4. Bijlage 2; beoordeling APV Ommen 2021 op regelniveau
Tekst van het document
Naam verordening
Artikelnummer
Opschrift
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
1:1
Begripsbepalingen
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
1:4
Voorschriften en beperkingen
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
1:8
Algemene weigeringsgronden
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
2:10
Voorwerpen of stoffen op of aan de weg of een openbare plaats
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Inhoud artikel Moet/mag in het omgevingsplan In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; b. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; c. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente Ommen 2013: d. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; e. college: het college van burgemeester en wethouders; f. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; g. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; h. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; i. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; j. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; k. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; l.
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; m. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; Mag n. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. 1.Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. Mag 2.Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 3.
Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, ingediende aanvragen voor een vergunning of ontheffing kan de in het tweede lid genoemde termijn worden Mag gedeeltelijk verlengd tot ten hoogste acht weken. 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,50 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,50 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor uitstallingen, opslag, (tijdelijke) reclameborden en laadpalen. 4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a.
evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 7. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Omgevingsverordening Overijssel 2017. Moet gedeeltelijk 1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2.De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3.Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 4.Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, Omgevingsverordening Overijssel 2017, de waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene verordening ondergrondse infrastructuur 2017.
5.Op de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig Moet beslissen) van toepassing.
1.Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg indien: a.daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; b.het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden. 2.Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg indien: a.daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b.dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c.het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d.er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 3.De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
4.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de Omgevingsverordening 2:12
Maken of veranderen van een uitweg
Overijssel 2017. 1.Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:
Moet
a.te roken gedurende een door het college aangewezen periode of in de periode dat binnen de veiligheidsregio fase 2 geldt voor brandgevaar; b.voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. 2:18
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
Mag 3.Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. 1.Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod indien de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat. 2:22
Objecten onder hoogspanningslijn
3.Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn. 1.In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
Mag
a.bioscoop- en theatervoorstellingen; b.markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c.kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d.het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e.betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f.activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en artikel 2:39; g.sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a.een herdenkingsplechtigheid; b.een braderie; c.een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d.een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e.een straatfeest of buurtbarbecue; f.een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.
3.In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a.het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan honderd personen; b.de activiteiten plaatsvinden tussen 07.00 uur en 23.00 uur; c.geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 50 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur of 45 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
d.de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en 2:24
Begripsbepaling
e.slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 vierkante meter per object en een minimale onderlinge afstand van 5 meter.
Mag
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
2:25
Evenementenvergunning
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
2:45
Betreden van plantsoenen en dergelijke
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
2:46
Rijden over bermen en dergelijke
1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2.Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2.1, eerste lid van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3.Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste vijftien werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4.De burgemeester kan binnen vijf werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 in combinatie met artikel 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 6.Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.
7.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 8.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van Mag gedeeltelijk toepassing. 1. Het is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken, grasperken of buiten de daarin gelegen wegen of paden. Mag 2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Overijssel 2017. 1.Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
Moet Mag
2.Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 4.Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht een deugdelijk hulpmiddel bij zich te hebben, dat geschikt is voor de verwijdering van uitwerpselen van de hond.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
2:58
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
2:60
Verontreiniging door honden
5.Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht dit hulpmiddel op eerste vordering te tonen aan de toezichthouder. 1.Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a.aanwezig te hebben; b.aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c.aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; of d.te voeren. 2.Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen, plaats ontheffing verlenen van een of meer Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren verboden als bedoeld in het eerste lid. Mag 1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van dertig meter van de weg. 2. Het verbod in het eerste lid aanhef en onder a, geldt niet indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te voorkomen. 3.
Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid. 4. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Overijssel 2017.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 2:64
Bijen
6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Mag
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
2:73a
Carbid
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
4:1
Begripsbepalingen
1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien: a. gebruik wordt gemaakt van vaten met een inhoud van maximaal 50 liter; en b. de vaten zijn afgesloten met zacht materiaal; en c. het vrije schootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen openbare wegen of paden liggen; en d. het gebruik plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur; en e. wordt geschoten in een richting die is afgewend van de woonbebouwing; en f. de betreffende locatie is gelegen op een afstand van tenminste: 1. 75 meter van woonbebouwing; en 2. 300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg; en 3. 300 meter van inrichtingen waar dieren worden gehouden. Tenzij het op explosieve wijze verbranden als bedoeld in het eerste lid plaatsheeft door of met toestemming van de houder van de inrichting, in welk geval een kortere afstand is toegestaan. 3. De burgemeester kan nadere regels stellen voor wat betreft het gebruik van carbidschieten. 4.
