CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Toelichting - Bijlage 3 Aanmeldingsnotitie, Sweco, 03-05-2021

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OmmenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Haven Oost (257274)4.524 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Onderwerp: Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Haven Oost Ommen Projectnummer: 376757 Referentienummer: SWNL0276341 Datum: 03-05-2021

1

Inleiding

Gemeente Ommen is voornemens om in Haven Oost woningbouw te realiseren. In 2003 heeft de gemeenteraad van Ommen besloten om het Havengebied van Ommen te transformeren naar woongebied. Gemeente Ommen streeft naar een verbeterde stedenbouwkundige verbinding van de woonwijken De Strangen en Ommeres met het centrum. Het bedrijventerrein Havengebied is gelegen tussen de woonwijken en het centrum en zorgt ervoor dat de woonwijken afgesneden zijn van de kern Ommen. Door de huidige bestemming van het bedrijventerrein te vervangen door een woongebied, ontstaat een passende aansluiting met de omliggende woonwijken. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan moet daarom worden gewijzigd. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming van het bestemmingsplan, moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de informatie opgenomen die nodig is voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling van de voorgenomen activiteit. Na dit inleidende hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op het voornemen (hoofdstuk 2) de m.e.r.procedure (hoofdstuk 3) en de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 4).

Op navolgende figuur is de globale ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1

Sweco Velperweg 26 6824 BJ Arnhem Postbus 485 6800 AL Arnhem Nederland

Ligging en globale begrenzing plangebied

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V.

Deanne Reincke

Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

M +31 6 30 45 92 05 1 (13)

2

Planvoornemen

Gemeente Ommen is voornemens om Haven Oost te ontwikkelen tot een gemengd woonen werkgebied. Binnen het plangebied worden van de bestaande bebouwing de loods van de spuiterij en de trafogebouwtjes behouden. De overige bebouwing wordt gesloopt. De ontwikkeling van het plangebied zorgt ervoor dat de omliggende wijken beter met elkaar worden verbonden en moet leiden tot een impuls voor de ontwikkeling van het Havenpark als belangrijke groenstructuur van Ommen. Programma Het beoogde woningbouwprogramma voor Haven Oost bestaat uit maximaal 129 woningen waaronder grondgebonden woningen en appartementen. De woningen zijn verdeeld over een aantal 'bouwvelden'. Naast de woningen die beoogd zijn op de bouwvelden, voorziet onderhavig plan ook in de mogelijkheid voor maximaal 12 woningen in de loods. Aan de zuidzijde van het plangebied worden nog drie woningen mogelijk gemaakt. Deze woningen zijn meegenomen in bovengenoemd maximaal aantal woningen. Eén van de drie woningen betreft de voormalige bedrijfswoning van de Welkoop aan Haven Oost 4. De andere twee woningen worden mogelijk gemaakt op het achtererf van de bedrijfswoning. Ten noorden van het plangebied aan de Haven Oost is een kantoorlocatie beoogd van circa 2.200 m². De loods van de voormalige spuiterij dient als afscheiding, met een geluidswerende functie, van de ten noorden gelegen bedrijven.

Daarnaast krijgt de loods een meervoudige functie voor het plangebied. Voor de loods, ook wel HO24 (Haven Oost 24), is een ontwikkelconcept opgesteld. Het gebiedsconcept voor de loods aan de Haven Oost 24 en omgeving is onlosmakelijk met elkaar verbonden, omdat het gebouw qua volume en afbakening van het gebied zo prominent aanwezig is. De loods wordt ingezet als verzamelgebouw dat kan dienen voor verschillende functies waaronder, recreatie, horeca, wonen, werken, zorg en andere maatschappelijke functies. De openbare ruimte van het plan heeft een sterke samenhang, maar kent ook verschillende karakters. Vrijwel iedere woning ligt direct aan een groenstructuur. De aangrenzende begraafplaats wordt ruimtelijk ingepast in onderhavig plan door toepassing van een groene zoom rondom de begraafplaats. De Fabrieksstraat is bestemd voor langzaam verkeersgebruikers en parkeren. Door de knip in de infrastructuur aan het Havenpark ontstaat een ontspannen woonmilieu aan het Havenpark. Verkeer en parkeren Het plangebied wordt aan de oostzijde op twee plekken ontsloten via de Ommeresstraat: ten noorden van de bestaande loods en ten noorden van de begraafplaats. Via de weg ten noorden van de loods is de loods bereikbaar en hier zijn tevens parkeerplaatsen in de openbare ruimte beoogd.

