Bijlage 1 Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Tekst van het document
De gedragscode (artikel 41c van de wet) wordt hierbij betrokken. Na het onderzoek en het gesprek, als bedoeld in het vijfde lid, brengt de commissie advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Het ligt voor de hand om voor het benoemen van de wethouders ook de ad-hoc commissie integriteit in te zetten voor het geloofsbrievenonderzoek. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadslidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de wet). Voor wethouders is er de aanvullende verplichting om een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) te kunnen overleggen (artikel 36a, tweede lid, van de wet). De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. De kandidaat-wethouders kunnen in opdracht van de burgemeester voor aanvang van iedere ambtstermijn aan een integriteitstoets worden onderworpen. De burgemeester krijgt zicht op de volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo heeft hij een goed beeld van de kandidaat en kan hij met de kandidaat een gesprek voeren over de uitkomsten. De burgemeester kan ten aanzien van de risicoanalyse en de conclusies geheimhouding opleggen aan de raad. Met artikel 88, derde lid, van de wet is de burgemeester hiertoe expliciet bevoegd gemaakt. Artikel 8 is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten, maar uit de raad wordt benoemd.
De incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen dan immers opnieuw beoordeeld te worden. Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de wet). Het raadsbesluit voor de benoeming van een wethouder komt tot stand met toepassing van artikel 31 van de wet: een geheime schriftelijke stemming. Artikel 9 Fractie Eerste en tweede lid De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. In artikel 33, tweede lid, van de wet wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning). Vanaf de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan als één fractie beschouwd. Is Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 25 van 45
onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd (eerste lid). De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de inwoner duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee (tweede lid). Vierde lid In de loop van een raadsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede (vierde lid). Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Van deze afscheiding uit de fractie stuurt de fractievoorzitter dan wel het betreffende raadslid/-leden schriftelijk bericht aan de voorzitter van de raad waarin wordt meegedeeld dat een of meer personen niet langer deel uitmaken van de fractie en waarin de naam/namen van die persoon/personen worden genoemd. Dit bericht wordt gepubliceerd op de lijst van ingekomen stukken.
Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de wet en artikel 129 van de Grondwet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen. Een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij, maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen.
Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie. Dit betekent ook dat: -
kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn vanwege strijd met de wet en de Kieswet;
-
personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen;
-
als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 26 van 45
Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben. Te denken valt aan: fractievergoedingen en -faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door burgerraadsleden. Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst (zonder medeneming van zetel), wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet). Vijfde lid De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde: deze toetsing vindt immers ook plaats wanneer een politieke groepering zich voor het eerst wil laten registreren. Op grond van artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet wordt de naam van de nieuwe fractie onder meer geweigerd als deze in strijd is met de openbare orde of als deze overeenkomt met of erg lijkt op de naam van een politieke groepering die al geregistreerd is voor de Tweede Kamer- of Statenverkiezingen, én daardoor verwarring te duchten is. Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam.
Artikel 10 Onderscheid soorten bijeenkomsten Verduidelijking van de verschillende soorten bijeenkomsten van de raad van Ommen. Ad c. Raadsinformatiebijeenkomsten Doel en karakter Raadsinformatiebijeenkomsten zijn beeldvormende bijeenkomsten die tot doel hebben raads- en commissieleden in staat te stellen informatie te vergaren over onderwerpen die relevant kunnen zijn voor het gemeentelijk beleid. Er hoeft geen sprake te zijn van voorbereiding op een raadsbesluit en er hoeft geen raadsvoorstel aan ten grondslag te liggen. De besproken onderwerpen kunnen op termijn wel op de raadsagenda verschijnen. De vorm is vrij. Overleg kan plaatsvinden in de vorm van een klankbordgroep. Deelnemers en uitnodiging Bij het onderwerp betrokken belanghebbenden, deskundigen, ambtenaren, collegeleden of andere derden kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan de bijeenkomst. De agendacommissie beslist hierover op basis van een ingevuld aanvraagformulier voor beeldvormend overleg. Vervolg en duiding Aan het einde van de raadsinformatiebijeenkomst bepalen de raads- en commissieleden gezamenlijk op welke wijze het onderwerp een vervolg krijgt binnen het politieke proces. Openbaarheid en publicatie Raadsinformatiebijeenkomsten zijn in beginsel openbaar. De agenda van de bijeenkomst wordt gepubliceerd via de gemeentelijke website.
De agendacommissie kan besluiten dat een bijeenkomst in beslotenheid plaatsvindt, als daartoe aanleiding bestaat. Toepassingsdoeleinden Raadsinformatiebijeenkomsten kunnen worden ingezet voor: - Beeldvorming over een (actueel) onderwerp; - Kaderstelling ten behoeve van een onderwerp dat op een later moment ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 27 van 45
Ad d. Werkbezoeken Werkbezoeken door de raad zijn georganiseerde bezoeken van raads- en commissieleden aan locaties, organisaties, instellingen of projecten binnen of buiten de gemeente, met als doel het verkrijgen van inzicht in de praktijk, het opdoen van kennis en het versterken van de beeldvorming rondom maatschappelijke of beleidsmatige onderwerpen. Werkbezoeken zijn informatief van aard en kunnen bijdragen aan de voorbereiding op toekomstige besluitvorming, maar zijn daar niet direct aan gekoppeld. Artikel 11 Vergadertijdstippen en voortzetting Dit artikel regelt de vaste structuur en praktische uitvoering van de vergaderingen van de raad, raadscommissie en raadsinformatiebijeenkomsten. Door het hanteren van een standaard vergaderdag en -tijd (donderdag, 19:30 uur) wordt de voorspelbaarheid en toegankelijkheid van het politieke proces vergroot, zowel voor raads- en commissieleden als voor inwoners en andere belanghebbenden. Het sluitingsuur van 23:00 uur draagt bij aan een gezonde werkbelasting en voorkomt dat vergaderingen onnodig uitlopen. Tegelijkertijd biedt het artikel ruimte om lopende agendapunten af te ronden, zodat de inhoudelijke behandeling niet wordt afgebroken. Indien de agenda niet volledig kan worden afgehandeld, voorziet het artikel in een vast voortzettingsmoment op de eerstvolgende maandagavond, tenzij dit een feestdag is.
