CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Bijlage bij motivering 6, Stikstofonderzoek

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente OmmenBij agendapunt: Vaststellen Tijdelijke Alternatieve Maatregel-omgevingsplan Prinses Julianastraat 8 Ommen3.886 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stikstofonderzoek PRINSES JULIANASTRAAT 8

OMMEN Toelichting en stikstofberekening Aerius calculator

Datum:

14 oktober 2025

Project:

SO 54670

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

INHOUD 1. Colofon

3

2. Conclusie

4

3. Inleiding

5

3.1

Aanleiding

5

3.2

Planlocatie

5

1.3

Ontwikkelingen en effecten

6

4. Gebiedsbescherming

7

4.1

Wettelijk kader

7

4.2

Natura 2000

7

4.3

Stikstofdepositie

9

5. Berekeningsmethodiek

10

5.1

Aanlegfase

10

5.2

Nieuwe gebruiksfase

13

6. Onderzoeksresultaten

14

6.1

Aanlegfase

14

6.2

Nieuwe gebruiksfase

14

7. Verantwoording

15

Disclaimer

16

Bijlage(n)

17

2

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

1. Colofon Onderzoek

Stikstof onderzoek

Document

SO54670

Datum

14 oktober 2025

Locatie

Prinses Julianastraat 8; Ommen

Opdrachtgever

Salverda Bouw B.V.

Opdrachtnemer

Ecofect B.V.

Ecoloog

P. Smits

Adres

Laan 21, 8071 JG Nunspeet

Telefoon

06-41737676

Email

info@ecofect.nl

Internet

www.ecofect.nl

KvK-nummer

87036487

Btw-identificatienr.

NL864184311B01

Rekeningnummer

NL39 RABO 0198 8908 69

3

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

2. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er tijdens de aanlegfase de grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j wordt overschreden. Geconcludeerd wordt dat er tijdens de nieuwe gebruiksfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j wordt overschreden. Er is met de aanlegfase (inclusief elektrificeren) mogelijk sprake van een significante verslechtering van het nabij gelegen Natura 2000-gebied. Een voortoets stikstof zou hier uitsluitsel over kunnen geven. De nieuwe gebruiksfase veroorzaakt mogelijk sprake van een significante verslechtering. Een vergunning of een Voortoets Stikstof is noodzakelijk voor deze fase.

4

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

3. Inleiding 3.1 Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen aan de Prinses Julianastraat 8 te Ommen heeft Salverda Bouw B.V. aan Ecofect B.V. opdracht gegeven een onderzoek stikstof uit te voeren. Deze berekening is noodzakelijk om uitsluitsel te kunnen geven of de geplande ontwikkelingen voor de aanleg- en de nieuwe gebruiksfase niet de grenswaarde van stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j overschrijden.

3.2 Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de rand van de bebouwde kom van Ommen. In dit moment is de locatie bebouwd en in gebruik als Hervormd Centrum. Her resterende van de planlocatie is ingericht met verharding t.b.v. parkeren en enkele borders.

Figuur 1 Plan- en onderzoeksgebied

5

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

1.3 Ontwikkelingen en effecten Initiatiefnemer is voornemens om het plangebied te herontwikkelen. Het is de bedoeling dat de huidige bebouwing op de locatie gesloopt zal worden bebouwd zal worden met 30 appartementen variërend tussen de 63.6 en de 90.57 appartementen. Het woonprogramma bestaat volgens de initiatiefnemer uit de volgende opstallen: •

14 sociale huurappartementen <75 m2 BVO

•

16 sociale huurappartementen >75 - < 100 m2 BVO

Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn blijvend van karakter. De functie en ecologie van het plangebied zal veranderen. De mogelijk negatieve effecten van de ingreep in relatie tot beschermde natuurwaarden zijn: •

