CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Landelijke-Nota-Gezondheidsbeleid-LNG-2020-2024

Gemeenteraad 3 juni 2021, gemeente OmmenBij agendapunt: Verlengen van het lokale gezondheidsbeleid 'Naar een Gezond en Vitaal Ommen, dat doen we Samen!’ tot 31-12-2024 (180061)14.403 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

25 | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024

Weerbaarheid en veerkracht De weerbaarheid en veerkracht van jongeren helpen vergroten, door bijvoorbeeld: • het aanbod en de kwaliteit van interventies te vergroten en verbeteren (zoals interventies voor het versterken van vaardigheden om met drukfactoren om te gaan en mentaal gezond te blijven) • het sport- en beweegaanbod in de omgeving van jongeren en in de ruimtelijke inrichting te versterken • het aanbod van interventies voor mentale weerbaarheid en veerkracht bij jeugd en jongvolwassenen uit te breiden en daarbij jongeren en ervaringsdeskundigen te betrekken.

Druk verlagen De ervaren druk onder scholieren helpen verlagen, door bijvoorbeeld: • onderzoek te doen naar de oorzaken van mentale druk op school • een schoolklimaat te creëren waarin kinderen minder druk ervaren • het thema sociaal-emotioneel welbevinden in de programma’s Gezonde Kinderopvang en Gezonde School in te vullen, waarbij de fysieke en sociale leefomgeving een van de pijlers is om de prestatiedruk te laten afnemen • welbevinden op school een plaats te geven op de Lokale Educatieve Agenda en verbetermogelijkheden te implementeren.

Selectieve preventie Selectieve preventie toepassen op hoogrisicogroepen,38 zoals kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen (KOPP/KOV) of kinderen van ouders met een (licht) verstandelijke beperking. Bijvoorbeeld door de inzet van het Buitenhuis-project (kinderopvang/bso voor deze groepen), de inzet van informele zorg (meeleefgezin, steunouder, HomeStart) of het bevorderen van traumasensitief werken op school en in de kinderopvang.

D. Vitaal ouder worden

Landelijke programma's Het programma Langer Thuis is erop gericht dat ouderen zo lang mogelijk op een goede manier zelfstandig kunnen blijven wonen. Het programma Eén tegen eenzaamheid is ontwikkeld om eenzaamheid eerder te signaleren en te doorbreken. In het programma Preventie in het Zorgstelsel is onder andere aandacht voor een brede implementatie van valpreventieactiviteiten voor ouderen. Lopende programma’s; ▪ Langer Thuis ▪ Een tegen eenzaamheid ▪ Preventie in de Zorg ▪ Nationaal Sportakkoord

Ambitie 1 Er komen in de toekomst steeds meer ouderen met een chronische aandoening. Daarnaast nemen sociale problemen onder ouderen toe, zoals eenzaamheid. Een op de drie ouderen van 65 jaar en ouder komt minimaal eens per jaar ten val.

26 | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024

In 2024 voelen relatief meer ouderen zich vitaal zodat zij (naar vermogen) kunnen blijven participeren in de samenleving.

Ambitie 2 In 2024 is het risico op spoedeisende hulp na een val bij ouderen afgenomen.

Ambitie 3 In 2024 hebben alle gemeenten een leefomgeving gecreëerd die ouderen verleidt tot een gezonde leefstijl.

Probleemanalyse voor vitaal ouder worden Nederland vergrijst: mensen worden steeds ouder en het aandeel ouderen in de samenleving neemt toe. Het aantal 75-plussers ligt nu rond de 1,3 miljoen. In 2040 is dit aantal bijna verdubbeld. Van alle 75-plussers ervaart op dit moment 65% een goede kwaliteit van leven, blijkt uit de monitor van het programma Langer Thuis.39 Met de meeste ouderen gaat het dus goed. Maar de vergrijzing zet de komende jaren door. Ook al zijn de meeste mensen boven de 75 nog vitaal, er komen in de toekomst steeds meer ouderen met een chronische aandoening, zoals artrose, neken rugklachten en diabetes. Ook kampen steeds meer ouderen met multimorbiditeit: twee of meer chronische aandoeningen die elkaar beïnvloeden. Daarnaast nemen sociale problemen onder ouderen toe. Van alle 75-plussers heeft bijvoorbeeld 54% gevoelens van eenzaamheid. Ook het aantal mensen met dementie stijgt de komende jaren. Bijna de helft van alle 75-plussers woont alleen en bijna een op de tien ouderen heeft geen partner of kinderen. Voor laaggeletterde ouderen en ouderen met een migratieachtergrond is extra aandacht nodig. Zij kunnen hun weg niet goed vinden in de zorg en ondersteuning. Bovendien sluit het huidige aanbod vaak niet goed aan op hun behoeften en gezondheidsvaardigheden.40 Tot slot komt een op de drie ouderen van 65 jaar en ouder minimaal eens per jaar ten val.

Dit heeft in veel gevallen grote gevolgen voor vitaliteit, kwaliteit van leven, thuis wonen en eenzaamheid. Het aantal valongevallen dat leidt tot spoedeisende hulp of een dodelijke afloop, stijgt.41 Hoe houden we de groeiende groep ouderen vitaal en zorgen we ervoor dat ze zo lang mogelijk vitaal blijven? Bij het beantwoorden van die vraag is het belangrijk om de doelgroep als geheel in beeld te hebben. Hoe houd je de ‘jongere’ oudere zo lang mogelijk gezond en hoe ondersteunen we de meer kwetsbare ouderen om hun kwaliteit van leven in stand te houden of te verbeteren? Vitaal ouder worden vraagt om aandacht voor fysieke, psychische, cognitieve en sociale vitaliteit. De gemeentelijke taak op het gebied van ouderengezondheidszorg is wettelijk geborgd in artikel 5a van de Wpg. De manier waarop dit artikel wordt uitgevoerd, verschilt sterk per gemeente. De groeiende groep ouderen maakt het voor gemeenten belangrijker om regie te voeren en lokaal verbindingen te leggen met andere domeinen.

