CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Regels - Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26_vastgesteld_1

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OmmenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26' (254173)8.110 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26

REGELS

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

3 3 8

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Agrarisch Wonen Wonen - VAB Waarde - Archeologische verwachting 1 Waarde - Archeologische verwachting 2

9 9 12 14 18 20

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

22 22 23 24 25 26 27

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

28 28 29

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

32

Bijlage 2

Ruimtelijk kwaliteitsplan

33

Bijlage 3

Sloopopgave

34

Bijlage regels

BJZ.nu Bestemmingsplannen

31

2

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26' met identificatienummer NL.IMRO.0175.buiten2012bp0065-VG01 van de gemeente Ommen. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aan huis gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten vrije beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten horend bij de woonfunctie die ten hoogste vallen binnen de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten in Bijlage 1 waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van artikel 1.1, derde lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.4 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw én dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8 bed & breakfast het verstrekken van logies met ontbijt binnen de bestaande (bedrijfs)woning al dan niet met deelruimte in een omvang die ondergeschikt is aan de woonfunctie. 1.9 bestaande bebouwing bebouwing, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan zijn of worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet. 1.10 bestaand gebruik het op het tijdstip van het inwerking treden van het plan aanwezige gebruik. 1.11 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

3

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

1.12 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.13 bijgebouw een, al dan niet vrijstaand, gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en niet gebruikt mag worden voor bewoning. 1.14 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.15 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.16 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.17 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.18 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.19 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.20 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en gaafheid. 1.21 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw of bouwwerk. 1.22 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.23 erf een al of niet omheind stuk grond, in ruimtelijk opzicht direct behorend bij, in functioneel opzicht ten dienste van en in feitelijk opzicht direct aansluitend aan een woning (of ander gebouw) dat in beginsel behoort tot de kavel waarop de woning is geplaatst, zoals blijkt uit de kadastrale gegevens. 1.24 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

4

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

1.25 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven. 1.26 hobbymatig agrarisch gebruik het gebruik van grond ten behoeve van agrarische activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd. 1.27 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.28 horecabedrijf een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.29 kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen voorzieningen ten behoeve van activiteiten als wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie alsmede ten behoeve van outdoor-activiteiten en vergelijkbare activiteiten in de vorm van bijvoorbeeld aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken.

1.30 landschapswaarde de aan een gebied toegekende waarde wat betreft het waarneembare deel van het aardoppervlak, welke waarde wordt bepaald door de herkenbaarheid en identiteit van de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur en het menselijk grondgebruik. 1.31 natuurwaarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige flora en/of fauna. 1.32 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.33 opslag het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard. 1.34 overkapping een bouwwerk, al dan niet aangebouwd aan een gebouw of een bouwwerk geen gebouw zijnde, bestaande uit een slechts van boven afgesloten ruimte van lichte constructie die niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven, waaronder in ieder geval een carport wordt verstaan.

1.35 paardenbak een onverhard, niet overdekt, en omheind terrein al dan niet voorzien van lichtmasten met een andere ondergrond dan gras, ingericht voor het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport, met dien verstande dat een tredmolen hieronder niet is begrepen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

5

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

1.36 peil: a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk grenst aan de weg en voor dijkbebouwing: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gevallen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.37 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.38 recreatief medegebruik extensieve, verspreide dagrecreatie. 1.39 ruimtelijk kwaliteitsplan een plan dat beschrijft op welke wijze het erf landschappelijk gezien is ingepast in zijn omgeving, hoe de sterke gebiedskenmerken worden doorvertaald in de inrichting van het erf en hoe de nieuwe ontwikkeling op het erf en waar nodig compenserende maatregelen elders, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. 1.40 ruimtelijke kwaliteit het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is.

