4. Bijlage bij toelichting 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan
Tekst van het document
ruimtelijk kwaliteitsplan Langsweg 1 Dalmsholte
Door:
dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd
06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 2192 H. Oldehinkel 9 februari 2025
Bestandsnaam Aantal pagina’s
2192-RKP-004.indd 14
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.
INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE
1
2 VIGEREND BELEID
5
2.1.
omgevingsvisie overijssel
5
2.2.
gemeente ommen
5
2.3.
inspiratieboek ruimtelijke kwaliteit
7
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E
8
3.1.
8
beeldkwaliteit
4 RU I MT EL I J K K WA L I T EI T S P L A N
9
4.1.
ruimtelijk onderbouwing
9
4.2.
samenvatting maatregelen
10
4.3.
kwaliteitsimpuls groene omgeving
11
5 BEPLANTING
15
1 INTRODUCTIE dé Erfontwikkelaar is gevraagd een visie te geven op de inrichting als onderdeel van een ontwikkeling aan de Langsweg 1 te Dalmsholte. Initiatiefnemer heeft op deze locatie 804 m2 landschapsontsierende bebouwing gesloopt waarmee er ter compensatie een woning van max. 600 m3 gerealiseerd kan worden. De gemeente Ommen wil hier middels de rood voor rood regeling in principe aan medewerken, mits de ruimtelijke kwaliteit versterkt wordt. Deels wordt dit bereikt door de sloop van landschapsontsierende bebouwing en deels door het landschappelijk goed inpassen van het erf. Ten grondslag van dit Ruimtelijk kwaliteitsplan ligt het landschapsontwikkelingsplan Ommen. Naast het beleid zijn ook de wensen en de randvoorwaarden van opdrachtgever verwerkt in een plan.
1
lo catie plangebie d en slo oplo catie
locatie compensatiewoning Nu het erf niet me er in gebruik is als agrarisch te slopen landschapsontsierende bebouwing
b e drijf ver valt de gebruikswaarde van de st allen, deze zullen
bestaande boerderij splitsen
te slopen landschapsontsierende bebouwing
geslo opt worden waarme e ter comp ensatie e en wo ning gerealise erd kan worden. . De b est aande b o erderij wordt b etrokken in de plannen en zal e en dubb e le wo onfunctie krijgen. Nabij deze b o erderij kunnen twe e nieuwe bijgeb ou-
2
wen komen.
plangebied en omgeving rond 1900
plangebied en omgeving rond 1950
plangebied en omgeving rond 2010
3
2 VIGEREND BELEID
gen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dy-
2.1.
OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL
namiek van het stromende water en het vasthouden van water,
De Provincie Overijssel heeft het Streekplan, het verkeer- en
aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan
vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieube-
vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaar-
leidsplan samengevoegd tot de Omgevingsvisie. Het vormt
heid van het water.
het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwali-
Kenmerkend voor het jonge heide- en broekontginningsland-
teit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden
schap waren oorspronkelijk de grote oppervlakte aan – voor-
beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen
malige – natte en droge heidegronden. Deze waren functioneel
deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil
verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier
zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de
werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal;
verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en
in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar
het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële
en bemesting voor de akkergronden op de essen. Ten opzichte
gebiedskenmerken het uitgangspunt.
van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd
Gebiedskenmerken
door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg gescha-
Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken
keld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het
binnen de Omgevingsvisie toegelicht:
‘inbreidings’landschappen met rommelige driehoekstructuren
De natuurlijke laag De laag van het agrarisch-cultuur landschap De stedelijke laag De laag van de beleving
als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische
natte laagte
natuurlijke laag
ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en
Toelichting: Beekdalen en natte laagten en jonge heide- en broekontginningslandschap. Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelin4
de kenmerkende ruimtematen. 2.2.
