Bijlage 2 Regels bestemmingsplan
Tekst van het document
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 bestemmingsplan de geometrische bepaalde planobjecten met bijbehorende regels als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0175. klkernen2012bp0005-va01 1.2 plan het bestemmingsplan Kleine kernen, herziening Kloosterdijk-Westerweg, Beerzerveld' van de gemeente Ommen; 1.3 de verbeelding de analoge en digitale voorstelling van de in het plan opgenomen digitale ruimtelijk informatie; 1.4 aan- of uitbouw een onderdeel van een hoofdgebouw dat in ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan de hoofdvorm; 1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 aan huis gebonden beroep een (para)medisch, juridisch, administratie, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.8 afwijken van de bouwregels en/of van de gebruiksregels een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, sub c van de Wet ruimtelijke ordening; 1.9 ander werk een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid;
1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11 bebouwingspercentage
een in het bestemmingsplan aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.12 bed & breakfast het tegen betaling aanbieden van toeristisch en kortdurend verblijf en ontbijt. Bed en breakfast is alleen toegestaan in de woning. Onder bed- en breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoengebonden werkzaamheden en/of arbeid; het deel van de woning dat wordt gebruikt voor bed en breakfast bedraagt maximaal 30% van het gebruiksoppervlak van de woning. Gasten parkeren op het bij de woning behorende eigen terrein; 1.13 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.14 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.15 bedrijfsmatige exploitatie het binnen een geheel, bedrijfsmatig verhuren van verblijfsaccommodatie voor korte perioden 1.16 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, van wie de huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; 1.17 beperkt kwetsbaar object •
verspreid
liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare, diensten bedrijfswoningen van derden, sporthallen, zwembaden en speeltuinen; •
kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbare objecten, van c, vallen;
•
sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbare objecten, van sub d, vallen;
•
objecten die met de in sub a en b genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn;
•
objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen
van dat ongeval;
1.18 bestaand •
het gebruik dat op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig is of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning;
•
het in sub a. bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende beheersverordening, of een andere planologische toestemming;
1.19 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.20 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.21 bijgebouw een gebouw dan dat in ruimtelijk bouwkundig en functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, zijnde een (bedrijfs)woning; 1.22 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.23 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.24 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en kapverdieping; 1.25 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.26 bouwperceelsgrens een grens van een bouwperceel; 1.27 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.28 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.29 bruto vloeroppervlak de oppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen, één en ander zoals omschreven in NEN 2580; 1.30 carport een geheel of gedeeltelijk overdekte opstelplaats voor een auto welke ten minste aan twee zijden open is; 1.31 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.32 detailhandel in voluminieuze goederen detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, in de vorm van detailhandel in auto's, boten, caravans, tuininrichtingsartikelen, tuincentra, bouwmarkten, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair en naar de aard daarmee gelijk te stellen artikelen; 1.33 detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen detailhandel in goederen die naar hun aard zodanig brand- en /of explosiegevaar kunnen opleveren dat uitstalling ten verkoop in een winkelgebied niet verantwoord is; 1.34 dienstverlenend bedrijf een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en
maatschappelijke diensten, al dan niet via een baliefunctie aan derden, waaronder begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en instellingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; 1.35 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten, waarbij afnemers rechtstreeks ( al dan niet via een balie) te woord worden gestaan of geholpen; 1.36 erf al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.37 extensieve dagrecreatie recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen; 1.38 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.39 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.40 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken, met inbegrip van aan- en uitbouwen; 1.41 houtopstand hakhout, een houtwal of één of meer bomen, dan wel een grotere (lint)begroeiing van een beplanting met bosplantsoen; 1.42 huishouden één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen; 1.43 internetwinkel specifieke vorm van detailhandel, waarbij de transactie via internet (of postorder) tot stand komt en waarbij afhalen, tonen en afrekenen van goederen niet ter plaatse gebeurt; 1.44 kantoor een ruimte of bij elkaar behorende ruimten, welke bestemd is of zijn om voornamelijk te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden en naar de aard daarmee gelijk te stellen vormen; 1.45 kleinschalige beroepsmatige en/of bedrijfsmatige activiteiten kleinschalige beroepsmatige en/of bedrijfsmatige activiteiten die niet vallen onder de vrije beroepen oftewel aan huis gebonden beroepen, maar daarmee gelijk te stellen zijn en gezien de aard, omvang en intensiteit passend zijn binnen de woonfunctie; 1.46 kunstwerken bouwwerken, geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden,
beschoeiingen, kademuren en degelijke; 1.47 kwetsbaar object •
woningen, niet zijnde woningen als bedoeld bij de definitie voor beperkt kwetsbare objecten;
•
gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals:
•
o
ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen;
o
scholen;
o
gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen;
gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals:
•
o
kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 per object;
o
complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd;
kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen;
