7. Bijlage 5; beoordeling Erfgoedverordening 2011 op regelniveau
Tekst van het document
Naam verordening
Artikelnummer
Opschrift
Erfgoedverordening 2011 gemeente Ommen
1 Begripsbepalingen
Erfgoedverordening 2011 gemeente Ommen
De aanwijzing tot 3 gemeentelijk monument
Moet/mag/mag niet in Inhoud artikel omgevingsplan Deze verordening verstaat onder: a.Gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: 1.zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; 2.terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder 1; b.gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a; c.beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d.monumentencommissie: de op basis van art.15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de verordening en het erfgoedbeleid; e.gemeentelijke archeologische verwachtingswaardenkaart: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven; f.provinciale Archeologische Monumentenkaart: topografische kaart van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn
aangegeven; h.archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de archeologische verwachtingswaardenkaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn; i.hoge verwachtingswaarde: grote kans op archeologische vondsten of informatie; j.middelhoge verwachtingswaarde: gemiddelde kans op archeologische vondsten of informatie; k.lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische vondsten of informatie; l.specifieke verwachting: een specifieke verwachting in de stroomgebieden van de Regge en de Vecht l.plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden; m.programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek. n.gemeentelijke beleidsadvieskaart: kaart behorende bij de archeologische paragraaf van het bestemmingsplan; o.bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemenebepalingen omgevingsrecht; p.het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ommen; q.vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Mag r.Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument. 2.Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de monumentencommissie. 3.Voordat het college een monument met een religieuze bestemming, dat uitsluitend of voor een belangrijk deel wordt gebruikt voor de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar. Moet 4.Een pand of object dat is aangewezen als rijks- of provinciaal monument, wordt niet aangewezen als gemeentelijk monument. 1.Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen. 2.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: a.een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b.een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 3.Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.
Erfgoedverordening 2011 gemeente Ommen Erfgoedverordening 2011 gemeente Ommen
Erfgoedverordening 2011 gemeente Ommen Erfgoedverordening 2011 gemeente Ommen
4.Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien 10 Instandhoudingbepaling
en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in geding zijn. Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2 Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in 4-voud ingediend.
11 De schriftelijke aanvraag
12 Termijnen advies 13 Weigeringsgronden
Moet Mag
1.Het college zendt een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de monumentencommissie voor advies. 2.Binnen vijf weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college. 3.Als de aanvraag om vergunning uitsluitend betrekking heeft op ondergeschikte voorzieningen en aan de buitenzijde van het pand of object niet zichtbare onderdelen, wordt de aanvraag om vergunning voor het gemeentelijk monument niet voor advies voorgelegd aan de monumentencommissie. De vergunning kan slecht worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.
Mag Mag
Erfgoedverordening 2011 gemeente Ommen
16 Instandhoudingbepaling
Erfgoedverordening 2011 gemeente Ommen
Opgravingen en plan van 17 aanpak
1.Het is verboden om in een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder h, de bodem dieper dan 50 cm onder de oppervlakte te verstoren. 2.Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien; a.het een verstoring betreft van een archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de Archeologische verwachtingswaardenkaart voor het grondgebied van de gemeente Ommen, en waarbij die verstoring plaatsvindt: ·in een gebied met een lage archeologische verwachting en het te verstoren gebied kleiner is dan 1 ha, of; ·in een gebied met een gematigde, hoge of specifieke archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 2500 m2, of; ·in het gebied van de bebouwde kom van Ommen met onbekende archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2; b.in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; c.sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; d.het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke archeologische verwachtingswaardenkaart of de gemeentelijke
beleidsadvieskaart; e.een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: ·het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of ·de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of ·in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. 1.Indien binnen het grondgebied van de gemeente Ommen onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient, onverminderd de overige bepalingen van deze wet, de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van aanpak als bedoeld in artikel 1 onder l van deze verordening ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te overleggen,. 2.Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de Archeologische monumentenzorg. 3.Een archeologisch onderzoek mag worden uitgevoerd nadat het plan van aanpak door degemeente is goedgekeurd.
Moet
Mag