06 kadernota fijnder 2025-2028
Tekst van het document
fijndEr Werkleerbedrijf Oost-Achterhoek
Aan de gemeenteraden van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Wnterswijk
Correspondentieadres Postbus 109 7140 AC Groenlo T: 0544 47 42 00 E: info@fijnder.nl I: www.fijnder.nl Banknr: NL13BNGH0285144715
Onderwerp : Kadernota 2025 Bijlage(n) : Kadernota 2025-2028 Fijnder Ons kenmerk: MV/TH/Kadernota Datum 28 maart 2024
Geachte leden van de Raad, Hierbij bieden wij u de kadernota 2025 aan. Deze nota bevat de algemene financiele en beleidsmatige kaders voor Fijnder voor de periode 2025 tot en met 2028. In deze kadernota proberen we een zo goed mogelijk beeld te geven van de toekomstige ontwikkelingen. Wij houden daarbij onze focus gericht op onze kerntaak om inwoners aan betaald werk te helpen. Als dat (nog) niet lukt dan ondersteunen wij de inwoner bij het participeren in de samenleving. De uitgangspunten van deze kadernota worden uitgewerkt in de ontwerpbegroting 2025. Voordat het Algemeen Bestuur van Fijnder deze begroting vaststelt wordt uw raad in de gelegenheid gesteld tot het indienen van zienswijzen op deze begroting.
Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur Fijnder, "
C,
T.A. Beijer Secretaris
RD
Inhoud 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 3
2.
Uitgangspunten ............................................................................................................................... 3 2.1
3.
4.
Aanvullende aandachtspunten................................................................................................ 4
Ontwikkelingen................................................................................................................................ 5 3.1
Ontwikkelingen in rijksbegroting Ministerie SZW ................................................................... 5
3.2
Regionale ontwikkelingen ....................................................................................................... 7
3.3
Klantstromen ........................................................................................................................... 7
Ontwikkeling budgetten/uitgangspunten begroting ...................................................................... 8 4.1
BUIG-budget ............................................................................................................................ 8
4.2
Re-integratiebudgetten ......................................................................................................... 10
Pagina 2
1. Inleiding Voor u ligt de kadernota voor de jaren 2025 tot en met 2028. De kadernota is, net als de begroting en jaarrekening, één van de documenten die wij jaarlijks ter kennisgeving aan u voorleggen. Het doel van de kadernota is om inzicht te bieden in de beleidsmatige en financiële kaders voor de op te stellen begroting 2025 waarvoor de uitgangspunten zijn meegegeven door het Dagelijks Bestuur. Deze treft u aan in hoofdstuk 2. Voor de basisbegroting worden de uitvoeringslasten 2024 en de overige posten zoals opgenomen in de begroting 2024 als uitgangspunt genomen. Daarnaast zijn er een aantal ontwikkelingen beschreven die kunnen leiden tot een aanpassing in de begroting. Voordat de begroting 2025 en meerjarenraming 2026 tot en met 2028 door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld, wordt de gemeenteraden van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk de mogelijkheid geboden om een zienswijze in te dienen.
2. Uitgangspunten Bij het opstellen van de begroting 2025 en meerjarenraming 2026 - 2028 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Algemeen: • Het vastgestelde/bestaande beleid 2024 van de drie gemeenten dient als vertrekpunt voor de begroting 2025; • De begroting wordt zo realistisch mogelijk opgesteld met inachtneming van de financiële uitdaging waar gemeenten de komende jaren voor staan. In de begroting kan hier vooralsnog niet op worden geanticipeerd. Zo nodig volgt dit via de bestuursrapportage(s); • Indexatie vindt plaats op basis van de in de septembercirculaire 2023 gepubliceerde indexatiecijfers volgens de macro-economische verkenning;
• De cao SGO heeft een looptijd tot en met 31 maart 2025. De uitkomsten van de caoonderhandelingen over de periode na afloop van de looptijd kunnen gevolgen hebben voor de begroting 2025 en de jaren daarna die mogelijkerwijs afwijken van de voorgestelde indexatie; • De programma’s en producten zoals vastgesteld in de begroting 2024 blijven ongewijzigd. Programma Werk en Activering: • SW-ers participeren maximaal binnen de doorgaande ontwikkellijn waarbij de werkplaats een vangnetvoorziening blijft.
