CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel

Gemeenteraad 1 juli 2026, gemeente OmmenBij agendapunt: Toekomst het Laar en keuze voor verkoop onder voorwaarden2.074 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Zaaknummer:

1045937

Raad:

1 juli 2026

Portefeuillehouder

Wethouder B. (Bert) Boerman

College

14 april 2026

Onderwerp: Toekomst Het Laar en keuze voor verkoop onder voorwaarden DE GEMEENTERAAD WORDT VOORGESTELD TE BESLUITEN OM: 1. Kennis te nemen van de uitkomsten van de nadere uitwerking van scenario 3 en 4 conform het raadsbesluit van 19 juni 2025. 2. Vast te stellen dat scenario 3 niet haalbaar en duurzaam uitvoerbaar is. 3. Te kiezen voor verkoop van Het Laar onder voorwaarden (scenario 4). 4. Het college opdracht te geven de verkoop nader uit te werken en dit ter advies of bedenkingen aan de raad voor te leggen. Inleiding Op 8 mei 2025 heeft de gemeenteraad het vastgoedbeleidsplan vastgesteld, inclusief het bijbehorende afwegingskader voor de gemeentelijke vastgoedportefeuille. In dit beleid is vastgelegd dat vastgoed geen doel op zich is, maar een middel om maatschappelijke en beleidsdoelen te faciliteren. Daarbij wordt gestuurd op een objectieve en uniforme afweging van nut, noodzaak, maatschappelijke waarde, financiële consequenties en risico’s. Binnen dit kader heeft de raad op 19 juni 2025 besloten om voor Het Laar scenario 3 (gecombineerde maatschappelijke en commerciële functie) en scenario 4 (verkoop) nader uit te werken in een businessplan of plan van aanpak. Met dit besluit heeft de raad richting gegeven aan het vervolgproces en het college opdracht gegeven om te komen tot een onderbouwd toekomstperspectief voor Het Laar.

Het Laar betreft een rijksmonument met een grote cultuurhistorische en maatschappelijke waarde voor Ommen. Tegelijkertijd brengt het bezit en beheer van het landgoed structurele kosten en risico’s met zich mee. Vanuit het vastgoedbeleid en het afwegingskader is het daarom noodzakelijk om te beoordelen in hoeverre het in eigendom houden van Het Laar bijdraagt aan de gemeentelijke beleidsdoelen, dan wel dat een andere vorm van exploitatie of eigendom meer passend is. Ter uitvoering van het raadsbesluit is een zorgvuldig proces doorlopen, bestaande uit: 1. het uitvoeren van een marktverkenning onder potentiële gebruikers en kopers. 2. het in beeld brengen van de technische staat, investeringsopgave en exploitatielasten.

1 van 7

1045937

3. het toetsen van de haalbaarheid van verschillende scenario’s, waaronder maatschappelijke invulling, gemengde invulling en verkoop. 4. het in kaart brengen van juridische, financiële en beleidsmatige randvoorwaarden. Uit dit door BOEi uitgevoerde onderzoek blijkt dat - een (overwegend) maatschappelijke invulling, waaronder de door de raad gewenste zorgfuncties, niet passend is binnen de beschikbare omvang en structuur (o.a. gebouwindelingen en plattegronden) van Het Laar. - er wel initiatieven en belangstelling vanuit de markt zijn, maar deze niet leiden tot een structureel sluitende en duurzame exploitatie zonder ingrijpende aanpassingen. - marktpartijen voor een haalbare businesscase uitgaan van voorwaarden zoals uitbreiding van bouwvolume of functieverruiming, hetgeen slechts beperkt verenigbaar is met de monumentale waarden en ruimtelijke kaders. - voortzetting van gemeentelijk eigendom leidt tot structurele exploitatietekorten en blijvende financiële en beheerrisico’s. Beoogd effect Een duurzame en financieel verantwoorde toekomst voor Het Laar met behoud van het rijksmonument. Argumenten Ad.1) Kennisnemen van de nadere uitwerking en besluitvorming is noodzakelijk om een vervolgstap te kunnen nemen. De gevraagde uitwerking van scenario’s heeft in principe plaatsgevonden.

