3. Bouwsteen Notitie intensieve veehouderij omgevingsvisie Ommen
Tekst van het document
NOTITIE
Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie Auteur(s)
Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Notitie intensieve veehouderij omgevingsvisie Ommen Bouwsteen omgevingsvisie: intensieve veehouderij Gemeente Ommen 126774 Definitief 16 juli 2021 126774/21-011.352 W.W. Gaastra MSc, mw. K. Poelsema MSc, mw. B.A. Atzl MSc, ir. B.A. Jimmink, ing. S. Veenstra ir. B.A. Jimmink
Paraaf
Bijlage(n)
Definities en aantallen intensieve veehouderij Ruimtelijke kaders gemeente Ommen Emissiefactoren en effectanalyse berekeningen Geurcontouren (vergunde situatie) Fijnstofcontouren concentratie (vergunde situatie) Fijnstofcontouren scenario 1 Fijnstofcontouren scenario 2
Aan
Gemeente Ommen -
Kopie
H. van Kessel
Bestuurlijke samenvatting Deze notitie geeft inzicht in de positie van intensieve veehouderijen in de gemeente Ommen. Er is een inventarisatie uitgevoerd van trends en ontwikkelingen in de sector, de (inter)nationale, regionale en lokale context en de effecten op hoofdlijnen voor geur, fijnstof en stikstofdepositie zijn in beeld gebracht. (Inter)nationale context, inclusief trends en ontwikkelingen De intensieve veehouderij maakt zowel economisch als maatschappelijk een moeilijke fase door. De opbrengsten staan onder druk, de verplichtingen op het vlak van dierenwelzijn en verduurzaming noodzaken tot hogere investeringen en de maatschappelijke weerstand neemt toe. Agrariërs in de intensieve veehouderij hebben behoefte aan perspectief, zodat zij ook op de lange termijn rendabele- en duurzame investeringen kunnen doen. De basis voor verandering is de erkenning van betrokken partijen dat er sprake is van een gemeenschappelijke opgave en de overtuiging dat men gezamenlijk invulling kan en moet geven aan de verdere verduurzaming van de veehouderij. Lokale- en regionale context, inclusief trends en ontwikkelingen De gemeente Ommen is een aantrekkelijke woon- en verblijfsgemeente met zo’n 18.000 inwoners in het hart van het Vechtdal. Landbouw is een belangrijke economische pijler, Ommen telt ongeveer 350 agrarische bedrijven die goed zijn voor ongeveer 800 arbeidsplaatsen.
Het gaat zowel om grootschalige productiebedrijven, die voor een (inter)nationale markt produceren, als een diversiteit aan kleinschaligere bedrijven gericht op kleinschalige productie van onder meer streekgebonden producten.
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Koningin Julianaplein 10, 12e etage | Postbus 85948 | 2508 CP Den Haag | +31 (0)70 370 07 00 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751
Het aandeel van intensieve veehouderijbedrijven in de gehele landbouwsector is beperkt. Desondanks is er wel groeiende maatschappelijke weerstand tegen intensieve veehouderijen, onder ander door geurhinder en zorgen over de effecten op gezondheid. Daarnaast is er een bredere maatschappelijke discussie over de mate van duurzaamheid in de sector. Effectanalyse Een eerste analyse van de effecten van de intensieve veehouderij op de omgeving levert het volgende beeld: - geurbelasting: een klein deel van de gemeente Ommen wordt blootgesteld aan geurconcentraties boven de wettelijke normen; - fijnstofconcentratie(bijdrage): er wordt zowel aan de Europese grenswaarden als aan de WHOadvieswaarden voldaan; - stikstofdepositie: in het oostelijke deel van de gemeente Ommen is er sprake van sterke overbelasting. De bijdrage van de stalemissies aan de totale emissies ligt in de orde van 75-90 %. De hoogste stikstofdepositie door ammoniak is 1.487 mol/ha/jaar. Dit is een hoge stikstofdepositie.
1
AANLEIDING
De gemeente Ommen heeft Witteveen+Bos gevraagd om inzichten te verschaffen en feitelijke informatie te bundelen over de intensieve veehouderij1. Deze notitie is hiervan het resultaat en vervult daarmee de rol van bouwsteen voor de Omgevingsvisie. In deze notitie komen de volgende onderwerpen aan de orde (opeenvolgend): - 2 (Inter)nationale context, inclusief trends en ontwikkelingen; - 3 Lokale- en regionale context, inclusief trends en ontwikkelingen; - 4 Effectafstanden intensieve veehouderijen; - 5 Doorkijk naar de toekomst.
De gemeente Ommen is bezig met het opstellen van een Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie wordt een integrale afweging gemaakt, met oog voor samenhang tussen de uiteenlopende wensen en belangen rond onderwerpen als wonen, landbouw, gezondheid, natuur en duurzaamheid. De Omgevingsvisie gaat eind 2021 ter besluitvorming richting college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. In de aanloop naar, en als onderdeel van, het opstellen van de Omgevingsvisie loopt een participatietraject met inwoners, georganiseerde partijen en partners en worden voor meerdere onderwerpen inhoudelijke bouwstenen uitgewerkt.
