Bijlage 4) advies Concept-Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein Ommen
Tekst van het document
Aan: Van: Datum: Betreft:
Burgemeester en Wethouders gemeente Ommen Adviesraad Sociaal Domein Ommen 14 april 2025 Advies Concept-uitvoeringsprogramma Sociaal Domein Ommen
Geacht college, U hebt ons op 18 maart 2025 verzocht om een advies over het Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein. Dit uitvoeringsprogramma is in de vorm van een dia-presentatie met als titel “Uitvoeringsprogramma_0.7”. In de begeleidende email staat het volgende: “We vragen jullie advies op dit concept, zodat we jullie input mee kunnen nemen in het definitieve concept. De behandeling van het definitieve concept vindt plaats op 20 mei in het college en gaat daarna op route naar de gemeenteraad voor besluitvorming op 11 juni. We vragen jullie advies binnen de afgesproken vier weken termijn, zijnde uiterlijk 15 april 2025.” Normaal gesproken geeft het college een schriftelijke reactie op ons advies. Ons advies, uw reactie daarop en het definitieve voorstel worden dan aan de gemeenteraad aangeboden. De gekozen formulering leest alsof onze inbreng verwerkt zal worden in een definitief concept. Dat gaat dan ‘op route’. Dus zonder schriftelijke reactie op ons advies. Als dat inderdaad de bedoeling is willen we wel graag duidelijk zien waar onze inbreng is verwerkt in het definitieve concept. En we willen dit definitieve concept kunnen lezen voordat het naar de gemeenteraad gaat.
Van visie naar uitvoering Dit uitvoeringsprogramma is het vervolg op de op 19 december 2024 door de gemeenteraad vastgestelde Visie Sociaal Domein “Alle Ommenaren tellen mee”. In ons advies op die visie (november 2024) schreven we onder meer dat deze visie de uitkomst was van een zorgvuldig proces, waarin vele mensen en organisaties in Ommen hun mening konden geven. In die visie is gekozen voor drie thema’s: kansengelijkheid, (mentale) veerkracht en de kracht van gemeenschappen. Het uitvoeringsprogramma gaat daarom minder over “wat dan?” en meer over “hoe dan?” In ons vorige advies liepen we al vooruit op de uitvoering. We legden de nadruk op drie punten: 1. Maak uitvoeringsplannen haalbaar. 2. Zorg voor heldere en verbindende communicatie. 3. Kies voor een integrale aanpak. Ook over dit uitvoeringsprogramma heeft de adviesraad meerdere keren meegepraat. Dat hebben wij opnieuw als zeer positief ervaren.
Haalbare uitvoering
1
We lezen in de presentatie jammer genoeg meer voornemens dan concrete plannen. Dat kan misschien ook niet anders. Er is voor gekozen om eerst alle bestaande inspanningen in kaart te brengen. Daarna is gekeken welke inzet van ambtenaren verplicht is, omdat het een wettelijke taak is. Nadat deze verplichte zaken afgevinkt zijn, bijven er nog werkzaamheden over. Die inspanningen worden in het voorstel via een ‘afwegingskader’ getoetst: dragen ze bij aan een thema? Zijn ze haalbaar? We schatten al dit werk tot nu toe op waarde. De adviesraad kan er begrip voor opbrengen dat dit in kaart brengen en toetsen een grote tijdrovende klus was. En we juichen het maken van duidelijke keuzes, juist ook om dingen niet te doen, toe. We vinden het gepresenteerde ‘afwegingskader’ dan ook een grote stap in de goede richting. De beslisboom is bovendien mooi vormgegeven als een verkeerssituatie. De uitvoering komt in onze ogen aan bod nadat de keuzes uit het afwegingskader zijn gemaakt. Want pas dan kom je toe aan het “hoe dan?”. We kijken dan ook nog steeds uit naar meer concrete stappen.
