Bijlage 1 Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Tekst van het document
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026 De raad van de gemeente Ommen; gelezen het voorstel van het presidium van 11 december 2025; gelet op de artikelen 16, 82, 83, 84, 147 en de hoofdstukken V en Va van de Gemeentewet; B E S L U I T: Het volgende reglement vast te stellen: Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ommen; commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd; fractievoorzitter: raadslid waarvan door de voorzitter is vastgesteld dat dit lid fractievoorzitter is dan wel enig lid van een fractie; gemeentebestuur: ieder bevoegd orgaan van de gemeente; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; kandidaat-wethouder: persoon die door de raad of een fractie is voorgedragen als kandidaat voor het wethouderschap of persoon die is voorgedragen als tegenkandidaat; initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; raadsrapporteur: door de raad aangewezen raads- of commissielid die de raad informeert over de samenwerkingsverbanden waarin de gemeente Ommen participeert; subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; voorzitter: voorzitter van de raad of diens waarnemer; wet: Gemeentewet.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 1 van 45
Artikel 2 Griffier 1. De griffier legt, alvorens zijn ambt te aanvaarden dan wel in de eerste raadsvergadering na de aanvaarding in handen van de voorzitter de volgende eed of verklaring en belofte af: Ik zweer (verklaar) dat ik om tot griffier benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of laten, rechtstreeks noçh middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof), dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als griffier van de raad naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig!’ (Dat verklaar en beloof ik!’). 2. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, vergaderingen van het presidium en in de raadscommissies van de raad. 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervangend griffier die door de raad is aangewezen. Alvorens de plaatsvervangend griffier zijn functie uitoefent legt hij de eed of verklaring en belofte af overeenkomstig het eerste lid. 4. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen en raadscommissies deelnemen. Artikel 3 Nestor van de raad 1. De raad wijst uit zijn midden de nestor van de raad aan. 2.
De aanwijzing vindt in principe plaats in de eerste vergadering van een nieuwe raadsperiode en bij het tussentijds openvallen van deze functie. 3. De nestor van de raad vervult informele en ceremoniële taken. Artikel 4 Presidium 1. De raad heeft een presidium dat bestaat uit de fractievoorzitters. 2. De fractievoorzitters wijzen uit hun midden een vaste voorzitter aan, zijnde een fractievoorzitter. 3. Fractievoorzitters kunnen zich bij afwezigheid in het presidium laten vervangen door een lid van de fractie. 4. De voorzitter van de raad neemt als adviseur deel aan de vergaderingen van het presidium. 5. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergadering. 6. Het presidium: a. draagt zorg voor het functioneren van de raad; b. bereidt besluiten voor daar waar het gaat om de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie; 7. Het presidium vergadert als regel zes keer per jaar en verder zo vaak als nodig is. Deze vergaderdata worden opgenomen in het jaarschema van de raad. De voorzitter van het presidium kan een extra vergadering bijeenroepen op eigen initiatief of als tenminste twee leden een verzoek hebben ingediend. 8. Het presidium kan ook buiten de vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid zijn gesteld hun mening te uiten.
Een aldus genomen besluit wordt toegevoegd aan de besluitenlijst van het eerstvolgende presidium. 9. Elke fractie heeft één stem in het presidium. 10. Het presidium besluit bij meerderheid van stemmen. Als er geen meerderheid is, wordt het voorstel verworpen. 11. De vergaderingen van het presidium vinden plaats met gesloten deuren.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 2 van 45
12. De agenda en overige stukken van het presidium worden voorafgaand aan de vergadering beschikbaar gesteld aan de raads- en commissieleden en het college. 13. De (concept-)besluitenlijst wordt verstrekt aan de raads- en commissieleden en het college. Artikel 5 Agendacommissie 1. De raad heeft een agendacommissie die bestaat uit vijf leden uit de raad, waaronder de waarnemend voorzitter van de raad (tevens voorzitter van de agendacommissie). 2. De voorzitter van de raad neemt als adviseur deel aan de vergaderingen van de agendacommissie. 3. De agendacommissie heeft tot taak: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor vergaderingen van de raad en zijn raadscommissies; b. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet; c het besluiten over afwijkende verzoeken vanuit het college met betrekking tot agendering; d. het aanwijzen van voorzitters voor raadscommissies en overige bijeenkomsten van de raad; e. het bewaken van de bestuurlijke planning met behulp van de lange termijnagenda (LTA); f. het uitvoeren van technische evaluaties van vergaderingen en andere bijeenkomsten; g. het opstellen van een jaarschema voor vergaderingen, bijeenkomsten en werkbezoeken van de raad; h. het adviseren van het presidium over de werkwijze van de raad en de raadscommissies; i.
