8. Bijlage bij motivering 5, Aanvullend bodemonderzoek
Tekst van het document
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl
november ’25
Onderwerp:
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
Projectnummer:
25-M11947
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
06 november 2025
0
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
onderwerp
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
datum
06 november 2025
projectnummer
25-M11947
in opdracht van
BJZ.nu Dokter van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle
uitgevoerd door
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018 (exclusief maaiveldinspectie)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V..
november ’25
1
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen.................................................................................................................................... 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ......................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek.............................................................................................................. 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................... 4
1.5
Opbouw van het rapport ............................................................................................................. 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................ 7
3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................... 8 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ............................................................................................ 10 4
5
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 12 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ........................................................ 12
4.2
Toetsingscriteria ....................................................................................................................... 14
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ............................................................................................ 19
4.3.1
Verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740.............................................................. 19
4.3.3
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 ........................................ 24
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 26 5.1
verkennend milieukundig bodemonderzoek NEN-5740 ........................................................... 26
5.2
verkennend onderzoek asbest in grond NEN 5707 ................................................................. 26
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 30
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 31
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen 4. Analysecertificaten 5. Toetsing analyseresultaten 6. Onafhankelijkheidsverklaring
november ’25
2
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is in september 2025 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een aanvulling op een eerder uitgevoerd verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan de Prinses Julianastraat 8 te Ommen (gemeente Ommen). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO).
Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s. De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters), 2002 (het nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit bodemonderzoek vormt geplande nieuwbouw van tijdelijke woningen op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is verder om vast te stellen of de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare kwaliteit voor het beoogde bodemgebruik. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt. Het verkennend onderzoek asbest in bodem volgens november ’25
3
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
NEN-5707+C2 heeft tot doel om na te gaan of het onderzochte deel van de locatie al dan niet verdacht is op het voorkomen van asbesthoudende materialen op of in de bodem. 1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+C1, uitgifte 2024. Het verkennend bodemonderzoek asbest in grond is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017. 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
november ’25
4
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is uitgevoerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. In het kader van het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek d.d. 02-12-2024, ref. 24-M1207 is een vooronderzoek volgens NEN-5725 uitgevoerd. Voor de inhoud hiervan wordt verwezen naar het voorgenoemde onderzoek. In onderstaande zijn de algemene gegevens van de locatie opgenomen. Verder is een overzicht opgenomen van ontvangen aanvullende historische informatie. locatiegegevens In tabel 1 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. tabel 1: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel) Algemene omschrijving
Prinses Julianastraat 8 Ommen Ommen Zie bijlage 1 X = 225.499 Y= 503.978 (middelpunt) Gemeente Ommen, perceel sectie B, nummers 5107 en 5108 Niet nagegaan. Ca. 865 m2 De onderzoekslocatie betreft het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Princes Julianastraat 8 te Ommen. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een kerkgebouw. Het onbebouwde deel van de locatie is grotendeels verhard met bestrating (parkeerplaats). Een klein deel van de locatie is in gebruik als groenvakken. Het voornemen van de opdrachtgever is het realiseren van de nieuwbouw van tijdelijke woningen op de onderzoekslocatie. Hieronder wordt in figuur 1 de onderzoekslocatie weergegeven en rood omlijnd.
figuur 1: onderzoekslocatie (rood omlijnd) Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2.