Sloopwerkzaamheden

•

Bouwrijp maken

•

Bouwwerkzaamheden

•

Aan- en afvoer materiaal

•

Herinrichting perceel bij hetwelk functie wonen verwacht kan worden

6

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

4. Gebiedsbescherming 4.1 Wettelijk kader Voor het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen is o.a. de Omgevingswet van kracht. Deze wetgeving vervangt de eerdere Wet natuurbescherming welke van kracht was voor 1 januari 2024. In deze wet is o.a. de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. Deze notitie beperkt zich tot de gebiedsbescherming. Omgevingswet Gebiedsbescherming Artikelen 1.3, 16.53c lid 1, 5.1 lid 1 en 16.53c van de Omgevingswet regelen de bescherming van Natura 2000gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn gebieden). Ook zijn er in het Besluit activiteit leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwactiviteiten leefomgeving (Bbl) artikelen opgenomen t.a.v. van de Natura 2000-gebieden. Het gaat hier om de artikelen 11.6 en 11.18 tot en met 11.21 in het Bal en 10.24, 8.74b en 10.24 van het Bkl. Voor Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en/ of nietbroedvogels. In artikel 5.1 verplicht de Omgevingswet om vooraf te beoordelen of ingrepen / activiteiten (plan of project) in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van een vergunning noodzakelijk zijn.

4.2 Natura 2000 In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn in de Omgevingswet strikt beschermd. Volgens de Omgevingswet is het volgens artikel 5.1 lid 1 verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit geldt ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect kunnen hebben op het gebied (externe werking). Het plangebied ligt nabij een onderdeel / onderdelen van (een aantal) Natura 2000-gebied(en). In dit project betreft dat Natura 2000-gebied Vecht- en BenedenReggegebied (wat stikstof gevoelig is). De afstand tot dit Natura 2000-gebied is +/- 246 meter. Overige Natura 2000-gebieden liggen op een grotere afstand en worden in deze rapportage niet verder toegelicht maar in de uit te voeren berekening wel meegenomen. Deze gebieden zijn ter plaatse begrensd als Habitatrichtlijngebied en / of als Vogelrichtlijngebied. Voor de Natura

2000

gebieden

zijn

instandhoudingsdoelen

opgesteld

voor

habitattypen,

habitatsoorten,

broedvogelsoorten en niet-broedvogels. Omdat de werkzaamheden van het plangebied buiten het Natura 2000 gebieden plaatsvinden heeft dit geen invloed op de oppervlakte van het Natura 2000 gebied.

7

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

Figuur 3 – 246 meter t.o.v. Natura 2000-gebied Vecht- en Beneden-Reggegebied

Vecht- en Beneden-Reggegebied Het gebied Vecht en Beneden-Regge ligt in twee zeer verschillende landschappen: in het rivierengebied (uiterwaarden van de Vecht en de Beneden-Regge) en in de hogere zandgronden (Boswachterij Ommen, Beerze, het landgoed Eerde en de Archermer- en Lemelerberg). De bodem van de hogere zandgronden is van oorsprong zuur en voedselarm, langs Vecht en Regge komen voedselrijkere bodemtypes voor. De Overijsselse Vecht is een kleine rivier waarin veel transport van zand plaatsvindt door erosie en sedimentatie. De rivier is hier niet bedijkt en er zijn reliëfrijke rivierduinen, hoge oeverwallen en oude meanders. De rivier is, onder andere bij de koelanden van Junne en Arriën, rechtgetrokken, er zijn stuwen in aangebracht en het zomerbed is verbreed. Inundaties met rivierwater zijn daardoor afgenomen evenals nieuwe zandafzettingen. De Regge is een kleine laaglandrivier in het oostelijk zandgebied. Langs de Vecht bevinden zich oude meanders in verschillende stadia van verlanding, rivierduinen, natte en droge schraalgraslanden (waaronder stroomdalgraslanden),

