6. Toelichting
Tekst van het document
Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat
Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varse nerstraat vastgesteld
Inhoudsopgave
Toelichting
3
BJZ.nu Bestemmingsplannen
2
Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varse nerstraat vastgesteld
Toelichting
BJZ.nu Bestemmingsplannen
3
Bestemmingsplan
Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat
Oktober 2021
Vastgesteld
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld
Bestemmingsplan Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat
Plannaam: Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat IMRO-nummer: NL.IMRO.0175.centrum2012bp0007-VG01 Plantype: Bestemmingsplan Status: Vastgesteld Datum: Oktober 2021
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIG PLANOLOGISCHE REGIME .................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE ....................................................... 8 2.1 2.2
HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 8 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 9
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 11 3.1 3.2 3.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 11 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 13 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 18
HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 21 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
GELUID .................................................................................................................................................... 21 BODEM.................................................................................................................................................... 22 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 23 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 24 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 25 GEUR ...................................................................................................................................................... 27 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 28 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 29 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 30
HOOFDSTUK 5 WATERASPECTEN........................................................................ 32 5.1 5.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 32 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 33
HOOFDSTUK 6 TOELICHTING OP DE PLANREGELS..................................................... 34 6.1 6.2 6.3
INLEIDING ................................................................................................................................................ 34 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 34 VERANTWOORDING VAN DE REGELS.............................................................................................................. 36
HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 37 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG ........................................................................... 38 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5
HET RIJK .................................................................................................................................................. 38 PROVINCIE OVERIJSSEL ............................................................................................................................... 38 WATERSCHAP VECHTSTROMEN .................................................................................................................... 38 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 38 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 38
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 39 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4
AKOESTISCH ONDERZOEK ..................................................................................................................... 40 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 41 AERIUS-ONDERZOEK ........................................................................................................................... 42 WATERTOETS .................................................................................................................................... 43
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Aan de Varsenerstraat ongenummerd (perceel OMN02- C 645) in Ommen bevindt zich een centrumlocatie welke momenteel in gebruik is als parkeergelegenheid. Initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse van dit perceel, tegelijkertijd met de door de gemeente uit te voeren herinrichting van het parkeerterrein, twee stadswoningen te realiseren. De ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan ‘Centrum Ommen’. Binnen dit bestemmingsplan is het op deze locatie toegestaan één vrijstaande woning te realiseren op een groter kavel. Het voornemen van initiatiefnemer is echter om twee stadswoningen te bouwen, om zo beter aan te sluiten op de behoefte van de woningmarkt. De oppervlakte van de kavel wijzigt niet significant. Hiertoe ontbreken echter de juiste bouw- en gebruiksmogelijkheden. Voor de uitwerking van het ontwerp van zowel het parkeerterrein als de woningen is uitgebreid overleg gevoerd met de planomgeving hetgeen heeft geleid tot diverse aanpassingen van zowel de opzet van het parkeerterrein als de inpassing van de woningen. Hiervan wordt verslag gedaan in paragraaf 3.3.1. Het is gewenst de huidige bestemmingen (de gronden hebben gedeeltelijk een woonbestemming en gedeeltelijk een verkeersbestemming) te wijzigen naar een reguliere woonbestemming. Dit bestemmingsplan voorziet in een adequaat juridisch-planologische kader voor deze locatie.
In deze toelichting wordt op beknopte wijze aangetoond dat in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Varsenerstraat, ongenummerd, in het centrumgebied van Ommen. De indicatieve ligging van het plangebied ten opzichte van Ommen en de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1. In de afbeelding is het plangebied indicatief aangegeven door middel van de rode ster en rode omlijning. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan.
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied ten opzichte van Ommen en de directe omgeving (bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0175.centrum2012bp0007-VG01) en een renvooi; regels.
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologische regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Centrum Ommen’, vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Ommen op 27 juni 2013. Het plangebied heeft gedeeltelijk de bestemming ‘Wonen - 2’ en is voorzien van een bouwvlak en de aanduiding ‘vrijstaand’ . Naast de bestemming ‘Wonen – 2’ is de dubbelbestemming ‘waarde – archeologische verwachtingswaarde’ van toepassing. Daarnaast is het plangebied voorzien van de bestemming ‘Verkeer – verblijf – 2’. In afbeeldingen 1.2 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven.