november ’25
5
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
vervolg tabel 1: overzicht basisinformatie bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Geplande herinrichting bijzonderheden: -
De bestaande bebouwing dateert van 1958. Het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is grotendeels verhard met klinkers en tegels. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De nieuwbouw van tijdelijke woningen
aanvullende historische informatie De locatie is sinds 1959 in gebruik als zalencentrum. Daarvoor was sprake van weidegrond. In 1986 is de grote zaal afgebrand en kort daarna samen met de lobby herbouwd op dezelfde locatie. Het is niet bekend waaruit het blusmateriaal bestond. afbakening van het onderzoek Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte delen van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2. Het onderhavige milieukundig bodemonderzoek heeft betrekking op onderstaande punten: aanvulling op eerder uitgevoerd verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 ●verkennend bodemonderzoek van de vaste bodem t.p.v. de grote zaal ●onderzoek van de bovengrond op PFAS-verbindingen t.p.v. de grote zaal ●onderzoek op arseen in de ondergrond ●onderzoek op arseen in het grondwater verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 ●verkennend onderzoek asbest in grond t.p.v. de grote zaal terreinverkenning voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreinverkenning uitgevoerd. De terreinverkenning heeft als doel om te controleren of de vooraf bekende informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie. In tabel 2 is een overzicht opgenomen van de uitgevoerde terreinverkenning. tabel 2: terreininspectie onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
locatie-inspectie
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
18-9-2025
geen
november ’25
6
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Op basis van de bekende informatie uit het historisch onderzoek is in tabel 3 de uitgevoerde onderzoeksstrategie opgenomen. Verwacht wordt dat de gekozen onderzoeksstrategie een voldoende beeld zal geven over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. In tabel 3 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 3: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging verwachte bodemkwaliteit
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
terreindeel rondom de grote zaal (580 m2)
de bovengrond voldoet aan wonen/industrie, de ondergrond aan landbouw/natuur, het grondwater voldoet aan de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering
PAK’s, PCB’s zware metalen, minerale olie, PFASverbindingen
al onderzocht in eerder uitgevoerd verkennend bodemonderzoek
onderzoek ondergrond en grondwater op arseen
Vanwege de aanwezigheid van oerlagen in de ondergrond is er mogelijk sprake van een verhoogde achtergrondwaarde voor arseen
arseen
arseen
NEN-5740 strategie VED-HE-NL (bovengrond) (vanwege brand welke in het verleden heeft plaatsgevonden) ONV-NL (ondergrond) maatwerk
verdacht voor asbest in de bodem
asbest
-
VED-HE (bovengrond)
(deel)locatie NEN-5740
NEN-5707+C2 terreindeel rondom de grote zaal (ca. 865 m2)
november ’25
7
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001, 2002 en 2018. De bemonstering van grond t.b.v. PFAS onderzoek is uitgevoerd op basis van het protocol bemonstering PFAS-verbindingen in grond en grondwater (expertisecentrum PFAS, juli 2019. In tabel 4 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 4: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001)
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R. Dob (erkend en geregistreerd) dhr. D. Haar (in opleiding)
18-09-2025
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
Het graven van inspectiegaten en het nemen van grondmonsters en puinmonster (protocol 2018)
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. D. Haar (in opleiding)
18-09-2025
puinresten in de bodem t.p.v. een deel van de locatie
nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
18-09-2025
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Rijkswaterstaat (https://www.rijkswaterstaat.nl). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 6. Alle geplaatste boringen/inspectiegaten zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 5. tabel 5: veldwerkprogramma
(deel)locatie
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
ca.0.5
15 t/m 19
2 onderzoek arseen in de ondergrond
ca.2.0
13+14
Boringen
ca.2.0
1 t/m 3 (herplaatst)
verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 rondom de grote zaal Boringen
5
3
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 rondom de grote zaal Inspectiegaten
5
ca.0.5
G1 t/m G5
Boringen
1
ca.2.0
G3
opmerking: er is getracht boringen inpanding in de grote zaal te maken, gebleken is dat er onder de betonvloer een kelder zit, om deze reden zijn de boringen uitpandig rondom de grote zaal geplaatst november ’25
8
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5740 De veldwerkzaamheden in het kader van de NEN-5740 hebben bestaan uit het plaatsen van handboringen en het nemen van grond- en grondwatermonsters. veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5707 Het veldonderzoek in het kader van de NEN-5707 heeft bestaan uit het inspecteren van het maaiveld in combinatie met het graven van inspectiegaten. Opgemerkt wordt dat het verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 slechts betrekking heeft gehad op een beperkt deel van de locatie, i.c. t.p.v. het terreindeel rondom de grote zaal, zie bijlage 2 Conform de NEN-5707 wordt voor landbodem onderscheid gemaakt tussen de volgende te onderzoeken bodemlagen: 1) het maaiveld 2) de bovengrond (0.0 m-mv-0.5 m-mv) 3) de ondergrond (vanaf 0.5 m-mv) handboringen ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Tevens is visueel onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de ondergrond. Hiertoe is één handboring met een diameter van 12 cm doorgezet tot maximaal 2.0 m-mv. De vrijkomende grond is visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. de onderzochte terreindeken een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. De inspectie heeft plaatsgevonden als is voorgeschreven in het protocol 2018.
Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. Indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen wordt de vindplaats gemarkeerd en wordt het materiaal verzameld. Bij de visuele inspectie is geen grond geroerd of onder (vaste) obstakels gekeken. Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen zijn deze bemonsterd (door middel van “hand-picking”). Tevens is de inspectie-efficiëntie ingeschat. De inspectie-efficiëntie is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden, de conditie van de toplaag (vochtig, vegetatie, vastgereden, plassen) en het type grond (zand, klei). inspectiegaten bovengrond (0.0-ca. 0.5 m-mv) In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de bovengrond. In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond t.p.v. het terreindeel rondom de grote zaal teneinde een betrouwbare uitspraak te kunnen doen m.b.t. het voorkomen van asbest in de grond, inspectiegaten van 0.3 m x 0.3 m tot ca. 0.5 meter minus maaiveld, op a-selecte wijze, gegraven m.b.v. een schop.