Voor het schetsen van een volledig beeld over de toekomst van de intensieve veehouderij binnen uw gemeente raden wij aan om als follow-up van de korte notitie een verdiepende studie uit te voeren. Deze verdiepende studie kan bestaan uit gerichte gesprekken met betrokkenen uit de sector, een diepgaand effectafstandenonderzoek en een detailstudie naar het economisch perspectief.
2
(INTER)NATIONALE CONTEXT, INCLUSIEF TRENDS EN ONTWIKKELINGEN
Nederland staat voor grote opgaven. De bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, duurzaam energie opwekken, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie vragen veel ruimte. Dit zorgt voor ruimtelijke dilemma’s. Een deel van deze opgaven gaat zich afspelen in het landelijk gebied en heeft impact op de agrarische sector in het algemeen en de intensieve veehouderij in het bijzonder.
1
Er bestaat geen eenduidige definitie voor intensieve veehouderijen en daarbij horende aantallen. In bijlage I worden verschillende veel gebruikte definities en aantallen toegelicht.
2 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
2.1
Het landbouwbeleid
Het Europese landbouwbeleid De wereldwijde voedselproductie moet tegen 2050 verdubbelen om tegemoet te komen aan de bevolkingsgroei en veranderende voedingsgewoonten. Daarnaast kampen boeren met de gevolgen van de klimaatverandering voor de biodiversiteit en de bodem- en waterkwaliteit, en moeten zij voldoen aan de eisen van de wereldmarkt. Het EU-landbouwbeleid is de afgelopen decennia ingrijpend veranderd om boeren te helpen deze uitdagingen het hoofd te bieden en zich aan te passen aan de veranderende gewoonten en verwachtingen van de consument (Europese Unie, 2021). De landen van de Europese Unie (EU) maken samen een Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). De EUlanden mogen hun eigen landbouwbeleid bepalen, binnen de grenzen van het GLB. De landbouw moet in de komende jaren duurzamer worden en meer rekening houden met klimaatverandering en behoud van biodiversiteit. Hierbij stelt de EU de volgende doelen (Rijksoverheid, 2021): - verhoging van duurzame landbouwproductie; - landbouw klaarmaken voor de gevolgen van klimaatverandering; - verminderen van uitstoot van broeikasgassen. Het Nederlandse landbouwbeleid Het landbouweconomisch beleid in Nederland is grotendeels gericht op de verhoging van de arbeidsproductiviteit om de concurrentiepositie te verbeteren.
Er wordt gewerkt in een goed georganiseerde keten met specialistische bedrijven, grote spelers en hoge mate van technologie-inzet en -ontwikkeling. De agrarische sector kent een grote dynamiek. Markten worden steeds opener en het beschermende Europese landbouwbeleid wordt afgebouwd. Produceren tegen een lage kostprijs speelt hierbij een belangrijke rol. Tegelijkertijd moet de landbouw duurzamer en groener. Dit vraagt om investeringen in milieu, dierwelzijn, volksgezondheid, voedselveiligheid en klimaat. Veel bedrijven ondervinden hier problemen bij, dit is in het bijzonder het geval in de intensieve veehouderij (Erisman en Poppe, 2020). Een onzekere markt Op het moment van schrijven van deze notitie (juli 2021) is er sprake van een dynamisch en onzeker speelveld voor (intensieve) veehouderijen. De intensieve veehouderij maakt zowel economisch als maatschappelijk een moeilijke fase door. De opbrengsten staan onder druk en daarbij vergen verplichtingen op het vlak van dierenwelzijn en verduurzaming hogere investeringskosten. Dit zorgt voor een tweedeling: bedrijven stoppen vanwege de grote investeringslast en een gebrek aan perspectief voor bedrijfsopvolging. Bij de blijvende bedrijven leidt het juist indirect tot schaalvergroting om alsnog rendabel te kunnen produceren.
Werkprotocollen ter voorkoming van dierziekten en de uitvoering van stal- en voedermanagementmaatregelen om emissies te verlagen zijn eenvoudiger en efficiënter uit te voeren in een groot bedrijf. Schaalvergroting op haar beurt roept maatschappelijke weerstand op.
2.2
Milieu en gezondheid
Geurhinder door de intensieve veehouderij De (Rijks)overheid streeft naar een duurzame veehouderij. De doelstelling van het geurbeleid voor veehouderijen is het voorkomen van overmatige hinder door normen te stellen voor de geurbelasting bij geurgevoelige objecten. Er is niet omschreven wat ‘overmatige hinder’ is. Geurgevoelige objecten zijn net als bij bedrijfsmatige activiteiten gebouwen waar mensen wonen of verblijven. Aangezien er sprake moet zijn van een gebouw, wordt bijvoorbeeld dag- of verblijfsrecreatie in de buitenlucht niet beschermd tegen geurhinder. De exacte grens tussen wel of niet permanent of daarmee vergelijkbaar gebruik, is niet geheel duidelijk. Het bevoegd gezag beoordeelt en motiveert dit per situatie (RIVM, 2015). Stikstof in de intensieve veehouderij De agrarische sector in zijn geheel draagt voor meer dan 90 % bij aan de uitstoot van stikstof in Nederland. De belangrijkste bronnen zijn veestallen, toediening van dierlijke en kunstmest, beweiding en mestopslag. Een aanzienlijk deel hiervan is te herleiden naar de intensieve veehouderij. De uitstoot van stikstof is schadelijk voor natuur en biodiversiteit.
