09 manifest jeugdhulp urgenties
Tekst van het document
Manifest Jeugdzorg Urgenties! met onderliggende documenten
Jeugdhulp Voldoende Beschermd (JVB), belangenorganisatie jeugdhulp www.jvb2021.nl E- mail: contact@jvb2021.nl Mei 2021 1
Inhoudsopgave Manifest Jeugdzorg Urgenties! ........................................................... 3 Over de Internationale Rechten van het Kind ..................................... 5 Over Institutioneel Geweld ................................................................. 7 Over 4 onderzoeken door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd .... 8 Over opsluiting en 'Ik laat je niet alleen' ........................................... 12 Over kindermishandeling en Jeugdzorg ............................................ 14 Over kleinschalige voorzieningen en JeugdzorgPlus.......................... 16 Over de regeringscommissaris .......................................................... 19
Jeugdhulp Voldoende Beschermd (JVB) Belangenorganisatie jeugdhulp Mei 2021
2
Manifest Jeugdzorg Urgenties! Voor Jeugdhulp Voldoende Beschermd (JVB) zijn onderstaande actiepunten urgente en noodzakelijke vereisten om daadwerkelijke verbeteringen in de Jeugdhulp in gang te zetten. Het Internationale Recht van elk Kind op een veilige ontwikkeling en een veilig leven moet vanaf nu voorop staan in de Jeugdhulp!
· STOP alle vormen van geweld in de jeugdhulp - Geweld, als het structurele tekort aan positieve, individuele aandacht, aan warmte, stabiliteit en geborgenheid voor kinderen en jongeren in onveilige leefomgevingen. - Geweld, als schending van kinderrechten. . STOP alle vormen van repressie en geweld in jeugdhulpinstellingen - Repressie, als collectieve bestraffingen, geweld als het gebruik van isoleercellen. - Stop de implementatie en handhaving in residentiële instellingen van repressieve gedragsregels om bijv. groepssituaties en individueel gedrag van kinderen en jongeren te controleren en te bestraffen. · STOP de opsluiting van kinderen in de jeugdhulp - Er vinden maandelijks gemiddeld 40.000* geplande gedwongen opsluitingen plaats in jeugdhulpinstellingen. - Er vinden maandelijks gemiddeld 850* ongeplande gedwongen opsluitingen plaats in o.a. isoleercellen, vaak voorafgegaan door gewelddadige fixaties. * Eindrapport ‘Ik laat je niet alleen’, mei 2019 ----------//---------3
· Sluit de grote, residentiële instellingen - Geweld is repressie binnen elke hulpverleningssituatie met onvrijwillig samengestelde leefgroepen. - De sluiting van deze leefgroepen en de transitie naar kleinschaligheid levert de grootste bijdrage aan het stoppen van het huidige geweld en aan de veiligheid voor de kinderen en jongeren in de jeugdhulp. . Schokkend nieuws - Recente CBS cijfers laten zien dat in Nederland ruim 5.000 voormalige jeugdzorg jongeren dak- en thuisloos zijn en zwerven op straat. Wat is er in de jeugdzorg allemaal mis gegaan voor deze 18+ jongeren? Waar kunnen ze terecht voor hulp en voor een plek om te wonen? · Realiseer echt onafhankelijk extern toezicht en inspectie - Alleen als het toezicht en de inspectie echt onafhankelijk is van de ministerie, de overheid en de jeugdhulporganisaties, kan het Internationale Recht van het Kind op een veilig leven en kan het perspectief van de kinderen in de jeugdhulp uitgangspunten zijn van toezicht en inspectie. · Stel een onafhankelijke regeringscommissaris Jeugdhulp aan - Oplossingen voor de structurele (gewelds) problemen in de jeugdhulp moeten worden uitgevoerd onafhankelijk van politieke belangen, van systeem belangen van overheid, jeugdhulpinstellingen en de gehele keten van jeugdhulpverlening.
· Stel een parlementaire ondervraging in naar het functioneren van de Jeugdhulp in Nederland - Uit het rapport van de commissie de Winter: “Geweld wordt versterkt of in stand gehouden door onderling samenhangende factoren op de verschillende systeemniveaus”. Deze samenhang moet worden onderzocht om zicht te krijgen op welke factoren en welke systeemniveaus het geweld versterken en in stand houden en geen oplossingen bieden om het geweld te stoppen. Jeugdhulp Voldoende Beschermd (JVB), belangenorganisatie jeugdhulp Bereikbaar per mail: contact@jvb2021.nl Mei 2021 4
Over de Internationale Rechten van het Kind Bijlagen Commissie de Winter vooronderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg, 17 mei 2016. Hoofdstuk 3 Vooronderzoek Juridisch kader in situaties van geweld tegen kinderen. 2.2.2. Het Internationale Kinderrechtenverdrag (IVRK)
“Dit artikel 19 IVRK kan worden beschouwd als de belangrijkste bindende internationale normstelling voor de bescherming van het kind tegen en de preventie van kindermishandeling en verwaarlozing in opvoedings- en verzorgingssituaties (het IVRK is geratificeerd door alle landen (196) in de wereld met uitzondering van de Verenigde Staten van Amerika). Het artikel geeft geen definitie van het begrip “geweld”, maar verlangt van verdragstaten dat ze alle passende maatregelen nemen om het kind te beschermen tegen alle vormen van geweld, misbruik en verwaarlozing* die plaats kunnen vinden in een verzorgings- of opvoedingssituatie, dat wil zeggen terwijl het kind onder hoede is van de ouder(s), wettige voogd(en), of iemand anders die de zorg voor het kind heeft (artikel 19, lid 1 IVKR)”. * De originele tekst: “To protect the child from all forms of physical or mental violence. Injury or abuse, neglect or negligent treatment, maltreatment or exploitation, including sexual abuse”. “Artikel 19 IVRK bevat geen uitdrukkelijke definitie van geweld. Het bevat een opsomming van vormen van geweld, mishandeling en verwaarlozing. In zijn General Comment No 1325 heeft het Kinderrechtencomité een uitgebreide, niet-uitputtende opsomming gegeven van onder anderen diverse vormen van “mental violence, physical violence, sexual abuse and exploitation and harmful practices*”.