Het uitgegraven materiaal is gezeefd over een 20 mm zeef en/of uitgeharkt (tandafstand 20 mm) en is gescreend op de volgende aspecten: • asbestverdachte restanten; • bodemsamenstelling; • afval- en puinrestanten.
november ’25
9
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
monstername grond en materialen Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001 en 2018. De visueel aangetroffen asbestverdachte materialen zijn op een adequate wijze verpakt en als materiaalmonster aangeleverd aan het laboratorium. Van het gezeefde materiaal <20 mm uit niet asbestverdachte inspectiegaten is een (meng)monster genomen bestaande uit twintig grepen van min. 0.5 kg. Evt. asbestverdachte inspectiegaten zijn afzonderlijk bemonsterd middels twintig grepen van ca. 0,5 kg. Na inspectie zijn de gaten weer gedicht met het uitgegraven materiaal. 3.2 Resultaten van het veldonderzoek maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. In tabel 6 is de inspectie-efficiëntie van het maaiveld beschreven.
tabel 6: inspectie-efficiëntie maaiveld deelgebied inspectie-efficiëntie deel van het plangebied 50%-70% waar puinresten in de grond zijn aangetroffen
conditie maaiveld kort gras, vegetatie (>25% van het maaiveld is zichtbaar)
Op basis van de visuele locatie-inspectie is op het maaiveld t.p.v. het onderzochte terreindeel geen asbest verdacht materiaal aangetroffen. tabel 7: lokale bodemopbouw bodemlaag hoofdbestanddeel m-mv 0.07-0.8 zand 0.8-1.1 zand 1.1-2.7 zand 2.7-3.5 leem
toevoeging
kleur
matig fijn, zwak siltig zwak siltig, matig fijn, zwak humeus matig fijn, zwak siltig sterk zandig
geel bruin/grijs beige grijs
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 8. tabel 8: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis filtertraject grondwaterstand m-mv m-mv
voorpompen liter
pH
Pb1
5
6.5
2.5-3.5
november ’25
1.94
EGV geleidingsvermogen µS/cm 390
troebelheid (NTU) 6
10
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 9 weergegeven. tabel 9: afwijkende waarnemingen boring/inspectiegat
diepte m-mv.
zintuiglijke waarnemingen
13 17 G1 G2 G3 G4 G5
0.0-0.5 0.0-0.5 0.0-0.5 0.0-0.5 0.0-0.4 0.0-0.5 0.0-0.5
baksteenresten baksteenresten baksteenresten, fractie >20 mm= <2-5% puinresten, fractie >20 mm= <5% baksteenresten, fractie >20 mm= <5% baksteenresten, fractie >20 mm= <2% puinresten, fractie >20 mm= <10%
grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest In tabel 10 is een overzicht opgenomen van de aangetroffen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de grond. tabel 10: asbest op maaiveld en inspectiegaten inspectiegat
G1 t/m G5
asbestverdacht
asbestverdacht materiaal
materiaal
grond in de fractie >20 mm
maaiveld
diepte (m-mv)
aantal gram
nee
0.0- max.0.5
-
* = veldvochtig
november ’25
11
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. In onderstaande tabel 11 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 11: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
MM1
15+16
0.07-0.5
-
NEN-grond(*)+arseen+AS3000
MM2
13+17
0.07-0.5
baksteen
NEN-grond(*)+arseen+AS3000
MM3
14+18+19
0.07-0.5
-
NEN-grond(*)+arseen+AS3000
MM4
13+14
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+arseen+AS3000
MM6
13+14+17 t/m 19
0.0-0.5
-
PFAS-28+AS3000
rondom de grote zaal grond
onderzoek arseen in de ondergrond en grondwater grond MM5
1+2+3
0.5-2.0
-
arseen+AS3000
grondwater 1 (peilbuis)
1
2.5-3.5
-
NEN-grondwater(**)+arseen+ +AS3000
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
november ’25
12
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Het uitgezeefde materiaal, fractie <20 mm, is onderzocht volgens NEN-5898. In onderstaande tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 12: analyseschema Monstercode
inspectiegat
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
0.0-max.0.5
puin/baksteen
asbest
rondom de grote zaal M1
G1 t/m G5
Opgemerkt wordt dat de fractie <500 ųm in dit stadium van het onderzoek kwalitatief is gecontroleerd om te kunnen vaststellen of er aanleiding bestaat om een kwantitatieve bepaling van deze fractie uit te voeren. In de fractie <500 ųm is geen asbest aangetroffen.
