07 kadernota fijnder 2027-2030
Tekst van het document
1
kJ ~i
Werkleerbedrijf Oost-Achterhoek
Aan de gemeenteraden van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk
Correspondentieadres Postbus 109 7140 AC Groenlo T: 0544 47 42 00 E: info@fljnder.nl 1: www.fijnder.nl Banknr: NL13BNGH0285144715
Onderwerp : Kadernota 2027 Bijlage(n) : Kadernota 2027-2030 Fijnder Ons kenmerk: MV/TH/Kadernota : 30 maart 2026 Datum
Geachte leden van de Raad, Hierbij bieden wij u de kadernota 2027 aan. Deze nota bevat de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor Fijnder voor de periode 2027 tot en met 2030. In deze kadernota proberen we een zo goed mogelijk beeld te geven van de toekomstige ontwikkelingen. Wij houden daarbij onze focus gericht op onze kerntaak om inwoners aan betaald werk te helpen. Als dat (nog) niet lukt dan ondersteunen wij de inwoner bij het participeren in de samenleving. De uitgangspunten van deze kadernota worden uitgewerkt in de ontwerpbegroting 2027. Voordat het Algemeen Bestuur van Fijnder deze begroting vaststelt, wordt uw raad in de gelegenheid gesteld tot het indienen van zienswijzen op deze begroting.
Met vriendelijke groet, Bestuur Fijnder,
31 maart 2025
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ......................................................................................................................................................... 3
2.
Uitgangspunten ............................................................................................................................................. 4 2.1
Programma Werk en Activering ............................................................................................................................5
2.2
Programma Bestaanszekerheid ............................................................................................................................8
2.3
Programma Overhead en Algemene kosten .......................................................................................................9
3.
Ontwikkelingen ........................................................................................................................................... 10 3.1
Ontwikkelingen in de rijksbegroting van het Ministerie van SZW ................................................................10
3.2
Regionale ontwikkelingen ....................................................................................................................................11
3.3
Klantstromen ..........................................................................................................................................................11
4.
Ontwikkeling budgetten /uitgangspunten begroting .............................................................................. 13 4.1
BUIG-budget ...........................................................................................................................................................13
4.2
Re-integratiebudgetten .................................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
2
1. Inleiding Voor u ligt de kadernota voor de jaren 2027 tot en met 2030. Door middel van de kadernota geven de opdrachtgevende gemeenten kaders mee waarbinnen Fijnder uitvoeringsbeleid formuleert en uitvoering geeft aan de aan haar gedelegeerde taken en aanvullende opdrachten. Vanuit het strategisch overleg met gemeenten worden hierbij de kaderstellende opdrachten meegegeven aan Fijnder. De kadernota is, net als de begroting en jaarrekening, één van de documenten die wij jaarlijks ter kennisgeving aan u voorleggen. Het doel van de kadernota is om inzicht te bieden in de beleidsmatige en financiële kaders voor de op te stellen begroting 2027 waarvoor de uitgangspunten zijn meegegeven door het Dagelijks Bestuur. Deze treft u aan in hoofdstuk 2. Voor de basisbegroting worden het bestaande beleid en daarmee de uitvoeringslasten 2026 en de overige posten zoals opgenomen in de begroting 2026 als uitgangspunt genomen. Daarnaast zijn er een aantal ontwikkelingen beschreven die kunnen leiden tot een aanpassing in de begroting. Voordat de begroting 2027 en meerjarenraming 2028 tot en met 2030 door het Algemeen Bestuur worden vastgesteld, worden de gemeenteraden van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen.
3
2. Uitgangspunten Bij het opstellen van de begroting 2027 en meerjarenraming 2028 - 2030 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Algemeen • Het vastgestelde en bestaande beleid 2026 van de drie gemeenten dient als vertrekpunt voor de begroting 2027. Nieuwe beleidsontwikkelingen worden in deze kadernota toegelicht. • Het bestuur van Fijnder is zich bewust van de financiële uitdagingen waar de gemeenten de komende jaren voor staan. In de komende periode moet voor de gemeenten duidelijk worden welke aanpassingen er op gemeentelijk niveau eventueel nodig zijn om de (meerjaren)begrotingen sluitend te krijgen. Los van deze uitkomst voelt het bestuur van Fijnder zich verantwoordelijk voor een doelmatige inzet van middelen. Daarnaast zal in afstemming met gemeenten voortdurend worden gezocht naar mogelijke besparingen. Deze zullen alsdan worden doorgevoerd in de begroting via de reguliere cyclus van begrotingswijzigingen in de bestuursrapportages. • De programma’s en producten zoals vastgesteld in de begroting 2026 zijn ongewijzigd. • Voor de begroting 2027 worden de volgende prestatie-indicatoren gehanteerd: ❖ Excellente dienstverlening; ❖ Flexibilisering en maatwerk; ❖ Samenwerking met gemeenten, ketenpartners en werkgevers; ❖ Vernieuwend aan de slag.