27 | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024

Landelijke programma’s die gericht zijn op vitaal ouder worden De diversiteit onder ouderen is groot en de lokale opgave verschilt per gemeente. Maar het is evident dat we ons de komende jaren moeten inzetten voor de groeiende groep ouderen die een beroep doet op het ondersteunings- en zorgaanbod. In het programma Langer Thuis42 werken 23 partijen (waaronder gemeenten) samen met het ministerie van VWS. Uitgangspunt is dat ouderen zo lang mogelijk op een goede manier zelfstandig kunnen blijven wonen, met ondersteuning en zorg, in een woning die aansluit bij hun persoonlijke behoeften. Samenwerking tussen gemeenten, wijkverpleegkundigen en huisartsen is van groot belang, vooral voor kwetsbare ouderen. Zij creëren een netwerk rondom ouderen, samen met mantelzorgers, paramedici, apotheken en partijen die een rol spelen in de sociale basis, zoals het sociaal werk, maar ook buurtinitiatieven, kerken en woningbouwcorporaties. Om eenzaamheid eerder te signaleren en te doorbreken, heeft het ministerie van VWS het programma Eén tegen eenzaamheid ontwikkeld. Daarnaast werkt het ministerie in het programma Preventie in het Zorgstelsel onder andere aan een brede implementatie van valpreventieactiviteiten voor ouderen.

Het RIVM heeft een themadossier ‘Gezond en vitaal ouder worden’ voor gemeenten ontwikkeld.43 Dit dossier bevat onder andere kennis over wat werkt en erkende interventies waarmee gemeenten het lokale gezondheidsbeleid voor ouderen kunnen invullen. Voldoende lichamelijke activiteit helpt lichamelijke klachten te voorkomen of te verminderen. Regelmatig bewegen verlaagt de kans op aandoeningen en kan een gunstige invloed hebben op de preventie van chronische ziekten. Voor ouderen is het van belang om 2,5 uur per week matig intensief te bewegen en daarnaast minimaal twee keer per week actief aan spierkracht en balans te werken. Het Kenniscentrum Sport heeft een reeks van acht artikelen over hoe gemeenten

ouderen meer kunnen laten bewegen in hun eigen leefomgeving. De alliantie ‘Sporten en bewegen voor iedereen’ (met onder andere Het Nationaal Ouderenfonds) ontwikkelde OldStars: sporten die zijn aangepast aan de behoeften van ouderen, zoals walking football, walking tennis en walking basketbal. Andere initiatieven waarvan gemeenten en lokale coalities gebruik kunnen maken, zijn onder andere Denken en Doen, GoldenSports en ‘Meer bewegen voor ouderen’. Kenniscentrum Sport heeft over dit onderwerp het ‘Wat werkt dossier ouderen en bewegen’ voor gemeenten ontwikkeld.44 Naast voldoende lichaamsbeweging is ook gezonde voeding belangrijk om vitaal te blijven, chronische ziekten en beperkingen zo lang mogelijk uit te stellen en klachten te verminderen. Naast de algemeen geldende adviezen voor gezond eten is voor ouderen aandacht nodig voor vitamine D en eiwitten. In opdracht van de ministeries van VWS en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft de Taskforce Gezond Eten met Ouderen in 2017 kennis en goede praktijkvoorbeelden in kaart gebracht. Het RIVM heeft een ‘Wat werkt dossier ouderen en (onder)voeding’ voor gemeenten ontwikkeld.45 Er loopt dus al een groot aantal initiatieven die zich richten op thuiswonende ouderen, ook vanuit de Wmo bij gemeenten.

Wij willen deze initiatieven aanvullen door ons te richten op ambities op het gebied van participatie, preventie en de leefomgeving.

Ambitie 1: In 2024 voelen relatief meer ouderen zich vitaal zodat zij (naar vermogen) kunnen blijven participeren in de samenleving. In plaats van drie levensfasen (kind, volwassene en oudere) spreken we tegenwoordig over vier levensfasen. Daarbij delen we de laatste fase in tweeën: de derde levensfase (jongere ouderen) en de vierde levensfase (oudere ouderen). De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) komt in het voorjaar van 2020 met een advies dat het belang en de kansen van de derde levensfase benadrukt. De manier waarop mensen hun derde levensfase inrichten en zich hierop voorbereiden heeft invloed op hun eigen welzijn en op andere generaties. Mensen kunnen in deze fase zelf nadenken over de vraag hoe ze oud willen worden en welke maatregelen ze kunnen nemen. De RVS benadrukt ook dat we hierbij rekening moeten houden met sociaaleconomische verschillen tussen ouderen. Het is belangrijk dat ouderen zich voorbereiden op het ouder worden. Dat komt ook naar voren uit het advies van de Raad van Ouderen voor het programma Langer Thuis. Daarbij gaat het onder meer over (behoud van) vitaliteit, sociale contacten en zingeving. Landelijk doen we het volgende om deze ambitie te ondersteunen: • Op het gebied van vitaliteit ziet het kabinet mogelijkheden om het bereik van vaccinatie voor ouderen tegen griep, pneumokokken en gordelroos te vergroten.