1.48 landschapswaarden de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of geomorfologisch opzicht; 1.49 maatschappelijke voorzieningen voorzieningen ter zake van religie, verenigingsleven, cultuur, onderwijs, opvoeding, gezondheidszorg, bejaardenzorg of zorg voor andere doelgroepen en andere openbare en bijzondere voorzieningen en dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.50 mantelzorg het bieden van zorg in een woning aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.51 nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 eerste artikel onder d van de Wet ruimtelijke ordening; 1.52 normaal onderhoud, gebruik en beheer een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt; 1.53 motorrijtuig voertuigen voorzien van een motor bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen; 1.54 ondergeschikte detailhandel detailhandel als activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de volgens het
bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie. De detailhandelsactiviteit is van zulke beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft; 1.55 overkapping een bouwwerk, al dan niet aangebouwd aan een gebouw of een bouwwerk geen gebouw zijnde, bestaande uit een slechts van boven afgesloten ruimte van lichte constructie die niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven, waaronder in ieder geval een carport wordt verstaan; 1.56 paardenbak
een onverhard, niet overdekt, en omheind terrein al dan niet voorzien van lichtmasten met een andere ondergrond dan gras, ingericht voor het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport, met dien verstande dat een tredmolen hieronder niet is begrepen; 1.57 peil •
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
•
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein;
•
indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabijgelegen
punt waar het water grenst aan het vaste land; 1.58 productiegebonden detailhandel detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.59 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.60 risicovolle inrichting een inrichting, waarvoor op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.61 rooilijn •
langs een weg waar bestaande bebouwing is gesitueerd: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn die zoveel mogelijk aansluit aan de ligging van de naar de weg gekeerde gevels van de bestaande bebouwing;
•
langs een weg waarlangs geen bestaande bebouwing als in sub a bedoeld is gesitueerd en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn
gelegen op 15 meter uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg; 1.62 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.63 Staat van Bedrijfsactiviteiten een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; 1.64 supermarkt een detailhandelsbedrijf in de vorm van een zelfbedieningszaak, dat zich in hoofdzaak richt op het verkopen van voedings- en genotmiddelen en dagelijkse levensbenodigheden in een algemeen assortiment; 1.65 uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.66 verblijfsrecreatie recreatief nachtverblijf, waarbij overnacht wordt in recreatieverblijven; 1.67 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt; 1.68 voorgevelrooilijn de langs de weg gelegen lijn, welke zoveel mogelijk een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging heeft ten opzichte van de voorgevels van de bestaande hoofdgebouwen op de naastgelegen bouwpercelen; 1.69 wijziging een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 eerste artikel sub a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.70 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.71 zorgwoning complex van ruimten, bedoeld voor een specifieke doelgroep die zorg behoeven.
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de horizontale diepte van een gebouw de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8 de oppervlakte van een overkapping tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping; 2.9 overschrijding door ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen binnen bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en
kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bestemmingsgrens, dan wel de rooilijn met niet meer dan 1 m wordt overschreden; 2.10 relatie daar waar op de verbeelding twee of meer bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken door middel van de aanduiding [relatie] met elkaar zijn verbonden, gelden die bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken bij de toepassing van deze regels als één bestemmingsvlak respectievelijk één bouwvlak.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de, als bijlage 1 bij de planregels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. een metaalbedrijf < 2.000 m2 b.v.o. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - metaalbedrijf < 2.000 m2 b.v.o., met dien verstande dat de metaalbewerkingsactiviteiten inpandig plaatsvinden; c. een metaalbedrijf < 4.000 m2 b.v.o. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - metaalbedrijf < 4.000 m2 b.v.o., met dien verstande dat de metaalbewerkingsactiviteiten inpandig plaatsvinden; d. productiegebonden detailhandel; e. internetwinkels; f.
kantoren;
g. dienstverlening; h. verkeer en verblijfsvoorzieningen; i.
parkeervoorzieningen;
j.
groenvoorzieningen en water;
k. openbare nutsvoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken, (parkeer)voorzieningen en (on)bebouwde gronden. 3.1.1 Uitzonderingen Onder de bedrijfsactiviteiten zijn het vervaardigen en/of de opslag van vuurwerk, anders dan ten behoeve van consumentenverkoop, niet begrepen. 3.1.2 Verboden In de bestemming zijn niet toegestaan: a. risicovolle inrichtingen; b. geluidzoneringsplichtige inrichtingen op grond van de Wet geluidhinder; c. m.e.r.-plichtige en m.e.r.-beoordelingplichtige inrichtingen; anders dan bestaande bedrijven als bedoeld in artikel 3.1. sub a tot en met i. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Bouwbepalingen Bouwen is toegestaan uitsluitend ten dienste van de in artikel 3.1.1 omschreven bestemming en met inachtneming van de volgende regels:
a. voor zover een bouwvlak is opgenomen, dienen gebouwen binnen dit bouwvlak te worden gebouwd; b. de bebouwing mag niet meer bedragen dan het bestaande, vermeerderd met 4.000 m 2; c. de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte, met dien verstande dat voor zover de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' niet is opgenomen bedragen de goot- en bouwhoogte maximaal 115% van de bestaande goot- en bouwhoogte; d. op ieder bouwperceel dient voldoende ruimte voor het parkeren of stallen van auto's te zijn aangebracht ten behoeve van de bedrijfsvoering ter plekke. In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 3.2.1 bedraagt de afstand van gebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens minimaal 3 meter dan wel tenminste de afstand van het bestaande gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens indien deze minder bedraagt. 3.2.2 Nadere bepalingen De uitbreiding als bedoeld in artikel 3.2.1. onder ‘b’ mag niet eerder gerealiseerd worden dan nadat de groenvoorzieningen en parkeerplaatsen zoals opgenomen in het inrichtingsplan, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels en beschreven zijn in paragraaf 1.1.5.1. landschappelijke inpassing van de toelichting, zijn aangelegd en in stand worden gehouden.
