Bijlage 5 bij Toelichting - Quickscan Natuurwaardenonderzoek
Tekst van het document
1
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 7685 PX, Beerzerveld
E.J. Ruiter
2
Alcedo Natuurprojecten heeft dit rapport opgesteld in opdracht van BJZ.nu. Daarmee is dit rapport eigendom van bovengenoemde opdrachtgever. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldig en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie, of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Alcedo Natuurprojecten. Het is ook niet toegestaan dit rapport zonder toestemming te gebruiken voor enig ander werk dan waarvoor dit product is ontwikkeld. Alcedo Natuurprojecten is niet aansprakelijk voor gevolgschade of schade welke voortvloeit uit toepassingen van resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Alcedo Natuurprojecten; opdrachtgever vrijwaart Alcedo Natuurprojecten van aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
Colofon Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 7685 PX, Beerzerveld Auteur:
Evert Ruiter
Opdrachtgever:
BJZ.nu Twentepoort 16a 7609 RG Almelo
Contactpersoon:
Simone van Capelle, simone@bjz.nu
Opdrachtnemer:
Alcedo Natuurprojecten Cornelis Houtmanstraat 10 8023 EA Zwolle
Contactpersoon:
Evert Ruiter, info@alcedo-natuurprojecten.nl
Uitvoer onderzoek:
Evert Ruiter
Projectcode:
2020 - 025
Rapportcode:
2020 - 018
Datum:
16 april 2020
Status:
Definitief
Te citeren als: Ruiter E.J. 2020. Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40, Beerzerveld. Alcedo Natuurprojecten rapport 2020 - 018. In opdracht van: BJZ.nu
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
3
Inhoud 1.
Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Doel 1.3. Leeswijzer 2. Onderzoeksmethode 2.1. Algemene opzet en werkwijze 2.2. Bronnenonderzoek 2.3. Oriënterend terreinbezoek 2.4. Volledigheid van het onderzoek 2.5. Verantwoording 3. Wettelijk kader 3.1. Algemeen 3.2. Doelstelling van de Wnb 3.3. Welke soorten worden beschermd 3.4. Zorgplicht 3.5. De verbodsbepalingen 3.6. Beschermingsregimes 3.7. Natuur Netwerk Nederland 3.8. Natura 2000 4. Beschrijving locatie en ingreep 4.1. Beschrijving locatie 4.2. Beschrijving ingreep 5. Resultaten 5.1. Veldbezoek 5.2. Flora 5.3. Grondgebonden zoogdieren 5.4. Vleermuizen 5.5. Vogels 5.6. Amfibieën, reptielen en vissen 5.7. Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden 6. Toetsing aan de Wnb 7. Conclusies en aanbevelingen 8. Bronvermeldingen Fotobijlage
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
`
5 5 5 6 7 7 7 7 8 8 9 9 9 9 9 9 10 11 13 16 16 17 18 18 18 18 18 19 19 19 21 22 23 24
4
1. Inleiding 1.1.
Aanleiding en vraag
Aan de Kloosterdijk 40 te Beerzerveld is Bouwbedrijf Regeling gevestigd. Op het terrein van dit bedrijf staat een voormalige boerderij. Het voornemen is om deze boerderij af te breken en ter plaatse een nieuw woonhuis te bouwen. In figuur 1 is aangegeven welk gebouw er zal worden gesloopt. De voorgenomen plannen kunnen betekenen dat er in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) beschermde diersoorten in het gedrang komen. Een onderzoek zal moeten uitwijzen of de kans bestaat dat dit ook daadwerkelijk het geval is. Daartoe is in eerste instantie het uitvoeren van een ecologische quickscan binnen de kaders van de Wnb noodzakelijk. De resultaten van de quickscan zijn vervolgens bepalend voor eventueel vervolgonderzoek. Op verzoek van BJZ.nu is daarom ter plaatse een ecologische quickscan uitgevoerd. Deze ecologische quickscan is uitgevoerd door Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle. De resultaten daarvan worden gepresenteerd in deze rapportage en zijn bepalend voor eventueel vervolgonderzoek op basis van het vleermuisprotocol 2017 en/of kennisdocumenten.