De ontsluiting van het plangebied ten noorden van de begraafplaats gaat aan de westzijde om de begraafplaats heen en sluit in het zuiden van het plangebied aan op de Haven Oost (blauwe stippellijn in figuur 2). In de Haven Oost wordt aan de zuidzijde, ten noorden van de ontsluiting van het plangebied, een knip gemaakt zodat deze weg geen doorgaande functie meer heeft maar alleen toegankelijk is voor gebiedseigen verkeer of bestemmingsverkeer. Het plangebied wordt grotendeels autoluw.

2 (13)

Figuur 2

Regiekaart

Parkeren wordt zo veel mogelijk op eigen terrein gerealiseerd. Iedere grondgebonden woning voorziet in minimaal één parkeerplaats op eigen terrein. Daarnaast zijn er enkele zones in de openbare ruimte voor parkeren voorzien.

3 (13)

3

Toets aan het Besluit m.e.r.

3.1 Welke m.e.r.-procedure is van toepassing Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-plicht. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r., geldt de zogenoemde m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor deze activiteiten geldt dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben. De onderhavige ontwikkeling betreft een activiteit 11.2 van onderdeel D uit het Besluit m.e.r. (zie tabel 1). Deze aanmeldingsnotitie is opgesteld in het kader van de bestemmingsplanwijziging voor de woningbouwontwikkeling van Haven Oost in Ommen. Tabel 1

D 11.2

Activiteit D11.2 uit het Besluit milieueffectrapportage (d.d. 20-02-2019) Kolom 1 Activiteiten

Kolom 2 Gevallen

Kolom 3 Plannen

Kolom 4 Besluiten

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempelwaarde is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Daarbij kunnen de volgende situaties zich voordoen (zie ook figuur 2): · Een project zit boven de drempelwaarde van een activiteit uit de C-lijst. In dat geval geldt een rechtstreekse m.e.r.-plicht voor plannen en besluiten uit kolom 3 en 4. · Een project zit onder de drempelwaarde van een activiteit uit de C-lijst, maar boven de drempelwaarde van een activiteit uit de D-lijst. In dat geval geldt voor een plan dat is aangewezen in kolom 3 een directe m.e.r.-plicht. Voor besluiten die zijn aangewezen in kolom 4 geldt een formele m.e.r.-beoordelingsplicht. · Een project blijft onder de drempelwaarde van de activiteit uit de D-lijst. Voor die projecten moet via een (‘vormvrije’) m.e.r.-beoordeling worden bepaald of er een MER nodig is. In figuur 3 is schematisch weergegeven wanneer een m.e.r.-plicht, m.e.r.-beoordelingsplicht of een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling van toepassing is.

4 (13)

Figuur 3

Schematische weergave m.e.r.-beoordeling (Kenniscentrum InfoMil)

Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3,8 hectare. Daarnaast zijn er met de beoogde ontwikkeling circa 129 woningen voorzien en er is een kantoorruimte met een oppervlakte van irca 2.200 m² voorzien. Voor de ontwikkeling van Haven Oost geldt dat de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet worden overschreden. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de ‘Europese richtlijn milieueffectbeoordeling’ te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-plichtig. 3.2 Te volgen procedure Deze aanmeldingsnotitie geeft het bevoegd gezag (college van B&W van gemeente Ommen) de informatie die nodig is om te beoordelen of een m.e.r. nodig is voor de in paragraaf 3.1 genoemde activiteit. Op basis van deze aanmeldingsnotitie dient het bevoegd gezag een beslissing te nemen of voor deze activiteit, omwille van belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Het bevoegd gezag neemt uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst van de aanmeldingsnotitie een m.e.r.-beoordelingsbeslissing1.