Pagina 3
Programma Inkomen: • Voor de bestandsontwikkeling van het uitkeringsvolume wordt aangesloten bij het verwachte uitkeringsvolume zoals opgenomen in de septembercirculaire 2023. Dit leidt tot een mogelijke bestandsstijging van 1,41%. Programma Overhead en Algemene kosten: • Eventuele ontwikkelingen op het gebied van ICT worden inzichtelijk gemaakt.
2.1 Aanvullende aandachtspunten Algemeen: • De ingezette lijn met betrekking tot de integrale dienstverlening (Samen aan het stuur) wordt voortgezet en waar nodig en gewenst doorontwikkeld; • Kritische prestatie-indicatoren: Voor de begroting 2025 worden dezelfde indicatoren gehanteerd als voor 2024. In relatie tot de kritische prestatie-indicator cliëntervaring wordt in 2024 een 0-meting uitgevoerd. Programma Werk en Activering: • Voorliggende ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding: In 2023 is de ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding gestart, in 2024 zal besloten worden of deze dienstverlening blijvend door Fijnder zal worden aangeboden. Vooralsnog wordt in de begroting 2025 rekening gehouden met ongewijzigde voortzetting van deze dienstverlening; • Nieuw Beschut Werk (nBW): Het ministerie van SZW is in opdracht van minister Schouten bezig om te kijken naar een ander verdeelmodel voor de taakstelling nBW. De jaarlijkse ontwikkeling van de taakstelling wordt geraamd op basis van de toename in afgelopen jaren. Vooralsnog wordt in de begroting 2025 van Fijnder geen rekening gehouden met een herziening van het verdeelmodel; • Wet Inburgering: Op 1 januari 2022 is de nieuwe Wet inburgering 2021 in werking getreden.
Met deze wet wordt beoogd dat nieuwkomers zo snel mogelijk te taal beheersen op een zo hoog mogelijk niveau en dat zij snel én volwaardig mee kunnen doen in de maatschappij, bij voorkeur via betaald werk. Fijnder verzorgt een aantal taken in opdracht van de gemeenten. De gemeenten blijven eindverantwoordelijk. Voor de komende jaren worden er structurele verhogingen van het aantal inburgeraars verwacht. In het kader van de recent aangenomen spreidingswet zal er geanticipeerd moeten worden op ontwikkelingen (met name de groei) van het aantal statushouders dat wordt gehuisvest. Fijnder hanteert vooralsnog de taakstelling van het eerste half jaar van 2024 als uitgangspunt voor de uitgaven in 2025 voor die onderdelen die bij Fijnder zijn belegd. Programma Inkomen: • Project Bestaanszekerheid: Landelijk krijgt het onderwerp veel aandacht. Fijnder gaat in 2024 aan de slag met dit onderwerp met als doel een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de bestaanszekerheid van de cliënten binnen Fijnder. • Leefgeldverstrekking ontheemden Oekraïne: Vooralsnog wordt voor de begroting 2025 rekening gehouden met het aantal ontheemden per 31 maart 2024. Mocht de bijzondere status van deze ontheemden wijzigen, dan kan dit leiden tot wijziging van dienstverlening en daarmee tot een begrotingswijziging. Pagina 4
Programma Ondersteuning: • Herijking minimabeleid: De gemeente Berkelland zal mogelijk het gemeentelijke minimabeleid in 2024 te gaan herijken. De impact hiervan op de dienstverlening en begroting van Fijnder is nog ongewis. Vooralsnog wordt voor de uitgaven het bestaande beleid aangehouden. Programma Overhead en Algemene kosten: • Binden en boeien van werknemers: Fijnder ervaart net als gemeenten en bedrijven de gevolgen van de krapte op de arbeidsmarkt. Het is dan ook zaak om als werkgever aantrekkelijk te blijven voor nieuw - en bestaand personeel.