De ecologische quickscan is uitgevoerd op basis van de vraag: wat is het effect van de voorgenomen ingreep op de aanwezig flora en fauna? 5
1.2.
Doel
Het doel van het onderzoek, de ecologische quickscan, is het controleren en onderzoeken van de locatie op de aanwezigheid van middels de Wnb beschermde diersoorten en het uitbrengen van advies ten aanzien van eventuele vervolgstappen. Het uitgevoerde onderzoek is samen te vatten in zes vragen: 1. 2. 3. 4.
Welke beschermde soorten, zoals genoemd in de Wnb zijn op de locatie aanwezig? Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze beschermde soorten? Worden bij uitvoer van de voorgenomen plannen verbodsbepalingen van de Wnb overtreden? Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? 5. Is vervolgonderzoek noodzakelijk? 6. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wnb aan te vragen bij de provinciale overheid.
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
1.3.
Leeswijzer
In dit hoofdstuk is beschreven hoe dit onderzoek, het uitvoeren van ecologisch onderzoek in het kader van soort- en gebiedsbescherming, tot stand is gekomen en werd de doelstelling vertaald naar onderzoeksvragen. In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethodiek besproken. In hoofdstuk 3 wordt het wettelijk kader uiteengezet. In hoofdstuk 4 volgt een algemene beschrijving van de onderzochte locatie en de voorgenomen ingrepen. In hoofdstuk 5 volgt de synthese van de resultaten en wordt een effectentoetsing uitgevoerd op beschermde soorten in het kader van de Wnb. In hoofdstuk 6 volgt een effectentoetsing op de gebiedsbescherming Wnb. In hoofdstuk 7 volgen de conclusies en aanbevelingen met eventuele mitigerende maatregelen en wordt de eventuele noodzaak aangegeven tot vervolgonderzoek. Hierna volgen de geraadpleegde bronnen en bijlagen met een foto impressie van de onderzochte locatie.
6
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
2. Onderzoeksmethodiek 2.1.
Algemene opzet en werkwijze
Dit onderzoek betreft een quickscan. Op basis van een grondig onderzoek op locatie is een inschatting is gemaakt van de (potentiële) aanwezigheid van en mogelijke nadelige effecten op beschermde diersoorten. Deze inschatting is gemaakt op basis van parate kennis van soorten en expert judgement. Vervolgens is een inschatting gemaakt van te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. De mogelijk negatieve effecten zijn getoetst aan de Wnb.
2.2.
Bronnenonderzoek
Het bronnenonderzoek gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens. Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen zijn verspreidingsgegevens van internetmedia en diverse verspreidingsatlassen van relevante soortgroepen en (jaar)verslagen van Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO’s) geraadpleegd (zie geraadpleegde bronnen).
2.3.
Oriënterend terreinbezoek
De locatie is op 2 april 2020 bezocht. Het bezoek vond overdag plaats onder goede weercondities. Tijdens dit bezoek is op basis van de opdrachtgever aangeleverde gegevens zoveel mogelijk concrete informatie te verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten, o.a. via zicht- en gehoorwaarnemingen, sporenonderzoek, nesten, holen, uitwerpselen, enzovoorts. Ook is de wijde omgeving van het plangebied bekeken en een inschatting gemaakt van hoe dieren de locatie en het omliggende terrein kunnen gebruiken als plaats om te foerageren, er langs te trekken, er te rusten of het anderszins te benutten.
2.4.
Volledigheid van het onderzoek
Gedurende het veldonderzoek wordt een inschatting van een gebied gemaakt, maar met een dergelijk veldonderzoek is het nooit zeker dat alle aanwezige soorten ook daadwerkelijk waargenomen (kunnen) worden. Een ervaren veldbioloog kan wel een goede inschatting maken van de kans dat beschermde soorten een plangebied benutten. Dit gebeurt aan de hand van parate kennis van beschermde soorten, hun habitatvoorkeur, ecologie en op basis van vooronderzoek m.b.t. de te onderzoeken locatie. Op basis van het veldbezoek, bronnenonderzoek en eventueel overleg met de eigenaar wordt er een goede inschatting is gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten.
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
7
2.5.
