Reactie Fietsverbindingeplan OOG
Tekst van het document
Het OOG heeft het beleidsdocument Fietsverbindingenplan dd. 23 september en het uitvoeringsplan beoordeeld. Wij komen tot de conclusie dat, net als in de Verkeersvisie Ommen 2030, een veilige wijze van verplaatsen voor mensen met een beperking binnen de gemeente Ommen een ‘ondergeschoven’ kindje was, is en blijft. Evenals in de Verkeersvisie Ommen 2030 wordt in het nu aangeboden Fietsverbindingenplan geen letter gewijd aan voorzieningen voor mensen met een aangepast vervoermiddel. In de Verkeersvisie Ommen 2030 staat in de bijlage bij ‘Ommen toegankelijk maken voor ouderen en rolstoelgebruikers’ het volgende: ‘Ouderen zijn een grote toekomstige doelgroep waar Ommen op voorbereidmoet zijn’ en ‘Is niet specifiek opgenomen, maar wordt bij de uitvoering vanzelfsprekend rekening mee gehouden’. Van die vanzelfsprekendheid bij de projecten waar OOG in de afgelopen jaren bij betrokken is geweest was echter geen sprake. Na stevige discussies was men bereid om noodzakelijke voorzieningen te realiseren. Dat is jammer, vooral als er ook nog achteraf aanpassingen moeten worden doorgevoerd. Het is dan ook te betreuren dat ook in het Fietsverbindingenplan met geen woord wordt gerept over aanpassingen die de veiligheid van de doelgroep die wij vertegenwoordigen waarborgen. In de reactie op onze inspraakreactie wordt vaak gesteld dat onze reactie ‘te locatie specifiek is voor dit plan’.
Misschien zijn het details, maar wel wezenlijke punten voor de verkeersveiligheid van mensen met een beperking. Het feit dat deze reactie wordt gegeven geeft ons de indruk dat hier binnen de gemeente geen prioriteit ligt. Tot slot nog iets over het hanteren van de richtlijnen. In onze reactie hebben wij het volgende geschreven: ‘Het lijkt alsof de gemeente richtlijnen hanteert als zijnde wettelijke eisen terwijl dit niet zo is. Voor mensen met een beperking moet van de richtlijnen afgeweken worden’. De reactie van de gemeente is als volgt: ‘Richtlijnen worden niet gehanteerd als wettelijke eisen, maar als richtlijn. Bij het (her)inrichten van wegen en paden wordt zo veel als mogelijk gewerkt vanuit deze richtlijnen maar altijd lokaal gekeken naar de mogelijkheden en aandacht besteed aan toegankelijkheid’. Even later wordt bij onze opmerkingen over de ‘Fietssuggestiestroken’ de volgende reactie gegeven: ‘Afhankelijk van de locatie specifieke situatie (wegcategorie, intensiteiten, beschikbare ruimte) wordt de wenselijke toepassing bepaald volgens de richtlijnen’. Beide opmerkingen hebben niet geleid tot een aanpassing in het beleidsdocument (niet nodig). Maar wat betekent de laatste reactie? Zijn de richtlijnen uitgangspunt en moet voor het realiseren van een veilige verkeersvoorziening steeds opnieuw discussie gevoerd worden.
Als OOG zouden wij het op prijs stellen dat aandacht voor verkeersvoorzieningen voor mensen met een beperking niet ergens in een bijlage worden ‘verstopt’, of als te locatiespecifiek worden aangemerkt. Wil de gemeente echt een gemeente zijn met aandacht voor veilige verkeersomgeving voor mensen met een beperking dan moet dit in een beleidsdocument worden opgenomen en in het uitvoeringprogramma moet worden vermeld op welke wijze dit zal plaatsvinden. Wij hopen dan ook dat uw commissie het college opdraagt om in het Fietsverbindingenplan en aparte paragraaf op te nemen waarin het beleid rond de veilige verkeersvoorzieningen voor mensen met een beperking een plaats krijgt. Of is het de bedoeling om naast een beleidsvisie voor het autoverkeer en nu het fietsverkeer een apart beleidsdocument op te stellen voor mensen met een beperking? Lijkt ons niet integraal werken.