Geconcludeerd is dat het opstellen van een businessplan voor het eerder beoogde voorkeursscenario geen reële vervolgstap is. Een dergelijk businessplan zou gebaseerd moeten zijn op uitgangspunten die ofwel financieel en/of markttechnisch niet haalbaar zijn, ofwel strijdig zijn met de monumentale en beleidsmatige randvoorwaarden. Ook het alternatieve scenario van verkoop vraagt om een bestuurlijk standpunt gelet op het belang van Het Laar voor Ommen. Daarmee is feitelijk sprake van een tussenstap in het besluitvormingsproces, waarbij, in afwijking van het oorspronkelijk beoogde traject eerst een bestuurlijke herijking van de richting noodzakelijk is, alvorens verdere uitwerking plaatsvindt. Ad.2) Onderzoek toont aan dat maatschappelijke invulling ook, aangevuld met commerciële activiteiten, in de huidige vorm geen reële optie is. Uit het uitgevoerde onderzoek komt naar voren dat er zeker belangstelling en initiatiefkracht in de markt aanwezig is om Het Laar een nieuwe invulling te geven met een maatschappelijke functie, al dan niet gecombineerd met commerciële activiteiten. Tegelijkertijd blijkt dat het realiseren van een duurzame en financieel sluitende exploitatie met dergelijke functies op aanzienlijke beperkingen stuit. Vooral de omvang, aanwezige plattegronden en gebouwindelingen zijn bij elkaar een belangrijke beperkende factor.

Voor veel maatschappelijke functies, met name in het zorgdomein of bij vormen van begeleid wonen, is een bepaalde omvang noodzakelijk om tot een evenwichtige exploitatie te komen. Het beschikbare vloeroppervlak van Het Laar is daarvoor in de praktijk te beperkt. Marktpartijen geven aan dat uitbreiding van het programma, bijvoorbeeld door toevoeging van

2 van 7

1045937

bouwvolume, nodig zou zijn om een dergelijke exploitatie haalbaar te maken. Dergelijke uitbreidingen zijn echter slechts in beperkte mate verenigbaar met de monumentale waarden van het landgoed en de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Ook vanuit financieel perspectief blijkt het realiseren van een maatschappelijke of gemengde invulling uitdagend. De structurele kosten voor onderhoud en instandhouding van het monument zijn hoog, terwijl de mogelijke huurniveaus en exploitatieopbrengsten niet toereikend zijn om de structurele kosten te dekken. Hierdoor ontstaat een structureel tekort, ook wanneer wordt gekeken naar varianten waarin maatschappelijke en commerciële functies worden gecombineerd. Hoewel een gemengde invulling in theorie meer mogelijkheden biedt, blijkt uit de gesprekken met marktpartijen dat ook dan aanvullende voorwaarden nodig zijn, zoals ruimere gebruiksmogelijkheden of extra bouwmogelijkheden op het terrein. Zonder dergelijke verruiming blijft de exploitatie kwetsbaar en in veel gevallen afhankelijk van aanvullende financiering of publieke middelen. In samenhang bezien ontstaat daarmee een beeld waarin de ambitie om Het Laar een (overwegend) maatschappelijke functie te geven begrijpelijk en waardevol is, maar in de praktijk moeilijk duurzaam is te realiseren binnen de huidige fysieke, financiële en beleidsmatige kaders.