1.41 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.42 Staat van Bedrijfsactiviteiten de Staat van Bedrijfsactiviteiten die als bijlage bij deze regels onderdeel van de regels uitmaakt. 1.43 uitbouw een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.44 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt. 1.45 voorgevellijn a. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: 1.

de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: 1. bij een wegbreedte van ten minste 10 m, de lijn gelegen op 15 m uit de as van de weg; 2. bij een wegbreedte geringer dan 10 m, de lijn gelegen op 10 m uit de as van de weg.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

6

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

1.46 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of paden behorende bermen en zijkanten en bermsloten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig gebruikte parkeerterreinen. 1.47 wijziging een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening. 1.48 wonen: de huisvesting van één huishouden in een woning; 1.49 woning een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. 1.50 zijdelingse perceelsgrenzen de perceelsscheiding van een bouwperceel, niet gelegen aan de voor- of achterzijde van het perceel.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

7

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

Gebouwen en bouwwerken

2.1.1

De bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 2.1.2

De goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.1.3

De inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.1.4

De oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.1.5

De afstand tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel:

vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel. 2.2

Ondergeschikte bouwdelen

Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 2.3

Maatvoering

Alle maten zijn tenzij anders aangegeven: a. b. c. d. e.

voor lengten in meters (m); voor oppervlakten in vierkante meters (m²); voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³); voor verhoudingen in procenten (%); voor hoeken/hellingen in graden (°).

BJZ.nu Bestemmingsplannen

8

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

bedrijfsmatige agrarisch gebruik; behoud en bescherming van de in dit gebied voorkomende landschappelijke elementen conform het in Bijlage 2 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan; c. extensief recreatief medegebruik; d. hobbymatig agrarisch gebruik; met daarbij behorende voorzieningen: e. f. g. h. i. j.

nutsvoorzieningen; in- en uitritten; nutsvoorzieningen; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; tijdelijke waterberging en water ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer en sierwater.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Toegestane bebouwing

Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd. 3.2.2

Bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in 3.2.1 gelden de volgende regels: erf- en terreinafscheidingen overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

max. oppervlak max. goothoogte max. bouwhoogte 2m 3m

3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1

Strijdig gebruik

Onder een strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.1 , eerste lid onder c van de Wabo wordt in elk geval verstaan: a. b.

het gebruik of het laten gebruiken van onbebouwde gronden voor opslag van goederen met een totale opslaghoogte van meer dan 4 m; het gebruiken van gronden voor de opslag van in plastic verpakte hooibalen;

3.3.2

Voorwaardelijke verplichting

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a.

het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden zonder de uitvoering en instandhouding van de inrichtingsmaatregelen conform het in Bijlage 2 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;

BJZ.nu Bestemmingsplannen

9

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

b.

in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden de bestemming 'Agrarisch' worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 18 maanden na het onheroeppelijk worden van dit bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de inrichtingsmaatregelen conform het in Bijlage 2 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1

Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a.

het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden zoals genoemd in onderstaande tabel indien en voor zover een "O" is vermeld, met dien verstande dat:

ontginnen, ophogen, afgraven, bodemverhogen, egaliseren O dempen, graven, afdammen, vergroten of herprofileren van sloten of ander R oppervlaktewater aanbrengen opgaande beplanting (m.u.v. erfbeplanting) O verwijderen opgaande beplanting, vellen/rooien houtopstanden O aanleg verharde wandel- of fietspaden en overige verhardingen O > 50 m² (niet zijnde kavelpaden) aanleg kavelpaden R aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of O telecommunicatieleidingen en daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 50 cm bij wijze van woelen, mengen, O diepploegen, egaliseren en afgraven dan wel ten behoeve van ontginningen met uitzondering van de aanleg van drainage aanleg van nutsvoorzieningen R Tabel: Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden R

Rechtstreeks zonder meer toelaatbaar

O

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden vereist

3.4.2

Uitzonderingen vergunningplicht

Het in 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. b. c. d. e.

werken en werkzaamheden die betrekking hebben op het normale onderhoud en beheer; werken en werkzaamheden die reeds in uitvoering of aanwezig zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; werken en werkzaamheden ten behoeve van realisering van bestemmingen en bouwmogelijkheden op grond van een wijzigingsbevoegdheid of afwijkingsbevoegdheid; werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden; werken en werkzaamheden die samenhangen met de activiteiten zoals opgenomen in het Ruimtelijk kwaliteitsplan;

BJZ.nu Bestemmingsplannen

10

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

3.4.3

Toelaatbaarheid werken werkzaamheden

Een omgevingsvergunning als bedoeld in 3.4.1 wordt slechts verleend indien kan worden aangetoond dat de betrokken waarden niet onevenredig worden geschaad, gelet op: a. b. c.

