CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Toetsingskader Buitensport

Gemeenteraad 8 mei 2025, gemeente OmmenBij agendapunt: Toekomstperspectief buitensport Ommen (887364)1.170 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Buitensport Toetsingskader

Een gezonde en vitale Ommense samenleving Gemeente Ommen heeft de ambitie zich te ontwikkelen tot een groene, gastvrije, geïnspireerde gezonde woon- en verblijfsgemeente. Ommen wil als verblijfsgemeente haar inwoners een gezonde en vitale samenleving bieden met onder andere goede, toegankelijke en hoogwaardige voorzieningen op het gebied van sport. Sport en bewegen draagt bij aan de gezondheid, aan het ontmoeten van andere mensen en kan bijdragen aan het terugdringen van eenzaamheid. Daarnaast dragen goede, toegankelijke en hoogwaardige sportvoorzieningen bij aan de aantrekkingskracht van Ommen als woonplaats. Een gezonde fysieke omgeving, met passende voorzieningen op het gebied van sport, is van belang om een gezond en actief leven te bevorderen voor Ommenaren. Nu en in de toekomst. Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) kent geen wettelijk kader waarin gemeenten verplicht worden om buitensport te faciliteren. Buitensport vormt een lokale beleidskeuze voor gemeenten. Als gemeenten buitensport faciliteren/exploiteren, moeten ze in het kader van wet en veiligheid zorgdragen voor een goede instandhouding van bestaande voorzieningen. In Ommen is de gemeente grofweg verantwoordelijk voor het in stand houden van velden, banen en bijbehorende inrichting (tenzij er afwijkende afspraken met verengingen zijn gemaakt/bijvoorbeeld privatisering).

De verenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor het in stand houden en vervanging van de opstallen. Voor het investeren in het in stand houden, uitbreiden, transformeren of het ontwikkelen van nieuwe initiatieven t.a.v. accommodaties, velden, banen, faciliteiten voor de buitensport in Ommen, zijn onderstaande uitgangspunten geformuleerd. Hieronder worden de uitgangspunten kort opgesomd en vervolgens verder toegelicht: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Maatschappelijk draagvlak en inhoudelijk beleidstoets; Breedtesport en lokale schaal vormen het vertrekpunt; In stand houden velden, banen en faciliteiten, tenzij; Bij vrijval aanwenden voor; Investeren in opstallen is geen gemeentelijke taak; Uitgangspunten bij renovatie, vervangingsopgave of nieuwe initiatieven.

1. Maatschappelijk draagvlak en inhoudelijke beleidstoets Investeren in buitensportvoorzieningen vormt voor een gemeente geen wettelijk kerntaak. Iedere gemeente bepaalt zelf met een eigen beleid wanneer ze een bijdrage leveren aan buitensport. Om die reden heeft de gemeente Ommen de afweging tot investeren gebaseerd op de volgende inhoudelijke facetten: Maatschappelijk draagvlak initiatief: o.a. wie bereik je met de activiteiten, opbouw/structuur vereniging/initiatief, duurzaamheid/continuïteit van de organisatie etc. Bijdrage aan lokale beleidsdoelstellingen: o.a. sport en preventieakkoord, inclusiviteit, omgevingsvisie etc. 2. Breedtesport en lokale schaal vormen het vertrekpunt Sportaccommodaties en faciliteiten zijn gericht op breedtesport, passend bij de lokale schaal van de gemeente Ommen. De insteek hiervan is om de Ommenaar een breed, inhoudelijk rijk en met name recreatief sportaanbod te bieden, afgestemd op de doelgroep van iedere sport(activiteit). Hiernaast moet het aanbod passen bij de lokale schaal van het inwonersaantal en spreiding van het aanbod over haar kernen. Kennismaken en ontplooiing staan voor de jeugd en jongeren centraal. Voor volwassenen is de insteek recreatief bewegen voor plezier en ontspanning tot

vitaliteit op hogere leeftijd. Bovenlokale tot regionale/landelijke ambities staat de gemeente onder voorwaarden toe, maar hierin zal ze zelf niet actief investeren. 3. In stand houden velden, banen en faciliteiten, tenzij De gemeente houdt huidige voorzieningen zoals velden, banen en faciliteiten in stand volgens de gemaakte afspraken met verenigingen (met uitzondering van privatisering). De voorgaande criteria liggen hieraan ten grondslag en de consequenties hiervan zijn voor de komende jaren inzichtelijk gemaakt in de nulmeting buitensport. De gemeente kan dit voor uitvoering van onderhoud/renovatie heroverwegen als blijkt dat: a. Een vereniging of initiatief haar maatschappelijke relevantie is verloren (zie criteria 1); b. Het voor een initiatief/vereniging niet meer exploitabel is; c. Er structureel onvoldoende bezetting is (landelijke norm + lokale afweging van activiteiten). Dit geldt ook voor de afweging voor in- of uitbreiding van velden/banen. De inhoudelijke afweging hiervoor ligt bij de gemeente. 4. Bij vrijval aanwenden voor Als op basis van criteria 3 blijkt dat het in stand houden van accommodaties, velden of banen geen optie is, kijkt de gemeente naar een alternatieve invulling. Bij vrijval van een voorziening kijkt de gemeente in de volgende volgorde naar een alternatieve invulling: a.