Dit voorkomt ad-hocplanning en waarborgt continuïteit in de besluitvorming. Tot slot biedt het artikel flexibiliteit voor bijzondere gevallen, waarin de (commissie)voorzitter – in overleg met de agendacommissie – kan afwijken van het reguliere vergaderschema. Dit maakt het mogelijk om in te spelen op urgente situaties of praktische omstandigheden, zonder afbreuk te doen aan de transparantie en zorgvuldigheid van het proces. Zie ook de toelichting bij artikel 5 Agendacommissie van dit reglement. Artikel 12 Oproep en agenda In artikel 19, eerste lid, van de wet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. Het eerste lid stelt dit ook verplicht voor de commissievoorzitter. De agendacommissie bepaalt hoe de voorlopige agenda er uit ziet. Het eerste lid stelt verplicht dat de (commissie)voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden een schriftelijk oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken stuurt. Uiteraard is het mogelijk de oproep en stukken per digitale weg te versturen. De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda.
In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de (commissie)voorzitter na het verzenden van de digitale oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid). Bij de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de mogelijkheid vervallen om individuele raadsleden te informeren. Als omtrent informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft deze informatie in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Raads- of
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 28 van 45
commissieleden kunnen deze informatie inzien (derde lid juncto artikel 13, derde lid van dit reglement). Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken. Indien de geheimhouding op informatie anders dan in schríftelijke vorm rust, moet de verplichting op een passende wijze kenbaar worden gemaakt (artikel 89, eerste lid, van de wet). Het vierde lid heeft tot doel om de raad of raadscommissie een actievere rol te geven in de opstelling van de raads- of commissieagenda. Zij kunnen bij aanvang van de vergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raads- of commissielid invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. Als in de raadscommissie wordt voorgesteld om een geagendeerd onderwerp van de agenda af te voeren, vindt hierover een stemming plaats. Elk commissielid heeft daarbij één stem. Wanneer een meerderheid van de leden vóór het voorstel stemt, wordt het onderwerp niet inhoudelijk behandeld in de raadscommissie. Het onderwerp wordt vervolgens als bespreekstuk op de agenda van de raad geplaatst, met de toevoeging: “De raadscommissie adviseert dit onderwerp van de agenda te halen. Er vindt dan geen inhoudelijke behandeling plaats.” Bij het vaststellen van de agenda van de raad wordt opnieuw gestemd over het al dan niet afvoeren van het onderwerp.
Indien er een voorstel wordt gedaan om de agenda aan te passen, bijvoorbeeld het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende raadsvergadering, en de stemmen staken, is artikel 32, vierde lid, van de wet logischerwijs niet van toepassing en geldt artikel 32, vijfde lid, van de wet. Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden (eerste lid). Stukken worden doorgaans op digitale wijze aangeboden op de gemeentesite. Een stuk is een ‘document’ in de zin van de Wet open overheid (hierna: Woo). Een ‘document’ houdt in: een bij een bestuursorgaan berustend stuk of ander materiaal dat gegevens bevat. Onder documenten vallen niet alleen de door de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal. Ook alle van buiten komende stukken en ander voor overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda’s, verslagen, (concept)adviezen, al dan niet in elektronische vorm, verkrijgen de status van ‘document’ in de zin van de Woo. Bij de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de reikwijdte van de Gemeentewet uitgebreid van ‘stukken’ naar ‘informatie’ (artikel 19, tweede lid, van de wet).
Verder hoeft de raad of raadscommissie de geheimhouding niet meer te bekrachtigen (artikel 89, vierde lid, van de wet). College, burgemeester en commissies mogen voortaan zelf geheimhouding opleggen (artikel 87 van de wet). Onder de ‘informatie’ als bedoeld in het derde lid wordt verstaan: informatie van de raad of raadscommissie en aan de raad of raadscommissie verstrekte informatie, waaronder de zogeheten
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 29 van 45
‘achterliggende’ stukken waarvan in raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota’s, etc.) waarop geheimhouding is gelegd. Indien het gaat om geheime of vertrouwelijke stukken, waarop geheimhouding is gelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan de raad of raadscommissie, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. Ook kan worden overwogen hiervan geen kopieën te laten maken, omdat het gevaar bestaat dat vaak gekopieerde stukken toch in de openbaarheid komen. Indien de geheimhouding op informatie anders dan in schríftelijke vorm rust, moet de verplichting op een passende wijze kenbaar worden gemaakt (artikel 89, eerste lid, van de wet). De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de raadsvergadering of raadscommissie die geheim moeten blijven digitaal ter inzage gegeven in het raadsinformatiesysteem, zodanig dat alleen raads- en commissieleden deze stukken kunnen raadplegen. Het zogenaamde ‘achter een slotje’ plaatsen. Artikel 14 Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid en artikel 82, vijfde lid, van de wet. In artikel 14 wordt vastgelegd op welke wijze vergaderingen van de raad, raadscommissie of raadsinformatiebijeenkomst worden aangekondigd.
