CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Bijlage 5a Nader onderzoek huismus

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente OmmenBij agendapunt: Bermerstraat 1, Bindend adviesrecht gemeenteraad3.975 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek soorten NADER ONDERZOEK

HUISMUS Conform het kennisdocument huismus

Locatie onderzoek:

Datum:

24 juni 2024

Bermerstraat 1

Project:

NOH50856

Ommen

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

INHOUD 1. Colofon

3

2. Samenvatting en advies

4

3. Inleiding

5

3.1

Aanleiding

5

3.2

Planlocatie

5

3.3

Ontwikkelingen en effecten

6

4. Wettelijk kader

8

4.1

Kader en methode

8

4.2

De huismus

11

4.3

Kennisdocument huismus

12

5. Wettelijk kader

14

5.1

Onderzoeksvragen

14

5.2

Werkwijze

14

5.3

Veldbezoeken

14

5.4

Onderzoeksresultaten

15

6. Te nemen maatregelen

17

6.1

Verplichte maatregelen

17

6.2

Vrijblijvende maatregelen

17

7. Verantwoording

20

8. Bijlagen

21

Disclaimer

22 2

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

1. Colofon Onderzoek

Nader onderzoek huismus

Document

NOH50856

Datum

24 juni 2024

Locatie

Bermerstraat 1 Ommen

Opdrachtgever

BJZ.nu B.V.

Opdrachtnemer

Ecofect B.V.

Ecoloog

P. Smits

Adres

Laan 21, 8071 JG Nunspeet

Telefoon

06-41737676

Email

info@ecofect.nl

Internet

www.ecofect.nl

KvK-nummer

87036487

Btw-identificatienr.

NL864184311B01

Rekeningnummer

NL39 RABO 0198 8908 69

3

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

2. Samenvatting en advies Uit het nader onderzoek huismus is gebleken dat bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden er geen schadelijke handelingen flora en fauna activiteit Omgevingswet zijn. Bij het uitvoeren van de veldbezoeken is vastgesteld dat er geen nestindicatief is vastgesteld. Er zijn geen waarnemingen gedaan van nest- en verblijfplaatsen. Samenvatting: •

Huismus is niet aanwezig

•

Plangebied is functioneel niet in gebruik als foerageergebied

•

Geen schadelijke effecten functionaliteit leefgebied

•

Geen effect gunstige staat van instandhouding

•

Maatregelen niet noodzakelijk

Advies/ Conclusie Gelet op de uitkomsten van het nader onderzoek huismus is geen vergunning schadelijke handelingen flora en fauna activiteit Omgevingswet noodzakelijk. Er is geen sprake van schadelijke handelingen flora en fauna activiteit Omgevingswet.

4

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

3. Inleiding 3.1 Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen betreffende het plangebied gelegen aan de Bermerstraat 1 te Ommen heeft BJZ.nu B.V., namens cliënt, aan Ecofect B.V. opdracht gegeven een huismusonderzoek Omgevingswet uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Omgevingswet. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.

3.2 Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Bermerstraat in de woonkern van Ommen. Het perceel bevat enkele opstallen, waaronder een tweetal woningen / commerciële ruimten met bijbehorende opslagruimtes. De woningen zijn allebei voorzien van pannendaken. De daken rusten op gemetselde muren. Aan de zijkanten van de woningen zijn twee opslagplaatsen waaronder een garage en een klein bijgebouw. Aan de achterkant van de woningen staan nog twee kleine schuren. De rest van de planlocatie is beklinkerd. Ommen is een stad in de Nederlandse provincie Overijssel. Ommen ligt aan de Overijsselse Vecht, in de streek Salland of specifieker het Vechtdal. De plaats wordt al rond het jaar 1100 genoemd als doorwaadbare plaats langs de Vecht. In 1248 kreeg het stadsrechten.

Figuur 1 – Planlocatie

5

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

3.3 Ontwikkelingen en effecten Initiatiefnemer is voornemens op de planlocatie de huidige opstallen te slopen en te saneren om het daarna te vervangen voor 13 appartementen (zie figuur 2 en 3). Voor vragen de inrichting of een ontwerp wordt verwezen naar de opdrachtgever of initiatie

Figuur 2 – Planontwerp van de Bermerstraat 1 te Ommen.

Figuur 3 – Planontwerp van de Bermerstraat 1 te Ommen.