• Door ons in te zetten voor een gezonde leefstijl van ouderen en de betekenisvolle rol die zij in de samenleving hebben, kunnen we de ziektelast verlagen en de kwaliteit van leven van ouderen versterken. Het RIVM heeft een overzicht van beschikbare interventies voor ouderen samengesteld.46 Een belangrijke stap in deze ambitie is het ontwikkelen van een samenhangend aanbod van preventie, zorg en ondersteuning met alle betrokken partijen in de regio. Bijvoorbeeld met gemeenten, GGD’en, buurtcentra, maar ook met huisartsenpraktijken, zorgverzekeraars, sportverenigingen, welzijnsorganisaties, vrijwilligersorganisaties en de ouderen zelf. Het kan daarbij helpen om gebruik te maken van de regionale samenwerkingsverbanden en overlegstructuren die al bestaan.

28 | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024

Gemeenten kunnen vanuit deze keten bijdragen aan de vitaliteit van ouderen, waar mogelijk via zorgverleners, met hulp van de Volwassenentool van Positieve Gezondheid, beschikbare wetgeving, landelijke programma’s en het rapport van de RVS. Lokaal kunnen we met gemeentelijk beleid: • Ouderen goed in beeld krijgen, bijvoorbeeld door te faciliteren bij de afstemming tussen en met zorgverleners; een goed systeem van vroegsignalering47 en -opsporing; afstemming tussen professionals, ouderen, mantelzorgers en vrijwilligers; en aandacht voor sleutelmomenten in het leven van ouderen, zoals het wegvallen van de partner, verhuizing en pensionering. • Een gezonde leefstijl stimuleren, bijvoorbeeld met leefstijlinterventies op het gebied van bewegen, voeding, alcoholgebruik, cognitieve training en het vergroten van sociale vaardigheden, maar bijvoorbeeld ook met huisbezoeken om ouderen te informeren over veilig wonen, het voorkomen van valongevallen of brand- en inbraakpreventie. • Bewustwording onder ouderen vergroten, bijvoorbeeld door ouderen in hun derde levensfase na te laten denken over vitaliteit, wonen en sociale contacten. De focus ligt hierbij op wat ouderen nodig hebben om zo goed en zelfstandig mogelijk te blijven functioneren. • (Kwetsbare) ouderen nauw betrekken bij lokaal beleid, bijvoorbeeld door een ouderenraad in te stellen of te werken met lokale ouderennetwerken.

Het masterplan Ouder en Wijzer van de gemeente Rotterdam is een goed voorbeeld van ouderenbeleid waarin preventieve zorg voor ouderen wordt verbonden aan het Wmo- en zorgaanbod, sportaanbod, wonen en ruimtelijke ordening. Beleid voor een ouderenvriendelijke samenleving is erbij gebaat als het tot stand komt in samenwerking tussen maatschappelijke partners, zorg- en welzijnsorganisaties en bedrijven. Om dit te bereiken kunnen gemeenten op lokaal niveau allianties sluiten met deze partijen. Het is belangrijk om de wensen en behoeften van ouderen daarin mee te nemen door met hen in dialoog te gaan over bijvoorbeeld zingeving en eigen regie. Zo ontstaat beleid dat is gebaseerd op een gezamenlijk en gebalanceerd beeld van ouderen en ouder worden, met aandacht voor wat ouderen nog wél kunnen.

29 | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024

Ambitie 2: In 2024 is het risico op spoedeisende hulp na een val bij ouderen afgenomen. Er is al veel bekend over wat werkt om vallen bij ouderen te voorkomen. Er zijn bijvoorbeeld verschillende (kosten)effectieve programma’s beschikbaar. Bij valpreventie zijn veel partijen betrokken. Om het aantal valongevallen te verminderen zouden gemeenten zich kunnen inzetten om regionale valpreventie­ netwerken op te richten met organisaties die actief zijn op dit gebied. We denken daarbij bijvoorbeeld aan GGD’en, welzijnsorganisaties, thuiszorgorganisaties, zorgverzekeraars en eerstelijns­professionals. Het doel van deze netwerken is afstemming en samen­werking en er kunnen activiteiten uit voortvloeien. Er zijn al meerdere goede voorbeelden van start gegaan of op het punt van starten.48 Lokaal kunnen we met gemeentelijk beleid in deze ketenaanpak bijvoorbeeld: • Ouderen met een verhoogd valrisico opsporen, in beeld houden en doorverwijzen, bijvoorbeeld via mantelzorgers, welzijnsorganisaties, eerstelijnsprofessionals of vitaliteitsmarkten. • De problematiek vanuit een integrale blik benaderen, bijvoorbeeld door te kijken naar medicatie- en alcoholgebruik, zicht, angst, bewegen enzovoorts. • Erkende valpreventieprogramma’s aanbieden aan kwetsbare ouderen (samen met verzekeraars).

• Investeren in technologische oplossingen (publiek-privaat) of andere aanpassingen in huis en omgeving, zoals woningaanpassingen, digitale interventies, persoonlijke alarmering en domotica. • Investeren in beweegaanbod of -programma’s voor (alle) ouderen, bijvoorbeeld gericht op de verschillende onderdelen van bewegen (conditie, spierkracht en balans) en op het uitbreiden van kennis over bewegen, gezondheid en valrisico’s.

Landelijk doen we het volgende om deze ambitie te ondersteunen: • Een effectieve aanpak vraagt om inzet vanuit verschillende domeinen, en heeft ook een relatie met de fysieke leefomgeving. Het programma Preventie in het Zorgstelsel van het ministerie van VWS verkent waar knelpunten (tussen domeinen) zitten voor brede implementatie van valpreventie om die vervolgens op te lossen. • In opdracht van het ministerie van VWS ontwikkelen onder andere VeiligheidNL en RIVM actuele kennis over valpreventie.49 Daarnaast verspreiden zij handreikingen en instrumenten, en toetsen zij programma’s op kwaliteit.