Artikel 15 Presentielijst De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel 20 van de wet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum bereikt is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de wet. De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom zorgt hij voor het bijhouden van de presentielijst en stelt hij samen met de voorzitter deze vast en ondertekent deze (tweede lid). Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst volledig is en het quorum aanwezig was. De presentielijst van de raadscommissie en raadsinformatiebijeenkomst wordt alleen bijgehouden door de griffier en is bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. Daarnaast zijn deze presentielijsten van belang om de vergoedingen van de commissieleden (zijnde de niet-raadsleden) te kunnen vaststellen. Artikel 16 Aantal spreektermijnen Indien de raad of raadscommissie van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten (tweede lid). Het derde lid benadrukt dat de (commissie)voorzitter elke spreektermijn afsluit.
Dit behoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raads- of commissieleden in de eerste en tweede termijn. Het stellen van een korte noodzakelijke of verhelderende vraag aan de portefeuillehouder, voorafgaand aan de bespreking van het onderwerp (de zogenaamde beeldvormende eerste ronde), wordt niet als een spreektermijn beschouwd. Een verzoek van een raads- of commissielid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de (commissie)voorzitter niet te honoreren. De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp (artikel 29 van de wet). Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 30 van 45
Artikel 17 Deelname aan de beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met de in artikel 22 van de wet geregelde immuniteit, dat in artikel 82, vijfde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad of raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 21, gelezen in samenhang met artikel 82, vijfde lid, van de wet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering te doen. De raad kan op grond van artikel 2, vierde lid, bepalen dat de griffier deelneemt aan de beraadslagingen. De burgemeester en de wethouder(s) hebben het recht (het woord te voeren en) deel te nemen aan de beraadslagingen op grond van artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet.
Artikel 18 Voorstellen van orde De (commissie)voorzitter legt aan de raad of raadscommissie ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad of raadscommissie. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (omdat het ordevoorstel betrekking heeft op de lopende vergadering is artikel 32, vierde lid, van de wet hierop logischerwijs niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een pauze. Artikel 19 Toezegging Een toezegging door het college of de burgemeester is een belofte, waarbij namens het college of de burgemeester een bepaalde verwachting wordt gewekt richting raads- en commissieleden, inwoners, bedrijven of instanties. Het nakomen van een toezegging wordt in dit licht bezien als ‘doen wat je beloofd hebt’. Bij twijfel of onduidelijkheid kan door zowel een raads- of commissielid als door de voorzitter worden nagevraagd of het ook als toezegging door het collegelid is bedoeld. Het kan hierbij helpen als de voorzitter het nader specificeert of hier navraag naar doet. Het moet duidelijk zijn wat er wordt toegezegd en wat de raad als resultaat of product kan verwachten. Aan de afhandeling verbindt het collegelid een duidelijke termijn.
De voorzitter van de vergadering kan hierop toezien, maar het is ook een taak van de raad om hier scherp op te zijn. Artikel 20 Besluitenlijst Artikel 20 regelt de verslagleggende taak van de griffier en de wijze waarop het verslag wordt vastgesteld. Het maken van een verslag is niet verplicht. In de wet wordt alleen gesproken over de verplichting een besluitenlijst openbaar te maken (artikel 23, vijfde lid, van de wet). De concept-besluitenlijst wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep verstuurd aan de leden en overige personen die het woord gevoerd hebben (derde lid). De griffier verleent de ambtelijke bijstand aan de raad. Daarom is de griffier aangewezen om de besluitenlijst op te stellen en deze, tezamen met de voorzitter, te ondertekenen (vierde lid).
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 31 van 45
De besluitenlijst dient op zo kort mogelijke termijn te worden gepubliceerd. Dit kan aangezien de besluitenlijst 'slechts' een overzicht geeft van (alle) door de raad genomen beslissingen (dus niet alleen besluiten in de zin van de Awb maar ook bijvoorbeeld een afspraak om een werkbezoek af te leggen). Het ligt voor de hand dat de besluitenlijst ook op de gemeentelijke website toegankelijk wordt gemaakt. Andere vormen van verslaglegging zijn ook mogelijk, bijvoorbeeld beeld- en/of geluidsopname van de raadsvergadering met een overzicht van de sprekers, de onderwerpen – voorzien van tijdscodes – en een besluitenlijst. Artikel 21 Toepassing reglement op besloten vergadering Artikel 21 bepaalt dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing zijn op een vergadering van de raad of raadscommissie achter gesloten deuren. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het recht van amendement, het recht van motie en het maken van het verslag. De bepalingen van dit reglement zijn echter niet van toepassing, voor zover het toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden.
Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal de raad moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in de artikelen 23, vierde lid, van de wet wordt opgeheven. In artikel 23 van de wet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt. Artikel 22 Besluitenlijst besloten vergadering Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 23, vijfde lid, van de wet dat ook van besloten vergaderingen een verslag moet worden opgesteld. De griffier is verantwoordelijk voor deze verslaglegging, net als bij openbare vergaderingen. Vanwege het besloten karakter worden deze verslagen niet openbaar gepubliceerd, maar wel toegankelijk gemaakt voor raads- en commissieleden via een beveiligde omgeving. Zo wordt de vertrouwelijkheid gewaarborgd, terwijl de informatie voor betrokkenen beschikbaar blijft. Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de wet is artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing op raadscommissies. Artikel 23 Opheffing geheimhouding Op grond van artikel 87 van de wet kan geheimhouding op informatie worden opgelegd door de raad, het college, de burgemeester en een commissie.