Het geeft aan dat het label “violence” wordt geplakt op een veelheid van uiteenlopende handelingen”. “Artikel 37 onder c bepaalt ook dat ieder kind die van haar of zijn vrijheid is beroofd* (plaatsing in JeugdzorgPlus instellingen, opsluiting in isoleercellen, onvrijwillige vrijheidsbeperking JVB) behandeld moet worden met menselijkheid en eerbied voor de waardigheid inherent aan de menselijke persoon en zodanig dat rekening wordt gehouden met de behoeften van een persoon van haar of zijn leeftijd. Er is enige discussie (geweest) met betrekking tot de reikwijdte van de bepalingen in artikel 37 IVRK onder b, c, en d samenhangend met de interpretatie van “deprivation of liberty”.
5
De weergave van die discussie leidt tot de volgende vaststelling: “Dit betekent dat de norm van artikel 37 (c) IVRK ook van toepassing is op alle kinderen die op grond van een rechterlijke beslissing of machtiging zijn geplaatst in tehuizen en andere 24-uurs voorzieningen en in de pleegzorg*. Maar artikel 37 IVRK wordt in de praktijk in hoge mate geassocieerd met het jeugdstrafrecht. Dit blijkt ook uit de Concluding Observations van het Kinderrechtencomité. Er is weinig tot geen aandacht voor kinderen “deprived of their liberty” als gevolg van een kinderbeschermingsmaatregel. Die aandacht zou kunnen worden gegeven onder artikel 19 IVRK dat ook voor deze kinderen geldt*. Het daar bepaalde betreffende de bescherming tegen alle vormen van geweld en verwaarlozing impliceert het recht op een behandeling met menselijkheid en eerbied voor de waardigheid inherent aan de menselijke persoon”*. “Samenvattend: het internationale recht kent als centrale norm het verbod op foltering en wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing. Dit verbod geldt dus ook voor alle kinderen die geplaatst zijn in een residentiële voorziening om welke reden dan ook en in de pleegzorg*.
Het IVRK geeft een nadere uitwerking van dit verbod in artikel 19 IVRK door een opsomming van allerlei vormen van geweld en verwaarlozing* waartegen kinderen moeten worden beschermd dat tevens bepaalt welke maatregelen een Verdragsstaat moet nemen in dit verband. Voorts wordt in artikel 37 onder c IVRK het recht van de hiervoor bedoelde kinderen erkend op een menselijke behandeling met eerbied voor de waardigheid van het kind*. Een nadere uitwerking van dit recht is te vinden in de regels betreffende het gebruik van disciplinaire maatregelen en het gebruik van dwang en beperking vermeld in de General Comment No. 10 van het Kinderrechtencomité, op basis van onder meer de United Nations Rules for the protection of juveniles deprived of their liberty, en in de Guidelines for Alternative Care of Children”. * vet gedrukt door JVB Het recht van elk kind op een veilig leven en een veilige ontwikkeling vloeit voort uit het doel en de strekking van de Internationale Rechten van het Kind. In de Nederlandse jeugdzorg wordt dit recht geschonden, in met name de residentiële instellingen en vooral in de JeugdzorgPlus instellingen, waar de kinderen ook nog van hun vrijheid zijn berooft. Jeugdhulp Voldoende Beschermd (JVB) belangenorganisatie jeugdhulp Mei 2021
6
Over Institutioneel Geweld Uit de Sector- en themastudies, behorende tot het rapport van de commissie de Winter ‘Onvoldoende Beschermd’, onderzoek naar geweld in de jeugdzorg van 1945 tot heden, juni 2019. Hoofdstuk 15: Onderzoek naar geweld in de jeugdzorg door commissies in andere landen, 3.2.4 Aanvullende categorieën van geweld.
“Institutioneel geweld Vervangende opvoeding in een instelling wordt ook wel beschouwd als inherent gewelddadig*. De structuur van instellingsopvoeding is op zich al een vorm van geweld, nog los van mogelijke incidenten die binnen die structuur optreden. Finse rapporteurs definiëren structureel geweld als: de praktijk van gewelddadige en onderdrukkende zorg (2016, zie ook Oostenrijk 2013a). Daaraan droeg in Finland bij de onwetendheid waarin kinderen gelaten werden, het gebrek aan maatschappelijk werkers, plaatsing bij ongeschikte pleeggezinnen en gebrek aan toezicht. In lijn hiermee betogen Canadese onderzoekers (2000) dat het leven in alle jeugdzorginstellingen sowieso getekend wordt door kenmerken van de ‘totale institutie’. Het feit dat alle aspecten van het leven van de kinderen in de instelling onder controle staan van die instelling en moeten bijdragen aan het succes van de instelling is inherent gewelddadig tegen de kinderen*. Ook in Duitstalige rapporten wordt het instellingsregime als zodanig geconceptualiseerd als een gewelddadige structuur*. In het nog niet afgeronde Schotse onderzoek naar geweld tegen kinderen in jeugdzorg wordt gebruikt gemaakt van de indeling van Stein. Die benoemt vier geweldsconcepten. Allereerst het fysieke, psychisch of seksuele geweld dat kinderen in jeugdzorg van volwassen verzorgers ervaren, het individuele directe geweld.
