04 kadernota fijnder 2026-2029
Tekst van het document
fijni1
Werkleerbedrijf Oost-Achterhoek
Aan de gemeenteraden van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk
Correspondentieadres Postbus 109 7140 AC Groenlo T: 0544 47 42 00 E: info@fijnder.nl 1: www.fijnder.nl Banknr: NL13BNGH0285144715
Onderwerp : Kadernota 2026 Bijlage(n) : Kadernota 2026-2029 Fijnder Ons kenmerk: MV/TH/Kadernota Datum : 31 maart 2025
Geachte leden van de Raad, Hierbij bieden wij u de kadernota 2026 aan. Deze nota bevat de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor Fijnder voor de periode 2026 tot en met 2029. In deze kadernota proberen we een zo goed mogelijk beeld te geven van de toekomstige ontwikkelingen. Wij houden daarbij onze focus gericht op onze kerntaak om inwoners aan betaald werk te helpen. Als dat (nog) niet lukt dan ondersteunen wij de inwoner bij het participeren in de samenleving. De uitgangspunten van deze kadernota worden uitgewerkt in de ontwerpbegroting 2026. Voordat het Algemeen Bestuur van Fijnder deze begroting vaststelt, wordt uw raad in de gelegenheid gesteld tot het indienen van zienswijzen op deze begroting.
Met vrienlijke groet, N
e s het
T.A.
je
Secret ris
elijks Bestuur Fijnder,
1.
Inleiding ......................................................................................................................................................... 2
2.
Uitgangspunten ............................................................................................................................................. 3
3.
Ontwikkelingen ............................................................................................................................................. 7 3.1 3.2 3.3
Ontwikkelingen in de rijksbegroting van het Ministerie van SZW ..................................................................7 Regionale ontwikkelingen ......................................................................................................................................8 Klantstromen ............................................................................................................................................................9 Ontwikkeling budgetten /uitgangspunten begroting .............................................................................. 10
4.1 4.2
BUIG-budget ...........................................................................................................................................................10 Re-integratiebudgetten .........................................................................................................................................12
4.
31 maart 2025
Inhoudsopgave
1. Inleiding Voor u ligt de kadernota voor de jaren 2026 tot en met 2029. Door middel van de kadernota geven de opdrachtgevende gemeenten kaders mee waarbinnen Fijnder uitvoeringsbeleid formuleert en uitvoering geeft aan de aan haar gedelegeerde taken en aanvullende opdrachten. Vanuit het strategisch overleg met gemeenten worden hierbij de kaderstellende opdrachten meegegeven aan Fijnder. De kadernota is, net als de begroting en jaarrekening, één van de documenten die wij jaarlijks ter kennisgeving aan u voorleggen. Het doel van de kadernota is om inzicht te bieden in de beleidsmatige en financiële kaders voor de op te stellen begroting 2026 waarvoor de uitgangspunten zijn meegegeven door het Dagelijks Bestuur. Deze treft u aan in hoofdstuk 2. Voor de basisbegroting worden de uitvoeringslasten 2025 en de overige posten zoals opgenomen in de begroting 2025 als uitgangspunt genomen. Daarnaast is er een aantal ontwikkelingen beschreven die kunnen leiden tot een aanpassing in de begroting. Voordat de begroting 2026 en meerjarenraming 2027 tot en met 2029 door het Algemeen Bestuur worden vastgesteld, worden de gemeenteraden van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen.
2
2. Uitgangspunten Bij het opstellen van de begroting 2026 en meerjarenraming 2027 - 2029 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Algemeen • Het vastgestelde en bestaande beleid 2025 van de drie gemeenten dient als vertrekpunt voor de begroting 2026. • Het bestuur van Fijnder is zich bewust van de financiële uitdagingen waar de gemeenten de komende jaren voor staan als gevolg van het ‘ravijnjaar 2026’. Door de vorming van werkleerbedrijf Fijnder - vanuit de samenvoeging van de Sociale Dienst Oost Achterhoek en Werkbaan Oost - is voor de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk gezamenlijk reeds een structurele besparing gerealiseerd van € 1,6 miljoen. Daarnaast is of worden in de begroting van 2025 van Fijnder reeds structurele besparingen gerealiseerd ter hoogte van € 246.000. In de komende periode moet voor de gemeenten duidelijk worden welke aanpassingen er op gemeentelijk niveau eventueel nodig zijn om de (meerjaren)begrotingen sluitend te krijgen. Afhankelijk van deze uitkomst zal het bestuur van Fijnder, in afstemming met de gemeenten, zoeken naar verdere mogelijke bezuinigingen. Deze zullen alsdan worden doorgevoerd in de begroting via de reguliere cyclus van begrotingswijzigingen in de bestuursrapportages. • De programma’s en producten zoals vastgesteld in de begroting 2025 worden herzien.