3. Ontwikkelingen 3.1 Ontwikkelingen in rijksbegroting Ministerie SZW In de rijksbegroting 20241 van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en recente kamerbrieven2 3staan enkele beleidsontwikkelingen genoemd. De impact op de begroting 2025 van Fijnder is nog ongewis. Hieronder worden de beleidsontwikkelingen weergegeven. Participatiewet in Balans Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kiest ervoor de herziening van de Participatiewet vorm te geven in het programma Participatiewet in Balans. In het programma komen de drie reeds ingezette sporen om de Participatiewet te verbeteren samen. • Spoor 1 betreft een wetsvoorstel met daarin een samenhangend pakket aan maatregelen waarmee de regering een eerste, stevige stap wil zetten naar een uitvoering van de Participatiewet waarbinnen vertrouwen en de menselijke maat kernwaarden zijn. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2025. • In spoor 2 wordt fundamenteler gekeken naar de doelen en uitgangspunten van de wet en de wijze waarop de wet vanaf de basis opnieuw kan worden opgebouwd: de herziening van de Participatiewet.
• Spoor 3 dat initiatieven omvat om vakkundigheid van professionals in de uitvoering te versterken en de uitvoering te ondersteunen, zodat zij straks voldoende handvatten hebben om volgens de bedoeling van de nieuwe wetgeving te werken en beweging richting vertrouwen, eenvoud en menselijke maat te ondersteunen. Voorstel van wet tot vereenvoudiging van de banenafspraak en de quotumregeling voor mensen met een arbeidsbeperking De minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen heeft de Tweede Kamer op 17 oktober 2023 het Voorstel van wet tot vereenvoudiging van de banenafspraak en de quotumregeling voor mensen met een arbeidsbeperking (Wet banenafspraak) naar de kamer
1
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2023 2 Voorstel van wet tot vereenvoudiging van de banenafspraak en de quotumregeling voor mensen met een arbeidsbeperking (Wet banenafspraak), 17 oktober 2023 3 Kamerbrief over infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven, 21 december 2023.
Pagina 5
gestuurd. De voorgestelde vereenvoudiging van het stelsel van de banenafspraak en de quotumregeling zal het eenvoudiger voor werkgevers maken om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Met het wetsvoorstel nemen de mogelijkheden om banen te realiseren via samenwerking op termijn toe en wordt de quotumregeling uitvoerbaar. Als de quotumregeling wordt geactiveerd, kan de bonus voor werkgevers een extra stimulans zijn om banen te realiseren. Ook wordt de manier waarop werkgevers gebruik kunnen maken van het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak vereenvoudigd. Het doel is dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan de slag gaan door werkgevers meer mogelijkheden te geven om banen te realiseren. Dit wetsvoorstel past dan ook bij de ambitie van de regering om meer mensen met een arbeidsbeperking naar werk te begeleiden. Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven Bureau Berenschot heeft in opdracht van het ministerie van SZW een rapport uitgebracht over de (toekomstige) infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Minister Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen) heeft op 21 december 2023 de Tweede Kamer een nadere appreciatie van het rapport van bureau Berenschot gestuurd, inclusief een schets van oplossingsrichtingen die ze samen met betrokken partijen VNG, Cedris, Divosa en met het UWV en sociale partners uitwerkt.
In deze brief worden varianten van oplossingsrichtingen beschreven en maatregelen geschetst die een eerste stap kunnen vormen in de richting van een duurzame infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. De incidentele investeringen van de voorkeursvariant komen in de periode van 2025 tot en met 2034 neer op in totaal circa € 330 miljoen. Besluitvorming over deze maatregelen en de budgettaire inpasbaarheid kan worden betrokken bij de voorjaarsbesluitvormig en/of overgelaten aan een nieuw kabinet. De structurele investeringen bedragen € 35 miljoen vanaf 2035. Voor 2024 wordt een bedrag van € 63,9 miljoen euro vrijgemaakt. Hiermee kunnen gemeenten eerste stappen zetten richting een duurzame infrastructuur. Alleenverdieners Ongeveer 6.400 huishoudens in Nederland hebben vanwege een samenloop van fiscaliteit, sociale zekerheid en toeslagen een lager besteedbaar inkomen dan een vergelijkbaar huishouden met een volledige bijstandsuitkering. Het ministerie van SZW werkt aan een tijdelijke regeling waarbij gemeenten in de periode 2024-2027 jaarlijks een vast bedrag ambtshalve uitkeren aan de betreffende huishoudens. Dit gebeurt via een wijziging van de Participatiewet. Het kabinet heeft hiervoor middelen vrijgemaakt. Een structurele oplossing via belastingwetgeving is voorzien in 2028.
