Inspraakreactie dhr Prenger vakantieparken
Tekst van het document
Inspreken Raadscommissie op “Afwegingskader Vakantieparken Ommen” Datum: 20 mei 2021 Via MS Teams (link volgt in mail van griffier René Tenkink) Intro Geachte voorzitter, geachte commissieleden, Ik ben Bé Prenger, woon aan de Wolfskuillaan, direct grenzend aan ’t Reggehuus. Ik vertegenwoordig een aantal bewoners van de buurt rond het park. 1) Ik vraag uw aandacht voor de ernstige en voortdurende overlast voor de buren, veroorzaakt door de short-stay-bewoners van ’t Reggehuus’. ’t Reggehuus lijkt het park dat het meest onbesproken en weggestopt zit in uw ‘Afwegingskader’. 2) Ik vestig uw aandacht op de ‘brandbrief’ van Wilma Sturries en Erna Prenger, verstuurd op 12 februari. Ondanks toezeggingen laat de beantwoording van hun vragen nog steeds op zich wachten. Op 13 mei hebben zij een herinneringsbrief verstuurd. Zowel de ‘brandbrief’ als de herinnering zijn ook gestuurd aan de raadsleden. Wij hebben beide niet formeel als ingekomen stuk teruggevonden. 3) De gemeente gaat ons nu waarschijnlijk weer in de steek laten door te proberen weg te komen met een ‘Afwegingskader Vakantieparken Ommen’. Dat is onacceptabel. Wij wonen niet in een afwegingskader, maar in een buurt waarbij sommige bewoners al 15 jaar de overlast ervaren.
Als de gemeente echt voor haar burgers zorgt, komt er nog dit jaar een definitieve oplossing, maar zonder gedogen van een alternatieve bestemming voor ’t Reggehuus. Tekst Wij als buurtbewoners zijn het zat voortdurend aan het lijntje te worden gehouden door de gemeente. Er gebeurt van alles op het park, wat de buitenwereld niet mag weten. De registratie in het kader van de wet BRP wordt in Ommen niet uitgevoerd. Er worden gesprekken gevoerd met de parkeigenaar en de exploitanten van het park, waarbij voortdurend een ‘blauwe-ogen-garantie’ wordt afgegeven. Maar als buurtbewoners hebben wij daar niets aan. Ons probleem gaat niet opgelost worden. Wij worden niet eens op de hoogte gehouden of gevraagd mee te denken of te participeren in oplossingen. De gemeente laat de bewoners van de Wolfskuil in de steek en de direct aanwonenden, die de ernstige overlast dagelijks ervaren, in het bijzonder. De volgende truc van de gemeente wordt nu het wapperen met het ‘Afwegingskader Vakantieparken Ommen’, zodat ze weer niet hoeven door te pakken. ’t Reggehuus was ooit een vakantiepark. Sinds 2006 wordt het gebruikt voor huisvesting van ‘arbeidsmigranten’ en wordt deze bestemming gedoogd door de gemeente Ommen. Het blijkt de enige manier om het rendabel te maken. Waarschijnlijk is deze oplossing voor de parkeigenaren en de huurders, voorheen Adecco en nu Otto, zelfs zeer rendabel.
Het gaat hierbij om zogenaamde ‘short-stay-huisvesting’. Deze mensen zijn inmiddels onmisbaar voor onze economie en werken meestal hard en lang, vooral in ploegendiensten. Ook deze mensen hebben huisvesting nodig. En, naar analogie van het boek van Rutger Bregman, de meeste mensen deugen. Dit was ons startpunt, toen wij in 2014 hier kwamen wonen. Maar inmiddels zijn wij teleurgesteld en boos. Ons incasseringsvermogen is ruim overschreden. Wij pikken het niet langer, dat de gemeente deze vorm van parkexploitatie goed vindt en ondersteunt. En wij gaan niet langer wachten, omdat er een mooi afwegingskader komt.
Wij hebben als buurtbewoners eerst de informele routes geprobeerd en zelfs burgemeester Vroomen enkele jaren geleden met een kop koffie erbij op de problematiek gewezen. Geen resultaat. Tot onze verbazing wordt ’t Reggehuus zelfs als goed voorbeeld genoemd in een het provinciale onderzoek naar de vitaliteit van vakantieparken in Overijssel. En dat terwijl onze burgemeester juist in de provinciale stuurgroep zit, nauw betrokken is bij het ‘expertisecentrum’ en zelfs kwartiermaker is voor Overijssel. Juist hij zou toch beter moeten weten en geen goede sier moeten willen maken met feiten die niet kloppen. Wij hebben heel veel meldingen gedaan bij de politie, op hun verzoek. Wij zijn op óns initiatief meerdere keren in gesprek geweest met de parkeigenaren, de beheerder en de exploitanten van het park. Maar het dealen van drugs rond het park, de geluidsoverlast, de rommel in de berm en onze tuinen, het onuitgenodigd in onze tuinen komen, veel te hard door de straten rijden, enz., enz. is geen reden geweest voor de burgemeester om te handhaven op zijn terrein, orde en veiligheid. Inmiddels leggen wij een eigen rapportage aan, schriftelijk, met foto’s en met video’s. Wij hebben extra hekken om onze tuin gemaakt en verrekijkers aangeschaft, omdat de politie kentekennummers wil hebben.
