CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Quickscan Conditionering

Raadsinformatiebijeenkomst 18 september 2025, gemeente OmmenBij agendapunt: Bijlagen14.213 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT

Quickscan conditionering

Zuidelijke randweg Ommen

Versie: 1.0 Status: Vrijgegeven Datum: 01-07-2024 Kenmerk: X01-JBR-HS-RAP24004218

Autorisatieblad Quickscan conditionering Zuidelijke randweg Ommen

Naam

Akkoord   

Datum

Opgesteld door Gecontroleerd door Vrijgegeven door

Jurriaan ten Broek / Enzo Bronzwaer Erik van Gelder Jeroen van de Kamp

Versie historie Versie Naam

Datum

Korte toelichting

1.0

01-07-2024

Quickscan conditionering versie 1.0

Jurriaan ten Broek

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

01-07-2024 01-07-2024 01-07-2024

2/39

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

2

Effecten

6

2.1

Bodemkwaliteit

6

2.1.1 2.1.2

6 6

2.2

2.3

2.4 2.5

2.6 2.7

2.8

Archeologie

7

2.2.1 2.2.2

Geraadpleegde bronnen Resultaten

7 7

Ontplofbare oorlogsresten (OO)

8

2.3.1 2.3.2

8 8

3

Geraadpleegde bronnen Resultaten

Luchtkwaliteit Trillingen

8 9

2.5.1 2.5.2 2.5.3

9 10 10

Beoordelingskader Realisatiefase Gebruiksfase

Water Ecologie

11 12

2.7.1 2.7.2 2.7.3

12 12 14

Beschermde gebieden Beschermde soorten Beschermde houtopstanden

Stikstof 2.8.1 2.8.2 2.8.3 2.8.4

2.9 2.10 2.11 2.12

Resultaten PFAS

14 Locatie plangebieden Relevante Natura 2000-gebieden Realisatiefase Gebruiksfase

15 16 17 17

Kabels en leidingen derden Eigendommen Bestemmingsplannen Geluid

19 20 20 21

2.12.1 Beknopt wettelijk kader 2.12.2 Bevindingen met betrekking tot de nieuwe wegen 2.12.3 Indirecte akoestische effecten, een aanbeveling

21 21 22

2.13 Externe veiligheid

23

Conclusies

24

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

24 24 24 24 25

Bodemkwaliteit Archeologie Ontplofbare oorlogsresten Luchtkwaliteit Trillingen

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

3/39

3.6 3.7

3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13

Water Ecologie

25 25

3.7.1 3.7.2 3.7.3

25 25 26

Beschermde gebieden Beschermde soorten Beschermde houtopstanden

Stikstof Kabels en leidingen derden Grondeigendommen Bestemmingsplannen Geluid Externe veiligheid

26 26 26 27 27 27

Colofon

28

Bijlage 1 Bodemkwaliteit

29

Bijlage 2 Archeologie

30

Bijlage 3 Ontplofbare oorlogsresten

31

Bijlage 4 Water

32

Bijlage 5 Ecologie

33

Bijlage 6 Kabels en leidingen derden

34

Bijlage 7 Eigendom

35

Bijlage 8 Bestemmingsplan

36

Bijlage 9 Geluid

37

Bijlage 10 Externe veiligheid

38

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

4/39

1

Inleiding

De verkeersdruk in het centrum van Ommen is hoog. In juli 2021 heef de gemeenteraad van Ommen besloten tot het realiseren van knips op de wegen via een beweegbare afsluiter. Er zijn maatregelen nodig met als doel om de verkeersintensiteit te verminderen en het creëren van een leefbaar en verkeersveilig centrum met behoud van goede bereikbaarheid vanuit alle richtingen. In het raadbesluit van januari 2021 over de ontsluitingsstructuur van het centrum is beargumenteerd dat voor een meer structurele oplossing voor Ommen op de lange termijn een zuidelijke randweg mogelijk uitkomst biedt. Deze zuidelijke randweg verbindt de N341 / N347 met de N384 ten zuiden van de Vecht. Omdat de zuidelijke randweg als lange termijnoplossing is genoemd, heeft de gemeenteraad in juli 2021 een onderzoeksbudget beschikbaar gesteld. Daarmee kan nader onderzoek plaatsvinden naar de nut en noodzaak van een dergelijke verbindingsweg. Movares heeft een aantal varianten uitgewerkt en doorgerekend. Hieruit is gebleken dat de varianten Noord en Midden het meest kansrijk zijn. Variant Zuid is door het beperkte verkeerskundig oplossend vermogen afgevallen. Onderdeel van de preverkenning is het verkrijgen van inzicht of er grondgebonden conditionerende belemmeringen aanwezig zijn op de beoogde varianten Noord en Midden. Beide varianten zijn weergegeven in figuur 1.

Door Movares is een onderzoek op hoofdlijnen uitgevoerd naar de invloed van de volgende effecten: bodemkwaliteit, archeologie, ontplofbare oorlogsresten, luchtkwaliteit, trillingen, water, ecologie, stikstof, kabels & leidingen derden, eigendommen, bestemmingsplannen, geluid en externe veiligheid.

Figuur 1: Ligging van de varianten Noord en Midden van de zuidelijke randweg in Ommen.

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

5/38

2

Effecten

In het onderhavige hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek per effect behandeld. Elk effect heeft een aparte paragraaf, waarin het wettelijke kader aan bod komt, de resultaten uiteen zijn gezet en de kansen en risico´s inzichtelijk zijn gemaakt.

2.1

Bodemkwaliteit

In deze paragraaf worden de aanwezige gevallen van ernstige bodemverontreiniging (Wbb-gevallen) en stortplaatsen op en in de directe omgeving van de locatie beschreven. Voor informatie is het bodeminformatiesysteem van de provincie Overijssel geraadpleegd. Dit bodeminformatiesysteem bevat de volgende bodemgegevens:  Bodemlocaties;  Bodemonderzoeken;  Verontreinigingscontouren grond, grondwater en waterbodem;  Saneringscontouren grond, grondwater en waterbodem;  Zorgmaatregelen (na sanering). Uit de geraadpleegde bronnen komt een zeer beperkt aantal bodemlocaties naar voren waar bodemonderzoek is uitgevoerd en/of sprake is van bodemverontreiniging. 2.1.1 Resultaten Variant Noord In het bodeminformatiesysteem van de provincie Overijssel zijn geen bekende geregistreerde bodemlocaties en/of bodemverontreinigingen opgenomen ter plaats van tracé variant noord. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat ter plaatse van het tracé sprake is van bodemkwaliteit: ‘Landbouw/ natuur’. Opgemerkt moet worden dat verdachte locaties uitgesloten zijn van de bodemkwaliteitskaart. Variant Midden In het bodeminformatiesysteem van de provincie Overijssel zijn slechts 3 bekende geregistreerde bodemlocaties aanwezig: 1. Locatienaam VO en AO + asbest Giethermer Hooiweg 1 Ommen met locatiecode AA017501315 2. Locatienaam Bodem berm N347 tussen Lemele Noord en Ommen met locatiecode AA017501352 3.

Locatienaam Lemelerweg 2 Ommen met locatiecode AA017500376 en status ‘Potentieel. Verontreinigd’ en Wbb-vervolg ‘voldoende onderzocht’. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat ter plaatse van het tracé sprake is van bodemkwaliteit: ‘Landbouw/ natuur’. Opgemerkt moet worden dat verdachte locaties uitgesloten zijn van de bodemkwaliteitskaart. 2.1.2 PFAS Door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is op 8 juli 2019 het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (THK)” opgesteld en ingediend bij de Tweede Kamer. Het meest recente aangepaste handelingskader dateert van december 2023 in verband met invoering van de Omgevingswet (met aanpassingen op 29 november 2019, 2 juli 2020 en 13 december 2021). Het handelingskader is verplicht gesteld en bevat een onderzoeksplicht voor PFAS voor toe te passen grond en baggerspecie alsmede afvoer van grond naar een verwerker (acceptatievoorwaarden). Grond is verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als het gaat om bovengrond of als grond geroerd is, zoals bijvoorbeeld bij een ophooglaag.