Ambitie 3: In 2024 hebben alle gemeenten een leefomgeving gecreëerd die ouderen verleidt tot een gezonde leefstijl. De openbare ruimte kan een grote invloed hebben op de beslissing van ouderen om wel of niet naar buiten te gaan. Een toegankelijke en uitnodigende fysieke leefomgeving heeft ook een belangrijke sociale functie. Het wordt makkelijker om elkaar ontmoeten, ouderen vergroten hun sociale netwerk en belangrijke voorzieningen blijven bereikbaar. Landelijk doen we onder meer het volgende om deze ambitie te ondersteunen: • Het kabinet investeert in kennisontwikkeling om gemeenten te ondersteunen bij het integreren van gezondheidsbevordering in het fysiek domein. Oog voor bevolkingsgroei en -krimp is hierbij van belang voor toekomst­ bestendige aanpassingen. De Omgevingswet, de Wpg, het Nationaal Preventieakkoord en het Sportakkoord bieden de benodigde handelingsperspectieven op landelijk en lokaal niveau om een seniorvriendelijke leefomgeving in te richten die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Daarnaast is het belangrijk om bij de herinrichting van wijken of buurten ook de oudere bewoners te betrekken, bijvoorbeeld door middel van een wijkschouw (‘customer journey’). Het LBI-model van Positieve Gezondheid kan daarbij een hulpmiddel zijn.

Lokaal kunnen we met gemeentelijk beleid: • Gezondheidsrisico’s in de leefomgeving voor ouderen wegnemen, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van hitteprotocollen. • Zorgen voor voldoende toegankelijke voorzieningen, bijvoorbeeld groenvoorzieningen, voorzieningen voor eerstelijnsgezondheidszorg, sportlocaties, parken en ontmoetingsruimtes. Bankjes, toiletten en rollatorvriendelijke trottoirs kunnen helpen om iets langere afstanden, bijvoorbeeld naar de supermarkt, te overbruggen. • Investeren in ruimtelijke ontwikkeling die beweegaanbod mogelijk maakt, bijvoorbeeld in een beweegtuin of een buurtmoestuin • Sportverenigingen faciliteren bij het creëren van sportaanbod voor ouderen, zoals walking football en GoldenSports.

30 | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024

4 Afsluiting Met deze landelijke nota willen wij overheden inspireren en richting geven aan de lokale gezondheidsnota’s van gemeenten. Dankzij nauwe samenwerking met de VNG, GGDGHOR Nederland, het RIVM en kennisinstituten als Pharos en het iPH ligt er een landelijke visie die zorgt voor aansluiting en verbinding tussen overheden, over verschillende beleidsdomeinen heen. Zo laat deze nota overheden samenwerken aan domeinoverstijgend beleid. Daar zijn wij alle overheden en kennisinstituten die hebben meegewerkt, dankbaar voor. Gemeenten gaan deze landelijke nota gebruiken bij het schrijven van hun lokale gezondheidsnota’s. Om ze daarbij te helpen, geven wij gemeenten graag bijgevoegde factsheets mee als overzichtelijk hulpmiddel bij het ontwikkelen van lokaal beleid. Wij nodigen overheden uit om gebruik te maken van deze factshteets en aan de slag te gaan met de ambities en handelingsperspectieven die deze landelijke nota biedt.

Ontwikkelagenda's voor domeinoverstijgende thema's Gemeenten lopen soms tegen grenzen aan bij de lokale aanpak van hardnekkige en complexe gezondheidsvraagstukken die pas op lange termijn tot gezondheidswinst leiden. Gemeenten hebben bijvoorbeeld te maken met ambtstermijnen, versnipperde beleidsmaatregelen, onvoldoende financiering of onvoldoende (wetenschappelijke) kennis over complexe problematiek. In het bestuurlijk overleg tussen de staatssecretaris van VWS en de gemeenten hebben wij daarom afgesproken dat het Rijk en gemeenten zich samen inzetten om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken die niet alleen betrekking hebben op gezondheid, maar ook op andere beleidsterreinen. Wij gaan hiervoor een bestuurlijk partnerschap aan en stellen domeinoverstijgende ontwikkelagenda’s op voor drie thema’s: • de aanpak van gezondheidsachterstanden • gezondheidsbescherming in de fysieke leefomgeving • van denken vanuit ziekte naar denken vanuit gezondheid

31 | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024

• Wij hebben deze domeinoverstijgende thema’s gekozen vanwege de maatschappelijke relevantie én omdat ze zich bij uitstek lenen voor een samenhangende, domeinoverstijgende aanpak. De thema’s bouwen voort op de gezondheidsvraagstukken en ambities in deze nota. De ambitie om gezondheid in 2024 een vast onderdeel te laten zijn van de belangenafweging in ruimtelijk beleid, werken wij bijvoorbeeld verder uit in de ontwikkelagenda voor het thema ‘gezondheidsbescherming in de fysieke leefomgeving’. En in de ontwikkelagenda ‘gezondheidsachterstanden wegwerken’ besteden we onder andere aandacht aan de relatie tussen werk en gezondheidsachterstanden. We kiezen voor ontwikkelagenda’s, zodat er ruimte is voor voortschrijdend inzicht en het mogelijk is om oplossingen voor de lange termijn te ontwikkelen. Dat gebeurt onder regie van de VNG, met een werkgroep van gemeenten, GGD’en, het RIVM en het ministerie van VWS. Per agenda formuleren we ambities, naar aanleiding van het procesvoorstel dat in het bestuurlijk overleg tussen de staatssecretaris van VWS en gemeenten is gepresenteerd. Als vertrekpunten nemen we de brede determinanten van gezondheid en zorg die het RIVM in de VTV-2018 al heeft beschreven en de uitkomsten van het onderzoek naar impactvolle determinanten dat het RIVM in 2020 zal uitvoeren. Voor elk domeinoverstijgend ontwikkelthema formuleren we ambities op de lange termijn.