3.2.3 Bouwwerken geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen en geen overkappingen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bedrijfsinstallaties en lichtmasten bedraagt maximaal 8 m; b. er zijn uitsluitend vergunningsvrije erf- en perceelafscheidingen toegestaan overeenkomstig artikel 2 van bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht (zoals dat geldt op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan), met dien verstande dat bestaande erf- en perceelafscheidingen eveneens zijn toegestaan; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt niet meer dan 5 m. 3.2.4 Gebouwen en overkappingen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeer en verblijf Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeer en verblijf gelden de volgende regels: a. de inhoud bedraagt per gebouw niet meer dan 30 m3; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m. 3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; a. het bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid;
c. parkeervoorzieningen; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 3.2.1 sub b, met dien verstande dat de afstand tot de perceelsgrens ten minste 1 m dient te bedragen; b. artikel 3.2.1 sub c, voor het verhogen van de toegestane goot- en/of bouwhoogte met maximaal 15 %; c. artikel 3.2.1 sub d voor het verhogen van het bebouwingspercentage met dien verstande dat op ieder bouwperceel voldoende ruimte voor het parkeren of stallen van auto's is aangebracht ten behoeve van de bedrijfsvoering en eventuele woonfunctie ter plekke dan wel in alternatieve ruimte in de nabijheid is of wordt voorzien. Het bevoegd gezag kan bij verlening van de omgevingsvergunning voorwaarden stellen ten aanzien van het realiseren en onderhoud van de alternatieve parkeer- en stallingsruimte; d. artikel 3.2.1 sub e en toestaan dat de parkeer- of stallingsruimte beperkt wordt, indien in alternatieve ruimte in de nabijheid is of wordt voorzien. Het bevoegd gezag kan bij de verlening van de omgevingsvergunning voorwaarden stellen ten aanzien van het realiseren en onderhoud van de alternatieve parkeer- en/of stallingsruimte; e. artikel 3.2.3 met dien verstande dat de afstand tot de naast liggende bebouwing ten minste 1 m bedraagt; artikel 3.2.4 sub b en c tot een bouwhoogte van 3 m voor erf- en terreinafscheidingen en 15 m voor overige bouwwerken.
3.4 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen een gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van: a. bedrijven als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht; b. bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen, voor zover niet toegestaan op basis van artikel 3.1.1; c. vuurwerkbedrijven; d. opslag voor de voorgevel van het hoofdgebouw; e. detailhandel anders dan detailhandel genoemd in de bestemmingsomschrijving; f.
het gebruik ten behoeve van bedrijfsactiviteiten, behoudens het parkeren van bezoekers en personeel ter plaatse van de aanduiding ‘parkeren’;.
3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Afwijken bedrijf Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1.1 voor het toestaan van een ander bedrijf dan ter plaatse is toegestaan, mits: a. het bedrijf voor wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf genoemd in de betreffende categorie;
b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 3.5.2 Afwijken detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.1.1 voor het toestaan van detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen met dien verstande dat de belangen van omwonenden en bedrijven niet onevenredig worden aangetast, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met milieuaspecten als geur, geluid en externe veiligheid. 3.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het toestaan van een bedrijf dat is opgenomen in de naasthogere categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten dan ter plaatse is toegestaan, dan wel een bedrijf dat voor wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk gesteld kan worden met een bedrijf van die naasthogere categorie, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. geen onevenredige aantasting vindt plaats van de verkeersveiligheid; b. geen onevenredige aantasting vindt plaats van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden. Artikel 4 Gemengd 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het bestaande aantal woningen; b.
detailhandel met dien verstande dat supermarkten uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt'; c. bedrijven en instellingen behorend tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; d. bestaande bedrijven, voor zover deze niet vallen onder bedrijven als genoemd in sub c.; e. kantoren; f.
maatschappelijke voorzieningen;
g. dienstverlening; h. horecabedrijven categorie I; i.
het behoud en de bescherming van de cultuurhistorische waarden van het monument ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden;
j.
verkeer en verblijfsvoorzieningen;
k. openbare nutsvoorzieningen; l.
groenvoorzieningen;
m. speelvoorzieningen;
n. tuinen en erven; o. water; met bijbehorende bouwwerken, (parkeer)voorzieningen en (on)bebouwde gronden. 4.1.1 Uitzonderingen Onder detailhandel en bedrijfsactiviteiten is niet begrepen: a. detailhandel in volumineuze goederen dan wel in brand- en explosiegevaarlijke stoffen, behoudens ter plaatse van de aanduidingen 'detailhandel volumineus' respectievelijk 'detailhandel in brand en explosiegevaarlijke goederen'; b. het vervaardigen en/of de opslag van vuurwerk; c. risicovolle inrichtingen; d. geluidzoneringsplichtige inrichtingen op grond van de Wet geluidhinder; e. bedrijven die voldoen aan de activiteitomschrijvingen in kolom 1 van de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
4.2 Bouwregels 4.2.1 Nadere bepalingen Bouwen is toegestaan uitsluitend ten dienste van de in artikel 4.1 omschreven bestemming en met inachtneming van de volgende regels: a. de gebouwen mogen de rooilijn niet overschrijden; b. de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan 115% van de bestaande goot- en bouwhoogte; c. het bebouwingspercentage bedraagt niet meer dan 70% van het bouwperceel, dan wel ten hoogste het bestaande percentage indien dat meer bedraagt. 4.2.2 Bijgebouwen In aanvulling op het bepaald in artikel 4.2.1 gelden voor bijgebouwen de volgende regels: a. de gebouwen mogen de rooilijn niet overschrijden; b. de gebouwen mogen zowel aangebouwd als vrijstaand worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van bij een bedrijfswoning behorende bijgebouwen mag niet meer dan 75 m 2 bedragen;
d. de goot- en bouwhoogte van bijgebouwen bij een bedrijfswoning bedragen maximaal 3,5 m respectievelijk 6 meter.