Verantwoording
Het veldwerk is uitgevoerd en de rapportage geschreven door Evert Ruiter. Werkzaam vanuit Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle. Alle in het rapport gebruikte foto’s zijn gemaakt door Evert Ruiter, tenzij anders vermeld.
8
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
3. Wettelijk kader 3.1. Algemeen De bescherming van planten- en diersoorten is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming (verder te noemen Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 soorten in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. 3.2. Doelstelling van de Wnb • • •
het beschermen en ontwikkelen van de natuur; het behouden en herstellen van biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen.
De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van uw activiteiten op beschermde soorten. Heel vaak gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van soorten prima samen. Als u uw werk zo kunt inrichten dat u geen schade toebrengt aan beschermde soorten, dan hoeft u vooraf niets te regelen. Soms is het echter onvermijdelijk dat schade ontstaat aan beschermde dieren of planten. In die situaties is het nodig dat u vooraf bekijkt of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd (‘nee-tenzij’-beginsel). 3.3. Welke soorten worden beschermd? De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten: • • •
Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn; Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; Andere soorten waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
9
3.4. Zorgplicht In de Wnb is ook een zorgplicht vastgelegd. Deze plicht geldt te allen tijde en houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze plicht geldt voor iedereen en voor alle planten en dieren, beschermd of niet. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.
10
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
3.5. De verbodsbepalingen
Beschermingsregimes Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Andere soorten § 3.3 Wnb
Artikel 3.1 lid 1
Artikel 3.5 lid 1
Artikel 3.10 lid 12
Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Artikel 3.1 lid 2
Artikel 3.5 lid 4
Artikel 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Artikel 3.1 lid 3
Artikel 3.5 lid 3
Niet van toepassing
Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Het is verboden om eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Artikel 3.1 lid 4 en lid 5
Artikel 3.5 lid 2
Het is verboden vogels opzettelijk te verstoren, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Het is verboden om dieren opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing
Artikel 3.5 lid 5
Artikel 3.10 lid 1c
Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1. Overzicht bepalingen
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
11
Niet van toepassing
3.6. Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn en een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten (flora, fauna en avifauna) beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Er mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. • Er moet tegenover een afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. 3.7.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland, oftewel NNN (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden waarin de natuur (planten en dieren) voorrang heeft en derhalve wordt beschermd. Daarmee wordt voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd komen te liggen en dieren en planten uitsterven en dat de natuurgebieden zo hun waarde verliezen. De NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur en het is derhalve van belang dit netwerk te bespreken in het kader van natuurbescherming. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Sinds 1990 zijn de provincies en het Rijk druk doende met de aanleg van verbindingszones tussen verschillende natuurgebieden om zo een duurzaam, samenhangend netwerk van gebieden te creëren. De NNN heeft als doel van bestaande en nieuwe natuur een goed werkend netwerk te maken. Het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is hierbij het uitgangspunt. Net als bij de Wnb geldt hier het ‘nee-tenzij’-beginsel. Dit is 1 oktober 2012 vastgelegd in het Besluit Algemene Regelingen Ruimtelijke Ordening (BARRO).
Dit betekent dat er geen activiteiten plaats mogen vinden waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in het geding komen, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, tenzij er geen reële alternatieven zijn of tenzij negatieve effecten zo veel mogelijk beperkt worden en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
12
Rijk en provincies hebben in 2011 met elkaar afgesproken dat natuurbeheer meer een regionale verantwoordelijkheid wordt. Dat is vastgelegd in het Natuurakkoord. Als gebiedsregisseurs van het landelijke gebied zetten de provincies zich in voor een versterking van de natuur. Zij dienen de begrenzing van het NNN vast te leggen in een provinciale verordening, waar ook de regels omtrent de inhoud van en de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de realisatie, bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de beoogde natuurkwaliteit van het NNN worden beschreven. De provincies dienen hierbij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN vast te leggen. Dit zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen van het desbetreffende gebied. Per perceel worden deze doelen vaak in natuurdoeltypen en/of beheertypen vastgelegd. Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek gaat Alcedo Natuurprojecten dus ook altijd na of het plangebied binnen de begrenzingen van het NNN ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit zullen zijn. De onderzochte locatie is geen onderdeel van het Natuurwerk Nederland. De afstand tot NNN is minder dan 3 kilometer.