De programma’s Inkomen en Ondersteuning worden gecombineerd tot één programma: Bestaanszekerheid. De uitvoering binnen de huidige programma’s Inkomen en Ondersteuning is in beide programma’s gericht op het verbeteren van bestaanszekerheid. De uitvoering hierin kent veel overlap, hetgeen een zuivere toerekening van uitvoeringskosten zeer arbitrair maakt.
• De programmadoelen zijn geactualiseerd. • Voor de begroting 2026 worden de volgende prestatie-indicatoren gehanteerd:
• •
•
❖ Excellente dienstverlening; ❖ Flexibilisering en maatwerk; ❖ Samenwerking met gemeenten, ketenpartners en werkgevers; ❖ Vernieuwend aan de slag. Borging en doorontwikkeling van de ingezette lijn met betrekking tot de integrale dienstverlening (Samen aan het stuur) is een doorlopend proces. Fijnder werkt zoveel als mogelijk gebiedsgericht. Hierbij wordt rekening gehouden met een indeling die effectief en efficiënt is, en waarbij kwaliteit, kennis en expertise op het vlak van de Participatiewet gewaarborgd blijft. Indexatie vindt plaats op basis van de in de septembercirculaire 2024 gepubliceerde indexatiecijfers volgens de macro-economische verkenning: Mutaties per jaar in %
2024
2025
2026
2027
2028
2029***
Nationale consumentenprijsindex (cpi)
2,9
3,4
2,4
2,3
2,3
2,3
Loonvoet sector overheid
6,4
4,7
3,8
4,8
4,0
4,0
Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
2,9
2,7
2,2
2,2
2,2
2,2
Tabel 1 Prijsindexen CPB* MEV 2025 en CEP 2024** * Toelichting/verduidelijking bij de kerngegevens is te vinden op: https://www.cpb.nl/artikel/toelichting-bijkerngegevenstabel
3
** 2025 is op basis van de MEV 2025, 2024 en 2026-2028 is op basis van de CEP 2024 *** Cijfers 2028 zijn doorgetrokken naar 2029
•
De cao SGO heeft een looptijd tot en met 31 maart 2025. De uitkomsten van de caoonderhandelingen over de periode na afloop van de looptijd kunnen gevolgen hebben voor de begroting 2025 en de jaren daarna die mogelijkerwijs afwijken van de gehanteerde indexatie.
Programma Werk en Activering Programmadoel Het bevorderen van duurzame inzetbaarheid en persoonlijke ontwikkeling door middel van diagnostiek, gerichte training, begeleiding, werkervaring en bemiddeling naar werk of opleiding, met als doel inwoners met een kwetsbare arbeidsmarktpositie, ongeacht hun achtergrond of beperkingen, te ondersteunen bij het vinden van een passende en langdurige baan. Waar regulier of gesubsidieerd werk niet mogelijk is, wordt ingezet op activering om de betrokkenheid en maatschappelijke participatie van de deelnemers te vergroten. Wet van school naar duurzaam werk De Wet van school naar duurzaam werk heeft als doel om de kansengelijkheid te vergroten door jongeren met een (mogelijke) afstand tot de arbeidsmarkt beter te begeleiden bij de overgang van school naar werk. Dit wetsvoorstel richt zich specifiek op jongeren in het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, en middelbaar beroepsonderwijs, evenals voortijdige schoolverlaters. De wet introduceert vier belangrijke maatregelen: • Aanvullende loopbaanbegeleiding tot een jaar na diplomering of het verlaten van de school. • Uitbreiding van de doelgroep van het Doorstroompunt (voorheen RMC-functie) tot jongeren zonder startkwalificatie die jonger zijn dan 27 jaar. • Gemeentelijke ondersteuning bij het begeleiden van jongeren naar werk vanuit de Participatiewet.