overige werkzaamheden die samenhangen met agendavorming, waaronder het bepalen van onderwerpen voor raadsinformatiebijeenkomsten en werkbezoeken op voorstel. 4. De agendacommissie komt bijeen zo vaak als nodig. Bij een gering aantal agendapunten of tussentijdse punten kan de griffier een digitale raadpleging houden onder de leden van de agendacommissie. 5. De vergaderingen van de agendacommissie vinden plaats met gesloten deuren. 6. De agenda en overige stukken van de agendacommissie worden voorafgaand aan de vergadering beschikbaar gesteld aan raads- en commissieleden. 7. Er wordt geen besluitenlijst opgesteld.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 3 van 45
Hoofdstuk 2 Toelating nieuwe raadsleden, commissieleden, fracties en Benoeming wethouders Artikel 6 Commissie geloofsbrieven 1. Aan het begin van een raadsperiode stelt de raad een commissie geloofsbrieven in bestaande uit drie raadsleden en drie plaatsvervangende raadsleden. Van elke fractie mag maximaal één lid een zetel in de commissie bezetten. De benoeming geldt voor de gehele raadsperiode. De raad voorziet zo spoedig mogelijk in tussentijdse vacatures. 2. De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter aan. 3. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven van de nieuw benoemde raadsleden en te benoemen commissieleden of deze voldoen aan de vereisten van artikelen 10, 11, 12, 13, en 15 van de wet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating cq. benoeming van deze raads- en commissieleden. 4. Indien van toepassing, maakt de commissie bij haar advisering melding van een minderheidsstandpunt. 5. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 6. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden en benoemde commissieleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 7.
In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw raads- of commissielid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating cq. benoeming wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 8. Bij hun aantreden ontvangen raads- en commissieleden de gedragscode zoals genoemd in artikel 15, derde lid van de wet. Artikel 7 Benoeming niet-raadsleden tot commissieleden 1. Een fractie kan twee niet-raadsleden voordragen voor benoeming als commissielid. 2. Voor benoeming als commissielid in de eerste drie jaren van een raadsperiode komen uitsluitend niet-raadsleden in aanmerking die op de kandidatenlijst staan van de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen voor de desbetreffende politieke partij. Plaatsvervulling vindt zoveel mogelijk in volgorde van de kandidatenlijst plaats. 3. Voor benoeming als commissielid in het vierde jaar van een raadsperiode komen ook nietraadsleden in aanmerking die niet op de kandidatenlijst staan van de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen voor de desbetreffende politieke partij. 4. De niet-raadsleden worden door de raad benoemd tot commissieleden. 5. De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op het te benoemen commissielid. 6. De commissie geloofsbrieven, als bedoeld in artikel 6, onderzoekt de geloofsbrieven van het te benoemen commissielid. 7.
Bij een (tussentijdse) vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw te benoemen commissielid op voor de vergadering van de raad waarin over diens benoeming wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen: ‘Ik zweer (verklaar) dat ik om tot commissielid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 4 van 45
Ik zweer (beloof), dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als commissielid naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig!’ (Dat verklaar en beloof ik!’). Artikel 8 Risicoanalyse integriteit kandidaat-wethouder 1. Voorafgaand aan de benoeming van een kandidaat-wethouder wordt er een risicoanalyse uitgevoerd door een extern bureau, dat beschikt over een vergunning op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). 2. De raad wijst de burgemeester aan als gedelegeerd opdrachtgever voor de risicoanalyse. 3. Het externe bureau onderzoekt de volgende onderdelen: a. wettelijke bepalingen; b. persoonlijke aspecten; c. financiële/functionele aspecten; d. persoonlijkheidsaspecten die een raakvlak hebben met integriteit. 4. De hiervoor genoemde risicoanalyse vindt plaats binnen de volgende kaders: a. er vindt raadpleging plaats van open bronnen zoals bijvoorbeeld het Bureau Krediet Registratie; b. er vindt raadpleging van informatie die de kandidaat-wethouder zelf aanlevert in een persoonlijk gesprek en/of een vragenlijst; c. de kandidaat-wethouder krijgt de rapportage te zien voordat deze aan de burgemeester wordt gestuurd; d. de burgemeester en de kandidaat-wethouder bespreken de rapportage. 5.
