Inwoner - Notitie t b v fractievergadering - heroverweging principebesluit Beerzerweg 36 (rood voor rood) (AVG)
Tekst van het document
Notitie t.b.v.
fractievergadering heroverweging principebesluit Beerzerweg 36 (rood-voor-rood)
-
-
versie 01 d.d. 24-04-2026
Locatie:
Beerzerweg 36, Beerze
Initiatief:
Toevoeging
Initiatiefnemers:
(geanonimiseerd)
Doel
Deze
van
deze notitie:
van
één
compensatiewoning
notitie dient ter
het verzoek
op bestaand
erf
(geanonimiseerd)
en
aan
door toetsing
toelichting aan de gemeenteraad en ter onderbouwing van college om het negatieve principebesluit te heroverwegen het vastgestelde Rood-voor-Rood-beleid.
het
aan
Dossiergegevens Adres initiatief:
Beerzerweg 36, 7736 PJ Beerze
(geanonimiseerd)
1.
(geanonimiseerd)
Inleiding
Voorliggende notitie betreft een verzoek tot heroverweging van het door het college genomen negatieve principebesluit ten aanzien van het initiatief voor een compensatiewoning op het perceel Beerzerweg 36 te Beerze, op basis van de Rood-voor-Rood-regeling. Het verzoek
is niet
uit het dossier
ingegeven door
een
principieel verschil
van
inzicht, maar
door de constatering dat
blijkt dat:
het initiatief
ruimtelijk en beleidsmatig inpasbaar is; er geen sprake is van een wettelijke of planologische belemmering; en de afwijzing primair berust op een bestuurlijke beleidsinterpretatie vanzelfsprekend of dwingend is.
e
e
e
Mede
gezien de positieve adviezen
van
de provincie
die de
gemeentelijke beleidsregels expliciet bieden principebesluit opnieuw te bezien.
2.
Doelstelling
Doel
van
deze
notitie
die niet
Overijssel en Het Oversticht, alsmede voor maatwerk, wordt verzocht het
de ruimte
is om:
e
inzichtelijk te
maken op welke
e
telaten zien dat deze
gronden
gronden
het
geen harde
huidige negatieve principebesluit
is genomen;
uitsluitingscriteria
het
vormen
binnen
geldende
beleid; e
_en een
juridisch en bestuurlijk houdbaar alternatief aan te reiken waarmee het initiatief alsnog positief kan benaderen, zonder afbreuk te doen aan beleid of
concreet,
college het kwaliteit. Deze
notitie
toepassing
3.
van
daarmee
bestaand
van
het
expliciet geen beleidswijziging,
maar
een
zorgvuldige
en
consistente
beleid.
Beoordeling
3.1 Kern Uit de
beoogt
en
oplossingsrichting
huidige principebesluit
correspondentie met de gemeente volgt dat de kern van de afwijzing is gelegen standpunt dat een compensatiewoning uitsluitend kan worden gerealiseerd:
in het
op de slooplocatie ,
of in / aan de rand van een kern of buurtschap , en dat Beerzerweg 36 volgens
het college als “solitair gelegen woonerf” wordt aangemerkt.
Daarbij is van belang dat hiermee niet wordt gesteld dat: sprake is van milieutechnische belemmeringen ; landschappelijke aantasting ; strijd met provinciaal beleid ; of strijd met wet- en regelgeving. De afwijzing betreft daarmee geen juridisch noodzakelijke weigering , maar een interpretatie van het
locatiecriterium binnen het VAB-/Rood-voor-Rood-beleid. Juist bij een dergelijke interpretatie rust op het college de plicht om deze keuze:
objectief , consistent , en navolgbaar te motiveren.
3. 2 Ruimte binnen de gemeentelijke beleidsregels De geldende Beleidsregels Rood voor Rood gemeente Ommen kennen geen absoluut locatieverbod , maar een hoofdregel met beoordelingsruimte. In artikel 6 is bepaald:
“Tenzij die locatie om milieu , landschappelijke en/of andere redenen daarvoor niet geschikt is , wordt de compensatiewoning gerealiseerd op de slooplocatie , dan wel op een locatie in een kern of buurtschap dan wel aan de rand van een kern of buurtschap. ” De formulering “tenzij” en “dan wel” maakt duidelijk dat:
sprake is van een voorkeursvolgorde ; en niet van een limitatieve opsomming
of harde grens.