•
Verplichte samenwerking tussen scholen, Doorstroompunt en gemeenten op regionaal niveau. Deze maatregelen zijn bedoeld om een samenhangende aanpak te creëren voor het bestrijden van jeugdwerkloosheid en het verbeteren van de overgang van school naar werk. Fijnder zal voor meer jongeren eerder in het proces worden betrokken om te voorkomen dat zij zonder diploma de arbeidsmarkt betreden. De verdeling van de middelen is nu nog niet bekend. Wetsvoorstel Toelating ter beschikking stellen van arbeidskrachten Het wetsvoorstel Toelating ter beschikking stellen van arbeidskrachten introduceert een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus en andere bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Vanaf 1 januari 2026 mogen uitleners alleen opereren als zij daartoe toegelaten zijn. Dit omvat onder andere het indienen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en het betalen van een waarborgsom. Dit wetsvoorstel heeft impact op de dienstverlening van Fijnder, aangezien Fijnder arbeidskrachten ter beschikking stelt aan werkgevers. Doorgaande ontwikkellijn SW-ers participeren maximaal binnen de doorgaande ontwikkellijn waarbij de werkleerplaats van Fijnder een vangnetvoorziening blijft. Verdeelmodel taakstelling nieuw Beschut Werk Het ministerie van SZW is bezig om te kijken naar een ander verdeelmodel voor de taakstelling nieuw Beschut Werk1.
Vooralsnog wordt in de begroting 2026 van Fijnder geen rekening gehouden met een herziening van het verdeelmodel. In de begroting 2026 en verder wordt de jaarlijkse ontwikkeling van de taakstelling geraamd op basis van de toename in de afgelopen jaren. Ontwikkelopdrachten Er lopen een aantal ontwikkelopdrachten binnen Fijnder die als doel hebben om de dienstverlening van Fijnder te verbeteren. Deze kennen een looptijd tot in 2026 of verder. De uitkomsten van deze opdrachten kunnen
1
Voortgangsbrief 15-10-2024 Uitvoering en evaluatie Participatiewet | Tweede Kamer der Staten-Generaal
4
leiden tot aanpassing van de dienstverlening. Zij kunnen dus impact hebben op de begroting. Het gaat om de volgende opdrachten: • Inclusieve technologie De arbeidsmarktregio Achterhoek en daarbinnen Fijnder streeft naar een inclusieve samenleving waarin technologische hulpmiddelen worden ingezet om arbeidsplekken toegankelijk te maken voor inwoners die nu nog aan de kant staan. Dit project richt zich op het onderzoeken, (mede) aanschaffen en implementeren van technologieën die de toegankelijkheid en inclusiviteit binnen Fijnder en bij werkgevers waarmee wordt samengewerkt te bevorderen. • Doorontwikkeling werkplaats In 2025 wordt het uitvoeringsplan naar een nieuwe werkplaats opgeleverd en ter besluitvorming aan het bestuur voorgelegd. Bij het opstellen van de begroting 2026 kan hier nog geen rekening mee worden gehouden. Eventuele aanpassingen zullen in de begroting worden verwerkt via de bestuursrapportage. Verbetering infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijf Om de trend van de stijging van het uitkeringsbestand te breken, onderzoekt Fijnder de volgende mogelijkheden: • Werken met lagere caseloads, waarbij de kosten en baten worden afgezet tegen de huidige caseloads. Insteek hierbij is dat intensivering van dienstverlening per saldo meer uitstroom oplevert. • Inzet op stijging van het aantal plaatsingen met inzet van loonkostensubsidie en realisatie van loonwaarde.
• Verdiepende analyse op het bestand NT-2 binnen het Fijnder bestand en formulering van vervolgacties. De middelen die vanuit het Rijk ter beschikking worden gesteld om de lokale infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven toekomstbestendig in te richten, zoals beschreven in paragraaf 3.1, kunnen hier mogelijkerwijs voor worden aangewend. Re-integratiedienstverlening Oekraïense ontheemden Fijnder verzorgt extra re-integratiedienstverlening aan Oekraïense ontheemden voor de gemeenten Berkelland en Oost Gelre. De voorlopige einddata van deze opdracht liggen in 2025. Vooralsnog wordt deze dienstverlening niet opgenomen in de begroting 2026. Mochten de gemeenten deze opdracht verlengen, dan volgt hiervoor een begrotingswijziging in de bestuursrapportage. Wet Inburgering Fijnder verzorgt in het kader van de Wet Inburgering 2021 een aantal taken in opdracht van de gemeenten. Beoogd wordt dat nieuwkomers zo snel mogelijk de taal beheersen op een zo hoog mogelijk niveau en dat zij snel én volwaardig mee kunnen doen in de maatschappij, bij voorkeur via betaald werk. De gemeenten zijn eindverantwoordelijk. Met ingang van 1 februari 2024 is de Spreidingswet (Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvangvoorzieningen) in werking getreden.
Ondanks dat het kabinet de wet wil afschaffen, blijft deze voorlopig van kracht en worden er structurele verhogingen van het aantal inburgeraars verwacht. In het kader van de spreidingswet zal er geanticipeerd moeten worden op ontwikkelingen (met name de groei) van het aantal statushouders dat wordt gehuisvest. Fijnder hanteert vooralsnog de gemeentelijke taakstellingen voor het eerste half jaar van 2025 als uitgangspunt voor de uitgaven in 2026 voor die onderdelen die bij Fijnder zijn belegd.