Dit besluit moet in ieder geval zijn genomen, voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Het besluit wordt niet gepubliceerd in de Staatscourant2. Op dit besluit is geen bezwaar/beroep mogelijk. Eventuele bezwaren kunnen worden ingediend in de procedure van het bestemmingsplan. 3.3 Doel van de aanmeldingsnotitie De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld. In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreide m.e.r-procedure nodig is.

1

Indien het bevoegd gezag tevens initiatiefnemer is, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium de m.e.r.beoordelingsbeslissing. 2 Dit is bepaald in het Besluit m.e.r. in artikel 2.5 onder b.

5 (13)

Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: · belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden à er dient een m.e.r.-procedure te worden doorlopen; · belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op à er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij …. (zie hiervoor verder kader 3.1). Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r. nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze ‘belangrijke nadelige gevolgen’ moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Het project dient te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van de activiteit: a. omvang van het project; b. cumulatie met andere projecten; c. gebruik natuurlijke hulpbronnen; d. productie afvalstoffen; e. verontreiniging en hinder; f. risico op ongevallen; g. risico voor de menselijke gezondheid. 2. Plaats van de activiteit: a. bestaand grondgebruik; b. rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied; c.

opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden. 3. Kenmerken van het potentiële effect: a. bereik van het effect; b. de aard van het effect; c. grensoverschrijdend karakter; d. orde van grootte en complexiteit effect; e. waarschijnlijkheid effect; f. duur, frequentie en omkeerbaarheid effect; g. cumulatie van effecten met de effecten van andere bestande en/of goedgekeurde projecten; h. de mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen. In hoofdstuk 4 wordt de benodigde informatie voor de toetsing behandeld. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit, de plaats van de activiteit en de potentiële effecten die daaruit naar voren komen. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van deze effecten. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen ontstaan en of er verzachtende mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen.

6 (13)

KADER 3.1: UITLEG AANMELDINGSNOTITIE Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling het ‘nee, tenzij’ principe. Dit heeft gevolgen voor inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken. Waarom Nee, tenzij? Dat het ‘nee, tenzij’ principe geldt, vloeit voort uit het feit dat het een activiteit betreft uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., waarvoor tevens geldt dat de activiteit onder de drempelwaarde ligt zoals in deze D-lijst genoemd. In het Besluit m.e.r. zijn alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben op het milieu verdeeld over twee lijsten: de C en de D lijst. Activiteiten uit de C-lijst worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor deze activiteiten geldt dan ook een directe m.e.r.-plicht. Voor activiteiten uit de D-lijst geldt dat deze afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Wanneer de activiteit op de D-lijst staat én onder de drempelwaarde blijft zoals in die lijst opgenomen, is de verwachting dat deze activiteit waarschijnlijk geen belangrijk nadelige milieugevolgen oplevert. Op voorhand geldt voor deze activiteiten daarom ook geen m.e.r.-plicht.

Dit moet echter wel worden getoetst middels de vormvrije m.e.r.-beoordeling. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland. Inhoud aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op ‘expert judgement’, zonder (model)berekening of (veld)onderzoek. Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken.

7 (13)

4

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

1. Kenmerken van het project

Ontwikkeling Haven Oost, Ommen Het project omvat de ontwikkeling van Haven Oost tot een gemengd woonen werkgebied. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt via een bestemmingsplan. Het betreft een project (kolom 4) in de zin van het besluit m.e.r.

Omvang van het project (relatie met drempel D lijst)

Activiteit D 11.2 uit het Besluit m.e.r. Drempelwaarden zijn: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Dit initiatief omvat: 1°. een ontwikkeling van Haven Oost tot een gemengd woon- en werkgebied. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3,8 hectare; 2°. met de ontwikkeling zijn maximaal 129 woningen beoogd; 3°. een kantoorruimte met een oppervlakte van circa 2.200 m². Conclusie: Het project blijft ruim onder de drempelwaarden van D 11.2. Daarom is voor dit project geen ‘formele’ m.e.r.-beoordeling maar een ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling nodig.