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

6/38

PFAS is de verzamelnaam voor perfluorverbindingen en worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei allerdaagse toepassingen zoals blusschuim, verf, pannen, kleding (ook Gore-Tex schoenen en handschoenen) en cosmetica. Door het wijdverbreide gebruik van PFAS wordt het in Nederland inmiddels niet alleen bij puntbronnen, maar diffuus verspreid in het milieu aangetroffen als gevolg van atmosferische depositie. Onder verharding wordt PFAS vaak in lagere concentraties gemeten. PFAS is persistent en nauwelijks biologisch afbreekbaar in het milieu en heeft een mobiel karakter in de bodem. Op grond van de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart is er geen aanleiding om te verwachten dat er sprake is geweest van puntbronnen m.b.t. PFAS op de huidige onderzoekslocatie.

2.2

Archeologie

Met betrekking tot archeologische waarden en verwachtingen zijn verschillende bronnen geraadpleegd. Omdat in het bestemmingplan, dubbelbestemming archeologie beperkt is opgenomen is eveneens de kaart archeologische gebieden en verwachtingen van de provincie Overijssel geraadpleegd. 2.2.1 Geraadpleegde bronnen Algemene bronnen:  Archeologische verwachtingskaart Overijssel (De Archeologische verwachtingskaart van Overijssel geeft de kans op het aantreffen van archeologische waarden aan. Archeologische waarden zijn overblijfselen (in het landschap) van menselijke activiteiten uit het verleden. De kaart geeft een indicatie van de ligging van gebieden met een hoge, een middelhoge of een lage verwachtingswaarde).  Archeologische gebieden Overijssel (De kaart met archeologische gebieden geeft een overzicht van gebieden met archeologische waarden en monumenten die bekend zijn op basis van vondsten. Het is een combinatie van de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en locaties die door de provincie zijn aangemerkt als archeologisch gebied, maar geen bescherming kennen).  Archeologische Monumentenkaart (AMK). Gemeente Ommen:  Bestemmingsplan dubbelbestemming archeologie gemeente Ommen 2.2.2 Resultaten Variant Noord  Aan de oostzijde van variant noord bevindt zich een archeologische monument (AMK) ter plaatse van het tracé (terrein van zeer hoge archeologische waarde).

Dit gebied is eveneens aangeduid als archeologische gebied op de Archeologische verwachtingskaart Overijssel.  Er is een Rijksmonument gelegen direct aangrenzend of mogelijk ter plaatse van variant noord. Het Rijksmonument behoort tot de categorie: ‘Kastelen, landhuizen en parken’ met nummer 513547. Het betreft een ijskelder. Ten zuiden van het hoofdgebouw in het park ligt een 19de-eeuwse ijskelder met en bakstenen koepelgewelf.  Wat betreft archeologische verwachting heeft de variant noord grotendeels de verwachting ‘hoog’ en ‘middelhoog’.  Ter plaatse van het tracé zijn 2 gebieden met archeologische dubbelbestemming: ‘Waarde Archeologische verwachting 1’. In geval van grondwerkzaamheden dieper dan 50 cm en met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 geldt archeologische onderzoeksplicht. Variant Midden  Ter plaatse van variant midden zijn geen archeologische monumenten gelegen (AMK) en/of archeologische gebieden provincie Overijssel;  Wat betreft archeologische verwachting heeft de variant midden grotendeels de verwachting ‘middelhoog’ en ‘laag’ met uitzondering van het oostelijke deel van het tracé aan weerszijden van de rivier ‘Beneden Regge’. Hier is sprake van hoge archeologische verwachting.

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

7/38

2.3

Wat betreft dubbelbestemming archeologie in het bestemmingsplan. Alleen het meest oostelijke deel van het tracé heeft een archeologische dubbelbestemming aangeduid als: ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’. In geval van grondwerkzaamheden dieper dan 50 cm en met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 geldt archeologische onderzoeksplicht.

Ontplofbare oorlogsresten (OO)

Ontplofbare oorlogsresten (OO) werden voorheen aangeduid als niet-gesprongen conventionele explosieven (NGCE, NGE of CE). 2.3.1 Geraadpleegde bronnen 1. VEO Bommenkaart en de EVN-database (landelijke databases onderzoeken); 2. Bodembelastingkaart OO Railmaps (ProRail); 3. Vooronderzoek conventionele explosieven Spoorlijn RON-102 opgesteld door AVG BV met kenmerk 1662151, d.d. 2016; 4. Vooronderzoek conventionele explosieven N348 Raalte-Ommen, opgesteld door Armaex BV met kenmerk 150118, d.d. 9 oktober 2015; 5. Vooronderzoek naar het risico op het aantreffen van conventionele explosieven in het onderzoeksgebied ‘Deelgebied 1 en 2 Regge Archemermaten, opgesteld door ECG BV met kenmerk 138-017-VO-01, d.d. 10 mei 2017. 2.3.2 Resultaten Variant Noord Uit de bestudeerde gegevens blijkt dat bijna het gehele tracé valt binnen de contour van een vooronderzoek OO uitgevoerd in opdracht van ProRail. Uit de bodembelastingkaart OO blijkt dat een groot deel van het tracé verdacht is op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten (OO) uit de Tweede Wereldoorlog. Variant Midden Voor dit tracé geldt dat maar op een klein deel ervan een vooronderzoek OO is uitgevoerd. Het gaat hier om de bronnen 4 en 5 uit de lijst. Deze terreindelen blijken onverdacht met betrekking tot ontplofbare oorlogsresten (OO).

2.4

Luchtkwaliteit

Projecten die luchtverontreiniging kunnen veroorzaken dienen getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit, zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In de het Bkl zijn de EUkaderrichtlijn luchtkwaliteit en de bijbehorende EU-dochterrichtlijn geïmplementeerd en zijn een aantal grondslagen opgenomen om te onderbouwen dat een project voldoet aan de wetgeving voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarde is voor zowel NO2 als PM10 40 µg/m3. Het gaat hierbij om jaargemiddelde concentraties, de grenswaarde voor uurgemiddelde concentraties wordt in Nederland niet overschreden en is daarmee niet relevant. Indien kan worden aangetoond dat het project ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, hoeft het project niet getoetst te worden aan de omgevingswaarden. In artikel 5.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is vastgesteld dat een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan luchtverontreiniging als de jaargemiddelde concentratie van zowel PM10 als NO2 met minder dan 1,2 µg/m3 toeneemt als gevolg van het project. Bij variant Noord (met knips) vindt op de nieuwe randweg een toename in verkeersintensiteit plaats van 8.700 voertuigen per etmaal. Dit is de maximale toename op een weg als gevolg van de variant.

Bij variant Midden (met knips) vindt op de nieuwe randweg een toename in verkeersintensiteit plaats van 5.200 voertuigen per etmaal. Dit is de maximale toename op een weg als gevolg van deze variant. Met de NIBM-tool van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (versie 24-04-2024) is vastgesteld dat beide varianten van het project Zuidelijke Randweg Ommen niet voldoen aan de NIBM-grens van 1,2 µg/m3. Deze tool maakt een worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer op de luchtkwaliteit. Input voor de tool is het zichtjaar (vastgesteld op 2030, een verdere doorkijk is in de tool

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

8/38

niet mogelijk), het aantal extra voertuigbewegingen (maximale verkeerstoename van 8.700 voertuigbewegingen per etmaal voor variant Noord en 5.200 voertuigen per etmaal voor variant Midden) en het aandeel vrachtverkeer (vastgesteld op 5%). De door de tool berekende bijdragen zijn worst-case bijdragen. De uitkomst van de NIBM-tool laat zien dat de maximale bijdrage van het extra verkeer voor variant Noord 6,25 μg NO2 en 1,00 μg PM10 per m3 zal zijn. Voor variant Midden zal de maximale bijdrage van het extra verkeer 3,78 μg NO2 en 0,60 μg PM10 per m3 zijn. De concentratiebijdragen van NO2 liggen boven de NIBM-grenswaarde. Dit betekent dat de bijdrage van het extra verkeer mogelijk in betekenende mate is en negatieve effecten op de luchtkwaliteit niet kunnen worden uitgesloten. Verder onderzoek in de vorm van toetsing aan grenswaarden is noodzakelijk. Toetsing aan de grenswaarden vindt plaats door, voor alle varianten, uit te sluiten dat de toename in verkeersintensiteit ervoor kan zorgen dat grenswaarden op toetspunten worden overschreden. Stik- en fijnstofconcentraties zijn opgehaald uit het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). De data uit het CIMLK is gebaseerd op het jaar 2030, omdat een verdere doorkijk nog niet mogelijk is.