5
Programma Bestaanszekerheid Programmadoel Het bevorderen van financiële stabiliteit en maatschappelijke participatie door inwoners te ondersteunen bij veranderingen. We verstrekken op een rechtmatige, tijdige, volledige en efficiënte wijze inkomensvoorzieningen aan inwoners die (nog) niet (volledig) in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Daarnaast bieden we aanvullende inkomensondersteuning om hun betrokkenheid en deelname aan de samenleving te vergroten. Ontwikkeling bijstandsvolume Fijnder wordt vanaf 2023 geconfronteerd met een sterkere stijging van het bijstandsvolume ten opzichte van landelijke cijfers. De oorzaken hiervoor zijn divers van aard. Onder andere een verhoogde instroom van statushouders en meer instroom door verhuizingen naar het werkgebied. Daarnaast resulteert een verzwaring van de problematiek onder het cliëntenbestand in een langer durende bijstandsafhankelijkheid. Voor de bestandsontwikkeling van het uitkeringsvolume wordt vooralsnog voor 2026 en volgende jaren aangesloten bij het verwachte uitkeringsvolume zoals opgenomen in de septembercirculaire 2024. Niet uitgesloten kan worden dat in het komend jaar via de bestuursrapportages verwachtingen moet worden bijgesteld. Leefgeldverstrekking aan ontheemden Oekraïne Fijnder verstrekt het leefgeld aan ontheemden Oekraïne die voldoen aan de voorwaarden.
Vooralsnog wordt voor de begroting 2026 rekening gehouden met het aantal ontheemden per 31 maart 2025. Mocht de bijzondere status van deze ontheemden wijzigen, dan kan dit leiden tot wijziging van dienstverlening en daarmee tot een begrotingswijziging. Inning eigen bijdrage Oekraïense ontheemden Fijnder verzorgt de inning van de eigen bijdrage van Oekraïense ontheemden. Met ingang van 1 januari 2025 int Fijnder voor de gemeenten bij Oekraïners met inkomsten uit werk, de verplichte eigen bijdrage voor huisvesting in de gemeentelijke opvang. Ook hiervoor wordt als basis 31 maart 2025 aangehouden. Herijking gemeentelijk minimabeleid De gemeenten Berkelland en Winterswijk zullen mogelijk het gemeentelijke minimabeleid in 2025 gaan herijken. De impact hiervan op de dienstverlening en begroting van Fijnder is nog ongewis. Vooralsnog wordt voor de uitgaven het bestaande beleid aangehouden.
Programma Overhead en Algemene kosten Aantrekkelijk werkgeverschap Fijnder ervaart net als gemeenten en bedrijven de gevolgen van de krapte op de arbeidsmarkt. Het is dan ook zaak om als werkgever aantrekkelijk te blijven voor nieuw - en bestaand personeel. ICT ontwikkelingen Eventuele ontwikkelingen op het gebied van ICT worden inzichtelijk gemaakt.
6
3. Ontwikkelingen 3.1 Ontwikkelingen in de rijksbegroting van het Ministerie van SZW In de rijksbegroting 2025 van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en recente kamerbrieven staan enkele beleidsontwikkelingen genoemd. De impact op de begroting 2026 van Fijnder is nog ongewis. Hieronder worden de beleidsontwikkelingen weergegeven. Participatiewet in Balans Het kabinet startte in 2023 het programma Participatiewet in Balans om de balans tussen vertrouwen, verplichtingen, ondersteuning en de menselijke maat te herstellen in de uitvoering van de Participatiewet. In het programma komen de drie reeds ingezette sporen om de Participatiewet te verbeteren samen: • Spoor 1 betreft een wetsvoorstel met daarin een samenhangend pakket aan maatregelen waarmee de regering een eerste, stevige stap wil zetten naar een uitvoering van de Participatiewet waarbinnen vertrouwen en de menselijke maat kernwaarden zijn. • In spoor 2 wordt fundamenteler gekeken naar de doelen en uitgangspunten van de wet en de wijze waarop de wet vanaf de basis opnieuw kan worden opgebouwd: de herziening van de Participatiewet.
