5. Bijlage toelichting Quickscan natuur Kievitstraat 1
Tekst van het document
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen
projectnummer
220476
Pagina 2 van 26
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Auteur Controle en vrijgave Versie rapport
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen 220476 K.E. Harmsen J. Kamps Versienummer: Datum: Reden vervallen: 1.0 6 mei 2022 Vigerende versie
Paraaf vrijgave
OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres
Enexis Netbeheer B.V. dhr. I. Kaya Marsweg 5, 8013 PD ZWOLLE
UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982
Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355
Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397
Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en is gemachtigd gebruik te maken van de ontheffingen en correspondentie met bevoegde gezagen van het Netwerk Groene Bureaus met betrekking tot Wet natuurbescherming. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een quickscan Wet natuurbescherming dat is uitgevoerd ter plaatse van Kievitstraat 1 te Ommen, in opdracht van Enexis Netbeheer B.V. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.
Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2022 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2022 Ommen_220476_Kievitstraat 1_QS We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 3 van 26
INHOUD 1.
INLEIDING ...................................................................................................................... 4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding en doel ...................................................................................................................... 4 Wettelijk kader ........................................................................................................................... 4 Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen .............................................................................. 5
2.
INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING ..................................................................... 9
2.1 2.2 2.3
Bronnenonderzoek ..................................................................................................................... 9 Veldinspectie .............................................................................................................................. 9 Toetsing ...................................................................................................................................... 9
3.
EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING EN HOUTOPSTANDEN ........................... 10
3.1 3.2 3.3 3.4
Natura 2000 .............................................................................................................................. 10 Natuurnetwerk Nederland ........................................................................................................ 12 Natuur buiten het NNN ............................................................................................................. 12 Houtopstanden ......................................................................................................................... 13
4.
EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING ............................................................ 14
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
Flora ......................................................................................................................................... 14 Broedvogels .............................................................................................................................. 14 Vleermuizen ............................................................................................................................. 16 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................................... 16 Amfibieën ................................................................................................................................. 17 Reptielen .................................................................................................................................. 18 Ongewervelden ........................................................................................................................ 18 Vissen ....................................................................................................................................... 18
5.
CONCLUSIE EN ADVIES.................................................................................................. 19
5.1 5.2 5.3 5.4
Gebiedsbescherming en houtopstanden.................................................................................... 19 Soortenbescherming ................................................................................................................. 20 Advies en vervolgstappen ......................................................................................................... 20 Verantwoording ........................................................................................................................ 21
GERAADPLEEGDE BRONNEN.......................................................................................................... 22 BIJLAGEN 1 Overzicht vrijgestelde soorten provincie Overijssel 2 Lijst vogels met jaarrond beschermde nesten 3 NDFF uittreksel
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 4 van 26
1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en het doel van het onderzoek en het wettelijk kader. Daarnaast wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied en de beoogde ontwikkeling.
1.1
Aanleiding en doel
Aanleiding tot het onderzoek is het voornemen om een nieuw modulair gebouw te plaatsen binnen het plangebied. Hiervoor is een bestemmingswijziging nodig. Omdat de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de natuurwet- en regelgeving. Het doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden als gevolg van het plan. Indien negatieve effecten niet zijn te voorkomen, wordt geadviseerd omtrent de vervolgstappen.
1.2
Wettelijk kader
Voor de bescherming van natuurwaarden is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en houtopstanden. De volledige wetstekst is hier te vinden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01. Daarnaast is, in het kader van gebiedsbescherming, ook het Natuurnetwerk Nederland (NNN) relevant. Natura 2000 Hoofdstuk 2 van de Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Vogelen/of Habitatrichtlijngebieden. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor bescherming van habitattypen, habitats van soorten en leefgebieden van soorten en vogels. Vooraf is verplicht te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben. Als uit de beoordeling (voortoets) blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significante) effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling en/of een vergunning nodig. Natuurnetwerk Nederland De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. Provincies wijzen gebieden aan die het NNN vormen.
Via de provinciale verordeningen worden, in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden-, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet is toegestaan. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen. Soortenbescherming In hoofdstuk 3 van de Wnb is het onderdeel soortenbescherming is opgenomen. De beschermingsregimes ten aanzien van beschermde soorten zijn te onderscheiden in Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1 Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 5 van 26
– 3.4), Habitatrichtlijnsoorten (art 3.5 – 3.9) en nationaal beschermde soorten (art 3.10 – 3.11). Daarnaast is in de Wnb een zorgplichtartikel (1.11) opgenomen ter bescherming van alle in het wild levende flora en fauna. De Wnb gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. De provincie Overijssel is bevoegd gezag voor het uitvoeren van de Wet natuurbescherming en heeft voor de implementatie een verordening opgesteld met daarin onder andere een lijst met de vrijgestelde soorten (zie bijlage 1). Houtopstanden Hoofstuk 4 van de Wet natuurbescherming (art. 4.1-4.5) regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van meer dan tien are of meer dan 20 bomen in één of meerdere rijen, gelegen buiten de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt een meld- en herplantplicht. Provincies kunnen in de provinciale verordening regels opnemen.