Ten tweede het geprogrammeerde of gesanctioneerde geweld*1, dat kinderen aangedaan wordt door beleid of bewind van de instelling waar ze verblijven. In de derde plaats het geweld als systeemuitkomst, dat is het geweld dat ontstaat doordat organisaties falen in het veilig stellen van kinderen (Schotland 2016). Tenslotte het georganiseerde of systematische geweld, dat is geweld dat bewust wordt gepland en uitgevoerd door groepen geweldsplegers van buiten de jeugdzorg. Geprogrammeerd of gesanctioneerd geweld tezamen met geweld als systeemuitkomst zijn te beschouwen als institutioneel geweld: geweld dat veroorzaakt wordt door of zelfs bestaat uit de wijze waarop in de zorg voor uit huis geplaatste kinderen de zaken georganiseerd zijn en het beleid gemaakt en uitgevoerd wordt”.
* vet gedrukt door JVB *1 Het geweld dat in instellingen wordt gelegitimeerd vanuit behandelingsoogmerk. De legitimering voor het inzetten van geweld wordt gevonden in de complexiteit van de gedragsproblematiek van kinderen. Jeugdhulp Voldoende Beschermd (JVB) belangenorganisatie jeugdhulp Mei 2021 7
Over 4 onderzoeken door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Onderzoek Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, januari 2021. De inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen binnen ’t Anker een JeugdzorgPlus locatie van Horizon Jeugdzorg en Onderwijs te Harreveld. “Ondanks de inzet van ’t Anker om vrijheidsbeperkende maatregelen terug te dringen concludeert de inspectie dat binnen ’t Anker nog sprake is van een repressief klimaat*, de mate hiervan verschilt per groep. Medewerkers handelen onvoldoende de-escalerend, er is meer aandacht voor het straffen van ongewenst gedrag* dan het belonen van goed gedrag en medewerkers handelen onvoldoende volgens geldende richtlijnen op basis van de Jeugdwet. Zo is het afzonderen van een jeugdige in de isoleercel* vanwege geluidsoverlast wettelijk niet toegestaan. Ook de inzet van generieke maatregelen, zonder dat er sprake is van maatwerk, is niet toegestaan. Evenals het afzonderen van jeugdigen in de isoleercel zonder dat er sprake is van een noodsituatie. De inspectie vindt het niet acceptabel dat binnen ’t Anker maatregelen worden ingezet die in strijd zijn met de Jeugdwet*”. “De medewerker geeft de jeugdige een time-out op de kamer. De jeugdige weigert naar diens kamer te gaan waarop de medewerker alarm drukt en de jeugdige door medewerkers naar de grond wordt gebracht*. De jeugdige wordt naar de kamer begeleid.
In de kamer komt het opnieuw tot een conflict waarbij de jeugdige opnieuw naar de grond wordt gebracht en hierna naar de isoleercel* wordt begeleid”. “Zowel uit de gesprekken met jeugdigen en professionals als uit het dossieronderzoek blijkt dat afzondering in de isoleercel wordt ingezet als strafmaatregel*. Meerdere jeugdigen van verschillende groepen vertellen dat het voorkomt dat een jeugdige in de isoleercel wordt geplaatst na het overtreden van regels of niet opvolgen van gedragsinstructies”. “Jeugdigen en medewerkers vertellen dat afzondering in de isoleercel ’s nachts niet alleen meer volgt na geluidsoverlast, maar ook bij (zacht) met elkaar praten*. Jeugdigen vertellen dat het voorkomt dat een medewerker op sokken op de gang loopt om zo jeugdigen die praten op heterdaad te kunnen betrappen”. “Jeugdigen en medewerkers van een aantal groepen geven aan dat het voorkomt dat als straf een meerdaags kamerprogramma moet worden gevolgd. Zo vertellen jeugdigen waarbij sigaretten of een joint op de kamer is gevonden dat zij vier dagen op hun kamer* moesten blijven. De eerste twee dagen mochten zij niet naar school en geen contact hebben met groepsgenoten. De overige twee dagen mochten zij een paar keer per dag 15 minuten op de groep zijn. De jeugdigen vertellen dat ze zich eenzaam voelden en uit verveling overdag sliepen en vervolgens ’s nachts wakker lagen en piekerden*”.