ruigten,

struwelen

gedomineerd

door

sleedoorn,

heiderestanten

met

jeneverbesstruweel en loofbos. In de ongestoorde kronkelwaarden is een grote verscheidenheid aan milieuomstandigheden die worden bepaald door hoogteligging, vochtigheid, voedselrijkdom, kalkgehalte, expositie en microklimaat. Het dekzandgebied is een groot complex van naald- en loofbossen, heiden, stuifzanden en vennen. Het grootste deel van de heiden bestaat uit droge struikheibegroeiingen. In laagten komen natte heiden met dophei en soms veenmossen voor. Plaatselijk komen vochtige, schrale graslanden voor waarin klokjesgentiaan en borstelgras kenmerkend zijn. In Beerze liggen daarnaast een mooi kamduin en uitgebreide veenputtencomplexen. Op de hogere gronden ten oosten van de Regge komen goede voorbeelden van zure vennen voor. Landgoed Eerde bestaat uit oud kampenlandschap en jongere heideontginningen met heiderestanten en jeneverbessen. De Archemer en Lemelerberg bestaan uit gestuwde rivierzanden en dekzanden. Hier komt droge heiden, jeneverbesstruweel, een hellingveentje en stuifzand voor. U kunt te maken hebben met de zogenoemde externe werking van het Natura 2000-gebied. U moet daarbij bijvoorbeeld denken aan mogelijke effecten op de waterhuishouding, uitstoot van stikstof of effecten die het gevolg zijn van een groot project zoals aanleg van windmolens, zandwinning, een woonwijk of industrie.

Om te bepalen of dit het geval is moet een natuurtoets worden uitgevoerd door een deskundig bureau. Als uw activiteit een negatief effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied is een vergunning nodig.

8

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

4.3 Stikstofdepositie De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de bouwfase vindt plaats door de voertuigbewegingen ten behoeve van de aan- en afvoer van materialen en personen en het gebruik van mobiele werktuigen tijdens de constructie van het bouwwerk. Met betrekking tot de bepaling van mogelijke nadelige gevolgen als gevolg van de depositie van stikstof, is er met betrekking tot de toetsing van Natura 2000-activiteiten in de wet een verplichting opgenomen tot het gebruik van Aerius Calculator (artikel 4.15 Or). Vooralsnog blijft de inhoudelijke beoordeling met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden grotendeels hetzelfde als onder de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet wordt het Programma stikstofreductie en natuurverbetering voortgezet. Ook de beleidsregels met betrekking tot extern salderen blijven voorlopig onveranderd. T.a.v. intern salderen heeft de Raad van Staten 18 december 2024 uitspraak gedaan dat dit ook vergunning plichtig is. Beleidsregels hieromtrent zijn nog onduidelijk. In de Omgevingswet is de mogelijkheid opgenomen voor vergunningverlening voor Natura 2000-activiteiten met een stikstofdepositie op basis van stikstofdepositieruimte volgens een register (huidig stikstofregistratiesysteem (SSRS)).

Vanwege de noodzaak, zijn de regels voor het vrijgeven van stikstofdepositieruimte tijdelijk opgenomen in de Or in plaats van het Bkl totdat Bkl is gewijzigd. De beoordelingsregel voor Natura 2000activiteiten met stikstofdepositie betreft vergunningverlening aan de hand van stikstofdepositieruimte in AERIUS Register (art. 17a.2 Or, tijdelijk i.p.v. art. 8.74e Bkl). AERIUS Register registreert per stikstofgevoelig N2000-gebied wat de stikstofreductie is door stikstofmaatregelen en aan het register zijn gekoppeld. Hierbij is te denken aan onder andere sluitingen varkenshouderijen (art. 17a.3, lid 1 Or). De stikstofdepositieruimte wordt alleen toebedeeld aan bouw van aardgasvrije woningen, bepaalde snelwegen of gemelde PASactiviteiten (art. 17a.2, leden 4 en 5 Or). Let op!: voor vergunningverlening moet er wel eerst stikstofdepositieruimte zijn! Voor de bouwsector is het van belang dat door inwerkingtreding van de Omgevingswet ook het tweede deel van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het bijbehorende Besluit in werking treedt, dat onder meer toeziet op een emissiereductieplicht. Deze plicht is uitgewerkt in artikel 7.19a van het Bbl en houdt in dat bij het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden, adequate maatregelen worden getroffen om de emissie van stikstofverbindingen naar de lucht te beperken.