Het verbod in het eerste lid geldt, in afwijking van het gestelde in het tweede lid, sub a, eveneens niet bij gebruik van vaten met een grotere inhoud dan 50 liter, mits dit ten minste voor 1 december van het desbetreffende jaar schriftelijk is gemeld aan de burgemeester, onder overlegging van bescheiden waaruit blijkt met welk(e) vat/vaten wordt/worden geschoten en mits wordt voldaan aan voorschriften, indien de burgemeester die, naar aanleiding van de melding, aan dit gebruik heeft verbonden. 5. Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van strafrecht. Mag In deze afdeling wordt verstaan onder: - collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; - gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1.
van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. Mag
Aanwijzing collectieve festiviteiten
1.De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2.De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3.In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer nader aan te wijzen delen van de gemeente; 4.Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5.Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6.Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 75 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.
7.De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8.Op de dagen, bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk om 02.00 uur te worden beëindigd. Mag
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
4:2
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
4:3
Melding incidentele festiviteiten
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
4:5
Onversterkte muziek
4:5b
Geluidhinder in de open lucht
4:5c
Geluidhinder door dieren
4:5d
Geluidhinger door motorvoertuigen en bromfietsen
4:6
Overige geluidhinder Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021 Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021 Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021 Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
4:9
Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1.Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:6 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2.Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3.Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. 4.De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5.De melding wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
6.Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 75 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7.De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwen gelaten. 8.Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk om 02.00 uur beëindigd. 9.De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10.Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
Mag 1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a.de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b.de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c.de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder; d.bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. 2.Tabel 3.Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.
4.Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. 5.Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel 4:3. Mag 1.Het is verboden in de open lucht een geluidsapparaat, toestel of machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2.Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod. 3.Het college kan terreinen of wateren aanwijzen waar het verbod niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, toestellen of machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder. 4.De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op: 1.het maximale geluidsniveau; 2.de situering van geluidsbronnen; 3.de frequentie en tijden van gebruik. 1.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Omgevingsverordening Overijssel 2017.
Mag Degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. Mag Het is verboden buiten een inrichting zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder ontstaat. Mag 1.Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2.Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Omgevingsverordening Overijssel 2017. Mag Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen. Mag
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
4:9a
Verbod oplaten ballonnen
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
4:10
Begripsbepalingen
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021 Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
4:11
Verbod tot het vellen of doen vellen van een houtopstand zonder omgevingsvergunning
4:12
Aanvraag vergunning
4:12a
Weigeringsgronden
1. Het is verboden een ballon, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht, helium of enig ander gas dat lichter is dan lucht, op te laten in de buitenlucht zonder dat deze op enige wijze met het aardoppervlak verbonden is. 2. Onder ballon wordt verstaan: feest-, geluks-, papier-, wens-, sfeer-, herdenkings-, reclameballon of – lampion en dergelijke. 3. Het verbod is niet van toepassing op ballonnen die voor wetenschappelijk doeleinden worden opgelaten. Mag 1.In deze afdeling wordt verstaan onder: a. houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meerdere bomen; b. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen c. knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; d. dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van veelal gelijksoortige houtopstand, waarin individuele bomen niet onderhouden worden en waarbij bomen onderling concurreren om leefruimte; e. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid van de Boswet. 2.In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Mag
1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a.wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; b.vruchtbomen, bestemd voor vruchtproductie en windschermen om boomgaarden; c.fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in bijzonder bestemde terreinen; d.kweekgoed; e.houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; f.houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving op last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in art.
4.15; g.het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud; h.het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten; i.houtopstand die wordt geveld als gevolg van de uitvoering van een (bouw)werk overeenkomstig een vastgesteld bestemmingsplan, een vastgesteld wijzigings- of uitwerkingsplan of een planologische toestemming als bedoeld in artikel 2.12 van de Wabo, waarbij bij de vorenstaande ruimtelijke besluiten is aangegeven welke houtopstanden dit betreft; j.houtopstand, indien voor het vellen daarvan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 onder b, van de Wabo is vereist; k.houtopstand met een stamomtrek van maximaal 95 cm (gemeten op 1,30 m hoogte van het maaiveld) voor zover deze houtopstand niet valt onder de onderdelen a tot en met j van dit lid; l.houtopstand, voor zover deze niet valt onder de onderdelen a tot en met k van dit lid, die dood is. 3.Op de vergunningaanvraag is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Moet De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.