3 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Het beïnvloedt de bodemkwaliteit en daarmee de grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit. Ook leidt het tot aantasting van de samenstelling van flora en fauna, waarbij het zorgt voor een achteruitgang van de biodiversiteit (InfoMil, 2021). De uitstoot van stikstof zorgt vooral in de buurt van de bron (zowel intensieve veehouderijen als rundveebedrijven) voor problemen. Ongeveer 30 % van de ammoniak slaat in de eerste 5 km neer. De depositie van het overige deel wordt verspreid over een gebied tussen de 5 en 1.000 km van de bron. Aangezien de stikstofproblematiek sterk samenhangt met de afstand tot de bronnen is er een duidelijke relatie met de ruimtelijke ordening. De ligging van (intensieve) veehouderijen ten opzichte van voor verzuring gevoelige natuur is van groot belang voor het behoud van de natuur (InfoMil, 2021). De stikstofcrisis In dit perspectief geldt dat een verkleining van de veestapel op bepaalde plekken, kan leiden tot natuurherstel en/of meer ruimte voor onder andere woningbouw. De stikstofcrisis vraagt om een politieke afweging tussen stikstofambities en de belangen in het landelijk gebied. Er is een gebiedsgerichte aanpak nodig om aan de doelen van de habitatrichtlijn te voldoen.
Het PBL schetst hierbij een ingrijpend toekomstbeeld wanneer er wordt gekozen voor een strikte doelstelling, zoals stikstofdepositie in 2040 of 2050 overal in Nederland onder de risiconormen voor stikstofgevoelige natuur, ook wel kritische depositiewaarden (KDW). Een dergelijke doelstelling betekent een grote transformatie van de landbouw in Nederland. Dit heeft met name impact in de provincies Gelderland, Brabant en Overijssel waarin ruimtelijk gezien dan geen landbouw meer mogelijk zou zijn, zelfs niet wanneer dit biologische of extensieve landbouw betreft (PBL, 2021). In het perspectief ‘Naar een ontspannen Nederland’ bieden Erisman en Strootman (2021) zicht op een structurele aanpak uit de crisis. Hierbij wordt de ruimtelijke verbinding met andere opgaven dan alleen stikstof gelegd (droogte en verdroging, waterkwaliteit en weidevogels) en bovendien is de voorgestelde aanpak qua kosten efficiënter dan de huidige aanpak. Daarbij komt de regio Midden-Overijssel bij de lange termijn aanpak als één van vier sleutelgebieden uit de bus voor een langetermijnperspectief voor stikstof, klimaat en Natura 2000-doelen. Het is van groot belang om de (ruimtelijke) koppeling te leggen met andere opgaven, en ze gebiedsgericht en in samenhang met elkaar aan te pakken. De stikstofproblematiek kan zoals hefboom worden gebruikt voor het halen van andere doelen.
Zo kan doelgericht, efficiënt en gebiedsgericht worden gewerkt en kunnen processen, budgetten en instrumenten aan elkaar worden gekoppeld. Dierenwelzijn Daarnaast dienen zich nieuwe dilemma’s aan: verbetering van dierenwelzijn kan conflicteren met andere belangen. Meer ruimte per dier leidt bijvoorbeeld tot grotere stallen die meer invloed op het landschap kunnen hebben. De vrije uitloop van dieren in de buitenlucht kan ervoor zorgen dat emissies (ammoniak, stikstof, mest, geur) minder goed met maatregelen te reduceren zijn.
2.3
Duurzaamheid
De Nederlandse overheid neemt maatregelen om de (intensieve) veehouderij diervriendelijker en duurzamer te maken. Nederland wil in 2030 internationaal koploper zijn in duurzame kringlooplandbouw. In een kringlooplandbouw ontstaat een systeem waarbij afval opnieuw gebruikt wordt. Daarom zet het kabinet in op (Kamerbrief Duurzame Veehouderij, 2019): - inspireren en experimenteren: vernieuwers delen kennis en ervaring en inspireren andere veehouders om ook stappen te zetten. Ook stelt het ministerie innovatie- en experimenteerruimte beschikbaar en kijkt naar mogelijkheden om wet- en regelgeving te vereenvoudigen; - verbeteren van condities om te verduurzamen: · stimuleren van de markt voor duurzame producten; · het vergroten van de financiële slagkracht van de verduurzamende boer; · het coherent maken van de regelgeving; · het vergroten en breder verspreiden van kennis over verduurzaming;
4 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
-
concrete stappen voor de sector: vijf grote dierlijke sectoren (varkens, melkvee, pluimvee, kalveren en melkgeiten) hebben concrete plannen en programma’s gemaakt om verder te verduurzamen in lijn met de visie van het ministerie op de kringlooplandbouw.