De gemeenten hebben hieraan de volgende stuurindicatoren gekoppeld: Bevorderen van een duurzame interne en externe infrastructuur, verhoging van het aantal mensen met een arbeidsbeperking dat werkt via LKS, en het zorgen voor voldoende instroom en bezetting van beschutte werkplekken voor inwoners met een indicatie beschut werk. Tenslotte wordt ook gekeken naar een wijze om de cliënttevredenheid periodiek te meten. • Borging en doorontwikkeling van de ingezette lijn met betrekking tot de integrale dienstverlening (Samen aan het stuur) is een doorlopend proces. Hierbij wordt geanticipeerd op de inrichting van Sterke Lokale Teams bij gemeenten. Dit zijn multidisciplinaire wijk- of kerngerichte teams die inwoners laagdrempelig ondersteunen. Ze combineren kennis en expertise uit verschillende domeinen, werken samen met specialistische hulp en richten zich op preventie, veerkracht en het versterken van het gewone leven. Tot het Sterke Lokale Team behoort het gehele sociale team van de gemeente en daar is Fijnder ook onderdeel van. • Indexatie vindt plaats op basis van de in de septembercirculaire 2025 gepubliceerde indexatiecijfers volgens de macro-economische verkenning: Mutaties per jaar in %
2025
2026
2027
2028
2029
2030***
Nationale consumentenprijsindex (cpi)
3,2
2,3
2,3
2,2
2,2
2,2
Loonvoet sector overheid
6,0
2,9
5,1
4,2
4,5
4,5
Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
2,9
2,4
2,2
2,2
2,3
2,3
Tabel 1 Prijsindexen CPB* MEV 2026 en CEP 2025** * Toelichting/verduidelijking bij de kerngegevens is te vinden op: https://www.cpb.nl/artikel/toelichting-bijkerngegevenstabel ** 2026 is op basis van de MEV 2026, 2025 en 2027-2029 is op basis van de CEP 2025 *** Cijfers 2029 zijn doorgetrokken naar 2030
4
•
•
2.1
De cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties heeft een looptijd tot en met 31 maart 2027. De uitkomsten van de cao-onderhandelingen over de periode na afloop van de looptijd kunnen gevolgen hebben voor de begroting 2027 en de jaren daarna die mogelijkerwijs afwijken van de gehanteerde indexatie. De cao Aan de Slag heeft een looptijd tot en met 31 december 2025. Inmiddels is een onderhandelaarsakkoord bereikt. Vooralsnog neemt Fijnder dit akkoord als basis voor de begroting 2027 en verder. Mocht de ledenraadpleging niet leiden tot overeenstemming, dan zullen wijzigingen worden meegenomen in de bestuursrapportage.
Programma Werk en Activering
Programmadoel Het bevorderen van duurzame inzetbaarheid en persoonlijke ontwikkeling door middel van diagnostiek, gerichte training, begeleiding, werkervaring en bemiddeling naar werk of opleiding, met als doel inwoners met een kwetsbare arbeidsmarktpositie, ongeacht hun achtergrond of beperkingen, te ondersteunen bij het vinden van een passende en langdurige baan. Waar regulier of gesubsidieerd werk niet mogelijk is, wordt ingezet op activering om de betrokkenheid en maatschappelijke participatie van de deelnemers te vergroten. Participatiewet in Balans De Participatiewet in Balans beoogt een meer mensgerichte, effectieve en rechtvaardige uitvoering van de Participatiewet. Aanleiding voor deze wetswijziging is de constatering dat de bestaande uitvoeringspraktijk te sterk is gericht op regels, controle en sanctionering, waardoor de menselijke maat onvoldoende tot zijn recht komt. Het programma bestaat uit drie samenhangende sporen. •
Spoor 1: Participatiewet in Balans Dit omvat een samenhangend pakket van ruim twintig maatregelen, gericht op een meer mensgerichte uitvoering van de Participatiewet. De invoering vindt plaats in drie fasen. Per 1 januari 2026 heeft Fijnder de wijzigingen uit fase 1 geïmplementeerd. Deze wijzigingen bieden meer ruimte voor vertrouwen en maatwerk binnen de uitvoering. Het jaar 2026 geldt als een gedoogjaar waarin maatregelen uit fase 2 kunnen worden geïmplementeerd die uiterlijk per 1 januari 2027 (fase 3) van kracht worden. De maatregelen moeten nog worden uitgewerkt, de eventuele financiële impact is daarom nog niet meegenomen in deze begroting.
•
Spoor 2: herziening van de Participatiewet In spoor 2 wordt fundamenteler gekeken naar de doelen en uitgangspunten van de Participatiewet. Dit betreft een herziening van de wet vanaf de basis, gericht op de lange termijn. Dit traject loopt door in 2026 en verder. Fijnder volgt deze ontwikkelingen en betrekt deze waar mogelijk bij toekomstige beleids- en uitvoeringskeuzes.
