het toekomstig beleid van de nieuwe coalitie kan hierbij een rol spelen.
0,60%
0,58% 0,56%
0,61%
0,61%
0,62%
400 350
0,58% 0,58%
300
0,56% 0,53% 0,54% 0,5%
0,54%
0,52%
0,52%
250 200
150
Montferland
Winterswijk
Bronckhorst
Berkelland
taakstelling als % inwoners
Oude IJsselstreek
0
Oost Gelre
50
0,46%
Doetinchem
100
0,48%
Aalten
0,50%
indicatieve taakstelling opvang vluchtelingen
Indicatieve taakstelling opvang vluchtelingen in de regiogemeenten
Achterhoek
taakstelling vlichtelingen als % totaal aantal inwoners
figuur 3-6
indicatieve taakstelling vluchtelingen
Bron: Ministerie van Justitie
0,8%
400 0,7%
0,7%
0,7%
0,6% 0,5%
350 300
0,4%
0,4%
0,4%
0,3%
0,4%
250
0,3%
0,3%
200
0,2%
0,3%
150
percentage inwoners
Montferland
Winterswijk
Oude IJsselstreek
Oost Gelre
0 Doetinchem
50
0,0% Bronckhorst
0,1% Berkelland
100
Aalten
0,2%
aantal ingeschreven Oekrainers
Aantal ingeschreven Oekraïners in de regiogemeenten
Achterhoek
Oekrianers als % totale bevolking
figuur 3-7
ingeschreven Oekrainers
Bron: CBS
3.10 Arbeidsmigranten In navolging van commissie Roemer wordt in het programma ‘Een thuis voor iedereen’ aandacht gevraagd voor de positie van arbeidsmigranten. In de hier gehanteerde definities gaat het om alle mensen die vanuit de EU naar Nederland komen om te werken. Er wordt onderscheid gemaakt in herkomst (de EU) maar niet in inkomen of verblijfsduur. 15
Uiteraard moeten alle arbeidsmigranten ergens wonen, maar de problemen in de huisvesting manifesteren zich met name bij de lagere inkomens en de ‘short en mid stay’. En het zijn ook pensions voor deze groepen die in bestaande woonwijken soms voor overlast zorgen. In figuur 3-8 staat per regio aangegeven hoeveel arbeidsmigranten er in de regiogemeenten werken. Bron is de migratiemonitor van het CBS, die uitgaat van dezelfde definitie als in het programma van Etvi. In figuur 3-9 staat het aantal in de BRP ingeschreven personen uit Midden- en Oost-Europa weergegeven. Uit deze landen zijn de short stay arbeidsmigranten in de lage lonen vaak afkomstig. Voor de spreiding van deze arbeidsmigranten is dit vermoedelijk een betere indicator. Dit geldt niet voor de aantallen, want een deel van deze groep heeft zich natuurlijk permanent in Gelderland gevestigd. Beide figuren laten zien dat er vermoedelijk in elke gemeente arbeidsmigranten werken en wonen of verblijven. In Montferland werken en wonen relatief veel arbeidsmigranten en MOE-landers. De landelijke cijfers bieden eerste indicaties, lokaal zal het beeld verder moeten worden verfijnd. Voor de regio Achterhoek geldt dat er in de aangeleverde documenten alleen lokaal iets gezegd kan worden over het aantal arbeidsmigranten. Voor de gemeente Oost-Gelre gaat het hierbij om ongeveer 1.300 inwoners (2022).
Hoe het aantal arbeidsmigranten zich in de toekomst gaat ontwikkelen is onzeker. Deze ontwikkeling is zowel afhankelijk van de ontwikkelingen in de landen van herkomst als het beleid in Nederland en in de regio (met name op het vlak van de economie). Aantal arbeidsmigranten in de regiogemeenten (2020)
12,0%
10,6%
10,0%
8,0% 6,0% 3,7%
4,0% 2,0%
1,8% 0,9%
2,0%
1,4%
2,5% 1,7%
Bron: Migrantenmonitor CBS
16
Montferland
Winterswijk
Oude IJsselstreek
Oost Gelre
Doetinchem
Bronckhorst
Berkelland
0,0%
Aalten
aantal arbeidsmigranten als % totaal aantal inwoners
figuur 3-8
figuur 3-9
Aantal MOE-landers in de regiogemeenten (2023)
aantal MOE-landers als % totaal aantal inwoners
0,9%
0,8%
0,8% 0,7% 0,6%
0,6% 0,5%
0,4%
0,4%
0,4%
0,4%
0,3%
0,3%
0,3% 0,2%
0,2% 0,1%
Montferland
Winterswijk
Oude IJsselstreek
Oost Gelre
Doetinchem
Bronckhorst
Berkelland
Aalten
0,0%
Bron: CBS
3.11 Studenten Alle personen die staan ingeschreven voor een voltijd mbo, hbo of universitaire opleiding worden in het programma Een thuis voor iedereen tot de aandachtsgroep ‘student’ gerekend. In figuur 3-10 staat per gemeente aangegeven hoeveel studenten er wonen. Het gaat hier zowel om thuis- als uitwonende studenten. Mede doordat er in de Achterhoek geen grote onderwijsinstellingen zijn, is het aandeel studenten per gemeente ongeveer gelijk. Dit aandeel schommelt tussen 6,0% in Aalten en 6,7% in Oost Gelre.