Werken met CIMLK data uit 2030 kan worden gezien als een worst-case benadering, omdat achtergrondconcentraties langs wegen in toekomstige zichtjaren steeds lager zullen worden als gevolg van steeds schoner wordende verbrandingsmotoren en een toenemend aandeel elektrisch aangedreven verkeer. De hoogste achtergrondconcentratie NO2 in het studiegebied is 14,82 μg per m3. Dit betekent dat de concentratiewaarde in de meest extreme situatie zou stijgen naar 21,07 μg NO2 per m3 als gevolg van variant Noord (14,82 + 6,25) en naar 18,60 μg NO2 per m3 als gevolg van variant Midden (14,82 + 3,78). De hoogste achtergrondconcentratie PM10 in het studiegebied is 12,87 μg per m3. Dit betekent dat de concentratiewaarde in de meest extreme situatie zou stijgen naar 13,87 μg PM10 per m3 als gevolg van variant Noord (12,87 + 1,00) en naar 13,47 μg PM10 per m3 als gevolg van variant Midden (12,87 + 0,60). In tabel 1 zijn de resultaten samengevat. Uit de resultaten blijkt dat bij beide varianten, zelfs in de meest extreme situatie, de grenswaarde van 40 µg/m3 voor NO2 en PM10 bij lange na niet worden overschreden. Tabel 1 Overzicht resultaten luchtkwaliteit Maximale toename Maximale bijdrage Variant verkeersintensiteit NO2 (µg/m3) (mvt/etmaal)

Maximale bijdrage PM10 (µg/m3)

Maximale concentratie NO2 (µg/m3)

Maximale concentratie PM10 (µg/m3)

Noord

8.700

6,25

1,00

21,07

13,87

Midden

5.200

3,78

0,60

18,60

13,47

2.5

Trillingen

2.5.1 Beoordelingskader In Nederland is er geen wettelijk beoordelingskader voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Desondanks is het onderwerp trillingen bij het opstellen van ruimtelijke plannen wel een aandachtspunt. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) van kracht. Ook in de Ow zijn geen streef- en grenswaarden opgenomen voor trillingen afkomstig van hoofd- en spoorwegen. Tot 1 januari 2024 was de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) van toepassing, waarin stond dat de zorg voor goede ruimtelijke ordening van belang is en daarvoor is het nodig om mogelijke trillingshinder in kaart te brengen. Het begrip ‘goede ruimtelijke ordening’ uit de Wro art. 3.1 is in de Ow vervangen door het begrip ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’, art. 4.2. Vanuit dit artikel moet ook in het kader van

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

9/38

een omgevingsplan onder de Ow trillingshinder (waar relevant) in kaart worden gebracht en betrokken worden bij de afweging in het kader van het beschermen van de fysieke leefomgeving. De SBR-richtlijnen (Stichting Bouwresearch) worden bij bijna alle infrastructuurprojecten toegepast, om schade of hinder van trillingen te beoordelen. De richtlijn bestaat uit 3 delen:  Deel A: Schade aan gebouwen  Deel B: Hinder voor personen in gebouwen  Deel C: Verstoring van apparatuur Voor de beschouwing van de zuidelijke randweg Ommen is uitgegaan uit van deel A en deel B van de SBR-richtlijnen. Deel C heeft betrekking op apparatuur die zeer gevoelig is voor trillingen, zoals microscopen met een hoge vergrotingsfactor die in laboratoria gebruikt worden. Voor zover bekend zijn deze niet aanwezig in de nabijheid van het nieuwe tracé. Bij deel B van de SBR richtlijn is er een onderscheid tussen nieuwe, bestaande en gewijzigde situaties. Langs het nieuwe tracé is sprake van een nieuwe situatie. Langs de bestaande wegen is sprake van een gewijzigde of bestaande situatie. Voor nieuwe situaties gelden de strengste streefwaarden. 2.5.2 Realisatiefase Variant Noord De variant Noord wordt aangelegd te noorden van spoorlijn Zwolle-Emmen. Op basis van het tracé is er een kunstwerk te verwachten over de Beneden Regge, waar mogelijk funderingspalen geheid moeten worden.

De dichtstbijzijnde bebouwing bevindt zich op meer dan 200 meter afstand. Schade door trillingen door funderingswerkzaamheden is niet te verwachten, en eventuele hinder voor personen van trillingen is naar verwachting beperkt. Verder zijn er bij de aanleg trillingen mogelijk ten gevolge van zandtransport met dumpers en compactiewerkzaamheden. De dichtstbijzijnde bebouwing bevindt zich op circa 40 meter van het tracé. Op deze afstand is geen schade aan gebouwen van trillingen te verwachten. Mogelijk zijn personen in gebouwen enige tijd gehinderd door trillingen. Een aandachtspunt is de verstoring van fauna door trillingen tijdens de realisatie. Uit de ecologische inventarisatie blijkt dat er reptielen en amfibieën in de omgeving van het tracé leven. Van deze dieren is bekend dat ze gevoelig zijn voor trillingen. Variant Midden Op basis van het tracé is er een kunstwerk te verwachten over de Beneden Regge, waar mogelijk funderingspalen geheid moeten worden. De dichtstbijzijnde bebouwing bevindt zich op meer dan 100 meter afstand. Schade door trillingen door funderingswerkzaamheden is niet te verwachten, en eventuele hinder voor personen van trillingen is naar verwachting beperkt. Verder zijn er bij de aanleg trillingen mogelijk ten gevolge van zandtransport met dumpers en compactiewerkzaamheden. De dichtstbijzijnde bebouwing bevindt zich op circa 20 meter van het tracé.

De kans op schade door trillingen is klein, maar niet geheel uitgesloten. Mogelijk zijn personen in gebouwen enige tijd gehinderd door trillingen. Een aandachtspunt is de verstoring van fauna door trillingen tijdens de realisatie. Uit de ecologische inventarisatie blijkt dat er reptielen en amfibieën in de omgeving van het tracé leven. Van deze dieren is bekend dat ze gevoelig zijn voor trillingen. 2.5.3 Gebruiksfase Voor de gebruiksfase is vooral de toetsing aan de streefwaarden uit de SBR-B richtlijn relevant. De richtlijn hanteert daarvoor twee grootheden:  Vmax (trillingssterkte): Dit is de maximale trilling die gedurende een bepaalde beoordelingsperiode (dag, nacht, avond) optreedt. Deze waarde is niet afhankelijk van de verkeersintensiteit, en kent de strengste streefwaarde voor de nachtperiode. Hierdoor is de nachtperiode meestal maatgevend voor de toetsing van Vmax, omdat de maximale trilling in elke beoordelingsperiode kan optreden.

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

10/38

Vper(trillingsintensiteit): Dit is de (energetisch) gemiddelde trilling die gedurende een bepaalde beoordelingsperiode (dag, nacht, avond) optreedt. Deze waarde is wel afhankelijk van de verkeersintensiteit. De streefwaarde is gelijk voor de dag-, nacht- en avondperiode. Daardoor is de dagperiode meestal maatgevend voor de toetsing van Vper, omdat dan de verkeersintensiteit meestal het hoogst is.

Voor zowel de toetsing van Vmax als de toetsing van Vper geldt dat meestal alleen het vrachtverkeer relevant is. Personenvoertuigen zijn meestal niet voelbaar en geven geen bijdrage aan de trillingen. Langs het nieuwe tracé is de toetsing van de trillingsstrekte Vmax maatgevend, en langs bestaande wegen de toetsing aan de streefwaarde Vper. Variant Noord, langs nieuw tracé De dichtstbijzijnde woningen bevinden zich op een afstand van circa 40 meter van het nieuwe tracé. De kans dat de SBR-B streefwaarden voor trillingshinder hier overschreden worden, is klein. Schade door trillingen tijdens de exploitatiefase is niet te verwachten. Variant Noord, langs bestaande wegen Langs een aantal bestaande wegen neemt de verkeersintensiteit toe. Dit betreft vooral de N347 ter hoogte van Lemele, de N341 ter hoogte van Den Ham en de Vlisterseweg in Vlisteren. De te verwachten verkeersintensiteit van het vrachtverkeer is echter zo laag, dat de toetsing aan de streefwaarde voor Vmax maatgevend is, en de Vmax wijzigt niet ten gevolge van de toename van het verkeer. Variant Midden, langs nieuw tracé In de omgeving van de kruising van het nieuwe tracé met de Oude Hammerweg bevinden zich enkele woningen nabij het nieuwe tracé. De dichtstbijzijnde woning ligt op circa 20 meter afstand. Hier kan mogelijk sprake zijn van een overschrijding van de SBR-B streefwaarden voor nieuwe situaties.

