Bijlage 1 Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Tekst van het document
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 42 van 45
Het derde lid houdt in dat de voorzitter het initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk op de agenda plaatst nadat het college in de gelegenheid is gesteld om zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. Als de oproep voor die vergadering echter al verzonden is, dan plaatst de voorzitter het niet op de agenda van eerstvolgende, maar daaropvolgende vergadering van de raad. Dit laat de mogelijkheid onverlet voor het individuele raadslid om op grond van artikel 12, vierde lid, van dit reglement voor te stellen het initiatiefvoorstel toch aan de agenda toe te voegen. Voor zover de in het tweede lid gestelde termijn dan nog niet verlopen is zal er echter niet over het voorstel besloten kunnen worden (artikel 147a, van de wet, juncto artikel 37 van dit reglement). Dit staat er weliswaar niet aan in de weg dat er al over wordt beraadslaagd in de vergadering van de raad, maar de voorzitter zal dan vervolgens de stemming over het voorstel aan moeten houden totdat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. Ook kan nadere beraadslaging op dat moment wenselijk worden geacht. Voor het overige is het aan de raad om vervolgens te bepalen hoe het initiatiefvoorstel verder wordt behandeld als het op de agenda staat.
Indien de wensen of bedenkingen van het college daar aanleiding toe geven kan de indiener van het voorstel eventuele wijzigingen doorvoeren. Hij is daartoe echter niet verplicht, omdat de wet alleen aangeeft dat het college de mogelijkheid moet hebben om een visie op het initiatiefvoorstel te hebben. Er is geen verplichting om de wensen of bedenkingen ook daadwerkelijk in het voorstel te verwerken. Artikel 44 Interpellatie Artikel 44 stelt nadere regels bij artikel 155, tweede lid, van de wet. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht en is een zwaarder instrument. Het gaat om het recht van een raadslid om tijdens een vergadering over een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad nodig, omdat de vergaderorde wordt doorbroken. Dat verlof komt tot stand doordat de raad een besluit neemt. Die toestemming is er pas als de meerderheid van de aan de stemming deelgenomen hebbende raadsleden ‘voor’ hebben gestemd. Wanneer de meerderheid van de raadsleden ‘tegen’ heeft gestemd betekent dit dat er geen verlof is gegeven voor het houden van een interpellatie. Het is voorstelbaar dat raadsleden het van belang vinden dat een interpellatie ‘gewoon’ moet kunnen, ongeacht door welk raadslid verzocht. Dit in het kader van een optimaal functioneren van raad en raadslid.
In dat geval kan worden overeengekomen dat er geen stemming wordt gevraagd over een verzoek om verlof voor het houden van een interpellatie. Dan bepaalt artikel 32, derde lid, van de wet dat er een interpellatie mag worden gehouden. Artikel 45 Stemverklaring Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de voorzitter dat de stemming begint. Artikel 46 Beslissing De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist (eerste lid). De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing (tweede lid). Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de wet.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 43 van 45
Artikel 47 Stemming; procedure hoofdelijke stemming Indien een raadslid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden (eerste lid). De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de wet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen (tweede lid). Wellicht ten overvloede wordt hierbij nog gewezen op artikel 209, tweede lid, van de wet, dat tot hoofdelijke stemming verplicht bij het aangaan van een verplichting voordat de begroting is goedgekeurd. De regeling in het eerste deel van het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele raadsleden zouden tegenstemmen. Een raadslid kan zich alleen onthouden van deelname aan stemming op grond van artikel 28 van de wet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht stelling in te nemen en te stemmen. Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een raadslid dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol als volksvertegenwoordiger. Door de openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden. Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de wet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. In gemeenten kan een elektronisch stemsysteem gebruikt worden waarbij de openbaarheid gewaarborgd wordt doordat de naam van het raadslid gekoppeld wordt aan het voor of tegen. Dit is te lezen op een scherm, de afdruk ervan wordt meegenomen in de verslaglegging. Deze manier van stemmen is mogelijk op grond van de wet. In het vierde lid wordt ingegaan op de procedure van hoofdelijke stemming. Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te bepalen aan het begin van de vergadering; deze volgorde geldt dan voor de gehele vergadering. In het vijfde lid is de term ‘uitspreken’ vervangen door de term ‘verklaren’, waarmee buiten twijfel staat dat dit artikellid ook van toepassing is op digitale stemmingen. Artikel 48 Volgorde stemming over amendementen en moties Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement strekt tot wijziging van een voorstel en komt daarom in stemming voorafgaand aan de stemming over dat voorstel. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond.
Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van toepassing. Bovendien kan de raad besluiten af te wijken van deze stemvolgorde. Artikel 49 Stemming over personen De wet geeft aan dat een stemming over personen voor het doen van benoemingen (niet ontslag) van personen of het opstellen van een voordracht of aanbeveling geheim dient te zijn (artikel 31 van de wet). Dit gebeurt schriftelijk. Een voordracht is voor de raad bindend; de raad kan geen andere kandidaten voordragen dan op de voordracht staan. Een aanbeveling is een voorstel waarvan de raad mag afwijken. Wanneer er veel benoemingen te doen zijn (bijvoorbeeld aan het begin van een nieuwe zittingsperiode) mag een gecombineerd stembiljet gebruikt worden.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 44 van 45
In geval van een schriftelijke stemming wordt geen rekening gehouden met blanco stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de bepaling van het stemquorum. Bij de bepaling van het stemquorum wordt bepaald hoeveel leden hun stem moeten uitbrengen. Wanneer er bijvoorbeeld 17 leden in de raadszaal aanwezig zijn, dan dienen er 17 stembriefjes bij het stembureau ingeleverd te worden. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt onder andere verstaan: a.
een blanco, niet ingevuld, stembriefje;
b.
een ondertekend stembriefje;
c.
een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
d.
een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;
e.
een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt;
f.
een voorbedrukt stembriefje waarop een naam is doorgehaald zonder daarbij een andere naam te vermelden;
g.
een stembriefje waarop een uitlating is vermeld die geen relatie heeft met de aan de orde zijnde stemming;
Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 50 Raadsrapporteurs samenwerkingsverbanden Raadsrapporteurs zijn raadsleden die door de raad worden aangewezen om samenwerkingsverbanden - zoals gemeenschappelijke regelingen, verbonden partijen en netwerkorganisaties - actief te volgen en hierover de raad te informeren. Het instellen van raadsrapporteurs helpt de raad grip te krijgen op regionale samenwerking en versterkt de democratische legitimiteit van besluitvorming die buiten de eigen gemeente plaatsvindt. Door deze rol wordt de informatiepositie van de raad verbeterd en kan hij zijn sturende en controlerende taak beter uitoefenen. Deze werkwijze sluit aan bij de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie Ommen in haar onderzoek naar ‘De sturing van verbonden partijen door de gemeenteraad van Ommen’ (2018).
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 45 van 45