Voor specifieke houtopstanden zoals éénrijige populieren langs landbouwpercelen of specifieke velmaatregelen gelden uitzonderingsregels. Daarnaast kunnen ook per gemeente regels gelden ten aanzien van kap van bomen (APV).
1.3
Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen
Huidige situatie plangebied Het plangebied is gelegen aan de Kievitstraat 1 te Ommen, binnen de bebouwde kom (figuur 1.1). Het betreft het 110kV-station Ommen Dante. Ook zijn er binnen het plangebied bosschages aan de noord-, oost- en zuidrand aanwezig. Om het plangebied heen zijn watergangen aanwezig. Aan de oostzijde van het plangebied is een woonwijk aanwezig en aan de westzijde agrarisch landschap. De foto’s in figuren 1.2, 1.3 en 1.4 geven een indruk van het plangebied.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 6 van 26
Figuur 1.1 Plangebied (blauw omlijnd) met te kappen bosschage (rood omlijnd) (bron achtergrondkaart: ArcGIS).
Figuur 1.2 De bosschage aan de noordzijde van het plangebied, gezien vanuit het oosten. Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 7 van 26
Figuur 1.3 Het 110kV-station, gezien vanuit het zuiden.
Figuur 1.4 De bosschage in het zuiden van het plangebied, gezien vanuit het westen. Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 8 van 26
Voorgenomen ontwikkelingen De opdrachtgever is voornemens om een nieuw modulair gebouw te plaatsen in het noordelijke stuk van het plangebied. Hiervoor dient het opstaande groen in het noordelijke stuk van het plangebied gekapt te worden. Het betreft circa 1000 m². Voor de voorgenomen ontwikkeling is een bestemmingswijziging nodig. De bestaande bebouwing blijft intact. De exacte startdatum van de werkzaamheden is nog niet bekend.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 9 van 26
2. INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING Het onderzoek heeft bestaat uit het raadplegen van beschikbare bestaande bronnen aangevuld met een veldinspectie van het plangebied.
2.1
Bronnenonderzoek
Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. Dit bronnenonderzoek heeft bestaan uit het op 18 april 2022 opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2022) van de afgelopen vijf jaar. Hierin is een overzicht opgevraagd van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van 500 meter rond het plangebied Zie voor het volledige overzicht bijlage 3: Uittreksel NDFF. Bij het gebruik is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van de gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen kunnen worden gebruikt om de ecologische potenties in te schatten. Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuurgegevens en verspreidingsatlassen (Broekhuizen et al., 2016; Dietz et al., 2011; Uchelen, 2010, Ravon.nl en Zoogdiervereniging.nl). Uit het bronnenonderzoek komen de volgende relevante zoogdiersoorten naar voren: gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, eekhoorn, otter, steenmarter en egel. Daarnaast zijn waarnemingen van diverse vogelsoorten met een jaarrond beschermde nest/rustplaats bekend, waaronder de boombroedende ransuil, buizerd, sperwer en torenvalk vastgesteld (zie bijlage 3).
Ten aanzien van gebiedsbescherming is aan de hand van (provinciale) kaartenviewers nagegaan of het plangebied in/nabij beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en/of het NNN) ligt.
2.2
Veldinspectie
Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of in het plangebied en de directe omgeving potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten aanwezig zijn. De waargenomen beschermde soorten zijn vastgelegd. Het plangebied en de directe omgeving zijn onderzocht door een ecoloog van Eco Reest. Het veldbezoek vond overdag plaats op 19 april 2022. Tijdens de inventarisatie waren de omstandigheden als volgt: droog, helder, windkracht 1 Bft, temperatuur 9°C.
2.3
Toetsing
Voor het onderdeel gebiedsbescherming (H3) is ten aanzien van Natura 2000 een voortoets uitgevoerd, waarin is beoordeeld of (significant) negatieve effecten op de beschermde waarden (instandhoudingsdoelen) van Natura 2000-gebieden zijn te verwachten, en of er een diepgaandere beoordeling noodzakelijk is. Ten aanzien van de voorgenomen bomenkap is beoordeeld of het beschermingsregime vanuit de Wnb ten aanzien van beschermde houtopstanden van toepassing is, en of vervolgstappen aan de orde zijn. Voor de regels ten aanzien van het NNN is bepaald of mogelijk sprake is van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en of vervolgonderzoek nodig is. Voor het onderdeel soortenbescherming (H4) is op basis van het bronnenonderzoek en het veldbezoek beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voornemen bepaald of en zo ja, welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Indien sprake is van negatieve effecten is advies gegeven over de te nemen vervolgstappen.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 10 van 26
3. EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING EN HOUTOPSTANDEN 3.1
Natura 2000
Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden betreffen Vecht- en Beneden- Reggegebied op 1,8 kilometer afstand (zie figuur 3.1).