november ’25
13
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
4.2 Toetsingscriteria De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de volgende waarden: • Kwaliteitseisen uit het Besluit Bodemkwaliteit (bijlage B, regeling bodemkwaliteit 2022); • Interventiewaarde bodemkwaliteit (bijlage IIa, Besluit activiteiten leefomgeving); • Signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering (Bijlage Vd, Besluit kwaliteit leefomgeving = interventiewaarden Circulaire bodemsanering 2013). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). Toetsingen zijn voorlopig uitgevoerd volgens tijdelijke kaders van de Omgevingswet, in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. De in deze tabel genoemde kwaliteitseisen hebben de volgende betekenis: Landbouw/natuur Wonen Industrie Interventiewaarde Signaleringsparameter
= = = = =
bestaande kwaliteit in ‘schone’ gebieden geschikte toestand voor functie Wonen geschikte toestand voor functie Industrie aanwezigheid van mogelijke onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu beoordeling of sanering nodig is bij historische grondwaterverontreiniging
De kwaliteitseisen voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel. Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: tabel 13: overzicht van de toegepaste termen bij de toetsing volgens het kader van de Omgevingswet. kwaliteitseis
ondergrens kwaliteitsklasse
bovengrens kwaliteitsklasse
landbouw/natuur1 wonen2 industrie matig verontreinigd sterk verontreinigd
landbouw/natuur wonen industrie interventiewaarde bodemkwaliteit
landbouw/natuur wonen industrie matig verontreinigd -
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de kwaliteitseis landbouw/natuur. Overschrijding van de kwaliteitseis industrie houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de klasse landbouw/natuur en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen:
1 De kwaliteit van de grond overschrijdt niet de kwaliteitseis landbouw/natuur als bij meting van X stoffen in de grond het rekenkundige gemiddelde van
maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de kwaliteitseis landbouw/natuur. De verhoging mag per stof maximaal 2x de kwaliteitseis landbouw/natuur voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen (met uitzondering van nikkel) geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de kwaliteitseis wonen van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
2 De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen
verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
november ’25
14
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
asbest in grond en puin De resultaten van het onderzoek asbest in grond worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Voor asbest in grond is een interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. vastgesteld. Aan deze waarde zijn de gewogen asbestconcentraties (mg/kg ds) getoetst. Gewogen betekent het gehalte serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet). Indien de gewogen asbestconcentratie in grond c.q. puin boven 100 mg/kg ds is vastgesteld, is sprake van met asbest verontreinigde grond c.q. puin. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. Indien asbest in de grond boven 100 mg/kg ds aanwezig is en deze verontreiniging vóór 1993 is ontstaan, is ongeacht de omvang van de verontreiniging sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in grond.
Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een indicatieve uitspraak over de mogelijke verontreiniging van het toegepaste bouw- en sloopafval of recyclinggranulaat / bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek asbest al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de grenswaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de grenswaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Alleen als in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerd materiaal in de gaten en aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek is een directe toetsing aan de grenswaarde mogelijk. Als het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de grenswaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de grenswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de grenswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogst bepaalde waarde binnen een(deel)locatie of (deel)partij is hiervoor bepalend.
november ’25
15
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
Van de bodemlagen waarin zintuiglijk asbesthoudende materialen zijn aangetroffen in de fractie >20 mm is een berekening gemaakt van de asbestconcentratie. Hiertoe is gebruik gemaakt van de navolgende formule: Cmi=∑ (Mk x %k,I /100) / Mlok Cmi = De concentratie aan asbest van asbestsoort ‘i’ is afkomstig van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg/kg d.s.; Mk = de massa verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg; %k,i = het percentage aan asbest van het asbestsoort ‘i’ in de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in %; Mlok = het drooggewicht van het verzamelmonster grond op locatie, in kg. Als het gewicht van het geïnspecteerde monster (gat of sleuf) op locatie exact is gewogen, moet het drooggewicht van het monster uitgegraven materiaal op locatie worden bepaald volgens: Mloc = Mvloc x Ma/Mva waarin: Mvloc is de massa van het uitgegraven veldvochtige materiaal op locatie, in kg; Ma is de massa van het gedroogde analysemonster, in kg; Mva is de massa van het veldvochtige analysemonster, in kg. Wanneer een groot monster (toplaag of sleuf of gat) is geïnspecteerd op locatie kan dit in principe niet worden gewogen.