De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad verstrekte informatie vervalt, indien de raad de verplichting tot geheimhouding opheft (artikel 89, vierde lid, van de wet). Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Als de raad een opgelegde geheimhouding opheft, wil dat niet zeggen dat de desbetreffende informatie dan actief openbaar gemaakt moet worden. De Wet open overheid (Woo) is nog steeds op deze informatie van toepassing. Wanneer om openbaarmaking wordt verzocht moet dat verzoek dus aan de uitzonderingsgronden in de Woo worden getoetst om tot een besluit te komen over het al dan niet openbaar maken van de betreffende informatie. Dan kan uiteraard blijken dat er inmiddels geen grond meer is om openbaarmaking te weigeren.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 32 van 45
Artikel 24 Toehoorders en pers De in dit artikel aangegeven bepalingen worden wat betreft het handhaven van de orde aangevuld door artikel 26 van de wet. De voorzitter heeft de bevoegdheid om toehoorders die de orde verstoren te doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toegang te ontzeggen. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet. Artikel 33 (handhaving orde en schorsing) van dit reglement voorziet hierin. Artikel 25 Geluid- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van de raad en raadscommissies in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden te worden met de privacy van insprekers of publiek. Raads- en commissieleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts vanaf een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. Ook kan een aanwijzing zijn dat insprekers niet gefilmd mogen worden, uiteraard in overleg met de insprekers. Mogelijk hebben zij geen probleem met beeldregistraties. Artikel 26 Raadsinformatiebijeenkomsten Zie de toelichting op artikel 10, onder c, van dit reglement.
Artikel 27 Instelling raadscommissie; taken en bevoegdheden De raad kent één of meerdere commissies van advies aan de raad, als bedoeld in artikel 82 van de wet (bijvoorbeeld een commissie geloofsbrieven, een auditcommissie en klankbordcommissie). De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de wet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en/of overleggen met het college of de burgemeester. Raadscommissies kunnen echter geen besluiten in juridische of politieke zin nemen. Hiervoor is dus altijd besluitvorming in de raad zelf noodzakelijk. Wat betreft de invulling van de taken van de raadscommissie ligt de nadruk op een efficiënte en doelmatige vergaderstructuur. In beginsel vindt het inhoudelijke en politieke debat over voorstellen plaats in de raadscommissie. De vergadering van de raad richt zich op besluitvorming, stemmingen en afrondende beschouwingen. Wanneer daartoe aanleiding is wordt het debat op hoofdlijnen voortgezet, bijvoorbeeld bij moties, amendementen of ingrijpende politieke afwegingen. Om te komen tot een efficiënte en doelmatige vergaderstructuur gelden de volgende spelregels voor de raadscommissie: 1. Technische vragen Technische vragen aan het college worden zo vroeg mogelijk, doch uiterlijk om 12:00 uur twee dagen voorafgaand aan de vergadering, ingediend bij de griffier.
De commissievoorzitter staat het stellen van technische vragen niet toe tijdens de raadscommissie. 2. Aanwezigheid college Per onderwerp of agendapunt neemt alleen de portefeuillehouder of woordvoerder namens het college plaats aan de vergadertafel. Uitzondering hierop vormen de raadscommissies waarin stukken uit de planning-en-controlcyclus van de gemeente Ommen worden besproken. Bij deze bespreking wordt het college geacht voltallig aanwezig te zijn. 3. Insprekers Aan insprekers worden uitsluitend korte, verduidelijkende vragen gesteld. De commissievoorzitter verzoekt insprekers om een bondige beantwoording. Er vindt geen discussie plaats met insprekers. Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 33 van 45
4. Eerste ronde – beeldvorming Voorafgaand aan de bespreking van het onderwerp volgt een eerste ronde waarin nog een korte, noodzakelijke of verhelderende vraag aan de portefeuillehouder of woordvoerder kan worden gesteld, indien dit nodig is om tot een voorlopig standpunt te komen. Bijvoorbeeld: “Wij missen nog (cruciale) informatie voordat we ons (voorlopige) standpunt willen/kunnen bepalen. Daarom stel ik nog een enkele vraag…” 5. Beantwoording door het college De portefeuillehouder of woordvoerder wordt opgeroepen om vragen kort, bondig én zorgvuldig te beantwoorden. 6. Eerste termijn – oordeelsvorming Fracties maken hun voorlopige standpunt kenbaar. Mogelijke formuleringen zijn: “Wij zijn (in principe/voorlopig) voor, want…” “Wij zijn voor, mits…” “Wij zijn tegen, omdat…” “Wij zijn tegen, tenzij…” Interrupties door raads- en commissieleden blijven in de eerste termijn beperkt. 7. Tweede termijn – debat De tweede termijn wordt benut om met elkaar in gesprek te gaan. Interrupties door raads- en commissieleden zijn toegestaan. 8. Rol van de voorzitter De commissievoorzitter stuurt bij indien het debat uitweidt over zaken die (nog) niet aan de orde zijn. 9. Vragen tussen leden Wanneer raads- en commissieleden vragen aan elkaar stellen, biedt de commissievoorzitter de ander(en) de gelegenheid deze te beantwoorden. 10.