het belang dat met de ingreep is gediend; de belangen van landschap, natuur en cultuurhistorie tot uitdrukking zijn gebracht; het waterhuishoudkundig belang (kwantitatief en kwalitatief), met het oog op de waterhuishoudkundige doelstellingen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

11

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Artikel 4 4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit zoals genoemd in de in Bijlage 1 opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. tuinen en erven; c. groenvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen; e. ontsluitingswegen; f. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; g. aan- huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in de in Bijlage 1 opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat: 1. de activiteiten geen hinder opleveren voor de woonsituatie; 2. er een directe relatie bestaat tussen het aan huis verbonden (en uit te oefenen) beroep en de (hoofd)bewoner(s) van de woning; 3. de activiteiten geen detailhandel, horeca en of prostutie betreffen, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; 4. de activiteiten geen nadelige invloed hebben op de normale verkeersafwikkeling en geen onevenredige parkeerdruk veroorzaken; 5. de activiteiten, de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven niet onevenredig beperken; 6. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; 7.

de gezamenlijke oppervlakte ten behoeve van de activiteit niet meer bedraagt dan 100 m2. met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Hoofdgebouwen

Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; per bestemmingsvlak is maximaal één woning, danwel het ter plaatse van de maatvoering 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal woningen; de inhoud van het hoofdgebouw mag niet meer mag bedragen dan 750 m3; de goothoogte mag niet meer dan 4,5 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen.

4.2.2 a. b. c. d.

Aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken, waaronder overkappingen

de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij één woning mag ten hoogste 150 m2 bedragen; de goothoogte van aan- en uitbouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag ten hoogste 4 m bedragen, danwel de bestaande goothoogte wanneer dit meer bedraagt; de bouwhoogte van van aan- en uitbouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag ten hoogste 6 m bedragen, danwel de bestaande bouwhoogte wanneer dit meer bedraagt; aan- en uitbouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen dienen minimaal 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

12

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

4.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b.

de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het woonhuis of het verlengde daarvan worden opgericht, de bouwhoogte niet meer dan 1 m mag bedragen; in de overige gevallen mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet meer dan 3 m bedragen.

4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1

Voorwaardelijke verplichting

a.

b.

c.

tot een met de bestemming strijdig gebruik in elk geval wordt gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe bouwwerken overeenkomstig de in de bestemming 'Wonen' opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 2 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; in afwijking van het bepaalde onder a mogen nieuwe bouwwerken overeenkomstig de in de bestemming 'Wonen' opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder voorwaarde dat binnen 18 maanden na het tijdstip van onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor de bouw van nieuwe bouwwerken uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 2 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; tot een met de bestemming strijdig gebruik in elk geval wordt gerekend de bouw/het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe bouwwerken binnen de bouwvlakken, overeenkomstig de in de bestemming 'Wonen' opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de afgeronde sloop van de gebouwen zoals aangeven in Bijlage 3 sloopopgave.

4.4

Afwijken van de gebruiksregels

4.4.1

Afwijking voorwaardelijke verplichting

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.3.1 indien in plaats van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in Bijlage 2 andere landschapsmaatregelen wordt getroffen, met dien verstande dat: a. b. c.

de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 2 opgenomen landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in Bijlage 2 genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

13

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Artikel 5 5.1

Wonen - VAB

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - VAB' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

wonen; aan-huis-gebonden beroep, kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en bed & breakfast in de woning, met dien verstande dat het bebouwingsoppervlak ten behoeve van de activiteit niet meer bedraagt dan 100 m2; met dien verstande dat: c.

in ondergeschikte mate tevens agrarische activiteiten in de vorm van grondgebonden veehouderij en akker- en vollegrondstuinbouw zijn toegestaan, alsmede activiteiten gericht op natuurbeheer; met daarbijbehorende:

d. e. f. g. h.

(ontsluitings)wegen; nutsvoorzieningen; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; water ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer, tijdelijke waterberging en sierwater.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Toegestane bebouwing

Op de voor 'Wonen - VAB' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b.

woningen met aan- en uitbouwen en bijgebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

5.2.2

Bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in 5.2.1 gelden de volgende regels: Max. aantal per Max. Max. Max. bestemmingsvlak inhoud oppervlak goothoogte (m3) (m2) (m) 3 woningen (incl. aan- en uitbouwen) één 750 m 4,5 m bijgebouwen en overkappingen 150 m2** 4m t.b.v. de woonfunctie erf- of terreinafscheidingen: - vóór de voorgevelrooilijn - overige plaatsen* overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde * Meer dan 1 m achter de voorgevelrooilijn en meer dan 1 m van de weg of openbaar groen.