Er wordt een ad-hoc commissie integriteit ingesteld onder voorzitterschap van de burgemeester, aangevuld met drie raadsleden en met ondersteuning van de griffier. De commissie voert een gesprek met de kandidaat-wethouder over de conclusies, aanbevelingen en beheersmaatregelen. De ad-hoc commissie integriteit brengt vervolgens een advies uit aan de raad. 6. Indien de kandidaat-wethouder zich naar aanleiding van de risicoanalyse besluit terug te trekken, wordt er geen informatie over de kandidaat gedeeld met de commissie en de raad. 7. De conclusies, beheersmaatregelen en aanbevelingen worden onder geheimhouding met de raad gedeeld. 8. Bij hun aantreden ontvangen wethouders de gedragscode zoals genoemd in artikel 41c, tweede lid, van de wet. 9. Als bewaartermijn wordt bepaald de bestuursperiode tot aan de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Artikel 9 Fractie 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard en de commissieleden die door deze fractie zijn voorgedragen en benoemd, worden bij de aanvang van een raadsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie zal voeren. 3.
De naam van de fractievoorzitter wordt zo spoedig mogelijk door het partijbestuur doorgegeven aan de voorzitter. 4. Er wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter als: a. één of meer leden van fractie als zelfstandige fractie verdergaan; b. twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 5 van 45
5.
c. één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 6 van 45
Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen vergaderingen Artikel 10 Onderscheid soorten bijeenkomsten De gemeenteraad van Ommen kent de volgende soorten bijeenkomsten: a. Raadsvergadering: vergadering van de raad (artikel 17 van de wet) heeft tot doel het voeren van debat en het nemen van besluiten door de raad. b. Raadscommissie: vergadering van een raadscommissie (artikel 82 van de wet) heeft tot doel een oordeel te vormen om besluitvorming van de raad voor te bereiden en te overleggen met elkaar, het college of de burgemeester. c. Raadsinformatiebijeenkomsten: vergadering van een raadscommissie (artikel 82 van de wet) met als doel voorzien in de informatiebehoefte en beeldvorming van de raads- en commissieleden over een onderwerp of thema. De vorm is vrij. d. Werkbezoeken: raads- en commissieleden kunnen zich op locatie laten informeren over initiatieven, algemene en bijzondere beleidsontwikkelingen. Artikel 11 Vergadertijdstippen en voortzetting 1. De vergaderingen van de raad, de raadscommissie en de raadsinformatiebijeenkomsten worden in de regel gehouden op een donderdag, met een aanvang om 19:30 uur, in de raadszaal van het gemeentehuis. 2. De (commissie)voorzitter eindigt in beginsel uiterlijk om 23:00 uur de vergadering.
Als om 22:30 uur de agenda van de vergadering nog niet is afgewikkeld, doet de (commissie)voorzitter een voorstel van orde met betrekking tot de agendapunten die nog niet behandeld zijn. Op basis van de reacties van de aanwezige leden beslist de (commissie)voorzitter. 3. Als, met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid, de agenda van de vergadering nog niet volledig is afgehandeld, wordt de behandeling voortgezet op de eerstvolgende maandag, of als deze dag een feestdag is de eerstvolgende dag die geen feestdag is, om 19:30 uur. Deze voortgezette vergadering wordt gesloten nadat alle resterende agendapunten zijn behandeld. 4. De (commissie)voorzitter kan, in afwijking van het vergaderschema, in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur of een andere vergaderplaats aanwijzen. Tenzij sprake is van een spoedeisende situatie, voert hij hierover overleg met de agendacommissie.
Paragraaf 1 Voorbereiding Artikel 12 Oproep en agenda 1. De (commissie)voorzitter stuurt, met uitzondering van een spoedeisende vergadering, ten minste zeven dagen voor de vergadering van de raad of raadscommissie een digitale oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de (commissie)voorzitter na het verzenden van de digitale oproep tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering van de raad of raadscommissie een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden kenbaar, en openbaar gemaakt. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 13, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raad of raadscommissie vastgesteld. Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken 1. De vergaderstukken worden gelijktijdig met het verzenden van de digitale oproep geplaatst op een voor ieder toegankelijke plek op de gemeentelijke website. Een papieren versie kan opgevraagd worden bij de griffier. Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 7 van 45
2. 3.
Als na het verzenden van de digitale oproep stukken worden toegevoegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan raads- en commissieleden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. Informatie van de raad of raadscommissie of aan de raad of raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va (artikel 87 tot en met 89) van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.
Artikel 14 Openbare kennisgeving De vergaderingen van de raad, de raadscommissie en de raadsinformatiebijeenkomsten worden ter openbare kennis gebracht door plaatsing op de gemeentelijke website en zo mogelijk door aankondiging op de gemeentelijke pagina van een huis-aan-huisblad.