In het bestuurlijk overleg tussen de staatssecretaris van VWS en gemeenten maken wij vervolgens samen afspraken over het behalen van deze ambities vanuit verschillende beleidsdisciplines. Per ontwikkelthema maken we afspraken voor de korte termijn (‘laaghangend fruit’) en zoeken we domeinoverstijgende oplossingen voor de langere termijn. Het RIVM draagt voor die oplossingen handelingsperspectieven aan. De voortgang van de benodigde beleidskeuzes en afspraken wordt besproken in het bestuurlijk overleg met de staatssecretaris van VWS en gemeenten. Zo dragen Rijk en gemeenten samen bij aan oplossingen voor de gezondheids­ vraagstukken die in deze nota centraal staan.

Bronvermelding 1 2 3

4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29

TK 2017 – 2018, 32 793, nr. 313 WRR (2017) Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid Huber, M. en Jung, H.P. (2015) Persoonsgerichte zorg is gebaat bij kennis van ziekte én van gezondheid. Een nieuwe invulling van gezondheid, gebaseerd op de beleving van de patiënt: ‘Positieve gezondheid’. In: Bijblijven – Praktische huisartsgeneeskunde 31, p. 589–597 RIVM (2020) Het gebruik van brede gezondheidsconcepten: inspirerend en uitdagend voor de praktijk; Interventieoverzicht positieve gezondheid: interventies.loketgezondleven.nl/interventieoverzicht10 Zorg van nu: www.zorgvannu.nl De juiste Zorg op de Juiste Plek: www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl; VNG, digitale veiligheid en privacy: https://vng.nl/onderwerpenindex/informatiesamenleving/digitale-veiligheid-en-privacy TK 2018 – 2019, 27529, nr 166 en 189; TK 2018 – 2019, 35182, nr. 3 Pharos, programma eHealth4All: www.pharos.nl/ehealth4all TK 2018 – 2019, 32 793, nr. 339 WHO (2014) Health in All Policies (HiAP) Framework for country action Nationale Omgevingsvisie (NOVI): www.ontwerp-novi.nl; Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (2018) De stad als gezonde habitat. Gezondheidswinst door omgevingsbeleid Gezond In: www.gezondin.nu TK 2017-2018, 32 793, nr. 313 Nationale Omgevingsvisie (NOVI): www.ontwerp-novi.nl. TK 2018 – 2019, 32 793, nr. 374 RIVM (2018) Gezonde omgeving Utrecht (GO! Utrecht).

Handelingsperspectieven voor een gezonde leefomgeving Pharos, Leefplekmeter: https://www.pharos.nl/kennisbank/de-leefplekmeter-wat-vind-je-van-jeleefplek/ TK 2018 – 2019, 30 175, nr. 339; TK 2016 – 2017, 31 793, nr. 162 Samenwerkingsagenda gemeente Zaanstad en ketenpartners: vng.nl/praktijkvoorbeelden/ samenwerkingsagenda Staat van Volksgezondheid en Zorg, verslagjaar 2018, cijfers levensverwachting en goed ervaren gezondheid: www.staatvenz.nl; CBS (2019) Monitor brede welvaart 2019 WRR (2018) Van verschil naar potentieel. Een realistisch perspectief op de sociaaleconomische gezondheidsverschillen (WRR-Policy Brief 7) Kansrijke Start: www.kansrijkestartnl.nl TK 2018 – 2019, 30 234, nr. 185 TK 2019 – 2020, 24 170, nr. 202 Verenigde Naties, The Global Goals for Sustainable Development: www.globalgoals.org TK 2018 – 2019, 33 009, nr. 70 TK 2018 – 2019: 32 359, nr. 3 Schuring, M & Burdorf, L. (2016) Evaluatie Fit4Work. Effectiviteit van een integrale aanpak gericht op snelle toeleiding naar betaald werk van mensen met psychische problematiek TK 2018 – 2019, 28 719, nr. 108

32 | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024

30 31 32 33 34 35

36 37 38 39 40 41 42 43 44

45

46 47 48 49

Programma Sociaal Domein: www.programmasociaaldomein.nl iresearch (2018) Online inventarisatie gemeentelijke nota’s gezondheid: www.iresearch.nl/positievegezondheid Mourits, M.J.E, Stalpers, L.J.A., en Leeuwen, van, F.E. (2019) Context ontbreekt in GR-advies over HPV vaccinatie. In: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 163, D4233 VNG: www.waarstaatjegemeente.nl RIVM (2019) Mentale gezondheid van jongeren: enkele cijfers en ervaringen Programma Welbevinden op School: www.welbevindenopschool.nl; project Think op School: www.thinkopschool.nl; kindtool Positieve Gezondheid: iph.nl/tools/voor-kinderen; jongerentool Positieve Gezondheid: iph.nl/tools/voor-jongeren TK 2018-2019, 32 793, nr. 387; Trimbos-instituut, Rondom Jong: www.trimbos.nl/rondomjong Trimbos-instituut, Mentaal Vitaal: www.mentaalvitaal.nl; Gezonde School: www.gezondeschool.nl Handreiking KOPP/KVO: www.koppkvo.nl; Geurts, E. (2016) Zo werk jij traumasensitief. In: Augeo Magazine TK 2018 – 2019, 31 765, nr. 425 Sociaal Cultureel Planbureau (2019) Zorg voor thuiswonende ouderen ‘Dagelijks 13 doden door een val’: www.cbs.nl, december 2019 TK 2017 – 2018, 31 765, nr.