Schade door trillingen tijdens de exploitatiefase is niet te verwachten. Variant Midden, langs bestaande wegen Langs een aantal bestaande wegen neemt de verkeersintensiteit toe. Dit betreft vooral de N347 ter hoogte van Lemele en de N341 ter hoogte van Den Ham. De te verwachten verkeersintensiteit van het vrachtverkeer is echter zo laag, dat de toetsing aan de streefwaarde voor Vmax maatgevend is, en de Vmax wijzigt niet ten gevolge van de toename van het verkeer.

2.6

Water

Voor het thema wat zijn de volgende beoordelingscriteria bekeken: waterkering en ligging in een grondwaterbescherming- en/of drinkwatergebied. Reden voor de waterkeringszone is om de bescherming van de dijken en waterkeringen te borgen wanneer sprake is van hoog water. Daarnaast zijn de kosten voor de realisatie hoger binnen deze aangegeven zones omdat het bevoegd gezag de vergunning alleen verleent als technische (beheers)maatregelen worden getroffen. Variant Noord Variant Noord bevindt zich in het beheersgebied is waterschap Vechtstromen. De Beneden Regge en het inundatiegebied van de Beneden Regge worden doorkruist. Aan de west- en oostzijde van het inundatiegebied bevindt zich de (water)kering. Dit is weergegeven in bijlagen 4a en 4b. Variant Noord bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied of wingebied. Variant Midden Variant Midden bevindt zich in het beheersgebied van zowel waterschap Drent Overijsselse Delta als waterschap Vechtstromen. De Beneden Regge en het inundatiegebied van de Beneden Regge worden doorkruist. Direct aan de westzijde van de Beneden Regge bevindt zich de (water)kering. Dit is weergegeven in bijlagen 4a en 4b. Variant Midden bevindt zich niet in grondwaterbeschermingsgebied of wingebied.

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

11/38

2.7

Ecologie

2.7.1 Beschermde gebieden De beschermende gebieden zijn geïnventariseerd middels de kaartenbank van de Provincie Overijssel. In bijlage 5 is het raakvlak weergegeven van de varianten met Natuurnetwerk Nederland (NNN), Natura 2000-gebied en/of een groene contour. Variant Noord Variant Noord bevindt zich binnen volledig binnen een NNN gebied. Op circa 600 meter bevindt zich het Natura-2000 gebied Vecht- en Beneden-Reggegebied. Er zal dus ruimtebeslag plaatsvinden op NNN. Variant Midden Variant Midden doorkruist twee keer een NNN gebied. Op circa 400 meter bevindt zich het Natura2000 gebied Vecht- en Beneden-Reggegebied. Er zal dus ruimtebeslag plaatsvinden op NNN. 2.7.2 Beschermde soorten Beschermde soorten flora en fauna, zoals opgenomen in de Omgevingswet, zijn geïnventariseerd aan de hand van bestaande verspreidingsgegevens. Als bron zijn hiervoor de verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) gebruikt. Bij de selectie van gegevens voor vogels is specifiek geselecteerd op vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest met categorie 1-4. Voor informatie over alle tracévarianten zijn gegevens van de afgelopen 5 jaar gebruikt. Als zoekgebied is de bufferzone van 2 kilometer aan beide kanten van het tracé gehanteerd. De NDFF is de meest complete databank met verspreidingsgegevens van (beschermde) flora en fauna.

Er kan echter niet van worden uitgegaan dat als er geen waarnemingen in de NDFF staan, er ook geen beschermde soorten aanwezig zijn. Het is namelijk goed mogelijk dat het betreffende gebied niet is onderzocht op alle mogelijke soortgroepen. Om uitspraak te kunnen doen over het wel of niet aanwezig zijn van beschermde soorten is altijd een veldbezoek noodzakelijk. In onderstaande tabel 2 staan de beschermde soorten die in de directe omgeving van de tracévarianten zijn waargenomen in de afgelopen 5 jaar. Tabel 2: Soorten die in de directe omgeving van tracévarianten zijn waargenomen in de afgelopen 5 jaar (bron: NDFF juni 2024). Voor vogels zijn uitsluitend waarnemingen van soorten met een jaarrond beschermd categorie 1-4 nest opgenomen. Voor de overige soortgroepen zijn waarnemingen van soorten die in de provincie Overijssel algemeen vrijgesteld (AV) zijn buiten beschouwing gelaten en niet opgenomen in de tabel. Soortgroep Soort Bescherming Variant Noord Variant Midden Amfibieën

Ongewervelden

Reptielen

Vaatplanten

Boomkikker

H

X

Heikikker

H

X

Rugstreeppad

H

X

Beekrombout

N

X

X

Gevlekte witsnuitlibel

H

X

X

Grote vos

N

X

X

Grote weerschijnvlinder

N

X

X

Kleine ijsvogelvlinder

N

Adder

N

Hazelworm

N

Levendbarende hagedis

N

X

X

Ringslang

N

X

X

Zandhagedis

H

Dennenorchis

N

Kartuizer anjer

N

X

Liggende ereprijs

N

X

Veenbloembies

N

X X

X X

X X

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

X X

12/38

Soortgroep

Soort

Vissen

Grote modderkruiper

N

X

Zoogdieren

Bever

H

X

X

Boommarter

N

X

X

Bunzing

N

X

X

Das

N

X

X

Eekhoorn

N

X

X

Egel

N

X

X

Otter

H

X

X

Ree

N

Steenmarter

N

Vos

N

Wolf

H

Baardvleermuis

H

X

X

Franjestaart

H

X

X

Gewone dwergvleermuis

H

X

X

Gewone grootoorvleermuis

H

X

X

Laatvlieger

H

X

X

Vleermuizen

Bescherming

Meervleermuis

Vogels

Variant Noord

Variant Midden

X X

X X X

X

Rosse vleermuis

H

X

X

Watervleermuis

H

X

X

Boerenzwaluw

V

X

X

Boomvalk

V

X

X

Bosuil

V

X

X

Buizerd

V

X

X

Gierzwaluw

V

X

X

Grote gele kwikstaart

V

X

X

Havik

V

X

X

Huismus

V

X

X

Huiszwaluw

V

X

X

Kerkuil

V

X

X

Ooievaar

V

X

X

Raaf

V

Ransuil

V

X

X

Roek

V

X

X

Sperwer

V

X

X

Steenuil

V

X

X

Torenvalk

V

X

X

Wespendief

V

X

X

Zeearend

V

X

X

Zwarte specht

V

X

X

Zwarte wouw

V

X

X

2.7.2.1 Reptielen Variant Noord Variant Noord heeft ruimtebeslag op leefgebied van de beschermde soorten levendbarende hagedis (heide) en ringslang (potentiële overwinteringsplaatsen en voortplantingsplaatsen). Variant Midden Variant Midden heeft volgens de waarnemingen van de afgelopen 5 jaar geen direct raakvlak met beschermde soorten reptielen.

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

13/38

2.7.2.2 Zoogdieren Variant Noord Bij variant Noord worden er verschillende typen leefgebied van beschermde zoogdieren geraakt zoals leefgebied van de bever (uiterwaarden), eekhoorn (bossen) en egel. Verder zal er ruimtebeslag op geschikt foerageer- en leefgebied van marterachtigen zoals de das en boommarter plaatsvinden. Variant Midden Bij variant Midden zal er ruimtebeslag op een klein stuk bos plaatsvinden waar de eekhoorn meerdere keren is waargenomen. Verder zal er ruimtebeslag op geschikt foerageer- en leefgebied van marterachtigen zoals de das en boommarter plaatsvinden. 2.7.2.3 Vleermuizen Variant Noord Door het raakvlak op het bos worden er foerageergebied en mogelijke verblijfplaatsen van de zeldzame vleermuissoorten baardvleermuis en franjestaart geraakt. Ook zal er ruimtebeslag op het leefgebied van algemenere vleermuissoorten zoals de rosse vleermuis plaatsvinden. Variant Midden Bij variant Midden zal er volgens de waarnemingen van de afgelopen 5 jaar geen raakvlak met zeldzame vleermuissoorten zijn. Wel zal er in ieder geval ruimtebeslag op foerageergebied, vliegroutes en verblijfplaatsen van algemenere vleermuissoorten zoals de rosse vleermuis plaatsvinden. 2.7.2.4 Vogels Variant Noord Bij variant Noord zal er ruimtebeslag op leefgebied met mogelijke nestlocaties van bosuil, buizerd en waarschijnlijk andere roofvogel soorten plaatsvinden.