Cumulatie met andere projecten

Er zijn geen projecten bekend in de nabijheid van het plangebied, waarbij voor milieueffecten sprake zal zijn van cumulatie.

Gebruik natuurlijke hulpbronnen3

Voor het project worden geen natuurlijke hulpbronnen gebruikt die uit of in de nabijheid van het plangebied worden onttrokken. Wel wordt gebruik gemaakt van de grond (aanwezig in het plangebied). Op basis van het opgestelde vooronderzoek kan gesteld worden dat over het algemeen de milieuhygiënische kwaliteit binnen het plangebied voldoet aan het beoogde gebruik (wonen met tuin). Plaatselijk zijn wel verontreinigingen aangetoond, die de herinrichting van het gebied beïnvloeden. Voor deze verontreinigingen geldt dat middels een sanerende maatregel de locaties geschikt gemaakt kunnen worden voor het beoogde gebruik. Er zijn verder geen natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit. Bij de aanleg van de gebouwen wordt gebruik gemaakt van hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen, zoals hout, glas, (bak)steen en grond. Deze hulpbronnen worden van buiten het plangebied aangevoerd. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

3

Toelichting: Van gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan sprake zijn als een ontwikkeling gevolgen heeft voor op, of in de nabijheid van, de locatie aanwezige natuurlijke hulpbronnen. Denk bijvoorbeeld aan de permanente onttrekking van grondwater of het delven van grondstoffen zoals zand of klei. Ook het kappen van bos als leefomgeving voor dieren of recreatiegebied voor mensen valt hieronder. Dit criterium is vooral van belang bij industriële activiteiten.

8 (13)

Productie afvalstoffen4

Met de beoogde situatie zal er geen sprake zijn van productie van gevaarlijke afvalstoffen. Wel zullen de nieuwe functies afvalproductie met zich meebrengen. Het afval zal worden ingezameld volgens het principe van gemeente Ommen. Er is geen sprake van nadelige gevolgen van afvalproductie in de beoogde situatie. Bij de realisatie van het planvoornemen komt afval vrij. (Bouw)afval wordt conform de geldende wet- en regelgeving afgevoerd.

Verontreiniging en hinder

Verontreiniging: Ten aanzien van verontreinigende stoffen, zie ‘productie afvalstoffen’. Tijdens de aanlegfase kan door bouwverkeer mogelijk een beperkte en tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. Een verkeersaantrekkende werking kan ook in de gebruiksfase leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierop wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Hinder: Tijdens de aanleg kunnen als gevolg van sloop- en bouwwerkzaamheden, het bouwverkeer en de aanlegwerkzaamheden verkeershinder en geluidshinder optreden. In de gebruiksfase kan de ontwikkeling leiden tot een toename van verkeersbewegingen met als gevolg extra (geluids)hinder voor omwonenden. Op mogelijke effecten als gevolg van hinder wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’.

Risico voor ongevallen

Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht, omdat er met de ontwikkeling van Haven Oost geen sprake is van een risicovolle inrichting. Er zijn in de omgeving ook geen risicobronnen aanwezig die van invloed kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling.

Risico voor de menselijke gezondheid

Gezien de nieuwe functie van het plangebied (gemengd woon- en werkgebied) en de gebruiksfuncties rondom het plangebied, worden geen belangrijke nadelige effecten voor de menselijke gezondheid verwacht.

2. Plaats van de projecten Bestaande grondgebruik

In de bestaande situatie is het plangebied deels in gebruik ten behoeve van bedrijvigheid. Daarnaast is een deel van het gebied braakliggend.

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied

De locatie heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied.

Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.

Natuur Op circa 350 meter afstand van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied ‘Vecht- en Beneden-Reggegebied’. Dit is een habitatrichtlijngebied en er zijn stikstofgevoelige habitattypen in de nabije omgeving aanwezig. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 350 meter en betreft het Natura 2000-gebied ‘Vecht- en Beneden-Reggegebied’. Binnen het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende vogels, als ekster, merel, houtduif, winterkoning, zwartkop, tjif-tjaf en roodborst broedend aangetroffen/te verwachten. Door de voorgenomen plannen gaan mogelijk broedplekken van deze soorten verloren.