6

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn De beoogde ingrepen zijn blijvend van karakter. De functie van het plangebied zal gelijk blijven en ecologisch niet veranderen. De ingrepen en effecten van de ingreep in relatie tot natuurwaarden: •

Sloop opstallen

•

Aan- en Afvoer materiaal

•

Bouwwerkzaamheden

•

Herinrichting terrein welke bij de functie wonen verwacht kan worden.

Dit onderzoek is gericht om een inschatting te maken of beschermde soorten voorkomen en gebruik maken van de projectlocatie.

7

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

4. Wettelijk kader 4.1 Kader en methode Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze wetgeving vervangt o.a. de Wet natuurbescherming. In deze wet is o.a. de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. Dit onderzoek beperkt zich tot soortbescherming huismus.

Soortbescherming Een ‘flora- en fauna-activiteit’ is volgens de definitie van het begrip zoals uitgewerkt in de bijlage bij art. 1.1 Omgevingswet een: ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’ Anders dan bij een ‘Natura 2000-activiteit’, waarvan pas sprake is als een activiteit leidt tot een kans op significante gevolgen op beschermde Natura 2000-gebieden, is er al sprake van een ‘flora- en faunaactiviteit’ als het een mogelijk gevolg heeft voor één van nature in het wild levend dier of plant, ongeacht of deze soort beschermd is volgens de Omgevingswet. Doordat in de definitie wordt verwezen naar ‘van nature’ in het wild levende soorten, gaat de definitie niet op voor niet-van nature voorkomende soorten. Met andere woorden, de regels voor flora- en fauna-activiteiten gelden niet voor soorten die buiten het natuurlijk verspreidingsgebied voorkomen of exoten, tenzij specifiek vermeld. Als er sprake is van een flora- en fauna-activiteit, dient er rekening te worden gehouden met de regels in art. 11.27 Bal (specifieke zorgplicht), art. 11.28 Bal (voorkomen onnodig lijden dieren) en de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal (vergunningplicht bij schadelijke handelingen, regels vergunningsvrije gevallen).

Hoewel de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal alleen betrekking hebben op de bij wet beschermde soorten, gelden de artikelen 11.27 en 11.28 ook met betrekking tot de niet-beschermde soorten. Specifieke zorgplicht flora en fauna In het Bal is een specifieke zorgplicht opgenomen voor onder meer alle ‘flora- en fauna-activiteiten’ die, zoals hiervoor aangegeven, vrijwel alle ruimtelijke activiteiten betreft (art. 11.27 Bal). 8 Deze specifieke zorgplicht komt in de plaats van de algemene zorgplicht die in de Omgevingswet staat (zie hiervoor).9 Iedereen die een flora- en fauna-activiteit uitvoert, moet nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken (art. 11.27, 1e lid Bal). In het tweede lid staat de nadere uitwerking van de specifieke zorgplicht. In het tweede lid onder a is er met betrekking tot de reikwijdte van de zorgplicht voor flora- en fauna-activiteiten aangegeven dat deze plicht in ieder geval inhoudt dat moet worden nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van een aantal type soorten die kwetsbaar of bedreigd zijn.

Deze soorten betreffen in Nederland van nature voorkomende: • Vogelrichtlijn-soorten zoals genoemd in bijlage I Vrl en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, 2e lid Vrl; • Habitatrichtlijn-soorten als opgenomen in bijlage II, IV en V Hrl; • nationaal beschermde soorten (bijlage IX Bal); • dieren of planten die staan opgenomen op de Rode Lijsten; • voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Als deze aanwijzingen er zijn, moet worden vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden

uitgesloten

voor

dieren

van

die

soorten,

hun

nesten,

hun

foerageerplaatsen,

hun

voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten. Zijn nadelige gevolgen niet uit te sluiten, dan wordt gevraagd om na te gaan welke nadelige gevolgen kunnen optreden en passende preventieve maatregelen te nemen, de activiteit te staken, of, als dat niet kan, passende herstelmaatregelen te nemen. Verder wordt er ook gevraagd om tijdens en na het verrichten van de activiteit

