05 reactie behandeling motie suïcidepreventie
Tekst van het document
Lievelde, 05042025 Geacht college, geachte raadsleden, Ik heb lang getwijfeld over deze brief. Dat verklaart ook deze wat late feedback op de raadsvergadering van 11 februari 2025 waar een moDe is ingediend om aandacht te vragen voor suïcide prevenDe. Als inwoner van Oost-Gelre heb ik mij verbaasd over de wijze waarop deze moDe is besproken, behandeld en ook is afgewezen. Als nabestaande, maar ook als naaste, wil ik graag een reacDe geven op een aantal gepasseerde argumenten, woorden en aannames. Als professional, ik ben in de afgelopen 8 jaar als projectleider suïcideprevenDe werkzaam geweest voor verschillende gemeenten en organisaDes waaronder 113, hoop ik u hiermee te moDveren het onderwerp alsnog eens echt op inhoud te bespreken. 1. Na de toelichDng op de moDe wordt de vraag gesteld of er de indruk is dat “het college hier nog niet zijn verantwoordelijkheid heeM genomen, en waarop dat is gebaseerd”. De wet Integrale SuïcideprevenDe is nieuw en nog niet in werking. Het kent een jarenlange voorbereiding en een jarenlang bouwen aan draagvlak. Het uitvoeren van deze wet vraagt deskundigheid en handelingsvaardigheid. Het is bekend, en in de veelheid van onderwerpen overigens begrijpelijk, dat dit er nog niet is. SuïcideprevenDe vraagt om een Integrale aanpak volgens het zogenoemde EAAD-model.
In het kort betekent deze aanpak dat aan de hand van 5-tal pijlers bewezen effecDef en duurzaam suïcideprevenDebeleid wordt ontwikkeld en geïmplementeerd: hTps://www.113.nl/wat-kan-ik-doen/gemeenten/lokale-aanpak. De vraag is hier wat mij betreM daarom niet of het college zijn verantwoordelijkheid wel of niet neemt, de vraag is, heeM het college voldoende deskundigheid en handelingsvaardigheid om op een effecDeve en duurzame wijze deze verantwoordelijkheid op te pakken. De moDe stelde voor te onderzoeken wie (en dat kan eenieder zijn, van informele tot formele zorg, ervaringsdeskundigen, scholen, etc. etc.) een rol kan spelen in suïcideprevenDe, welke risicogroepen er zijn in Oost-Gelre, en waar je als gemeente je prioriteiten het beste kan stellen. Dit gebeurt in veel meer gemeenten. En het is een goede start; uitgaan van wat er al is, toevoegen wat nodig is. 2. Wat tegen de borst leek te stuiten is dat door deze moDe het onderwerp “poliDek “wordt gemaakt. Dat vind ik in zichzelf een bevreemdende weerstand gezien het feit dat de poliDek gemeend heeM suïcideprevenDe in een wet te vertalen. En dus, is het onderwerp al poliDek. En dat is niet voor niets.
Los van het leed voor eenieder die hierbij persoonlijk en/of professioneel bij betrokken is, is de impact op de samenleving groot, zijn er gemiddeld 135 mensen direct of indirect betrokken bij een suïcide, lopen deze mensen een 10% verhoogd
risico om zelf ook suïcidaliteit te ontwikkelen, en kost een suïcide de gemeenschap veel geld. En juist omdat het poliDek is gemaakt door middel van wetgeving is er, meer dan er ooit was, aandacht voor! 3. Het lijkt erop dat de vorm, het indienen van een moDe, de inhoud heeM overstemd. En daarmee bedoel ik dat er uiteindelijk helemaal niet meer inhoudelijk is gesproken over het onderwerp suïcideprevenDe, maar dat de discussie zich vooral heeM gericht op het gebruik van het instrument “moDe”. En dat is jammer, want in de, soms voorzichDge maar ook niet mis te verstane, geformuleerde reacDes is wel degelijk duidelijk dat dit onderwerp iets met U allen heeM gedaan als mens. Zo hoorde ik meerdere malen voorbijkomen: “beladen onderwerp, verschrikkelijk onderwerp, in Oost-Gelre gevoelig en beladen onderwerp, ik vind het ingewikkeld, pijnlijk onderwerp, zoiets gevoeligs en pijnlijks”. En dat is het ook. Dat zal ik zeker niet ontkennen. Maar dat we het moeilijk vinden om het erover te hebben is geen excuus om dat dan ook niet te doen. Want over dit onderwerp moeten we het hebben. Overal, dus ook in de poliDek, in het college, thuis; overal. Om te voorkomen. Voorkomen begint met de mensen die zelfmoordgedachten hebben het gevoel te geven dat het onderwerp mag bestaan, en dat het gevoel wordt (h)erkend.
Ons beroepen op wat wij hierbij ervaren (beladen, ingewikkeld, gevoelig) helpt niet, sterker nog, het houdt ons tegen. En dat doen we niet voor de ander, maar voor onszelf. Maar daarnaast heb ik ook het idee gehad dat er een hardnekkige mythe op de achtergrond speelde. Namelijk de volgende: “praten over zelfdoding brengt mensen op een idee”. Ik zou u graag meteen willen meegeven dat dit perDnent niet waar is en verwijs u hiervoor naar de website van 113. hTps://www.113.nl/wat-kan-ik-doen/gemeenten/mythen-enfabels#:~:text=Mythe%201%3A%20%22Praten%20over%20suïcide,stappen%20richDng%20h ulpverlening%20te%20zeTen. Ik hoorde ook dat het mogelijk existenDële vragen zou kunnen oproepen bij nabestaanden. En uit de context lijk ik te begrijpen dat dit onwenselijk is. Maar ik vraag mij af of dit zo is. Verlies leidt alDjd tot existenDële vragen, zo ook rouw. En die mogen er zijn. Beleid kan helpen voorkomen, en kan ook helpen verklaren. De vraag of je wel of niet genoeg hebt gedaan, vraagt ruimte en de mogelijkheid dit te bespreken. En als gemeente kan je beide bieden: door lotgenotencontact te organiseren en te sDmuleren, door via een publiekscampagne te laten zien dat je als gemeente het onderwerp uit de taboesfeer haalt, dat je zorg hebt voor de inwoners die ermee te maken hebben en dat er ruimte is om erover te praten.
“Professionals doen veel in de prevenDe”, heb ik ook voorbij horen komen. En ook daar twijfel ik geen ogenblik aan. Maar kennistekorten, handelingsverlegenheid, capaciteitsproblemen en persoonlijke weerstand zijn nog alDjd aan de orde van de dag en daar is echt veel winst te behalen. En nog veel belangrijker; voor prevenDe hebben we in principe de professionals niet nodig. Want 60% van de mensen die zelfmoordgedachten hebben zijn niet in beeld bij de zorg. Om die mensen te bereiken moeten we ons richten op