Afbeelding 1.2: Uitsnede plankaart geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl
1.4.2
Beschrijving huidige bestemmingen
Wonen – 2 De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, beperkt tot het bestaande aantal woningen, aan huis gebonden beroepen met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven. Bouwen is toegestaan uitsluitend ten dienste van de bestemming , en voor zover in de verbeelding een bouwvlak is aangegeven, dienen de gebouwen binnen dit bouwvlak te worden gebouwd. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld Verkeer – Verblijf – 2 De voor 'Verkeer - Verblijf - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor voornamelijk wegen en straten, wandelen fietspaden met een functie voornamelijk gericht op verblijf alsmede voor verkeer gericht op aangrenzende en nabijgelegen bestemmingen. Daarnaast zijn de gronden bedoeld voor parkeer-, en groen- en speelvoorzieningen, evenementen, waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen en openbare nutsvoorzieningen. Dit met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voornamelijk betreffen het echter (on)bebouwde gronden. Waarde – archeologische verwachtingswaarde De voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de verwachte archeologische waarden. 1.4.3
Strijdigheid
Zoals in paragraaf 1.1 al aangegeven voorziet het voornemen in de realisatie van een tweetal stadswoningen. Dit past zowel qua bouwen als gebruik niet binnen de geldende bestemmingen en is hiermee niet toegestaan. Achtergrondinformatie De gemeente heeft aangegeven te kunnen instemmen met dit voornemen. Daarnaast is inmiddels duidelijk dat de zogenaamde ‘woonwerkunit’ op de hoek van de Varsenerstraat (achter de Jumbo) niet worden gebouwd, waardoor deze parkeerlocatie behouden blijft voor het centrum. Het bestemmingsplan dient ten gevolge hiervan te worden herzien om de beoogde ontwikkeling mogelijk te kunnen maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om het voornemen te kunnen realiseren.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en de gewenste situatie gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Ommen beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 8 in op het vooroverleg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE
Huidige situatie
Het plangebied ligt aan de Varsenerstraat ongenummerd (perceel OMN02- C 645) ter hoogte van de winkels Voscomtronics en EP in Ommen. Het betreft in de huidige situatie een centrumlocatie welke in gebruik is als parkeergelegenheid voor ondermeer het nabijgelegen centrum. Het plangebied is grotendeels verhard. In afbeelding 2.1 en 2.2 zijn een luchtfoto en een straatbeeld van het plangebied opgenomen.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie (Bron: Provincie Overijssel)
Afbeelding 2.2: Straatbeeld vanaf de Varsenerstraat (Bron: Google Streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld
2.2
Gewenste situatie
Het voornemen is om in het projectgebied een tweetal stadswoningen met tuinen en parkeergelegenheid te realiseren, in afbeelding 2.3 is een situatietekening/impressie van het voornemen opgenomen. De woningen worden met de voorgevel georiënteerd aan de zijde van de Varsenerstraat. Concreet gaat het om twee stadswoningen in het midden segment. Gelet op de ligging van het perceel is de locatie geschikt als woonlocatie. De ontsluiting van de woningen vind plaats via de Varsenerstraat. Het parkeren zal plaatsvinden op het eigen erf. De overige gronden in de nabijheid van het plangebied zullen door de gemeente worden heringericht als parkeergelegenheid omdat het eerder genoemde “binnenstadsparkje” en de locatie van de “woonwerkunit” niet worden ontwikkeld. Dit laatste is in een overeenkomst geregeld tussen de gemeente en de initiatiefnemer.
Afbeelding 2.3: Impressie van het voornemen (Bron: Geesink Weusten architecten)
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1
Algemeen
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. In dit geval wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren (december 2018)’ van het CROW en de Parkeernormennota Ommen. Voor de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de CROWpublicatie. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus op de hoogte van het parkeerkencijfer. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld aantal adressen per vierkante kilometer. In de vermelde publicatie van het CROW worden parkeerkencijfers weergegeven onderverdeeld naar functies, de stedelijke zone en de stedelijkheidsgraad. Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. 2.3.2
Parkeerbehoefte
In het voorliggende plan worden twee stadswoningen mogelijk gemaakt. Feitelijk is er echter sprake van een wijziging van de planologische toegestane situatie, dus van een vrijstaande woning naar een twee-onder-eenkapwoning in het centrum van Ommen. • •
Een enkele vrijstaande woning heeft een parkeernorm van 1.8 parkeerplaats per woning. Een twee-onder-een-kapwoning heeft een parkeernorm van 1.7 parkeerplaats per woning.