GEMEENTE OMMEN
Het landschapontwikkelingsplan (LOP) Ommen geeft aan hoe oude hoevenlandschap
het landschap kan worden ontwikkeld, gebruikmakend van bestaande kwaliteiten en potenties. Het geeft de visie van de gemeente op het omgaan met haar landschap voor de komende 10 jaar.
agrarisch cultuurlandschap
Kenmerkend voor het Ommer landschap is de grote variatie in landschapstypen. Op relatief kleine schaal wisselen rivieren, bos, heide, open en halfopen agrarisch gebied elkaar af. Concreet zijn de volgende landschappen te onder-scheiden: het rivierenlandschap; het essen- en kampenlandschap; het vlierenlandschap; het bos- en landgoederenlandschap; het jonge ontginningslandschap; het veenontginningslandschap. Het plangebied ligt in het jonge ontginningslandschap dat de volgende karakteristieken kent:
open landschap met beplanting voornamelijk langs wegen en op erven; rationeel kavelpatroon van rechthoekige percelen verspreide bebouwing langs wegen
De gebouwen staan evenwijdig aan de kavelrichting en zijn
Toekomstbeeld: Het jong ontginningslandschap bestaat uit ruimtelijke
georiënteerd op de weg. Aan de randen van de erven, langs
structuur van beplante ontginningswegen afgewisseld met grote open ruimten. De grote open ruimtes vormen
de kavelgrenzen zijn bomenrijen en houtsingels aanwezig die
een contrast met het kleinschalige landschap op de dekzandruggen. Bedrijfsgebouwen en erven zijn landschappelijk goed ingepast en vormen een versterking van de landschappelijke structuur. Gebieden die een onderdeel uitmaken van de robuuste verbindingszone zijn ingereicht
hoger zijn dan de bebouwing. De bescheiden siertuin aan de voorzijde omgeven door een lage haag, enkele solitaire bomen
als natuurlijk grasland en bos.
op het voorerf en singels langs de kavelgrens. meer info: inspiratieboek Ruimtelijke kwaliteit gemeente Ommen 5
Maatregelen: Meeliften en sturen: het ontwikkelen van nieuwe natuur dient bij te dragen aan het versterken van de landschappelijke kwaliteiten en het vergroten van de biodiversiteit door aanleg van natte en droge natuur. (bosjes, houtwallen,struweel).
Inrichting van het erf Erven hebben een vrij open karakter houtsingels of bomenrijen aan de zijden van het erf enkele grote bomen op het erf hagen en bermsloten aan de voorzijde erven meestal direct aan de weg
Sturen: het behouden van openheid rode ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het versterken van de landschappelijke karakteristieken van het jonge ontginningslandschap door de nieuwe ontwikkeling landschappelijk in te passen; door middel van erfbeplanting de erven meer onderdeel uit te laten maken, erfbeplanting bestaat uit gebiedseigen soorten als eik, esdoorn, en berk. • 2.3.
INSPIRATIEBOEK RUIMTELIJKE KWALITEIT
de te slopen stallen
Karakteristiek van de erven: rechthoekig of vierkante erfopzet erven als groene ‘eilanden’ boerderij is zichtbaar in het landschap houtsingels op kavelgrensen, niet aan alle zijden van het erf komen dichte singels voor Gebouwen op het erf Rationele opzet van de erven kavelrichting is leidend voor de inrichting van de bebouwing, niet de weg forse gebouwen, weinig bijgebouwen markante kopgevel richting de weg hoge kap zadeldak voert boventoon eenduidige hoofdvorm
6
te slopen schuur
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E
gen zijn waardevol evenals een volwassen tamme kastanje.
3.1.
Met de sloop van de stallen kan het erf weer opnieuw
BEELDKWALITEIT
Het plangebied maakt onderdeel uit van het jonge heide-
worden ingericht waarmee de ruimtelijke kwaliteit van het
ontginningslandschap. Van oorsprong was het gebied veel
gebied toeneemt. Daarbij is het wel belangrijk dat het erf als
opener met aan de zuidzijde de nattere ‘vliergronden’ en aan
een eenheid vormgegeven wordt. Dit kan door het aanbren-
de noordzijde de drogere heidegronden. Het gebied is altijd
gen van beplanting en het ontwerpen van de gebouwen in
open geweest met enkel beplanting langs de wegen en op en
familie.