3
Lokale- en regionale context, inclusief trends en ontwikkelingen
3.1
De lokale economie
Ommen is een aantrekkelijke woon- en verblijfsgemeente. Gelegen in het hart van het Vechtdal is het een landelijke speler op gebied van recreatie en toerisme. Met ongeveer 2 miljoen overnachtingen, ruim 70 miljoen aan bestedingen en ongeveer 3.850 banen is deze sector zeer belangrijk voor de economie van Ommen. De sector is ook een belangrijke drager voor andere sectoren, zoals winkels, horeca en midden- en kleinbedrijf. Tegelijkertijd is er van oorsprong veel landbouw aanwezig en heeft de gemeente een sterk agrarisch karakter. Het totale areaal cultuurgrond bedraagt bijna 9.000 ha. Daarvan is het grootste deel, ongeveer 5.500 ha, in gebruik als grasland, 3.500 ha als landbouw en een klein deel voor tuinbouwdoeleinden. De helft van het grondgebied van Ommen is in gebruik door de landbouw. De agrarische sector beheert dus een belangrijk deel van het landschap. Ommen telt ongeveer 350 agrarische bedrijven die goed zijn voor ongeveer 800 arbeidsplaatsen in Ommen. Het gaat zowel om grootschalige productiebedrijven, die voor een (inter)nationale markt produceren, als een diversiteit aan kleinschaligere bedrijven gericht op kleinschalige productie van onder meer streekgebonden producten. Veelal wordt deze kleinschalige productie gecombineerd met andere functies (verbrede landbouw), zoals vrijetijd (kamperen bij de boer) en/of zorg (zorgboerderijen).
Door opschaling en het stoppen van bedrijven komen veel agrarische erven en gronden vrij. De gronden behouden waar mogelijk de agrarische functie. De vrijkomende erven bieden kansen voor nieuwe bedrijvigheid en woonvormen en het versterken van de cross-overs met vrijetijd, wonen en zorg. In de Economische Visie Ommen (2017) is opgenomen dat de gemeente de concurrentiepositie van de agrarische sector wil versterken en tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving moet verbeteren. Zo worden de lokale en regionale economie versterkt en de leefbaarheid vergroot. De focus ligt op twee pijlers: - landbouw sterk en circulair, met aandacht voor het ontwikkelen van een sterk landbouwbedrijfsleven, de mogelijkheid tot het sluiten van nutriënten kringlopen en de koppeling van de landbouw aan de maakindustrie in de regio; - agro & food en freetime & life, met aandacht voor het ontwikkelen van een aan de landschappelijke diversiteit gekoppelde brede landbouw (cross-overs met recreatie en zorg) in het Vechtdal, de herbestemming van vrijkomende agrarische gebouwen, de aanleg van glasvezel en de energietransitie. In regionaal verband wordt er gewerkt om de agrarische sector te versterken.
Dit gebeurt onder andere in samenwerking met LTO Vechtdal, Ondernemershuis van het Vechtdal, Kennispoort Regio Zwolle, Coöperatieve Vereniging Vechtdalproducten, De Ommer Marke, natuurorganisaties en partneroverheden in de regio. Ommen legt hierbij een stevig accent op de kracht van de eigen streekproducten. Vanuit het innovatiecluster Agro & food wordt ingezet op het realiseren van een circulaire en duurzame economie en voortgaande innovatie in de keten, met oog voor voedselveiligheid en gezondheid.
3.2
Milieu en gezondheid
De groene omgeving is van groot belang voor het welzijn van mens, plant en dier. De provincie Overijssel bevordert een veilig en gezond leefmilieu voor mens en dier door het buitengebied zoveel mogelijk te vrijwaren van veiligheidsrisico's en belasting van het milieu. De aanpak van milieubelasting gebeurt via vergunningverlening en toezicht en handhaving. In de Omgevingsvisie Overijssel die in 2009 is vastgelegd wordt benoemt dat de aandacht vooral ligt op de geur- en de fijnstofbelasting in de intensieve veehouderij. In de Omgevingsvisie Beken Kleur van de provincie Overijssel uit 2017 volgt dat voor alle nieuwe- en grootschalige ontwikkelingen in het buitengebied een goede ruimtelijke inpassing verplicht is (Geconsolideerde Omgevingsvisie vanaf 2017).
5 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Naast deze basisinspanning kunnen aanvullende kwaliteitsprestaties nodig zijn. Voor het bepalen van de mate van aanvullende kwaliteitsprestaties gelden drie variabelen: 1 is de ontwikkeling ‘gebiedseigen’ of ‘gebiedsvreemd’; 2 wat is de schaal van de ontwikkeling en de impact op de omgeving; 3 dient het initiatief een eigen belang, of ook maatschappelijke belangen; Met behulp van deze variabelen worden de kosten en baten voor de omgeving gewogen voor nieuwe (ook in de agrarische, en intensieve veehouderij sector) ontwikkelingen. Op dit moment is de provincie Overijssel bezig met het opstellen van een nieuwe omgevingsvisie die naar verwachting in 2022 gereed is. Met de actualisatieronde van 2021 wil de provincie de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening in overeenstemming brengen met de eisen van de nieuwe Omgevingswet. De provincie Overijssel is bezig met Het Ontwerp Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2021 en het Ontwerp Omgevingsverordening Overijssel 2021. Geurhinder door de intensieve veehouderij Voor het maatschappelijk draagvlak is het van belang om de overlast van intensieve veehouderij tot een minimum te beperken. Een goede landschappelijke inpassing van stallen en het beperken van (geur)overlast en van risico’s voor de volksgezondheid, kunnen dit draagvlak bevorderen.
