Bijlage 2 Wijzigingstabel Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Ommen 2026
Tekst van het document
Bijlage 2 Wijzigingstabel Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Ommen 2026 Bestaande verordening 2022 (was)
Nieuwe verordening 2026 (wordt)
Toelichting
Artikel 1 Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. 2. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. 3. raadslid: lid van de gemeenteraad.
Vervallen.
Tekstueel en inhoudelijk is aansluiting gezocht bij de modelverordening van de VNG.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Toelichting
Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van de gemeenteraad een vergoeding voor de werkzaamheden per maand conform artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers op basis van de inwonersklasse 3.
Artikel 1 Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden De vergoeding voor raadsleden is geregeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Raadsleden krijgen een vaste vergoeding. Hoeveel dat is, hangt af van het aantal inwoners van de gemeente (de inwonersklasse). Vanaf de dag van beëdiging hebben de raadsleden recht op de vergoedingen die bij hun functie horen. Wat betreft de vergoeding voor de werkzaamheden is dit geregeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit. De gemeenteraad kan op basis van het zesde lid van artikel 3.1.1 bij verordening bepalen dat een deel van de vergoeding wordt uitbetaald als presentiegeld. Dit kan maximaal 20% van de
vergoeding zijn. In een dergelijke verordening mag geen onderscheid worden gemaakt tussen de raadsleden: een presentievergoeding geldt dan voor alle raadsleden. Deze bepaling kan bijvoorbeeld worden gebruikt bij spookleden. Spookleden zijn volksvertegenwoordigers die wel zijn gekozen, maar die niet of nauwelijks aanwezig zijn bij de vergaderingen of activiteiten van de desbetreffende gemeenteraad.
Bestaande tekst Artikel 3 Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van 5% van de vergoeding per maand. 2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van 5% van de vergoeding per maand.
Nieuwe tekst
Toelichting
Artikel 2 Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie
Uit het nieuwe artikel 3.1.4a. van het Rechtspositiebesluit volgt dat aan (vaste cq. roulerende) voorzitters van een artikel 82commissie Gemeentewet een toelage kan worden toegekend.
1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet ontvangt een maandelijkse toelage van 100% van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers zolang de commissie actief is. (De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.)
De raad beoordeelt hoeveel werk en tijd het voorzitterschap kost. Op basis daarvan bepaalt de raad vervolgens of er een vergoeding nodig is en hoe hoog deze moet zijn. In Ommen werkt alleen de commissie geloofsbrieven (Artikel 6 van het Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026 en is een artikel 82-commissie Gemeentewet), met een vaste voorzitter. Dit wordt niet gekwalificeerd als extra belastend. De overige commissies, die met een vaste voorzitter werken, zijn geen artikel 82commissie Gemeentewet:
2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een maandelijkse toelage van 100% van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is. 3. Een raadslid dat vaste voorzitter is van een commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangt een maandelijkse toelage van 25% van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is. De vaste voorzitter van de commissie geloofsbrieven (artikel 6 van het Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026) is van deze regeling uitgesloten. 4. Raadsleden die roulerend voorzitter zijn in één commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangen ieder een maandelijkse toelage van 25% van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers per persoon, zolang de commissie actief is.
- de werkgeverscommissie (artikel 83commissie) - het presidium (artikel 84-commissie) - de agendacommissie (artikel 84commissie) - en de eventuele toekomstige auditcommissie (artikel 84-commissie) Het vierde lid is voor voorzitters die elkaar afwisselen binnen één commissie. De raad kan met deze regel bepalen dat alle voorzitters een vast percentage van het maximale bedrag krijgen. Dit betekent niet dat het maximale bedrag uit artikel 3.1.4. moet worden verdeeld over de voorzitters. Als de raad bijvoorbeeld kiest voor het percentage 25% van het maximum, dan krijgen alle voorzitters 25% van het maximum. De raadscommissie en raadsinformatiebijeenkomsten zijn artikel 82-commissies Gemeentewet. Hierin wordt met roulerende voorzitters gewerkt. Deze voorzitters ontvangen, gelet op hun extra inzet en als waardering voor deze zwaardere rol, met ingang van de nieuwe raadsperiode een maandelijkse toelage ter hoogte van 25% van € 155,33 = € 38,83 (bruto).
Bestaande tekst Artikel 8 Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak Een commissielid wordt een vergoeding toegekend van 175% van de vergoeding waarop hij overeenkomstig artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers aanspraak op maakt als: a. het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken en/of b. het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
Nieuwe tekst Artikel 3 Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4 Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente 1. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een
Toelichting Tekstueel aangepast, geen inhoudelijke wijziging. In Ommen is dit artikel nog niet eerder toegepast.
1. Een commissielid krijgt een verhoogde vergoeding van 75% bovenop de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, als het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid deelneemt. 2. Een commissielid krijgt een verhoogde vergoeding van 75% bovenop de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, als de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid niet redelijk wordt geacht ten opzichte van de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de werkzaamheden.