nabij erven. De bestaande erven zijn sober en functioneel ingericht. Er is een duidelijke scheiding tussen het ‘voor’ erf met enige sierbeplanting (richting de Langsweg) en het achtererf dat veel functioneler is ingericht met stallen en veel functionele verharding. Langs de wegen is een enkele rij bomen geplant. Het erf ligt als een groen eiland in de openheid. Het bestaande erf wordt ontsloten door één inrit. De bestaande boerderij (twee wooneenheden) blijft behouden, alle bestaande schuren zijn landschapsontsierend en worden gesloopt. De erven in de omgeving kenmerken zich door de geïsoleerde ligging in het landschap. Daarmee zijn de erven als groene eilanden in het meer open landschap. Het contrast met de meer open vliergronden is waardevol. De erven kennen veelal een harde overgang naar het landschap door middel van een houtsingel of bomenrij. Ook het plangebied kent nog een houtsingel aan de noorden oostzijde. Deze singel is sterk vervallen en zal opgeknapt moeten worden. De bestaande fruitbomen ‘voor’ de wonin7
Belangrijkste ruimtelijke kenmerken: de erven vormen clusters langs de weg; de gebouwen staan uitgelijnd aan de kavelrichting op het erf de te slopen stallen zijn landschapsontsierend door het gebrek aan gebruikwaarde de bestaande boerderij past in het landschap de nieuwe bebouwing zal zich hieraan moeten schikken; het erf en het landschap dient een bepaalde maat van openheid te behouden de erven kennen veel gebiedseigen beplanting, dit is waardevol en moet waar kan behouden blijven; het is passend op het erf om opgaand groen aan te planten, het is echter niet nodig om het gehele erf te verstoppen achter groen duidelijke grenzen van het erf duidelijk onderscheid in een ‘voor-’ en een ‘achtererf’ dit uit zich in de beplanting en het gebruik van het erf.
project
Uitgangspunten gemeente: sloop alle landschapsontsierende bebouwing landschappelijk goed inpassen van het gehele erf; enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het jong ontginningslandschap zoals is omschreven in het Landschapsontwikkelingsplan; Uitgangspunten provincie: het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken (beekdallandschap) volgens de Omgevingsvisie Overijssel; de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is van toepassing, deze wordt in hoofdstuk 4.2 nader toegelicht
uitzoom van het nieuwe erf
8
laat je erf groeien!
formaat
a3 1 (3)
slopen landschapsontsierende bebouwing; behoud bestaande woning met twee bijgebouwen; realiseren één compensatiewoning met inpandig bijgebouw op de plek waar de landschapsontsierende bebouwing staat; voldoende privacy tussen de tuinen; behouden bestaande structuurdragende gebiedseigen beplanting
tekeningno
datum
Uitgangspunten initiatiefnemer:
3 febr. 2025
K WA L I T EI T S P L A N
2192
4 RUIMTELIJK
Legenda
6
2. Bestaande boerderij met twee wooneenheden
6. Aanplant houtsingel (min. 8 m breed) 7. Aanplant tamme kastanje 8. Aanplant beuk
9. Aanplant hoogstam fruitbomen
10. Bestaande fruitbomen behouden
8
1 12 4 4 13
8 2
11. Bestaande paardenkastanje behouden
4
8
1
12. Aanplant struweel
13. Aanplant esdoornhaag 11 7
5
9
5
10
0
9
a3
5. Aanplant bomenrij van ruwe berk
formaat
datum
1
3 febr. 2025
3
12
1 (3)
4. Bijgebouw
1
tekeningno
3. Compensatiewoning met inpandig bijgebouw
2192
1. Te slopen landschapsontsierende bebouwing
project
5
10
20
30
40
50 m
erfinrichtingsplan
4.1.
RUIMTELIJK ONDERBOUWING
erf krijgt, is gekozen voor een nieuwe inrit aan de noordzijde
naast worden, als aanvulling op de bestaande bomen, enkele
Met de sloop van de landschapsontsierende stallen bestaat
van het erf. Hiermee wordt onnodige extra verharding voor-
grote solitaire bomen aangeplant. De gebouwen op het erf
de mogelijkheid om op deze plek één nieuwe compensatie-
komen en ontstaat een praktisch opdeelbare situatie. De
blijven deels zichtbaar in de omgeving, wat wordt gezien als
woning te bouwen. Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is
beoogde situatie is in eerste instantie in samenspraak met
een kwaliteit van het landschap. Er is rekening gehouden met
dat het erf zich als een eenheid in het landschap moet blij-
de ervenconsulent van Het Oversticht ontworpen. Wijzigin-
het westelijk gelegen erf van de buren. Tussen de weg en de
ven presenteren. Het is passend binnen het ontginningsland-
gen naderhand hebben plaatsgevonden in verband met het
compensatiewoning wordt struweel voorzien waarmee het
schap dat het erf een bepaalde mate van openheid behoudt.
participatietraject met omwonenden.