De Gezondheidsraad heeft in 2012 geadviseerd om een deel van de afwegingen over veehouderij en gezondheid lokaal te doen. Dit moet volgens de Gezondheidsraad tot stand komen met alle betrokken partijen in een transparant besluitvormingsproces, onder verantwoordelijkheid van de gemeenten en met de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) in een adviserende rol. Deze lokale aanpak is nodig omdat omstandigheden sterk kunnen variëren (aantal bedrijven, bevolkingsdichtheid), waardoor bijvoorbeeld een algemene afstandseis tussen bebouwing en bedrijf niet vast te stellen is (RIVM). De gemeente Ommen valt binnen de concentratiegebieden van de Meststoffenwet die in 19861 is vastgesteld (zie afbeelding 3.1). Een belangrijk uitgangspunt is dat in gebieden met veel veehouderijen (de concentratiegebieden) mensen minder snel geur als hinderlijk ervaren dan mensen in de nietconcentratiegebieden. In de concentratiegebieden gelden daarom iets hogere (minder strenge) geurnormen dan in de rest van Nederland.
Afbeelding 3.1 Concentratiegebieden I en II zoals vastgesteld in de meststoffenwet
1
https://wetten.overheid.nl/BWBR0004054/2021-01-01.
6 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Stikstof in de intensieve veehouderij Er zijn de laatste jaren maatregelen getroffen om de uitstoot terug te dringen. Op regionale schaal zijn er afspraken gemaakt in de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof Overijssel (2020). Deze aanpak gaat uit van: - het behoud van agrarische bedrijven. Agrarische bedrijven vervullen een belangrijke rol bij het beheer van en de leefbaarheid in het landelijk gebied. Een duurzaam verdienvermogen en leefbaarheid zijn belangrijke aspecten bij de toekomst van het landelijk gebied; - samenwerken op basis van noaberschap. Draagvlak en gedeeld eigenaarschap zijn cruciaal voor het welslagen van de Gebiedsgerichte Aanpak. Hierbij past een bestuursstijl hoog op de participatieladder; - een gebiedsagenda voor elk gebied. In de gebieden wordt vanaf dag één gewerkt aan het bij elkaar brengen van vraag en aanbod om acute knelpunten op te lossen en snelle winst te verzilveren. Parallel wordt er gewerkt aan een plan voor de middellange termijn: de gebiedsagenda.
3.3
Het landschap
Het buitengebied van de gemeente Ommen bezit vele kwaliteiten: de diverse landschapstypen, uitgestrekte natuurgebieden, de rust van het platteland en de rustieke ligging van kernen en buurten in het dal van de Vecht en de Regge. Ommen wil de differentiatie in het landschap en de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden en kwaliteiten van het buitengebied behouden en versterken. Tegelijkertijd wil de gemeente in haar buitengebied de ontwikkelingen in de landbouw, het beheer van landgoederen en recreatiebedrijven niet op slot zetten: daarvoor is het belang van deze partijen voor de economische ontwikkeling te groot. Het landschap zoals het er nu ligt, is grotendeels een cultuurlandschap dat onder invloed van menselijk handelen is ontstaan. Het landschap vraagt om onderhoud en beheer, om de landschappelijke kwaliteit en de variatie in het landschap die onder meer door burgers en toeristen hoog worden gewaardeerd, te kunnen behouden. Dit houdt in dat de gemeente in haar buitengebied, rekening houdende met de specifieke mogelijkheden van de verschillende landschappen en ondergronden, ruimte wil bieden aan ontwikkeling. Binnen de gemeente Ommen zijn vanuit het Gemeentelijke Omgevingsplan Ommen (2013) 2 grote landschapstypen te onderscheiden (zie afbeelding 3.2), het oude cultuurlandschap en het jongere ontginningslandschap.
Het betreft twee typen: 1 het oude cultuurlandschap, bestaande uit: het rivierenlandschap, het essen- en kampenlandschap en het bos- en landgoederenlandschap; 2 het jongere ontginningslandschap, bestaande uit: het veenontginningslandschap, het jonge ontginningslandschap en vlierenlandschap.
7 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Afbeelding 3.2 Landschappelijke eenheden gemeente Ommen (GOP, 2013)
Voor een uitgebreidere duiding van de ruimtelijke kaders, wordt verwezen naar bijlage II.