4

Afvalstoffen zijn stoffen (preparaten of voorwerpen) waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (artikel 1.1, lid 1 Wet milieubeheer). Nadelige milieugevolgen kunnen ontstaan bij het vrijkomen van gevaarlijke afvalstoffen.

9 (13)

In de omgevingvan het projectgebied blijven door de aanwezigheid van bebouwing ruim voldoende alternatieve nestlocaties beschikbaar. In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. De werkzaamheden leiden ook niet tot aantasting van onmisbare foerageergebieden of vliegroutes. Overige beschermde soorten worden ook niet verwacht in het plangebied. Op mogelijke effecten voor Natura 2000-gebied en NNN wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Het plangebied en de nabije omgeving worden gekenmerkt door een (grotendeels) bebouwd landschap, voorzien van woningen en bedrijvigheid. Het plangebied heeft geen bijzondere landschappelijke of cultuurhistorische waarden. Wel zal de beoogde bebouwing een effect kunnen hebben op het huidige landschap. Hierop wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Bodem Uit vooronderzoek wordt geconcludeerd dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling op de locatie. De bodemkwaliteit is geschikt of wordt geschikt gemaakt (gesaneerd) voor de beoogde ontwikkeling. Archeologie Het plangebied kent middelhoge tot zeer lage archeologische verwachtingswaarden. Voor archeolgische waarden worden geen nadelige effecten verwacht als gevolg van de beoogde ontwikkeling.

Overige waardevolle of kwetsbare gebieden liggen niet in of in de nabijheid van het plangebied. Water Op basis van de verhardingstoename van de beoogde ontwikkeling zijn er mogelijk effecten op het watersysteem in en om het plangebied. Hierop wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Op basis van (1.) de kenmerken en (2.) de plaats van het project zijn de volgende mogelijk belangrijk nadelige gevolgen naar voren gekomen: · potentiële effecten op beschermde natuurgebieden; · potentiële effecten op het watersysteem; · potentiële landschappelijke effecten door bebouwing; · verontreiniging en/of hinder als gevolg van bouwverkeer en verkeersaantrekkende werking. Op deze mogelijke gevolgen wordt bij ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ ingegaan. Overige belangrijke nadelige gevolgen zijn niet te verwachten.

10 (13)

3. Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)

In vrijwel alle gevallen zullen potentiële effecten lokaal optreden, in of direct aangrenzend aan het plangebied. Hinder voor omwonenden beperkt zich tot de woningen rondom het plangebied. Stikstofdepositie reikt verder, maar reikt in de gebruiksfase niet tot beschermde natuurgebieden.

De aard van het effect

Effecten zijn beperkt en treden lokaal op. Een nadere beschrijving van de aard van de effecten is gegeven onder ‘orde van grootte en complexiteit effect’.

Grensoverschrijdend karakter

Er zijn geen landsgrensoverschrijdende effecten.

Orde van grootte en complexiteit effect

Natuur Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied Het plangebied ligt niet binnen beschermd natuurgebied. Er treden derhalve geen directe effecten op. Externe effecten worden alleen verwacht als gevolg van stikstofdepositie in de realisatiefase op Natura 2000-gebied. Om die reden is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit de AERIUS-berekening volgt dat de aanlegfase leidt tot een maximale depositietoename van 0,09 mol/ha/jaar bij een uitvoeringstermijn van één jaar. Voor projecten en plannen met een geringe tijdelijke toename van de stikstofdepositie kleiner dan of gelijk aan 0,05 mol N/ha/jaar over een periode van twee jaar in de aanlegfase (of een equivalent daarvan), is er een redeneerlijn dat negatieve gevolgen op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten. Op basis van deze redeneerlijn zal de aanlegfase geen negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Voor de gebruiksfase zijn toenames van de stikstofdepositie lager dan 0,00 mol N/ha/jaar berekend. Negatieve effecten op beschermde stikstof-gevoelige habitattypen of stikstofgevoelige leefgebieden kunnen worden uitgesloten. Andere effecten op beschermde natuurgebieden of soorten worden ook niet verwacht. Er treden daarom geen belangrijk nadelige effecten op natuur op.