Dit toegepast op de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voor in totaal voor 2 woningen betekent dat er een parkeerbehoefte van 3.4 parkeerplaatsen (afgerond 4) is in de nieuwe situatie. Er is dus in totaal een behoefte van 4 parkeerplaatsen. Hiervan worden er twee opgelost in de eigen ruimte. Vervolgens blijft een resterende parkeerbehoefte over van twee parkeerplaatsen. Formeel dienen die op eigen terrein opgelost te worden. In het geval dat dat niet mogelijk is, kan gekeken worden naar de openbare ruimte. De planlocatie is echter gelegen in het centrumgebied van Ommen, waarin parkeerregulering van kracht is. Conform paragraaf 6.5 van de parkeernormennota kan in dat geval anders omgegaan worden met de parkeerbehoefte. Het realiseren van twee parkeerplaatsen in de openbare ruimte is door de parkeerregulering niet mogelijk. Op die parkeerplaatsen zou immers de blauwe zone van kracht zijn. Binnen het huidige parkeerbeleid is er geen mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing in de blauwe zone. Dat beperkt bewoners dus tot de mogelijkheid tot het realiseren van openbare parkeercapaciteit.
Dit is in lijn met het geldende parkeerbeleid in het centrum van Ommen voor (kleinschalige) woningontwikkeling in centrumgebieden De toekomstige bewoners komen niet in aanmerking voor een ontheffing blauwe zone, maar kunnen (voor de tweede auto) een vergunning aanvragen ten behoeve van het vergunninghoudersparkeerplaatsen. Daarnaast kunnen de bewoners buiten de geldigheidstijden van de blauwe zone natuurlijk gewoon parkeren. Bezoekers van de woningen kunnen in de blauwe zone parkeren, of voor langere tijd buiten de geldigheidstijden of op de langparkeerplaatsen (Voormars en Den Oordt). De verwachte toename van het aantal te verlenen vergunningen is hierdoor zeer beperkt, en er is nog voldoende ruimte om binnen de vergunningverlening beschikbaar. Gezien bovenstaande redenering wordt gesteld dat aan de benodigde parkeerbehoefte kan worden voldaan. 2.3.3
Verkeersgeneratie en ontsluiting
Gekeken wordt naar de verkeersgeneratie als gevolg van voorgenomen ontwikkeling ten opzichte van de huidige planologische situatie. In de gewenste situatie worden de percelen ontsloten op de Varsenerstraat. Met de realisatie van de twee woningen neemt de verkeersdruk, ten opzichte van de huidige situatie, niet onevenredig toe, temeer omdat er in de huidige situatie er diverse verkeersbewegingen zijn ten gevolge van het ter plaatse gesitueerde parkeerterrein. Bovendien wordt het verkeer door middel van de Varsenerstraat in verschillende richtingen verspreid over Ommen. Deze omliggende wegen beschikken allen over voldoende capaciteit om het verkeer op een veilige wijze af te wikkelen. Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect ‘verkeer en parkeren’ geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en waar nodig doorvertaald op de verbeelding en in de regels.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
3.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 in werking getreden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 3.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: •
•
• •
Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.
3.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In voorliggend geval is sprake van een toename van bebouwingsmogelijkheden. Met betrekking tot het realiseren van woningen zijn onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraken blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In dit geval worden twee woningen toegevoegd.
Geconcludeerd kan worden dat een verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. Het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau staat de ontwikkeling niet in de weg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei zijn de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. Op 13 november 2019 hebben Provinciale Staten de Actualisatie 2018/2019 gewijzigd vastgesteld. 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: • Duurzaamheid; • Ruimtelijke kwaliteit. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; • investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; • zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; • ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.
Afbeelding 3.1
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Hieronder worden de generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken nader toegelicht. 3.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype.
Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Toetsing van voorliggend initiatief aan het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel geeft globaal het volgende beeld. 3.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes is met name ‘Realisatie nieuwe woningen’ (artikel 2.2.2) van belang. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee stadswoningen. De woningen voorzien in de kwalitatieve behoefte in de lokale woningmarkt en worden gebouwd voor de lokale behoefte. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2. Op deze plaats wordt gesteld dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsverordening. 3.2.4.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Het plangebied ligt in de kern van Ommen en behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de omgevingsvisie opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld
Afbeelding 3.2
Uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel)
“Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ Het projectgebied betreft de locatie van een voormalig parkeerterrein, te midden van voornamelijk woon- en centrumfuncties. Herontwikkeling van het plangebied naar woningbouw is gelet op de woonomgeving waarin de locatie ligt passend en voorziet in de lokale woonvraag.
Het is een nieuwe duurzame functie voor de locatie. Verder levert de ontwikkeling door gasloos nieuw te bouwen tevens een bijdrage aan de energietransitie. Gesteld wordt dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief. 3.2.4.3 Hoe – Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De ‘Natuurlijke laag’ en de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ kunnen in dit geval buiten beschouwing worden gelaten aangezien de oorspronkelijke waarden van deze lagen niet meer voorkomen in het projectgebied. Ten aanzien van de ‘Laag van beleving’ wordt opgemerkt dat op de gebiedskenmerkenkaart het projectgebied niet is gelegen binnen een gebiedstype van de ‘Laag van beleving’ en kan daarom in dit geval ook buiten beschouwing gelaten worden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld 1.
De ‘Stedelijke laag’
In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen, maar daarbij wordt kwaliteit eigenheid en onderscheidend vermogen (mede gevormd door de historie) van de regio steeds belangrijker. Steden zijn de economische motors van Overijssel. Ook hier is sprake van een rijk palet: dorpen met centrumfuncties, landstadjes, steden en stedelijke netwerken. Elk met een eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het projectgebied is volgens de stedelijke laag gelegen in het gebiedstype ‘Historische centra binnensteden’ en ‘Bebouwingsschil 1900-1955’. In afbeelding 3.3 is dit weergegeven.
Afbeelding 3.3
Uitsnede van de stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
“Bebouwingsschil 1900 - 1955” De bebouwingsschil 1900-1955 bestaat uit gemengde stadwijken en woonwijken direct aansluitend op de historische centra en binnensteden. Deze stadswijken kennen een gesloten, compacte vorm (bouwblokken) en zijn veelal opdeelbaar in wijken met eigen karakter. Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaats vinden in de individueel ontwikkelde stadswijken van de bebouwingsschil 1900 - 1955, dan dragen deze bij aan behoud, versterking en vernieuwing van de individuele bebouwing met een eigen karakter en uitstraling. Ontwikkelingen voegen zich in maat, schaal en ritme naar de omliggende bebouwing. “Historisch centra, binnensteden” De historische centra, binnensteden en landstadjes vormen de functionele en emotionele kernen van de steden en dorpen. Ruimtelijk kenmerkend zijn de compacte bebouwingsstructuur, veelal binnen (voormalige) omwalling en veel individuele karakterverschillen op korte afstand. Veel historische centra, binnensteden en landstadjes herbergen bijzondere condities zoals een waterfront of stationsgebied en staan symbool voor de identiteit en eigenheid van de steden en stadjes. Functioneel worden deze gebieden gekenmerkt door een mix van functies waarvan de concentratie van voorzieningen op gebied van detailhandel, horeca, cultuur, onderwijs, gezondheidszorg et cetera een belangrijk deel vormt.