In afwachting van de tijdelijke regeling, kunnen gemeenten huishoudens maandelijks compenseren via de individuele bijzondere bijstand. Gemeenten ontvangen later in 2024 hiervoor middelen via een decentralisatie-uitkering via de mei-of septembercirculaire. Gemeenten kunnen deze aanpak in 2024 voortzetten tot het moment waarop de wetswijziging voor de tijdelijke regeling in werking treedt. Dit betekent dat gemeenten ook in en over 2024 alleenverdienende huishoudens (maandelijks) kunnen compenseren, totdat de tijdelijke regeling van kracht is. Over de uitkering van de financiering voor 2024-2027 moet nog worden besloten.
Pagina 6
3.2 Regionale ontwikkelingen Hervorming regionale arbeidsmarktinfrastructuur Minister Van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en minister Schouten hebben hun plannen voor betere afstemming van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt gepresenteerd als oplossing van de huidige personeelstekorten. Het systeem moet eenvoudiger en toegankelijker worden en de dienstverlening beter. Rondom de invulling van de governance, ondersteuningsstructuur en financiering moet nog veel worden uitgewerkt. In het najaar van 2023 zijn door SZW via een ‘regiotour’ de ontwikkelingen rondom de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur toegelicht. In de tussentijd hebben op verschillende deelonderwerpen voor de uitwerking en concretisering themasessies plaatsgevonden. Er is een kamerbrief in voorbereiding en tegelijkertijd wordt het wetgevingstraject opgestart. De impact op de dienstverlening van Fijnder en de samenwerking met regionale partners is vooralsnog niet duidelijk. Inzet ten aanzien van onbenut arbeidspotentieel In de Arbeidsmarktregio wordt samengewerkt aan de uitvoeringsagenda Inclusieve Arbeidsmarkt. Hiervoor zijn verschillende prioriteiten benoemd. Voor de prioriteit onbenut arbeidspotentieel wordt onder andere gewerkt aan het beter leren kennen en ondersteunen van (terugkerende) ‘cliënten’ ten behoeve van duurzame deelname aan de arbeidsmarkt.
Dit wordt gedaan door een sluitende aanpak te ontwerpen voor alle cliënten die zich melden voor een uitkering bij alle uitvoeringsorganisaties in de regio. Eerst volgt een snelle verheldering van het klantbeeld en ontstaat zicht op de meest kansrijke branche(s). Vervolgens worden in de praktijk bij werkgevers voor deze sectoren op verschillende niveaus modulaire leerlijnen ontwikkeld om dit potentieel verder te ontwikkelen. De leerlijnen bieden ruimte voor maatwerk. De doelgroep bestaat uit cliënten, terugkerende cliënten en niet-uitkeringsontvangers. Fijnder vervult hier één van de trekkersrollen. De eventuele impact op de begroting is nog niet bekend en zal zo nodig via een begrotingswijziging worden meegenomen in een bestuursrapportage.
3.3 Klantstromen Met de invoering van de Participatiewet is de toegang tot de Wsw stopgezet en de Wajong is alleen nog toegankelijk voor mensen met een volledige en duurzame arbeidsbeperking. Op alle nieuwe doelgroepen met een beperking die nog aan de slag kunnen is de Participatiewet van toepassing. Kenmerkend voor deze doelgroep is dat zij in het algemeen langdurig (gedeeltelijk) afhankelijk blijven van een bijstandsuitkering. Onderstaand de verwachting van het aantal bijstandsontvangers zoals opgenomen in de septembercirculaire 2023. Aantal bijstandsontvangers September circulaire Procentuele wijziging
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
400.647
406.297
416.586
425.111
433.252
1,41%
2,53%
2,05%
1,92%
Hieruit volgt dat voor 2025 en de volgende jaren landelijk gezien een stijging van het bijstandsvolume wordt verwacht. Het Dagelijks Bestuur van Fijnder hanteert voor de begroting Pagina 7
2025 en de meerjarenraming 2026-2028 vooralsnog een volumestijging overeenkomstig de landelijke verwachting. Economische ontwikkelingen kunnen ertoe leiden dat dit uitgangspunt moet worden bijgesteld in de bestuursrapportage.