13
Figuur 1: Ligging van de onderzochte locatie ten opzichte van Natuurnetwerk Overijssel. Bron: Geoportaal Overijssel.
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
3.8. Natura 2000 Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek wordt ook onderzocht of het plangebied binnen de begrenzingen of directe invloedsfeer (minder dan 3 kilometer) van een N2000 gebied ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit op dat gebied zullen zijn. De onderzochte locatie ligt op minder dan 3 kilometer afstand van de grens van het dichtstbijzijnde N2000 gebied (Vecht- en beneden Reggegebied).
14
Figuur 2: Ligging van de locatie ten opzichte van Natura 2000. Bron: Arcgis.com
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
15
Figuur 2. Stroomdiagram Wnb. Bron: Ecologica. Figuur 2: Stroomdiagram soortbescherming Wnb. Bron: Ecologica
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
4. Beschrijving locatie en ingrepen 4.1.
Beschrijving locatie
De onderzochte locatie bevindt zich aan de Kloosterdijk 40 7685 PX te Beerzerveld (Gemeente Ommen). Het betreft een voormalige boerderij bestaand uit een woonhuis en een deel welke gelegen is op het terrein van Bouwbedrijf Regeling. De boerderij is opgetrokken uit een steensmuur van rode baksteen en heeft geen spouw en geen open stootvoegen. Er is sprake van twee verdiepingen met een zolder boven het woonhuis en een zolder boven de deel. Het dak is belegd met rode dakpannen en niet geïsoleerd. Het geheel verkeerd in een enigszins bouwvallige staat met hier en daar scheuren in de muren, achterstallig schilderwerk, loszittende daklijsten en kapotte ruiten. Het woonhuis wordt wel bewoond. Voor een impressie van de onderzochte locatie: zie fotobijlage.
16
Figuur 3: Ligging van de onderzochte locatie. Bron: Google Maps.
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
4.2.
Beschrijving ingreep
Het voornemen is de in figuur 4 aangegeven bebouwing te slopen. Er worden geen bomen gekapt en geen poelen of sloten gedempt. Op de plaats van de huidige boerderij zal een nieuw woonhuis worden gebouwd.
17
Figuur 4: Close up van onderzochte locatie. Deel in rood kader wordt gesloopt. Bron: Google Earth.
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
5. Resultaten In dit hoofdstuk zijn de (potentiële) aan- of afwezigheid van de onderzochte plant- en diersoorten in het onderzoeksgebied onderbouwd. De relevante soorten zijn nader toegelicht. 5.1.
Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is voor zover mogelijk een inventarisatie uitgevoerd van de beschermde soorten binnen de Wnb met de nadruk op de niet vrijgestelde beschermde soorten. In tabel 2 zijn het tijdstip en de waarnemings-condities van het uitgevoerde veldbezoek weergegeven.
Waarnemingscondities veldbezoek Datum
Begintijd
Eindtijd
Weersomstandigheden
02.04.2020
13.00 uur
14.00 uur
Wind: 32bft, bewolking 90%, circa 6 gr.C., geen regen
Tabel 2. Waarnemingscondities veldbezoek 5.2.
Flora Op de onderzochte locatie is weliswaar sprake van enige wilde plantengroei, maar het betreft hoofdzakelijk typische ‘boerenlandsoorten’ en ruigtekruiden op plaatsen waar rommelhoekjes zijn. Tijdens dit onderzoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Effectenbeoordeling: Bij de voorgenomen plannen zullen geen beschermde plantensoorten in het geding komen.
5.3.