Dit komt voornamelijk door het grote raakvlak op bosgebied. Variant Midden Bij variant Midden zal voornamelijk ruimtebeslag op foerageergebied van roofvogel- en uilen soorten zoals buizerd en steenuil plaatsvinden. Dit komt doordat het meeste ruimtebeslag in open gebieden (zoals agrarische percelen en graslanden), wat geschikt is als jachtgebied, zal plaatsvinden. 2.7.2.5 Overige soorten Voor de overige soortgroepen vaatplanten, vissen, amfibieën en ongewervelden is er geen duidelijke conclusie betreffende de effecten en het ruimtebeslag vanuit de bureaustudie te trekken. Daardoor kan voor deze overige soortgroepen ook geen voorkeursvariant gekozen worden. 2.7.3 Beschermde houtopstanden Variant Noord Door het aanleggen van de zuidelijke randweg zullen bij variant Noord meerdere grote houtopstanden geraakt worden wat mogelijk vergunningsplichtig is. Variant Midden Door het aanleggen van de zuidelijke randweg zullen bij variant Midden enkele houtopstanden (voornamelijk gedeeltes van bomenrijen) geraakt worden wat mogelijke vergunningsplichtig is.

2.8

Stikstof

Voor projecten waarbij tijdens de realisatie- en/of gebruiksfase een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen kan ontstaan, dient te worden onderzocht of het als gevolg van stikstofdepositie een vergunning plichtige “Natura 2000-activiteit” is zoals gedefinieerd binnen de kaders van de Omgevingswet. Dit geldt ook voor het project Zuidelijke Randweg Ommen.

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

14/38

Het doel van deze Quickscan is om in een vroege fase inzicht te geven in het projectrisico als gevolg van stikstof en in de kans dat dit risico optreedt voor elk van de scenario’s. Stikstofdepositie is het gevolg van een toename in stikstofemissie en wordt beïnvloed door verschillende parameters. De parameters die voor het project Zuidelijke Randweg Ommen het belangrijkst zijn, zijn hieronder omschreven. Locatie werkzaamheden (realisatiefase) De omvang en locatie van de werkzaamheden geven aan waar de emissie vrijkomt. De locatie van de werkzaamheden is daardoor van grote invloed op waar mogelijk stikstofdepositie optreedt. Inzet mobiele werktuigen (realisatiefase) De emissie die vrijkomt op de bouwplaats zal hoofdzakelijk worden veroorzaakt door de inzet van diesel aangedreven mobiele werktuigen. De hoogte van deze emissie wordt bepaald door de volgende parameters: bouwjaar van de mobiele werktuigen, draaiuren, dieselverbruik en indien mogelijk het aandeel AdBlue. Nieuwere machines zijn vaak schoner en veroorzaken daarmee minder emissie. Op het moment dat er met elektrisch aangedreven machines wordt gewerkt komt er helemaal geen emissie vrij. Het is dan wel belangrijk om na te denken over de wijze waarop deze machines worden opgeladen.

Ontsluitingsroute en bouwverkeer (realisatiefase) De ontsluitingsroute voor bouwverkeer wordt in de regel gemodelleerd van de bouwplaats tot de plek waar het bouwverkeer opgaat in het heersende verkeer. Dit is de plek waar het bouwverkeer nog maximaal 3% uitmaakt van het totale verkeer. Het aantal (bouw)verkeersbewegingen en de lengte van de ontsluitingsroute zijn bepalend voor de hoeveelheid stikstofemissie. De locatie van de ontsluitingsroute is bepalend voor de locatie van eventuele stikstofdepositie. Blijvend verkeerseffect (gebruiksfase) Als gevolg van de realisatie van de Zuidelijke Randweg Ommen zal een verschuiving van verkeersbewegingen ontstaan. Op de nieuwe randweg zal meer verkeer gaan rijden, terwijl op de omliggende wegen de verkeersintensiteit zowel omhoog als omlaag zal gaan. Het projecteffect wordt bepaald op basis van het verschil tussen de referentiesituatie zonder ontwikkeling, en de projectsituatie met de realisatie van de nieuwe randweg. 2.8.1 Locatie plangebieden Voor het project Zuidelijke Randweg Ommen worden twee varianten onderzocht: variant Noord en variant Midden. Elke variant heeft een eigen plangebied, zoals weergegeven in figuur 2. AERIUS berekent potentiële stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen tot een afstand van 25 kilometer van de emissiebronnen.

In figuur 2 zijn daarom voor elke variant ook een stikstofdepositiezone van 25 kilometer en de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden die binnen deze zone liggen opgenomen. Deze figuur geeft daarmee een goed beeld van de Natura 2000-gebieden die in potentie belast kunnen worden.

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

15/38

Figuur 2 Overzicht van de plangebieden en Natura 2000-gebieden waar in potentie stikstofdepositie kan optreden.

2.8.2 Relevante Natura 2000-gebieden Binnen 25 kilometer van de plangebieden bevinden zich tien Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen. In tabel 3 is een overzicht van deze gebieden te vinden, inclusief de afstand tot en ligging ten opzichte van de plangebieden en de richtlijn in het kader waarvan het natuurgebied is aangewezen.

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

16/38

Tabel 3 Overzicht relevante Natura 2000-gebieden Afstand tot Natura 2000-gebied plangebied Noord (km)

Afstand tot plangebied Midden (km)

Ligging t.o.v. plangebieden

Aangewezen richtlijn

Vecht- en BenedenReggegebied

0,6

0,4

Oost; Zuidoost; Zuid

Habitatrichtlijn

Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht

14,0

13,3

West

Habitat- en Vogelrichtlijn

Sallandse Heuvelrug

15,4

13,0

Zuid

Habitat- en Vogelrichtlijn

Wierdense Veld

15,6

13,8

Zuidoost

Habitatrichtlijn

Boetelerveld

15,8

13,0

Zuid

Habitatrichtlijn

Engbertsdijksvenen

16,1

15,6

Oost

Habitat- en Vogelrichtlijn

Rijntakken

18,7

16,7

West; Zuidwest

Habitat- en Vogelrichtlijn

Olde Maten & Veerslootslanden

20,5

21,2

Noordwest

Habitatrichtlijn

Veluwe

22,3

20,5

Zuidwest

Habitat- en Vogelrichtlijn

Borkeld

>25

24,4

Zuid

Habitatrichtlijn

2.8.3 Realisatiefase Naar verwachting zullen beide scenario’s (Noord, Midden) significante stikstofemissie veroorzaken als gevolg van de realisatiefase. Reden voor deze verwachting is de omvang van het werk en de materieelinzet die gepaard gaat met het realiseren van nieuwe wegen en kruisingen. Variant Midden is met een lengte van 4 kilometer bijna twee keer zo lang als variant Noord (2,5 kilometer) en zal daardoor naar verwachting meer stikstofemissie veroorzaken. Gezien de aard van het project en de zeer korte afstand tot het Natura 2000-gebied Vecht- en BenedenReggegebied is de kans op stikstofdepositie in de realisatiefase voor beide varianten aanzienlijk. Een AERIUS-berekening is nodig om dit met zekerheid vast te stellen. 2.8.4 Gebruiksfase Als gevolg van de aanleg van een nieuwe randweg zal het huidige verkeer zich anders gaan verdelen over het verkeernetwerk. Op sommige wegen komt er verkeer bij, terwijl op andere wegen het verkeer juist afneemt. In deze quickscan is gekeken naar de verkeersintensiteit op meetpunten op relevante locaties in het regionaal wegennet, zoals te zien in figuur 3. Voor een toelichting op deze meetpunten en het figuur wordt verwezen naar memo X06-EB-HS-MEMO-24001187 (Eerste bevindingen Zuidelijke Randweg Ommen).