Max. bouwhoog te (m) 10 m 6m 1m 2m 3m

** danwel de bestaande oppervlakte, wanneer dit meer bedraagt, met dien verstande dat de sloopoppervlakte zoals bepaald in Bijlage 3 niet wordt meegerekend in de oppervlaktebepaling.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

14

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Nieuwbouw ingeval van sanering bestaande bebouwing

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2.2 ten behoeve van vervangen danwel beperkt uitbreiden van bestaande bebouwing of vergroting van de woning, met inachtneming van het volgende: a. b. c.

de bestaande bebouwing met 10% mag worden verruimd, zowel qua oppervlak als bouwhoogte; de toegestane inhoudsmaat van woningen mag worden vergroot, onder voorwaarden dan per m3 aan uitbreiding er 4 m3 aan bijgebouwen en overkappingen wordt gesaneerd; door middel van een (her)inrichtingsplan moet worden aangetoond dat door de herbouw substantiële kwaliteitsverbetering optreedt.

5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1

Voorwaardelijke verplichting

a.

b.

c.

tot een met de bestemming strijdig gebruik in elk geval wordt gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van bouwwerken overeenkomstig de in de bestemming 'Wonen - VAB' opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 2 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; in afwijking van het bepaalde onder a mogen bouwwerken overeenkomstig de in de bestemming 'Wonen - VAB' opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder voorwaarde dat binnen 18 maanden na het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 2 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; tot een met de bestemming strijdig gebruik in elk geval wordt gerekend de bouw/het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe bouwwerken binnen de bouwvlakken, overeenkomstig de in de bestemming 'Wonen - VAB' opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de afgeronde sloop van de gebouwen zoals aangeven in Bijlage 3 sloopopgave.

5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1

Afwijken voorwaardelijke verplichting

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.4.1 indien in plaats van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in Bijlage 2 andere landschapsmaatregelen wordt getroffen, met dien verstande dat: a. b. c.

de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 2 opgenomen landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in Bijlage 2 genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

5.5.2

Afwijkingsbevoegdheid niet-agrarische nevenactiviteiten

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.1 ten behoeve van het toestaan van niet-agrarische nevenactiviteiten zoals opgenomen in onderstaande tabel, met inachtneming van de volgende regels: a. b.

nevenfuncties zijn uitsluitend toegestaan bij wijze van nevenfuncties bij een volwaardig agrarisch bedrijf; nevenactiviteiten dienen milieuhygiënisch inpasbaar te zijn;

BJZ.nu Bestemmingsplannen

15

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

c. d. e. f. g. h. i. j.

er mogen geen onevenredige beperkingen voor omliggende, bestaande agrarische bedrijven optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreidings- en ontwikkelingsmogelijkheden); bestaande landschaps- en natuurwaarden in de omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; er mag geen sprake zijn van een onevenredige vergroting van de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking, dit in relatie tot de functie van de ontsluitingsweg waaraan de woning is gelegen; voor opslag, voor niet-agrarische nevenfuncties zoals opgenomen in tabel 15, mogen géén nieuwe gebouwen worden gebouwd, evenmin mogen bestaande gebouwen ten behoeve van opslag als nevenfunctie worden uitgebreid; buitenopslag ten behoeve van de nevenactiviteit is niet toegestaan; recreatieve nevenactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan indien deze een toegevoegde waarde hebben voor het bestaande toeristisch-recreatieve product; dit dient te worden getoetst aan het vastgesteld toeristisch-recreatief beleid van de gemeente; op eigen terrein dient er te worden voorzien in parkeergelegenheid; in combinatie met de bij recht toegestane niet-agrarische nevenfuncties mag de totale oppervlakte voor nevenfuncties wat betreft bouwwerken niet meer dan 800 m² bedragen en niet meer dan 2.000 m² wat betreft de gronden.

