Inspreek notitie Fam Ningbers 29 januari 2026 TAM omgevingsplan Varsenerweg 5a Ommen
Tekst van het document
Inspreek notitie gemeente Ommen 29 januari 2026 TAM omgevingsplan Varsenerweg 5a Ommen Michiel Harmsen, namens de familie Ningbers. Geachte commissie leden, dank voor de ons geboden mogelijkheid tot inspreken in deze vergadering en daarmee de mogelijkheid tot het nader toelichten van onze punten. Algemeen: Door het indienen van onze zienswijze vragen wij aandacht voor de voor ons belangrijke punten in dit plan: dat is dat de historische zichtlijn wordt gehandhaafd, dat op het plan de juiste regelgeving wordt toegepast en dat onze bedrijfsvoering nu en in de toekomst niet beperkt word. Bij dit soort plannen kunnen er tegenstrijdige belangen zijn. Natuurlijk zien ook wij het belang van initiatiefnemers om het bedrijf wat ze hadden en helaas door brand verwoest is kosten technisch goed te kunnen beëindigen. We gunnen hen dan ook een goede oplossing. Wij hechten ook waarde aan het in stand houden van de goede verhoudingen in de buurtschap, dat hebben we ook getoond door de inhoud van onze Zienswijze vooraf te bespreken met de initiatiefnemer. Echter we zijn ook van mening dat het in stand houden van die goede verhoudingen en het komen tot een goede oplossing van meerdere kanten moet komen. Hierna zal ik onze zienswijze punt voor punt toelichten. 1
Zichtlijn
Voor ons woongenot is van belang dat de historische zichtlijn wordt gehandhaafd. In de richtlijnen voor deze plannen is opgenomen dat initiatiefnemer overleg moet voeren om draagvlak voor de plannen te creëren. Dat overleg over de zichtlijn is geweest en initiatiefnemer heeft toegezegd rekening te houden met onze belangen. Twee maatregelen zijn getroffen om de zichtlijn open te houden, echter door in het plan de mogelijkheid te laten om de zichtlijn als nog te belemmeren is dit naar ons idee een wassen neus geworden. Te meer omdat de adviseur van initiatiefnemer in een mail bevestigd dat ze de hoogte van de heggen hebben weggehaald Zodat ze kunnen voldoen aan een doorzicht over een lage gemengde haag. Natuurlijk heeft initiatiefnemer ook een eigen belang in het her ontwikkelen van het perceel, dat begrijpen wij maar al te goed. We vragen ook niet om een maximale beplanting/heg hoogte in te voeren voor het gehele perceel, alleen voor de bestaande zichtlijn, wat maar een beperkt gebied van het gehele perceel bestrijkt. Dat een maximale hoogte niet handhaafbaar is bestrijden wij, juist door dit op te nemen is het voor toekomstige bewoners duidelijk wat de mogelijkheden zijn. Indien noodzakelijk geeft het ons juist de mogelijkheden om dan juridische stappen te nemen, alhoewel we natuurlijk hopen dat het zover niet komt.
Dat het Oversticht positief heeft geadviseerd zegt wel iets maar niet alles. Waarschijnlijk is het in stand houden van bestaande historische zichtlijnen niet besproken met hen zodat het positief adviseren over het plan niet automatisch betekent dat het niet in stand houden van de bestaande historisch zichtlijn als positief wordt bevonden. Dat er geen recht op blijvend uitzicht bestaat kan zo zijn, echter zoals eerder gezegd is het scheppen van verwachtingen op een blijvende zichtlijn, maar hier niet aan voldoen niet echt een goede wijze om maatschappelijk draagvlak te krijgen dan wel de verhoudingen goed te houden. Daarbij is het in stand houden van een historische zichtlijn niet alleen belangrijk voor ons woongenot maar ook voor het in stand houden van een cultuurhistorische situatie die wellicht al 100 jaar bestaat. Ons verzoek is dan ook een maximale beplantingshoogte van b.v. 1 meter in te stellen en deze te beperken tot de zichtlijn. 2
Het Rood voor Rood beleid
Ons belang bij het niet toestaan van drie compensatie woningen is dat het bij twee woningen eenvoudiger is om de door ons gewenst zichtlijn te behouden. De bestaande Rood voor Rood regeling laat maximaal 2 compensatiewoningen toe. De gemeente heeft op grond van de artikel 10 (Afwijkingsmogelijkheid voor andere invulling en hardheidsclausule) de mogelijkheid om maatwerk te leveren. In de Toelichting hierop staat: Toch is het op voorhand niet uit te sluiten dat zich een situatie voordoet die anders is dan de situaties waarin de Beleidsregels concreet voorzien (compensatiewoning, alternatieve woonvormen of andere functies uit bijlage 1. Hierin zijn o.a. genoemd Niet-agrarische bedrijven en agrarische hulpbedrijven, recreatiebedrijven en Overige dienstverlening,. Kortom, we praten bij het in roepen van de hardheidsclausule NIET over een compensatiewoning, de voorwaarden daarvoor zijn immers duidelijk omschreven in de beleidsregels. In een verder toelichting op de beleidsregels worden een aantal voorbeelden genoemd welke zouden kunnen leiden tot het afwijken van de beleidsregels. Het zou te ver voeren deze voorbeelden hier allemaal te benoemen maar uit de aard en strekking van de voorbeelden komt duidelijk naar voren dat de wens tot het simpelweg bouwen van een extra compensatiewoning niet tot de afwijkingsmogelijkheden behoort.