•
Spoor 3: versterking van de uitvoering Spoor 3 richt zich op het versterken van de uitvoeringspraktijk door meer ruimte te bieden voor maatwerk, professionele afwegingen en vertrouwen. Deze uitgangspunten sluiten direct aan bij de koers die Fijnder reeds heeft ingezet. ➢ Maatwerk en gespreksgerichte uitvoering Binnen Fijnder verschuift de uitvoering steeds meer naar een gespreksgerichte benadering. Het toekennen van voorzieningen en het maken van afspraken vindt plaats op basis van het persoonlijke gesprek en de individuele omstandigheden van de inwoner. Hiermee wordt doelbewust gekozen voor maatwerk boven standaardoplossingen. ➢ Professionalisering van consulenten Fijnder investeert structureel in de professionalisering van consulenten. Consulenten zijn 5
getraind in het Integratief Gedragsmodel (IGM), dat zorgt voor beter inzicht in gedrag, motivatie en belemmeringen, en ondersteunt bij het voeren van betekenisvolle gesprekken. Daarnaast worden consulenten opgeleid tot jobcoach, waardoor zij inwoners intensiever en consistenter kunnen begeleiden richting werk of participatie. Deze integrale rol sluit aan bij de principes van nabijheid en vertrouwen binnen spoor 3. •
Preventieve uitvoering Fijnder kiest voor een nadrukkelijk preventieve benadering. De focus ligt op duidelijke communicatie, tijdige signalering en ondersteuning, in plaats van primair handhavend optreden. Dit draagt bij aan een evenwichtige en mensgerichte uitvoering en sluit aan bij de doelstellingen van de Participatiewet in Balans.
Doorgaande ontwikkellijn SW-ers participeren maximaal binnen de doorgaande ontwikkellijn waarbij de werkleerplaats van Fijnder een vangnetvoorziening blijft. Inzet ten aanzien van onbenut arbeidspotentieel: Werkleerlijn Productie/Techniek Onderdeel van de regionale uitvoeringsagenda Inclusieve Arbeidsmarkt was een verkenning voor een sluitende aanpak voor onbenut arbeidspotentieel. De opzet was om samen met werkgevers in verschillende sectoren op verschillende niveaus modulaire leerlijnen te ontwikkelen. De beoogde doelgroep bestond uit cliënten, terugkerende cliënten en niet-uitkeringsontvangers. Beoogd was om voor deze regionale ambitie middelen vanuit de Regiodeal in te zetten. Bestuurlijk is deze aanpak onhold gezet. Fijnder heeft de door haar opgezette werkleerlijn Productie/Techniek doorontwikkeld en zet deze vanaf 2026 in voor haar eigen doelgroepen. Met de werkleerlijn Productie/Techniek biedt Fijnder inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt een directe route naar werk in de maakindustrie. De regio kent een grote vraag naar praktisch geschoolde vakmensen, terwijl veel inwoners op zoek zijn naar (her)instroommogelijkheden. Via drie verschillende trajecten combineren deelnemers leren en werken, bouwen zij duurzame vakvaardigheden op en stromen zij sneller uit naar werk.
Deze aanpak versterkt zowel de positie van onze inwoners als de regionale technische sector en levert bovendien een financieel voordeel op door lagere uitkeringslasten. Herziening financiering Beschut Werk Het ministerie van SZW is bezig om te kijken naar een ander verdeelmodel voor de taakstelling nieuw Beschut Werk1. In de voorstellen om per 2027 een nieuwe verdeelsystematiek in te voeren is aandacht voor een passend ingroeipad waarbij ook de realisatiecijfers van gemeenten worden meegewogen. De forfaitaire loonkostensubsidie (LKS) voor beschut werk – waarmee de jaarlijkse loonwaardemeting komt te vervallen – wordt naar verwachting structureel ingevoerd op 1 januari 2028, mits de bijbehorende wetswijziging tijdig wordt vastgesteld. Tot die tijd, in de jaren 2025–2027, ontvangen gemeenten extra middelen (circa € 2.971 per beschutte werkplek via de rijksbijdrage beschut werk) om de overgang te ondersteunen. Vooralsnog wordt in de begroting 2027 van Fijnder geen rekening gehouden met deze ontwikkelingen. In de begroting 2027 en verder wordt de jaarlijkse ontwikkeling van de taakstelling geraamd op basis van de toename in de afgelopen jaren. Ontwikkelopdrachten Fijnder heeft een aantal ontwikkelopdrachten geformuleerd die tot doel hebben om de dienstverlening van Fijnder te verbeteren. Deze kennen een looptijd tot in 2027 of verder. De uitkomsten van deze opdrachten
1
Voortgangsbrief 2-7-2025 Voortgangsbrief sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk | Tweede Kamer der Staten-Generaal
6
kunnen leiden tot aanpassing van de dienstverlening. Zij kunnen dus impact hebben op de begroting. Het gaat om de volgende opdrachten: Toekomstbestendige werkleerplaats Eind 2025 heeft het Dagelijks Bestuur van Fijnder ingestemd met de doorontwikkeling van de toekomstbestendige werkleerplaats. De werkplaats ontwikkelt zich tot een werkleerplaats: een veilige, gestructureerde omgeving waar cliënten werken aan hun persoonlijke groei, met als doel participatie of betaald werk. Fijnder past hierbij een doelgroepgerichte aanpak toe: • Gericht op jongeren, anderstaligen, cliënten uit de Participatiewet, SW en nieuw beschut werk. • Start in entreegroepen met maatwerktrajecten. • Maximaal 1 jaar, tenzij een langere periode duurzaam passend is. De implementatie vindt plaats in 2026. In het voorjaar van 2027 worden de eerste effectmetingen verwacht. Financiering van deze opdracht vindt plaats door middel van het impulsbudget sociale infrastructuur. Inclusieve technologie De arbeidsmarktregio Achterhoek en daarbinnen Fijnder streeft naar een inclusieve samenleving waarin technologische hulpmiddelen worden ingezet om arbeidsplekken toegankelijk te maken voor inwoners die nu nog aan de kant staan.