aard van de nevenactiviteit Passend/toelaatbaar maximaal aantal m² A = Toelaatbaar na bebouwing in gebruik afwijking voor nevenactiviteit R = Bij recht toegestaan aan landbouw verwante functies / bedrijvigheid agrarische handels- en exportbedrijven A (transport en opslagbedrijven, koelhuizen) opslag en stalling van agrarische producten A (meer dan reguliere opslag van eigen bedrijfsvoering) agrarische loonbedrijven in de categorieën 1 en A 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten of bedrijven die daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen zijn veehandelsbedrijven, foeragehandel, A paardenhandel ambachtelijke be- en verwerking van agrarische A producten (kaasmakerij, imkerij, riet- en vlechtwerk, klompenmakerij) niet-agrarische bedrijfsactiviteiten hoveniersbedrijf in de categorieën 1 en 2 van de A Staat van bedrijfsactiviteiten of bedrijven die daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen zijn opslag/stalling van niet-agrarische goederen A behorende tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten bestaande bebouwing of bedrijven die daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen zijn overige bedrijven in de categorieën 1 en 2 van A de Staat van bedrijfsactiviteiten of bedrijven die daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen zijn recreatieve functies / agrotoerisme paardenstalling (inclusief exploitatie R paardenkoets/paardenpension)

BJZ.nu Bestemmingsplannen

500 500 500

200 200

200

500

200

200

16

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

kleinschalige horecagelegenheid/dagrecreatie A (speelboerderij, theeschenkerij, restaurant, boerderijcafé, wijnproeverij) kano- boot- of fietsenverhuur R recreatief nachtverblijf A groepsaccommodatie A overige dienstverlening sociale functie (resocialisatie, therapie, A kinderopvang, zorgboerderij) tentoonstellingsruimte/museum A dierenpension; hondenfokkerij A Tabel: Niet-agrarische nevenfuncties na afwijken van het bestemmingsplan 5.6

Wijzigingsbevoegdheid

5.6.1

Vergroten woonbestemming

100 100 200 200 100 200 100

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd gronden direct grenzend aan een woonperceel te betrekken bij de bestemming 'Wonen - VAB' ten behoeve van een optimale inrichting van het perceel, met inachtneming van het volgende: a. b. c. d.

van de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt indien aanwezige landschapswaarden, zoals genoemd in de bestemmingsomschrijving, niet in onevenredige mate worden geschaad; de totale oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Wonen - VAB' ten hoogste met 25% mag worden vergroot; de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt; er een ruimtelijk kwaliteitsplan dient te worden overlegd, waaruit blijkt dat een substantiële kwaliteitsverbetering heeft plaatsgevonden met betrekking tot de inrichting van het erf en de landschappelijke inpassing ervan.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

17

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologische verwachting 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de verwachte archeologische waarden. 6.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de in artikel 6.1 bedoelde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor aanvullend of definitief archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. 6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Omgevingsvergunning

Gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemmingen zijn op deze gronden slechts toelaatbaar, indien daarvoor omgevingsvergunning door burgemeester en wethouders is verleend. Omgevingsvergunning wordt verleend, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 6.3.2

Uitzonderingen

Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3.1 is niet vereist, indien: a. b. c.

op basis van een aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 2.500 m2 en minder diep steekt dan 50 cm.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1

Verbod

Het is verboden op of in de in artikel 6.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d. e.

grondwerkzaamheden diep er dan 50 cm en met een oppervlakte groter dan 2.500 m2, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het (ver)graven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het verlagen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het werken met opsporingsapparatuur (waaronder vallen metaaldetectoren, grondradar en andere detectieapparatuur) gevolgd door het opgraven van archeologische vondsten en relicten.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

18

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

6.4.2

Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden

De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarvoor het verbod van artikel 6.4.1 geldt, zijn slechts toelaatbaar indien is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 6.4.3

Uitzonderingen

Het verbod, zoals is bedoeld in artikel 6.4.1, is niet van toepassing, indien: a. b. c.

d.

6.5

het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden of een ontgrondingsvergunning; de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn ingericht. Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door : a. b.

de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; aan gronden alsnog de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1' toe te kennen indien uit aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van de gronden met deze dubbelbestemming, gelet op de ter plaatse aanwezig archeologische waarden, aanpassing behoeft.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

19

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Artikel 7 7.1

Waarde - Archeologische verwachting 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de verwachte archeologische waarden. 7.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de in artikel 7.1 bedoelde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor aanvullend of definitief archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. 7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Omgevingsvergunning

Gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemmingen zijn op deze gronden slechts toelaatbaar, indien daarvoor omgevingsvergunning door burgemeester en wethouders is verleend. Omgevingsvergunning wordt verleend, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 7.3.2

Uitzondering

Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.3.1 is niet vereist, indien: a. b. c.

op basis van een aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 10.000 m2 en minder diep steekt dan 50 cm.