Tweede termijn college De portefeuillehouder of woordvoerder krijgt alleen nog het woord in een tweede termijn indien dit het debat ten goede komt. De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan. De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. Dit betekent dat niet het college, maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken. In artikel 5 van dit reglement is om dit te coördineren een agendacommissie ingericht. Deze commissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming van de vergadering van de raad en raadscommissie. Veelal zal het echter wel zo zijn dat een onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 34 van 45
Tegenwoordig komen varianten van vergaderen voor die geen vaste samenstelling hebben. Te denken valt aan vergaderingen in sessies en vergadertafel. De wettelijke bepalingen omtrent de raadscommissies zijn, ondanks het feit dat er niet gesproken kan worden van een vaste samenstelling, op deze varianten van vergaderen van toepassing. Indien vergaderingen in het teken staan van de voorbereiding van besluitvorming van de raad en het overleg met het college of de burgemeester, is er sprake van een raadscommissie. Dergelijke voorbereiding van de besluitvorming van de raad is exclusief voorbehouden aan de raadscommissies en kan niet worden opgedragen aan overige commissies. Er dient bij deze varianten van vergaderen dus rekening gehouden te worden met alle vereisten die voor een raadscommissie gelden zoals een evenwichtige vertegenwoordiging (artikel 82, derde lid, van de wet). Artikel 28 Samenstelling De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de wet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid voor dat een raadscommissie bestaat uit een maximum aantal leden. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad.
De raad benoemt de commissievoorzitters (derde lid). Op grond van artikel 82, vierde lid, van de wet kan enkel een raadslid als voorzitter van een raadscommissie benoemd worden. Een voorstel van de regering om dit vereiste op te heffen is in 2014 in de Tweede Kamer gesneuveld. Artikel 29 Zittingsduur en vacatures De zittingsperiode van de commissieleden en de -voorzitters is even lang als de raadsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege, indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 7, vijfde lid, gestelde eisen (tweede lid) en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid). De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen ontslaan (derde lid). Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van artikel 7, eerste lid, recht op eigen commissieleden. Artikel 30 Opening, vergadering en quorum Artikel 20 van de wet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet. Artikel 30 van dit reglement voorziet hierin.
Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd (eerste lid). Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet bereikt is, anders zou de afwezigheid van commissieleden de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter de datum en het tijdstip van de nieuwe vergadering bepaalt, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen (tweede lid). Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 35 van 45
Artikel 31 Spreekrecht inwoners en belanghebbenden Het geven van spreekrecht aan inwoners en belanghebbenden is een manier om hen meer te betrekken bij de besluitvorming van de raad. Doordat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor is begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies) is er voor gekozen het spreekrecht op te nemen in de raadscommissie. In die fase zijn de fracties nog bezig hun mening te vormen. Een inspreekmogelijkheid tijdens de raadsvergadering is doorgaans minder effectief (‘schijnspreekrecht’). Het spreekrecht geldt alleen voor onderwerpen die op de agenda van de raadscommissie staan (eerste lid). In het tweede lid zijn een aantal onderwerpen uitgezonderd. Onder a is geregeld dat als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar en de inwoner belanghebbende is, kan de inwoner een bezwaarschrift indienen. Ook kan een inwoner beroep instellen bij de rechtbank. In de raadscommissie kan niet worden (in)gesproken over een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaar- en/of beroepsprocedure loopt. In veel gemeenten is er een mogelijkheid voor een burgerinitiatief. Inwoners hebben daarmee het instrument van een initiatief om onderwerpen op de agenda te plaatsen. Onderwerpen die inwoners belangrijk vinden kunnen op deze manier geagendeerd worden.
De inwoners die wensen in te spreken kunnen zich binnen een ‘redelijke termijn’ voor de vergadering melden bij de griffier. Procedureel is het handig om als ‘redelijke termijn’ circa 48 uur aan te houden. Door niet uitdrukkelijk een termijn op te nemen, kan hiermee flexibel worden omgegaan en de servicegerichtheid naar de inwoner worden vergroot. In het vijfde en zesde lid is ervoor gekozen om een inwoner het woord te geven en geen discussie te laten plaatsvinden. Afhankelijk van de lokale situatie kan als richtlijn 5 minuten spreektijd per inspreker worden aangehouden. Op voorstel van de commissievoorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken. Het spreekrecht beperkt zich in principe tot het mondeling toespreken van de raadscommissie. Slechts bij hoge uitzondering kunnen visuele (technische) hulpmiddelen ter ondersteuning van het spreekrecht worden gebruikt, zoals video, beeldmateriaal en presentatiesheets. De inspreker geeft dit bij zijn aanmelding aan bij de griffier. De commissievoorzitter bepaald in dezen wat wordt toegestaan. De spreektermijn blijft gehandhaafd op 5 minuten (inclusief ondersteuning).