4. Ontwikkeling budgetten/uitgangspunten begroting 4.1 BUIG-budget De ontwikkeling van het BUIG-budget van de individuele gemeenten hangt nauw samen met het landelijke macrobudget. Om een inschatting te kunnen maken van het BUIG-budget voor de jaren 2025 tot en met 2028 is de ontwikkeling van het macrobudget van belang. In de Rijksbegroting 2024 van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid is hierover het volgende vermeld. Budgettaire ontwikkelingen algemene bijstand Een aantal eerdere wetswijzigingen leiden tot een oploop in de raming van de bijstandsuitgaven, zoals de Participatiewet in 2015 en de afloop van de IOAW. Daarnaast zorgt de hoge instroom van statushouders in 2023 voor een hoger bijstandsgebruik. In onderstaande tabel wordt de opbouw van het budget gespecificeerd.
Budgettaire ontwikkelingen LKS De landelijke uitgaven voor LKS worden voor 2024 geraamd op € 507,1 miljoen. De uitgaven aan loonkostensubsidie nemen jaarlijks toe doordat de doelgroep van LKS sinds invoering van de Participatiewet ingroeit. Daarnaast stijgt de gemiddelde hoogte van LKS door de koppeling met het wettelijk minimumloon. Budgettaire ontwikkelingen IOAW/IOAZ De uitgaven aan IOAW en IOAZ worden in 2024 landelijk geraamd op respectievelijk € 209,9 miljoen en € 31,1 miljoen. De IOAW-uitgaven dalen door de beperkende voorwaarde dat het IOAW-recht alleen geldt voor personen geboren voor 1965. In de meerjarenraming wordt rekening gehouden met de doorstroom vanuit de WW naar de IOAW. Een lager gebruik van de WW door oudere werknemers, zorgt ook voor lagere IOAW aantallen. Daarnaast zorgt de stijging van de AOW-leeftijd voor een hoger gebruik van de IOAW en IOAZ.
Pagina 8
Bbz levensonderhoud (Bbz 2004) De uitgaven voor Bbz levensonderhoud in 2024 worden geraamd op € 50,9 miljoen. Er worden geen wijzigingen ten opzichte van 2023 verwacht. BUIG-macrobudget De ontwikkeling van het macrobudget ziet er als volgt uit: Overzicht participatiewet uitkeringen (x €1.000) Macrobudget totaal Procentuele ontwikkeling
Voorlopig budget 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
6.975.967
7.233.621 3,7%
7.390.061 2,2%
7.551.194 2,2%
7.738.772 2,5%
Het macrobudget wordt voorlopig vastgesteld in september voorafgaand aan het uitvoeringsjaar. Het macrobudget 2024 wordt gedurende het jaar nog bijgesteld naar aanleiding van gewijzigde inzichten in conjunctuur, realisaties uit het voorgaande jaar, rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling (lpo). Hierover zullen gemeenten geïnformeerd worden bij het nader voorlopig budget in het voorjaar van 2024 en bij de definitieve publicatie van de budgetten eind september 2024. Het definitieve macrobudget wordt bepaald door uit te gaan van de gerealiseerde prijs en het gerealiseerde volume in het voorgaande jaar, van een inschatting van de effecten van de conjunctuur en rijksbeleid in het begrotingsjaar zelf en van een indexering van de gemiddelde prijs. Voor de conjunctuurraming worden de actuele en onafhankelijke rekenregel en de autonome correctie van het Centraal Plan Bureau (CPB) gevolgd. Raming ontwikkeling BUIG-budgetten per gemeente Het meerjarenbeeld met betrekking tot de ontwikkeling van lasten in de begroting van Fijnder zal in de begroting 2025-2028 opgesteld worden aan de hand van bovenstaande gegevens en de werkelijke ontwikkeling t/m ultimo 2023. Het voorlopig BUIG-budget 2024 is in september 2023 bekend geworden (zie hiervoor de tabel onder deze alinea).