Volgens de toelichting van het hiervoor aangegeven besluit moeten initiatiefnemers informatie aanleveren over de maatregelen die bij een concreet project getroffen worden bij het indienen van een sloopmelding aan het bevoegd gezag. Indien er voor de bouwactiviteit een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd, moet deze informatie bij deze aanvraag gevoegd worden. Voor de invulling van de emissiereductieplicht en het treffen van adequate maatregelen is er een programma Schoon en Emissie loos Bouwen (SEB) opgesteld. Op de website www.opwegnaarseb.nl staat meer informatie.

9

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

5. Berekeningsmethodiek 5.1 Aanlegfase De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma Aerius (versie 2025.0.1). Deze versie heeft een GML- en een PDF-uitvoermethode. Om de berekeningen vanuit de Aerius calculator en de rapportage samen te kunnen voegen tot één rapportage is gekozen voor de PDF-uitvoermethode. De GML uitvoer wordt als los bestand aangeleverd. De gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie bedraagt 0,00 mol/hal/j. Een hogere waarde dan de grenswaarde wordt beschouwd als overschrijding. Bij een overschrijding van de grenswaarde zal een vergunning Omgevingswet noodzakelijk zijn. De mobiele werktuigen zijn in de Aerius calculator verwerkt als vlakbron. De mobiele werktuigen worden als vlakbron ingegeven op de projectlocatie, omdat deze geen vast emissiepunt hebben maar over het gehele terrein zullen bewegen. De ingegeven uren betreffen uren van de totale inzet inclusief stationaire draai. Voorliggend onderzoek betreft een berekening van de mogelijke stikstofemissie en –depositie als gevolg van de aanleg- en bouwfase en als gevolg van de gebruiksfase van het plan. Voor beide fasen is een verspreidingsberekening uitgevoerd. •

Ten behoeve van deze berekeningen zijn in Aerius-calculator gegevens van de emissiebronnen ingevoerd. Dit betreft gegevens over het type bron, de omvang en de duur van de stikstofemissie. In Aerius-calculator zijn verschillende sectoren gedefinieerd. Per sector zijn default kengetallen opgenomen voor de diverse bronkenmerken.

•

Voor de invoer van het in te zetten bouwmaterieel is in voorliggend onderzoek uitgegaan van de default-kengetallen voor de sector mobiele werktuigen.

•

Voor het optredend bouwverkeer is gebruik gemaakt van de default-kengetallen voor de sector wegverkeer.

•

Ten behoeve van de Aeriusberekening van de aanleg- en bouwfase zijn op basis van het stedenbouwkundig plan aannames gedaan ten aanzien van de uit te voeren werkzaamheden. Hiertoe is op hoofdlijnen bepaald welke deelwerkzaamheden in het kader van de aanleg- en bouwfase mogen worden verwacht. Vervolgens is een inschatting gemaakt van de doorlooptijd van de betreffende deelwerkzaamheden. Hierbij is uitgegaan van een uitvoeringsduur van de totale werkzaamheden met een doorlooptijd van 1 jaar. Door een korte doorlooptijd te hanteren vinden relatief veel deelwerkzaamheden, en daarmee samenhangend relatief veel emissie en depositie plaats in een kort tijdsbestek, Zie onderstaande tabel.