Het beleid formuleert hiervoor geen nadere harde afstands- of begrenzingscriteria , waardoor de toepassing in dit geval navolgbaar moet aansluiten bij de beleidsdoelstelling en eerdere toepassingen. Voorts bevat artikel 10 van dezelfde beleidsregels een expliciete maatwerkmogelijkheid:
“Indien vanwege locatie specifieke omstandigheden of wensen in alle redelijkheid niet kan worden voldaan aan een of meer voorwaarden uit deze regeling , kan daarvan onder omstandigheden worden afgeweken (maatwerk). ” Ook het geldende beleid zelf laat daarmee ruimte voor een positieve benadering onder voorwaarden.
3. 3 Adviezen van provincie en landschapsdeskundigen Van bijzonder belang is dat de gemeente zelf externe deskundigen heeft betrokken bij de
beoordeling van dit initiatief.
Provincie Overijssel heeft aangegeven zich te kunnen vinden in de beoordeling , met daarbij expliciet de nuancering dat een opening wordt gezien indien de compensatiewoning onderdeel vormt van het bestaande erf. Het Oversticht (ervenconsulent) heeft bevestigd dat een zelfstandig , los vormgegeven woning niet wenselijk is , maar dat een compensatiewoning die onderdeel uitmaakt van het erf , beleidsmatig bespreekbaar is , mits wordt voldaan aan de Rood-voor-Rood-regeling. Het ingediende erfinrichtingsplan is juist opgesteld om aan deze voorwaarden tegemoet te komen en
beoogt: geen
solitaire woning in het open landschap ;
maar een versterking en afronding van
het erf met landschappelijke inpassing.
Een blijvende afwijzing ondanks deze adviezen vraagt om een zwaarwegende motivering , die thans
ontbreekt.
3. 4 Consistentie met eerdere besluiten In het dossier is bovendien vastgelegd dat binnen de gemeente Ommen eerder vergelijkbare ontwikkelingen zijn toegestaan waarbij compensatiewoningen: niet op de slooplocatie lagen ; maar zijn gerealiseerd naast bestaande erven
(onder meer Varsenerweg 6 , Stouwdijk ong. & Bergweg 16 , Westerweg nabij 52. Deze voorbeelden zijn aangedragen in de dossiercorrespondentie en relevant als vergelijkingsmateriaal bij de beoordeling van het locatiecriterium). Uit de bijgevoegde afstandsbepaling blijkt dat de locatie Beerzerweg 36 op vergelijkbare , en in sommige gevallen geringere , afstand van de bebouwde kom Mariënberg ligt dan eerdere toegestane
Rood-voor-Rood-locaties. Indien Beerzerweg 36 desondanks categorisch wordt afgewezen , is het bestuurlijk noodzakelijk om concreet te onderbouwen: waarin deze locatie wezenlijk verschilt van genoemde precedentgevallen ; en waarom
het locatiecriterium hier strikter wordt toegepast.
Zonder deze onderbouwing ontstaat spanning met het gelijkheidsbeginsel en met de vereisten van zorgvuldige besluitvorming.