In deze gevallen moet het drooggewicht van het monster worden afgeleid volgens: Mloc = (1 000 x V x ns) x (%E/100) x Ma/Mva waarin: V is het volume van het geïnspecteerde monster op locatie, in m3; ns is de volumieke massa van het geconsolideerde materiaal op locatie, in kg/dm3; %E is een schatting van de inspectie-efficiëntie, in %. waarin: V (in dm3) : volume (V) van de sleuf of het gegraven gat. Mk (in mg) : massa van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type "k" (bijvoorbeeld asbestplaatjes). %k,i : gemiddeld % van asbestsoort "i" (bijv. chrysotiel) in de verzamelde asbesthoudende materialen van type "k". Ns (in kg/dm3) : stortgewicht van de grond/puin. ds : percentage droge stof
november ’25
16
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
toetsingskader PFAS Het toetsingskader voor PFAS in grond is opgenomen in het “handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie d.d. december 2023”. In tabel 14 zijn de toepassingsnormen voor PFAS stoffen opgenomen. tabel 14: toepassingsnorm voor toepassen grond en baggerspecie op landbodem boven grondwaterniveau (in µg/kg d.s.) Categorie
toepassingssituatie
toepassingswaarde (µg/kg d.s)
op de landbodem 4.1
4.2
4.3
4.4 4.5, vervallen
Grond en baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau bodemkwaliteitsklasse bodemfunctieklasse wonen of industrie
wonen of industrie
landbouw / natuur
wonen of industrie
landbouw / natuur, wonen of industrie
landbouw / natuur
Baggerspecie verspreiden, als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid onder a van het Bal (verspreiden inclusief verspreiden in weilanddepots van baggerspecie afkomstig uit regionale wateren op aangrenzende percelen of op landbouwgronden gelegen tot 10 km afstand van de plaats van vrijkomen) Grond en baggerspecie grootschalig toepassen boven grondwaterniveau(1) Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau, met inbegrip van grootschalige toepassing.
in oppervlaktewaterlichaam Grond toepassen 4.6
4.7
4.8.1
4.8.2
Baggerspecie verspreiden in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of aansluitende (sedimentdelende)(10) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen (als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid onder b en c van het Bal). Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in toepassingen, als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid onder f, g en h van het Bal Het in een ander oppervlaktewaterlichaam: • verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende oppervlaktewaterlichamen) als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid onder b van het Bal en • het toepassen van baggerspecie en grond in toepassingen als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid onder f, g en h van het Bal.
overige PFAS en PFOS: 3.0 PFOA: 7.0 overige PFAS en PFOS: 1.4 PFOA: 1.9 overige PFAS en PFOS: 1.4 PFOA: 1.9 overige PFAS en PFOS: 3.0 PFOA: 7.0
overige PFAS en PFOS: 3.0 PFOA: 7.0 Gebiedskwaliteit, indien niet bekend 0,1 Vervalt, zie categorie 4.1, 4.2 en 4.3
Vervalt, zie categorie 4.8.2, 4.9.1 en 4.9.2 Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters. Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters. Rijkswater: PFOS = 3,7 PFOA = 0,8 Overige PFAS= 0,8 Anders: Overige
PFOS = 1,1 PFOA = 0,8 PFAS = 0,8
4.9.1
Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater (1) (8)
PFAS = 0,8 PFOS = 3,7
4.9.2
Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater (1) (6)
PFOS = 1,1 PFOA = 0,8 Overige PFAS = 0,8
november ’25
17
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
november ’25
18
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na de tabellen worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. 4.3.1
Verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740
onderzoeksresultaten grond In tabel 15 staat een samenvatting weergegeven van de toets resultaten van de onderzochte mengmonsters van de boven en ondergrond. tabel 15: samenvatting toets resultaten boven- en ondergrond grondmengmonster/ zintuiglijk boring rondom de grote zaal MM1
-
landbouw/ natuur
alle onderzochte parameters MM2 baksteen overige onderzochte parameters MM3 overige onderzochte parameters MM4 alle onderzochte parameters onderzoek arseen in de ondergrond MM5 arseen
wonen
industrie
matig verontreinigd
sterk verontreinigd (> I)
toetsing eindoordeel
-
-
-
-
landbouw/natuur*
lood, zink
-
-
-
wonen
lood, PAK’s, PCB’s -
-
-
-
wonen
-
-
-
landbouw/natuur*
-
-
-
-
landbouw/natuur*
landbouw/ natuur wonen
beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse landbouw / natuur /
industrie
maximale waarde wonen < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde industrie beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse industrie
matig verontreinigd
maximale waarde industrie < gehalte (gssd) ≤ interventiewaarde beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse matig verontreinigd
sterk verontreinigd >I
beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse sterk verontreinigd
maximale waarde landbouw/natuur < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde wonen beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse wonen
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
november ’25
19
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
onderzoeksresultaten grondwater In tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toets resultaten van de onderzochte grondwatermonsters. tabel 16: samenvatting toets resultaten grondwater. Peilbuis
zintuiglijk
<streefwaarde
onderzoek arseen in grondwater Pb1 overige (2.0-3.0) onderzochte parameters <streefwaarde >streefwaarde en <signalerings parameter >signalerings parameter
>streefwaarde
arseen, barium
>signaleringsparameter
toetsing eindoordeel
-
<signalerings parameter beoordeling grondwatersanering Bij overschrijding zijn er geen significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig. Bij overschrijding zijn er geen significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig.