Het brandstofgebruik is gebaseerd op de tabel brandstofverbruik van het TNO-rapport met als kenmerk: TNO2021-R12305, De belasting invoer staat standaard op 35%. Dit kan toegepast worden op alle machines met redelijke nauwkeurigheid. De grootste onzekerheid is de gemiddelde motorlast. Als, in plaats van de gemiddelde 35%, een motorlast van 30% of 40% verwacht wordt, scheelt dat in beide gevallen 16% in het berekende brandstofverbruik. Bij

de

aanlegfase

van

het

project

ontstaan

verkeersbewegingen.

Ten

eerste

ontstaan

vrachtwagenbewegingen ten behoeve van aan- en afvoer van materiaal of machines. In de berekening in de

10

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

Aerius calculator is rekening gehouden met en 286 zware- en 60 middelzware verkeersbewegingen in totaal (opgevoerd per jaar). Daarnaast ontstaan bewegingen van licht verkeer voor het vervoer van het personeel dat de mobiele werktuigen bemand. Hiervoor bestaat geen kengetal, maar er is verondersteld dat er 330 verkeersbewegingen in totaal plaatsvinden aangezien een groot gedeelte van de verkeersbewegingen van de aannemer geëlektrificeerd zijn. In de AERIUS-Calculator is per 1 oktober 2024 het verkeer opgesplitst in rijdend verkeer en opstartend verkeer. De emissie van voertuigen met een koude motor zijn bij het opstarten tijdelijk veel groter. In onderzoek van TNO is naar voren gekomen dat binnen de periode van 10 tot 30 seconden de voertuigen nog niet of nauwelijks van hun startlocatie zijn vertrokken. De emissie van de koude start vindt hoofdzakelijk plaats rondom de startlocatie van het voertuig en niet op de wegen met doorgaand verkeer. Na ongeveer 2 uur stilstand (zonder draaiende motor) is de motor weer koud. Dit is van belang voor het toekennen van emissie op locaties waar voertuigen tijdelijk stilstaan, zoals parkeerplaatsen. Om het aantal koude starts te bepalen zijn onderstaande uitgangspunten gebruikt: •

Licht verkeer: alle voertuigen bereiken het projectgebied aan het begin van de werkdag en verlaten het projectgebied aan het eind van de werkdag: 1 koude start per voertuig;

•

Middelzwaar verkeer: alle voertuigen doen het projectgebied slechts korte tijd aan voor laden en lossen waarbij de motor stationair blijft draaien. Er is geen sprake van een koude start;

•

Zwaar verkeer: alleen de voertuigen die de mobiele werktuigen komen brengen (begin van de werkdag) en ophalen (eind van de werkdag) kennen een koude start. De motor hoeft namelijk niet stationair te draaien bij het ophalen van de werktuigen.

Dit leidt tot het volgende aantal koude starts: 165 koude starts per etmaal voor licht verkeer. De emissie is in de AERIUS-Calculator als oppervlaktebron ingevoerd. De te ontwikkelen woningen vallen binnen de bebouwde kom van Ommen. In overeenstemming met de vuistregels wordt het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld binnen de bebouwde kom na 50 meter voor personenauto’s en 150 meter voor vrachtverkeer. Er is minimaal 50 meter aangehouden voor het (woon-)werk verkeer en 150 meter voor vrachtverkeer (lijnelement). Na 50 / 150 meter gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld, tenzij eerder een kruising wordt gepasseerd. Bij het toetsen van de gevolgen van activiteiten dient, qua stikstofdepositie, te worden gekeken naar de meest maatgevende aaneengesloten periode van 12 maanden. Maatgevend houdt hierbij in dat het gaat om de periode van 12 aaneengesloten maanden waarin de hoogste stikstofdepositie optreedt. Veelal leidt dat ertoe dat er onderscheid wordt gemaakt tussen een realisatiefase en een gebruiksfase. De per fase verschillende emissiebronnen spelen daarbij ook een rol. Zo is er bij een realisatiefase sprake van mobiele werktuigen en in beperkte mate van verkeer (werkverkeer en vrachtverkeer). Bij een gebruiksfase is er juist sprake van hoofdzakelijk verkeer (zoals woon-werkverkeer). 2026 is in deze berekening opgevoerd als bouwjaar.