• Spoor 3 omvat initiatieven om vakkundigheid van professionals in de uitvoering te versterken en de uitvoering te ondersteunen, zodat zij straks voldoende handvatten hebben om volgens de bedoeling van de nieuwe wetgeving te werken en beweging richting vertrouwen, eenvoud en menselijke maat te ondersteunen. Het wetsvoorstel van spoor 1 voorziet in ruim twintig maatregelen. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2026. De herziening van de Participatiewet (spoor 2) gaat in 2026 door en is gericht op de lange termijn. In spoor 3 wordt samen met gemeenten, uitvoeringsorganisaties, en stakeholders gewerkt aan het versterken van de vakkundigheid met het oog op de mogelijke nieuwe wetgeving. Simpel Switchen in de Participatieketen Het kabinet heeft de ambitie om het voor mensen makkelijker te maken om vanuit de uitkering (deeltijd) te gaan werken en de overgangen heen-en-weer tussen dagbesteding, beschut werk, banenafspraak en regulier werk voor hen te versoepelen. Daartoe is het programma Simpel Switchen in de Participatieketen opgezet. In maart 2024 is het meerjarenprogrammaplan, dat loopt van 2024 tot en met 2027, met de Tweede Kamer gedeeld. Samen met alle partners en ervaringsdeskundigen zijn de doelen voor de komende jaren aangescherpt, uitgebreid en opnieuw vastgesteld. Er komt expliciete aandacht voor de rol van werkgevers en de veilige weg terug.
Voor de uitvoering van de doelstellingen is voor de periode van 2024 tot en met 2027 € 5 miljoen beschikbaar. Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten Het wetsvoorstel voor de vereenvoudiging van de banenafspraak en de quotumregeling voor mensen met een arbeidsbeperking is op 17 oktober 2023 ingediend bij de Tweede Kamer. Het doel van dit wetsvoorstel is om het voor werkgevers eenvoudiger en aantrekkelijker te maken om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Enkele belangrijke punten van het wetsvoorstel zijn: • Werkgevers behouden het loonkostenvoordeel zolang de werknemer in dienst blijft; • De administratieve lasten worden verlicht doordat werkgevers en werknemers geen speciale verklaring meer hoeven aan te vragen bij het UWV;
• •
Er komt één banenafspraak voor alle werkgevers, waarbij het onderscheid tussen overheidswerkgevers en het bedrijfsleven vervalt; Het systeem van quotumheffing wordt vervangen door een systeem van heffingen en bonussen. 7
Dit wetsvoorstel past dan ook bij de ambitie van de regering om meer mensen met een arbeidsbeperking naar werk te begeleiden. Het wetsvoorstel is op 11 februari 2025 aangenomen door de Tweede Kamer en ligt ter goedkeuring bij de Eerste Kamer Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven Sociaal ontwikkelbedrijven spelen een belangrijke rol om mensen mee te laten doen. Mede door hun inzet krijgen mensen die niet, of niet zondermeer bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen, een kans op de arbeidsmarkt. Het kabinet wil dat sociaal ontwikkelbedrijven ook in de toekomst banen kunnen blijven bieden aan mensen voor wie werk niet vanzelfsprekend is. Daarom is er een groot pakket van maatregelen gepresenteerd waarmee beschutte banen verder worden gestimuleerd en gemeenten worden geholpen om de lokale infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven toekomstbestendig in te richten. Voor deze toekomstbestendige inrichting ontvangen gemeenten een impulsbudget van € 35 miljoen in 2025. Dit budget loopt door tot 2034 en loopt af naar € 19,8 miljoen. Dit budget wordt waarschijnlijk toegekend aan de grootste gemeente binnen een samenwerkingsverband. Voor Fijnder wordt dit budget dan toegekend aan de gemeente Berkelland. Ook wordt per 2025 een ondersteuningsteam beschikbaar gesteld dat gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven gericht kan adviseren en ondersteunen.
Hiervoor is in de periode 2025–2028 € 3 miljoen per jaar beschikbaar gesteld. Daarnaast wordt een structurele infrastructurele opslag ingevoerd. Hierdoor krijgen sociaal ontwikkelbedrijven meer financiële stabiliteit, continuïteit en voorspelbaarheid, waardoor zij meer ruimte hebben om banen te realiseren voor mensen voor wie het hebben van werk niet vanzelfsprekend is. Deze basisfinanciering bedraagt in 2025 € 19,8 miljoen en loopt op naar structureel € 35,9 miljoen. Gemeenten bepalen, in afstemming met Fijnder, beleidsmatig in hoeverre recente ontwikkelingen met betrekking tot de doorontwikkeling van de sociale infrastructuur en sociale ontwikkelbedrijven vragen om een strategische koerswijziging en beoordelen of de middelen die hiervoor meerjarig naar de gemeenten toekomen hiervoor kunnen worden aangewend. Hierbij worden de raden vanuit hun kaderstellende rol betrokken.