8
“Naast de individuele kamerprogramma’s vertellen medewerkers en jeugdigen ook dat afzonderen op de kamer wordt ingezet als strafmaatregel voor de hele groep*. Alle jeugdigen moeten dan een deel van de dag op hun kamer doorbrengen. Dit is geen maatwerk, is niet ingezet voor de veiligheid en dient geen behandeldoelen. Ook worden er andere groepsstraffen* ingezet. Zo is op een van de groepen sinds enkele weken het internet uitgeschakeld. Medewerkers deden dit nadat enkele jeugdigen via internet naar een bepaald soort muziek (drillrap) luisterden. Medewerkers hadden deze muziek verboden*, omdat zij inschatten dat deze muziek voor de jeugdigen ongeschikte tekst bevatte. Medewerkers achten het nodig om samen met de jeugdigen muziek te luisteren en hen hierin te begeleiden. Hier is door de grootte van de groep op dit moment onvoldoende tijd voor geven medewerkers aan”. “Uit het dossieronderzoek en gesprekken met jeugdigen blijkt dat het voorkomt dat er jeugdigen in de isoleercel* worden afgezonderd terwijl dit niet als maatregel staat opgenomen in het hulpverleningsplan*. Afzondering in de isoleercel van een jeugdige zonder dat dit is opgenomen als maatregel in diens hulpverleningsplan is alleen toegestaan als noodmaatregel*. In geen van de gevallen die de inspectie heeft ingezien was er sprake van een noodsituatie”.
“Uit de gesprekken met jeugdigen en medewerkers blijkt dat het op in ieder geval één groep recent is voorgekomen dat bij jeugdigen onderzoek aan lichaam en kleding* is uitgevoerd bij terugkomst van verlof. Jeugdigen omschrijven dat zij, enkel gekleed in een badjas, kniebuigingen moesten doen”. “Uit de gesprekken wordt duidelijk dat het onderzoek aan lichaam en kleding is ingezet als generieke maatregel*. Met name het onderzoek aan lichaam is een ingrijpende maatregel, die alleen als maatwerk kan worden ingezet als de maatregel is opgenomen in het behandelplan* van de jeugdige”. “In een noodsituatie, als een jeugdige een acuut gevaar vormt voor zichzelf, een andere jeugdige of een medewerker, mogen medewerkers fysiek ingrijpen door een jeugdige vast te pakken of te fixeren*. Uit de gesprekken met jeugdigen en medewerkers en uit het dossieronderzoek blijkt dat het voorkomt dat een jeugdige wordt gefixeerd zonder dat er sprake was van een noodgeval*, maar bijvoorbeeld omdat een jeugdige geen gehoor geeft aan instructies van de pedagogisch medewerker. In een van de dossiers leest de inspectie dat op een van de groepen een jeugdige iets kapot gooide en wegrende. De pedagogisch medewerker is de jeugdige achter na gerend en heeft de jeugdige naar de grond gebracht en gefixeerd*. De jeugdige begon te slaan en schoppen waarna de medewerker alarm drukte.
In dit voorbeeld ziet de inspectie dat onnodig escalatie plaatsvond, een jeugdige is gefixeerd terwijl er geen sprake was van dreigende fysieke schade*”. “Uit het dossieronderzoek en gesprekken met jeugdigen blijkt ook dat het voorkomt dat jeugdigen meerdere dagen in de isoleercel* verblijven. Zo heeft een jeugdige recent vijf dagen in de isoleercel gezeten. Medewerkers hadden slechts drie keer per dag contact* met 9
de jeugdige. Uit het dossier wordt onvoldoende duidelijk hoe is ingeschat dat het onvoldoende veilig was om de jeugdige terug te laten keren naar de groep”. “Op één groep op ’t Anker verblijven acht jeugdigen, op de andere groepen verblijven tien of zelfs elf jeugdigen. Pedagogisch medewerkers en gedragswetenschappers geven aan dat om de jeugdigen, ieder met een eigen problematiek, individuele hulp op maat te bieden die zij nodig hebben kleinere groepen noodzakelijk* zijn. Jeugdigen vinden het druk op de groepen en geven aan dat zij denken dat spanningen en onveiligheid* op de groep sneller toenemen door de grootte van de groep*. Medewerkers vertellen dat de groepsgrootte maakt dat zij eerder grijpen naar een vrijheidsbeperkend middel, omdat het vaak lastig is een jeugdige even uit de situatie te halen”. “Medewerkers van de groepen waar een slaapdienst ontbreekt vertellen dat zij dit als een van de redenen zien waarom jeugdigen ’s nachts geluidsoverlast veroorzaken, waarop zij afzondering in de isoleercel* inzetten. Hiernaast geven medewerkers aan dat jeugdigen behoefte hebben aan en recht hebben op nabijheid in de nacht*. Een bekend gezicht die een jeugdige steun en veiligheid* kan bieden indien nodig. Voor een deel van de jeugdigen zijn de nachten moeilijk.
Door trauma’s* hebben zij moeite om in slaap te komen en te blijven en hebben zij nachtmerries*, vertellen medewerkers”. “Een schrijnend voorbeeld is dat van een jeugdige die na een suïcidepoging* aan een pedagogisch medewerker aangaf die nacht nabijheid van een medewerker nodig te hebben om de veiligheid* te borgen. Omdat er ’s nachts geen medewerker was op de groep schatte de pedagogisch medewerker, in overleg met de gedragswetenschapper dit in als een noodsituatie en werd de jeugdige in de isoleercel geplaatst*”. * Vet gedrukt door JVB Kinderen mogen naar de grond worden gewerkt, worden gefixeerd, mogen worden afgevoerd naar een isoleercel en daarin opgesloten, als dat is opgenomen in een hulpverleningsplan. Onderzoek aan lichaam bij kinderen is toegestaan, als het is opgenomen in een hulpverleningsplan. Hulpverlening…….., hulpverleningsplannen legitimeren de uitoefening van ongeoorloofd geweld op kinderen, legitimeert de schending van hun rechten. Een jeugdige zat vijf dagen in een isoleercel en had drie keer per dag contact met een medewerker. Een jeugdige vraagt, na een suïcidepoging om contact nabijheid ’s nachts van een medewerker en belandt vervolgens in de isoleercel.