Dit project richt zich op het onderzoeken, (mede) aanschaffen en implementeren van technologieën die de toegankelijkheid en inclusiviteit binnen Fijnder en bij werkgevers waarmee wordt samengewerkt te bevorderen. De onderzoeksfase wordt in 2026 afgerond. Afhankelijk van de uitkomst kan dit zijn weerslag hebben op de toekomstige begrotingen van Fijnder. Verbetering infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven Het Dagelijks Bestuur van Fijnder heeft eind 2025 het management van Fijnder opdracht gegeven om te komen tot een voorstel om de dienstverlening aan de doelgroep Perspectief 3 (cliënten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt) en Werk (cliënten die arbeidsfit zijn, maar waarbij taal en cultuur een drempel vormt voor succesvolle plaatsing) anders vorm te geven. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan lagere caseloads, inzet op taal-/cultuur of psychosociale ondersteuning. Insteek hierbij is dat intensivering van dienstverlening per saldo meer uitstroom oplevert. De middelen die vanuit het Rijk ter beschikking worden gesteld om de lokale infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven toekomstbestendig in te richten, kunnen hier mogelijkerwijs voor worden aangewend. Eventuele aanpassingen zullen in de begroting worden verwerkt via de bestuursrapportage.
Re-integratiedienstverlening Oekraïense ontheemden Fijnder verzorgt extra re-integratiedienstverlening aan Oekraïense ontheemden voor de gemeenten Berkelland en Oost Gelre. De einddatum van de opdracht voor de gemeente Berkelland loopt af op 1 juni 2026. De gemeente Oost Gelre heeft de opdracht aan Fijnder verlengd tot aan het moment dat de Richtlijn Tijdelijke Bescherming afloopt. Wet Inburgering Fijnder verzorgt in het kader van de Wet Inburgering 2021 een aantal taken in opdracht van de gemeenten. Beoogd wordt dat nieuwkomers zo snel mogelijk de taal beheersen op een zo hoog mogelijk niveau en dat zij snel én volwaardig mee kunnen doen in de maatschappij, bij voorkeur via betaald werk. De gemeenten zijn eindverantwoordelijk. Met ingang van 1 februari 2024 is de Spreidingswet (Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvangvoorzieningen) in werking getreden. In het coalitieakkoord Aan de Slag wordt de spreidingswet niet ingetrokken, maar voorlopig in stand gehouden. In 2026 wordt met de gemeenten de opdracht die Fijnder uitvoert voor gemeenten herijkt. In deze begroting worden de bestaande samenwerkingsafspraken als uitgangspunt genomen. Fijnder hanteert vooralsnog de gemeentelijke taakstellingen voor het eerste halfjaar van 2026 als uitgangspunt voor de uitgaven in 2027 voor die onderdelen die bij Fijnder zijn belegd.
Wet Van school naar duurzaam werk Per 1 januari 2026 is deze wet in werking getreden. Hiermee krijgen gemeenten de opdracht om jongeren onder de 27 jaar te ondersteunen terug naar school of wanneer dit niet passend is naar een leer-werktraject of werk. De volgende wettelijke wijzigingen zijn van toepassing op Fijnder: 7
• • •
•
Jongeren uit het hoger en wetenschappelijk onderwijs kunnen zich op eigen initiatief aanmelden voor begeleiding bij de re-integratie; Zowel scholen als het Doorstroompunt kunnen Fijnder vroegtijdig betrekken voor ondersteuning op het gebied van re-integratie; Scholen zijn verplicht om nazorg te verlenen. Voor studenten uit het MBO is deze nazorg één jaar en voor studenten van het pro/vso is dit twee jaar. Daarnaast zijn scholen verplicht om een overgangsdocument aan gemeenten W&I te overhandigen bij overdracht van de jongeren; Fijnder kan het Doorstroompunt betrekken bij jongeren zonder startkwalificatie.
Alle betrokken partijen zijn verplicht om naast de wettelijke taken samen te werken in een aanvullend regionaal programma. Dit programma is mede opgesteld met inbreng van expertise vanuit Fijnder en wordt bestuurlijk in routing gebracht wanneer het regionale plan is goedgekeurd door het ministerie van OCW. De landelijke modelverordening van de VNG is eind december gepubliceerd. De aanpassingen in de verordening sociaal domein kunnen gemeenten met terugwerkende kracht in 2026 vaststellen. Er worden samenwerkingsafspraken opgesteld tussen betrokken partijen. Dit jaar (2026) is het startjaar, eventuele bijstellingen volgen mogelijk in het jaar 2027.