4.000
6,6% 6,0%
6,4%
6,2%
6,7%
6,6%
8,0% 6,4%
6,1%
7,0%
1.000
2,0%
500
1,0%
0
0,0%
MBO HBO/WO Perc.
Bron: CBS
17
Montferland
3,0%
Winterswijk
4,0%
1.500
Oude IJsselstreek
2.000
Oost Gelre
5,0%
Doetinchem
2.500
Bronckhorst
6,0%
Berkelland
3.000
Aalten
aantal studenten
3.500
aantal studenten als % totaal aantal inwoners
figuur 3-10 Aantal studenten in de regiogemeenten
Het afgelopen decennia nam het aantal studenten sterk toe, met name door instroom vanuit het buitenland. Deze toename is enkele jaren gestopt en inmi ddels wordt een afname van het aantal studenten verwacht. De afnemende studentenpopulatie maakt het oplossen van de tekorten aan studentenhuisvesting vermoedelijk eenvoudiger/overzichtelijker. Lokaal is het vaak wenselijk de uitwonende studenten apart in b eeld te brengen. De landelijke monitor aandachtsgroepen van de VNG biedt op dit punt meer informatie.
3.12 Woonwagenbewoners Er wordt in Nederland niet op etniciteit geregistreerd dus het is onbekend hoeveel Roma, Sinti en Reizigers er exact in Nederland noch in de regiogemeenten wonen. Wel is bekend dat deze groep te maken heeft met specifieke problemen, onder meer veroorzaakt doordat gemeenten jarenlang een uitsterf- of nuloptiebeleid ten aanzien van woonwagenplaatsen hanteerden. Zowel het College voor de Rechten van de Mens als de Nationale ombudsman hebben hier uitspraken over gedaan. Ook een goede landelijke registratie van het exacte aantal standplaatsen ontbreekt. Het CBS levert het aantal permanent bewoonde standplaatsen, maar daaron der vallen ook caravans op campings. In.Fact.Research heeft om deze reden op basis van CBS -Microdata het aantal standplaatsen op ‘woonwagencentra’ in beeld gebracht. In figuur 3-11 staan beide aantallen weergegeven voor de regiogemeenten.
aantal standplaatsen
Montferland
Winterswijk
Oude IJsselstreek
Oost Gelre
Doetinchem
Bronckhorst
Berkelland
90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 Aalten
0,45% 0,40% 0,35% 0,30% 0,25% 0,20% 0,15% 0,10% 0,05% 0,00% Achterhoek
standplaatsen als % woningen
figuur 3-11 Aantal woonwagenstandplaatsen in de regiogemeenten
perm. bew. standpl. % woningen
standpl. woonwagencentr. % woningen
permanent bewoonde standplaatsen
standplaatsen functie woonwagencentrum
Bron: CBS
Beide aantallen worden in de praktijk niet altijd herkend. Voor een goed beeld zijn lokale/regionale cijfers essentieel. Voor de regio Achterhoek geldt dat er alleen cijfers aangeleverd zijn over het aantal standplaatsen in de gemeente Doetinchem. Het gaat hier
18
om 20 standplaatsen, dit terwijl op basis van de CBS-Microdata een aantal van 10 standplaatsen op ‘woonwagencentra’ in beeld is gebracht. Dit bevestigd het vermoeden dat lokale cijfers een nauwkeuriger beeld geven van de aantallen en de opgave. Uit landelijke referenties (waaronder onderzoek in de Groene Metropoolregio) blijkt dat het tekort aan woonwagens ongeveer gelijk is aan 70 tot 90% van het huidige aantal standplaatsen. Zodra dit aantal bekend is, kan op basis van deze percentages de regionale opgave indicatief worden bepaald.
19
4 Ouderen In dit hoofdstuk wordt de vergrijzing met haar consequenties in beeld gebracht. De vergrijzing zal in de toch al vergrijsde regio de komende decennia doorzetten. Over de periode 2022-2031 komen er 1.185 ouderen met een behoefte aan verpleegzorg bij. Voor deze ouderen moet passende huisvesting met zorg en ondersteuning ontwikkeld worden. De mate van vergrijzing verschilt per gemeente. Lokaal maatwerk is vereist en dat geldt in bepaalde mate ook voor regionale afstemming.