Figuur 3.1 Globale ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden (Bron: RIVM, 2022 - AERIUS Calculator).
Mogelijke effecten Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer et al. 2014, 2006) kan de categorie Bedrijventerrein in relatie tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden mogelijk leiden tot: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring (licht, geluid, optisch), trillingen en mechanische effecten. Als aanvulling hierop kan ook sprake zijn van verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Effectbeoordeling Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor de te beschermen soorten en habitats. Natura 2000-gebieden zijn onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn aangewezen en de bescherming ervan is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb (art. 2.7) verplicht vooraf te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden (significant) negatieve effecten kunnen hebben. Voor het stikstofaspect wordt het rekenmiddel AERIUS Calculator gebruikt om de te verwachten stikstofdepositie (NOx) te berekenen.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 11 van 26
Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, is er geen sprake van direct negatieve effecten zoals oppervlakteverlies, versnippering en mechanische effecten. De mogelijke effecten beperken zich zodoende tot externe werking. Op basis van bekende verstoringsafstanden tot maximaal 1.500 meter (Vegte et al., 2014; Broekmeyer et al. 2014 en Krijgsveld et al., 2008) en de afstanden tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (circa 1,8 kilometer), is geen sprake van (tijdelijke) verstoring op Natura 2000gebieden. Ook ontbreken ecologische relaties tussen het plangebied en Natura 2000-gebieden. De aangewezen doelsoorten van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn gebonden aan specifieke biotopen (Min LNV, 2022). De doelsoorten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn voornamelijk gebonden aan openwateren en (riet)moerassen. Dergelijke biotopen zijn niet binnen en in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Gezien de habitateisen van de doelsoorten en de terreinkenmerken van het plangebied (binnen bebouwde kern en nabij verstoringsbronnen bebouwing/wegen) worden de doelsoorten niet binnen en in de directe omgeving van het plangebied verwacht. Er is zodoende geen sprake van (tijdelijke) verstoring op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden.
Eventuele trillingen hebben gezien het geringe trillingseffect van circa 50 meter (Gemeente Utrecht, 2003) geen effect op de verder gelegen Natura 2000-gebieden. De tijdelijke realisatiefase en het toekomstig gebruik kunnen zorgen voor extra stikstofdepositie. De overige effecten verontreiniging en verdroging zijn gezien de uitvoeringswijze (wo. milieueisen machinerie) niet aan de orde. Effecten stikstofdepositie Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de realisatie- en/of de gebruiksfase stikstofdepositie ontstaan. Emissie van stikstofoxiden ontstaat onder andere door verbranding van fossiele brandstoffen bij stook van cv-installaties, in het verkeer of door inzet van mobiele machines. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
Bouwvrijstelling: Met de inwerkingtreding van de nieuwe stikstofwet (Wet stikstofreductie en natuurverbetering) geldt er per 1 juli 2021 een vrijstelling voor de tijdelijke realisatiefase ten aanzien van bouw-, sloopen eenmalige aanlegactiviteiten (Staatsblad, 2021a): “Activiteiten die onder de vrijstelling vallen, zijn onder meer de bouw en sloop van woningen, utiliteitsgebouwen, bruggen en viaducten, en bouw- en aanlegactiviteiten voor duurzame energieopwekking, grond-, weg- en waterbouw, waaronder straten, pleinen, wegen, het verplaatsen van grond in het kader van bouwrijp maken van een terrein, spoorwegen, waterstaatswerken, waterwegen, waterkeringen, energie-infrastructuur, telecommunicatie-infrastructuur, drinkwaterinfrastructuur zoals waterleidingen, pompstations en winputten, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen. De partiële vrijstelling omvat tevens de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden, zoals aan- en afvoer van bouwmaterialen en bouw- en sloopafval, transport van werknemers en werktuigen van en naar de bouwplaats, de emissies van werktuigen op de bouwplaats (aggregaten, bouwmachines, mobiele puinbrekers, baggerwerk- of baggervaartuigen et cetera) en eventuele tijdelijke omrijd- en omvaar-effecten als gevolg van de werkzaamheden (Staatsblad, 2021b)”.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 12 van 26
Het aspect stikstofdepositie speelt hierdoor in het vergunningentraject alleen nog een rol in de gebruiksfase. De tijdelijke realisatiefase (nieuwbouw) blijft zodoende verder buiten beschouwing. Er is sprake van dat de bouwvrijstelling op termijn opgeheven kan gaan worden. Voor advies ten aanzien van de realisatiefase, zie 5.1. Voor het betreffende plan zal de stikstofdepositie van de gebruiksfase onveranderd blijven na de werkzaamheden. Dit komt door de gaslose installatie van het gebouw en doordat de gebruiksintensiviteit van het terrein onveranderd blijft. De gebruiksfase kan zodoende buiten beschouwing gelaten worden.