4.2.3 Afstand tot de perceelsgrens In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 4.2.1 en 4.2.2 bedraagt de afstand van gebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens minimaal 3 meter. 4.2.4 Bouwwerken geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bedrijfsinstallaties en lichtmasten bedraagt maximaal 8 m; b. er zijn uitsluitend vergunningsvrije erf- en perceelafscheidingen toegestaan overeenkomstig artikel 2 van bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht (zoals dat geldt op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan), met dien verstande dat bestaande erf- en perceelafscheidingen eveneens zijn toegestaan; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt niet meer dan 5 m. 4.2.5 Gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeer en verblijf Voor het bouwen van gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeer en verblijf gelden de volgende regels: a. de inhoud bedraagt per gebouwtje niet meer dan 30 m3; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m. 4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid; d.
parkeervoorzieningen; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: e. artikel 4.2.1 sub a, met dien verstande dat de afstand tot de perceelsgrens ten minste 1 m dient te bedragen; f.
artikel 4.2.1 sub b, voor het verhogen van de toegestane goot- en/of bouwhoogte met maximaal 15 %;
g. artikel 4.2.1 sub c voor het verhogen van het bebouwingspercentage met dien verstande dat op ieder bouwperceel voldoende ruimte voor het parkeren of stallen van auto's is aangebracht ten behoeve van de bedrijfsvoering en eventuele woonfunctie ter plekke dan wel in alternatieve ruimte in de nabijheid is of wordt voorzien. Het bevoegd gezag kan bij verlening van de omgevingsvergunning voorwaarden stellen ten aanzien van het realiseren en onderhoud van de alternatieve parkeer- en stallingsruimte;
h. artikel 4.2.3 met dien verstande dat de afstand tot de naast liggende bebouwing ten minste 1 m bedraagt; i.
artikel 4.2.4 sub b en c tot een bouwhoogte van 3 m voor erf- en terreinafscheidingen en 15 m voor overige bouwwerken.
4.4 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen opslag buiten gebouwen en overkappingen voor de voorgevelrooilijn. Artikel 5 Groen 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. afschermende groenvoorzieningen; b. terreinafscheidingen; c. water en waterretentievoorzieningen; d. openbare nutsvoorzieningen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen; met bijbehorende bouwwerken en (on)bebouwde gronden en met inachtneming van de keur van het waterschap. 5.2 Bouwregels Bouwen is toegestaan uitsluitend ten dienste van de in artikel 5.1 omschreven bestemming met inachtneming van de volgende regels: 5.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd met uitzondering van gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeer en verblijf waarvoor de volgende regels gelden: a. de inhoud bedraagt per gebouw niet meer dan 30 m3; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte bedraagt niet meer dan 2 m. b. Alleen gaas- en draadafrasteringen zijn toegestaan.
Artikel 6 Verkeer 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wegen en wandel- en fietspaden ten behoeve van doorgaand en overig verkeer; b. parkeer-, en groenvoorzieningen; c. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen; d. openbare nutsvoorzieningen; e. extensieve dagrecreatie; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd met uitzondering van gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeer en verblijf waarvoor de volgende regels gelden: a. de inhoud bedraagt per gebouw niet meer dan 30 m3; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m. 6.2.2 Bouwwerken geen gebouwen en geen overkappingen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 3 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de wegaanduiding, geleiding, beveiliging en regeling van het wegverkeer maximaal 10 m mag bedragen. Artikel 7 Wonen 7.1 Bestemmingsomschrijving 7.1.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het bestaande aantal woningen; b. nieuwe woningen ter plaatse van de aanduiding ‘gevellijn’ c. openbare nutsvoorzieningen; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, tuinen en erven.
7.2 Bouwregels 7.2.1 Hoofdgebouwen Bouwen van hoofdgebouwen is toegestaan uitsluitend ten dienste van de in artikel 7.1 omschreven bestemming en met inachtneming van de volgende regels: a. de gebouwen mogen de rooilijn niet overschrijden; b. het aantal woningen per bouwperceel bedraagt niet meer dan het bestaande aantal of 1 als er nog geen staat; c. de hoofdgebouwen dienen te worden geplaatst binnen een strook gemeten vanuit de rooilijn met een diepte van:
1. 20 m voor vrijstaande woningen; 2. 15 m voor de overige woningen; 3. de afstand van een hoofdgebouw of een blok van aaneen gebouwde hoofdgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt ten minste 3 m, dan wel niet minder dan de afstand van het bestaande hoofdgebouw tot die perceelgrens voor zover deze minder bedraagt; d. de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan op de verbeelding is aangegeven of niet meer dan 115% van de goot- en bouwhoogte van het bestaande hoofdgebouw op het bouwperceel; e. het bebouwingspercentage bedraagt niet meer dan 60%van het bouwperceel, dan wel ten hoogste het percentage aan bestaande bebouwing indien dat meer bedraagt; aan- en uitbouwen dienen aan het hiervoor gestelde te voldoen, dan wel aan het gestelde in artikel 7.2.2. 7.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 6 m, met dien verstande dat de bouwhoogte minimaal 1 m lager moet zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw en met dien verstande dat de bouwhoogte van bestaande bijgebouwen mag worden gehandhaafd indien deze meer bedraagt; b. de goothoogte van een bijgebouw en de bouwhoogte van een overkapping bedraagt niet meer dan 3,5 m, dan wel de bestaande goot- dan wel bouwhoogte indien deze meer bedraagt; c.