2.2
Programma Bestaanszekerheid
Programmadoel Het bevorderen van financiële stabiliteit en maatschappelijke participatie door inwoners te ondersteunen bij veranderingen. We verstrekken op een rechtmatige, tijdige, volledige en efficiënte wijze inkomensvoorzieningen aan inwoners die (nog) niet (volledig) in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Daarnaast bieden we aanvullende inkomensondersteuning om hun betrokkenheid en deelname aan de samenleving te vergroten. Ontwikkeling bijstandsvolume Fijnder werd vanaf 2023 geconfronteerd met een sterkere stijging van het bijstandsvolume ten opzichte van landelijke cijfers. In 2025 is het bestand gedaald, afwijkend van het landelijke beeld, in het laatste kwartaal van 2025 is het bestand daarentegen weer licht gestegen. Een trend die zichtbaar doorzet is een langere bijstandsafhankelijkheid als gevolg van verzwaring van de problematiek van cliënten en de instroom van statushouders in het cliëntenbestand. Voor de bestandsontwikkeling van het uitkeringsvolume wordt vooralsnog voor 2027 en volgende jaren aangesloten bij het verwachte uitkeringsvolume zoals opgenomen in de septembercirculaire 2025. Niet uitgesloten kan worden dat in het komend jaar via de bestuursrapportages verwachtingen moeten worden bijgesteld. Leefgeldverstrekking aan ontheemden Oekraïne Fijnder verstrekt het leefgeld aan ontheemden Oekraïne die voldoen aan de voorwaarden.
Vooralsnog wordt voor de begroting 2027 rekening gehouden met het aantal ontheemden in het eerste kwartaal van 2026. Mocht de bijzondere status van deze ontheemden wijzigen, dan kan dit leiden tot wijziging van dienstverlening en daarmee tot een begrotingswijziging. Inning eigen bijdrage Oekraïense ontheemden Fijnder verzorgt de inning van de eigen bijdrage van Oekraïense ontheemden. Fijnder int voor de gemeenten bij Oekraïners met inkomsten uit werk de verplichte eigen bijdrage voor huisvesting in de gemeentelijke opvang. Ook hiervoor wordt als basis het eerste kwartaal van 2026 aangehouden. (Herijking) gemeentelijk minimabeleid De gemeente Oost Gelre zal mogelijk het gemeentelijke minimabeleid in 2026 gaan herijken. De impact hiervan op de dienstverlening en begroting van Fijnder is nog ongewis. Vooralsnog wordt voor de uitgaven het bestaande beleid aangehouden. De gemeenten Berkelland en Winterswijk hebben in 2025 hun gemeentelijk beleid herzien. Fijnder is samenwerkingspartner van de gemeenten in de uitvoering van deze regelingen. 8
2.3
Programma Overhead en Algemene kosten
Het Dagelijks Bestuur blijft zich inzetten voor een efficiënte en toekomstbestendige bedrijfsvoering, met oog voor de financiële positie van de deelnemende gemeenten. Daarbij wordt steeds gekeken naar mogelijkheden voor besparingen en/of externe financiering via regionale of landelijke middelen. Zo leidt de aankoop van het pand per 1 juli 2026 tot structurele besparingen. In de eerste drie jaren zijn deze besparingen beperkt, echter oplopend van € 17.500 in 2029 tot uiteindelijk ruim € 70.000 vanaf 2034. Daarnaast wordt overwogen per 2027 over te stappen naar een andere kennisbank. Toch zijn er ook een aantal thema’s die mogelijk kostenverzwarend zullen zijn. ICT-ontwikkelingen De digitale infrastructuur vormt een cruciale randvoorwaarde voor de continuïteit van de dienstverlening van Fijnder. Door snelle technologische ontwikkelingen en toenemende dreigingen op het gebied van dataveiligheid is voortdurende investering noodzakelijk. Dit betreft onder meer: • Versterking van informatieveiligheid (IB/AVG) – De eisen aan gegevensbescherming worden steeds strenger, terwijl cyberdreigingen toenemen. Dit vraagt om structurele investeringen in beveiligingssoftware, monitoring, bewustwording en periodieke audits.
• Automatisering en digitalisering van werkprocessen – Innovaties zoals datagedreven werken, monitoring door middel van dashboards, procesautomatisering en AI-ondersteuning kunnen leiden tot kwaliteitsverbetering, maar vereisen initiële en vaak ook structurele financiële middelen. Fijnder zal de hiervoor noodzakelijke maatregelen en de financiële en organisatorische consequenties nader uitwerken en inzichtelijk maken. (Aantrekkelijk) werkgeverschap Net als andere publieke organisaties heeft Fijnder te maken met een krappe arbeidsmarkt, stijgende werkdruk en toenemende concurrentie om talent. Dit maakt het noodzakelijk om strategisch te investeren in aantrekkelijk werkgeverschap. Daarbij spelen de volgende elementen een rol: • Behouden en werven van talent – Om continuïteit en kwaliteit van dienstverlening te waarborgen, is het essentieel om zowel nieuwe medewerkers aan te trekken als bestaande medewerkers te behouden. • Ontwikkeling en professionalisering – Door te investeren in opleiding, loopbaanontwikkeling en duurzame inzetbaarheid blijft Fijnder een moderne en wendbare organisatie. • Arbeidsvoorwaarden en werkklimaat – Concurrerende arbeidsvoorwaarden, hybride werken, vitaliteitsprogramma’s en aandacht voor de werk-privébalans dragen bij aan een positief en toekomstbestendig werkklimaat.
• Werkgeverspositionering – Een duidelijke en aansprekende positionering van Fijnder als werkgever helpt om een grotere en meer diverse talentpool aan te spreken. •
Cultuursensitief werken – Fijnder zet actief in op een inclusieve werkomgeving waarin aandacht is voor verschillende achtergronden, waarden en communicatiestijlen.