3.2
Natuurnetwerk Nederland
Ligging plangebied t.o.v. het NNN Op de kaart in figuur 3.2 is te zien dat het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 550 meter afstand. Effectbeoordeling Gezien de ruime afstand (>550 meter), de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en het tussenliggende bebouwde gebied dat een afschermde werking heeft, is geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.
Figuur 3.2 Ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van het NNN (groen) (Bron: Provincie Overijssel, 2021).
3.3
Natuur buiten het NNN
In het Overijsselse ruimtelijk beleid is naast bescherming van natuur binnen het NNN ook aandacht voor bescherming van natuur buiten het NNN, namelijk in de leefgebieden agrarisch natuurbeheer (inclusief weidevogelgebieden). Er zijn drie typen leefgebieden aangewezen: een leefgebied open grasland met voornamelijk weidevogelbeheer, een leefgebied open akker en een leefgebied droge dooradering. Deze leefgebieden zijn onderscheiden op basis van voorkomen van soorten en kansrijkheid voor beheer. In Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 13 van 26
deze leefgebieden wordt ingezet op een efficiënt en effectief agrarisch natuurbeheer. Voor het beheer van weidevogels is een passend peilbeheer in het leefgebied open grasland en open akkerland noodzakelijk. In figuur 3.3 is te zien dat het plangebied niet binnen een aangewezen leefgebied ligt. Het dichtstbijzijnde deel ligt op 40 meter afstand. De voorgenomen plannen hebben gezien de ligging binnen bebouwde kom en de aard en omvang van de plannen geen effect op de leefgebieden. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.
Figuur 3.3 Ligging plangebied (rode omlijning) ten opzichte van de leefgebieden agrarisch natuurbeheer (Bron: Provincie Overijssel, 2021).
3.4
Houtopstanden
Binnen het plangebied wordt ten behoeve van het plan opgaand groen verwijderd. Het betreft het bosschage in het noordelijke stuk van het plangebied van circa 1.000 m² (zie ook paragraaf 1.3). Er is sprake van beschermde houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming indien: • De houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt, en • De houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m²) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Het plangebied ligt binnen de binnen de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden niet geldt (Gemeente Ommen, 2021). Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn zodoende niet aan de orde. Vanuit gemeentelijk beleid ten aanzien van bomenkap zijn wel vervolgstappen aan de orde. De gemeente Ommen geeft aan dat bomen niet zonder vergunning gekapt mogen worden (Gemeente Ommen, 2011). Voor de kap van de bomen dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd bij de gemeente. Naar verwachting zal deze vergunning worden verleend, gezien de bomen binnen het plangebied niet op het overzicht van beschermwaardige bomen in gemeente Ommen staan.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 14 van 26
4. EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING 4.1
Flora
De veldinspectie is uitgevoerd na het bloeiseizoen van vele soorten planten. Gedurende de veldinspectie zijn (geen) beschermde soorten waargenomen. Binnen het plangebied zijn diverse soorten van voedselrijke omstandigheden aangetroffen, waaronder braam, hazelaar, populier en duizendblad. Beschermde flora wordt op basis van de terreinkenmerken (voedselrijk, frequent maai-/snoeibeheer) en de bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.
4.2
Broedvogels
Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1-4) In de nabije omgeving zijn verschillende soorten met jaarrond beschermd nest vastgesteld: buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer en torenvalk. De gebouwbroedende huismus, gierzwaluw en slechtvalk kunnen worden uitgesloten. De aanwezige bebouwing betreft een modulair gebouw van één bouwlaag hoog met een plat dak. Dit is ongeschikt voor deze drie soorten. Daarnaast zal dit gebouw niet worden aangetast door de werkzaamheden. De te kappen bomen in het noordelijke deel van het plangebied zijn echter wel geschikt voor de in de nabijheid bekende in bomen broedende vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals ransuil, buizerd of sperwer. Ook is een nest aangetroffen die mogelijk van één van deze soorten is (figuur 4.1). Tijdens het veldbezoek kon niet worden vastgesteld welke soort het nest in gebruik heeft. Het nest is te klein voor ooievaar en te groot voor torenvalk. Gezien het om één nest gaat kan ook de koloniebroedende roek worden uitgesloten. Het nest kan van nabijheid bekende buizerd, ransuil of sperwer zijn. Ransuil kan echter worden uitgesloten gezien het veldbezoek tijdens het broedseizoen plaatsvond en er geen braakballen of andere sporen van ransuil zijn aangetroffen.