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

17/38

Figuur 3 Overzicht meetpunten varianten.

De meetpunten bevinden zich allen ofwel op zeer korte afstand van het Natura 2000-gebied Vecht- en Beneden-Reggegebied, ofwel in de dominante windrichting ten opzichte van dit gebied (zuidoost). Daarom zijn verkeerseffecten op de wegen die bij deze meetpunten horen een relatief goede graadmeter voor het stikstofeffect dat kan worden verwacht als gevolg van het project. Om dit stikstofeffect inzichtelijk te maken zijn de intensiteitsverschillen op de meetpunten voor zowel de referentie- als de plansituatie bij elkaar opgeteld om tot een verschilwaarde te komen. Bij variant Noord (met knips) vindt een netto toename in verkeersintensiteit plaats van 6.200 voertuigen per etmaal ten opzichte van de referentiesituatie. Bij variant Midden (met knips) vindt een netto toename in verkeersintensiteit plaats van 4.400 voertuigen per etmaal ten opzichte van de referentiesituatie. Beide varianten leiden tot een aanzienlijk hogere verkeersintensiteit. Hier staat tegenover dat de stagnatie (filevorming) over het algemeen zal afnemen. Desalniettemin is de verwachting dat er een netto toename in stikstofemissie zal plaatsvinden als gevolg van de toename in verkeersintensiteit. De kans dat dit leidt tot een permanente toename in stikstofdepositie is, gezien de geringe afstand tot het Natura 2000-gebied, groot. Een AERIUS-berekening is noodzakelijk om dit met zekerheid vast te stellen.

Er is voor beide varianten de mogelijkheid om geen knips toe te passen. Dit leidt bij variant Noord tot een iets lagere netto toename van de verkeersintensiteit en bij variant Midden zelfs tot een netto afname. Bij variant Noord zonder knips vindt een netto toename in verkeersintensiteit plaats van 3.200 voertuigen per etmaal ten opzichte van de referentiesituatie. Hoewel dit aanzienlijk lager is dan in de situatie met knips, blijft de kans op stikstofdepositie relatief groot wegens de korte afstand tot het Natura 2000gebied. Bij variant Midden zonder knips vindt een netto afname in verkeersintensiteit plaats van 100 voertuigen per etmaal ten opzichte van de referentiesituatie. De kans op stikstofdepositie is hiermee flink lager dan bij de overige varianten. Echter, om daadwerkelijk uit te kunnen sluiten dat er stikstofdepositie optreedt als gevolg van de gebruiksfase is een AERIUS-berekening noodzakelijk. Immers, de invloed van de nieuwe randweg op de stikstofdepositie is ook afhankelijk van de exacte verdeling van het verkeer over het weggennetwerk. Als de verkeerstoenames zich dichtbij de

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

18/38

stikstofgevoelige natuur bevinden en de verkeersafnames juist verderaf kan dit, ook met een netto afname in het gehele netwerk, stikstofdepositie tot gevolg hebben.

2.9

Kabels en leidingen derden

Er is een inventarisatie uitgevoerd van alle bestaande kabels en leidingen door middel van een KLIC melding bij het Kadaster. In tabel 4 is een overzicht van de kabels en leidingen per variant opgenomen. In bijlage 6 is de situatie kabels en leidingen (KLIC) weergegeven op kaart in relatie tot de varianten. Tabel 4: Overzicht kabels en leidingen Locatie Categorieën Variant Noord

Buisleiding gevaarlijke inhoud (Gasunie), data, middenspanning, laagspanning, gas (hoge druk), gas (lage druk), water, riool (vrij verval)

Variant Midden

Buisleiding gevaarlijke inhoud (Gasunie), data, middenspanning, laagspanning, gas (lage druk), water, riool (vrij verval)

Variant Noord Variant noord heeft als uitgangspunt dat er een nieuwe ontsluitingsweg wordt voorzien parallel aan het spoor Ommen–Zwolle. Er ontstaat een verbinding tussen de Stationsweg en de N348. De Reggemarsdijk en het Laar worden gekruist. Het betreft hier kabels en leidingen van de categorie: - Data waaronder 1 tracé met eis voorzorgsmaatregel, middenspanning, water (315mm, 2x 400mm en 107mm PVC), gas (lage druk) langs de Nieuwedijk. - Buisleiding gevaarlijke inhoud van de Gasunie met eis voorzorgsmaatregel, data, middenspanning, laagspanning, riool (vrij verval), gas (hoge druk), gas (lage druk), water (250mm en 50mm PVC) langs de Reggemarsdijk en het Laar. - Riool (vrij verval), gas (hoge druk) langs de stationsweg. Variant Midden Variant midden voorziet in een verbinding tussen de N347/N341 ter hoogte van de Manitoba-rotonde en de N348 ten noorden van de onderdoorgang Deventerweg. De aansluitingen met de N347/N341 en N348 worden uitgevoerd als rotondes. De Koolhaarsweg, de Vlierdijk, de Holtkampweg en de Oude Hammerweg worden gekruist. Het betreft hier kabels en leidingen van de categorie: - Middenspanning langs de Deventerweg. - Buisleidingen gevaarlijke inhoud van de Gasunie, tussen de Deventerweg en de Koolhaarsweg. - Middenspanning langs de Koolhaarsweg. - Middenspanning lans de Vlierdijk.

- Data, middenspanning, laagspanning, water (107mm PVC), gas (lage druk) langs de Holtkampweg. - Data met eis voorzorgsmaatregel, middenspanning, laagspanning, riool (vrij verval), water (107mm PVC), gas (lage druk) langs de Oude Hammerweg. - Laagspanning, gas (lage druk), water (315mm en 2x 400mm PVC) tussen de Oude Hammerweg en de Beneden Regge. - Data, riool (vrij verval), water (250mm PVC) langs de Giethemer Hooiweg. - Data, middenspanning, laagspanning langs het westen van de N347.

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

19/38

2.10

Eigendommen

Naast de beheersgebieden heeft elk perceel een eigenaar en/of pachter c.q. huurder. De grondeigendomsposities zijn verkregen via het Kadaster. Variant Noord Er wordt een groot aantal kadastrale percelen doorsneden. Uit de beschikbare gegevens komt naar voren dat de N348 in eigendom is bij de provincie Overijssel. Van west naar oost worden vervolgens percelen gekruist in eigendom van derden. Het gebied rond de rivier ‘Beneden Regge’ is in eigendom van Waterschap Vechtstromen. Voorbij de rivier zijn bijna alle percelen ter plaatse van het tracé in eigendom van de gemeente Ommen. De regionale wegen zijn eigendom van de gemeente Ommen. Variant Midden Er wordt een groot aantal kadastrale percelen doorsneden. Uit de beschikbare gegevens komt naar voren dat de N348 in eigendom is bij de provincie Overijssel. Van west naar oost worden vervolgens percelen gekruist in eigendom van derden. Het gebied rond de rivier ‘Beneden Regge’ is in eigendom van Waterschap Vechtstromen. De N347 is weer in eigendom bij de provincie Overijssel. De regionale wegen zijn eigendom van de gemeente Ommen.

2.11

Bestemmingsplannen

De planologische aspecten zijn per variant beschouwd. Per variant wordt het bestemmingsplan en de dubbelbestemming beschreven. Echter is een groot deel van het buitengebied de enkelbestemmingen niet digitaal beschikbaar, de gemeente Ommen heeft alleen een pdf beschikbaar. De volgende bestemmingsplannen zijn van toepassing:  Buitengebied, herziening Ommen-Zuid, 2017-12-06, vastgesteld  Beneden Regge, deelgebied Kiekebelt,  Buitengebied, herziening Hammerweg 64, 2020-06-18, vastgesteld Variant Noord In bijlage 8a is de enkelbestemming weergegeven. Binnen deze variant zijn de volgende enkelbestemmingen aanwezig:  Agrarisch  Natuur  Bos  Water  Woongebied In bijlage 8b is de dubbelbestemming weergegeven. De variant Noord heeft raakvlak met de volgende dubbelbestemming:  Archeologie – waarde 1 Variant Midden In bijlage 8a is de enkelbestemming weergegeven. Binnen deze variant zijn de volgende enkelbestemmingen aanwezig:  Agrarisch  Natuur  Water  Wonen In bijlage 8b is de dubbelbestemming weergegeven. De variant Midden heeft raakvlak met de volgende dubbelbestemmingen:  Agrarisch – Essen – Kampenlandschap  Archeologie – waarde 1

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

20/38

Voor de aanleg van een nieuwe randweg is in beide varianten een omgevingsplanwijziging noodzakelijk. De doorlooptijd van deze wijziging is minimaal een jaar. Procedures en doorlooptijden zullen in een nader stadium moeten worden uitgewerkt.