3.2 Regionale ontwikkelingen De hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur / regionaal werkcentrum Achterhoek Het kabinet wil de arbeidsmarktdienstverlening structureel verbeteren door hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. De hervorming richt zich op het structureel versterken van de publiekprivate samenwerking en dienstverlening aan werkenden, werkzoekenden en werkgevers in de 35 arbeidsmarktregio’s. Ook wordt ingezet op het beter toegankelijk maken van deze dienstverlening door de vorming van 35 Werkcentra in de arbeidsmarktregio’s. De hervorming wordt gefinancierd met structurele middelen en tijdelijke middelen die aflopen tot 2034. Deze structurele middelen worden ingezet voor de basisinrichting van het Werkcentrum en de publiek-private samenwerking. De tijdelijke middelen geven een impuls aan de arbeidsmarktdienstverlening in de regio en aan de van-werk-naar-werk dienstverlening. De maatregelen worden, waar nodig, vastgelegd in de SUWI wet- en regelgeving. In 2025 gaat het regionaal werkcentrum Achterhoek van start met de dienstverlening van het voormalige Leerwerkloket en het Regionaal Mobiliteitsteam. Ook de werkgeversdienstverlening vanuit het Werkgeverservicepunt Achterhoek (WSPA) zal onderdeel worden van het Werkcentrum Achterhoek. Voor de inbedding van deze dienstverlening wordt 2025 als overgangsjaar gehanteerd.
In 2025 wordt de impact op de dienstverlening van Fijnder, de werkgeversdienstverlening zoals deze wordt geboden door het WSPA en de samenwerking met regionale partners verder uitgewerkt. Inzet ten aanzien van onbenut arbeidspotentieel In de Arbeidsmarktregio wordt samengewerkt aan de uitvoeringsagenda Inclusieve Arbeidsmarkt. Hiervoor zijn verschillende prioriteiten benoemd. Voor de prioriteit onbenut arbeidspotentieel wordt onder andere gewerkt aan het beter leren kennen en ondersteunen van (terugkerende) ‘cliënten’ ten behoeve van duurzame deelname aan de arbeidsmarkt. Dit wordt gedaan door een sluitende aanpak te ontwerpen voor alle cliënten die zich melden voor een uitkering bij alle 8
uitvoeringsorganisaties in de regio. De opzet is om samen met werkgevers in verschillende sectoren op verschillende niveaus modulaire leerlijnen te ontwikkelen. De werkleerlijnen bieden ruimte voor maatwerk. De doelgroep bestaat uit cliënten, terugkerende cliënten en nietuitkeringsontvangers. Ongeacht de regionale ambitie en of er via de Regiodeal middelen vrijgespeeld worden, heeft Fijnder de ambitie om één of meerdere werkleerlijnen op te zetten. De eventuele impact op de begroting is nog niet bekend en zal zo nodig via een begrotingswijziging worden meegenomen in een bestuursrapportage.
3.3 Klantstromen Met de invoering van de Participatiewet is de toegang tot de Wsw stopgezet en de Wajong is alleen nog toegankelijk voor mensen met een volledige en duurzame arbeidsbeperking. Op alle nieuwe doelgroepen met een beperking die nog aan de slag kunnen is de Participatiewet van toepassing. Kenmerkend voor deze doelgroep is dat zij in het algemeen langdurig (gedeeltelijk) afhankelijk blijven van een bijstandsuitkering. Onderstaand de verwachting van het aantal bijstandsontvangers zoals opgenomen in de septembercirculaire 2024. Aantal bijstandsontvangers
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
September circulaire
386.549
393.931
400.597
409.713
418.343
1,91%
1,69%
2,28%
2,11%
Procentuele wijziging Tabel 2 Raming aantal bijstandsontvangers
Hieruit volgt dat voor 2026 en de volgende jaren landelijk gezien een stijging van het bijstandsvolume wordt verwacht. Het Dagelijks Bestuur van Fijnder hanteert voor de begroting 2026 en de meerjarenraming 20272029 vooralsnog een volumestijging overeenkomstig de landelijke verwachting. Economische ontwikkelingen kunnen ertoe leiden dat dit uitgangspunt moet worden bijgesteld in de bestuursrapportage.