Kinderen mogen verblijven in een repressief leefklimaat met collectieve straffen, het gebruik van fixaties en isoleercellen, waar onvoldoende veiligheid en steun wordt geboden, waar groepssituaties onveilig zijn en kinderen zich eenzaam voelen. Kinderen mogen verblijven in een instelling waar maatregelen worden ingezet die in strijd zijn met de Jeugdwet, waar ze niet veilig zijn, waar hun rechten worden geschonden.
10
Uit drie andere Inspectie onderzoeken van gesloten JeugdzorgPlus instellingen, januari 2021: “Antonius”, “Bergse Bos” en “Hestia en Hand in Hand”
Praktische leefomstandigheden worden opgeknapt, omdat de Inspectie op bezoek komt. De jongeren hadden daar eerder om gevraagd, toen kon het niet. Er vinden collectieve geplande en ongeplande vrijheidsbeperkingen op de eigen kamer plaats. Er wordt periodiek fysiek ingegrepen. De dagstructuur bevat repressieve elementen. Onderwijs sluit voor een groep jongeren onvoldoende aan. Jongeren verblijven wekenlang op de groep zonder dagbesteding. Maanden moeten wachten op therapie. Dagelijks twee keer geplande vrijheidsbeperking op de eigen kamer. Jongeren worden regelmatig gefixeerd. Er zijn recent tralies voor de ramen van de slaapkamers aangebracht. Jongeren vervelen zich op de groep. Het onderwijs is niet op een voor jongeren passend niveau. Bergse Bos is een locatie voor gesloten jeugdzorg voor kinderen van zes tot twaalf jaar!*. De groepen van 10 kinderen zijn te groot. Er is vaak ruzie en dreiging op de groep. Er is standaard twee keer per week contact tussen kinderen en ouders. De time-out, de isoleercel dus, is leeg en kaal, maar zonder slot en een kind wordt niet alleen gelaten. Slaapkamerdeuren kunnen ’s nachts niet van binnenuit op slot. De groepen beschikken niet over Wifi en er mag geen gebruik worden gemaakt van sociale media. Fixaties komen dagelijks voor, soms wordt een polsklem gebruikt bij het fixeren.
Alle kinderen worden dagelijks een of twee keer gepland afgezonderd op de eigen kamer. * vet gedrukt en uitroepteken JVB Dit is informatie uit recente onderzoeken van de inspectie over wat er gaande is in vier JeugdzorgPlus instellingen. Wat is er gaande in de andere JeugdzorgPlus instellingen, in de andere residentiële instellingen van de gehele jeugdhulp, in de pleegezinnen, in de kleinschalige voorzieningen? Zijn ze daar dan wel voldoende beschermd? Gedurende de meer dan 60 jaar dat de Inspectie haar toezicht uitvoert is het geweld in de jeugdhulp niet gestopt, is de repressie in de residentiële instellingen niet gestopt. Een echt onafhankelijke positionering van de inspectie tegenover de systeembelangen van het ministerie en de (financiële) belangen van de jeugdhulporganisatie en jeugdhulpinstellingen is noodzakelijk. Jeugdhulp Voldoende Beschermd (JVB) belangenorganisatie jeugdhulp Mei 2021
11
Over opsluiting en 'Ik laat je niet alleen' Eindrapport “Ik laat je niet alleen” Een gezamenlijk onderzoeksproject naar het verminderen van gedwongen afzonderen in JeugdzorgPlus, 31 mei 2019. Wat is het doel en het effect van gedwongen afzonderen voor jongeren? blz. 11/12 “Uit de literatuurverkenning blijkt dat gedwongen afzonderen vaak wordt ingezet omwille van de veiligheid van jongeren en anderen, omwille van het bewaren van de orde, als reactie op het overtreden van regels of om pro-sociale vaardigheden te stimuleren. Verschillende studies laten zien dat gedwongen afzonderen geen therapeutisch effect heeft*. Er bestaan wel negatieve effecten*, zoals gevoelens van onrecht, machteloosheid, zich gedenigreerd voelen, angst en post-traumatische stress op de lange termijn. Daarnaast heeft gedwongen afzonderen een negatief effect op de veiligheid* van zowel jongeren als personeel; dit terwijl het bevorderen van veiligheid één van de doelen van gedwongen afzonderen is. Hoe vaak komt het voor? Doordat er geen landelijke richtlijn bestaat voor het registreren van gedwongen afzonderen, is het niet mogelijk* om op landelijk geaggregeerd niveau vast te stellen hoe vaak dit voorkomt, noch welke verschillende vormen van vrijheidsbeperking in welke frequentie worden ingezet.