de bijgebouwen worden achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevels van het hoofdgebouw gebouwd, met dien verstande dat bijgebouwen minimaal 3 m, dan wel minimaal de afstand van het bestaande bijgebouw indien deze minder is, achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; d. uitbouwen in de vorm van erkers mogen tot vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, mits: 1. de horizontale diepte maximaal 1,20 m bedraagt; 2. de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde gronden minimaal 2,5 m bedraagt; 3. voor zover de erker wordt gebouwd tegen de voorgevel van het hoofdgebouw de breedte maximaal 75% van de breedte van die gevel bedraagt; 4. de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 m; e. gezamenlijke oppervlakte per hoofdgebouw: 1. 1,75 m2 voor percelen met een oppervlakte tot 500 m2; 2. 90 m2 voor percelen met een oppervlakte groter dan 500 m2;
3. 200 m2 voor perceel ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% bedraagt; f.
de in sub e bepaalde oppervlakte is alleen toegestaan indien niet meer dan 60% van het bouwperceel wordt bebouwd, dan wel niet meer dan het percentage aan bestaande bebouwing indien dat meer bedraagt, met dien verstande dat het maximale bebouwingspercentage van 60% ook van toepassing is op overkappingen;
g. in afwijking van het gestelde sub c mogen bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen waarvan de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m tevens op een afstand van ten minste 1 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; h. de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m waarbij geldt dat deze op een afstand van ten minste 1 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, dan wel het verlengde daarvan mogen worden gebouwd; i.
de bouwhoogte van garageboxen die zich niet op hetzelfde perceel als het hoofdgebouw bevinden, bedraagt niet meer dan 3 m.
7.2.3 Gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeer en verblijf Voor het bouwen van gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeer en verblijf gelden de volgende regels: a. de inhoud bedraagt per gebouwtje niet meer dan 30 m3; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m. 7.2.4 Bouwwerken geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bedrijfsinstallaties en lichtmasten bedraagt maximaal 8 m; b. er zijn uitsluitend vergunningsvrije erf- en perceelafscheidingen toegestaan overeenkomstig artikel 2 van bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht (zoals dat geldt op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan), met dien verstande dat bestaande erf- en perceelafscheidingen eveneens zijn toegestaan; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt niet meer dan 3 m. 7.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; b. het bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid; d. de parkeervoorzieningen; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
e. artikel 7.2.1 sub a, met dien verstande dat de afstand tot de perceelsgrens tenminste 1 m moet bedragen; f.
artikel 7.2.1 sub e voor het verhogen van de toegestane goot- en/of bouwhoogte met maximaal 15% en/of voor een andere dakhelling en/of voor een plat dak;
g. artikel 7.2.1 sub f voor het verhogen van het bebouwingpercentage met dien verstande dat per bouwperceel voldoende ruimte voor parkeren of het stallen van auto's is aangebracht ten behoeve van de woonfunctie ter plekke, dan wel in alternatieve ruimte in de nabijheid is voorzien. Het bevoegd gezag kan bij verlening van de omgevingsvergunning voorwaarden stellen ten aanzien van het realiseren en onderhoud van de alternatieve parkeer- en/of stallingsruimte; h. artikel 7.2.2 sub a, mits de bouwhoogte van het bijgebouw of de overkapping ondergeschikt blijft aan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, dan wel de goothoogte van het bijgebouw of de overkapping ondergeschikt blijft aan de goothoogte van het hoofdgebouw; i.
artikel 7.2.2 sub e voor het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot maximaal: 1. 100 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot en met 500 m2, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 60 % bedraagt; 2. 100 m2 voor aan huis verbonden beroepen, mits niet meer dan 80% van het bouwperceel wordt bebouwd; 3. 150 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte groter dan 500 m2, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 60 % bedraagt;
j.
artikel 7.2.2 sub e voor het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot de oppervlakten genoemd sub e vermeerderd met 20 m2, uitsluitend in verband met het gebruik van genoemde bouwwerken als afhankelijke woonruimte, mits een dergelijk gebruik noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg;
k. artikel 7.2.2 sub e voor het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot maximaal 200 m² ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – woonboerderij' mits de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse verbetert; artikel 7.2.4 sub a en b tot een bouwhoogte van 3 m voor erf- en terreinafscheidingen en 5 m voor overige bouwwerken. 7.4 Specifieke gebruiksregels 7.4.1 Algemeen Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. wonen in een woning, anders dan ten behoeve van een huishouding, met dien verstande dat een huishouden wel mag worden aangevuld met een huishouding ten behoeve van dringende sociale, verzorgings- of sociaal-economische redenen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken in combinatie met bedrijfsdoeleinden anders dan een aan huis gebonden beroep;
c. opslag voor de voorgevel van het hoofdgebouw. 7.4.2 Aan huis gebonden beroep De uitoefening van aan huis gebonden beroepen is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de aan huis gebonden activiteiten voor het beroep mogen uitsluitend inpandig worden verricht; b. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte van de woning en de bijgebouwen, tot een maximum van 45 m2; c. degene die de gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die het aan huis gebonden beroep uitoefent; d. er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop in het klein, in direct verband met het aan huis gebonden beroep; e. het parkeren dient binnen het erf op eigen terrein plaats te vinden, dan wel in alternatieve ruimte waarin in de nabijheid wordt voorzien. Het bevoegd gezag kan bij de omgevingsvergunning voorwaarden stellen ten aanzien van het realiseren en/of onderhouden van alternatieve parkeer- en/of stallingsruimte.