Grondgebonden zoogdieren In en rondom de onderzochte locatie komen allerlei soorten zoogdieren voor zoals vos, steenmarter, bunzing, wezel, hermelijn, haas, egel, bruine rat, mol huismuis, bosmuis, veldmuis, rosse woelmuis, bosspitsmuis en huisspitsmuis. Al deze soorten zullen zo nu en dan in of rondom de onderzochte locatie aanwezig zijn en er mogelijk foerageren. Van bruine rat, mol, huismuis en veldmuis is de aanwezigheid vastgesteld aan de hand van sporen. Ook zijn er sporen aangetroffen van een marterachtige op de zolder van de deel van de boerderij. Het is niet duidelijke van welke soort marter. Het meest aannemelijk is een jonge steenmarter. Van alle overige soorten zijn geen vaste rust- of verblijfplaatsen aangetroffen. Effectenbeoordeling: Bij de voorgenomen plannen zullen geen vaste rustplaatsen van grondgebonden zoogdieren in het gedrang komen.
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
18
5.4.
Vleermuizen Vaste verblijfplaatsen: Op basis van deze visuele inspectie kan worden bepaalt dat de onderzochte locatie niet geschikt is als vaste verblijfplaatsen van vleermuizen. De reden hiervoor is dat er geen spouwmuren aanwezig zijn die kunnen dienen als plaats voor kraamkolonies, paarverblijfplaatsen of winterverblijfplaatsen. De locaties kunnen wel fungeren als tijdelijke verblijfplaats voor vleermuizen. Dat wil zeggen, soorten als gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis vinden er kieren en gaten waar ze overdag zouden kunnen rusten. Foerageermogelijkheden: De onderzochte locatie zal zeker fungeren als foerageerplaats voor vleermuizen die in de directe omgeving voorkomen. Daarbij wordt vooral gedacht aan soorten als gewone grootoorvleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Een belangrijke foerageerplaats wordt mede gevormd door de aanwezigheid van een grote bomen voor het woonhuis. Deze foerageerplaats zal niet of nauwelijks worden aangetast door de voorgenomen ingreep, mits deze bomen niet worden gekapt. Vliegroutes: De onderzochte locatie vormt mogelijk een onderdeel van een migratiecorridor voor vleermuizen. Bij de voorgenomen plannen zullen bestaande vliegroutes en migratiecorridors niet worden onderbroken.
Effectenbeoordeling: Bij de voorgenomen plannen zullen geen vaste verblijfplaatsen, foerageergebieden of vliegroutes van vleermuizen worden verstoord.
5.5.
Vogels Tijdens deze scan zijn in de omgeving diverse algemene vogelsoorten aangetroffen zoals kauw, vink, huismus, roodborst, tjiftjaf en groene specht. Allen soorten die passen bij een langelijke agrarische omgeving. Bij het onderzoek ging vooral de aandacht uit naar gebouw bewonende soorten. Er werden geen indicaties (nesten, uitwerpselen, braakballen) aangetroffen van recente bewoning door kerkuil, steenuil en boerenzwaluw. Wel werd wel een oud nest aangetroffen op de vliering van het woonhuis. Naar alle waarschijnlijkheid van een kauw die daar heeft genesteld omdat er een raam kapot was. Het betreffende raam is provisorisch afgedicht met plastic. Huismussen schuilen in de conifeerhaag naast de boerderij. Ten tijde van het onderzoek waren er geen zingende huismussen aanwezig. Wel werden er oude poepsporen aangetroffen langs de daklijst. Het is niet zeker of deze afkomstig zijn van huismus of spreeuw. Effectenbeoordeling: Bij de voorgenomen plannen gaan geen jaarrond nestplaatsen van vogels verloren.
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
19
5.6.
Amfibieën, reptielen en vissen Het is zeer goed mogelijk dat de rommelige omgeving rond het woonhuis fungeert als landbiotoop voor gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander. Dat landbiotoop is echter in de wijde omgeving ook ruimschoots aanwezig. Er is verder dus geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de voorgenomen plannen geen belangrijk (land)biotoop voor deze soortgroepen zal worden aangetast. Effectenbeoordeling: Ten aanzien van de voorgenomen plannen is er geen negatief te verwachten voor deze soortgroep.
5.7.
Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden Er is geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat de tijd van het jaar daarvoor niet geschikt was en op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de voorgenomen plannen geen belangrijk biotoop voor deze soortgroepen zal worden aangetast. Effectenbeoordeling: Ten aanzien van de voorgenomen plannen is er geen negatief te verwachten voor deze soortgroep.