2.12

Geluid

In bijlage 9 zijn geluidcontouren vanaf 50 dB weergegeven zonder de invloed van maatregelen voor varianten Noord en Midden. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: 1. Voor variant Noord is uitgegaan van een etmaalintensiteit van 8.700 motorvoertuigen. Dit is Variant 1a met “knips”. Voor Variant 1b is de etmaalintensiteit 8.400 mvt/etmaal. Dit is voor het aspect geluid vergelijkbaar met variant 1b. 2. Voor variant Midden is uitgegaan van een etmaalintensiteit van 5.200 motorvoertuigen. Dit is Variant 2 met “knips”. Voor Variant 3, Midden zonder “knips” is de etmaalintensiteit 2.500 mvt/etmaal. Het effect is ruim 3 dB lager dan Variant 2. 2.12.1 Beknopt wettelijk kader Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Met de komst van de Omgevingswet wordt het omgevingsrecht opnieuw vormgegeven. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Systeem van geluidproductieplafonds Onder de Omgevingswet is de provincie verantwoordelijk voor geluid langs provinciale wegen. Om de onbeheerste groei aan geluid tegen te gaan, wordt door de provincie het systeem van Geluidproductieplafonds (GPP) gebruikt voor provinciale wegen.

GPP’s leggen de bovengrens vast van de geluidproductie die een provinciale weg op referentiepunten mag veroorzaken. Daardoor ligt er ook een bovengrens vast van de geluidsbelasting op alle geluidsgevoelige objecten die zich bevinden in de omgeving van een weg met GPP’s. Zolang de GPP’s niet worden overschreden, zal de geluidsbelasting op geluidsgevoelige objecten langs de weg immers ook niet kunnen uitstijgen boven de waarde die overeenkomt met een situatie van volledige benutting van de GPP’s. Voor nieuwe provinciale wegen zullen nog GPP’s moeten worden vastgesteld. Langs een nieuwe provinciale weg moet in ieder geval gedetailleerd akoestisch onderzoek op woningniveau plaatsvinden. Voor geluidgevoelige gebouwen gelden de volgende grenswaarden. Voor woningen waarvoor het geluid lager is dan de standaardwaarde is geen verdere actie vereist. Geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde is toegestaan als bijvoorbeeld geluidmaatregelen zijn afgewogen. Geluid hoger dan de grenswaarde is alleen onder bepaalde situaties toegestaan. Tabel 5: Standaardwaarde en grenswaarde uit het Besluit kwaliteit leefomgeving Geluidbron

Standaardwaarde

Grenswaarde toelaten geluidbron

Provinciale wegen

50 dB Lden

65 dB Lden*

Gemeentewegen

53 dB Lden

70 dB Lden

*Artikel 3.36 van het Bkl biedt flexibiliteit voor woningen langs provinciale wegen binnen de bebouwde kom. In bepaalde gevallen is een beperkte overschrijding van ten hoogste 5 dB van de grenswaarde toegestaan is. Van deze mogelijkheid kan alleen gebruik worden gemaakt als de overschrijding van de grenswaarde redelijkerwijs niet te voorkomen is.

2.12.2 Bevindingen met betrekking tot de nieuwe wegen Op het kaartmateriaal in bijlage 9 zijn de geluidscontouren gegeven en de ligging van de geluidgevoelige adreslocaties. In tabel 6 is het aantal geluidgevoelige gebouwen binnen de relevante geluidcontouren weergegeven. Tevens is vermeld wat het effect is van geluidsarme asfalt en of er dan nog geluidschermen nodig zijn.

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

21/38

Tabel 6: Aantal geluidgevoelige gebouwen voor de varianten Aantal geluidgevoelige gebouwen

Variant 1a

Variant 1b

Variant 2

Variant 3

Noord

Noord

Midden

Midden zonder

met “knips”

zonder “knips”

met “knips”

“knips”

Situatie zonder geluidmaatregelen 50 – 55 dB Lden

15

15

11

6

55 – 60 dB Lden

8

9

3

3

60 – 65 dB Lden

1

0

2

0

> 65 dB Lden

0

0

1 (amoveren)

1 (amoveren)

Totaal > 50 dB Lden

24

24

17

10

Situatie met geluidsarm asfalt zoals het Gelders Mengsel 50 – 55 dB Lden

12

12

6

3

55 – 60 dB Lden

3

3

3

1

60 – 65 dB Lden

0

0

0

0

> 65 dB Lden

0

0

1 (amoveren)

1 (amoveren)

Totaal > 50 dB Lden na

15

15

10

5

toepassing geluidsarm asfalt Onderzoek naar doelmatige geluidschermen na toepassen geluidsarm asfalt Mogelijk doelmatig 200m laag geluidscherm aan de zuidzijde voor cluster woningen aan de Stationsweg te Ommen.

Nader onderzoek nodig voor twee woningen aan de Oude Hammerweg of een kort en hoog geluidscherm doelmatig is. De verwachting is van niet. Optie is om deze woningen te amoveren.

2.12.3 Indirecte akoestische effecten, een aanbeveling Niet beschouwd zijn de zogenaamde indirecte akoestische effecten. Dit zijn effecten als gevolg van veranderingen in het verkeer of veranderingen in het geluidaandachtsgebied waar het bevoegd gezag geen besluit over neemt. Als voorbeeld, het nieuw aanleggen van een weg kan binnen een gemeente leiden tot indirecte akoestische effecten langs andere, aanpalende lokale wegen. Het akoestisch onderzoek moet dan inzicht geven of het geluid op een geluidgevoelig gebouw in het geluidaandachtsgebied niet met meer dan 1,5 dB toeneemt. De toename van het geluid wordt bepaald door de situatie in een voor die weg maatgevend jaar na de wijziging te vergelijken met de situatie in datzelfde jaar zonder die wijziging. Is er sprake van een toename van 1,5 dB (dit komt overeen met ongeveer een groei van 40%) of meer dan moet onderzocht worden of met geluidbeperkende maatregelen de toename kan worden weggenomen of zoveel mogelijk worden beperkt. Geluidbeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. In dit geval moet beoordeeld worden of het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw aanvaardbaar is.

Nader onderzoek is nodig welk effect de aanleg van de nieuwe wegen heeft op aanpalende wegen in beheer van de gemeente en de provincie.

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

22/38

2.13

Externe veiligheid

Voor het thema externe veiligheid wordt in deze fase gekeken naar milieubelastende activiteiten met een extern veiligheidsrisico. Deze criteria worden aangehouden om de noodzaak tot het treffen van maatregelen te minimaliseren, de ongestoorde ligging van de kabels beter te borgen en om de grootste risico´s in het kader van externe veiligheid te voorkomen. Ter plaatse van beide varianten bevinden zich geen hoogspanningsverbindingen. Variant Noord Ter hoogte van de straat Het Laar bevindt zich propaantank, deze bevindt zich aan de noordkant van het tracé. Bij Stationsweg 37 in Ommen bevindt zich een aardgaswinningslocatie van de Nederlandse Gasunie, hiermee is een duidelijk raakvlak, zoals zichtbaar is in figuur 4.

Figuur 4: Ligging van de aardgaswinningslocatie en het raakvlak met variant noord.

Tevens is een raakvlak met een buisleiding met gevaarlijke inhoud van de Gasunie. Binnen de belemmerende strook van de buisleiding is het niet wenselijk om een weg te realiseren. Bij variant Noord bevindt zich bij de aansluiting met de oostelijke bestaande weg een tankstation. Hier bevinden zich hier LPG tanks, waardoor dit een aandachtsgebied betreft. Variant Zuid Er is een raakvlak met een buisleiding met gevaarlijke inhoud van de Gasunie. Binnen de belemmerende strook van de buisleiding is het niet wenselijk om een weg te realiseren.