3. 5 Oplossingsrichting: heroverweging
en
toetsing aan het vastgestelde beleidskader
Gelet op het voorgaande ligt een bestuurlijk en juridisch houdbare oplossingsrichting voor de hand: het negatieve principebesluit wordt heropend en het initiatief wordt opnieuw beoordeeld aan de hand van de vastgestelde Beleidsregels Rood voor Rood gemeente Ommen 2026 (Ter volledigheid: deze kernbepalingen (locatiecriterium ‘tenzij/dan wel’ , landschapsinrichtingsplan en maatwerk) waren ook al opgenomen in de Beleidsregels Rood voor Rood gemeente Ommen 2021 (o. a. art. 5 lid 1 , art. 7 en art. 9 lid 2) en zijn in de geactualiseerde regeling 2026 in essentie doorgezet). Het beleidskader geeft daarvoor zelf de relevante toetsingspunten: a. Locatiecriterium
(artikel 6) Het beleid bepaalt dat de compensatiewoning in beginsel op de slooplocatie wordt gerealiseerd , dan wel in een kern/buurtschap of aan de rand daarvan. Letterlijk:
“Tenzij die locatie om milieu , landschappelijke en/of andere redenen daarvoor niet geschikt is , wordt de compensatiewoning gerealiseerd op de slooplocatie , dan wel op een locatie in een kern of buurtschap dan wel aan de rand van een kern of buurtschap. ” Naar onze overtuiging volgt uit artikel 6 van de Beleidsregels Rood-voor-Rood dat Beerzerweg 36 , bezien in samenhang met het bestaande erf en de ligging ten opzichte van Mariënberg , binnen het
locatiecriterium kan worden gebracht. b. Inpassing en borging omgevingskwaliteit (artikel 8) Het beleid verlangt dat de compensatiewoning zorgvuldig wordt ingepast en dat hiervoor een landschapsinrichtingsplan wordt overgelegd. Letterlijk: “Er dient een landschapsinrichtingsplan te worden overgelegd waaruit blijkt hoe de architectonische en landschappelijke inpassing vorm zal worden gegeven. ” Het ingediende erfinrichtingsplan is opgesteld juist met het oog op deze beleidsvereiste inpassing en
borging. c. Inzet van sloopmeters
elders (artikel 4 lid 3) Het beleid staat expliciet toe dat , wanneer op de slooplocatie onvoldoende sloopmeters aanwezig zijn , sloopmeters van elders in het buitengebied van Ommen kunnen worden ingezet. Letterlijk: “Indien op de slooplocatie onvoldoende sloopmeters aanwezig zijn om te voldoen aan het eerste en/of tweede lid , mag ook het oppervlak van elders in het buitengebied van de gemeente Ommen te slopen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing worden ingezet. ” Dit sluit aan bij de opzet van het initiatief (RvR-meters uit Ommen inzetten op een locatie waar herbouw elders niet wenselijk is).
d. Maatwerk (artikel 10) Voor zover het college meent dat in dit concrete geval niet volledig aan een onderdeel van het beleidskader kan worden voldaan , biedt het beleid expliciet de mogelijkheid tot maatwerk. Letterlijk: “Indien vanwege locatie specifieke omstandigheden of wensen in alle redelijkheid niet kan worden voldaan aan een of meer voorwaarden uit deze regeling , kan daarvan onder omstandigheden worden afgeweken (maatwerk). ” Tot slot geldt dat de gemeente in dit dossier zelf heeft teruggekoppeld dat provincie en ervenconsulent ruimte zien wanneer de compensatiewoning als onderdeel van het bestaande erf wordt vormgegeven. Dat uitgangspunt is verwerkt in het erfinrichtingsplan en vormt daarmee een relevante invulling van de beleidsmatige toets op inpassing (artikel 8) en locatie-inpassing (artikel 6).
Hoewel het Rood-voor-Rood-beleid geen afstandsnorm hanteert voor het begrip “rand van een kern of buurtschap” , blijkt uit eerdere besluiten dat de afstand tot de kern in vergelijkbare gevallen ruimer is geïnterpreteerd dan bij Beerzerweg 36. De bijgevoegde afstandsbepalingen laten zien dat locaties die verder van de bebouwde kom zijn gelegen dan Beerzerweg 36 , desondanks als passend binnen het beleid zijn beoordeeld. Dit onderstreept dat de kwalificatie “solitair gelegen” in dit geval niet eenduidig uit het beleid volgt en daarmee inzet is van bestuurlijke beoordelingsruimte. Daarmee is de toevoeging van een compensatiewoning op Beerzerweg 36 beleidsmatig mogelijk
binnen het vastgestelde kader.