7.5 Afwijken van de gebruiksregels 7.5.1 Kleinschalige bedrijfsactiviteiten Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.1 voor het toestaan van kleinschalige beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten waarbij niet meer dan maximaal 30 % met een maximum van 45 m2 van de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte van de woning en de bijgebouwen ten behoeve van de kleinschalige beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag worden genomen met dien verstande dat: a. de kleinschalige beroeps- en of bedrijfsactiviteiten behoren tot maximaal categorie 1 van de in de bijlage opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten met inachtneming van de hierin genoemde afstanden; b. niet is toegestaan een horeca-inrichting, met uitzondering van een bed en breakfast voorziening; c. niet toegestaan is detailhandel, behoudens als ondergeschikte activiteit bij en direct verband houdend met de uitoefening van de kleinschalige beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten; d. niet toegestaan is groothandel; e. niet toegestaan zijn reparatiewerkzaamheden voor particulieren van motoren, motorvoertuigen, vaartuigen, caravans, landbouwvoertuigen of bromfietsen; f.
kleinschalige bedrijfsactiviteiten die niet zijn genoemd in categorie 1 van de als bijlage opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten eveneens zijn toegestaan nadat door aanvrager is aangetoond dat deze activiteiten wat betreft geur, stof en geluid en gevaar en wat betreft ruimtelijke uitstraling, omvang en intensiteit, met een bedrijf uit categorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten gelijk kunnen worden gesteld;
g. de kleinschalige bedrijfsactiviteiten mogen geen onevenredige hinder opleveren voor de omgeving, geen onevenredige afbreuk doen aan het ruimtelijk (woon) karakter van de buurt, geen onevenredige aantasting opleveren voor de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden, geen onevenredige nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en mogen niet leiden tot onaanvaardbare parkeerdruk, geen publieksgericht karakter hebben, uitsluitend bezoek op afspraak is toegestaan; h. opslag van goederen of stalling van motorrijtuigen, aanhangwagens en fietsen die verband houden met de kleinschalige bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan in gebouwen; i.
degene die gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die de kleinschalige bedrijfsactiviteiten uitoefent;
j.
de kleinschalige bedrijfsactiviteiten mogen uitsluitend inpandig worden verricht.
7.5.2 Zorgfuncties bij het wonen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.1 sub a. voor het in één of meerdere woningen wonen in groepsverband voor speciale doelgroepen, zoals hulpbehoevenden met daarbij behorende speciale zorgfuncties, met dien verstande dat: a. de vestiging geen onevenredige afbreuk ten aanzien van het woon- en leefklimaat (waaronder geluidhinder) voor omwonenden zal opleveren; b. de aanvraag om een omgevingsvergunning in dient te gaan op de mogelijkheid van verstoring van het woon- en leefklimaat en eventueel noodzakelijke maatregelen die nodig zijn om hinder voor omwonenden te voorkomen. 7.5.3 Overige dienstverlening Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.1 ten behoeve van de volgende overige dienstverlening: a. sociale functie (resocialisatie, therapie, kinderopvang, zorgboerderij) tot een maximaal bebouwd oppervlak van 200 m2; b. tentoonstellingsruimte/museum tot een maximaal bebouwd oppervlak van 200 m2; waarbij de volgende voorwaarden gelden: c. de activiteit dient geen onevenredige afbreuk ten aanzien van het woon- en leefklimaat voor omwonenden op te leveren; d. bestaande natuur- en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; e. er mag geen sprake zijn van een onevenredige vergroting van de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking; f.
parkeren dient binnen het eigen erf plaats te vinden;
g. voor zover de nevenfuncties zijn gelegen in grondwaterbeschermingsgebieden of intrekgebieden, mag er geen verslechtering optreden van de grondkwaliteit en mag er geen vergroting van het risico op verontreiniging van het grondwater plaats plaatsvinden; h. buitenopslag is niet toegestaan.
Artikel 8 Wonen-1 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen -1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. nieuwe te bouwen woningen, waarvan uitsluitend; 1. vrijstaande woningen ter plaatse van de bouwaanduiding ‘vrijstaand’; 2. twee woningen aaneen ter plaatse van de bouwaanduiding ‘twee aaneen’; b. openbare nutsvoorzieningen; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, tuinen en erven. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Hoofdgebouwen Bouwen van hoofdgebouwen is toegestaan uitsluitend ten dienste van de in artikel 8.1 omschreven bestemming en met inachtneming van de volgende regels: a. het aantal woningen per bouwperceel bedraagt niet meer dan 1; b. de hoofdgebouwen dienen te worden geplaatst in de op de verbeelding opgenomen bouwaanduiding ‘gevellijn’ met bouwstrookdiepte van: 1. 20 m voor vrijstaande woningen; 2. 15 m voor twee aaneen gebouwde woningen; c. de gebouwen mogen de bouwaanduiding ‘gevellijn’ niet overschrijden; d. de afstand van een hoofdgebouw of een blok van twee aaneen gebouwde hoofdgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt ten minste 3 m; e. de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer en niet minder dan op de verbeelding is aangegeven; f.