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1

Verbod

Het is verboden op of in de in lid 7.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d. e.

grondwerkzaamheden diep er dan 50 cm en met een oppervlakte groter dan 10.000 m2, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het (ver)graven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het verlagen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het werken met opsporingsapparatuur (waaronder vallen metaaldetectoren, grondradar en andere detectieapparatuur) gevolgd door het opgraven van archeologische vondsten en relicten.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

20

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

7.4.2

Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden

De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarvoor het verbod van lid 7.4.1 geldt, zijn slechts toelaatbaar indien is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 7.4.3

Uitzonderingen

Het verbod, zoals is bedoeld in lid 7.4.1, is niet van toepassing, indien: a. b. c.

d.

7.5

het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden of een ontgrondingsvergunning; de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn ingericht. Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door : a. b.

de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; aan gronden alsnog de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' toe te kennen indien uit aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van de gronden met deze dubbelbestemming, gelet op de ter plaatse aanwezig archeologische waarden, aanpassing behoeft.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

21

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Hoofdstuk 3 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

22

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Artikel 9

Algemene bouwregels

9.1

Situering van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

9.1.1

Situering

Voor de situering van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten behoeve van de woonfunctie geldt het volgende: a. b. c. d.

aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten behoeve van de woonfunctie mogen uitsluitend binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd; bijgebouwen en vrijstaande overkappingen worden niet uitgelijnd met het hoofdgebouw; het oppervlakte per bijgebouw of vrijstaande overkapping mag niet meer bedragen dan 100 m2; bijgebouwen en overkappingen dienen op minimaal 1 m uit de zijdelingse perceelsgrens te worden gebouwd, tenzij op de perceelsgrens wordt gebouwd.

9.1.2

Afwijking

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 9.1.1, met inachtneming van het volgende: a. b. c.

afwijking wordt slechts verleend indien de aanvraag vergezeld gaat met een goed onderbouwd ruimtelijk kwaliteitsplan; de nieuwe indeling dient te leiden tot een verhoging van de beeldkwaliteit op het bestemmingsvlak; de nieuwe indeling leidt niet tot beperking van omliggende agrarische bedrijven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

23

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Artikel 10 10.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder een strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.1 , eerste lid onder c van de Wabo wordt in elk geval verstaan: a. b. c. d.

een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud, met dien verstande dat de opslaghoogte van goederen minder dan 4 meter moet bedragen; een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; een gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van horeca, detailhandel, de opslag en verkoop van motorbrandstoffen, prostitutie en/of als seksinrichting, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik van opstallen en gronden; een gebruik van bed & breakfastaccommodaties en vrijstaande bijgebouwen ten behoeve van permanente bewoning.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

24

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

11.1

Afwijkingsbevoegdheid overschrijding maatvoering en bouwgrenzen

11.1.1

Afwijkingsbevoegdheden

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels van het plan voor: a. b. c.

overschrijding van – voor bouwen geldende – afstands-, oppervlakte-, inhouds- en hoogtematen met ten hoogste 10%; overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen; overschrijding van de maximum bouwhoogte ten behoeve van erf- en terreinafscheidingen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen.

11.1.2

Afwegingskader

Afwijkingen als bedoeld in lid 11.1.1 worden niet verleend: a. b. c.

indien daardoor onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; indien er sprake is van een overschrijding van de inhoudsmaat van woningen; indien daardoor onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld.

11.2

Afwijkingsbevoegdheid kleinschalige duurzame energievoorzieningen

11.2.1

Afwijkingsbevoegdheid

Voor zover niet vergunningsvrij, kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken van de regels van het plan voor: a.

het bouwen en gebruiken van één of meer collectoren voor warmteopwekking of één of meer panelen voor elektriciteitsopwekking met een maximale hoogte van 2 meter binnen bouwpercelen dan wel in een zone van 50 m vanaf de grens van het bouwperceel, met dien verstande dat de bouwhoogte wordt gemeten vanaf maaiveld.