Paragraaf 2 Ter vergadering Artikel 15 Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van de vergaderingen van de raad, raadscommissies en raadsinformatiebijeenkomsten. 2. Voor aanvang van de raadsvergadering tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 16 Aantal spreektermijnen 1. Per agendapunt is er één woordvoerder per fractie. Per vergadering kunnen er verschillende woordvoerders per fractie zijn. 2. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad of raadscommissie anders beslist. 3. Spreektermijnen worden door de (commissie)voorzitter afgesloten. 4. Raads- of commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 5. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 6. Bij de bepaling hoeveel keer een raads- of commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Artikel 17 Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad of raadscommissie besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 18 Voorstellen van orde Raads- of commissieleden kunnen tijdens een vergadering van de raad of raadscommissie mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad of raadscommissie beslist hier terstond over.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 8 van 45
Artikel 19 Toezegging 1. Een toezegging door het college of de burgemeester kan worden gedaan in een vergadering van de raad of raadscommissie. 2. Een uitspraak van het college of de burgemeester geldt als toezegging wanneer expliciet het woord “toezegging” of een daarmee gelijk te stellen term wordt gebruikt. 3. Aan een toezegging wordt een termijn verbonden waarbinnen het college uitvoering geeft aan de toezegging. 4. Toezeggingen worden opgenomen op een toezeggingenlijst, die door de griffier wordt bijgehouden en gepubliceerd. 5. Het college informeert de raad tweemaandelijks over de stand van zaken met betrekking tot de afhandeling van toezeggingen.
Paragraaf 3 Verslaglegging Artikel 20 Besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor besluitenlijsten van vergaderingen van de raad. 2. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de concept-besluitenlijst gelijktijdig met de verzending van de voorlopige agenda en stukken voor een volgende raadsvergadering openbaar gemaakt op de gemeentelijke website. 3. De raadsleden, de voorzitter, de wethouders en de griffier hebben het recht een voorstel tot wijziging aan de raad te doen, als de concept-besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient om 17:00 uur op de dag voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de griffier te worden ingediend. 4. Bij het begin van de vergadering van de raad wordt de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. Wijzigingen worden vermeld op de besluitenlijst van de volgende vergadering. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier.
Paragraaf 4 Besloten vergaderingen Artikel 21 Toepassing reglement op besloten vergadering Op besloten vergaderingen van de raad of raadscommissies is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 22 Besluitenlijst besloten vergadering 1. (Concept-)besluitenlijsten van besloten vergaderingen van de raad of raadscommissies worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier. 2. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad (wanneer het een besluitenlijst van een besloten raadsvergadering betreft) of de raadscommissie (wanneer het een besluitenlijst van een besloten raadscommissie betreft) een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de besluitenlijst. 3. Als er geen besloten vergadering meer wordt gepland, wordt de besluitenlijst na een termijn van terinzagelegging van vier weken door de (commissie)voorzitter en de griffier voor conform ondertekend. 4. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de (commissie)voorzitter en de griffier ondertekend.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 9 van 45
Artikel 23 Opheffing geheimhouding Als de raad of raadscommissie op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad of raadscommissie verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Paragraaf 5 Toehoorders en pers Artikel 24 Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. Artikel 25 Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de (commissie)voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 10 van 45
Hoofdstuk 4 Raadsinformatiebijeenkomsten Artikel 26 Raadsinformatiebijeenkomsten 1. Raadsleden, collegeleden, inwoners en organisaties kunnen de agendacommissie gemotiveerd verzoeken om een raadsinformatiebijeenkomst. 2. De agendacommissie besluit aan de hand van de volgende voorwaarden en criteria of het gemotiveerde verzoek om een raadsinformatiebijeenkomst wordt gehonoreerd: a. De raad heeft een duidelijke rol en bevoegdheid met betrekking tot het onderwerp of thema. b. Het onderwerp/thema staat op de bestuurlijke planning, lange termijnagenda of is actueel. c. Het onderwerp/thema wordt breed gedragen door raads- en commissieleden. 3. De informatie beoogt verdieping van het onderwerp/thema. De informatie is kort en bondig. Presentaties of achtergrondinformatie worden op voorhand gedeeld met raads- en commissieleden, zodat zij zich kunnen voorbereiden op de bijeenkomst. 4. Er is in raadsinformatiebijeenkomsten geen plaats voor (politiek)debat. Er worden geen standpunten kenbaar gemaakt. Gedane uitspraken tijdens deze bijeenkomsten zijn niet politiek bindend. 5. Raadsinformatiebijeenkomsten zijn openbaar, tenzij anders wordt besloten.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 11 van 45
Hoofdstuk 5 Raadscommissies Artikel 27 Instelling raadscommissie; taken en bevoegdheden 1. De raad stelt een algemene raadscommissie in. 2. De raadscommissie: a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en c. voert opiniërend overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a. Artikel 28 Samenstelling 1. In de raadscommissie nemen per agendapunt maximaal 17 leden tegelijkertijd deel, waarbij het aantal deelnemende raads- en commissieleden per fractie niet hoger is dan het aantal zetels dat zij in de gemeenteraad bezet. 2. Na behandeling van een agendapunt kan een raads- of commissielid de vergadering verlaten en zich laten vervangen door een ander raads- of commissielid. 3. De raad benoemt de commissievoorzitter(s).