Cliënttevredenheid De gemeenten en Fijnder streven naar excellente dienstverlening in de breedste zin. In 2026 wordt onderzocht hoe cliënttevredenheid kan worden gemeten. Ondanks dat dit tot kostenstijging kan leiden hebben gemeenten aangegeven invulling te willen geven aan deze KPI. Dit kan leiden tot een begrotingswijziging. Archief- en informatiebeheer In 2026 heeft Fijnder, met ondersteuning van externe expertise, gewerkt aan het verbeteren en professionaliseren van het informatie- en archiefbeheer. In dit kader zijn diverse beleids- en uitvoeringsdocumenten opgesteld die gezamenlijk zorgen voor heldere kaderstelling, sturing, samenhang en kwaliteitsborging. Voor de borging van het proces ontbreekt op dit moment bij Fijnder 9
de benodigde expertise. In het eerste kwartaal van 2026 wordt de visie op het vlak van archief verder uitgewerkt. Voor zover dit gevolgen heeft voor de formatieve invulling zal dat separaat aan het bestuur worden voorgelegd en verwerkt in een begrotingswijziging.
3. Ontwikkelingen 3.1
Ontwikkelingen in de rijksbegroting van het Ministerie van SZW
In de rijksbegroting 2026 van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en recente kamerbrieven staan enkele beleidsontwikkelingen genoemd. De impact op de begroting 2027 van Fijnder is nog ongewis. Hieronder worden de beleidsontwikkelingen weergegeven. Spoor 2 en 3: herziening en versterking van de Participatiewet in Balans In spoor 2 wordt gewerkt aan een fundamentele herziening van de Participatiewet, waarbij de doelstellingen en uitgangspunten integraal worden heroverwogen. Dit meerjarige traject loopt door in 2026 en verder. Fijnder volgt deze ontwikkelingen nauwgezet en zal deze, waar relevant, betrekken bij toekomstige beleids- en uitvoeringskeuzes. Spoor 3 richt zich op het verder versterken van de uitvoeringspraktijk door het vergroten van de ruimte voor maatwerk, professionele oordeelsvorming en het bevorderen van wederzijds vertrouwen binnen de uitvoering. Wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid Met het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid wordt de handhaving in brede zin herzien, zodat mensen de zekerheid krijgen dat kleine foutjes niet tot grote gevolgen leiden. Fijnder volgt dit wetsvoorstel nauwgezet. De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2027. In 2026 worden, naast het versterken van de preventieve aanpak, de voorbereidingen getroffen om tijdige en zorgvuldige implementatie van dit wetsvoorstel mogelijk te maken.
Aandacht voor risico’s op het gebied van bestaanszekerheid Parallel aan bovengenoemde ontwikkeling wordt in 2026 binnen Fijnder extra aandacht besteed aan de risico-kant van bestaanszekerheid. Steeds vaker spelen financiële problemen samen met risicogedrag zoals online gokken, crypto-investeringen en andere vormen van onzekere financiële keuzes. De signalen en inzichten die dit oplevert, worden structureel gedeeld met de sociale teams en overige ketenpartners zodat vroegsignalering en passende ondersteuning kunnen worden versterkt. Aanvullend wetsvoorstel Wet banenafspraak Dit wetsvoorstel regelt dat per 1 januari 2028 mensen in de WIA en WW die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen, worden opgenomen in het doelgroepregister banenafspraak waardoor zij in aanmerking komen voor loonkostenvoordelen. Zij lopen het risico om op termijn in de bijstand terecht te komen als er geen passende ondersteuning of werkplek wordt gevonden. Het idee achter de wetswijziging is om deze groep vroegtijdig te identificeren en in het doelgroepregister Banenafspraak op te nemen, zodat: • Werkgevers financiële prikkels krijgen om hen in dienst te nemen. • Gemeenten (i.c. sociaal ontwikkelbedrijven) eerder kunnen inzetten op begeleiding en doorstroom, in plaats van pas te acteren als iemand in de bijstand belandt.
Verkorting maximale WW-duur In het coalitieakkoord Aan de Slag is opgenomen dat de maximale WW-duur wordt verkort van 24 naar 12 maanden, met ingang van 2028. In de eerste twee maanden wordt de uitkering verhoogd naar 80% van het laatstverdiende loon. Deze aanpassing is bedoeld als besparingsmaatregel en als prikkel om werkloosheid te verkorten. Het betreft vooralsnog een voornemen, dat nog parlementaire behandeling moet doorlopen. Dit kan ertoe leiden dat de instroom vanuit de WW hoger gaat uitvallen en daarmee leidt tot een bestandstoename. Afloop Tijdelijke Regeling Bescherming (RTB) voor ontheemden uit Oekraïne 10
De RTB loopt af op 5 maart 2027. Vanaf dat moment vervallen de huidige rechten en voorzieningen die aan deze tijdelijke bescherming zijn gekoppeld. Het Rijk heeft aangekondigd dat Oekraïense ontheemden daarna een transitiedocument krijgen: een tijdelijke reguliere verblijfsvergunning voor drie jaar. Hiermee krijgen zij in beginsel dezelfde rechten en plichten als andere inwoners met een verblijfsvergunning, zoals het afsluiten van een zorgverzekering en het betalen van huur maar ook een mogelijk beroep op sociale voorzieningen, waaronder bijstand.