de inhoud van de vrijstaande woningen bedraagt: 1. minimaal 750 m3 en 2. maximaal 1.000 m3;
g. de inhoud van de twee aaneen gebouwde woningen bedraagt: 1. minimaal 600 m3 en; 2. maximaal 750 m3 h. het bebouwingspercentage bedraagt niet meer dan 60%van het bouwperceel; i.
aan- en uitbouwen dienen aan het hiervoor gestelde te voldoen, dan wel aan het gestelde in artikel 8.2.2.
8.2.1.1 Nadere eisen Ten aanzien van de woning die gebouwd wordt op de locatie van het voormalige restaurant geldt de nadere eis dat de woning vanwege de Wet geluidshinder dient te worden gebouwd met een dove gevel aan de wegzijde, tenzij op het moment van aanvragen van de Omgevingsvergunning voor bouwen de toegestane snelheid op de Westerweg is verlaagd tot 30 km/uur 8.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 6 m, met dien verstande dat de bouwhoogte minimaal 1 m lager moet zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw en met dien verstande dat de bouwhoogte van bestaande bijgebouwen mag worden gehandhaafd indien deze meer bedraagt; b. de goothoogte van een bijgebouw en de bouwhoogte van een overkapping bedraagt niet meer dan 3,5 m, dan wel de bestaande goot- dan wel bouwhoogte indien deze meer bedraagt; c. de bijgebouwen worden achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevels van het hoofdgebouw gebouwd, met dien verstande dat bijgebouwen minimaal 3 m, dan wel minimaal de afstand van het bestaande bijgebouw indien deze minder is, achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; d.
uitbouwen in de vorm van erkers mogen tot vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, mits: 1. de horizontale diepte maximaal 1,20 m bedraagt; 2. de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde gronden minimaal 2,5 m bedraagt; 3. voor zover de erker wordt gebouwd tegen de voorgevel van het hoofdgebouw de breedte maximaal 75% van de breedte van die gevel bedraagt; 4. de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 m; e. gezamenlijke oppervlakte per hoofdgebouw: 1. 1,75 m2 voor percelen met een oppervlakte tot 500 m2; 2. 90 m2 voor percelen met een oppervlakte groter dan 500 m2; 3. 200 m2 voor perceel ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% bedraagt; f.
de in sub e bepaalde oppervlakte is alleen toegestaan indien niet meer dan 60% van het bouwperceel wordt bebouwd, dan wel niet meer dan het percentage aan bestaande bebouwing indien dat meer bedraagt, met dien verstande dat het maximale bebouwingspercentage van 60% ook van toepassing is op overkappingen;
g. in afwijking van het gestelde sub c mogen bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen waarvan de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m tevens op een afstand
van ten minste 1 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; h. de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m waarbij geldt dat deze op een afstand van ten minste 1 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, dan wel het verlengde daarvan mogen worden gebouwd; i.
de bouwhoogte van garageboxen die zich niet op hetzelfde perceel als het hoofdgebouw bevinden, bedraagt niet meer dan 3 m.
8.2.3 Gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeer en verblijf Voor het bouwen van gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeer en verblijf gelden de volgende regels: a. de inhoud bedraagt per gebouwtje niet meer dan 30 m3; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m. 8.2.4 Bouwwerken geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bedrijfsinstallaties en lichtmasten bedraagt maximaal 8 m; b. er zijn uitsluitend vergunningsvrije erf- en perceelafscheidingen toegestaan overeenkomstig artikel 2 van bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht (zoals dat geldt op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan), met dien verstande dat bestaande erf- en perceelafscheidingen eveneens zijn toegestaan; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt niet meer dan 3 m. 8.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; b. het bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid; d. de parkeervoorzieningen; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: e. artikel 7.2.1 sub a, met dien verstande dat de afstand tot de perceelsgrens tenminste 1 m moet bedragen; f.
artikel 7.2.1 sub e voor het verhogen van de toegestane goot- en/of bouwhoogte met maximaal 15% en/of voor een andere dakhelling en/of voor een plat dak;
g. artikel 7.2.1 sub f voor het verhogen van het bebouwingpercentage met dien verstande dat per bouwperceel voldoende ruimte voor parkeren of het stallen van auto's is aangebracht ten behoeve van de woonfunctie ter plekke, dan wel in alternatieve ruimte in de nabijheid is
voorzien. Het bevoegd gezag kan bij verlening van de omgevingsvergunning voorwaarden stellen ten aanzien van het realiseren en onderhoud van de alternatieve parkeer- en/of stallingsruimte; h. artikel 7.2.2 sub a, mits de bouwhoogte van het bijgebouw of de overkapping ondergeschikt blijft aan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, dan wel de goothoogte van het bijgebouw of de overkapping ondergeschikt blijft aan de goothoogte van het hoofdgebouw; i.
artikel 7.2.2 sub e voor het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot maximaal: 1. 100 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot en met 500 m2, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 60 % bedraagt; 2. 100 m2 voor aan huis verbonden beroepen, mits niet meer dan 80% van het bouwperceel wordt bebouwd; 3. 150 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte groter dan 500 m2, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 60 % bedraagt;
j.