Buizerd en sperwer laten minder duidelijke sporen achter en kunnen niet worden uitgesloten door de afwezigheid van sporen. Het plangebied ligt aan de rand van het stedelijk gebied en het agrarische landschap op een afgesloten terrein. Dit maakt het plangebied dan ook een geschikte plek voor buizerd en sperwer om te nestelen. Gezien het aangetroffen nest mogelijk van vogel (buizerd of sperwer) met jaarrond beschermd nest is, is nader onderzoek nodig om dit aan te tonen of uit te sluiten.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 15 van 26
Figuur 4.1 Binnen het plangebied is een nest aangetroffen dat mogelijk van een vogel met jaarrond beschermd nest is.
Overige soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 5) Soorten van categorie 5 zijn honkvaste broeders, maar doorgaans voldoende flexibel om elders een nest te bouwen. Indien sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen zijn nesten van categorie 5 ook jaarrond beschermd. De te kappen bosschage kan als nestlocatie dienen voor verschillende categorie 5 vogelsoorten, echter zijn in de directe omgeving voldoende alternatieven aanwezig. Namelijk de bosschages binnen het plangebied die behouden worden. Vervolgstappen ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde. Wel is het van belang dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden, om de verstoring van nestelende vogels te voorkomen. Soorten zonder jaarrond beschermd nest Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen vogels in het aanwezige opgaand groen tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 16 van 26
4.3
Vleermuizen
Verblijfplaatsen Het aanwezige modulaire gebouw wordt niet aangetast bij de werkzaamheden. In de aanwezige bomen binnen het plangebied is geen sprake van holtes, spleten of loszittende schorsdelen. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen zijn zodoende uitgesloten. Vliegroute De watergangen en bomen in de omgeving vormen lijnvormige elementen die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. Gezien de aanwezigheid van alternatieven in de directe omgeving betreft het geen essentiële vliegroutes. Bovendien worden bij de werkzaamheden de meesten mogelijke vliegroutes niet aangetast. Werkzaamheden vinden uitsluitend overdag plaats, zodat ook geen sprake is van lichtverstoring. Vervolgstappen ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen zijn zodoende niet aan de orde. Foerageergebied Het plangebied kan onderdeel uitmaken van het van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen, zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger (NDFF, 2022). Aangezien de werkzaamheden overdag plaatsvinden en de locatie en omgeving na ontwikkeling voldoende geschikt blijven als foerageergebied, door de bosschages binnen het plangebied die behouden blijven, is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk.
4.4
Grondgebonden zoogdieren
Eekhoorn Uit het bronnenonderzoek komt de aanwezigheid van eekhoorn naar voren in de nabije omgeving (NDFF, 2022). De soort leeft in bosgebieden met een voorkeur voor oude bomen (Zoogdierenvereniging, 2020). Nabij het plangebied is geen bos aanwezig dat geschikt is als leefgebied van eekhoorn. Ook zullen niet alle groenstructuren binnen het plangebied worden verwijderd, daarnaast wordt eekhoorn niet verwacht binnen het plangebied. Verder zijn er geen nesten of sporen van de soort waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand van deze punten kan worden uitgesloten dat essentieel leefgebied van eekhoorn zal verdwijnen. Vervolgstappen ten aanzien van eekhoorn zijn niet aan de orde. Steenmarter Steenmarter is in de directe omgeving van het plangebied bekend (NDFF, 2022). Aantasting van essentieel leefgebied van de soort is echter uit te sluiten. Steenmarter verblijft in gebouwen. Het enige aanwezige gebouw binnen het plangebied niet toegankelijk voor de soort, daarnaast zal dit gebouw niet worden aangetast. Het plangebied kan wel als foerageergebied dienen, maar in de nabije omgeving zijn voldoende alternatieven. Daarnaast blijft een groot deel van de bosschages binnen het plangebied behouden, alleen het noordelijke deel wordt gekapt. Vervolgstappen ten aanzien van steenmarter zijn dan ook niet aan de orde.