326 Handreiking Gezonde Gemeente van het RIVM, themadossier Gezond en vitaal ouder worden: www.loketgezondleven.nl/gezonde-gemeente Gezondheidsraad (2017) Beweegrichtlijnen 2017; ‘Belemmeringen voor ouderen in de openbare ruimte’: www.allesoversport.nl, januari 2017; Database van Kenniscentrum Sport met sport- en beweeginterventies: www.kenniscentrumsport.nl/sportinterventies-en-beweeginterventies; Wat werkt dossier ouderen en bewegen op Loketgezondleven.nl van het RIVM Gezondheidsraad (2015) Richtlijnen goede voeding 2015; HAS Hogeschool (2018) Eindrapportage Taskforce Gezond Eten met Ouderen; Wat werkt dossier ouderen en ondervoeding op Loketgezondleven.nl van het RIVM Interventieoverzicht ouderen 65+ op Loketgezondleven.nl van het RIVM RIVM (2016): Vroegopsporing bij (kwetsbare) ouderen: wat is nodig om beter aan te sluiten bij hun wensen en behoeften? Goede praktijkvoorbeelden valpreventie van VeiligheidNL: www.veiligheid.nl/valpreventie/ over-valpreventie/goede-praktijkvoorbeelden VeiligheidNL, valpreventie bij ouderen: www.veiligheid.nl/valpreventie; themadossier Gezond en vitaal ouder worden op Loketgezondleven.nl van het RIVM

33 | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024

34 | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024

35 | Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024

Dit is een uitgave van: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ Den Haag T: 070 340 79 11 Februari 2020

A. Gezondheid in de fysieke en sociale leefomgeving Hoe zorgen we ervoor dat de fysieke en sociale leefomgeving bijdragen aan gezondheid en welbevinden? Lokaal kunnen we met gemeentelijk beleid het volgende bijdragen:

Ambitie 1 In 2024 is gezondheid een vast onderdeel van de belangenafweging in ruimtelijk beleid.

Beweging stimuleren Bijvoorbeeld door fietsverkeer in en tussen steden te bevorderen door aantrekkelijk groen aan te leggen en inclusieve speelplekken te creëren.

Voldoende prikkels voor een gezonde leefstijl creëren Bijvoorbeeld door te experimenteren met een gezond voedselaanbod en rookvrije gebieden via het stelsel van ruimtelijke ordening.

Ontmoetingen vergemakkelijken Bijvoorbeeld met maatregelen om de veiligheid, toegankelijkheid, leefbaarheid en sociale cohesie te versterken.

De mens als gebruiker centraal stellen bij (grootschalige) stedelijke ontwikkeling Bijvoorbeeld voor een goede toegankelijkheid tot scholen, openbaar vervoer, winkelcentra en gezondheidscentra.

Ambitie 2 In 2024 creëren we bij landelijke en decentrale beleidsontwikkeling meer verbinding tussen het fysieke en het sociale beleidsdomein.

Het sociaal domein kan het fysiek domein helpen Bijvoorbeeld door inwoners te betrekken bij de planvorming, het gesprek aan te gaan over hoe een gezonde omgeving eruit ziet en via hen kennis te verspreiden.

Lees de landelijke nota voor een beschrijving van de probleemanalyse, de huidige landelijke programma’s en de landelijke bijdrage aan elke ambitie.

Hulpmiddelen • Gemeenten kunnen inwoners betrekken bij de inrichting van de leefomgeving met bijvoorbeeld het model van het Louis Bolk Instituut (LBI) voor Positieve Gezondheid, de GO!-methode of de Leefplekmeter. • De toolkit Preventie in de wijk van het RIVM geeft gemeenten concrete handvatten om de gezondheid van inwoners te bevorderen.

B. Gezondheidsachterstanden verkleinen Hoe zorgen we ervoor dat de gezondheidsachterstanden van mensen met een lage sociaal-economische status (SES) kleiner worden? Lokaal kunnen we met gemeentelijk beleid het volgende bijdragen: Ambitie 1 In 2024 is de levensverwachting van mensen met een lage SES toegenomen en het aantal jaren in goed ervaren gezondheid voor mensen met een lage én een hoge SES toegenomen.

Hulpmiddelen De website ‘Waar staat je gemeente’ van de VNG geeft gemeenten toegang tot informatie om te beoordelen hoe ze ervoor staan, onder andere op het gebied van gezondheidsachterstanden.

Bestuurlijk draagvlak creëren om gezondheidsachterstanden aan te pakken Waarbij de verbinding wordt gelegd tussen het medisch en het sociaal domein, maar ook met andere beleidsdomeinen, zoals werk en inkomen, onderwijs en omgeving.

Samenwerken met de mensen om wie het gaat in de lokale aanpak Bijvoorbeeld met behulp van de Eenvoudige tool Positieve gezondheid.

Inzicht verkrijgen in de doelgroep Denk aan de gezondheidsvraagstukken van de doelgroep en achterliggende problematiek op lokaal niveau.

Preventieve en vroegtijdige ondersteuning bieden aan het begin van iemands leven Vanaf de geboorte is het belangrijk dat meerdere domeinen samenwerken aan stress- en cultuursensitieve (geboorte)zorg en aan begrijpelijke communicatie met ouders.

Waardevolle elementen van een bewezen aanpak verzamelen en verspreiden Zodat de aanpak op grote schaal kan worden ingezet.