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

23/38

3

Conclusies

In het kader van de preverkenning naar de Zuidelijke Randweg Ommen is een quickscan uitgevoerd om inzicht te krijgen of er grondgebonden conditionerende belemmeringen aanwezig zijn op de beoogde varianten Noord en Midden. De effecten waarop onderzocht is, zijn de volgende: bodemkwaliteit, archeologie, ontplofbare oorlogsresten, luchtkwaliteit, trillingen, externe veiligheid, waterkwaliteit, ecologie, stikstof, kabels & leidingen derden, eigendommen, bestemmingsplannen en geluid. Uit de quickscan blijkt dat de volgende effecten nader onderzocht dienen te worden in de vervolgfase: bodemkwaliteit, archeologie, ontplofbare oorlogsresten, water, ecologie, stikstof, kabels & leidingen, geluid en externe veiligheid.

3.1

Bodemkwaliteit

Uit de quickscan bodemkwaliteit is de verwachting dat de omgeving aangemerkt kan worden als licht verontreinigd met diverse parameters. Het advies is om de verwachting van de bodemkwaliteit te toetsen nadat de variant is gekozen, middels een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en NEN 5707.

3.2

Archeologie

Aan de oostzijde van variant noord bevindt zich een archeologische monument (AMK) ter plaatse van het tracé (terrein van zeer hoge archeologische waarde). Dit gebied is eveneens aangeduid als archeologische gebied op de Archeologische verwachtingskaart Overijssel. Er is een Rijksmonument gelegen direct aangrenzend of mogelijk ter plaatse van variant noord. Het Rijksmonument behoort tot de categorie: ‘Kastelen, landhuizen en parken’ met nummer 513547. Het betreft een ijskelder. Ten zuiden van het hoofdgebouw in het park ligt een 19de-eeuwse ijskelder met en bakstenen koepelgewelf. Voor het overig deel van variant noord en voor variant midden geldt dat voor archeologie een onderscheid is tussen een lage en/of een hoge verwachting. Daar de ontwikkeling voorziet in grondroerende activiteiten en daarmee eventueel archeologische waarden verstoort (raakvlak met een archeologisch monument), is het noodzakelijk om een bureauonderzoek uit te voeren conform de KNA.

3.3

Ontplofbare oorlogsresten

De variant Noord is verdacht op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten en de variant Midden is niet verdacht op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten. Aanvullend onderzoek is in het vervolgtraject benodigd voor variant noord.

3.4

Luchtkwaliteit

De uitkomst van de NIBM-tool laat zien dat de maximale bijdrage van het extra verkeer voor variant Noord 6,25 μg NO2 en 1,00 μg PM10 per m3 zal zijn. Voor variant Midden zal de maximale bijdrage van het extra verkeer 3,78 μg NO2 en 0,60 μg PM10 per m3 zijn. De hoogste achtergrondconcentratie NO2 in het studiegebied is 14,82 μg per m3. Dit betekent dat de concentratiewaarde in de meest extreme situatie zou stijgen naar 21,07 μg NO2 per m3 als gevolg van variant Noord (14,82 + 6,25) en naar 18,60 μg NO2 per m3 als gevolg van variant Midden (14,82 + 3,78). De hoogste achtergrondconcentratie PM10 in het studiegebied is 12,87 μg per m3. Dit betekent dat de concentratiewaarde in de meest extreme situatie zou stijgen naar 13,87 μg PM10 per m3 als gevolg van variant Noord (12,87 + 1,00) en naar 13,47 μg PM10 per m3 als gevolg van variant Midden (12,87 + 0,60).

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

24/38

Deze concentratiebijdragen liggen ruim onder de NIBM-grenswaarde. Dit betekent dat negatieve effecten op de luchtkwaliteit voor alle alternatieven kunnen worden uitgesloten en er geen nader onderzoek nodig is.

3.5

Trillingen

Variant Noord Tijdens de realisatiefase is er geen schade aan gebouwen door trillingen te verwachten. Mogelijk treedt er gedurende een beperkte periode hinder voor personen op en enkele woningen. Een aandachtspunt tijdens de realisatie van de fundering van kunstwerken, is fauna die gevoelig is voor trillingen. Tijdens de gebruiksfase zijn langs het nieuwe tracé geen overschrijdingen van de streefwaarden voor hinder te verwachten. We verwachten dat de variant Noord langs bestaande geen extra overschrijdingen van streefwaarden langs bestaande wegen geeft. Variant Midden Tijdens de realisatiefase schade aan gebouwen door trillingen niet te verwachten, maar niet geheel uit te sluiten in de dichtstbijzijnde bebouwing op ca. 20 meter afstand. Mogelijk treedt er gedurende een beperkte periode hinder voor personen op en enkele woningen. Een aandachtspunt tijdens de realisatie van de fundering van kunstwerken, is fauna die gevoelig is voor trillingen. Tijdens de gebruiksfase is langs het nieuwe tracé een kleine kans op overschrijdingen van de streefwaarden voor hinder te verwachten in de dichtstbijzijnde woning op ca. 20 meter afstand. We verwachten dat de variant Midden langs bestaande geen extra overschrijdingen van streefwaarden langs bestaande wegen geeft.

3.6

Water

Variant Noord bevindt zich in het beheersgebied is waterschap Vechtstromen. De Beneden Regge en het inundatiegebied van de Beneden Regge worden doorkruist. Aan de west- en oostzijde van het inundatiegebied bevindt zich de (water)kering. Variant Midden bevindt zich in het beheersgebied van zowel waterschap Drent Overijsselse Delta als waterschap Vechtstromen. De Beneden Regge en het inundatiegebied van de Beneden Regge worden doorkruist. Direct aan de westzijde van de Beneden Regge bevindt zich de (water)kering. Beide varianten bevinden zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied of wingebied.

3.7

Ecologie

3.7.1 Beschermde gebieden Variant Noord bevindt zich volledig binnen een NNN gebied. Op circa 600 meter bevindt zich het natura2000 gebied Vecht- en Beneden-Reggegebied. Er zal dus ruimtebeslag plaatsvinden op NNN. Variant Midden doorkruist twee keer een NNN gebied. Op circa 400 meter bevindt zich het natura-2000 gebied Vecht- en Beneden-Reggegebied. Er zal dus ruimtebeslag plaatsvinden op NNN. 3.7.2 Beschermde soorten Gebaseerd op de waarnemingen van beschermde soorten van de afgelopen 5 jaar is de eerste indruk dat het kiezen voor variant Midden het minste raakvlak met beschermde soorten oplevert. Voornamelijk door het grote raakvlak wat variant Noord op verschillende leefgebied types zoals bos, heide en kleinschalig cultuurlandschap. Bij variant Midden zal vooral ruimtebeslag op agrarische percelen plaatsvinden en in mindere mate bosschages/bomenrijen waardoor de verwachting is dat het effect op beschermde soorten kleiner zal zijn. Echter, op basis van onderhavige bureaustudie kan geen inschatting worden gemaakt of binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden de in hoofdstuk 3 besproken beschermde soorten aanwezig zijn. Derhalve wordt geadviseerd om een quickscan ecologie met veldbezoek uit te voeren om uitsluitsel over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten te kunnen verkrijgen.

X01-JBR-HS-RAP-24004218 / Proj.nr. M0004851 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 01-07-2024

25/38

3.7.3 Beschermde houtopstanden Bij beide varianten zullen houtopstanden geraakt worden. In het geval voor variant Noord gekozen wordt is het oppervlakte ruimtebeslag op beschermde houtopstanden aanzienlijk groter. Gebaseerd op de luchtfoto zal het kiezen voor variant Midden het minste raakvlak met beschermde houtopstanden hebben. Echter, vanaf een luchtfoto is de precieze standplaats van bomen en raakvlak met bomen niet nauwkeurig te bepalen. Om het effect en de omvang beter in kaart te brengen wordt na vaststelling van het definitieve ontwerp een veldbezoek aanbevolen waarbij de standplaats van bomen nauwkeurig in kaart worden gebracht. Hierbij kunnen gelijk struwelen in kaart worden gebracht. Daarmee kan bepaald worden of de aanwezige bomen, struwelen en/of struiken vergunningsplichtig zijn zoals gesteld in artikel 11.111 lid 2 Bal onder de Omgevingswet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15588876/1