ADVIES 1 De adviesraad stelt voor om per onderdeel een paragraaf op te nemen waarin wordt beschreven hoe de uitvoering van nieuwe taken zal verlopen. Samen doen De drie opgaves uit de visie vragen om een gezamenlijke aanpak. Wij schreven in ons advies over “Alle Ommenaren tellen mee” het volgende: “Dit vraagt ander gedrag van medewerkers van de gemeente Ommen, maar ook van partners in zorg, werk, wonen en welzijn en van inwoners van Ommen. We adviseren om heldere, haalbare uitvoeringsplannen te ontwikkelen om de ingeslagen richting samen tot een succes te maken.” (nadruk toegevoegd). Wij denken in dit uitvoeringsprogramma vaak te zien dat ‘de gemeente’ het uitgangspunt is. Wie doet bijvoorbeeld de invuloefening van het ‘afwegingskader’? Is dat een gemeenschappelijke opgave van burgers, gemeente en organisaties? Of is dat een taak van de gemeente(raad)? Wat betekent het dat bij “onze focus” (dia 6) onder de kop ‘onze rol’ staat: “scherpe keuzes maken, goed samenwerken én het helder maken wat van ons als gemeente verwacht kan worden en wat wij van onze partners en samenleving verwachten”.
Goed samenwerken wordt hier genoemd, maar het moment waarop de samenwerking begint is onduidelijk: is dat nadat er scherpe keuzes zijn gemaakt? Je kunt dat denken, want in het onderdeel “Wat doen we anders?” (dia 7) wordt opnieuw ‘keuzes maken” genoemd -dat lijkt dus in de rolverdeling tot het domein van de gemeente te behoren. Ook hier wordt partnerschap genoemd, maar niet nader uitgewerkt. Met de zinsnede : helder maken wat van ons als gemeente verwacht kan worden en wat wij van onze partners en samenleving verwachten kun je nog alle kanten op. Een mogelijke interpretatie is dat de gemeente aan het roer staat en partners en inwoners volgen. Dat kan in onze ogen niet de bedoeling zijn.
Anders denken, voelen en doen Volgens de adviesraad is het belangrijk dat de gemeente naar buiten stapt in plaats van af te wachten tot er een vraag ligt. Daar hoort ander gedrag bij dan “u vraagt en wij draaien”. Maar ook ander gedrag dan: “wij hebben als gemeente een opdracht en daar moet u aan
2
meewerken”. Het betekent dat je “erop af” stapt, de dialoog zoekt en niet alleen vanuit je eigen manier van denken naar maatschappelijke vraagstukken kijkt. Gelukkig is dit inzicht op enkele plaatsen zichtbaar. Dat wij menen dat de gemeente nog te vaak het uitgangspunt lijkt te zijn, betekent dan ook niet dat het gezamenlijke geheel ontbreekt. We zien het bijvoorbeeld terug bij de opgave van het bereiken van groepen die normaal niet bereikt worden (dia 17). En potentieel in de GALA-ketenaanpakken (dia 26). Bij (mentale) veerkracht lijkt echter het uitgangspunt van de preventie-inspanningen juist de agenda van de gemeente te zijn. In dia 22 wordt bijvoorbeeld als doel gesteld dat er een lokaal netwerk rondom geestelijke gezondheid en mentale veerkracht moet komen. De doelen van dit netwerk zijn: “om zo inwoners eerder te kunnen helpen (preventie), de aansluiting tussen formele en informele zorg te versterken (afschaling). Met behulp van dit netwerk kunnen andere gerichte acties worden ingezet, zoals het verstrekken van meer oorlichting en informatie over mentale gezondheid”. Het netwerk heeft dus nut voor gemeentelijke doelen. Hoe de mensen em organisaties uit dit netwerk hun voorstellen bij de gemeente op de agenda krijgen wordt echter niet genoemd.
Er lijkt in het hele onderwerp weinig ruimte voor andere -mogelijk afwijkende, zelfs haaks op het beleid staande - voorstellen vanuit de samenleving. Dit kan ertoe leiden dat inwoners afhaken omdat ze de opgaven zien als door de gemeente opgelegde verplichtingen.
ADVIES 2 2.1 In dit uitvoeringsprogramma moet scherper blijken vanuit welke belangen en rolverdeling gedacht wordt: wie kan beslissen over wat en wanneer? 2.2 De gemeente heeft twee rollen. De rol van opdrachtgever en beslisser moet duidelijker worden gescheiden van de rol van verbinder en facilitator van maatschappelijke opgaven. 2.3 Voor de inwoner moet duidelijk zijn wanneer de gemeente iets oplegt vanuit wettelijke verplichtingen. En wanneer en waarover initiatieven en meedenken juist welkom zijn. Goede communicatie is daarin cruciaal. 2.4 Wij adviseren om dit uit te werken in de (jaarlijkse) beleidscyclus, zodat zichtbaar is wie wanneer waarover aan het stuur mag zitten.