Door de gemeente gesubsidieerde instellingen aanspreken op het verkleinen van de gezondheidsachterstanden

Lees de landelijke nota voor een beschrijving van de probleemanalyse, de huidige landelijke programma’s en de landelijke bijdrage aan elke ambitie.

1

B. Gezondheidsachterstanden verkleinen Hoe zorgen we ervoor dat de gezondheidsachterstanden van mensen met een lage sociaal-economische status (SES) kleiner worden? Lokaal kunnen we met gemeentelijk beleid het volgende bijdragen: Ambitie 2 Vanaf 2024 passen we gezondheidsbevordering via de leef­ omgeving met voorrang toe in wijken en buurten met gezondheids­achterstanden. Op termijn ontwikkelen we in alle wijken en buurten een leefomgeving die een gezonde leefstijl mogelijk en gemakkelijk maakt.

Hulpmiddelen De website ‘Waar staat je gemeente’ van de VNG geeft gemeenten toegang tot informatie om te beoordelen hoe ze ervoor staan, onder andere op het gebied van gezondheidsachterstanden.

Een gezonde leefstijl in kwetsbare buurten stimuleren, samen met de bewoners Bijvoorbeeld door het inrichten van veilige en beweegvriendelijke groene zones, maar ook door het verbeteren van woningen bij renovaties.

Een grootschalige herinrichting van een wijk aangrijpen om de ruimtelijke omgeving gezonder in te richten En om een stevigere verbinding te leggen met de sociale opgaven.

Gezonde voeding stimuleren Bijvoorbeeld door de vestiging te ontmoedigen van bedrijven die ongezonde voeding verkopen, en door het aanbod van gezonde voeding te stimuleren.

Lees de landelijke nota voor een beschrijving van de probleemanalyse, de huidige landelijke programma’s en de landelijke bijdrage aan elke ambitie.

2

C. Druk op het dagelijks leven bij jeugd en jongvolwassenen Hoe zorgen we ervoor dat jeugd en jongvolwassenen minder prestatiedruk ervaren en hun mentale weerbaarheid en veerkracht vergroten? Lokaal kunnen we met gemeentelijk beleid het volgende bijdragen: (Voor ambitie 1 wordt landelijk beleid ingezet.)

Ambitie 2 In 2024 ervaren jeugd en jongvolwassenen minder prestatie­ druk in hun leven, doordat mentale gezondheidsvaardigheden worden gestimuleerd en de fysieke en sociale leefomgeving mentale gezondheid bevordert.

De weerbaarheid en veerkracht van jongeren helpen vergroten Bijvoorbeeld door: •

• •

het aanbod en de kwaliteit van interventies te vergroten en verbeteren (zoals interventies voor het versterken van vaardigheden om met drukfactoren om te gaan en mentaal gezond te blijven) het sport- en beweegaanbod in de omgeving van jongeren en in de ruimtelijke inrichting te versterken het aanbod van interventies voor mentale weerbaarheid en veerkracht bij jeugd en jongvolwassenen uit te breiden en daarbij jongeren en ervaringsdeskundigen te betrekken.

De ervaren druk onder scholieren helpen verlagen Bijvoorbeeld door: • • •

•

onderzoek te doen naar de oorzaken van mentale druk op school een schoolklimaat te creëren waarin kinderen minder druk ervaren het thema sociaal-emotioneel welbevinden in de programma’s Gezonde Kinderopvang en Gezonde School in te vullen, waarbij de fysieke en sociale leefomgeving een van de pijlers is om de prestatiedruk te laten afnemen welbevinden op school een plaats te geven op de Lokale Educatieve Agenda en verbetermogelijkheden te implementeren.

Selectieve preventie toepassen op hoogrisicogroepen Zoals kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen (KOPP/KOV) of kinderen van ouders met een (licht) verstandelijke beperking. Bijvoorbeeld door de inzet van het Buitenhuis-project (kinderopvang/bso voor deze groepen), de inzet van informele zorg (meeleefgezin, steunouder, HomeStart) of het bevorderen van traumasensitief werken op school en in de kinderopvang.

Lees de landelijke nota voor een beschrijving van de probleemanalyse, de huidige landelijke programma’s en de landelijke bijdrage aan elke ambitie.

Hulpmiddelen • We vinden het belangrijk dat er een sluitende ketenaanpak komt voor alle betrokken partijen in de regio. Een goed hulpmiddel is de wegwijzer Rondom Jong, die vanuit het kabinet wordt aangeboden. Deze wegwijzer kan helpen om gebruik te maken van bestaande overlegstructuren die er al zijn in de regio, bijvoorbeeld met gemeenten, GGD’en, scholen en politie. • Ook de Kind- en Jongerentool van Positieve Gezondheid kan als hulpmiddel gebruikt worden.

D. Vitaal ouder worden Hoe houden we de groeiende groep ouderen vitaal en zorgen we ervoor dat ze zo lang mogelijk vitaal blijven? Lokaal kunnen we met gemeentelijk beleid het volgende bijdragen: Ambitie 1 In 2024 voelen relatief meer ouderen zich vitaal zodat zij (naar vermogen) kunnen blijven participeren in de samenleving.

Ouderen goed in beeld krijgen Bijvoorbeeld door te faciliteren bij de afstemming tussen en met zorgverleners; een goed systeem van vroegsignalering en -opsporing; afstemming tussen professionals, ouderen, mantelzorgers en vrijwilligers; en aandacht voor sleutelmomenten in het leven van ouderen.

Een gezonde leefstijl stimuleren Bijvoorbeeld met leefstijlinterventies op het gebied van bewegen, voeding, alcoholgebruik, cognitieve training en het vergroten van sociale vaardigheden, maar bijvoorbeeld ook met huisbezoeken om ouderen te informeren over veilig wonen, het voorkomen van valongevallen of brand- en inbraakpreventie.