Dit maakt dat een dergelijke invulling, ondanks mogelijke initiatieven, niet als een toekomstbestendige oplossing kan worden beschouwd zonder ingrijpende aanpassingen. Ad.3) Verkoop onder voorwaarden is de meest kansrijke optie voor een duurzame en toekomstbestendige invulling van het landgoed. Uit het onderzoek komt naar voren dat verkoop van Het Laar onder voorwaarden de meeste aanknopingspunten biedt voor een duurzame en toekomstbestendige invulling van het landgoed. Deze afweging is niet uitsluitend gebaseerd op financiële overwegingen, maar op een bredere beoordeling langs de lijnen van het vastgestelde vastgoedbeleid en het daarbij behorende afwegingskader. Binnen dit afwegingskader wordt vastgoed beoordeeld op onder meer de aspecten benutting, flexibiliteit, technische kwaliteit, duurzaamheid, financiële waarde en strategische betekenis. Tevens geldt als uitgangspunt dat gemeentelijk vastgoed geen doel op zich is, maar een middel om maatschappelijke en beleidsdoelen te realiseren. Ten aanzien van de benutting en functionaliteit blijkt uit het onderzoek dat het vastgoed slechts beperkt geschikt is voor intensief en doelmatig gebruik. De beschikbare omvang en indeling sluiten onvoldoende aan bij de eisen van hedendaagse maatschappelijke functies, zoals zorg of gecombineerd gebruik. Dit leidt ertoe dat het object moeilijk volledig en efficiënt te benutten is.

Ook op het aspect flexibiliteit scoort Het Laar beperkt. De rijksmonumentale status brengt met zich mee dat aanpassingen aan het gebouw en het terrein slechts in beperkte mate mogelijk zijn. Hierdoor is het vastgoed minder goed aanpasbaar aan veranderende gebruiksbehoeften en toekomstige ontwikkelingen. De technische kwaliteit en duurzaamheid vormen eveneens aandachtspunten. Het monument vraagt om structureel en specialistisch onderhoud, waarbij verduurzaming en modernisering complex en kostbaar zijn. Dit leidt tot een blijvende investeringsopgave en afhankelijkheid van specialistische kennis.

3 van 7

1045937

Vanuit financieel perspectief geldt dat er al jarenlang sprake is van een negatief exploitatieresultaat van Het Laar. Uit het onderzoek blijkt ook dat de toekomstige exploitatie leidt tot structurele tekorten, mede als gevolg van hoge onderhoudslasten en beperkte opbrengstmogelijkheden. Daarmee draagt Het Laar niet of nauwelijks bij aan de financiële waarde van de gemeentelijke vastgoedportefeuille. Ook de strategische betekenis van het vastgoed binnen de gemeentelijke organisatie is beperkt. Het bezit van Het Laar vloeit niet voort uit een wettelijke taak of directe beleidsverantwoordelijkheid. Tegelijkertijd vertegenwoordigt het landgoed wel een aanzienlijke maatschappelijke en cultuurhistorische waarde voor Ommen, wat maakt dat het vraagstuk niet louter technisch of financieel kan worden benaderd. Hier ontstaat een duidelijk dilemma binnen het afwegingskader. Enerzijds is er vanuit beleidsmatig perspectief geen directe noodzaak om het vastgoed in eigendom te houden. Anderzijds is er een breed gedragen belang om het monument en het landgoed duurzaam te behouden en toegankelijk te houden. De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat deze twee perspectieven niet noodzakelijkerwijs samenvallen in gemeentelijk eigendom.

Integendeel, het duurzame behoud van Het Laar blijkt in belangrijke mate afhankelijk van de aanwezigheid van specialistische kennis, uitvoeringskracht en een passende exploitatie. Het beheer en de instandhouding van een rijksmonument zoals Het Laar vereisen specifieke expertise op het gebied van monumentenzorg, restauratie, exploitatie en financiering. Deze expertise is binnen de gemeentelijke organisatie beperkt aanwezig en moet momenteel extern worden betrokken. Door verkoop aan een partij met aantoonbare ervaring in monumentaal vastgoed kan deze kennis structureel worden geborgd. Het juridische kader biedt daarnaast de mogelijkheid om via verkoop onder voorwaarden actief te sturen op diverse kwalitatieve aspecten die een duurzame, toekomstige exploitatie van Het Laar borgen. Door middel van een transparante en objectieve selectieprocedure kunnen eisen worden gesteld aan de te selecteren partij op onder meer aspecten als: - ervaring met monumentenzorg. - financiële continuïteit. - kwaliteit en haalbaarheid van het plan. - borging van maatschappelijke functies en toegankelijkheid. Hierdoor kan worden gestuurd op de selectie van een partij die niet alleen financieel, maar ook inhoudelijk en programmatisch (functioneel) in staat is om het monument duurzaam te beheren en exploiteren. Tegelijkertijd kunnen plannen met een hoog risicoprofiel worden uitgesloten.