Artikel 29 Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitters eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 7, vijfde lid, van dit reglement gestelde eisen. 3. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 4. De raad kan een commissievoorzitter ontslaan. 5. Een commissielid en -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. 7. Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege. Artikel 30 Opening, vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is. 2.
Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 12 van 45
Artikel 31 Spreekrecht inwoners en belanghebbenden 1. Inwoners uit Ommen en belanghebbenden kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. 2. Het woord kan niet gevoerd worden: a. over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit op de dag vóór de vergadering om uiterlijk 17:00 uur aan de griffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het geagendeerde onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 4. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 5. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De spreektijd bedraagt maximaal vijf minuten. 6. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 7.
Nadat de commissieleden het woord hebben gevoerd over het betrokken agendapunt, krijgt de inspreker gedurende één minuut de gelegenheid voor het geven van een reactie. 8. De commissievoorzitter of een commissielid kan een voorstel doen voor de behandeling van de inbreng van de inspreker. Artikel 32 Advies; geen stemmingen 1. Wanneer de commissievoorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht en besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie welk advies aan de raad wordt uitgebracht: a. Bespreekstuk: het voorstel behoeft nadere bespreking in de raadsvergadering b. Hamerstuk: het voorstel is rijp voor besluitvorming in de raadsvergadering 3. In een raadscommissie vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over de geheimhouding en met betrekking tot de orde van de vergadering. Artikel 33 Handhaving orde en schorsing 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering. 2. De commissievoorzitter roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren.
Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. 3. De commissievoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 4. De commissievoorzitter kan de raadscommissie voorstellen om een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 13 van 45
verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Paragraaf 1 Bevoegdheden, instrumenten raads- en commissieleden Artikel 34 Technische vragen 1. Technische vragen zijn vragen die betrekking hebben op feitelijke informatie, gegevens, procedures of regelgeving. Zij bevatten geen oordeel, mening of politieke stellingname. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en kunnen van een toelichting worden voorzien. Vragen die niet voldoen aan deze criteria worden per omgaande teruggestuurd aan de indiener. 2. Technische vragen worden niet in de vergadering gesteld, maar voorafgaand daaraan gericht aan het college. De beantwoording van deze vragen wordt gedeeld met alle raads- en commissieleden. 3. Ieder raads- en commissielid heeft het recht om technische vragen te stellen aan het college over geagendeerde onderwerpen. 4. Technische vragen aan het college worden zo vroeg mogelijk, doch uiterlijk om 12:00 uur twee dagen voorafgaand aan de vergadering, ingediend bij de griffier. 5. Het college beantwoordt de technische vragen uiterlijk om 17:00 uur op de dag voorafgaand aan de vergadering. Wanneer tijdige beantwoording niet mogelijk is, volgt op dit tijdstip een toelichting over de reden en het verwachte moment van beantwoording. 6. De technische vragen en de beantwoording worden toegevoegd aan het desbetreffende agendapunt en maken onderdeel uit van de beraadslaging.
Artikel 35 Rondvraagpunten Rondvraagpunten, zijnde niet technische vragen, inclusief de concrete vragen worden uiterlijk om 17:00 uur op de dag voorafgaand aan de vergadering ingediend bij de griffier.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 14 van 45
Hoofdstuk 6 Raadsvergaderingen Artikel 36 Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst en gepubliceerd op de gemeentelijke website. 2. De raad stelt op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van ingekomen stukken vast. 3. De vastgestelde lijst van ingekomen stukken, inclusief de daarin bij de vaststelling aangebrachte wijzigingen, wordt ondertekend door de voorzitter en griffier. 4. Een raadslid dat een ingekomen stuk versneld wil behandelen kan hiervoor ook een verzoek indienen bij de agendacommissie. 5. Dit verzoek tot versnelde agendering van een ingekomen stuk wordt uiterlijk om 17:00 uur op de dag voorafgaand aan de agendacommissie ingediend bij de griffier. 6. Het college informeert de raad tweemaandelijks over de stand van zaken met betrekking tot de afhandeling van de ingekomen stukken die ter afdoening aan het college zijn doorgeleid, waarbij de raad heeft verzocht om een afschrift van de beantwoording.