11

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

Mobiele werktuigen* Mobiel werktuig

Klasse

KW

Bouwjaar

Verbruik

Aantal uren

Boorstelling

Klasse V

515

2020

8

66

Klasse IV

156

2018

12.46

48

Klasse IV

156

2018

12.46

8

Graafmachine fundering

bouwput

/

Graafmachine grondverzet

* Conform opdrachtgever. Zie bijlage voor de raming van de mobiele werktuigen. Verkeersbewegingen – werk/bouwverkeer Verkeer

Categorie

Afstand

Aantal p/--

File

Vrachtverkeer

Zwaar

150

286 p/jr.

0%

Vrachtverkeer

Middelzwaar

150

60 p/jr.

0%

Werkverkeer

Licht

50

330 p/jr

0%

In de aanlegfase is mogelijk sprake van emissie vanwege stationair draaien. Op de projectlocatie is een vlakbron ingegeven ten behoeve van de emissies van stationaire draai van het vrachtverkeer. De emissies zijn berekend op basis van een schatting van de stationaire draaiuren en gebaseerd op de door BIJ12 opgestelde

Totaal vrachtbewe gingen / 2

Stationaire per draai vrachtbewe ging

Stationaire per uren jaar

NOx factor per uur

NH3 factor per uur

per NOx jaar

NH3 jaar

286 zwaar

143

5 minuten

11.92

91.03176 gr/NOx /uur

0.8976 gr/NH3/uur

1.08509858 kg NOx/j

0.010699392 kg/NH3/j

60 middel zwaar

30

5 minuten

2.5

62.7792 gr/NOx /uur

0.72 gr/NH3/uur

0.156948 kg NOx/j

0.0018 kg/NH3/j

per

Totaal vrachtbewe gingen

rekeninstructie. Dit leidt tot het volgende overzicht:

De berekening is uitgevoerd op 14 oktober 2025.

12

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

5.2 Nieuwe gebruiksfase In de berekening van de toekomstige gebruiksfase is er van uit gegaan dat de huidige opstallen verdwijnen en het huidige gebruikt eindig is. De nieuwe woningen zullen volgens de nieuw geldende voorschriften worden gebouwd. In de berekening is er van uitgegaan dat deze woningen gasloos zullen zijn. Het woonprogramma zal bestaan uit: •

16 huurappartementen sociale huur >75 - < 100 m2 BVO

min. 3

totaal 48

•

14 huurappartementen sociale huur 75 m2 BVO

min. 2.9

totaal 40.6

De planlocatie valt binnen de bebouwde kom in het centrum van Ommen. Er is minimaal 50 meter aangehouden voor het woon-werk verkeer (opgevoerd conform de CROW publicatie parkeercijfers 2024) en 150 meter voor vrachtverkeer (lijnelement 0.02 per dag per eenheid). Hierbij valt te denken aan het ophalen van huisvuil dan wel het leveren van bestellingen. Na 50 / 150 meter gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld, tenzij eerder een kruising wordt gepasseerd. Ommen is conform de demografische kencijfers van het CBS aan te merken als een weinig stedelijk gebied. Als jaar van ingebruikname is 2027 aangehouden. Zoals in de vorige paragraaf is genoemd, dient de emissie als gevolg van een koude start te worden meegenomen bij voorliggende stikstofberekening. De emissie van de koude start vindt hoofdzakelijk plaats rondom de startlocatie van het voertuig en niet op de wegen met doorgaand verkeer. Na ongeveer 2 uur stilstand (zonder draaiende motor) is de motor weer koud. Dit is van belang voor het toekennen van emissie op locaties waar voertuigen tijdelijk stilstaan, zoals parkeerplaatsen. Om het aantal koude starts te bepalen zijn onderstaande uitgangspunten gebruikt: •

Licht verkeer: alle voertuigen verlaten het projectgebied aan het begin van de dag en bereiken het projectgebied aan het eind van de dag: 40% van de verkeersbewegingen per etmaal.