Oude singels en parken refereren aan oude stadswallen. Het historisch patroon van straten en bebouwing vormt nog steeds de onderlegger van de oude centra. Lokaal en streekgebonden variëren de historische centra, binnensteden en landstadjes sterk van elkaar. Onder andere zijn te herkennen: Hanzesteden, de kernen van de Stedenband Twente en de landstadjes.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan de “Stedelijke laag” In het voorliggende geval worden op een inbreidingslocatie, welke wordt aangemerkt als ‘bestaand bebouwd gebied’, twee nieuwe stadswoningen gerealiseerd. De ontwikkeling voegt zich in maat en karakter in het grotere geheel van het centrumgebied van Ommen en wordt als onderdeel hiervan goed herkenbaar. Met het situeren van de twee stadswoningen is rekening gehouden met de rooilijnen van de naastgelegen bebouwing. Op deze wijze gaat de nieuwe bebouwing goed op in het huidige straatbeeld en vindt er een stedenbouwkundige afronding van het gebied plaats. Voor een nadere toelichting hierop wordt ook verwezen naar de planbeschrijving in hoofdstuk 2 van deze toelichting. Hier wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling op de bewuste locatie goed past bij het huidige karakter van het omliggende gebied en derhalve passend is binnen de ‘stedelijke laag’. 3.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciale beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het provinciale beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen (GOP)
3.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van Ommen heeft op 7 februari 2013 het Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen (GOP) vastgesteld. Het GOP is tevens een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het GOP wordt de missie uit het Ommer Motief concreet uitgewerkt. Het plan bundelt de ambities op alle voor het omgevingsbeleid relevante beleidsterreinen: sociaal, economisch en fysiek. 3.3.2.2 Ambities GOP In het GOP gaat men uit van de kernambitie uit het Ommer Motief. De kernambitie luidt: “Ommen ontwikkelt zich op duurzame wijze en uitgaande van haar kernkwaliteiten, tot een groene, gastvrije en geïnspireerde verblijfsgemeente. Een leefbare gemeente voor iedereen die er woont, werkt of recreëert.” In het omgevingsplan worden om dit te bereiken bewuste keuzes gemaakt op sociaal-maatschappelijk, economisch en fysiek ruimtelijk gebied. Keuzes die er op zijn gericht de ambities en het streefbeeld uit het Ommer Motief te realiseren. De kernambitie uit het Ommer Motief wil Ommen realiseren door op duurzame wijze in te zetten op het behouden en versterken van haar ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid. Rekening houdende met en anticiperende op lokale, landelijk en internationale trends en ontwikkelingen, brengt dit een groot aantal opgaven met zich mee. De kernambitie van Ommen is vertaald in meerdere thematische beleidsambities.
Per invalshoek zijn de beleidsambities zoveel mogelijk geïntegreerd en gebundeld in de volgende drie centrale thema’s (3-P’s): • • •
Welzijn en leefbaarheid (People) Thema’s: Wonen / Onderwijs / Veiligheid, gezondheid, zorg, sport en cultuur Welvaart en economie (Prosperity) Thema’s: Bedrijvigheid en voorzieningen / Landbouw / Recreatie en toerisme Omgevingskwaliteit (Planet) Thema’s: Milieu, klimaat en duurzaamheid en openbare ruimte / Natuur, landschap, water en erfgoed/ Infrastructuur, verkeer en vervoer en bereikbaarheid
In het voorliggende geval is het thema “Wonen” van belang. Daarnaast zijn de gebiedsgerichte beleidsambities en de spelregels van bepaling. Op deze aspecten wordt hierna ingegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld 3.3.2.3 Wonen De ambities voor het gemeentelijk woonbeleid zijn: •
•
•
Vraag gestuurd huisvesten: het aanbod aan woningen is niet langer het uitgangspunt, maar de vraag van de (toekomstige) bewoners, die gemiddeld steeds ouder worden. Mensen moeten zich zelf verantwoordelijk voelen voor hun eigen woon- en leefsituatie en de gemeente wil dat faciliteren; Evenwichtige leeftijdsopbouw: voorkomen moet worden dat Ommen op enig moment nog vrijwel uitsluitend bestaat uit ouderen. Dit is niet goed voor de leefbaarheid en voor het draagvlak van voorzieningen. Daarnaast zijn er jongeren nodig om de ouderen een goed woongenot te bieden (door bijvoorbeeld in winkels te werken en zorg aan huis te bieden). Daarom streeft de gemeente naar een evenwichtige leeftijdsopbouw; Streven naar een duurzame gemeente en samenleving: het gemeentebestuur heeft grote aandacht voor duurzaamheid (duurzame woningen qua materiaalgebruik, CO 2-uitstoot en energiehuishouding) en wil stimuleren dat ouderen zo lang mogelijk in hun eigen, vertrouwde woning kunnen blijven wonen.