11.2.2

Afwegingskader

Een afwijking als bedoeld in 11.2.1 wordt slechts verleend: a. b.

11.3

indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; indien sprake is van een goede landschappelijke inpassing en voor zover aanwezige cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad; Afwijkingsbevoegdheid paardenbak

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels van het plan ten behoeve van het toestaan van een paardenbak binnen de bestemmingen ‘Agrarisch’, met inachtneming van het volgende: a. b. c. d. e. f.

de realisatie van een paardenbak niet mogelijk is binnen een bouwperceel; de paardenbak op minimaal 50 m van een woning van derden wordt geplaatst; de paardenbak dient in een zone van 50 m vanaf de grens van het bouwperceel te worden geplaatst; de bouwhoogte van de omheining mag niet meer bedragen dan 2 m; de bouwhoogte van de lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; bestaande natuur- en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

25

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Artikel 12 12.1

Algemene wijzigingsregels

Wijzigingsbevoegdheid overschrijden bestemmingsgrenzen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

26

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Artikel 13 13.1

Overige regels

Afstemming welstandstoets

Voor zover de regels in het bestemmingsplan met betrekking tot: a. b. c.

d. e.

13.2

de voorgeschreven maximale goothoogte en maximale bouwhoogte; de plaatsing op het bouwperceel; de dakhelling; ruimte bieden voor verschillende mogelijkheden van het realiseren van gebouwen, is deze ruimte tevens bedoeld voor het kunnen stellen van voorwaarden op basis van de in artikel 12a van de Woningwet aangegeven welstandscriteria, (voor zover die binnen het betreffende gebied van toepassing zijn) mits: ten aanzien van het gestelde onder a. de vermindering van de goot- en bouwhoogte niet meer bedraagt dan 15% van de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte; ten aanzien van het gestelde onder b. de binnen de regels te realiseren oppervlakte niet wordt verminderd. Afstemming APV

Dit bestemmingsplan verzet zich niet tegen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van evenementen en andere meerdaagse of regelmatig terugkerende activiteiten met een maximum van vijf evenementen per jaar en een duur van ten hoogste 15 dagen per evenement, mits, voor zover noodzakelijk, een vergunning op basis van de APV is verleend, en met dien verstande dat indien evenementen in een bestemming uitdrukkelijk zijn bestemd, het eerder gestelde maximum in aantal en in duur van evenementen niet geldt. 13.3 a.

b.

c. d.

e.

Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden Bij het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruik, bouwen of afwijken dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw en/of het terrein daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, motorfietsen, fietsen, of andere voertuigen, op eigen terrein in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op of onder het gebouw, en/of op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw of terrein behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. De parkeergelegenheid bij het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruik, bouwen of afwijken wordt bepaald aan de hand van de "Parkeernormennota Ommen" of later door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vervangende beleidsregel(s). De onder a bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare auto's. Aan deze eis wordt voldaan door vast te houden aan de richtlijnen en maatvoering conform de "Parkeernormennota Ommen" of later door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vervangende beleidsregel(s).

Indien de bestemming van een gebouw of het terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde onder a en c: 1. indien het voldoen aan die bepalingen op overwegende bezwaren stuit; en 2. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. Ruimte(n) voor het bepaalde onder a en c dient, voor zover de aanwezigheid van deze ruimten krachtens deze regels nodig is, beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik met de bestemming.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

27

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Hoofdstuk 4 Artikel 14 14.1

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

14.2

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Afwijking

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning eenmalig afwijken van lid 14.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 14.1 met maximaal 10%. 14.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 14.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.4

Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 14.5

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 14.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 14.6

Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 14.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 14.7

Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 14.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

28

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Artikel 15

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26. Vastgesteld door de raad van de gemeente Ommen in de vergadering van

BJZ.nu Bestemmingsplannen

29

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

BJZ.nu Bestemmingsplannen

30

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Bijlage regels

BJZ.nu Bestemmingsplannen

31

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

BJZ.nu Bestemmingsplannen

32

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Bijlage 2

Ruimtelijk kwaliteitsplan

BJZ.nu Bestemmingsplannen

33

Buitengebied, herziening Wethouder Petterweg 19 en Bergweg 26 vastgesteld

Bijlage 3

Sloopopgave

BJZ.nu Bestemmingsplannen

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10839305/1