Bewustwording onder ouderen vergroten Bijvoorbeeld door ouderen in hun derde levensfase na te laten denken over vitaliteit, wonen en sociale contacten. De focus ligt hierbij op wat ouderen nodig hebben om zo goed en zelfstandig mogelijk te blijven functioneren.

(Kwetsbare) ouderen nauw betrekken bij lokaal beleid Bijvoorbeeld door een ouderenraad in te stellen of te werken met lokale ouderennetwerken.

Lees de landelijke nota voor een beschrijving van de probleemanalyse, de huidige landelijke programma’s en de landelijke bijdrage aan elke ambitie.

Hulpmiddelen • Bij het ontwikkelen van een samen­ hangend aanbod van preventie, zorg en ondersteuning kan het helpen om gebruik te maken van de regionale samenwerkingsverbanden en overlegstructuren die al bestaan. Gemeenten kunnen vanuit deze keten bijdragen aan de vitaliteit van ouderen, waar mogelijk via zorg­verleners, met hulp van de Volwassenentool van Positieve Gezondheid, beschikbare wetgeving, landelijke programma’s en het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving uit het voorjaar van 2020 over het belang en de kansen van de derde levensfase. • Het masterplan Ouder en Wijzer van de gemeente Rotterdam is een goed voorbeeld van ouderenbeleid waarin preventieve zorg voor ouderen wordt verbonden aan het Wmo- en zorgaanbod, sportaanbod, wonen en ruimtelijke ordening. • Het is belangrijk om rekening te houden met de wensen en behoeften van ouderen door met hen in dialoog te gaan over bijvoorbeeld zingeving en eigen regie.

1

D. Vitaal ouder worden Hoe houden we de groeiende groep ouderen vitaal en zorgen we ervoor dat ze zo lang mogelijk vitaal blijven? Lokaal kunnen we met gemeentelijk beleid het volgende bijdragen: Ambitie 2 In 2024 is het risico op spoedeisende hulp na een val bij ouderen afgenomen.

Ouderen met een verhoogd valrisico opsporen, in beeld houden en doorverwijzen Bijvoorbeeld via mantelzorgers, welzijnsorganisaties, eerstelijnsprofessionals of vitaliteitsmarkten.

De problematiek vanuit een integrale blik benaderen Bijvoorbeeld door te kijken naar medicatie- en alcoholgebruik, zicht, angst, bewegen enzovoorts.

Erkende valpreventieprogramma’s aanbieden

Hulpmiddelen • Er is al veel bekend over wat werkt om vallen bij ouderen te voorkomen. Er zijn bijvoorbeeld verschillende (kosten)effectieve programma’s beschikbaar. • Om het aantal valongevallen te verminderen zouden gemeenten zich kunnen inzetten om regionale valpreventienetwerken op te richten met organisaties die actief zijn op dit gebied. We denken daarbij bijvoorbeeld aan GGD’en, welzijnsorganisaties, thuiszorgorganisaties, zorgverzekeraars en eerstelijnsprofessionals.

Samen met verzekeraars, gericht op kwetsbare ouderen.

Investeren in technologische oplossingen (publiek-privaat) Of andere aanpassingen in huis en omgeving, zoals woningaanpassingen, digitale interventies, persoonlijke alarmering en domotica.

Investeren in beweegaanbod of -programma’s voor ouderen Bijvoorbeeld gericht op de verschillende onderdelen van bewegen (conditie, spierkracht en balans) en op het uitbreiden van kennis over bewegen, gezondheid en valrisico’s.

Lees de landelijke nota voor een beschrijving van de probleemanalyse, de huidige landelijke programma’s en de landelijke bijdrage aan elke ambitie.

2

D. Vitaal ouder worden Hoe houden we de groeiende groep ouderen vitaal en zorgen we ervoor dat ze zo lang mogelijk vitaal blijven? Lokaal kunnen we met gemeentelijk beleid het volgende bijdragen: Ambitie 3 In 2024 hebben alle gemeenten een leefomgeving gecreëerd die ouderen verleidt tot een gezonde leefstijl.

Gezondheidsrisico’s in de leefomgeving voor ouderen wegnemen Bijvoorbeeld door het ontwikkelen van hitteprotocollen.

Zorgen voor voldoende toegankelijke voorzieningen Bijvoorbeeld groenvoorzieningen, voorzieningen voor eerstelijnsgezondheidszorg, sportlocaties, parken en ontmoetingsruimtes. Bankjes, toiletten en rollatorvriendelijke trottoirs kunnen helpen om iets langere afstanden, bijvoorbeeld naar de supermarkt, te overbruggen.

Hulpmiddelen • De Omgevingswet, de Wpg, het Nationaal Preventieakkoord en het Sportakkoord bieden de benodigde handelingsperspectieven op landelijk en lokaal niveau om een seniorvriendelijke leefomgeving in te richten die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. • Het is belangrijk om bij de her­ inrichting van wijken of buurten ook de oudere bewoners te betrekken, bijvoorbeeld door middel van een wijkschouw (‘customer journey’). Het LBI-model van Positieve Gezondheid kan daarbij een hulpmiddel zijn.

Investeren in ruimtelijke ontwikkeling die beweegaanbod mogelijk maakt Bijvoorbeeld een beweegtuin of een buurtmoestuin.

Sportverenigingen faciliteren om sportaanbod voor ouderen te creëren Zoals walking football en GoldenSports.

Lees de landelijke nota voor een beschrijving van de probleemanalyse, de huidige landelijke programma’s en de landelijke bijdrage aan elke ambitie.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10074643/1