4
EFFECTENANALYSE
4.1
Verschillende scenario’s
Om de effecten van geur, fijnstof en stikstof van de veehouderijen in de gemeente Ommen te bepalen, zijn verspreidingsberekeningen uitgevoerd. Dit is gedaan op basis van drie scenario’s die zijn bepaald op basis van de landschappen die in afbeelding 3.2 worden weergegeven. Om het effect van het op- en afschalen van de emissies, die de bedrijven veroorzaken, te bepalen, wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijven in het oude cultuurlandschap en bedrijven in het jonge ontginningslandschap. De scenario’s zijn: 1 bepaalde emissies op basis van de vergunde aantallen dieren (hierna: vergunde situatie); 2 afschalen emissies uit het oude cultuurlandschap, Vechtdal (-10 %); 3 opschalen emissies uit de veengebieden in het jonge ontginningslandschap (+20 %).
8 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
De emissies zijn berekend op basis van standaard1 emissiefactoren2 en de vergunde aantallen dieren (zie bijlage III). Alle veehouderijen bevinden zich op een afstand van meer dan 100 m buiten de bebouwde kom en hebben daarmee de minimaal vereiste afstand met geurgevoelige objecten van 50 m3. Afbeelding 4.1 geeft alle objecten met woonfunctie geografisch weer. Deze effectafstandenregeling geldt voor de diercategorieën met opmerking ‘afstandsrichtlijn’ (zie bijlage III).
Afbeelding 4.1 Verblijfsobjecten met een woonfunctie in de gemeente Ommen
In de volgende paragrafen worden de resultaten van de effectberekening voor geur, fijnstof en stikstof op hoofdlijnen beschreven. Zie bijlage III voor meer informatie over de effectberekeningen.
1
Voor elke diercategorie is ‘overige huisvestigingssystemen’ aangenomen met de hoogste emissiefactoren. Indien bedrijven mechanische ventilatie esv. hebben zijn de emissies ook lager.
2
Emissiefactoren diercategorieën, regeling ammoniak en veehouderij’, InfoMil.
3
Waar te zien is dat zich een geurgevoelig object binnen een afstand van 100 m van een veehouderijbedrijf bevindt, wordt aangenomen dat dit object een woningen is die bij de veehouderij hoort.
9 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
4.2
Geur
Wettelijk kader De grenswaarden voor geurbelasting zijn op basis van Artikel 3 lid 1 van de Wet geurhinder en veehouderij bepaald: ‘Een omgevingsvergunning met betrekking tot een veehouderij wordt geweigerd indien de geurbelasting van die veehouderij op een geurgevoelig object, gelegen: a. binnen een concentratiegebied, binnen de bebouwde kom meer bedraagt dan 3,0 odour units per kubieke meter lucht; b. binnen een concentratiegebied, buiten de bebouwde kom meer bedraagt dan 14,0 odour units per kubieke meter lucht’. De afstandsrichtlijn zoals gedefinieerd in Artikel 4 lid 1 van de Wet geurhinder en veehouderij geldt voor de diercategorieën voor die geen emissiefactoren zijn vastgesteld: ‘De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object bedraagt: a. ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en b. ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen’. Omdat alle bedrijven meer dan 100 m buiten de bebouwde kom liggen is hier alleen lid 1.b van toepassing.
Uitgangspunten De geurbelasting is berekend op basis van de volgende aannames: - vergunde en niet daadwerkelijke aantallen dieren; - maximale emissiefactoren op basis van de categorie ‘overige huisvestingssystemen’. De contouren zijn met behulp van gridpunten berekend. Het grid omvat de hele gemeente Ommen. Resultaten analyse Afbeelding 4.2 geeft een beeld van de totale geurbelasting op de inwoners van de gemeente als gevolg van de veehouderijen in Ommen. Uit deze resultaten blijkt dat het noordwesten van Ommen een geurimmissie van boven 14 ouE/m³ ervaart. Tussen de vergunde situatie en de twee scenario’s is er bijna geen verschil (zie afbeeldingen 4.3 tot en met 4.6).
10 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Afbeelding 4.2 Geurbelasting als gevolg van de veehouderijen binnen de gemeente Ommen
11 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Afbeelding 4.3 Verschil tussen de geurimmissies - vergunde situatie en scenario 1 (afschalen Vechtdal)
12 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Afbeelding 4.4 Verschil tussen de geurimmissies - vergunde situatie en scenario 1 (vergroot)
13 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Afbeelding 4.5 Verschil tussen de geurimmissies - vergunde situatie en scenario 2 (opschalen ontginningsvenen)
14 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Afbeelding 4.6 Verschil tussen de geurimmissies - vergunde situatie en scenario 2 (vergroot)
Conclusies Op basis van de berekende resultaten kan ervan worden uitgegaan dat veehouderijen in Ommen een geurimmissie veroorzaken die boven de maximaal toelaatbare grenswaarde ligt. Deze resultaten zijn een mogelijke overschatting omdat de vergunde aantallen dieren en de hoogste emissiefactoren zijn gebruikt voor de berekeningen. Wat betreft de afstandsrichtlijn voldoen de veehouderijen met dieren, waarvoor de emissiefactoren niet zijn vastgesteld, aan de vereiste afstand tussen veehouderijen en geurgevoelige objecten. Niettemin kan er geconcludeerd worden dat de veehouderijen een substantiële hoeveelheid bijdragen aan de totale geurbelasting.