zicht op de woning ontnomen wordt. Door tevens te kiezen
Door een weloverwogen positionering van de compensa-
voor een geïntegreerd bijgebouw aan de wegzijde ontstaat
tiewoning is dit mogelijk. Er is gekozen voor een inpandig
Groenstructuur en inrichting erf
bijgebouw waarmee het aantal volumes op het erf beperkt
Vanuit het landschapsontwikkelingsplan is het gewenst om
blijft. De afgewogen positie van de gebouwen moet voorko-
in het ontginningslandschap rechtlijnigheid en functionele
De keuze voor verharding moet worden afgestemd op de
men dat schuttingen of andere bouwkundige elementen die
inrichting te versterken en te herstellen. Dit wordt bereikt
materialisering van de architectuur. Verharding moet in een
niet passen in het buitengebied worden aangebracht. Het
door de bebouwing een gelijke oriëntatie te geven (of haaks
sobere, gedekte kleurstelling worden toegepast, in harmonie
ensemble blijft behouden, maar iedere wooneenheid krijgt
hierop), en door structuurbepalend groen, zoals bomen en
met de gevels en andere materialen van het woonhuis en de
wel een eigen plek op het erf.
hagen, toe te voegen om het erf landschappelijk in te passen.
bijgebouwen. Schuttingen en hoge, opgaande exoten moe-
er voldoende ruimte en privacy tussen de woningen.
ten in het buitengebied worden vermeden. Mede vanwege de eigendomssituatie van de gronden en
Het erf langs de Langsweg 1 komt overeen met de karakteris-
de milieutechnische randvoorwaarden is het niet mogelijk/
tieken van het ontginningslandschap. De huidige bebouwing
4.2.
wenselijk om de compensatiewoning aan de oostzijde van
is uitgelijnd en deels afgeschermd door gesloten groen. Over
de bestaande bebouwing te realiseren. Bij het ‘rood voor
het algemeen zijn de erven halfopen, met hier en daar enkele
rood’-principe wordt aangehouden dat er gebouwd moet
grote bomen, gesloten bosjes of singels. Richting de weg zijn
worden op of nabij de locatie waar de te slopen schuren
de tuinen open en is er zicht op de bebouwing. De erven
staan. Hieraan wordt met de gekozen erfopzet voldaan.
kennen een duidelijke clustering en worden vaak ontsloten
sloop landschapsontsierende bebouwing nieuwe compensatiewoning met inpandig bijgebouw op de plek waar de te slopen schuren staan, deze wordt uitgevoerd als schuurwoning; het erf blijft zich als eenheid in het landschap presenteren het ‘voor’ erf blijft behouden en wordt versterkt met hoogstamfruitbomen; het ‘achter’ erf wordt meer extensief ingericht met struweel en bomen; de compensatiewoning met bijgebouw krijgt een eigen inrit; op het erf is ruimte om te keren/parkeren.
door meerdere inritten (bijvoorbeeld voor een schone en De nieuwe compensatiewoning zal uitgevoerd worden
vuile weg, kavelpaden, etc.).
als schuurwoning. Hiermee blijft de hierarchie op het erf behouden en de boerderij het hoofdgebouw op het erf. De
Om de gebouwen te verzachten en het erf de gewenste
schuurwoning moet qua uitstraling lijken op de schuren die
groene inpassing te geven, is gekozen voor de aanplant van
voorkomen in het landschap. De uitgelijnde situering van de
een robuuste houtsingel aan de noordoostzijde van het erf.
gebouwen sluit aan bij de gebiedskenmerken. Om te voorko-
De zuidzijde van het erf blijft hierdoor opener, met alleen
men dat de nieuwe compensatiewoning ontsluiting over het
een losse bomenrij. Er is gekozen om het voorerf te accentueren met hoogstamfruitbomen en geschoren hagen. Daar-
10
SAMENVATTING MAATREGELEN
4.3.