Op basis van de literatuurverkenning wordt vastgesteld dat er op dit moment geen eenduidige definitie van gedwongen afzonderen wordt gehanteerd binnen de JeugdzorgPlus-instellingen; dat het wettelijk kader veel ruimte laat voor interpretatie op het niveau van de instelling en dat dat met het oog op de rechtspositie van jongere* en de impact van deze maatregel op zowel jongeren als professionals, een onwenselijke situatie is. Een eenduidige definitie is daarom wenselijk en nodig. Welke overige vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen ingezet worden? Naast de maatregel om over te gaan tot gedwongen afzonderen, kunnen er ook andere vrijheidsbeperkende maatregelen aan de jongere opgelegd worden. Voorbeelden hiervan zijn: het verbod zich op te houden op in het hulpverleningsplan aangegeven plaatsen en zo nodig de tijdstippen waarop dat verbod geldt, tijdelijke overplaatsing binnen de gesloten accommodatie of naar een andere gesloten accommodatie, en het vastpakken en vasthouden van de jongere. Net als gedwongen afzonderen vallen deze maatregelen onder artikel 6.3 van de Jeugdwet en geldt ook hier dat de omschrijvingen van de maatregelen onvoldoende duidelijk zijn en registratie-eisen beperkt zijn.
Dit maakt dat de Jeugdwet ook op dit gebied niet voldoet aan de minimale rechtswaarborgen zoals vastgesteld in het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) en het IVRK (Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind)*”. 12
Geplande gedwongen afzonderingen, blz. 22 “De geplande gedwongen afzonderingen zijn in kaart gebracht in acht instellingen (door drie instellingen is hierover geen informatie aangeleverd). In al deze acht instellingen is sprake van één of twee dagelijkse rustmomenten als onderdeel van het instelling breed beleid. Een deel van de instellingen heeft op weekenddagen een extra rustmoment (voor de jongeren die niet op verlof gaan of een programma hebben). Daarnaast zijn er voor individuele jongeren afspraken opgenomen in het behandelplan, waar extra rustmomenten (naast de één a twee dagelijkse rustmomenten per dag) deel van uitmaken. Deze extra rustmomenten zijn geregistreerd als ongepland. Gedurende de nulmeting betrof de totale bezetting van de acht instellingen samen 605 jongeren. Alle jongeren werden dagelijks ten minste voor nachtrust en minimaal één keer voor een rustmoment gedwongen afgezonderd. Meer dan een derde van de jongeren (232) werd dagelijks twee keer voor een rustmoment gedwongen afgezonderd*”.
Ongeplande gedwongen afzonderingen, blz. 22/23 “Gedurende de periode van de nulmeting zijn in totaal 860 ongeplande gedwongen afzonderingen* geregistreerd. Dit werd vastgelegd door 10 instellingen (één instelling heeft geen informatie kunnen aanleveren), met een totale bezetting van 701 jongeren. De instellingen hebben gemiddeld 25 dagen (15–38 dagen) ongeplande gedwongen afzondering geregistreerd voor de nulmeting”.
* vet gedrukt en uitroepteken JVB Jeugdhulp Voldoende Beschermd (JVB) belangenorganisatie jeugdhulp Mei 2021
13
Over kindermishandeling en Jeugdzorg Sector- en themastudies Commissie de Winter Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg, juni 2019 Hoofdstuk 13 Prevalentieschatting van kindermishandeling in de reguliere Nederlandse jeugdzorg Conclusie (…………….) Deze resultaten tonen opnieuw dat jongeren in de jeugdzorg, met name jongeren in residentiële instellingen, frequenter worden blootgesteld aan geweld en mishandeling dan jongeren in de algemene populatie. Terwijl je mag verwachten dat jongeren in de jeugdzorg, met name jongeren in de residentiële instellingen, minder worden blootgesteld aan geweld en mishandeling dan jongeren in de algemene populatie. Dat ze juist daar veiliger zijn en beter zijn beschermd tegen geweld en mishandeling.
Kindermishandeling en Jeugdhulpinstellingen https://www.nji.nl/Kindermishandeling-Probleemschets-Definitie
De officiële definitie van kindermishandeling uit de Jeugdwet luidt: “Elke vorm van, voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel”. De plaatsing van een kind in een vorm van jeugdhulpverlening met verblijf en vooral de plaatsing van een kind in een residentiële instelling zijn voor een kind bedreigende en gewelddadige interacties van fysieke- en psychische aard. Personen, waarmee het kind in een relatie van afhankelijkheid en onvrijheid staat, dringen dit actief aan het kind op. Daardoor wordt ernstige schade berokkend aan het kind in de vorm van psychisch letsel. Deze gebeurtenissen zijn dus vormen van kindermishandeling. De definitie laat zien dat het naast lichamelijke mishandeling ook gaat om psychische mishandeling en seksueel geweld. Naast actieve mishandeling gaat het ook om verwaarlozing.
14
Lichamelijke mishandeling Onder lichamelijke kindermishandeling vallen alle vormen van lichamelijk geweld tegen het kind, zoals slaan, schoppen, bijten, knijpen, krabben, het toebrengen van brandwonden of het kind laten vallen. Het met geweld naar de grond brengen van een kind of jongere, het vervolgens fixeren en het daarna met geweld afvoeren van een kind of jongere naar een isoleercel is dus een vorm van lichamelijke kindermishandeling.
Psychische- of emotionele mishandeling Psychische mishandeling kan ook bestaan uit kleinerende of denigrerende uitspraken naar het kind zelf of tegenover anderen, waar het kind bij is. Ten slotte vallen opsluiten en vastbinden van het kind onder psychische mishandeling. Het opsluiten en het alleen achterlaten van een kind in een isoleercel is dus een vorm van psychische kindermishandeling. Van psychische of emotionele mishandeling is sprake wanneer ouders of andere opvoeders met hun houding en hun gedrag afwijzing en vijandigheid uitstralen tegenover het kind. Afwijzing en vijandigheid: het inzetten van collectieve straffen, van gedwongen vrijheidsbeperkende maatregelen en een repressief opvoedingsklimaat gericht op bestraffing zijn dus vormen van psychische kindermishandeling.