artikel 7.2.2 sub e voor het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot de oppervlakten genoemd sub e vermeerderd met 20 m2, uitsluitend in verband met het gebruik van genoemde bouwwerken als afhankelijke woonruimte, mits een dergelijk gebruik noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg;
k. artikel 7.2.2 sub e voor het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot maximaal 200 m² ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – woonboerderij' mits de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse verbetert; artikel 7.2.4 sub a en b tot een bouwhoogte van 3 m voor erf- en terreinafscheidingen en 5 m voor overige bouwwerken. 8.4 Specifieke gebruiksregels 8.4.1 Algemeen Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. wonen in een woning, anders dan ten behoeve van een huishouding, met dien verstande dat een huishouden wel mag worden aangevuld met een huishouding ten behoeve van dringende sociale, verzorgings- of sociaal-economische redenen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken in combinatie met bedrijfsdoeleinden anders dan een aan huis gebonden beroep; c. opslag voor de voorgevel van het hoofdgebouw. 8.4.2 Aan huis gebonden beroep De uitoefening van aan huis gebonden beroepen is alleen toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de aan huis gebonden activiteiten voor het beroep mogen uitsluitend inpandig worden verricht;
b. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte van de woning en de bijgebouwen, tot een maximum van 45 m2; c. degene die de gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die het aan huis gebonden beroep uitoefent; d. er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop in het klein, in direct verband met het aan huis gebonden beroep; e. het parkeren dient binnen het erf op eigen terrein plaats te vinden, dan wel in alternatieve ruimte waarin in de nabijheid wordt voorzien. Het bevoegd gezag kan bij de omgevingsvergunning voorwaarden stellen ten aanzien van het realiseren en/of onderhouden van alternatieve parkeer- en/of stallingsruimte. 8.5 Afwijken van de gebruiksregels 8.5.1 Kleinschalige bedrijfsactiviteiten Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.1 voor het toestaan van kleinschalige beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten waarbij niet meer dan maximaal 30 % met een maximum van 45 m2 van de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte van de woning en de bijgebouwen ten behoeve van de kleinschalige beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag worden genomen met dien verstande dat: a.
de kleinschalige beroeps- en of bedrijfsactiviteiten behoren tot maximaal categorie 1 van de in de bijlage opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten met inachtneming van de hierin genoemde afstanden; b. niet is toegestaan een horeca-inrichting, met uitzondering van een bed en breakfast voorziening; c. niet toegestaan is detailhandel, behoudens als ondergeschikte activiteit bij en direct verband houdend met de uitoefening van de kleinschalige beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten; d. niet toegestaan is groothandel; e. niet toegestaan zijn reparatiewerkzaamheden voor particulieren van motoren, motorvoertuigen, vaartuigen, caravans, landbouwvoertuigen of bromfietsen; f.
kleinschalige bedrijfsactiviteiten die niet zijn genoemd in categorie 1 van de als bijlage opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten eveneens zijn toegestaan nadat door aanvrager is aangetoond dat deze activiteiten wat betreft geur, stof en geluid en gevaar en wat betreft ruimtelijke uitstraling, omvang en intensiteit, met een bedrijf uit categorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten gelijk kunnen worden gesteld;
g. de kleinschalige bedrijfsactiviteiten mogen geen onevenredige hinder opleveren voor de omgeving, geen onevenredige afbreuk doen aan het ruimtelijk (woon) karakter van de buurt, geen onevenredige aantasting opleveren voor de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden, geen onevenredige nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en mogen niet leiden tot onaanvaardbare parkeerdruk, geen publieksgericht karakter hebben, uitsluitend bezoek op afspraak is toegestaan; h. opslag van goederen of stalling van motorrijtuigen, aanhangwagens en fietsen die verband houden met de kleinschalige bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan in gebouwen;
i.
degene die gebruiker is van de woning moet ook degene zijn die de kleinschalige bedrijfsactiviteiten uitoefent;
j.
de kleinschalige bedrijfsactiviteiten mogen uitsluitend inpandig worden verricht.
8.5.2 Zorgfuncties bij het wonen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.1 sub a. voor het in één of meerdere woningen wonen in groepsverband voor speciale doelgroepen, zoals hulpbehoevenden met daarbij behorende speciale zorgfuncties, met dien verstande dat: a. de vestiging geen onevenredige afbreuk ten aanzien van het woon- en leefklimaat (waaronder geluidhinder) voor omwonenden zal opleveren; b. de aanvraag om een omgevingsvergunning in dient te gaan op de mogelijkheid van verstoring van het woon- en leefklimaat en eventueel noodzakelijke maatregelen die nodig zijn om hinder voor omwonenden te voorkomen. 8.5.3 Overige dienstverlening Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.1 ten behoeve van de volgende overige dienstverlening: a. sociale functie (resocialisatie, therapie, kinderopvang, zorgboerderij) tot een maximaal bebouwd oppervlak van 200 m2; b. tentoonstellingsruimte/museum tot een maximaal bebouwd oppervlak van 200 m2; waarbij de volgende voorwaarden gelden: c. de activiteit dient geen onevenredige afbreuk ten aanzien van het woon- en leefklimaat voor omwonenden op te leveren; d. bestaande natuur- en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; e. er mag geen sprake zijn van een onevenredige vergroting van de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking; f.