9
4. Ontwikkeling budgetten /uitgangspunten begroting 4.1 BUIG-budget De ontwikkeling van het Besluit Uitkering Inkomensvoorzieningen Gemeenten (hierna:BUIGbudget) van de individuele gemeenten hangt nauw samen met het landelijke macrobudget. Om een inschatting te kunnen maken van het BUIG-budget voor de jaren 2026 tot en met 2029 is de ontwikkeling van het macrobudget van belang. In de Rijksbegroting 2025 van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid is hierover het volgende vermeld. Budgettaire ontwikkelingen algemene bijstand De bijstandsuitgaven worden voor 2025 geraamd op € 6,6 miljard. Op basis van de CPB-raming van de werkloosheid wordt de bijstandsraming naar beneden bijgesteld in 2025. Daarnaast leiden een aantal (eerdere) wetswijzigingen tot een oploop in de raming van de bijstandsuitgaven. Dit betreft onder andere de invoering van maatregelen uit het wetsvoorstel Participatiewet in balans, de afloop van de IOAW en de ingroei van de nieuwe doelgroep als gevolg van de invoering van de Participatiewet in 2015. In onderstaande tabel wordt de opbouw van het budget gespecificeerd. Extracomptabel overzicht Macrobudget participatiewet (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
7.479.711
7.685.400
7.796.827
8.010.222
8.168.382
Algemene bijstand
6.646.334
6.833.948
6.926.249
7.128.582
7.273.594
Loonkostensubsidie
590.215
630.674
671.032
712.356
752.713
IOAW
178.448
155.096
132.729
100.168
71.821
IOAZ
32.520
34.337
35.473
37.644
38.781
Bbz levensonderhoud
31.197
31.344
31.344
31.472
31.472
Correctie verdeelmodel
1.232
732
996
Macrobudget participatiewetuitkeringen en intertemporele tegemoetkoming Macrobudget participatiewetuitkeringen
Budgettaire ontwikkelingen LKS De landelijke uitgaven voor loonkostensubsidies (LKS) worden voor 2025 geraamd op € 590,2 miljoen. De uitgaven aan loonkostensubsidie nemen jaarlijks toe doordat de doelgroep van LKS sinds invoering van de Participatiewet ingroeit. Daarnaast stijgt de gemiddelde hoogte van LKS door de koppeling met het wettelijk minimumloon. Budgettaire ontwikkelingen IOAW/IOAZ De uitgaven aan IOAW en IOAZ worden in 2025 landelijk geraamd op respectievelijk € 178,4 miljoen en € 32,5 miljoen. De IOAW-uitgaven dalen door de beperkende voorwaarde dat het IOAW-recht alleen geldt voor personen geboren voor 1965. In de meerjarenraming wordt rekening gehouden met de doorstroom vanuit de WW naar de IOAW. Een lager gebruik van de WW door oudere werknemers, zorgt ook voor lagere IOAW aantallen. Daarnaast zorgt de stijging van de AOW-leeftijd en invoering van maatregelen uit het wetsvoorstel Participatiewet in Balans voor hogere uitgaven aan de IOAW en IOAZ.
10
Bbz levensonderhoud (Bbz 2004) De uitgaven voor Bbz levensonderhoud in 2025 worden geraamd op € 31,2 miljoen. De invoering van maatregelen uit het wetsvoorstel Participatiewet in Balans zorgt voor naar verwachting hogere uitgaven aan het Bbz in 2025. BUIG-macrobudget De ontwikkeling van het macrobudget ziet er als volgt uit: Overzicht participatiewet uitkeringen (x €1.000) Macrobudget totaal
Voorlopig budget 2025 7.479.711
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
7.685.400
7.796.827
8.010.222
8.168.382
2,75%
1,45%
2,74%
1,97%
Procentuele ontwikkeling
Het macrobudget wordt voorlopig vastgesteld in september voorafgaand aan het uitvoeringsjaar. Het macrobudget 2025 wordt gedurende het jaar nog bijgesteld naar aanleiding van gewijzigde inzichten in conjunctuur, realisaties uit het voorgaande jaar, rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling (lpo). In 2025 wordt hiervan een bedrag van € 8,8 miljoen gereserveerd voor de vangnetregeling 2023. Bij de verdeling van het voorlopig macrobudget wordt hiermee rekening gehouden. In bestuurlijk overleg tussen SZW en VNG is besloten om het vangnet Participatiewet (BUIG) uit te breiden. Met ingang van budgetjaar 2025 of 2026 gaat de eigenrisicodrempel voor het vangnet onder aanvullende voorwaarden omlaag. Daarmee worden de grootste financiële risico’s die gemeenten lopen op de BUIG wat verder gedempt. Raming ontwikkeling BUIG-budgetten per gemeente Het meerjarenbeeld met betrekking tot de ontwikkeling van lasten in de begroting van Fijnder zal in de begroting 2026-2029 opgesteld worden aan de hand van bovenstaande gegevens en de werkelijke ontwikkeling t/m ultimo 2024. Het voorlopig BUIG-budget 2025 is in oktober 2024 bekend geworden. Om een inschatting te maken van het BUIG-budget voor de jaren 2026 tot en met 2029 is het aandeel per gemeente in het macrobudget constant verondersteld.