Otter In de nabije omgeving van het plangebied zijn otters bekend (NDFF, 2022). De soort is echter uit te sluiten binnen het plangebied. Dit gezien otters uitsluitend rond wateren met ontwikkelde oevervegetatie voorkomen. Bij de watergangen om het plangebied ontbreekt een goed ontwikkelde
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 17 van 26
oevervegetatie. Ook de wateren in de directe omgeving bieden ook geen geschikt leefgebied door het ontbreken van oevervegetatie en stijl aflopende oevers. Kleine marterachtigen De bosschages binnen het plangebied zijn dichtbegroeid met enkele takken hopen. Dit maakt het plangebied mogelijk geschikt voor bunzing, hermelijn en wezel. Essentieel leefgebied voor de kleine marterachtigen wezel en hermelijn, kan echter binnen het plangebied worden uitgesloten. Dit gezien deze soorten in waterrijke halfopen landschappen voorkomen en niet in stedelijk gebied. Daarnaast is er veel verstoring binnen en rond het plangebied, wat het plangebied voor deze schuwe dieren ongeschikt maakt. De bunzing komt echter wel regelmatig voor in stedelijk gebied. Binnen het plangebied zijn meerdere geschikte schuilplekken aanwezig, zoals takkenhopen en dichte struiken. Ook is deze soort uitsluitend ’s nachts actief wanneer de verstoring binnen het rond het plangebied significant minder is. Vervolgstappen ten aanzien van bunzing zijn dan ook noodzakelijk. Egel Egel is een soort die veel voorkomt in stedelijk gebied. De soort maakt gebruik van bosschages en andere dichtbegroeide groenstructuren. Foerageren doet de egel in verschillende groenstructuren aanwezig in zijn omgeving. Het plangebied heeft groenstructuren die dichtbegroeid zijn en die dood plantenmateriaal hebben waaronder een egel kan verblijven.
Essentieel leefgebied van egel kan daarom niet worden uitgesloten binnen het plangebied. Vervolgstappen ten aanzien van egel zijn noodzakelijk. Overige grondgebonden zoogdieren met een provinciale vrijstelling In het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten zoals huismuizen en bosmuizen te verwachten. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Overijssel vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is.
4.5
Amfibieën
Gezien de afwezigheid van oppervlaktewater binnen het plangebied kan voortplantingshabitat van amfibieën worden uitgesloten. De watergangen om het plangebied heen worden niet aangetast bij de voorgenomen werkzaamheden. Overwinteringshabitat van rugstreeppad kan ook worden uitgesloten binnen het plangebied. Rugstreeppadden graven zich in voor de overwinterring, binnen het plangebied ontbreekt vergraafbare grond. Daarnaast is het plangebied moeilijk te bereiken voor de soort door de drukke de watergangen met steile oevers aan alle zijde. Vervolgstappen ten aanzien van beschermende amfibieën zijn dan ook niet aan de orde. Binnen het plangebied kunnen algemene soorten, zoals gewone pad voorkomen. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze amfibiesoorten geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Overijssel vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 18 van 26
4.6
Reptielen
De beschermde reptielen die voorkomen in de provincie Overijssel zijn adder, hazelworm, levendbarende hagedis, ringslang en zandhagedis (Ravon.nl). Deze soorten komen uitsluitend voor in heide, duinen en natte graslanden met oppervlaktewater. Gezien deze type landschappen niet aanwezig zijn binnen het plangebied kunnen reptielen worden uitgesloten.
4.7
Ongewervelden
Alle libellen zonder provinciale vrijstelling komen voor rond stomend en/of helder water met een ontwikkelde watervegetatie. Het oppervlaktewater rond het plangebied is stilstaand water zonder watervegetatie. Daarnaast worden bij de werkzaamheden de watergangen niet aangetast. Ook voor beschermde vlinders is er geen geschikt habitat aanwezig, gezien beschermde vlindersoorten voornamelijk in/langs oude bossen, heide en waterrijke graslanden voorkomen. Daarnaast ontbreken er waardplanten voor beschermde vlinders.
4.8
Vissen
Door het ontbreken van oppervlaktewater kunnen vissen binnen het plangebied worden uitgesloten. De watergangen om het plangebied heen worden niet aangetast bij de werkzaamheden.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 19 van 26
5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Gebiedsbescherming en houtopstanden
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming en houtopstanden wordt het volgende geconcludeerd: Natura 2000 Gebruiksfase Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa 1,8 kilometer afstand. Bovendien zal er geen sprake zijn extra uitstoot van stikstof omdat het gaat om een gasloze installatie en omdat de gebruiksintensiviteit van het terrein onveranderd blijft. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten op voorhand uitgesloten. Realisatiefase (nieuwbouw) Mogelijk wordt de huidige bouwvrijstelling op termijn opgeheven. Gezien de ligging van het plangebied op 1,8 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, in combinatie met de geringe ingreep (uitbreiding van bestaande hoogspanningsstation) wordt in dat geval -evenals bij de gebruiksfase- geen negatief effect als gevolg van stikstofdepositie verwacht. Ook hierbij geldt dat dit middels een AERIUS-berekening inzichtelijk kan worden gemaakt. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (en natuur buiten het NNN). Het voorgenomen plan heeft gezien de afstand tot deze gebieden (> 550 meter tot NNN), de ligging binnen de bebouwde kom en de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden.
Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde. Houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde komgrens Wnb van Ommen. Voor de betreffende te kappen bomen geldt het beschermingsregime vanuit de Wet natuurbescherming niet. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn zodoende niet aan de orde. Er dient wel een omgevingsvergunning te worden aangevraagd bij de gemeente voor de kap van de bosschage tenzij het gaat om: Houtopstand die wordt geveld als gevolg van de uitvoering van een (bouw)werk overeenkomstig een vastgesteld bestemmingsplan, een vastgesteld wijzigings- of uitwerkingsplan of een planologische toestemming als bedoeld in artikel 2.12 van Wabo, waarbij bij de vorenstaande ruimtelijke besluiten is aangegeven welke houtopstanden dit betreft. Houtopstand met een stamomtrek van maximaal 95 cm (gemeten op 1,30 m hoogte van het maaiveld), voor zover deze houtopstand niet valt onder de hierboven genoemde onderdelen. Er wordt dan ook geadviseerd om contact op te nemen met gemeente Ommen wat betreft de kap van de bosschage.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 20 van 26
5.2
Soortenbescherming
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: - Binnen het plangebied is een nest aanwezig dat mogelijk van een vogelsoort met jaarrond beschermd nest is, namelijk buizerd of sperwer. - In de te kappen bomen kunnen vleermuisverblijven worden uitgesloten. - Het plangebied vormt geschikt leefgebied voor de beschermde egel en bunzing. - In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen.
5.3
Advies en vervolgstappen
Soortgericht nader onderzoek buizerd en sperwer Om te bepalen of er nestplaatsen van buizerd of sperwer in de bomen aanwezig zijn, is aanvullend onderzoek nodig. Alleen dan kan bepaald worden of er bij de voorgenomen werkzaamheden sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onderzoek naar deze twee soorten wordt gedaan aan de hand van Sovon telrichtlijnen. Dit betekent het volgende: Buizerdonderzoek kan in de periode februari tot en met half juli tussen zonsopkomst en zonsondergang worden uitgevoerd. Het gaat om minimaal twee bezoeken binnen deze periode. Sperweronderzoek kan in de periode half maart tot en met eind juli tussen zonsopkomst en zonsondergang worden uitgevoerd. Het gaat om minimaal twee bezoeken binnen deze periode. Gezien het veldbezoek van deze quickscan tijdens de twee gestelde periodes was, wordt deze beschouwd als het eerste bezoek voor de twee onderzoeken. Dit betekent dat er nog één bezoek dient plaats te vinden voor half juli. Overige broedvogels Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen.
Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, wordt geadviseerd voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren om vast stellen of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden broedvogels aanwezig zijn. Indien deze afwezig zijn, kunnen werkzaamheden doorgang vinden. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen, dient een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continue door te
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 21 van 26
werken, zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken. Egel en bunzing Essentieel leefgebied van egel en bunzing kan niet worden uitgesloten binnen het plangebied. Voor deze soorten dient een ontheffing aangevraagd te worden aan de hand van het rapport ‘Handreiking soortenbescherming in Overijssel’. Dit rapport stelt een driedelig stappenplan voor het aanvragen van een ontheffing voor egel en bunzing: 1. Habitatsgeschiktgheidsonderzoek 2. Mitigatieplan 3. Aanvragen van ontheffing
Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.
5.4
Verantwoording
De conclusies en adviezen zijn van toepassing op de door de opdrachtgever aangegeven en in hoofdstuk 1.3 beschreven werkzaamheden en onder de voorwaarden en uitgangspunten genoemd in het document (en overige communicatie met de opdrachtgever). Indien deze wijzigen of er ook andere werkzaamheden worden uitgevoerd, dient er een herbeoordeling plaats te vinden. De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 22 van 26
GERAADPLEEGDE BRONNEN Literatuur / documenten Bauwens, D., Jooris, R., Verbelen, D., & Dochy, O., (2006). Poelen en amfibieën in West-Vlaanderen. Resultaten van een grootschalig poelenonderzoek door vrijwilligers in 2000-2005. Provincie WestVlaanderen, Brugge, i.s.m. Instituut voor Natuur en Bosonderzoek, Brussel en Hyla, amfibieën- en reptielenwerkgroep van Natuurpunt, Mechelen. Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden. Broekmeyer, M.E.A. et al. (2014). Update effectenindicator Natura 2000. Wageningen, Alterra, voorjaar 2014. Broekmeyer, M.E.A. (redactie) (2006). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrapport 1375, oktober 2006. BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017). Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2022). Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021. Versie 1.0, januari 2022. CROW (2018). Publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’.