Bij overschrijding zijn er mogelijk significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig (voormalige interventiewaarde).
interpretatie onderzoeksresultaten rondom grote zaal bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. Bovengrondmengmonster MM2 bevat verhoogde gehalten lood en zink (zware metalen) die voldoen aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bovengrondmengmonster MM3 bevat verhoogde gehalten lood (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) en polychloorbifenylen (PCB’s) die voldoen aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. indicatief onderzoek PFAS-stoffen in de bovengrond Het uitgevoerde indicatief onderzoek PFAS stoffen in de bovengrond heeft tot doel om een indicatief inzicht te verkrijgen in de evt. aanwezigheid van PFAS stoffen in de bovengrond. E.e.a. n.a.v. het “handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie december 2023”. Om een indicatie te verkrijgen is één bovengrondmengmonster samengesteld en geanalyseerd op PFASstoffen. Bovengrondmengmonster MM5 bevat PFOA lineair en PFOS lineair, som PFOA en som PFOS verhoogd t.o.v. de bepalingsgrens.
De gemeten gehalten som PFOA (0.6 μg/kg ds) en som PFOS (0.4 μg/kg ds) in bovengrondmengmonster MM5 overschrijden de toepassingsnorm voor landbouw/natuur uit het handelingskader PFAS (bij toepassing op landbodem, boven grondwaterniveau en buiten een grondwaterbeschermingsgebied) niet. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM4 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. De verhoogd gemeten gehalten zware metalen, PAK’s en PCB’s in de bovengrond zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen niet direct te relateren aan bodemvreemde afwijkingen in het opgeboorde monstermateriaal, mogelijk is er deels een relatie met de plaatselijk waargenomen baksteenresten. In algemene zin geldt dat in gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen, PAK’s en /of PCB’s in de grond gemeten.
november ’25
20
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
Zware metalen bezitten veelal een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan sliben kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) omvat een groep van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen, die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. Ze kunnen zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s kunnen ook worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten.
In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. Polychloorbifenylen (PCB’s) zijn persistente organische verbindingen die tussen circa 1930 en 1985 op grote schaal zijn toegepast in onder andere transformator- en condensatoroliën, hydraulische vloeistoffen en als weekmaker in verf, kit en kunststoffen. Ondanks het verbod op productie en gebruik sinds de jaren tachtig, kunnen PCB’s nog steeds in het milieu worden aangetroffen vanwege hun stabiele chemische structuur en beperkte afbreekbaarheid. PCB’s kunnen in de bodem terechtkomen door lekkages of morsingen van PCB-houdende apparatuur, verwering van bouwmaterialen (zoals kit en verf), of door verspreiding van verontreinigd puin of grond bij bouwwerkzaamheden en sloop. Eenmaal in de bodem hechten PCB’s zich sterk aan organisch stof en fijnere bodemfracties, waardoor zij slechts beperkt mobiel zijn maar langdurig aanwezig kunnen blijven. opmerking t.a.v. lood in de bodem Een bodemverontreiniging met lood kan vooral voor jonge kinderen een gezondheidsrisico vormen. De wetenschappelijke kennis laat zien dat de huidige interventiewaarde bodem onvoldoende bescherming biedt voor de gezondheid van deze kinderen.
