CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie meicirculaire 2021

Gemeenteraad 1 juli 2021, gemeente OmmenBij agendapunt: Kaderbrief 20221.933 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie bij de meicirculaire 2021 Aan:

De gemeenteraad van Ommen

Van :

College van B&W

Datum:

9 juni 2021

Betreft:

Meicirculaire 2021

Inleiding Op 31 mei 2021 is de meicirculaire verschenen. Middels deze notitie wordt u geïnformeerd over de financiële effecten van het gemeentefonds op de begroting van de gemeente Ommen. Dit wordt gedaan door de stand van het gemeentefonds bij de maartbrief als vertrekpunt te nemen en de ontwikkelingen toe te lichten die daarna hebben plaatsgevonden. Over de maartbrief bent u geïnformeerd middels de 1e bestuursrapportage 2021. Herijking gemeentefonds Op 2 februari 2021 hebben de fondsbeheerders de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies gevraagd over het voorlopige voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De ROB heeft in een tussenbericht aan de fondsbeheerders om meer toelichting op de keuzes en effecten gevraagd en enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitlegbaarheid van de uitkomsten, met name in het sociaal domein. Daarnaast heeft de Tweede Kamer naar aanleiding van de adviesaanvraag vragen gesteld en hebben de fondsbeheerders veel reacties en vragen gekregen van gemeenten. Ook is bij de eerder aangekondigde actualisatie van het verdeelvoorstel gebleken dat voor een van de verdeelmaatstaven in het sociaal domein een betere bron beschikbaar is als indicatie voor de gezondheid van de bevolking. Het betreft de verdeelmaatstaf die meet hoeveel inwoners gebruik maken van specialistische GGZ.

De fondsbeheerders betrekken de nieuwe bron bij de nadere analyse die momenteel wordt uitgevoerd naar aanleiding van de reacties van de ROB, gemeenten en de Tweede Kamer. De VNG is nauw bij dit vervolgonderzoek betrokken. Met de ROB is afgesproken dat het nieuwe verdeelvoorstel, zodra het gereed is, tezamen met de antwoorden op de vragen uit het tussenbericht met hem gedeeld zal worden, opdat hij tot een eindadvies kan komen. Het aangepaste verdeelvoorstel zal naar verwachting in juni 2021 gereed zijn en – samen met de geactualiseerde voorlopige uitkomsten per gemeente – op de website van de rijksoverheid worden gepubliceerd. Het gaat naast een aangepast verdeelvoorstel – op basis van onderzoeksjaar 2017 – om actualisatie van de uitkomsten naar 2019. De actualisatie naar 2019 betreft in ieder geval de gegevens van de verdeelmaatstaven, het totaal te verdelen bedrag per beleidsterrein (cluster) en wijzigingen in de gemeentelijke indeling. Ook de VNG zal om advies worden gevraagd. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling – voorzien per 1 januari 1

2023 - is aan het nieuwe kabinet. Na definitieve besluitvorming vindt zo spoedig mogelijk de verwerking in de circulaire van het gemeentefonds plaats. De herverdeeleffecten zullen op dat moment definitief worden bepaald. Arbitrage-uitspraak Jeugdzorg De uitvoering van artikel 2 van de Financiële VerhoudingsWet gaf in het verleden problemen. Volgens dat artikel worden gemeenten gecompenseerd bij taakmutaties. Met name bij de 3Doperatie in 2015 ging dat schuren na het inboeken van een efficiencywinst van ± 20%. Op het dossier jeugdzorg liep dat uit de hand. Ondanks vele klachten van de VNG hield de rijksoverheid de boot af voor structurele compensatie. Wel werden incidentele bedragen verstrekt in de jaren 2019 t/m 2022. Nadat onlangs de figuur van arbitrage mogelijk werd gemaakt, werd deze direct door de VNG ingeroepen op dit dossier. Hierin gesteund door een rapport van AEF dat concludeerde dat gemeenten in 2019 ± € 1,7 miljard meer hadden uitgegeven dan gecompenseerd hadden gekregen. De arbitrage is uitgevoerd door een commissie van wijzen onder voorzitterschap van staatsraad van Zwol. Die commissie heeft ook nadrukkelijk gekeken naar de resultaten van de commissie Sint over de (financiële) houdbaarheid van het stelsel van jeugdzorg. De belangrijkste overweging van de arbitragecommissie was dat jeugdzorg wordt aangemerkt als een taak van (verplichte) medebewind.