Psychische- of emotionele verwaarlozing Bij psychische of emotionele verwaarlozing schieten de ouders of opvoeders doorlopend tekort in het geven van positieve aandacht aan het kind. Daarmee negeren ze structureel de basale behoeften van het kind aan liefde, warmte, geborgenheid en steun. Van emotionele verwaarlozing is sprake wanneer ouders langdurig tekort schieten in responsiviteit en het geven van positieve aandacht aan het kind.
In de residentiële jeugdinstellingen wordt structureel niet voldaan aan de behoefte van een kind aan veiligheid, geborgenheid, liefde, warmte, positieve aandacht en steun. Dit is een vorm van emotionele verwaarlozing en dus van kindermishandeling. Geen wonder dat jongeren in de jeugdzorg, met name jongeren in residentiële instellingen, frequenter worden blootgesteld aan geweld en mishandeling dan jongeren in de algemene populatie. Jeugdhulp Voldoende Beschermd (JVB) belangenorganisatie jeugdhulp Mei 2021
15
Over kleinschalige voorzieningen en JeugdzorgPlus Kleinschalige woonvoorzieningen als alternatief voor gesloten Jeugdhulp en JeugdzorgPlus
Kindermishandeling en Jeugdhulpinstellingen https://www.nji.nl/Kindermishandeling-Probleemschets-Definitie
De officiële definitie van kindermishandeling uit de Jeugdwet luidt: “Elke vorm van, voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel”. De plaatsing van een kind in een vorm van jeugdhulpverlening met verblijf en vooral de plaatsing van een kind in een residentiële instelling zijn voor een kind bedreigende en gewelddadige interacties van fysieke- en psychische aard. Personen, waarmee het kind in een relatie van afhankelijkheid en onvrijheid staat, dringen dit actief aan het kind op. Daardoor wordt ernstige schade berokkend aan het kind in de vorm van psychisch letsel. Deze gebeurtenissen zijn dus vormen van kindermishandeling. De definitie laat zien dat het naast lichamelijke mishandeling ook gaat om psychische mishandeling en seksueel geweld. Naast actieve mishandeling gaat het ook om verwaarlozing.
16
Dit onderzoek onderbouwt onze visie in het Manifest: Sluit de grote, residentiële instellingen. - De sluiting van deze instellingen en de transitie naar kleinschaligheid levert de grootste bijdrage aan het stoppen van het huidige geweld en aan de veiligheid voor de kinderen en jongeren in de jeugdhulp.
Nijhof, K.S., Laninga-Wijnen, L., Mulder, E. et al. Kleinschalige groepen binnen de jeugdhulp: een eerste verkenning. Kind Adolesc 41, 187–204 (2020). https://doi.org/10.1007/s12453020-00236-6 Samenvatting In Nederland werden in 2018 bijna 43.000 jongeren onder de 18 jaar uit huis geplaatst (CBS, 2019). Hiervan kwamen ongeveer 18.000 jongeren in de residentiële jeugdhulp terecht, doorgaans op grotere leefgroepen van acht tot tien jongeren. Er is echter toenemende maatschappelijke aandacht voor het ontwikkelen van kleinschalige groepen. Kleinschalige groepen kenmerken zich door maximaal 4 jongeren met een beperkt aantal professionals en kennen hierdoor meer mogelijkheden om een goed en veilig pedagogisch basisklimaat te bieden dat aansluit bij de complexe problematiek die kenmerkend is voor uithuisgeplaatste jongeren. De huidige studie verkent de eerste ervaringen van jongeren en professionals met kleinschalige groepen binnen de residentiële jeugdhulp. Via interviews met jongeren (n = 9) en professionals (n = 11) en leefklimaatonderzoek (n = 754) bij twee instellingen voor residentiële jeugdhulp (n = 6 kleinschalige groepen) wordt verkend hoe het is om op een kleinschalige groep te wonen en te werken, en wat potentieel werkzame elementen en knelpunten zijn.
De resultaten laten zien dat kleinschalige groepen een veelbelovende vorm van zorg lijken te zijn met betere mogelijkheden om een veilig en goed pedagogisch basisklimaat te bieden. In vergelijking met grotere residentiële groepen komen enkele potentieel werkzame elementen naar voren: 1) er is meer ruimte voor het opbouwen van een vertrouwensband tussen professionals en jongeren en tussen jongeren onderling, 2) de afstemming tussen professionals en met jongeren verloopt beter en soepeler, 3) jongeren en professionals ervaren meer veiligheid en rust op de groep, 4) er zijn meer mogelijkheden tot normaliseren, en 5) er is sprake van een positiever leefklimaat. Desondanks ervaren de instellingen spanning tussen enerzijds het streven naar zo min mogelijk professionals op de groep en anderzijds de haalbaarheid, kwetsbaarheid en betaalbaarheid van kleinschalige groepen.