Paragraaf 1 Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 37 Raadsvoorstel Een raadsvoorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de vergadering van de raad of raadscommissie, kan uitsluitend door de raad in een raadsvergadering worden afgevoerd. Dit gebeurt bij de vaststelling van de agenda en vereist een meerderheid van stemmen. De motivering wordt opgenomen in de besluitenlijst van de raadsvergadering. Artikel 38 Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen veertien dagen nadat het verzoek is ingediend. Artikel 39 Vragenhalfuur 1. Tijdens iedere raadsvergadering is er een vragenhalfuur, tenzij bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de agendacommissie bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt. 2.
Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden dit - onder vermelding van het onderwerp - uiterlijk om 17:00 uur op de dag voorafgaand aan de vergadering bij de griffier. De griffier stelt hiervan de voorzitter op de hoogte. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld. Deze volgorde wordt in beginsel vastgesteld op volgorde van binnenkomst van de verzoeken. 4. Indien meerdere vragen over hetzelfde onderwerp zijn ingediend, kan de voorzitter besluiten deze gezamenlijk te behandelen. 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 15 van 45
6. 7. 8.
beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenhalfuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten. De totale duur van het vragenhalfuur bedraagt maximaal 30 minuten. Als niet alle vragen in deze tijd zijn beantwoord, schuiven deze in beginsel niet door naar de volgende vergadering.
Artikel 40 Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. 2. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. 3. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 4. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. Als beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de griffier hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij tevens de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording gaat plaatsvinden. 5. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende vergadering van de raad nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel 41 Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2.
Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de beraadslaging daarover door de raad is afgerond. Artikel 42 Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp (motie vreemd aan de orde van de dag) vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de beraadslaging daarover door de raad is afgerond.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 16 van 45
Artikel 43 Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het college kan binnen 14 dagen nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de raad geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering van de raad geplaatst. Artikel 44 Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een vergadering van de raad zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende vergadering van de raad gestemd.
In andere gevallen tijdens de daaropvolgende vergadering van de raad. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Paragraaf 2 Stemmingen Artikel 45 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten. Artikel 46 Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 47 Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de vergadering van de raad aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomst artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op alfabetische volgorde. Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 17 van 45
5. 6.
7.
Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich ‘voor’ of ‘tegen’ te verklaren, zonder enige toevoeging. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.
Artikel 48 Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 49 Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één stembriefje. 4.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 18 van 45
Hoofdstuk 7 Samenwerkingsverbanden; raadsrapporteurs en lidmaatschap van andere organisaties Artikel 50 Raadsrapporteurs samenwerkingsverbanden 1. De raad kan in een raadsperiode één of meerdere raads- of commissieleden aanwijzen als raadsrapporteur per samenwerkingsverband waarin de gemeente Ommen partij is. 2. De raadsrapporteur is voor het betreffende samenwerkingsverband contactpersoon en aanspreekpunt namens de raad. 3. De raadsrapporteur heeft een signalerende en adviserende rol richting de raad ten aanzien van ontwikkelingen binnen het samenwerkingsverband. 4. De raad kan nadere afspraken maken met de raadsrapporteur over de werkwijze en verslaglegging.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 19 van 45
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen Artikel 51 Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet of onvoldoende voorziet, of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel 52 Intrekking oude reglement 1. Het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Ommen, vastgesteld bij raadsbesluit van 31 mei 2018 wordt ingetrokken. 2. De verordening, regelende de instelling, de samenstelling en de bevoegdheden van de commissies van advies aan de raad van de gemeente Ommen, vastgesteld bij raadsbesluit van 31 mei 2018 wordt ingetrokken. Artikel 53 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Ommen van 29 januari 2026. De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
S.G.M. Dijk-Horenberg
mr. drs. J.M. Vroomen
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 20 van 45
TOELICHTING Artikelsgewijze toelichting In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven behandeld. Waar in dit reglement hij staat, kan ook zij gelezen worden. Artikel 1 Begripsbepalingen In artikel 1 worden een aantal begrippen uit dit reglement gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Voor wat betreft het begrip ‘voorzitter’ zij nog vermeld dat de burgemeester voorzitter is van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet (hierna: wet) schrijft dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, van de wet is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de wet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. De raad heeft de keuze om niet-gekozen personen op basis van artikel 82, eerste lid, van de wet zitting te laten nemen in de commissie(s) die de raadsbesluiten voorbereiden. Deze commissieleden hebben geen democratische legitimatie.