De gemeente beroept zich wel op deze hardheidsclausule. Dat er met dit plan wordt voldaan aan het provinciale KGO beleid kan dan wel zo zijn, het is in strijd met de eigen Rood voor Rood beleidsregels zoals deze voor de gemeente Ommen gelden. Dit is onze ogen onterecht en het plan zou om deze reden uit maximaal twee compensatie woningen mogen bestaan. 3
Omzetten bedrijfswoning naar normale woonfunctie De in het plan opgenomen wijziging kan ons op termijn hinderen in de bedrijfsvoering, wij vinden dat hiervoor een oplossing moet komen. Op basis van vaste jurisprudentie blijkt dat bij het omzetten van bedrijfswoning naar een burgerwoning ook altijd gekeken moet worden of er sprake is van een goed woon en leefklimaat. Dit omdat bedrijfswoningen, zeker in agrarische gebied, niet alleen met hun eigen bedrijf, maar ook met die van anderen te maken hebben. Dit is ook onderkent omdat in de Inleiding van de Toelichting melding wordt gemaakt van een noodzakelijke verdere onderbouwing van dit plan. Dit is niet gebeurd. Overigens is de omzetting van bedrijfswoning naar burgerwoning ook nooit met ons besproken. Als dit wel gebeurd was, zou er wellicht al een oplossing voor dit probleem zijn geweest. De woning staat op ongeveer 47 meter van het emmisiepunt van een van onze schuren. Dit is een bestaande situatie en de bedrijfswoning is door een wetsaanpassing binnen de geurcontour komen te vallen. De minimale afstand ten tijde van de bouw van het woonhuis was 25 meter. De nieuwe regel is 50 m, die voor ons ongemerkt is ontstaan, en zou, als dit op deze wijze wordt doorgevoerd, belemmeringen kunnen opleveren voor ons bedrijfsactiviteiten.
Wij zien echter wel een oplossing: Het is mogelijk voor een gemeente om aftewijken van deze 50 meter grens tot zelfs weer 25 meter. Dat is iets wat voor ons niet hoeft. Als de gemeente mee zou willen werken aan het aanpassen van de geurcontour tot 45 m zal er een legale situatie ontstaan
waardoor onze bedrijfsvoering geen hinder ondervind van de omzetting van bedrijfswoning naar normale woon functie Het is niet dat wij verwachten dat de huidige bewoners dan ook enig vorm klachten zullen indienen, zij kennen het leven op het platteland, hebben zelf ook een agrarische achtergrond, en weten dat geur nu eenmaal bij wonen op het platteland hoort. Maar zoals we allemaal weten kunnen situaties snel veranderen waardoor nieuwe bewoners die minder affiniteit met het platteland hebben wel zouden kunnen gaan klagen. Een aanpassing van de geurcontour kan dit voorkomen. Daarom het verzoek om de geurcontour aan te passen naar 45 meter zodat onze bedrijfsvoering niet geschaad wordt.
N.B. Er staat in de Boerderij, maandblad voor de agrarische sector van januari 2026 een vraag en antwoord over dit onderwerp waarin de mogelijkheden op afwijken die een gemeente hierin heeft ook wordt toegelicht.