4.3
Fijnstof (PM10)
Wettelijk kader Voor de bescherming van de menselijke gezondheid definieert de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit (2008/50/EG) grenswaarden voor luchtkwaliteit. De grenswaarde voor het jaargemiddelde van de PM10concentratie bedraagt 40 µg/m³ en geldt sinds 2005. Daarnaast mogen maximaal 35 dagen per jaar het daggemiddelde van 50 µg/m³ overschrijden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft voor de PM10-concentratie een jaargemiddelde advieswaarde van 20 µg/m³ vastgelegd. Uitgangspunten De fijnstofimmissie (of concentratiebijdrage) is berekend op basis van de volgende aannames: - vergunde en niet daadwerkelijke aantallen dieren; - maximale emissiefactoren op basis van de categorie ‘overige huisvestingssystemen’. De contouren zijn met behulp van gridpunten bepaald. Het grid omvat de hele gemeente Ommen.
15 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Resultaten analyse Afbeeldingen 4.7 en 4.8 geven respectievelijk de totale fijnstofconcentratie en de bronbijdrage door de veehouderijen weer. De totale fijnstofconcentratie is de samenvoeging van die bronbijdragen en de achtergrondconcentratie. De achtergrondconcentratie wordt automatisch door het programma GeoMilieu bepaald. Afbeeldingen 4.9 en 4.10 geven de verschillen tussen de vergunde situatie en de scenariovarianten weer. Alhoewel het opschalen van de fijnstofemissies uit de ontginningsvenen tot een hogere bronbijdrage leidt, voldoen de emissies desondanks aan de advies- en grenswaardes.
Afbeelding 4.7 Totale fijnstofconcentratie in de gemeente Ommen
16 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Afbeelding 4.8 Bronbijdrage als gevolg van veehouderijen in de gemeente Ommen
Afbeelding 4.9 Verschil tussen de bronbijdrages voor fijnstof - vergunde situatie en scenario 1 (afschalen Vechtdal)
17 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Afbeelding 4.10 Verschil tussen de bronbijdrages voor fijnstof - vergunde situatie en scenario 2 (opschalen ontginningsvenen)
Conclusies Ondanks de overschatting in de berekening wordt er zowel aan de Europese grenswaarden als aan WHOadvieswaarden voldaan. De bronbijdrage door de veehouderijen is minimaal in vergelijking met de totale fijnstofconcentratie. Deze conclusie geldt voor alle scenario’s.
4.4
Stikstofdepositie
Wettelijk kader Het Activiteitenbesluit en de Wet ammoniak en veehouderij (hierna: Wav) verwijzen naar zogenoemde ‘zeer kwetsbare gebieden’. Deze gebieden zijn gevoelig voor verzuring die door de stikstofdepositie veroorzaakt wordt. Verder kunnen alleen gebieden die in de ecologische hoofdstructuur zijn gelegen als zeer kwetsbare gebieden aangewezen worden. Dat zijn vooral Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden als bedoeld in de Wet natuurbescherming. In artikels 4 en 6 van de Wav staat vermeld dat: ‘Een omgevingsvergunning voor het oprichten van een veehouderij wordt geweigerd, indien een tot de veehouderij behorend dierenverblijf geheel of gedeeltelijk is gelegen in een zeer kwetsbaar gebied, dan wel in een zone van 250 meter rond een zodanig gebied.’ ‘Een omgevingsvergunning voor het veranderen van een veehouderij wordt geweigerd, indien de aanvraag betrekking heeft op een uitbreiding van het aantal dieren van een of meer diercategorieën en een tot de veehouderij behorend dierenverblijf geheel of gedeeltelijk is gelegen in een zeer kwetsbaar gebied, dan wel in een zone van 250 meter rond een zodanig gebied.’
18 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
De omgevingsvergunning wordt niet geweigerd als de veehouderij al maatregelen heeft getroffen en: - het aantal dieren overschrijdt niet het vergunde aantal, of als er wel een overschrijding is, dat de ammoniakemissie niet hoger wordt; - de ammoniakemissie van de veehouderij, als deze een melkveehouderij is, niet hoger bedraagt dan de ammoniakemissie van 200 stuks melkvee en 140 stuks vrouwelijk jongvee; - het aantal schapen of paarden hoger is dan het vergunde aantal. In essentie mogen de veehouderijen zich niet binnen een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied bevinden en de ammoniakemissie mag door een capaciteitsuitbreiding niet verhoogd worden. In Ommen bevindt zich het Vecht- en Beneden-Reggegebied, een van de meest bekende Natura 2000gebieden van Overijssel. Uitgangspunten De ammoniakemissie van veehouderijen in Ommen is berekend op basis van de volgende aannames: - vergunde en niet daadwerkelijke aantallen dieren; - maximale emissiefactoren op basis van de categorie ‘overige huisvestingssystemen’. Resultaten Afbeelding 4.11 geeft een beeld van de stikstofdepositie in het Vecht- en Beneden-Reggegebied. Dit resultaat is een mogelijke overschatting. Niettemin veroorzaakt de intensieve veehouderij in Ommen een hoge stikstofdepositie. De stikstofdepositie van de vergunde situatie bedraagt tussen 86 en 1.437 mol/ha/jaar.