Artikel 2 Griffier De raad is verplicht een griffier aan te wijzen (artikelen 100 en 107 van de wet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. In artikel 7 van de Ambtenarenwet staat dat de ambtenaar een eed of belofte aflegt. Het hoe en wat ervan wordt geregeld in een Algemene Maatregel van Bestuur, te weten het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017. De raad stelt de eed of belofte vast, inclusief de daarbij behorende procedure. De griffier is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig (tweede lid). De wet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid, van de wet). In het derde lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de wet (verschoningsrecht) is in het vierde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. De aanwijzing van de griffier is een raadsbesluit dat binnen artikel 32 van de wet thuishoort: hetzij geen stemming (als niemand deze verlangt), hetzij een hoofdelijke en dus mondelinge stemming. Artikel 3 Nestor van de raad De nestor van de raad is doorgaans het langst onafgebroken zittende raadslid. Deze rol is niet wettelijk vastgelegd, maar heeft een aantal informele en ceremoniële taken zoals het woord voeren bij bijzondere aangelegenheden, zoals installatie, beëdiging of bij een afscheid.
Daarnaast fungeert de nestor ook als een soort wijze raadgever binnen de raad. Hij kent het beste de geldende mores binnen de raad. Door ervaring en kennis van procedures kan hij nieuwe raads- en commissieleden ondersteunen. Artikel 4 Presidium Het presidium is artikel 84-commissie. De raad stelt deze commissie in. De burgemeester kan geen lid zijn van een artikel 84-commissie (artikel 84, tweede lid, van de wet), maar deze wel voorzitten. Zoals de burgemeester als niet-raadslid ook de raadsvergadering voorzit. Het staat de raad uiteraard vrij om deze commissie te laten voorzitten door een raadslid.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 21 van 45
Het presidium heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad). Diverse gemeenten hebben dit takenpakket uitgebreid met meer inhoudelijke taken. De VNG is van mening dat het presidium voor wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk een ondergeschikte rol dient te vervullen, omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, hetgeen niet strookt met de Grondwet, die het primaat immers expliciet bij de raad legt (artikel 125, eerste lid, van de Grondwet). Men zou ervoor kunnen kiezen de regie van enkele interne of organisatorische kwesties bij het presidium neer te leggen. In het zesde lid is als aanvullende taak opgenomen dat het presidium aanbevelingen doet aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies. Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van dit reglement, het instrueren van de griffier en het bespreken van agenda-technische zaken. Het is van belang dat in het presidium elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten (negende lid).
De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig (artikel 2, tweede lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. De aanwezigheid van de gemeentesecretaris kan ook gewenst zijn, omdat de secretaris aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op onderwerpen die worden voorbereid door de ambtelijke organisatie. Overeenkomstig het vijfde lid kan de gemeentesecretaris worden uitgenodigd. Als dit een ‘staande’ uitnodiging wordt, dan kan overwogen worden zijn aanwezigheid expliciet in dit reglement te regelen. Op grond van artikel 84, derde lid en artikel 23 van de wet kan het presidium besluiten besloten te vergaderen, als uitzondering op de hoofdregel van openbare raads- en commissievergaderingen (elfde lid). Ten aanzien van besloten commissievergaderingen regelt de wet dat van rechtswege een geheimhoudingsplicht geldt omtrent de informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. Artikel 87 van de wet bepaalt dat er een grond moet bestaan voor het presidium voor het opleggen van een geheimhouding ten aanzien van schriftelijke informatie die bij de commissie berust. De gronden zijn te vinden in artikel 5.1 van de Wet open overheid.