4. Conclusie heroverweging in relatie tot vastgestelde beleidsregels Op basis van de vastgestelde Beleidsregels Rood voor Rood gemeente Ommen kan worden geconcludeerd dat het toevoegen van een compensatiewoning op het perceel Beerzerweg 36 beleidsmatig mogelijk is. Het geldende beleid sluit deze locatie niet uit , maar werkt met een beoordelingskader waarin het locatiecriterium (artikel 6) ruimte laat voor situering aan de rand van een kern of buurtschap , zonder dat daarvoor harde afstands- of begrenzingscriteria zijn vastgelegd. In samenhang met het bestaande erf en de ligging ten opzichte van Mariënberg kan Beerzerweg 36 onder dit criterium worden gebracht. Het beleid borgt ruimtelijke kwaliteit niet door uitsluiting van dergelijke locaties , maar door eisen te stellen aan erfgerichte en landschappelijke inpassing (artikel 8). Dat de compensatiewoning geen solitaire woning mag zijn en onderdeel moet vormen van een erf is daarmee geen belemmering , maar juist de expliciete beleidsroute waarlangs toevoeging mogelijk wordt gemaakt. Het ingediende
erfinrichtingsplan geeft hier rechtstreeks invulling aan. Daarnaast staat het beleid expliciet toe dat sloopmeters van elders binnen de gemeente Ommen worden ingezet (artikel 4 lid 3) , waardoor herbouw op een zorgvuldig ingepaste locatie beleidsmatig
kan plaatsvinden. Voor zover nodig biedt artikel 10 een aanvullend vangnet voor maatwerk , zonder dat dit afdoet aan de toepasbaarheid van het reguliere beleidskader. Alles overziend volgt uit het vastgestelde beleid zelf dat een positief principebesluit voor een compensatiewoning op Beerzerweg 36 binnen de beleidskaders mogelijk is , mits beoordeeld en gemotiveerd overeenkomstig de bestaande artikelen 4 , 6 , 8 en 10. Afwijzing kan daarmee niet worden gebaseerd op een ontbreken van beleidsruimte , maar zou uitsluitend vergen dat expliciet en gemotiveerd wordt afgeweken van het vastgestelde beleid. Uiteraard geldt daarbij , conform de slotbepaling van de beleidsregels , dat het initiatief tevens aan overige toepasselijke wettelijke en beleidskaders moet voldoen. De bovenstaande analyse vormt de basis voor onderstaande duiding richting fracties en het
gevraagde vervolg.
5. Betekenis voor de fractie en vervolg Deze notitie is opgesteld ter ondersteuning van de fractiegesprekken en is niet bedoeld als formeel raadsvoorstel. Met deze notitie beogen initiatiefnemers inzicht te geven in de beleidsmatige ruimte binnen het vastgestelde Rood-voor-Rood-beleid en de wijze waarop dit initiatief daarbinnen kan
worden beoordeeld. Vanuit fracties kan deze informatie worden gebruikt om het gesprek met het college te voeren over de motivering van het negatieve principebesluit en de vraag of heroverweging , binnen het bestaande beleidskader , wenselijk en verdedigbaar is.
Initiatiefnemers vragen nadrukkelijk geen beleidswijziging , maar een consistente en navolgbare toepassing van het vastgestelde beleid op dit concrete geval.
6. Verzoek Initiatiefnemers vragen het college het negatieve principebesluit voor het initiatief Beerzerweg 36 te heroverwegen door het initiatief opnieuw te toetsen aan de vastgestelde Beleidsregels Rood-voor-Rood gemeente Ommen 2026 , met een expliciete en navolgbare motivering , waarbij in elk geval wordt getoetst aan: 1.
Artikel 6 (locatiecriterium): toepassing van het criterium ‘slooplocatie dan wel kern/buurtschap dan wel rand kern/buurtschap’ op Beerzerweg 36 , met een gemotiveerde , navolgbare onderbouwing van de uitkomst.
2.
Artikel 8 (inpassing/landschapsinrichtingsplan): beoordeling van het aangeleverde erfinrichtingsplan als invulling van de vereiste architectonische en landschappelijke inpassing en borging.
3.
Artikel 4 lid 3 (sloopmeters elders): expliciete beoordeling van de inzet van sloopmeters elders binnen Ommen zoals het beleid toestaat.
4.
Artikel 10 (maatwerk): voor zover het college van oordeel is dat niet volledig aan een onderdeel kan worden voldaan , beoordeling of maatwerk passend is binnen de beleidsregels.
Initiatiefnemers vragen het college vervolgens een nieuw principebesluit te nemen dat expliciet laat zien hoe deze beleidsartikelen op dit initiatief zijn toegepast.
7. Bijlagen De bijlagen zijn bedoeld ter illustratie en onderbouwing van de beleidsmatige analyse. Bijlage 1
Afstand compensatie woning Beerzerweg 36 tot bebouwde kom Mariënberg.
Bijlage 2
Afstand Stouwdijk 2A tot bebouwde kom Mariënberg.
Bijlage 3
Erfinrichtingsplan.
Bijlage 4
Erfinrichtingsimpressie.