Doordat het macrobudget vanaf 2025 toeneemt, zal naar verwachting het BUIG-budget per gemeente vanaf 2025 ook toenemen. In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van het BUIG-budget weergegeven: Raming BUIG budget per gemeente (x €1)
Voorlopig budget 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Berkelland
11.190.183
11.570.315
11.829.447
12.220.610
12.538.956
Oost Gelre
5.525.065
5.695.240
5.800.284
5.975.662
6.112.622
Winterswijk
10.386.847
10.676.342
10.834.027
11.132.881
11.355.227
Voor de ontwikkeling van de kosten per uitkering hanteren we dezelfde trend. Er is echter een aantal elementen die het moeilijk maken om in te schatten hoe de kosten zich zullen ontwikkelen: 1. Steeds vaker zullen er mensen met loonkostensubsidie aan het werk gaan. Dit bespaart wel op de bijstandskosten, maar betreft niet meer de hele uitkering; 2. De samenstelling van huishoudens kan wijzigen waardoor de hoogte van de uitkeringen zal wijzigen. Per saldo is op basis van de macroraming en de raming van de ontwikkeling van het aantal klanten wel te verwachten dat de kosten in de komende jaren zullen stijgen.
11
4.2 Re-integratiebudgetten Vanaf 2023 zijn het klassieke re-integratiebudget en de participatiemiddelen voor de nieuwe doelgroepen begeleiding ‘regulier’ en voormalig Wajong overgeheveld naar het cluster Participatie van de algemene uitkering in het Gemeentefonds. De middelen voor uitvoering Participatiewet, minimabeleid, klassieke reintegratie en participatie nieuwe doelgroepen zijn daardoor vanaf 2023 niet (meer) apart zichtbaar. Het cluster Participatie bestaat (vanaf 2023) uit de volgende verdeelkenmerken: bijstandsontvangers, loonkostensubsidies, inschrijvingen doelgroepenregister en huishoudens met laag inkomen. Alleen de budgetten voor de Wsw en de begeleiding van Nieuw Beschut werk zijn opgenomen in een afzonderlijke integratie uitkering. Integratie uitkeringen Participatie Re-integratie uitkeringen (x € 1)
Voorlopig 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Berkelland Wsw Begeleiding Nieuw Beschut Totaal
5.755.811 301.413 6.057.224
5.528.023 324.130 5.852.154
5.237.431 346.842 5.584.293
4.989.798 369.295 5.359.093
4.831.091 392.010 5.223.101
Oost Gelre Wsw Begeleiding Nieuw Beschut Totaal
6.162.059 164.162 6.326.221
5.954.807 176.535 6.131.342
5.558.998 188.905 5.747.903
5.277.979 201.134 5.479.113
5.003.252 213.505 5.216.758
Winterswijk Wsw Begeleiding Nieuw Beschut Totaal
6.056.972 180.310 6.237.281
5.857.336 193.899 6.051.236
5.499.043 207.486 5.706.529
5.353.087 220.917 5.574.005
5.149.124 234.506 5.383.630
Cluster participatie vanuit algemene uitkering Gemeentefonds Re-integratie uitkeringen (x € 1) Berkelland Bijstandsontvangers Doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep Huishoudens laag inkomen met drempel Loonkostensubsidie Totaal Oost Gelre Bijstandsontvangers Doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep Huishoudens laag inkomen met drempel Loonkostensubsidie Totaal Winterswijk Bijstandsontvangers Doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep Huishoudens laag inkomen met drempel Loonkostensubsidie Totaal
Voorlopig 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
3.737.650 567.025
3.806.426 611.037
4.012.328 677.407
4.205.648 737.075
4.419.280 811.527
1.989.971
1.997.526
2.082.173
2.147.180
2.224.734
1.283.090 7.577.737
1.369.875 7.784.864
1.510.810 8.282.717
1.643.723 8.733.626
1.787.421 9.242.961
2.084.266 305.442
2.122.618 329.150
2.237.437 364.901
2.345.240 397.043
2.464.370 437.148
1.186.927
1.191.432
1.241.920
1.280.694
1.326.952
556.006 4.132.640
593.612 4.236.813
654.684 4.498.943
712.280 4.735.258
774.549 5.003.020
4.125.945 374.362
4.201.866 403.420
4.429.158 447.238
4.642.561 486.632
4.878.387 535.787
1.444.622
1.450.106
1.511.555
1.558.747
1.615.048
513.236 6.458.165
547.950 6.603.341
604.324 6.992.275
657.489 7.345.430
714.968 7.744.190
12