3.3.2.4 Spelregels GOP In het GOP heeft de gemeente een aantal spelregels opgenomen voor ontwikkelingen waar initiatiefnemers rekening mee moeten houden. Deze luiden als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
U dient belanghebbenden tijdig te informeren over uw initiatief (beoogde ruimtelijke ontwikkeling). U hebt een inspanningsverplichting om draagvlak te verkrijgen voor uw initiatief bij belanghebbenden. Uw initiatief dient op aantoonbare duurzame wijze gerealiseerd te worden. Uw initiatief dient bij te dragen aan de versterking van de omgevingskwaliteit. Uw initiatief dient bij te dragen aan de leefbaarheid van wijk of buurt (Noaberschap). Wanneer er sprake is van negatieve effecten op de omgevingskwaliteit, leefbaarheid of duurzaamheid dient u deze effecten adequaat te compenseren.
De uitwerking van deze spelregels wordt vastgelegd in een overeenkomst of op onderdelen in de bestemmingsregels. Aangegeven dient te worden (per voorwaarde) op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de gestelde spelregels. 3.3.2.5 Toetsing van het initiatief aan het “Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen” Algemeen Het voorliggend plan past binnen de ambitie en ontwikkelingsrichting van de gemeente Ommen. Er is in Ommen een grote behoefte aan goede, geschikte woningen voor zowel jongeren als ook ouderen. Er is eveneens ook vraag naar grondgebonden levensloopbestendige woningen en appartementen in het centrum van Ommen. De realisatie van twee stadswoningen in het plangebied sluit aan bij het voorzien in de behoefte aan geschikte woningen. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen. Hierna wordt ook nog puntsgewijs aan de spelregels van het GOP getoetst: •
•
Ad 1: Tijdens de totstandkoming van het oorspronkelijke bestemmingsplan ‘Centrum Ommen’ is een uitvoerig inspraaktraject gevolgd, waarbij bewoners en ondernemers van het centrum middels een afvaardiging waren vertegenwoordigd in een stuurgroep. Hierbij en ook nog na vaststelling van het bestemmingsplan is er veel gesproken over met name het parkeren in en om het centrum. Deze gesprekken hebben er uiteindelijk toe geleid dat de gemeente afziet van het reduceren van het aantal parkeerplaatsen in het centrumgebied. De ontwikkeling van de twee stadswoningen en de voorgenomen herinrichting van de omgeving tot parkeren (in plaats van binnenstadsparkje) sluit goed aan bij deze gekozen richting, hierna zal ook blijken dat actief het contact met de omwonenden ten aanzien van deze ontwikkeling is gezocht. Ad 2: initiatiefnemer is samen met de gemeente in gesprek gegaan met direct omwonenden en ondernemers in het plangebied. Nadat een uitnodigingsbrief voor een informatiebijeenkomst aan alle
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld
• •
• •
3.3.3
omwonenden en ondernemers uit de directe omgeving is verzonden, is er op 1 juli 2020 een inloopmiddag- en avond georganiseerd in zalencentrum “De Kern” in Ommen. Zowel de middag als de avond werden goed bezocht (totaal zo’n 18 bezoekers) en er zijn diverse aandachtspunten door de omgeving naar voren gebracht. De inspraak heeft ertoe geleid dat het oorspronkelijke plan (drie stadswoningen op deze plek) is aangepast naar twee woningen. Ook zijn er diverse aanpassingen gedaan aan het ontwerp van de inrichting van het openbaar gebied (andere indeling parkeerterrein, situering glas- en afvalcontainers, breedte van de stoepen, etc. etc.). In de maanden september t/m november 2020 heeft initiatiefnemer op basis van de aangepaste opzet met twee- in plaats van drie woningen nog een aantal keren overleg gevoerd met de insprekers om tot een goede afstemming te komen. Dit overleg heeft ertoe geleid dat de omgeving zich beduidend beter kan vinden in de laatst uitgewerkte ontwerpen van zowel de woningen als het parkeerterrein. Ad 3: binnen het plan is voldoende aandacht voor het aspect duurzaamheid. De woningen zullen worden uitgerust met een lucht-water warmtepomp en zijn voorzien van een aantal zonnepanelen.