Dan worden alle kosten vergoed. De arbitragecommissie overweegt: Van 2005 tot en met 2015 stegen de jeugdzorgkosten met 250%. Het was te optimistisch om te veronderstellen dat het na een periode van zulke sterke groei mogelijk zou zijn om in korte tijd een structurele daling van de uitgaven voor de jeugdzorg te realiseren door overdracht aan de gemeenten, die helemaal nog geen ervaring in de jeugdzorg hadden. Daardoor is niet voldaan aan artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet. Inmiddels is er overleg geweest tussen de VNG en het huidige kabinet over de uitspraak van de arbitrage-commissie inzake extra compensaties jeugdzorg. De uitkomst is dat het huidige kabinet in de komende Miljoenennota 2022 € 1,3 miljard extra beschikbaar gaat stellen bovenop de € 300 miljoen die al eerder beschikbaar is gesteld. De verdeling van deze gelden is op dit moment nog niet bekend, dit zal worden meegenomen in de septembercirculaire 2021. Over 2023 en volgende jaren zijn nog geen afspraken gemaakt.

Onderstaand een overzicht van de mutaties op basis van de meicirculaire 2021 met korte toelichting. Bedragen x € 1.000 Uitkeringsfactor

2021 89

2022 211

2023 -88

2024 -299

Hoeveelheidsverschillen

-79

3

7

18

WOZ-waarden mutaties

131

129

136

142

Taakmutaties Aanpak problematiek jeugdzorg: verdringing en lichte jeugdzorgproblematiek Aanpak problematiek jeugdzorg: POH Jeugd GGZ

206 9

2

Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg Compensatieregeling Voogdij 18+ Rijksvaccinatieprogramma meningokokken Rijksvaccinatieprogramma informed consent Handhaving energielabel C kantoren Handelsregister Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening Verrekening Voogdij 18+ Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Wet Open Overheid (structureel) Wet Open Overheid (incidenteel 2022 t/m 2026) Specifieke uitkeringen Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU) Vergoeding raadsleden kleine gemeenten (IU) Inburgering (IU) Armoedebestrijding kinderen (DU)

181 6 4 1 2 -1 7

14 7 2

4

4

4

2 -1 7 -7 5 43 52

2

2

7 -7 5 54 52

7 -7 5 65 52

7 11 11

7 6 11

7 4 11

Corona steunpakket Heroriëntatie zelfstandigen (DU) (Corona) Jeugd aan Zet (DU) (Corona)

8 10

3 D's in het sociaal domein Participatie (IU) Voogdij/18+ (IU)

23 21

44 -685

31 -685

30 -685

Uitkomsten meicirculaire Structureel (bruto) Uitkomsten meicirculaire Incidenteel (bruto) Uitkomsten meicirculaire Saldo (bruto)

207 434 641

-213 51 -162

-510 52 -458

-696 52 -644

685 -44

685 -31

685 -30

428 51 479

144 52 196

-41 52 11

Reserveringen structureel Stelpost Voogdij / 18+ in afwachting van totale herverdelingseffecten Participatie Reserveringen incidenteel Indcidentele middelen jeugd Jeugd aan zet

-396 -10

Uitkomsten meicirculaire Structureel (netto) Uitkomsten meicirculaire Incidenteel (netto) Uitkomsten meicirculaire Saldo (netto)

207 28 235

Uitkeringsfactor De ontwikkeling van de algemene uitkering werden voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hadden wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd.