20
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
6. Toetsing aan de Wnb Welke verbodsbepalingen kunnen worden overtreden? Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Artikel 3.1. lid 2 ‘het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen’ en lid 4 en 5 ‘het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort’ ➢ Dit is niet van toepassing omdat er op de onderzochte locatie geen indicaties zijn aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van beschermde vogelsoorten of jaarrond beschermde nesten. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Tijdens dit onderzoek zijn geen indicaties van habitatrichtlijnsoorten aangetroffen. Er gaan vanwege de voorgenomen plannen geen vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen verloren. Er gaan vanwege de voorgenomen plannen geen foerageergebieden verloren en er worden ook geen migratiecorridors doorsneden. Beschermingsregie andere soorten § 3.3 Artikel 3.10 lid 1b ‘het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen’ ➢ Dit is niet van toepassing omdat er ter plaatse geen vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen zijn aangetroffen.
NB: In de Wet natuurbescherming is bij meer verbodsbepalingen dan onder de Flora- en faunawet het opzetvereiste toegevoegd, in lijn met de artikelen van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. In de Flora- en faunawet was alleen sprake van het opzetvereiste bij verontrusting (art 10). Hierdoor was de Flora- en faunawet strenger dan de verbodsbepalingen van de Habitatrichtlijn. Niet opzettelijke handelingen waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, zijn nu niet langer verboden. Daarbij is van belang dat het Europees Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant. Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 (N2000) De onderzochte locatie ligt op minder dan 3 kilometer afstand van Natuur Netwerk Overijssel en op minder dan 3 kilometer afstand van N2000 gebied (Vecht- en beneden Reggegebied). Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
21
7. Conclusies en aanbevelingen Op basis van deze quickscan wordt het volgende geconcludeerd: • • • • • • • • •
Er zijn op de onderzochte locatie geen jaarrond beschermde nesten van vogels aangetroffen; Het is uit te sluiten dat er vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn; Vanwege de voorgenomen plannen gaan er geen foerageerplaatsen van vleermuizen verloren; Vanwege de voorgenomen plannen worden er geen migratiecorridors van veermuizen doorsneden; Vanwege de voorgenomen plannen komt mogelijk de gunstige staat van instandhouding in gevaar van bunzing, hermelijn en wezel; Extra aandacht voor deze soorten is gewenst; De onderzochte locatie maakt geen deel uit van Natuur Netwerk Overijssel; De onderzochte locatie ligt op minder dan 3 kilometer afstand van N2000 gebied; Voor de uitvoer van de plannen is een Aerius calculatie noodzakelijk.
Op basis van deze quickscan wordt het volgende geadviseerd: • •
•
Voer de werkzaamheden uit buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli); Omdat tijdens deze scan gebleken is dat de omgeving van de onderzochte locatie niet rijk is aan soorten als huismus en ongeschikt voor vleermuizen verdient het aanbeveling voor deze soorten voorzieningen aan te brengen in de nieuwbouw. Bij voorkeur door het plaatsen of inbouwen van nestkasten. Zodoende kan de biodiversiteit ter plaatse verder worden vergroot; Voor meer informatie hierover, zie www.vivaropro.nl
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
22
8. Bronvermeldingen •
•
•
•
• • • • • •
• • •
•
Lange, R., P. Twisk , A. van Winden & A. van Diepenbeek, 2003. Zoogdieren van WestEuropa. Stichting Uitgeverij van de KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (red.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. Ministerie van LNV, 2004. Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/5727, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. Soortbescherming in Overijssel. Bunzing, egel, hermelijn en wezel. Prov. Overijssel juli 2019 SOVON, 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nederlands Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij en EIS-Nederland, Leiden. Twisk, P. et al, 2010. Veldgids Europese Zoogdieren. KNNV Uitgeverij en Zoogdiervereniging. www.arcgis.com/home/webmap/viewer.
www.ecologica.eu/uploads/files/0N9mdKCbQFKwvO6oEJVGNn6fywUVvlQn.pdf www.quickscanhulp.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.synbiosis.alterra.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
23
Foto-overzicht
24
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
25
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
26
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld
27
Ecologische Quickscan Kloosterdijk 40 Beerzerveld