De GGD heeft de wettelijke taak gemeenten te adviseren over de gezondheidsrisico’s van omgevingsfactoren en de publiekscommunicatie daarover. De loodinname die bij kinderen leidt tot één of drie IQ-puntenverlies kan met het blootstellingsmodel CSOIL worden omgerekend naar een gehalte lood in bodem. In onderstaande tabel staan de berekende gezondheidskundige risicowaarden voor lood in bodem weergegeven. Bij de beoordeling van het gezondheidsrisico van lood in bodem wordt het gemeten loodgehalte in de bodem gebruikt (dus niet het gestandaardiseerde loodgehalte). In onderstaande figuur staan ook de handelingsperspectieven en gebruiksadviezen. Voor plaatsen waar jonge kinderen veel in contact komen met grond, gaat de voorkeur uit naar een voldoende bodemkwaliteit voor lood. Het is een beleidsmatige afweging hoe de risicowaarden in de praktijk worden toegepast en welke acties men hieraan koppelt. De GGD wordt bij voorkeur vroegtijdig hierbij betrokken. Op basis van het gemeten gehalte lood in bovengrondmengmonster MM2 (66 mg/kg d.s) geldt bij het gebruik als grote moestuin een matige bodemkwaliteit voor lood.
november ’25
21
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
figuur 2: gezondheidskundige risicowaarden en handelinsperspectieven voor lood in bodem
november ’25
22
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
onderzoek arseen in de ondergrond en grondwater ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM6 bevat geen verhoogd gehalte arseen (zware metalen) t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. grondwater peilbuis 1 (2.5-3.5 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat verhoogde gehalten arseen en barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering worden in deze gevallen niet overschreden. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan in algemene zin worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
november ’25
23
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
4.3.3
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2
In deze paragraaf zijn de resultaten van de analyses van de grondmonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. De totale concentratie aan asbest per inspectiegat wordt conform NEN-5707+C2 bepaald door de concentratie visueel zichtbaar asbest in de grove zeeffractie (fractie >20 mm) te sommeren met de concentratie visueel niet zichtbaar asbest in de fijne zeeffractie (fractie <20 mm). Door het gewicht te bepalen van de evt. handmatig verzamelde asbesthoudende materialen en dit te delen door de massa (inhoud / soortelijk gewicht) van het betreffende inspectiegat wordt de concentratie asbestverdacht materiaal in het inspectiesleuf bepaald. Deze concentratie moet echter nog worden gecorrigeerd voor het percentage asbest in de materiaalmonsters dat door het laboratorium is bepaald. De analyseresultaten van de grond(meng)- en materiaalmonsters zijn samen met de interpretatie opgenomen in tabel 17 t/m 19. tabel 17: resultaten asbestanalyse materiaal verzamel monsters in de fractie > 20 mm (absoluut gewicht) Monsteromschrijving
Vorm
Asbestgehalte (%)
(inspectiegat)
Serpentijn
Amfibool
chrysotiel
amosiet
crocidoliet
(mg)
(mg)
(mg)
maaiveld
-
-
-
-
G1 t/m G5
-
-
-
-
Toelichting HB = hecht gebonden tabel 18: resultaten asbestanalyses grondmengmonsters uit de fractie <20 mm inspectiegat
monstercode
diepte in m-mv
gewogen asbestconcentratie < 20 mm
serpentijn amfibool
asbest (gewogen) afgerond
crysotiel
amosiet
crocidoliet mg/kg
<0.3
-
-
rondom de grote zaal G1 t/m G3
M1
0.0-max.0.5
<0.3
Op de analysecertificaten staan de bovengrenzen van de analyses vermeld. Deze gelden als detectiegrenzen en zijn qua hoogte afhankelijk van de onderzochte monstervolumes en de samenstelling van de monsters.
november ’25
24
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
tabel 19: overschrijdingstabel resultaten totaal asbestanalyses inspectiegat (m-mv)
Berekende asbestconcentratie (fractie > 20 mm) mg/kg d.s. (gewogen) gem. ondergrens bovengrens conc.
rondom de grote zaal G1 t/m G5 -
-
-
Asbestconcentratie (fractie < 20 mm) mg/kg d.s. (gewogen) gem. ondergrens conc.