4.1
Inleiding
Ook in de Achterhoek neemt het aantal ouderen de komende periode snel toe. Deze vergrijzing levert maatschappelijke vraagstukken op veel terreinen, waaronder de woningmarkt. Op gemeentelijk niveau krijgt het thema in de Achterhoek al aandacht, de aandacht op regionaal niveau is beperkt. Het Rijk verwacht van alle Nederlandse regio ’s dat ze deze zomer komen een regionaal afsprakenkader ouderenhuisvesting, dat als opmaat kan dienen voor de actualisatie van de woondeals in 2025.
4.2
De vergrijzing
Dat het aantal ouderen fors toe gaat nemen is een onomkeerbaar proces. Het is een direct gevolg van de ‘bult’ in de demografische opbouw, tussen de leeftijd van 50 en 75 jaar. In figuur 4-1 is deze in beeld gebracht, zowel voor de Achterhoek als voor Gelderland en Nederland in totaliteit.
figuur 4-1
De leeftijdsopbouw in de Achterhoek, Gelderland en Nederland per 1-1-2023
1,8% 1,6% 1,4%
1,2% 1,0% 0,8% 0,6% 0,4%
0,2% 0 jaar 4 jaar 8 jaar 12 jaar 16 jaar 20 jaar 24 jaar 28 jaar 32 jaar 36 jaar 40 jaar 44 jaar 48 jaar 52 jaar 56 jaar 60 jaar 64 jaar 68 jaar 72 jaar 76 jaar 80 jaar 84 jaar 88 jaar 92 jaar 96 jaar
0,0%
Nederland
Gelderland (PV)
Bron: CBS
20
Achterhoek
Op basis van deze eenvoudige figuur, zijn al een aantal belangrijke conclusies te trekken: • Het grootste deel van de babyboomgeneratie moet de grens van de 85 jaar nog passeren. De toename van het aantal 85-plusssers staat dus nog maar het begin. • Het aandeel 75-plussers in de Achterhoek ligt momenteel (ver) boven het landelijk en provinciaal gemiddelde. • De bult heeft de vorm van een tafelberg. Dat betekent dat zodra de piek van de vergrijzing bereikt is, deze nog enige tijd op een hoog niveau zal blijven. • De vergrijzing zal de komende jaren versterkt doorzetten, want er wonen relatief veel inwoners tussen de 50 en 75 jaar (de bult is hier hoger). De vergrijzing is een algemene trend, waarvan de gevolgen overal in de provincie voelbaar zullen zijn. Uiteraard zijn er wel belangrijke verschillen tussen gemeenten en kern en dorpen in de mate en het tempo van vergrijzing. Daar zal bij de uitwerking van het beleid oog voor moeten zijn. In de Achterhoek geldt dat de vergrijzing in met name Bronckhorst ver gevorderd is. Daar is momenteel al 28% van de inwoners ouder dan 65 jaar. In Berkelland gaat het om 26% (zie ook figuur 4-2). Dit soort verschillen werken door in de toekomst. Zo is in Berkelland de toename van het aantal 65-plussers tot 2040 met 23% relatief beperkt, terwijl deze toename in Oost Gelre rond de 37% ligt.
figuur 4-2
De mate van vergrijzing in de gemeenten in de Achterhoek per 1-1-2023
30%
11%
12%
13%
13%
10%
3%
3%
8%
9%
9%
12%
13%
14%
13%
Winterswijk
7%
9%
3%
Oude IJsselstreek
7%
Aalten
8%
Achterhoek
9%
3%
Oost Gelre
2%
Gelderland (PV)
15%
2%
3%
Nederland
20%
3%
Doetinchem
25%
3% 7%
3%
14%
15%
Bronckhorst
5%
Berkelland
10%
0%
65-75 jaar
75-85 jaar
85 jaar of ouder
Bron: CBS
Deze toename is weergegeven in figuur 4-3. Deze figuur maakt ook duidelijk dat de belangrijkste toename niet zozeer zit in het aantal 65 -plussers, maar vooral in het aantal 21
85-plussers (de as is bij de leeftijdsgroep dubbel zo groot) . In Oost Gelre neemt het aantal 85-plussers met bijna 140% toe. In Oude IJsselstreek is deze toename het laagst, maar nog altijd rond de 87%. In figuur 4-4 is deze trend op andere wijze weergegeven. Hier is duidelijk zichtbaar dat het aantal ouderen in de leeftijd van 65 tot 70 jaar tot 2030 nog wat toeneemt, maar daarna gaat afnemen. De toename van het aantal oudere ouderen zet echter in versterkte mate door.