Wij zijn geen politieagenten, maar moeten wij met het bewijs komen dat er rond het park van alles gebeurd wat volgens de wet niet mag? Of wil de gemeente wachten tot er weer iemand aan een overdosis bezwijkt of er iemand flipt op zijn pillen of shot en de buurt intrekt? Wij zijn dus nu formeel in gesprek met de gemeente, met B&W. In de brandbrief van 12 februari staan 3 simpele vragen waar de gemeente een antwoord op moet geven. Dat hebben zij ook bij herhaling toegezegd. Er is nu meer dan 3 maanden nagedacht over deze antwoorden, die wij nog niet hebben gezien. In het gesprek van Wilma en Erna met burgemeester Vroomen en wethouder Bongers bleek niet bepaald, dat door de gemeente de urgentie van de problematiek begrepen werd, laat staan meegevoeld met de eigen burgers. De gemeente houdt ons ook niet op de hoogte van dit ‘Afwegingskader’ en het feit dat dit in de Raadscommissie komt en op 3 juni in de raad vastgesteld gaat worden. Dat wij dit zelf moeten ontdekken, is niet best voor onze vertrouwensrelatie. Inmiddels begint de pers ’t Reggehuus ook interessant te vinden. In de Stentor van 11 mei staat een artikel wat er arbeidsrechtelijk mis is met de doelgroep van ’t Reggehuus. Journalisten blijken niet erg welkom op de door hen als ‘polencamping’ betitelde recreatievoorziening. In de krappe en veelal vervallen bungalows wonen 4 á 5 mensen samen.
En de geïnterviewde Polen blijken bang om te praten. Zij zijn de speelbal van de uitzendorganisatie en hebben nauwelijks rechten. Zij zijn ook niet geregistreerd, terwijl zij langer, ja soms veel langer, dan 4 maanden hier verblijven en wonen. Afgelopen zaterdag volgde een heel artikel in de Volkskrant. Nieuwe bevestigingen van wat er mis is. Van corona-preventie is geen sprake ondanks alle mooie stickers van 1,5 meter. Eergisteren zag ik er nog 8 mensen uit 1 busje stappen, zonder mondkapjes op, en naar verschillende huisjes lopen. Maar geldt dit afwegingskader wel voor ’t Reggehuus? Kan dit in alle redelijkheid wel van de buurt gevraagd worden? Het Reggehuus moet een uitzonderingspositie hebben ten opzichte van de overige recreatieparken, omdat • • •
Het park zich niet in het buitengebied bevindt, maar juist binnen de bebouwde kom, zelfs midden in de woonwijk. Huisvesting van arbeidsmigranten als 'bijzondere vorm van wonen' niet midden in een woonwijk past (criminele activiteiten, overlast, onverenigbaarheid van levensritmes, enz.). Op het park zijn 'nul komma nul' voorzieningen die een recreatieve bestemming mogelijk maken.
• • • •
Alleen voor arbeidsmigranten is het park als woonvoorziening acceptabel en alleen deze doelgroep maakt het park winstgevend. Het gedogen van een alternatief gebruik zou maximaal 10 jaar mogen duren. Het gebruik van tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten speelt al sinds 2006! In deze periode hebben de parkeigenaren dus al voldoende verdiend om op eigen kosten naar een definitieve en alternatieve bestemming te transformeren. Op het park vindt geen registratie plaats volgens de wet BRP. 'Door middel van controles en handhavingsverzoeken zal de gemeente moeten handhaven' (antwoord op vraag 28). Maar omdat dit niet gebeurt, is er dus alle ruimte om van ‘t Reggehuus een interessant onderdeel van 'het criminele waterbed voor de regio’ te maken.
Maar de belangrijkste reden is, dat de bewoners van de Wolfskuil geen geduld meer hebben en de overlast zat zijn. Wij willen niet met een afwegingskader als kluitje het riet ingestuurd worden. Genoeg is genoeg. De gemeente staat voor haar burgers. Dat is wat wij nu willen ervaren!
Onze vragen 1) In het raadsvoorstel staat een achtste park genoemd, met een uitzonderingspositie. Is dit ’t Reggehuus? 2) Waarom wordt ’t Reggehuus nooit bij naam genoemd, terwijl haar situatie niet te vergelijken is met de andere parken? 3) Is de gemeente bereid om het gedogen van bedrijfsmatige en lucratieve verhuur aan arbeidsmigranten en uitzendbureaus te stoppen als deze structureel overlast veroorzaakt voor de buurtbewoners en de leef- en woonomstandigheden op het park onwettelijk, onwenselijk en onacceptabel zijn? 4) Gaat de gemeente nu ons probleem oplossen of gaat zij zich verschuilen achter het ‘Afwegingskader’ en ons geduld nog langer op de proef stellen en onze veiligheid in gevaar brengen? Dank voor uw aandacht.