Jaarlijks gezamenlijk resultaten en opgaves bespreken Ten slotte willen wij een voorstel doen om (ook) op een andere manier te kijken naar of er resultaat geboekt wordt van alle inspanningen. In het uitvoeringsprogramma wordt op meerdere plaatsen gesproken over het koppelen van inspanningen aan doelstellingen (Dia 8). Er wordt ook voorgesteld om de resultaten te meten. Dan koppel je de inspanningen aan resultaten. Dat meten gebeurt met de hulp van indicatoren. De uitleg van nieuw beleid wordt in het uitvoeringsprogramma telkens besloten met een overzicht van randvoorwaarden en indicatoren. Voorbeelden van indicatoren:
dat werkzoekenden werk vinden;
dat er minder uitval is op scholen;
dat het gebruik van maatwerkvoorzieningen afneemt;
dat eenzaamheid afneemt
en -opmerkelijk- dat grensoverschrijdend gedrag stabiel blijft (op 0, hopen wij).
3
Indicatoren gebruiken brengt risico’s met zich mee. Het is natuurlijk mooi dat de werkzoekende werk vindt. Maar je wilt dan ook weten of deze werk vindt dankzij de inspanning. Of ondanks de inspanning, want indicatoren hebben de neiging om een eigen leven te gaan leiden. En dat vinden wij gevaarlijk. Wie resultaten wil meten zal hard moeten kunnen maken dat de indicator betrouwbaar wordt gemeten. En ook dat wordt gemeten wat je bedoelt te meten. Daar kan het misgaan. De gemeente claimt dat de sollicitatiecursus een succes is, terwijl de werkzoekende de baan vond omdat de werkgever zijn eisen bijstelde. Volgens de adviesraad is het gevaar van monitoring en het gebruik van indicatoren dat de resultaten leidend worden en het verband met de inspanningen zoek raakt. Gelukkig lijkt over dit gevaar te zijn nagedacht. Want op de al genoemde dia 8 staat ook dat resultaten en de realisatie van de visie kan worden bereikt door: Samen te leren, door te experimenteren, door te reflecteren en door te evalueren. Deze formulering geeft een volgens ons zeer noodzakelijk tegenwicht aan de ‘meten is weten’ benadering via indicatoren. Er wordt bovendien ook op gewezen dat je een cyclisch proces volgt. De Plan Do Act Check (en Plan opnieuw) cyclus is volgens ons een geschikt middel. Wij pleiten voor meer ruimte voor gezamenlijk optrekken van inwoners, organisaties en gemeente.
Zo krijgt de transitie van het sociaal domein de benodigde ruimte om een succes te worden. De Tweede Kamer werkt sinds 2017 met de V-100-Verantwoordingsdag. Daar worden 100 burgers uitgenodigd om de jaarverslagen van de ministeries kritisch te bekijken.
ADVIES 3 3.1 Wij adviseren om vanaf de start van dit uitvoeringsprogramma te kiezen voor een aanpak die verder gaat dan dashboards en ‘meten is weten’. 3.2 Er wordt gekozen voor een PDCA cyclus, waarbij minstens een keer per jaar in het openbaar en samen met alle stakeholders, waaronder gebruikers gekeken wordt naar wat wel en wat niet lukte, waarom dat zo is, en hoe het beter kan. Ommen staat met dit uitvoeringsprogramma aan het slot van een langdurig proces, waarin met onmisbare hulp van TwijnstraGudde het gemeentelijk sociaal domein is doorgelicht. Het sociaal domein kent nu prioriteiten die in een visie zijn vastgelegd. En straks zullen er stappen worden gezet om dit geheel uit te voeren. Wij willen als adviesraad onze waardering uitspreken voor al het harde werk dat door alle betrokkenen de afgelopen jaren is geleverd om tot dit sluitstuk te komen. We hopen vooral dat de gebruikers van het sociaal domein de komende jaren zich ondersteund zullen weten door de gemeente Ommen. Met hartelijke groet, Namens de adviesraad sociaal domein, Karola Schröder, voorzitter
4