Ad 4: binnen het plangebied en de ontwikkeling is aandacht voor de versterking van de omgevingskwaliteit aangezien er in een geschikte vervolgfunctie van het bestaande perceel wordt voorzien. Er is een grote behoefte aan (betaalbare) grondgebonden woningen in het centrum van Ommen. Ad 5: door het perceel een passende vervolgfunctie te geven wordt bijdragen aan de leefbaarheid van de omgeving. Ad 6: uit deze toelichting blijkt dat er geen sprake is van significant negatieve effecten op de omgevingskwaliteit, leefbaarheid of duurzaamheid. Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid en dat er een intensief overlegtraject met de directe omgeving heeft plaatsgehad.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en Besluit milieueffectrapportage.
4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. Door BJZ.nu is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek worden hierna beschreven. Voor het volledige onderzoeksrapport wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting.
4.1.2
Situatie plangebied
Railverkeerslawaai In de nabije omgeving van het plangebied is geen andere spoorweg aanwezig. Hiermee is het plangebied buiten de wettelijke geluidszones van spoorwegen gelegen. Het aspect railverkeerslawaai kan daarom buiten beschouwing worden gelaten en vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Industrielawaai Ter plaatse van het plangebied of in de nabijheid van het plangebied zijn geen gezoneerde industrieterreinen aanwezig. Het aspect industrielawaai wordt daarom buiten beschouwing gelaten. Wegverkeerslawaai Ingevolge de Wgh hebben alle wegen een zone waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is. De breedte van de zone, aan weerszijde van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (binnenstedelijk of buitenstedelijk). In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld Wettelijke geluidszones van wegen:
Aantal rijstroken
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1 of 2 rijstroken
200 m
250 m
3 of 4 rijstroken
350 m
400 m
5 of meer rijstroken
350 m
600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).
Langs alle wegen – met uitzondering van 30 km/u-wegen en woonerven – bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de weg moet worden getoetst. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. In de Wgh worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige gebouwen die liggen binnen de geluidszone van een weg. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidsbelasting vanwege wegverkeer bedraagt 48 dB. Plangebied Het plangebied ligt binnen stedelijk gebied in Ommen. In de directe nabijheid van het ligt de Varsenerstraat, de ontsluiting van het ten westen gelegen parkeerterrein. Ter plaatse geldt een snelheidsregime van 30 km/uur, waardoor de weg dan ook niet over een wettelijke geluidzone beschikt. De Wgh is dan ook niet van toepassing Ondanks dat de Wgh niet van toepassing is het in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ benodigd te bepalen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen. De cumulatieve geluidsbelasting ter plaatse van de te realiseren woningen bedraagt 54 dB ter plaatse van de zuidoostgevel (voorgevel) van de te realiseren woningen. Voor de overige gevels bedraagt de cumulatieve geluidsbelasting maximaal 51 dB.
Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (binnenniveau van 33 dB) te garanderen is ter plaatse van de zuidoostgevel een gevelwering van 21 dB benodigd. Ten opzichte van de standaard in het Bouwbesluit opgenomen gevelwering van 20 dB zijn daarom extra maatregelen in de gevel noodzakelijk om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. Met het treffen van passende maatregelen wordt daarmee ter plaatse van de te realiseren woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft het aspect wegverkeerslawaai gerealiseerd. 4.1.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat de Wet geluidhinder geen belemmering vormt voor het plan.
4.2
Bodem
4.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld 4.2.2
Situatie projectgebied
In voorliggend geval is door Kruse een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd ter plaatse van het projectgebied. Hierna wordt kort op de belangrijkste resultaten ingegaan. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 2 van dit bestemmingsplan. Onderzoeksresultaten In het grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging en de voorgenomen nieuwbouw van twee woningen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). 4.2.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Algemeen
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);
4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Centrum Ommen, herziening twee stadswoningen Varsenerstraat” Vastgesteld De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.3.2
Situatie plangebied
Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling, in verhouding tot de categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 4.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Daarnaast wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen' Tot slot wordt opgemerkt dat de functie in het projectgebied niet worden aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 4.3.3