<0.3
0.0
Totale asbestconcentratie mg/kg d.s. (gewogen) bovengrens
gem. conc.
ondergrens
bovengrens
0.6
<0.3
0.0
0.6
toelichting =geen asbest aangetoond (concentratie beneden of gelijk aan de bepalingsgrens) =concentratie boven de bepalingsgrens en beneden of gelijk aan de interventiewaarde: licht verhoogd =concentratie boven de interventiewaarde: sterk verhoogd
interpretatie resultaten maaiveld Op basis van de visuele locatie-inspectie is op het geïnspecteerde deel van het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. terreindeel rondom de grote zaal bovengrond (0.0-max. 0.5 m-mv) Ter plaatse van de inspectiegaten G1 t/m G5 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.0max. 0.5 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest in bovengrondmengmonster M1 (inspectiegaten G1 t/m G5) bedraagt <0.3 mg/kg d.s. en is daarmee niet verhoogd t.o.v. de bepalingsgrens en het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) voor asbest. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) fractie >20 mm Op basis van de uitgevoerde inspectie van het opgeboorde materiaal uit de inspectiegat G3 zijn vanaf ca. 0.5 m-mv visueel geen bodemvreemde materialen waargenomen. fractie <20 mm Van de ongeroerde ondergrond vanaf 0.5 m-mv zijn in deze fase van het onderzoek geen grondmonsters geanalyseerd op de fractie <20 mm. Omdat geen asbestverdacht materiaal (met fractie > 20 mm) in de ongeroerde ondergrond is aangetroffen is de verwachting dat er geen asbest met fractie < 20 mm in de ongeroerde ondergrond aanwezig is.
november ’25
25
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. 5.1
verkennend milieukundig bodemonderzoek NEN-5740
zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal plaatselijk puin- en baksteenresten waargenomen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is in het opgeboorde monstermateriaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). eindconclusie verkennend bodemonderzoek NEN-5740 In de bovengrond rondom de grote zaal zijn enkele stoffen verhoogd aangetoond in gehalten die tenminste voldoen aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. In de onderzochte ondergrondmonsters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. Ook geldt dat arseen niet verhoogd is aangetoond. In de bovengrond rondom de grote zaal zijn geen gehalten aan PFAS-verbindingen aangetoond boven de toepassingsnorm voor landbouw/natuur uit het handelingskader PFAS (bij toepassing op landbodem, boven grondwaterniveau en buiten een grondwaterbeschermingsgebied). In het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 zijn verhoogde gehalten gemeten t.o.v. de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering. De gemeten gehalten in de grond en het grondwater geven, naar onze mening, uit milieuhygiënische overweging geen aanleiding tot het instellen van nader onderzoek.
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek geldt, ten aanzien van de milieuhygiënische kwaliteit van de vaste bodem, naar onze mening, geen belemmering voor het beoogde gebruik van de onderzoekslocatie. Echter, het is van belang te benadrukken dat het bevoegd gezag hierin de uiteindelijke beslissing neemt en hierbij beleidsmatige afwegingsruimte heeft, wat kan resulteren in een afwijkend besluit. Aan onze inschatting (expert-judgement) kunnen dan ook geen rechten worden ontleend en deze is louter indicatief van aard. 5.2
verkennend onderzoek asbest in grond NEN 5707
eindconclusie verkennend onderzoek NEN-5707 Ter plaatse van de inspectiegaten G1 t/m G5 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.0max. 0.5 m-mv), rondom de grote zaal, in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest in bovengrondmengmonster M1 (inspectiegaten G1 t/m G5) bedraagt <0.3 mg/kg d.s., het gemeten gewogen gehalte is niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) voor asbest.
november ’25
26
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 20 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 20: toetsing hypothese Locatie NEN-5470 Pr. Julianalaan 8 Ommen
Hypothese
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
de bovengrond voldoet aan wonen/industrie, de ondergrond aan landbouw/natuur, het grondwater voldoet aan de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering
ja
nee, onderzoeksinspanning voldoende
nee, er zijn geen gehalten boven de grenswaarde/ interventiewaarde, de toetsingswaarden voor nader onderzoek, het MTR-humaan of de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering gemeten
nee, geen verhoogde gehalten t.o.v. de bepalingsgrens aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
nee, er zijn geen sterk verhoogd gehalten in de bovengrond gemeten
NEN-5707+C2 gondom de verdacht grote zaal
Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen BRL SIKB 2001, 2002 en 2018. Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen AS3000 en/of overige geldende analysemethoden.
november ’25
27
aanvulling op verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Prinses Julianastraat 8 te Ommen
Aanbevelingen Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op basis van de regels in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moeten voor de milieubelastende activiteiten graven in bodem > 25 m3, het toepassen van grond en het opslaan van grond meldingen worden ingediend via het Omgevingsloket DSO. Met behulp van de ‘Vergunningscheck’ in het DSO kan worden nagegaan om welke meldingen het gaat in de betreffende situatie. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen toetsing is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar PFAS verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “matig en sterk verontreinigde grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van grond met de “bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur”.