3.2
Regionale ontwikkelingen
De hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur / regionaal werkcentrum Achterhoek Het kabinet wil de arbeidsmarktdienstverlening structureel verbeteren door hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. De hervorming richt zich op het structureel versterken van de publiekprivate samenwerking en dienstverlening aan werkenden, werkzoekenden en werkgevers in de 35 arbeidsmarktregio’s. Ook wordt ingezet op het beter toegankelijk maken van deze dienstverlening door de vorming van 35 Werkcentra in de arbeidsmarktregio’s. De hervorming wordt gefinancierd met structurele middelen en tijdelijke middelen die aflopen tot 2034. Deze structurele middelen worden ingezet voor de basisinrichting van het Werkcentrum en de publiek-private samenwerking. De tijdelijke middelen geven een impuls aan de arbeidsmarktdienstverlening in de regio en aan de van-werk-naarwerk dienstverlening. De maatregelen worden, waar nodig, vastgelegd in de SUWI wet- en regelgeving. Halverwege 2025 is het Werkcentrum Achterhoek geopend als dé toegangspoort voor vragen over werk, scholing en loopbaan. In 2026 wordt onderzocht op welke wijze de werkgeversdienstverlening vormgegeven zal worden en daarmee de impact op de dienstverlening van Fijnder. Gemeenteraadsverkiezingen In maart 2026 vonden de gemeenteraadsverkiezingen plaats.
Hieruit vloeit voort dat er nieuwe coalitieprogramma’s worden opgesteld, waar mogelijk lokale accenten worden gelegd die afwijken van de huidige koers van gemeenten. Dit kan tot gevolg hebben dat het bestaande beleid van Fijnder hierop moet worden aangepast.
3.3
Klantstromen
Met de invoering van de Participatiewet is de toegang tot de Wsw stopgezet en de Wajong is alleen nog toegankelijk voor mensen met een volledige en duurzame arbeidsbeperking. Op alle nieuwe doelgroepen met een beperking die nog aan de slag kunnen is de Participatiewet van toepassing. Kenmerkend voor deze doelgroep is dat zij in het algemeen langdurig (gedeeltelijk) afhankelijk blijven van een bijstandsuitkering. Onderstaand de verwachting van het aantal bijstandsontvangers zoals opgenomen in de septembercirculaire 2025. Aantal bijstandsontvangers
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
September circulaire
378.634
381.612
385.600
390.583
397.892
0,79%
1,05%
1,29%
1,87%
Procentuele wijziging Tabel 2 Raming aantal bijstandsontvangers
Hieruit volgt dat voor 2027 en de volgende jaren landelijk gezien een stijging van het bijstandsvolume wordt verwacht. Het Dagelijks Bestuur van Fijnder hanteert voor de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 vooralsnog een volumestijging overeenkomstig de landelijke verwachting. Economische ontwikkelingen kunnen ertoe leiden dat dit uitgangspunt moet worden bijgesteld in de bestuursrapportage.
11
12
4. Ontwikkeling budgetten /uitgangspunten begroting 4.1
BUIG-budget
De ontwikkeling van het Besluit Uitkering Inkomensvoorzieningen Gemeenten (hierna: BUIG-budget) van de individuele gemeenten hangt nauw samen met het landelijke macrobudget. Om een inschatting te kunnen maken van het BUIG-budget voor de jaren 2027 tot en met 2030 is de ontwikkeling van het macrobudget van belang. In de Rijksbegroting 2026 van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid is hierover het volgende vermeld. Budgettaire ontwikkelingen algemene bijstand De bijstandsuitgaven (algemene bijstand) worden voor 2026 geraamd op € 7,1 miljard. Op basis van de CPB-raming van de werkloosheid wordt de bijstandsraming naar boven bijgesteld in 2026. Daarnaast leiden een aantal (eerdere) wetswijzigingen tot een oploop in de raming van de bijstandsuitgaven. Dit betreft onder andere de invoering van maatregelen uit de Participatiewet in balans, de afloop van de IOAW en de ingroei van de nieuwe doelgroep als gevolg van de invoering van de Participatiewet in 2015. In onderstaande tabel wordt de opbouw van het budget gespecificeerd. Extracomptabel overzicht Macrobudget participatiewet (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
2030
7.945.994
8.040.663
8.205.803
8.394.588
8.598.433
Algemene bijstand
7.069.224
7.129.043
7.295.339
7.478.557
7.674.613
Loonkostensubsidie
644.356
702.765
748.308
792.786
837.262
IOAW
162.110
137.274
99.936
67.622
37.535
IOAZ
34.588
35.864
26.345
19.747
13.148
Bbz levensonderhoud
35.716
35.716
35.875
35.875
35.875
Macrobudget participatiewetuitkeringen en intertemporele tegemoetkoming Macrobudget participatiewetuitkeringen