Artikel 32 Advies: geen stemmingen Door gebruik van het woord beslissen in het eerste lid kan de suggestie gewekt worden dat in de raadscommissie ook ‘echte’ Awb-besluiten kunnen worden genomen. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt opiniërend met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden de standpunten van alle fracties in het advies opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad. Als de raadscommissie adviseert een geagendeerd onderwerp van de agenda van de raad af te voeren, wordt het onderwerp als bespreekstuk op de agenda van de raad geplaatst. Bij het agendapunt wordt de volgende toelichting opgenomen: “De raadscommissie adviseert dit
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 36 van 45
onderwerp van de agenda te halen. Er vindt dan geen inhoudelijke behandeling plaats.” Indien mogelijk wordt deze toelichting tevens opgenomen in de openbare publicatie van de agenda. De raadscommissie heeft primair een voorbereidende en oriënterende functie binnen het besluitvormingsproces van de raad. Om deze reden vinden er in de raadscommissie geen inhoudelijke stemmingen plaats over voorstellen of beleidskeuzes. Dit waarborgt dat de besluitvorming exclusief voorbehouden blijft aan de voltallige raad. Uitsluitend stemmingen over de orde van de vergadering zijn, overeenkomstig het derde lid, toegestaan binnen de raadscommissie, bijvoorbeeld bij het bepalen van de voortgang of het al dan niet behandelen van een agendapunt. Deze stemmingen zijn procedureel van aard en dienen ter bevordering van een ordentelijk verloop van de vergadering. Artikel 33 Handhaving orde en schorsing Artikel 26 van de wet geeft aan dat de voorzitter bij raadsvergadering bevoegd is om de orde in de vergadering te handhaven. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom in artikel 33 van dit reglement opgenomen. Ingevolge het eerste lid is de commissievoorzitter belast met de handhaving van de orde in de commissievergaderingen.
Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de commissievoorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de commissievoorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten (derde lid). In het uiterste geval kan de commissievoorzitter een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd (vierde lid). Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 24 van dit reglement. Om te bevorderen dat commissieleden zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de wet bovendien dat artikel 22 van de wet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn commissieleden niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden.
Handelingskader verstoren raadsvergadering en raadscommissie In het veiligheids- en agressieprotocol voor politieke ambtsdragers gemeente Ommen is het handelingskader opgenomen voor ordeverstoring van vergaderingen van de raad of raadscommissie: o
Bij ordeverstoring van een vergadering schorst de voorzitter de vergadering en verzoekt degene(n) die de orde verstoort/verstoren de ruimte te verlaten;
o
Indien dit geweigerd wordt, zal de voorzitter dit nog tweemaal doen (na drie vorderingen is er sprake van lokaalvredebreuk) en de beveiliging vragen de ordeverstoorder(s) te verwijderen;
o
Wanneer geen gehoor wordt gegeven aan het verzoek, kunnen de raads- en commissieleden de ruimte verlaten. De politie wordt gebeld. De aanwezigen passen geen fysieke maatregelen toe om personen uit de ruimte of het gebouw te verwijderen, maar laten dit over aan de politie;
o
Alleen bij fysieke agressie naar een deelnemer of bezoeker van een vergadering is het toegestaan fysieke maatregelen toe te passen om de persoon in kwestie te ontzetten en/of te beschermen;
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 37 van 45
o
Tijdens een ordeverstoring wordt de livestream van de vergadering stopgezet;
o
De voorzitter besluit in samenspraak met de griffier en de arbocoördinator tot het doen van aangifte van de ordeverstoring.
Artikel 34 Technische vragen Wat is inhoudelijk en wat is technisch? Inhoudelijk: Gaat over meningen, politieke keuzes, beleidsrichtingen en interpretaties. Bijvoorbeeld: “Is dit beleid wenselijk?” of “Wat vindt de fractie van deze aanpak?” Technisch: Gaat over feiten, procedures, cijfers, uitleg van processen of regelgeving. Bijvoorbeeld: “Hoeveel kost dit project?” of “Wat staat er precies in artikel 3 van de verordening?” Wie bepaalt het verschil? De commissievoorzitter heeft de bevoegdheid om te bepalen of een vraag technisch is of inhoudelijk. In het grijze gebied (bijvoorbeeld als een feitelijke vraag ook politieke lading heeft), beslist de voorzitter of de vraag wordt toegelaten als technisch. Informatiemarkt Voor sommige onderwerpen wordt vooraf een technische toelichting georganiseerd, vaak in de vorm van een informatiemarkt. Doel: raads- en commissieleden kunnen zich feitelijk laten informeren vóór de politieke bespreking. Publicatie in een beveiligde omgeving Technische vragen en antwoorden worden gepubliceerd in een beveiligde omgeving (het zogenaamde “achter een slotje”) bij het desbetreffende agendapunt. Dit betekent dat ze alleen zichtbaar zijn voor geautoriseerde gebruikers (bijvoorbeeld raadsleden of ambtenaren), niet voor het brede publiek. Artikel 35 Rondvraagpunten Rondvraagpunten worden van tevoren bij de griffier ingediend.
Artikel 36 Ingekomen stukken Over aan de raad gerichte inkomende stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld kennisnemen, in behandeling nemen, doorsturen naar een raadscommissie of het college, etc. Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden voorbereid. De beantwoording van de schriftelijke vragen (de artikel 40-vragen van dit reglement) en de schriftelijke mededelingen van het college aan de raad (de raadsinformatiebrieven) komen in principe ook bij de raad binnen. Deze beantwoording en mededelingen zijn dan ook ingekomen stukken. De raad stelt op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel 37 Raadsvoorstel Artikel 37 heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. De raad is de enige die een voorstel voor een verordening of een ander voorstel dat het college heeft voorbereid kan agenderen. Als het college het voorstel heeft voorbereid, betekent dit niet dat het college het door hen voorbereide voorstel kan intrekken als het college van oordeel is dat verdere behandeling van het voorstel niet wenselijk is (bijvoorbeeld omdat zij een voorstel willen wijzigen).