KWALITEITSIMPULS GROENE OMGEVING
Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provincie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikkelingen in de groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. In het buitengebied is ruimte voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling van een grote schaal en met een grote impact op de omgeving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, wordt het volgende model gevolgd:
Gebiedseigen ontwikkeling
landschapsontsierende bebouwing op eigen erf. Daarnaast
Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet
wordt het erf een kwalitatief hoogwaardig erfensemble met
primair in het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische
gebouwen die passen in de omgeving en waarbij groen in balans
bedrijven en wonen.(mixlandschap). In voorliggend geval is dan
is met de gebouwen.
ook sprake van een gebiedseigen functie. Tevens draagt het initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied.. Schaal en impact op de omgeving De activiteiten zullen plaatsvinden op een plek waar al bouwing staat. De landschapsontsierende opstallen hebben op deze plek geen functie meer. Hiermee vervalt de gebruikswaarde van deze opstallen. Het totale bebouwde oppervlakte neemt af. De schaal van de ontwikkeling is klein, mede door de positionering van de gebouwen middels de één erfgedachte. De impact op de omgeving is hiermee beperkt en kan zelfs als positief ervaren worden door het opheffen van een geurcontour. Eigen belang en maatschappelijk belang Er is sprake van een eigen belang. Het vergroot het woongenot en er kunnen gelden gegenereerd worden voor de sloop van de opstallen. Ook is er een maatschappelijk belang. Op het erf staan landschapsontsierende bebouwing met asbest. Middels de sloop van het geheel en het opruimen van veel verharding zal de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied verbeteren. Dit is goed voor de leefomgeving en het landschap. Tegenprestatie Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvullende kwaliteitspretaties gevraagd, die bijdragen aan de versterking van de gebiedskenmerken uit het landschapsontwikkelingsplan en de ontwikkelingsrichting uit de ontwikkelingsvisie.
11
Deze tegenprestatie zal bestaan door het slopen van 804 m2
Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) saneren 804 m2 landschapsontsierende bebouwing.
4. 5.
6. 7. 8.
9.
Aanplant hoogstam fruitbomen Malus/Pyrus/Prunus HO bij voorkeur oud Hollandse soorten Aanplantmaat 12-14 totaal 6 stuks Eindbeeld is een losse boomgroep
4
7
3
1
Bestaande paardenkastanje behouden
5
Aanplant : Viburnum opulus - Geldersche roos Corylus avalana - Hazelaar Crateagus monogyna - Eénst. Meidoorn Sorbus aucuparia - Lijsterbes
1 st/m2 aanplanten in de maat 80-100 Eindbeeld is een gesloten losse struweel
10. Aanplant struweel bestaande uit: Crataegus monogyna - Meidoorn 40% Crateagus laevigata - Tweestijlige meidoorn 15% Frangula alnus - Vuilboom 30% Viburnum opulus - Gelderse roos 10% Rosa canina - Hondsroos 5%
Aanplantmaat 40-60 met 5 stuks/m1 Eindbeeld is een struweel van 5 meter hoog en minimaal 4 (m) hoog zodat het zicht op het erf wordt ontnomen
1
6
0
10
20
30
40
50 m
11. Nieuw aan te planten zwarte els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 12-14 met in totaal 5 stuks Eindbeeld is een bomenrij
12. Deze zijde vrij houden van opgaande beplanting zodat zicht vanuit buren behouden blijft
12
2192
bestand
door
4
11
Bestaande fruitbomen behouden
Nieuw aan te planten Acer campester - esdoorn Aanplantmaat 80-100 met min. 5 st/m1 Eindbeeld is een geschoren haag van max. 1 (m) hoog
schaal
4 9
3 febr. 2025
project formaat
8
Aanplant Castanea sativa - tamme kastanje Aanplantmaat 14-16 Eindbeeld is een solitaire boom Aanplant Fagus sylvatica - beuk Aanplantmaat 14-16. Totaal 3 stuks Eindbeeld is een solitare boom
datum
10
versie
1 st/m2 aanplanten in de maat 80-100 Eindbeeld is een gesloten houtsingel van 8 (m) breed
2
a3
3.
Aanplant houtsingel: Alnus glutinosa - Zwarte Els 10% Fraxinus excelsior - Gewone Es 10% Viburnum opulus - Geldersche roos 15% Sambucus nigra - Vlier 20% Corylus avalana - Hazelaar 10% Crateagus monogyna - Eénst. Meidoorn 15% Sorbus aucuparia - Lijsterbes 10% Ligustrum vulgare - Wilde liguster 10%
1
12
1 (3)
2.
Aanplant Betula pendula - ruwe berk Aanplantmaat 14-16 met een onderlinge afstand van 8 (m) Totaal 12 stuks met als eindbeeld een bomenrij
tekeningno
1.
laat je erf groeien! de landschapsmaatregelen
Erfinrichtingsplan Langsweg 1 Dalmsholte
Legenda
13
sfeerbeeld erf
hagen op het erf
weide rond het erf
struweel
fruitbomen op het erf
Hollandse linde