Is de voorziening nodig voor de groei of andere invulling van het aanbod lokale breedtesport (initiatieven); b. Als dit niet het geval is, kijkt de gemeente naar overige maatschappelijke ontwikkelingen in Ommen die mogelijk ruimte zoeken. Bijvoorbeeld onderwijs, tijdelijke huisvesting etc. Een combinatie met breedtesport is ook mogelijk; c. En als de twee voorgaande opties niet van toepassing zijn, kijkt de gemeente als allerlaatste optie naar het afstoten van voorzieningen richting de markt. Voor de buitensport accommodaties/banen die al geprivatiseerd zijn, gelden de contractuele afspraken die gemeente en verenigingen destijds overeengekomen zijn. 5. Investeren in opstallen is geen gemeentelijke taak De gemeente is verantwoordelijk voor het in stand houden van de velden en banen (met uitzondering van geprivatiseerd eigendom). Het investeren in opstallen is geen gemeentelijke taak/verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid voor het in stand houden/vervangen hiervan ligt bij de verenigingen/initiatiefnemers. In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente hiervan afwijken. Dit is het geval als er een nieuw (nog niet in de gemeente aanwezig) basisaanbod gefaciliteerd wordt die een brede impact maakt op genoemde uitgangspunten 1 en 2. Dit vormt een maatwerkafweging voor college en raad. 6.

Uitgangspunten bij renovatie, vervangingsopgave of nieuwe initiatieven Als de gemeente een afweging maakt voor renovatie of realisatie van haar velden/banen/faciliteiten (bij einde technische levensduur, uitbreiding of nieuwe planinitiatieven), toetsen ze dit aan de volgende uitgangspunten: a. Heeft de activiteit of het initiatief (nog steeds) een maatschappelijke brede relevantie en voldoet het aan de uitgangspunten van breedtesport (zie criteria 1 en 2) b. Is het voldoende levensvatbaar op basis van ledenaantallen (o.a. getoetst aan landelijke richtlijnen en normen), verenigingsstructuur, (beheer)organisatie en continuïteit; c. Voldoet een nieuw initiatief of uitbreiding bestaand aan de vigerende wet- en regelgeving (o.a. omgevingswet);

d. De gemeente investeert niet in commerciële initiatieven met een winst beogend karakter. Deze activiteiten zijn uitgesloten van een gemeentelijke bijdrage. Als deze activiteiten wel voldoen aan criteria 1 en 2 van het toetsingskader, kan de gemeente-initiatieven mogelijk faciliteren. Dit vormt een maatwerkafweging. e. Hiernaast toetst de gemeente nieuwe initiatieven voor velden, banen en overige faciliteiten van verenigingen op economische levensvatbaarheid zoals: I. Waar het gaat om noodzakelijke aanleg bij renovatie, vervanging of nieuw basisaanbod van velden/banen/faciliteiten, komt de basisaanleg volledig voor rekening van de gemeente (minus subsidies). Vb. uitbereiding normcapaciteit bestaand aanbod. Ook kan de gemeente deze afweging maken bij nieuwe verenigingen met een nieuw breedtesportaanbod die een substantiële impact hebben; II. Voor realisatie van (nieuwe) breedtesportfaciliteiten bij bestaande verengingen geldt de afweging voor een gemeentelijke bijdrage met max 50% van de restinvestering minus subsidies. De overige 50% komt voor rekening van het initiatief/de vereniging. III. Investeren in uitbreiding of vervanging van velden/banen/faciliteiten ten behoeve van een bovenlokaal, regionaal of landelijk aanbod, komen volledig voor rekening van de vereniging/initiatiefnemer. IV.

Bij het beheer en de exploitatie van (nieuwe) velden/banen/faciliteiten zijn er de volgende opties: 1. Privatisering = zelfstandige exploitatie verenigingen tegen nader te maken afspraken. 2. Eigendom gemeente = verhuur aan verenigingen volgens vastgesteld tarievenbeleid en beheer/exploitatie volgens overeengekomen demarcatie uitvoer gemeente/verenigingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15292528/1