8

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

na te gaan of de getroffen passende preventieve maatregelen de beoogde effecten hebben. De zorgplicht geldt altijd voor alle in het wild levende soorten, ongeacht een eventueel van toepassing zijnde vrijstelling, gedragscode of vergunning. De zorgplicht voor soorten is bovendien niet beperkt tot de dieren en planten zelf, maar ook tot de directe leefomgeving van de soorten. Dat betreft voor dieren de foerageergebieden, rust en vaste verblijfplaatsen en plaatsen voor het grootbrengen van de jongen. Mochten de zorgplichtbepalingen niet helder genoeg zijn, dan staat het bevoegd gezag vrij om middels maatwerkregels (artikel 11.29 Bal) of maatwerkvoorschriften (artikel 11.31 Bal) deze te verduidelijken. Bijvoorbeeld door het opnemen van regels in een provinciale Omgevingsverordening of het stellen van een maatwerkvoorschrift of vergunningsvoorschrift. Zoals ook aangegeven hiervoor met betrekking tot de specifieke zorgplicht voor Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden, is de kern van de zorgplichtbepaling voor flora- en fauna-activiteiten dat als er sprake is van nadelige gevolgen op in het wild voorkomende soorten, deze, indien redelijkerwijs kan worden gevergd, moeten worden voorkomen, beperkt of ongedaan worden gemaakt. Ook in art. 11.27, tweede lid wordt verwezen naar passende preventieve maatregelen of passende herstelmaatregelen. In art.

11.27, tweede lid onder b Bal wordt aangegeven dat er moet worden ‘vastgesteld’ of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten. Daarnaast zijn de overige voorwaarden in het tweede lid onder c t/m f zodanig concreet dat in deze bewoording kan worden gelezen dat er aantoonbaar aan deze voorwaarden moet worden voldaan, zeker ook met in het achterhoofd dat de specifieke zorgplichten in de Omgevingswet zowel bestuurlijk als strafrechtelijk kunnen worden gehandhaafd. Om aantoonbaar aan de voorwaarden van de specifieke zorgplicht te kunnen voldoen, is het noodzakelijk dat de toetsing aan de zorgplichtbepalingen in een Natuurwaardenonderzoek of nader onderzoek wordt vastgelegd. Hiertoe kan door ecologische adviesbureaus – naast een bureaustudie door raadpleging van verspreidingsgegevens in tools zoals de NDFF – een ‘Habitatcheck’ worden uitgevoerd naar het voorkomen van de genoemde soorten, op basis van de geschiktheid van het aanwezige habitat als leefgebied van deze soorten. Afhankelijk van het aan te treffen habitat, kan daardoor goed inzicht worden verkregen in het mogelijk voorkomen van soorten of soortgroepen. Of een nader onderzoek ook naar redelijkheid kan worden gevergd om de aanwezigheid te kunnen uitsluiten, zal afhangen van de opdrachtgever.

Vervolgens moet worden beschreven in de Natuurwaardenonderzoek of nader onderzoek of nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten of dat deze kunnen worden voorkomen, beperkt of ongedaan kunnen worden gemaakt door maatregelen zoals hiervoor aangegeven. De soortenbeschermingsregimes In de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.4 Bal zijn de verschillende soortenbeschermingsregimes opgenomen: •

§ 11.2.2 Bal: omgevingsvergunning soorten Vogelrichtlijn

•

§ 11.2.3 Bal: omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn

•

§ 11.2.4 Bal: omgevingsvergunning andere soorten

Onder iedere paragraaf zijn de vergunning plichtige gevallen en de vergunningsvrije gevallen aangegeven. In de Omgevingswet wordt niet meer gesproken over verbodsbepalingen waarvoor een ontheffing of vrijstelling kan worden verleend, maar over schadelijke handelingen die leiden tot een vergunning plichtig geval. De inhoud van de schadelijke handelingen komen overeen met de verbodsbepalingen van de soortenbeschermingsregimes uit de Wnb, aangezien deze rechtstreeks voortkomen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en internationale Verdragen en betreffen de volgende schadelijke gevallen:

9

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

Schadelijke handelingen Vogelrichtlijn (art. 11.37 Bal):

Het

opzettelijk

doden

of

Schadelijke handelingen Habitatrichtlijn (art. 11.46 Bal):

Schadelijke handelingen andere soorten (art. 11.54 Bal)