Evidente fouten kunnen door het college met een erratum worden hersteld.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 38 van 45
Wanneer een voorstel een tekstuele aanpassing behoeft, bijvoorbeeld het corrigeren van een foutieve verwijzing, dan kan de griffier dit aanpassen. Dit is in lijn met dat het voorstel ter besluitvorming is voorgelegd aan de raad. Als bij de vaststelling van de agenda blijkt dat een geagendeerd raadsvoorstel naar het oordeel van de raad onvoldoende besluitrijp is, kan de raad besluiten het voorstel van de agenda te verwijderen. Dit besluit wordt genomen bij meerderheid van stemmen. De motivering voor verwijdering van het voorstel wordt opgenomen in de besluitenlijst. Artikel 38 Inlichtingen In artikel 38 wordt een procedurele uitwerking gegeven van de inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de raad. De passieve inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 169, derde lid, van de wet is de klassieke informatieplicht die het college opdraagt de door de raad gevraagde inlichtingen te verstrekken, tenzij het openbare belang zich daartegen verzet. Dit recht om inlichtingen te vragen komt eveneens toe aan individuele raadsleden. Daarmee wordt voorkomen dat een raadsmeerderheid om (partij)politieke redenen belemmeringen opwerpt tegen het vragen van inlichtingen door een raadslid of raadsminderheid.
Wel kan de raad via dit reglement op grond van doelmatigheidsoverwegingen een zekere ordening aanbrengen in de wijze waarop het inlichtingenrecht wordt uitgeoefend. De raad gaat immers over de agenda en de vergaderorde. De weigeringsgrond ‘strijd met het openbaar belang’ is, zo blijkt uit de bewoordingen van artikel 169 van de wet, wettelijk objectief en algemeen omschreven. Het moet dan gaan om zwaarwegende belangen. In de praktijk bestaan verschillende wettelijke en politieke figuren om als de raad en het college met elkaar te communiceren buiten de openbaarheid. De openbaarheid van stukken en vergaderingen bijvoorbeeld kan al dan niet tijdelijk worden opgeheven. Vervolgens kent de wet een algemene actieve inlichtingenplicht. Artikel 169, tweede lid, van de wet verplicht het college uit eigen beweging de raad alle inlichtingen te verstrekken die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het college moet permanent nagaan welke informatie de raad behoeft voor een goede taakvervulling. Hier liggen grote politieke risico’s als de raad het college in het ongewisse laat over de aard en omvang van de gewenste informatie. In het geval dat raad en college daarover geen afspraken maken is de kans groot dat het college de raad veiligheidshalve overstelpt met papier. Van controleren komt dan weinig terecht.
Dezelfde risico’s doen zich voor met betrekking tot een tweede actieve, meer specifieke inlichtingenplicht. Artikel 169, vierde lid, van de wet verplicht het college de raad vooraf te informeren over de voorgenomen uitoefening van een wettelijke bestuursbevoegdheid als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, en g, van de wet indien de toepassing daarvan ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente of indien de raad daarom verzoekt. Het college mag dan niet eerder een besluit nemen dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen naar voren te brengen. De term ‘ingrijpend’ is in de wet niet nader omschreven. De raad en het college dienen, op basis van de situatie in de eigen gemeente, tot een afbakening te komen. De wetgever heeft destijds het oog gehad op substantiële financiële gevolgen van privaatrechtelijke overeenkomsten. De raad en het college moeten hier derhalve zelf een modus in vinden.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 39 van 45
Artikel 39 Vragenhal)uur Deze bepaling vormt een invulling van artikel 155, eerste lid, van de wet met betrekking tot het vragenrecht. Bewust is er gekozen voor een algemene regeling van het vragenhalfuur. Veelal fungeert de vragenhalfuur in de vergadering van de raad als een mogelijkheid tot het stellen van vragen. In een dualistisch stelsel is het echter niet meer vanzelfsprekend dat de ter zake kundige wethouder aanwezig is. Om die reden en omdat het de herkenbaarheid van de controlerende taak van de raad ten goede komt, kan hiervoor een aparte gelegenheid gecreëerd worden. De drempel om vragen te stellen wordt verlaagd en de media-aandacht voor de lokale politiek kan worden vergroot. In het vragenhalfuur krijgt de raad de mogelijkheid over vooraf ingebrachte onderwerpen (leden van) het college aan de tand te voelen. Het karakter van het vragenhalfuur verschilt dan ook van het recht van interpellatie. Het recht van interpellatie heeft als instrument een zwaarder politiek karakter. Raadsleden kunnen aan het college inlichtingen vragen over het door hen gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde onderwerpen aan de orde komt. Raadsleden vragen daarmee leden van het college zich te verantwoorden voor het door hen gevoerde bestuur. Het vragenhalfuur kan bijvoorbeeld voorafgaand aan de raadsvergadering worden gehouden.
Wel is het voor de herkenbaarheid voor de inwoners raadzaam om het vragenhalfuur op een vast tijdstip te houden. In het tweede lid is een aanmeldingstermijn voor vragen opgenomen vanwege het feit dat de wethouders moeten worden uitgenodigd om antwoord te kunnen geven op de vragen van de raadsleden. Artikel 40 Schriftelijke vragen Het vragenrecht stelt raadsleden in staat informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. Op grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het college of de burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. Deze dient de vragensteller gemotiveerd in kennis te stellen indien de beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan plaatsvinden. Niet de voorzitter, maar het college of de burgemeester geeft daarom het schriftelijke antwoord. In de praktijk zal een schriftelijk antwoord van het college vaak door de desbetreffende portefeuillehouder gegeven worden (artikel 168 van de wet). De raad kan oordelen dat het bijvoorbeeld wenselijk is dat de verantwoordelijke portefeuillehouder of de burgemeester in de vergadering van de beantwoording komt toelichten en om nadere vragen te beantwoorden. Om die reden is in het zesde lid ingevoegd dat de raad anders kan beslissen.