Om een inschatting te maken van het BUIG-budget voor de jaren 2025 tot en met 2028 is het aandeel per gemeente in het macrobudget constant verondersteld. Doordat het macrobudget vanaf 2024 toeneemt, zal naar verwachting het BUIG-budget per gemeente vanaf 2024 ook toenemen. In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van het BUIG-budget weergegeven: Raming BUIG budget per gemeente (x €1.000) Berkelland Totaal budget Oost Gelre Totaal budget Winterswijk Totaal budget
Voorlopig budget 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
10.619
11.279
11.525
11.856
12.223
4.990
5.264
5.356
5.491
5.643
9.723
10.205
10.349
10.582
10.852
Voor de ontwikkeling van de kosten per uitkering hanteren we dezelfde trend. Er zijn echter een aantal elementen die het moeilijk maken om in te schatten hoe de kosten zich zullen ontwikkelen: 1. Steeds vaker zullen er mensen met loonkostensubsidie aan het werk gaan. Dit bespaart wel op de bijstandskosten, maar betreft niet meer de hele uitkering; 2. De samenstelling van huishoudens kan wijzigen waardoor de hoogte van de uitkeringen zal wijzigen. Pagina 9
Per saldo is op basis van de macroraming en de raming van de ontwikkeling van het aantal klanten wel te verwachten dat de kosten in de komende jaren zullen stijgen.
4.2 Re-integratiebudgetten Vanaf 2023 zijn het klassieke re-integratiebudget en de participatiemiddelen voor de nieuwe doelgroepen begeleiding ‘regulier’ en voormalig Wajong overgeheveld naar het cluster Participatie van de algemene uitkering in het Gemeentefonds. De middelen voor uitvoering Participatiewet, minimabeleid, klassieke re-integratie en participatie nieuwe doelgroepen zijn daardoor vanaf 2023 niet (meer) apart zichtbaar. Het cluster Participatie bestaat (vanaf 2023) uit de volgende verdeelkenmerken: bijstandsontvangers, loonkostensubsidies, inschrijvingen doelgroepenregister en huishoudens met laag inkomen. Alleen de budgetten voor de Wsw en de begeleiding van Nieuw Beschut werk zijn opgenomen in een afzonderlijke integratie uitkering. Participatiebudget Re-integratie uitkeringen (x €1.000) Berkelland WSW Begeleiding Nieuw Beschut Totaal Oost Gelre WSW Begeleiding Nieuw Beschut Totaal Winterswijk WSW Begeleiding Nieuw Beschut Totaal
Voorlopig budget 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
5.661 204 5.865
5.457 220 5.677
5.234 237 5.471
4.976 254 5.230
4.758 271 5.029
5.885 111 5.966
5.690 120 5.810
5.509 129 5.638
5.149 138 5.287
4.908 147 5.055
6.021 122 6.143
5.630 132 5.762
5.428 142 5.570
5.076 152 5.228
4.919 162 5.081
Cluster participatie vanuit algemene uitkering Gemeentefonds Opbouw cluster participatie (x € 1.000) Berkelland Bijstandsontvangers Doelgroepenregister Loonkostensubsidie (LKS) Huishoudens laag inkomen Totaal Oost Gelre Bijstandsontvangers Doelgroepenregister Loonkostensubsidie (LKS) Huishoudens laag inkomen Totaal Winterswijk Bijstandsontvangers Doelgroepenregister Loonkostensubsidie (LKS) Huishoudens laag inkomen Totaal
Voorlopig budget 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
3.785 512 1.082 1.872 7.251
3.996 572 1.285 1.965 7.818
3.987 600 1.333 1.927 7.847
4.231 667 1.472 2.018 8.388
4.418 733 1.599 2.083 8.833
2.069 261 377 1.046 3.753
2.185 291 448 1.098 4.022
2.180 305 465 1.077 4.027
2.313 339 514 1.128 4.294
2.415 373 558 1.164 4.510
4.119 335 403 1.445 6.302
4.350 374 478 1.517 6.719
4.340 392 496 1.488 6.716
4.605 436 548 1.558 7.147
4.809 479 595 1.608 7.491
Pagina 10