Het

Het opzettelijk doden of vangen

in

hun

natuurlijk

opzettelijk vangen van in nature

verspreidingsgebied opzettelijk

van

in Nederland in het wild levende

doden of opzettelijk vangen van

zoogdieren,

vogels van soorten als bedoeld

in het wild levende dieren Hrl

reptielen, vissen, dagvlinders,

in art. 1 Vrl

bijlage IV, onder a, Bern bijlage

libellen

II, Bonn bijlage I (ex. vogels art. 1

soorten, genoemd in bijlage IX,

Vrl);

onder A

Het opzettelijk verstoren van

Het opzettelijk beschadigen of

dieren

vernielen

Het

opzettelijk

opzettelijk

vernielen

beschadigen

of van

in

het

en

wild

levende amfibieën,

kevers

van

van

de

nesten, rustplaatsen en eieren

voortplantingsplaatsen,

van vogels, of het opzettelijk

rustplaatsen

wegnemen van nesten van die

dieren

of

eieren

de

vaste van

vogels

Het rapen en onder zich hebben

Het in de natuur opzettelijk

van eieren van vogels

vernielen of rapen van eieren van dieren

Het

opzettelijk

vogels*

storen

van

Het beschadigen of vernielen

Het opzettelijk in hun natuurlijke

van de voortplantingsplaatsen

verspreidingsgebied plukken en

of rustplaatsen van dieren

verzamelen,

afsnijden,

ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B

Het

opzettelijk

verzamelen,

plukken

en

afsnijden,

ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b Hrl of bijlage I verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied

10

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

Vrijstelling schadelijke handelingen vogelrichtlijn Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, geldt niet, •

Als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort:

•

Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel

Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel De huismus wordt in de Omgevingswet beschermd onder het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn als een soort met een vaste rust- en verblijfplaats. Vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van de huismus zijn jaarrond beschermd. evenals het functioneel leefgebied dat essentieel is voor het functioneren van de nestlocaties.

4.2 De huismus De huismus is sterk gebonden aan mensen. Vaste rust- en verblijfplaatsen zijn naast de broedplaats ook groene struiken en klimplanten. De huismus komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, zoals onder dakpannen, maar ook in nestkasten en achter regenpijpen. Daarnaast dient in de nabijheid van enkele tientallen meters van de nestplaats voldoende zandbaden, voedsel en drinkwater aanwezig te zijn.

11

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

4.3 Kennisdocument huismus Het onderzoek is uitgevoerd conform het kennisdocument huismus (2023) zoals gepubliceerd op de website van BIJ12. In het voorliggende onderzoek zijn de volgende functies voor huismus onderzocht: •

Voortplantingsplaatsen

•

Vaste rust- en verblijfplaatsen

•

Functioneel leefgebied

Afwezigheid van broedende huismussen is aangetoond, als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei of drie gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni waarvan minimaal één bezoek in de optimale periode heeft plaatsgevonden. De inventarisatie moet tijdens goede weersomstandigheden plaatsvinden, op geluidsluwe momenten, rond 1 à 2 uur na zonsopkomst en met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Een andere methode is waarneming van nesten door dakpannen te lichten: − conform Natuurkalender Vogels; ministerie LNV. − toepasbaar buiten de broedperiode, dat wil zeggen van 15 september tot 1 maart − Let op, oude nesten worden gemakkelijk verward met recente nesten. De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Omgevingswet vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is hieraan voldoende invulling gegeven. Wat betreft dit onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs verwacht kan worden.

12

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

De staat van instandhouding van de huismus als broedvogel in Nederland is matig ongunstig. De staat van instandhouding buiten het broedseizoen is hetzelfde omdat het dezelfde vogel betreft. Voor deze soort zijn geen Natura 2000-gebieden aangewezen.

Figuur 3 - Staat van instandhouding conform SOVON@2022.

Door de functie van het leefgebied van de huismus op deze projectlocatie zal het effect op de gunstige staat van instandhouding op lokaal niveau niet verslechteren.

13

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

5. Wettelijk kader 5.1 Onderzoeksvragen Tijdens het nader onderzoek huismus zullen de volgende onderzoeksvragen worden behandeld (afhankelijk van de aan of afwezigheid van de huismus tijdens de veldbezoeken): •

Is de projectlocatie geschikt als functioneel leefgebied voor de huismus?

•

Is huismus aanwezig?

•

Welke functie(s) heeft het gebied voor huismus?

•

Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en functioneel leefgebied behouden?

•

Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden?

•

Welk wettelijk belang is er waardoor de activiteiten moeten worden uitgevoerd?

•

Is een vergunning Omgevingswet nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren?

•

Zijn er alternatieven onderzocht voor het uitvoeren van de planontwikkeling?