Toelichting Nu opgenomen in artikel 3.1.7 Reiskostenvergoeding van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. 2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed; 3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een
raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5 Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden Niet van toepassing voor de gemeente Ommen. Bestaande tekst
Toelichting Nu opgenomen in artikel 3.1.9 Verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Nieuwe tekst
Artikel 6 Loopbaanoriëntatie raadsleden Niet van toepassing voor de gemeente Ommen.
Toelichting Nu opgenomen in artikel 3.1.8 Loopbaanoriëntatie van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, maar alleen van toepassing voor gemeenten die zijn ingedeeld in inwonersklasse 7, 8 of 9. Ommen is ingedeeld in inwonersklasse 3.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Toelichting
Artikel 7 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit
Artikel 4 Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden
Tekstueel aangepast, geen inhoudelijke wijziging met uitzondering van het mandaat.
1. Een raads- of commissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 3.3.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale
Doordat de verordening opnieuw wordt vastgesteld, moet er ook opnieuw besloten worden over het mandaat; een hernieuwde vaststelling kan namelijk de grondslag voor het bestaande mandaat veranderen.
decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De griffier beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.
politieke ambtsdragers, dient daarvoor vooraf een gemotiveerd verzoek in bij het college van burgemeester en wethouders via de gemeentesecretaris. 2. Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.
Het mandaat aan de griffier wordt ingetrokken. Uitvoering van het rechtspositiebesluit blijft voorbehouden aan het college om scholingsverzoeken te toetsen aan het centraal gestelde inhoudelijke kader in artikel 3.3.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en het financiële kader in de begroting.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Toelichting
Artikel 9 Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatieen communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
Artikel 5 Informatie- en communicatievoorzieningen
Raads- en commissieleden ontvangen, zolang zij actief in functie, een device in bruikleen.
1. Een raads- of commissielid ontvangt, zolang hij actief is in zijn functie, een informatie- en communicatievoorziening die ter beschikking wordt gesteld. Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.3.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Een raads- of commissielid levert binnen twee weken na beëindiging van zijn functie, de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de griffier.
Raads- en commissieleden worden geacht als een goed huisvader om te gaan met de in bruikleen verstrekte device. Dit betekent dat zij de apparatuur zorgvuldig, veilig en verantwoord gebruiken, passende maatregelen nemen om schade, verlies of misbruik te voorkomen, en de device uitsluitend inzetten voor het vervullen van hun raads- of commissiewerkzaamheden. Gelet op deze algemene zorgplicht wordt geen bruikleenovereenkomst overeengekomen.
2. Een raads- of commissielid heeft de keuze om na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen over te nemen tegen de economische waarde. Dit kan alleen nadat de informatie- en communicatie voorziening(en) teruggezet is naar fabrieksinstellingen door de in bruikleen gevende organisatie.
Het fiscale noodzakelijkheidscriterium vereist dat dit digitale gereedschap bij aftreden of ontslag weer door de ambtsdrager wordt ingeleverd bij de gemeente. Hiervoor wordt een redelijk termijn van twee weken afgesproken in de verordening. De gemeente huurt de devices van SSCONS. Bij tussentijds vertrek of aan het einde van een raadsperiode is er geen mogelijkheid om de device over te nemen tegen een vergoeding van de restwaarde in het economisch verkeer.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Toelichting
Artikel 10 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
Artikel 6 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
Geen inhoudelijke wijziging.
1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen tegemoetkomingen en verstrekkingen
1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover
genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Toelichting
Artikel 11 Betaling vaste vergoedingen
Artikel 7 Betaling vaste vergoedingen De betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vindt viermaandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering, tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen.
Uitbetaling van vergoeding aan commissieleden in overeenstemming gebracht met de Ommense praktijk.
Nieuwe tekst
Toelichting
Artikel 8 Betaling en declaratie van onkosten
Uitbetaling van vergoeding aan commissieleden in overeenstemming gebracht met de Ommense praktijk.
Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering. Bestaande tekst Artikel 12 Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of
1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of
tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen of c. betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen een maand na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen een maand na het indien van de aanvraag wordt overgemaakt.
tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur; b. betaling vooruit uit eigen middelen; of c. betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard. 2. Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen dertien weken na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend via de griffier. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen vier weken na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 13 Intrekking oude verordening De oude verordening; verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Ommen 2022 wordt na vaststelling van deze verordening ingetrokken. Bestaande tekst Artikel 14 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze verordening wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2022.
Nieuwe tekst
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 15 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Ommen 2022.
Artikel 9 Titel en inwerkingtreding 1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Ommen 2026 en treedt in werking op 1 april 2026. 2. De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Ommen 2022 wordt ingetrokken.
Toelichting