Ede, 10 december 2018. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. Gemeente Ommen (2021). Algemene Plaatselijke Verordening Ommen 2021. Gemeente Ommen (2011). Bomenbeleidsplan Ommen. Versie 1.0 december 2011 Gemeente Utrecht (2003). Handhaafinstructie - Trillingen bij heien. Afdeling bouwbeheer, januari 2003 Hoekstra, B. L. Verhees, A. Brouwer & R. Dröge (2018). Emissiekerntallen NOx en NH3 voor PAS / AERIUS, 2018. TAUW-rapport #R001-1265262BWH-V01-aqb-NL, 31 augustus 2018. Koelman, R., (2007). Handleiding inventarisatie noordse woelmuis m.b.v. inloopvallen. Zoogdiervereniging VZZ, Arnhem. Krijgsveld, K.L., R.R. Smits en J. van der Winden (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels - Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. 23 december 2008.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
Pagina 23 van 26
Provincie Overijssel (2021). Omgevingsverordening 2017. Geconsolideerd december 2021, vastgesteld door Provinciale Staten. Provincie Overijssel (2021). Soortenbescherming in Overijssel. Handreiking voor het aanvragen van een ontheffing. Versie 1.0, februari 2021 RIVM (2022). Handboek Werken met AERIUS Calculator Versie 2021, 20 januari 2022. Swaay, C., van & Poot, M. (2019). Sterke uitbreiding van de grote weerschijnvlinder in de Nederlandse bossen. De Vlinderstichting en CBS. Vegte, F, van der, J. Bosman & D. Logemann (2014). Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Arcadis, 18 februari 2014. Internet Ministerie van LNV - Natura 2000-gebieden. Geraadpleegd op 2 mei 2022, van https://www.natura2000.nl/ Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd op 18 april 2022, van www.NDFF.nl1 https://www.ommen.nl/inwoners/melding-of-vergunning/kapvergunning.html Geraadpleegd op 5 mei 2022 Provincie Overijssel (2019). Lijst vrijgestelde soorten, van https://overijssel.terceraro.nl/SiteData/9923/Publiek/BV00026/b_NL.IMRO.9923.Verordening2017-GV06_846.pdf Provincie Overijssel (2021). Soortenbescherming in Overijssel, Handreiking voor het aanvragen van een ontheffing. Geraadpleegd van https://www.overijssel.nl/publish/pages/163396/handreiking_soortenbescherming_definitief_feb_2 021_dt.pdf Ruimtelijke plannen (2022). Het landelijke portaal voor ruimtelijke plannen.
Geraadpleegd op 2 mei 2022, van https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/index RIVM (2022). AERIUS Calculator, versie 2021. Geraadpleegd op 2 mei 2022, van https://calculator.aerius.nl/calculator/ Staatsblad (2021a). Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering), van https://wetten.overheid.nl/BWBR0044970/2021-07-01 Staatsblad (2021b). Besluit van 14 juni 2021 tot wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur (stikstofreductie en natuurverbetering, van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb2021-287.html#d17e1570
1
In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
BIJLAGE 1 OVERZICHT VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE OVERIJSSEL Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid, onderdeel c) Provincie Overijssel o.b.v. bijlage actualisatie omgevingsverordening 2018/2019 Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) Meerkikker (Pelophylax ridibundus) Middelste groene kikker/bastaard kikker (Pelophylax kl. Esculentus) Bron: Provincie Overijssel (2019). Omgevingsverordening 2019 - Bijlage 9 Natuurverordening.
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
BIJLAGE 2 LIJST VOGELS MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN PROVINCIE OVERIJSSEL Nederlandse naam Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Oehoe Ooievaar Raaf Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Torenvalk Wespendief Zeearend Zwarte specht Zwarte wouw
Categorie* 3 4 3 4 2 3 4 2 2 3 3 3 4 4 2 3 4 1 4 4 4 3 4
Nederlandse naam Blauwe reiger Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Draaihals Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grutto IJsvogel Kleine bonte specht Kortsnavelboomkruiper Middelste bonte specht Oeverzwaluw Ringmus Spreeuw Tapuit Tureluur Veldleeuwerik Wulp Zomertortel Zwarte mees Zwarte roodstaart
Categorie* 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
*Toelichting categorieën: Categorie 1: Nesten die gedurende het broedseizoen in gebruik zijn als nest en buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief Beschikbaar. Categorie 3: Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nesten die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen Vogels die jaarlijks terugkeert naar specifiek nest en die niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Categorie 5: Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Bron: Provincie Overijssel, 2021 Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)
BIJLAGE 3 UITTREKSEL NDFF Beschermde soorten* binnen 500 meter van het plangebied.
Soort Vogels Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Huismus Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Torenvalk
Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Overige zoogdieren Eekhoorn Egel Otter Steenmarter
*Habitatrichtlijnsoorten, soorten met jaarrond beschermde nesten en provinciaal beschermde soorten. (Bron: NDFF, 2022)
Quickscan Wet natuurbescherming Kievitstraat 1 te Ommen (kenmerk: 220476 v1.0)