5.2 Werkwijze De hierboven benoemde onderzoeksvragen zullen worden beantwoord door de stappen te doorlopen (afhankelijk van de aan of afwezigheid van de huismus tijdens de veldbezoeken): •

Veldbezoeken voor het bepalen van de aan- of afwezigheid van de huismus en het vaststellen van de functie van het plangebied voor de huismus.

•

Bepalen en onderbouwen van het wettelijke belang van de activiteiten.

•

Bepalen van het schadelijke effect op de functionaliteit van de voortplantingsplaats of vaste rusten verblijfplaats binnen het plangebied.

•

Bepalen van het schadelijke effect op de gunstige staat van instandhouding van de huismus.

5.3 Veldbezoeken De veldbezoeken zijn uitgevoerd door dhr. P. Smits / B. Meijer van Ecofect B.V. De onderzoeksmethode die is toegepast bestond uit visuele inspectie gedurende twee veldbezoeken. Plangebied en de omliggende percelen is onderzocht door de projectlocatie rustig te bewandelen. Hierbij werd vooral gelet op de aan- of afwezigheid van de huismus. De omliggende percelen zijn vanuit de planlocatie dan wel vanaf de openbare

14

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

weg onderzocht dit om een beeld te krijgen van de aanwezigheid van de huismus en de aanwezige functies ten aanzien van de planlocatie. Voor de data van het veldbezoek, de weersomstandigheden en de waarnemingen wordt verwezen naar de onderzoeksresultaten.

5.4 Onderzoeksresultaten Is de projectlocatie geschikt als functioneel leefgebied voor de huismus? De eisen die een huismus stelt aan zijn leefgebied zijn opgenomen in de onderstaande tabel: Beschrijving

Functie

Aan-of afwezig

Opstallen

Nest- en schuilplaats

Aanwezig

Voedselvoorziening

Voedsel

Nabij planlocatie

Groenvoorzieningen

Voedsel en dekking

Nabij planlocatie

Stofbaden

Verzorging

Nabij planlocatie

Water

Drinkplaats

Nabij planlocatie

Tijdens de veldbezoeken zijn er geen waarnemingen van verblijfplaatsen van de huismus gedaan, binnen de grenzen van het plangebied. De huismus zelf was eveneens niet aanwezig. Is huismus aanwezig? Overzicht veldbezoeken Datum

Weer

Waarnemingen

14-04-2024

16 ˚C; bewolkt

Geen nest indicatieve waarnemingen

13-05-2024

19 ˚C; zonnig

Geen nest indicatieve waarnemingen

Tijdens de veldbezoeken zijn er geen verblijfplaatsen van huismussen waargenomen op de projectlocatie. Welke functie(s) heeft het gebied voor huismus? Op basis van de ervaringen tijdens de veldbezoeken kan gesteld worden dat het plangebied geen functie vervult voor de huismus. Aangegeven is dat het dak mogelijkheden biedt voor nestlocaties. Tijdens de veldbezoeken is geen nestindicatief gedrag waargenomen bij de daken van de te slopen opstal. Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en functioneel leefgebied behouden? Bij de sloop van de opstal zal er geen nest- of verblijfplaatsen verloren gaan. Met de geplande ontwikkeling zal het aanwezige leefgebied deels komen te vervallen of gelijk blijven aan het huidige. Het aanwezige leefgebied kan niet bestempeld worden als essentieel leefgebied. Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden? Geen.

15

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

Is een vergunning schadelijke handelingen flora en fauna activiteit Omgevingswet nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren? Nee, er zullen geen jaarrond beschermde nesten en rustplaatsen verloren gaan van de huismus. •

Schadelijke handelingen Vogelrichtlijn (art. 11.37 Bal): o

Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in art. 1 Vrl

o

Het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels

o

Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels

o

Het opzettelijk storen van vogels*

Welk wettelijk belang is er waardoor de activiteiten moeten worden uitgevoerd? N.v.t. Zijn er alternatieven onderzocht voor het uitvoeren van de planontwikkeling? De ingreep heeft geen negatief effect op de gunstige staat van instandhouding van de huismus.

16

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

6. Te nemen maatregelen 6.1 Verplichte maatregelen Op basis van de conclusies zijn er geen wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Omgevingswet dan wel de huismus.

6.2 Vrijblijvende maatregelen Naast de conclusies t.a.v. de verplichte maatregelen doen wij de volgende aanbevelingen ten gunste van de huismus (niet verplicht binnen Omgevingswet): •

Het nemen van maatregelen om de sloop en nieuwbouw op een natuurvriendelijke wijze uit te voeren.