Water Er wordt met de beoogde ontwikkeling voorzien in voldoende bergingscapaciteit voor hemelwater ter compensatie van het verhard oppervlak. Er zijn geen nadelige effecten te verwachten voor het watersysteem in het plangebied. Hinder en verontreiniging (Geluid en luchtkwaliteit) Verontreiniging/hinder als gevolg van aanlegfase Tijdens de aanlegfase kan er geluidshinder ondervonden worden van de sloop- en bouwwerkzaamheden. Deze werkzaamheden kunnen lokaal tijdelijk leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit door uitstoot van stikstofdioxide en (fijn)stof. Omdat de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide en fijnstof in dit gebied onder de grenswaarden liggen, zal dit niet leiden tot overschrijding van de grenswaarden en daardoor tot belangrijk nadelige gevolgen.

11 (13)

Verontreiniging/hinder in de gebruiksfase Met de beoogde ontwikkeling worden de grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 niet overschreden. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. Met betrekking tot wegverkeerslawaai als gevolg van de beoogde ontwikkeling zullen bestaande en nieuwe woningen een geluidsbelasting lager dan 48 dB ondervinden vanwege verkeer op de Schurinkstraat, Strangeweg, Hardenbergerweg, Ommeresstraat en de nieuwe aanleg in het plangebied. De Haven Oost geeft een geluidsbelasting van maximaal 49 dB. Gezien de 1 dB overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op enkel de uiterste perceelsgrenzen, wordt de geluidsbelasting vanwege de Haven Oost op de nieuwe woningen als acceptabel beschouwd. Er is hier geen sprake van geluidshinder voor bestaande woningen als gevolg van de ontwikkeling. Landschap In het plangebied wordt bebouwing toegevoegd ten opzichte van de huidige situatie. Voor de bebouwing wordt zowel qua vormgeving als qua bouwvolumes aangesloten bij de bebouwing in de omgeving. Daarnaast wordt met de maximale bouwhoogtes rekening gehouden met de nabijgelegen molen en de bijbehorende molenbiotoop. Er zijn geen nadelige effecten voor de molen. In het plangebied is aandacht voor een groene en aantrekkelijke openbare ruimte.

De beoogde ontwikkeling vormt een overgangsgebied tussen wonen en werken en past zich daarmee aan op de bestaande omgeving. Waarschijnlijkheid effect

Als gevolg van de werkzaamheden in de realisatiefase zullen de genoemde effecten optreden. In de gebruiksfase worden geen belangrijk nadelige effecten verwacht.

Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

De effecten in de aanlegfase zijn tijdelijk (gedurende circa 2 jaar). Effecten in de gebruiksfase treden dagelijks op en zijn moeilijk omkeerbaar. De landschappelijke effecten zijn het gevolg van de bebouwing, deze zijn niet weg te nemen.

Cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten

Effecten als gevolg van de ontwikkeling van Haven Oost naar woon-/ werkgebied zijn beperkt en veelal lokaal van aard. Er zijn geen andere projecten bekend waarmee naar verwachting cumulatieve effecten zullen optreden.

De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen

Natuur Stikstofdepositie in de aanlegfase kan worden gereduceerd door inzet van schoner materieel. Landschappelijke inpassing Met de beoogde nieuwbouw wordt rekening gehouden met de omgeving. De bebouwing sluit qua vormgeving en bouwvolumes aan bij de bebouwing in de directe omgeving.

Gezien de omvang van de activiteiten, in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten in vergelijking tot de huidige situatie, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, die vragen om een nadere uitwerking in een MER uit te sluiten. Nader onderzoek in een MER is dan ook niet noodzakelijk.

12 (13)

Verantwoording Titel

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling Haven Oost Ommen

Projectnummer

376757

Referentienummer

SWNL0276341

Revisie

C1

Datum

03-05-2021

Auteur

Deanne Reincke

E-mailadres

deanne.reincke@sweco.nl

Gecontroleerd door

Mariska Everts

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Bert Dekker

Paraaf goedgekeurd Klik of tik om tekst i n te voeren.

13 (13)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10839059/1