17
Een hoopvolle ontwikkeling? Van de website van Parlan Jeugdhulp Parlan ontwikkelt kleinschalige woonvoorzieningen voor Jeugdzorg-Plus jongeren Zo’n vier jaar geleden ontstond de eerste kleinschalige woonvoorziening van Parlan. Als alternatief voor een meisje waarbij de ontwikkeling stagneerde op een gesloten behandelgroep met negen andere kinderen. Op die grote, gesloten groep was het meisje vaak boos, zette andere jongeren onder druk, lag dwars. Ze wilde niet naar school, liep vaak weg. De aandacht en zorg die naar dit meisje ging, kon daardoor niet aan andere jongeren gegeven worden. Thuis wonen was geen optie vanwege haar complexe gedrag. Ze had al op vele behandelgroepen gewoond. Voor een pleeggezin zou haar gedrag te ontwrichtend zijn. En geen enkele andere hulpverleningsinstantie wilde dit meisje opnemen. Achter al haar boze en wantrouwende gedrag zagen we ook een beschadigd, kwetsbaar meisje. Een meisje dat het vertrouwen in volwassenen verloren was. Een meisje dat ‘gewoon’ ergens wilde wonen, groot groeien op een vaste plek, met vaste begeleiders om zich heen. Zonder weggestuurd te worden, zonder overplaatsingen, hoe ingewikkeld haar gedrag vaak ook was. En zo ontstond de kleinschalige woonvoorziening: een woonvorm voor vijf jongeren met zeer complex gedrag. In een huis, midden in een woonwijk. Zij mocht er wonen.
Door de kleinschaligheid waren er minder interacties tussen haar en andere jongeren. Hierdoor ontstond er meer ruimte om naar haar eigen gedrag te kijken. De toezegging dat ze er mocht blijven wonen, leidde ertoe dat ze zich ging verbinden met haar omgeving, met haar begeleiders, met haar huisgenoten. Ze liep niet meer weg, werd minder boos. Het was immers geen tijdelijke plek meer waar ze elk moment weggestuurd kon worden, maar háár woonomgeving. Langzaam groeide de verbinding en ze begon hulpverleners meer te vertrouwen. Ook ontstond er besef dat zij zelf ook in beweging moest komen om een plek in de maatschappij te krijgen. Met vallen en opstaan zocht ze werk. Inmiddels ontwikkelt Parlan meer van dergelijke kleinschalige voorzieningen. In kleine groepen waar kinderen hun traject af kunnen maken, wordt relatievorming gestimuleerd, is meer individuele aandacht, kan er meer maatwerk geboden worden, en is er minder negatieve beïnvloeding van jongeren onderling. Landelijk onderzoek van de Academische Werkplaats Risico jeugd ondersteunt deze bevindingen. Vanwege de positieve ervaringen is het voor Parlan nu een vanzelfsprekende stap om ook de JeugdzorgPlus-opnames kleinschalig vorm te gaan geven. Dit betekent dat jongeren die gesloten opgenomen worden nu ook in groepen van vijf jongeren behandeld worden.
Doordat de verbinding met hulpverleners hierdoor beter kan ontstaan, is een volledig gesloten gebouw niet meer nodig. Daarom zal Parlan de Jeugdzorg-Plus opnames buiten het pand van Transferium vorm gaan geven. Eerst op een rustige locatie in Heerhugowaard. En in 2021 in de regio ZuidKennemerland/IJmond, nog dichter bij de familie van deze kinderen.
Jeugdhulp Voldoende Beschermd (JVB) belangenorganisatie jeugdhulp Mei 2021
18
Over de regeringscommissaris Een regeringscommissaris is een door de regering benoemde functionaris met een speciale taak. Dat kan zijn de voorbereiding van wetgeving, het als deskundige bijstaan van bewindslieden bij de parlementaire behandeling van wetgeving, maar ook het vervullen van bijzondere opdrachten. Een regeringscommissaris is een functionaris die is belast met een speciale taak namens de regering. Doorgaans geeft hij leiding aan een herstructurering in de sector waarin hij is benoemd. Zo was er tijdens de Eerste Wereldoorlog een regeringscommissaris voor de Belgische vluchtelingen, was er in de jaren vijftig een regeringscommissaris voor Indonesische zaken en voor het militaire hulpprogramma en was er lange tijd een regeringscommissaris voor de omroep. Die functionaris zag toe op naleving van de Omroepwet en later van de Mediawet. In 1982 werd Herman Tjeenk Willink aangesteld als regeringscommissaris voor de reorganisatie van de rijksdienst. In de periode 2003-2006 is drs. S.R.A. van Eijck regeringscommissaris geweest voor het jeugd- en jongerenbeleid. In die functie adviseerde hij de regering over onder meer jeugdzorg en jeugdhulpverlening.
Jeugdhulp Voldoende Beschermd (JVB) dringt er bij de overheid op aan om een regeringscommissaris aan te stellen voor de jeugdzorg, met als opdracht de jeugdzorg te herstructureren vanuit drie vastgestelde uitgangspunten en basisprincipes: 1)
2) 3)
De handhaving van de Internationale Rechten van het Kind en van met name het recht van kinderen op een veilig leven en een veilige ontwikkeling. De versterking van de preventieve jeugdzorg waarmee uithuisplaatsingen zoveel als mogelijk voorkomen worden. De herstructurering binnen 2 jaar van de jeugdhulp met verblijf, door vanuit het uitdrukkelijke perspectief van de kinderen en jongeren en van de pedagogische medewerkers, te komen tot een diversiteit aan kleinschalige woonvoorzieningen en tot het definitief sluiten van de deuren van alle residentiële voorzieningen. Jeugdhulp Voldoende Beschermd (JVB) belangenorganisatie jeugdhulp Mei 2021
19