Aanbevelingen •

Plant bomen aan in en rondom het plangebied. Dit verhoogt de natuurkwaliteit binnen het plangebied. Ze kunnen als corridor dienen voor vogels, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren. Ecologisch waardevolle bomen kunnen door de deskundig ecoloog worden aangewezen.

•

Maak gebruik van inheems gebiedseigen plantmateriaal.

•

Creëer verblijfplaatsen voor huismussen in mussenkasten of in de spouwmuren van de bebouwing. Streef naar inpassing van planten en dieren die in en rond het plangebied hun habitat (kunnen) vinden.

•

In de omgeving dient ook voldoende dekkingsmogelijkheden aanwezig te zijn door bijvoorbeeld:

•

Aanplant van doornige struiken als vuurdoorn en meidoorn, groenblijvende heesters, klimplanten als klimop of wingerd, robuuste beukenhagen, en dergelijke. Bladverliezende soorten zijn in de winterperiode minder effectief.

•

Aanplant van inheemse soorten bomen en ander opgaand groen.

•

Behoud of ontwikkel slaapgelegenheden door bijvoorbeeld:

•

Aanbrengen van groenblijvende gevelbegroeiing of ander verticaal groen, bijvoorbeeld met vuurdoorn, klimop.

•

Aanplanten van groenblijvende heesters (bijvoorbeeld liguster, hulst) of coniferen (bijvoorbeeld taxus).

•

Behoud van voldoende mogelijkheden voor nemen van stofbaden door zandige plekken te realiseren of te handhaven.

17

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

•

In de winterperiode winternesten aan te bieden in de vorm van bijvoorbeeld takkenhopen of strobalen als een tijdelijke oplossing noodzakelijk is.

•

Voor al deze maatregelen geldt dat ze een hoogte van minimaal 3 meter moeten hebben willen ze effectief zijn en zo mogelijk binnen 100 meter van de (te realiseren) nestplaats aanwezig moeten zijn. Behoud of ontwikkeling van voldoende plekken waar gefoerageerd kan worden, door bijvoorbeeld: o

In stand houden of ontwikkelen van hoekjes of stroken ruigte met onkruiden als bron voor zaden en kleine zachte insecten. Straatgras, herderstasje en weegbree zijn favoriete onkruiden;

o

Extensief beheer van gazons (maaifrequentie 1 maal per jaar). Het maaien vindt niet in het najaar plaats.

Voor al deze maatregelen geldt dat voedsel jaarrond beschikbaar moet zijn en zo mogelijk binnen 100 meter van de nestplaats beschikbaar zijn en dat er binnen 5 à 10 meter (bij voorkeur binnen 2,5 meter) dekking moet zijn. Behoud van voldoende drinkwater door bijvoorbeeld aanleg van (open) water. Het nemen van maatregelen om de renovatiewerkzaamheden op een natuurvriendelijke wijze uit te voeren. •

Zorgvuldig handelen

•

Het te renoveren van de woning en de opstallen zal buiten de kwetsbare periode plaats moeten vinden (zie figuur 3 en 4)

•

Indien onverhoopt huismussen worden aangetroffen, wordt het werk rond de aangetroffen huismussen gestaakt en wordt direct contact opgenomen met één van de betrokken ecologen.

18

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

Figuur 3 - Kwetsbare periodes voor de huismus op hoofdlijnen weergegeven. BIJ12 2022.

Figuur 4 - Periodes waarin activiteiten al dan niet uitgevoerd kunnen worden op hoofdlijnen weergegeven. BIJ12 2022.

19

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

7. Verantwoording Literatuur/bronnen •

Kennisdocument huismus BIJ12 (v2022)

•

Soortinventarisatieprotocollen Netwerk Groene Bureaus

•

Fauna inventarisatie, Rik Schoon

Materiaal •

Verrekijker

•

Ladder/Hoogwerker

•

Camera

Internet •

www.bij12.nl

•

www.verspreidingsatlas.nl

•

www.ndff.nl

•

www.bij12.nl

•

www.netwerkgroenebureaus.nl

20

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

8. Bijlagen

21

NADER ONDERZOEK SOORTEN – BERMERSTRAAT 1 OMMEN

Disclaimer Deze rapportage is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze rapportage mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Ecofect B.V., noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Ecofect B.V. is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Ecofect B.V. voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2024 Ecofect B.V.; Nunspeet

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16570496/1