Mag 1.De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand kan worden geweigerd op grond van: a.natuurwaarde van de houtopstand; b.de landschappelijke waarde van de houtopstand; c.de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; d.de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; e.de beeldbepalende waarde van de houtopstand; f.de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand, 2.Deze waarden worden beoordeeld overeenkomstig het door de gemeenteraad vastgestelde Bomenbeleidsplan 2012. Mag
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
4:12b
4:12c
Bijzondere vergunnngvoorschriften
1.Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2.Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. Artikel 4:12c Herplant-/instandhoudingsplicht 1.Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn. 2.Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
3.Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de betrokken grond, of aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen voorzieningen te treffen, waardoor de bedreiging wordt weggenomen. Het bevoegd gezag kan daarbij aanwijzingen geven en /of een termijn stellen. 4.Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. Mag
Herplant-/instandhoudingsplicht
1. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn. 2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de betrokken grond, of aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen voorzieningen te treffen, waardoor de bedreiging wordt weggenomen. Het bevoegd gezag kan daarbij aanwijzingen geven en /of een termijn stellen. 4. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. Mag
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
4:13
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
4:15
Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
4:17
Begripsbepaling
4:18
Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterrein
4:19
Aanwijzing kampeerterrein
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021 Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
1.Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a.onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b.bromfietsen en andere motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c.kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d.mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2.Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Omgevingsverordening Overijssel 2017. 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2.Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a.natuur en landschap; of b.het aanzicht. 1.Artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2.Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4:18, vierde lid.
Mag
Mag
Mag
Mag Mag
5:2
Voertuigen van autobedrijf en dergelijke
5:3
Te koop aanbieden van voertuigen
5:4
Defecte voertuigen
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:5
Voertuigwrakken
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:6
Kampeermiddelen en andere voertuigen
1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: 1. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren. 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
1.Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a.langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben; b.op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 3.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Overijssel 2017. 4.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Reclamevoertuigen
1.Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren of te plaatsen met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021 Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:7
Mag
Mag Mag
Mag
Mag
Mag
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:8
Grote voertuigen
1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren binnen de bebouwde kom van de gemeente Ommen of op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren binnen de bebouwde kom van de gemeente Ommen of op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 4. Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. 6. aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 vaneen de Algemene wetvan bestuursrecht (positieve fictieve beschikking beslissen) vante toepassing. 1. Op Hetde is verboden eeneen voertuig dat, met inbegrip van lading, lengte heeft meer dan 6 meter of een hoogte van meerbij daniet 2,4tijdig meter, op de weg parkeren bij Mag
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:9
Uitzichtbelemmerende voertuigen
een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:10
Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:11
Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:12
Overlast van fietsen of bromfietsen
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:17
Begripsbepaling
1.Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2.Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam. 1.Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan. 2.Dit verbod is niet van toepassing op: a.de weg; b.voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; c.voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Mag Mag
Mag
1.Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2.Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan. Mag 1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a.een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b.een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24. Mag
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021 Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021 Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:18
Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
5:19
Toestemming rechthebbende
5:20
Afbakeningsbepalingen
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:24
Voorwerpen op, in of boven openbaar water
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:25
Ligplaats vaartuigen
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:28
Beschadigen van waterstaatswerken
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:32
Crossterreinen
1.Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2.Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3.Onverminderd het bepaalde in lid 2 en artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd indien: a. de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. 4.Het college kan nadere regels stellen over dagen en tijden waarop een standplaats mag worden ingenomen en over het aantal standplaatsen per locatie. 5.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. 1. Artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Overijssel 2017.
2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
Mag Mag
Mag
1.Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 2.Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan Het college. 3.De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de Omgevingsverordening Overijssel 2017 of, het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene verordening ondergrondse infrastructuur 2017. Mag 1.Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.
2.Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a.nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b.beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, of de Omgevingsverordening Overijssel 2017. 4.Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 5.De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Mag 1.Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, of de Omgevingsverordening Overijssel 2017. Moet 1.Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2.Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.het voorkomen of beperken van overlast; b.de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c.de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. Mag
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021 Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021 Algemene plaatselijke verordening gemeente Ommen 2021
5:33
5:34 5:35
1.Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2.Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.het voorkomen van overlast; b.de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c.de veiligheid van het publiek. 3.Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a.ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b.die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c.die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d.van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e.voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
4.Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing: a.op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b.binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening 2017 aangewezen 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. Beperking verkeer in natuurgebieden 5.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Mag 1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2.Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a.verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b.sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c.vuur voor koken, bakken en braden. 3.Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen, waarbij voorwaarden kunnen worden gesteld. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen 5.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de of anderszins vuur te stoken Omgevingsverordening Overijssel 2017. Mag In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of Begripsbepaling nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Mag
5:36
Verboden plaatsen
5:37
Hinder of overlast
1.Incidentele asverstrooiing is verboden op: a.verharde delen van de weg; b.gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 2.Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3.Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het eerste lid, onder a. 4.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Mag Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden. Mag