Het presidium verstrekt deze informatie vervolgens onder geheimhouding aan de raads- en commissieleden, het college en eventueel de rekenkamer. De geheimhouding geldt totdat het presidium of de raad de geheimhouding opheft. Artikel 5 Agendacommissie De agendacommissie is ook een artikel 84-commissie. De raad stelt deze commissie in. De agendacommissie speelt een centrale rol in de voorbereiding en structurering van het politieke besluitvormingsproces. Door het vaststellen van voorlopige agenda’s en het bewaken van de bestuurlijke planning via de lange termijnagenda (LTA), draagt de commissie bij aan een ordentelijk en efficiënt verloop van de vergadercyclus. Het vaststellen van voorlopige agenda’s gebeurt veelal op basis van de agenda van het college zonder dat de stukken al ter agendering zijn aangeboden. De commissie fungeert tevens als schakel tussen het college, de ambtelijke organisatie en de raad, door te besluiten over verzoeken tot agendering en het aanwijzen van voorzitters voor bijeenkomsten. De mogelijkheid tot digitale raadpleging biedt flexibiliteit bij minder omvangrijke agendawijzigingen.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 22 van 45
Het vooraf beschikbaar stellen van de agenda en overige stukken aan raads- en commissieleden draagt bij aan een zorgvuldige voorbereiding van de vergaderingen van de agendacommissie (zesde lid). De vergaderingen van de agendacommissie vinden plaats met gesloten deuren. Daarmee geldt van rechtswege een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in de vergadering ter kennis van de aanwezigen komt (artikel 23 van de wet). Aan het einde van de vergadering wordt besloten of de geheimhouding op de mondeling verstrekte informatie van kracht blijft op grond van de wet. De agendacommissie neemt geen besluiten die rechtsgevolgen hebben. Daarom wordt er geen besluitenlijst opgesteld (zevende lid). Dit voorkomt onnodige administratieve lasten en sluit aan bij het karakter van de commissie als voorbereidend orgaan. De commissie stelt de agenda’s van de raad en raadscommissies voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda volgt bij aanvang van de betreffende vergadering. Ingevolge artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. De (commissie)voorzitter pleegt in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg met de agendacommissie.
Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. Uitzonderingen daargelaten, houdt de agendacommissie rekening met een voorbereidingstijd van in ieder geval 48 uur. Artikel 6 Commissie geloofsbrieven Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde meldt schriftelijk aan de raad of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt legt hij aan de raad stukken over waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden.
Dit omvat de volgende stukken: - een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt (artikel 13 van de wet), - een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum en - (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de wet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven en de beslissing over de toelating moeten in een openbare vergadering gebeuren. Aan het begin van een raadsperiode wordt er één commissie geloofsbrieven ingesteld voor de gehele raadsperiode. Dit is een artikel 82-commissie: de commissie bereidt raadsbesluiten voor over toelating van benoemde leden tot de raad en de benoeming tot commissielid. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na de gemeenteraadsverkiezingen beslist de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuw gekozen leden. Met ingang van 00:00 uur de volgende dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 van de wet en artikel C 4, tweede lid, van de
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 23 van 45
Kieswet). Eerste en tweede lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Vijfde lid Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten. Het vijfde lid ziet toe op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie geloofsbrieven een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de raadsverkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de raadsverkiezingen en de vaststelling van de uitslag.
Dit besluit is van belang omdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad een dergelijk besluit kan baseren. Op 28 februari 2014 heeft de minister van BZK een circulaire uitgebracht waarin toegelicht wordt wanneer de raad gebruik kan maken van deze bevoegdheid (Gemeenteraadsverkiezingen: hertellingen, kenmerk 2014-0000116196, 28 februari 2014, Ministerie van BZK. Zie: https://vng.nl/files/vng/publicatie_bijlagen/2014/20140319-hertellinggemraadsverk-bzk2014-0000116196.pdf). Deze circulaire was ook bij de raadsverkiezingen in 2018 en 2022 van toepassing. In deze circulaire wordt onder meer uiteengezet wanneer de raad tot hertelling kan besluiten. Het ligt niet voor de hand dat besloten wordt tot een hertelling waarvan tevoren duidelijk is dat deze niet tot een andere samenstelling in de raad kan leiden. Ook een verschil in zetels tussen de voorlopige uitslag en de definitieve uitslag is geen reden om over te gaan tot hertelling.
Na een raadsverkiezing kunnen de toegelaten raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling als bedoeld in artikel 18 van de wet de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de wet vastgelegd. Artikel 7 Benoeming niet-raadsleden tot commissieleden De commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fracties (eerste lid). Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk –overeenkomstig het vijfde lid zelfs verplichtde benoeming van een voorgedragen lid te weigeren als het een ‘commissielid’ betreft dat niet voldoet aan bepaalde vereisten van de wet.
Reglement van Orde gemeenteraad Ommen 2026
Pagina 24 van 45
Op grond van het vijfde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10 t/m 15 van de wet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en geen functie als bedoeld in artikel 13 van de wet mogen vervullen. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de wet ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten voeren door de commissie die voor raadsleden het op basis van artikel V 4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen naar de niet-raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de commissieleden benoemd worden. Artikel 8 Benoemingsprocedure en beëdiging wethouders Artikel 8 geeft invulling aan een leemte in de wet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De wet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. Bij de benoeming van een wethouder kan een integriteitstoets plaatsvinden.