In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen. De beantwoording van schriftelijke vragen door het college wordt toegevoegd aan de lijst van ingekomen stukken. Voor het vragen van nadere inlichtingen wordt de daarbij behorende procedure gevolgd (artikel 38 van dit reglement).
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 40 van 45
Artikel 41 Amendementen en subamendementen Elk lid van de raad kan wijzigingen op het ontwerpbesluit van het college of op initiatiefvoorstellen indienen ter behandeling in de raad, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een derde termijn (artikel 13). Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de wet. Dit artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in artikel 42 van dit reglement. Op basis van artikel 147b, tweede lid, juncto artikel 147a, tweede lid, van de wet is de raad verplicht een amendement te behandelen, overeenkomstig de door de raad vastgestelde regels. Uit de bewoordingen van artikel 147b, tweede lid, van de wet blijkt dat het recht om amendementen in te dienen aan elk individueel raadslid toekomt; drempelsteun is derhalve niet vereist (MvT, Kamerstukken II 2000/01, 27751, 3, p. 109).
Het is praktisch dat een raadslid aanwezig is voor de behandeling van zijn (sub)amendement. Dit omdat doorgaans een (sub)amendement toegelicht wordt door de indiener. Daarom is bepaald dat er alleen wordt beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben (tweede lid). Artikel 42 Moties In artikel 1 van dit reglement is de definitie van het begrip ‘motie’ gegeven. Een ‘motie’ is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke of procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom is het college formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt dat over een motie een apart besluit wordt genomen.
Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp waarop de motie betrekking heeft (tweede lid). Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats (derde lid). Dergelijke moties benaderen de in artikel 43 van dit reglement geregelde initiatiefvoorstellen. Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Dat wil zeggen dat het voor een effectief gebruik van deze instrumenten wenselijk is dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. De mogelijkheid om zonder drempelsteun een motie in te dienen staat dan ook ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de raad. In de wet wordt één specifieke motie uitgewerkt, namelijk in artikel 49. Dit betreft de “motie van wantrouwen” waarbij de raad uitspreekt het vertrouwen in een wethouder te hebben verloren. Het is een wethouder niet toegestaan om na een aangenomen motie van wantrouwen aan te blijven. Indien hij zelf niet opstapt, dient de raad actie te ondernemen.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 41 van 45
Besluitvorming over de motie wordt aangeduid als: Aangehouden: De motie is door de indiener(s) niet direct in stemming gebracht, maar wordt uitgesteld. Aangenomen: De motie is in stemming gebracht en een meerderheid van de aanwezige leden heeft vóór gestemd. Ingetrokken:
De motie is door de indiener(s) ingetrokken en niet in stemming gebracht.
Verworpen:
De motie is in stemming gebracht en een meerderheid van de aanwezige leden heeft tegen gestemd.
Artikel 43 Initiatiefvoorstel Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen, maar de raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een verordening of beslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. In artikel 147a, eerste lid, van de wet is dit uitgewerkt. Hier is bepaald dat een lid van de raad een initiatiefvoorstel kan indienen; met deze formulering wordt tot uitdrukking gebracht dat dit recht aan elk individueel raadslid toekomt, drempelsteun is dus niet vereist (MvT, Kamerstukken II 2000/01, 27751, 3, p. 109). Het tweede en derde lid van artikel 147a van de wet bepalen dat de raad regelt op welke wijze een initiatiefvoorstel voor een verordening of beslissing wordt ingediend en behandeld. Algemeen uitgangspunt is dat dualisering de versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden inhoudt. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. Het ontbreken van de eis van drempelsteun bij het recht van initiatief staat ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de raad.
Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo in staat gesteld actief deel te nemen aan de controlerende, vertegenwoordigende en budgettaire functie. De wet maakt onderscheid tussen initiatiefvoorstellen voor verordeningen en overige initiatiefvoorstellen. Ieder raadslid kan een initiatiefvoorstel voor een verordening indienen. Een dergelijk voorstel moet aanhangig worden gemaakt door het schriftelijk en ondertekend aan de voorzitter te zenden (eerste lid). De verdere wijze van behandeling moet de raad zelf regelen. De raad moet ook regelen op welke wijze en onder welke voorwaarden overige initiatiefvoorstellen (voorstellen die betrekking hebben op iets anders dan een verordening) in behandeling worden genomen. Ook dit initiatiefrecht komt toe aan individuele raadsleden, hetgeen inhoudt dat geen drempels mogen worden opgeworpen. In het tweede lid is een termijn gesteld van 14 dagen om het college in de gelegenheid te stellen zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. In het vierde lid van artikel 147a van de wet is bepaald dat het college de gelegenheid moet krijgen om wensen en bedenkingen naar voren te brengen. Het college moet immers de besluiten van de raad uitvoeren (artikel 160, eerste lid, onder b, van de wet). Deze zogenaamde voorhangregeling is uitgewerkt in het tweede lid van dit artikel.
Het is in eerste instantie aan de indiener om te beslissen wat hij met die inbreng doet en uiteindelijk beslist de raad over het al dan niet gewijzigde voorstel (MvT, Kamerstukken II 2012/13, 33691, 3, p. 2-3).