Budgettaire ontwikkelingen Loonkostensubsidies De landelijke uitgaven voor loonkostensubsidies (LKS) worden voor 2026 geraamd op € 644,4 miljoen. De uitgaven aan loonkostensubsidie nemen jaarlijks toe doordat de doelgroep van LKS sinds invoering van de Participatiewet ingroeit. Daarnaast stijgt de gemiddelde hoogte van LKS door de koppeling met het wettelijk minimumloon. Budgettaire ontwikkelingen IOAW/IOAZ De uitgaven aan IOAW en IOAZ worden in 2026 landelijk geraamd op respectievelijk € 162,1 miljoen en € 34,6 miljoen. De IOAW-uitgaven dalen door de beperkende voorwaarde dat het IOAW-recht alleen geldt voor personen geboren voor 1965. In de meerjarenraming wordt rekening gehouden met de doorstroom vanuit de WW naar de IOAW. Een lager gebruik van de WW door oudere werknemers, zorgt ook voor lagere IOAWaantallen. Het IOAZ-macrobudget daalt doordat de instroom structureel afneemt: steeds minder oudere zelfstandigen voldoen aan de strikte IOAZ-voorwaarden en stoppen hun bedrijf, mede door de stijgende AOW-leeftijd en betere economische omstandigheden voor zelfstandigen. 13
Tot slot zorgt de stijging van de AOW-leeftijd en invoering van maatregelen uit de Participatiewet in Balans voor hogere uitgaven aan de IOAW en IOAZ. Bbz levensonderhoud en Bbz bedrijfskrediet (Bbz 2004) Het bijstandsonderdeel van het Bbz om te voorzien in de kosten voor levensonderhoud is onderdeel van het Macrobudget en wordt in 2026 geraamd op € 35,7 miljoen. Daarnaast wordt voor de uitgaven voor Bbz bedrijfskrediet landelijk € 6,3 miljoen geraamd. BUIG-macrobudget (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten) Het BUIG-budget is het budget dat gemeenten ontvangen voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt jaarlijks vastgesteld. De ontwikkeling van het macrobudget ziet er als volgt uit: Overzicht participatiewet uitkeringen (x €1.000) Macrobudget totaal
Voorlopig budget 2026 7.945.994
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
8.040.663
8.205.803
8.394.588
8.598.433
1,19%
2,05%
2,30%
2,43%
Procentuele ontwikkeling
Het macrobudget wordt voorlopig vastgesteld in september voorafgaand aan het uitvoeringsjaar. Het macrobudget 2026 wordt gedurende het jaar nog bijgesteld naar aanleiding van gewijzigde inzichten in conjunctuur, realisaties uit het voorgaande jaar, rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling (lpo). In 2026 wordt hiervan een bedrag van € 4,2 miljoen gereserveerd voor de vangnetregeling 2024. Bij de verdeling van het voorlopig macrobudget wordt hiermee rekening gehouden. In bestuurlijk overleg tussen SZW en VNG is besloten om het vangnet Participatiewet (BUIG) uit te breiden. Met ingang van budgetjaar 2026 wordt er een uitgebreider vangnet ingericht voor gemeenten met meerjarige tekorten. Vanaf 1 januari 2026 kunnen gemeenten die structureel worstelen met tekorten (≥ 5% in minstens drie van de vier voorgaande jaren) al bij een tekort vanaf 5% aanspraak maken op vangnetcompensatie. Na twee jaar daalt die eigenrisicodrempel zelfs naar 2,5%. De regeling wordt bekostigd vanuit het BUIG-macrobudget van 2026 en is bedoeld om gemeenten met meerjarige tekorten extra steun en leertrajecten te bieden. Daarmee worden de grootste financiële risico’s die gemeenten lopen op de BUIG wat verder gedempt.
Raming ontwikkeling BUIG-budgetten per gemeente Het meerjarenbeeld met betrekking tot de ontwikkeling van lasten in de begroting van Fijnder zal in de begroting 2027-2030 opgesteld worden aan de hand van bovenstaande gegevens en de werkelijke ontwikkeling t/m ultimo 2025. Het voorlopig BUIG-budget 2026 is in oktober 2025 bekend geworden. Om een inschatting te maken van het BUIG-budget voor de jaren 2027 tot en met 2030 is het aandeel per gemeente in het macrobudget constant verondersteld. Doordat het macrobudget vanaf 2026 toeneemt, zal naar verwachting het BUIG-budget per gemeente vanaf 2026 ook toenemen. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de verdeling van het macrobudget over de gemeenten is mede afhankelijk van realisatiecijfers uit het verleden. Daardoor kan het aandeel van de gemeente in het macrobudget fluctueren. In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van het BUIG-budget weergegeven: Raming BUIG budget per gemeente (x €1)
Voorlopig budget 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
Berkelland
11.976.776
12.249.329
12.580.542
12.939.757
13.318.543
Oost Gelre
6.141.930
6.261.931
6.419.254
6.592.099
6.775.458
Winterswijk
11.648.105
11.799.848
12.050.148
12.334.344
12.640.307
14
Voor de ontwikkeling van de kosten per uitkering hanteren we dezelfde trend. Er is echter een aantal elementen die het moeilijk maken om in te schatten hoe de kosten zich zullen ontwikkelen: 1. Steeds vaker zullen er mensen met loonkostensubsidie aan het werk gaan. Dit bespaart wel op de bijstandskosten, maar betreft niet meer de hele uitkering; 2. De samenstelling van huishoudens kan wijzigen waardoor de hoogte van de uitkeringen zal wijzigen. Per saldo is op basis van de macroraming en de raming van de ontwikkeling van het aantal klanten wel te verwachten dat de kosten in de komende jaren zullen stijgen.
15