Een bijkomend voordeel is dat binnen deze constructie ruimte kan worden geboden voor een passende functiemix, waarin maatschappelijke en commerciële activiteiten elkaar versterken.

4 van 7

1045937

In samenhang bezien leidt dit tot de conclusie dat, hoewel het belang van Het Laar voor Ommen groot is, het duurzame behoud en beheer niet primair geborgd wordt door eigendom, maar door de kwaliteit van beheer en exploitatie. Verkoop onder voorwaarden aan een deskundige partij biedt daarmee de beste balans tussen publieke waarden, expertise en toekomstbestendig beheer. Bij een dergelijk traject is het van belang dat wordt gehandeld binnen de geldende juridische kaders, waaronder de verplichting tot een transparante en objectieve selectieprocedure (Didam). Dit betekent dat vooraf duidelijke, toetsbare en redelijke criteria moeten worden opgesteld en dat alle potentiële gegadigden gelijke kansen krijgen. Ad.4) Gelet op de financiële impact, maar vooral ook de maatschappelijke impact is een procedure voor advies en bedenkingen bij de raad noodzakelijk. Formeel ligt de bevoegdheid voor verkoop van vastgoed bij het college. Dit laat onverlet dat het collegeadvies of bedenkingen aan de raad kan vragen. Bij een verkoopprocedure van Het Laar is het belangrijk om ook vooraf een breed draagvlak te hebben over de kaders waaronder de verkoop plaats kan vinden. De raad is daarnaast ook in een eerder participatiefase actief betrokken geweest. Risico's en kanttekeningen Verkoop van een landgoed is bijzonder en zal interessant zijn voor een beperkt aantal partijen.

Bij het opstellen van strenge voorwaarden wordt de marktwerking naar verwachting verder ingeperkt. Deze inperking kan financiële consequenties hebben. Ook bij geïnteresseerde partijen is het de verwachting dat de gebruiksmogelijkheden van Het Laar voor een exploitatie verruimd moeten worden. Dit zal zich dan met name toespitsen op een meer commerciële horecafunctie. Afhankelijk van de voorwaarden bestaat de kans dat partijen om een “bruidsschat” verzoeken, met een openbare verkoop wordt dit deels ondervangen. Participatie Na besluitvorming zullen de kaders nader worden uitgewerkt in selectiecriteria, voorwaarden en verkoopproces die voor advies en bedenkingen aan u zal worden voorgelegd alvorens de verkoopprocedure formeel te starten. Financiën n.v.t. Communicatie PM

5 van 7

1045937

Bijlagen 1. Rapport Boei 2. Raadsbesluit opdracht (juni 2025)

Burgemeester en wethouders van de gemeente Ommen, Secretaris,

Locoburgemeester,

J.W.H. Blaauw

L.G.M. Bongers

6 van 7

1045937

Raadsbesluit Zaaknummer:

1045937

Onderwerp: Toekomst Het Laar en keuze voor verkoop onder voorwaarden De raad van de gemeente Ommen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 14 april 2026;

Besluit: 1. Kennis te nemen van de uitkomsten van de nadere uitwerking van scenario 3 en 4 conform het raadsbesluit van 19 juni 2025. 2. Vast te stellen dat scenario 3 niet haalbaar en duurzaam uitvoerbaar is. 3. Te kiezen voor verkoop van Het Laar onder voorwaarden (scenario 4). 4. Het college opdracht te geven de verkoop nader uit te werken en dit ter advies of bedenkingen aan de raad voor te leggen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Ommen van 1 juli 2026 De raad voornoemd, Griffier,

Voorzitter,

S.G.M. Dijk-Horenberg

mr. drs. A.M.M. Jetten

7 van 7

1045937

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17032057/2