3

Hoeveelheidsverschillen Naast de mutaties in de algemene uitkering die worden veroorzaakt door wijzigingen in de maatstafgewichten en de wegingsfactoren als gevolg van beleidsmatige maatregelen, wordt een deel van de mutatie veroorzaakt door mutaties in de basisgegevens. Van een aantal maatstaven zijn de aantallen voor 2021 sinds mei 2021 definitief vastgesteld door het CBS, zoals de aantallen inwoners, huishoudens en de inkomens daar van. Hiervan is ook de extrapolatie naar 2021 en verder in de berekening ingebracht. WOZ waardemutaties De maatstaf eigen inkomsten is gerelateerd aan de WOZ-waarden waarover een gemeente onroerendezaakbelasting kan heffen. Aan de hand van de voortgangsrapportage van het GBLT over de ontwikkeling van de WOZ-waarden is de maatstaf eigen inkomsten aangepast. Ten opzichte van eerdere schattingen voor de jaren 2021 en verder levert dat een hogere algemene uitkering op. Taakmutaties / specifieke uitkeringen De grootste post betreft hier de incidentele compensatie voor de Jeugdzorg 2021. Rijk en VNG zijn in het voorjaar een incidentele compensatie 2021 voor de extra kosten jeugdhulp overeengekomen van € 493 miljoen via het gemeentefonds. De compensatie komt bovenop de € 300 miljoen die al gegeven is. Deze compensatie is niet enkel een budgettair voordeel. Er moeten extra kosten uit betaald worden, zoals het terugdringen van de wachtlijsten.

Daarom worden deze bedragen in eerste instantie gereserveerd. Daarnaast is nieuw de Wet Open Overheid (WOO). Deze initiatiefwet is op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer aangenomen en beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de WOO. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (WOB) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de WOO. Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) financiële middelen vrijgemaakt. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de WOO. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen.

De incidentele middelen, voor de periode 2022 tot en met 2026 een bedrag van € 25 miljoen per jaar, zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen, € 21 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42 miljoen vanaf 2026, zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de WOO, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen.

4

Coronasteunpakket Gezien de geringe bedragen worden deze niet nader toegelicht. 3 D’s in het sociaal domein Voor het onderdeel Participatie wijzigen de bedragen per gemeente in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de WSW-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente). De Wsw-verdeling vanaf 2021 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2020 en de blijfkansen voor de jaren 2021 en verder. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de bedragen per gemeente door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuw begeleiding. De drempelbedragen geven weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste budget voor de financiering van de begeleiding van één beschutte werkplek. De drempelbedragen zijn in deze circulaire geïndexeerd vanwege de loon- en prijsbijstelling en bedragen € 7.800 vanaf 2021. Aangezien het hier gaat om een integratie uitkering dient deze ook voor dat doel gereserveerd te worden. Ten aanzien van De Voogdij / 18+ wordt voor dit onderdeel tot en met uitkeringsjaar 2021 een historisch verdeelmodel gehanteerd.

In 2021 krijgt krijgt de gemeente de afrekening van het aantal zorgdagen * gemiddelde dagprijzen (Q * P) van twee jaar daarvoor ofwel in 2019. Een historisch verdeelmodel geeft jaarlijks schommelingen in de bedragen. Per 2022 wordt over gegaan naar een nieuw woonplaatsbeginsel: de voogdijregeling wordt afgeschaft en de gemeente wordt verantwoordelijk voor de kinderen die uit de eigen gemeente ter behandeling worden doorgezonden. Het gaat landelijk om naar schatting 20.000 jongeren die over gaan. Met het nieuwe woonplaatsbeginsel worden 2 compensatieregelingen in het leven geroepen: -

Gemeenten die in 2022 nadeel ondervinden van de vervallen T-2-systematiek Gemeenten die in 2022 en 2023 kosten moeten maken voor jongeren waar geen financieel verantwoordelijke voor is aan te wijzen. In 2023 komt geen afrekening over 2021 en in 2024 evenmin een afrekening over 2022. Wel komt er een compensatieregeling voor nadeelgemeenten, de bedragen zijn nog niet bekend.

De Voogdij 18+ maakt ook onderdeel uit van de totale herverdeling van het gemeentefonds. Daarom wordt geadviseerd om hier tegenover een stelpost te zetten voor het zelfde bedrag. Dit in afwachting van de totale uitkomsten van de herverdeling van het gemeentefonds.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10316856/1