•

Zwaar verkeer: de zware voertuigen staan niet langer dan 2 uur stil met de motor uit. Er is geen sprake van een koude start.

Dit leidt tot het volgende aantal koude starts: 35.4 koude starts voor licht verkeer per etmaal. De emissie is in de AERIUS Calculator als oppervlaktebron ingevoerd ter plaatse van de opstallen. Overzicht verkeersbewegingen 2027 Verkeer

Categorie

Afstand

Aantal p/--

File

Vrachtverkeer

Zwaar

150

0.6 p/etm

0%

Woon- werkverkeer

Licht

50

88.6 p/etm

0%

De berekening is uitgevoerd op 14 oktober 2025.

13

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

6. Onderzoeksresultaten 6.1 Aanlegfase Uit de Aerius berekeningen van de aanlegfase blijkt dat er rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op de omliggende Natura 2000-gebieden. Er vindt een tijdelijke depositie van 0.01 mol/ha/j plaats op nabij gelegen Natura 2000-gebied.

6.2 Nieuwe gebruiksfase Uit de Aerius berekeningen van de nieuwe gebruiksfase blijkt dat er rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op de omliggende Natura 2000-gebieden. Er vindt een permante depositie van 0.01 mol/ha/j plaats op 1 hexagoon in het nabij gelegen Natura 2000-gebied. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er tijdens de aanlegfase de grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j wordt overschreden. Geconcludeerd wordt dat er tijdens de nieuwe gebruiksfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j wordt overschreden. Er is met de aanlegfase (inclusief elektrificeren) mogelijk sprake van een significante verslechtering van het nabij gelegen Natura 2000-gebied. Een voortoets stikstof zou hier uitsluitsel over kunnen geven. De nieuwe gebruiksfase veroorzaakt mogelijk sprake van een significante verslechtering. Een vergunning of een Voortoets Stikstof is noodzakelijk voor deze fase.

14

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

7. Verantwoording Literatuur/ factsheets •

CROW publicatie parkeercijfers 2024

•

Berekening depositiebijdrage bronnen sector mobiele werktuigen

•

Emissieberekening mobiele werktuigen

•

Checklist aanvraagvereisten vergunningaanvragen stikstof provincie Gelderland

•

TNO_getallen voor Aerius 2020v9_mobiele werktuigen

•

NSL monitoringskaart 2019

•

Factsheet beschikbare emissiefactoren voor bouw

•

Hulskotte en Verbeek (2009) Emissiemodel Mobiele Machines machineverkopen in comb. met brandstof Afzet (EMMA)

•

Instructie gegevensinvoer AERIUS

•

Handreiking woningbouw en Aerius

•

Emissiewaarden Aerius definitieve versie

•

Vuistregels stikstof en woningbouw

Internet •

www.rvo.nl

•

www.aerius.nl

•

www.bij12.nl

•

www.aerius.nl

•

www.synbiosys.alterra.nl/natura2000

•

www.natura2000.nl

•

www.google.nl/maps

•

www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpak-stikstof

•

www.aanpakstikstof.nl

•

www.gelderland.nl

15

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

Disclaimer Dit Stikstof Onderzoek is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals in het colofon aangegeven. Niets uit deze notitie mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Ecofect B.V., noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Ecofect B.V. is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Ecofect B.V. voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2025 Ecofect B.V.; Nunspeet

16

STIKSTOFONDERZOEK – PRINSES JULIANASTRAAT 8 OMMEN

Bijlage(n) 1.

Aeriusberekening aanlegfase

2.

Aeriusberekening aanlegfase extra beoordeling

3.

Aeriusberekening nieuwe gebruiksfase

4.

Aeriusberekening nieuwe gebruiksfase extra beoordeling

5.

Opgaven materieel inzet aannemer.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16620505/1