De depositie van de scenario’s 1 en 2 bedraagt 83 - 1.318 en 98 - 1.487 mol/ha/jaar respectievelijk. In vergelijking tot de totale stikstofdepositie zijn deze verschillen verwaarloosbaar.
Afbeelding 4.11 Stikstofdepositie als gevolg van ammoniakemissies uit veehouderijen in Ommen, vergunde situatie
19 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Beknopte analyse heersende achtergronddeposities Afbeelding 4.12 geeft een overzicht weer van de totale stikstofdepositie met die Ommen al te maken heeft. Deze gegevens zijn uit AERIUS Monitor geëxporteerd en zijn dus onafhankelijk van de effectenanalyse van de veehouderijen. In afbeelding 4.13 wordt de bijdrage door de veehouderijen als percentage van de totale stikstofdepositie weergegeven. Op sommige locaties maakt de depositie, die door de veehouderijen wordt veroorzaakt, bijna 84 % uit van de totale depositie. Ondanks dat de resultaten een mogelijke overschatting zijn blijft dat een hoge bijdrage.
Afbeelding 4.12 Totale stikstofdepositie in Ommen op basis van gegevens uit AERIUS Monitor
20 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Afbeelding 4.13 Bijdrage van veehouderijen aan totale stikstofdepositie als percentage
Conclusies Hoewel er geen veehouderijen direct in het Vecht- en Beneden-Reggegebied liggen hebben deze een groot effect op het gebied. In heel Nederland dragen de ammoniakemissies uit de dierveehouderij in hoge mate aan een zeer hoge stikstofdepositie bij. Deze conclusie geldt ook voor de gemeente Ommen, ondanks de aanname dat geen van de bedrijven maatregelen als emissiearme huisvestingssystemen met aangepaste vloersystemen en luchtzuivering heeft getroffen. Niettemin wordt er verwacht dat de ammoniakemissie door deze emissiearme huisvestingssystemen in de realiteit wel lager ligt.
5
DOORKIJK NAAR DE TOEKOMST
De (intensieve) veehouderij is een belangrijke economische motor in de gemeente Ommen. De economische positie van deze sector is echter niet vanzelfsprekend. De vragen van de samenleving en de markt veranderen, de maatschappelijke acceptatie is in het geding en de sector staat voor grote uitdagingen op het gebied van milieu, gezondheid en duurzaamheid. De recente stikstofcrisis heeft de (intensieve) veehouderij extra onder druk gezet. Ondernemers binnen de intensieve veehouderij hebben behoefte aan perspectief, zodat zij ook op de lange termijn rendabele- en duurzame investeringen kunnen doen. De basis voor verandering is de erkenning van alle betrokken partijen dat er sprake is van een gemeenschappelijke opgave en de overtuiging dat men hier gezamenlijk invulling aan moet geven. Ommen biedt in haar huidige beleidskaders in het jongere ontginningslandschap in het buitengebied onder strikte voorwaarden ruimte aan de intensieve veehouderij voor schaalvergroting en verbreding. In de oude cultuurlandschappen rondom de Vecht is de ruimte voor schaalvergroting beperkt. In deze deelgebieden worden wel mogelijkheden tot verbreding van de landbouw gegeven met andersoortige functies in de sfeer van recreatie, zorg en bedrijvigheid. Deze beleidskaders zijn echter verouderd en niet getoetst aan de recente maatschappelijke ontwikkelingen.
21 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Geadviseerd wordt daarom om deze te heroverwegen zodat de ambities een plek kunnen krijgen in de in ontwikkeling zijnde omgevingsvisie. Hieronder enkele gerichte aanbevelingen om richting te geven. De effectberekeningen laten zien dat er verhoogde geurconcentraties en stikstofdepositiebijdragen zijn als gevolg van intensieve veehouderij in Ommen. Daarentegen is het effect van de fijnstofconcentratiebijdrage door de intensieve veehouderij beperkt. Hierbij zijn twee ontwikkeling richtingen voor te stellen: - op basis van bovenstaande wordt voorgesteld om de nieuwvestiging van bedrijven in de intensieve veehouderij binnen de gemeente te ontmoedigen. In het geval dat er wordt gekozen voor de nieuwvestiging van intensieve veehouderij, krijgt Ommen te maken met hogere fijnstofconcentraties, wat kan leiden tot piekbelastingen. Indien nieuwvestiging van (intensieve) veehouderij wordt toegestaan dan moet die gekoppeld zijn aan het verdwijnen van (intensieve) veehouderij elders binnen de gemeentegrenzen; - voor huidige bedrijven in de intensieve veehouderij binnen de gemeente wordt voorgesteld om een constructief dialoog te gaan tot wat er wel mogelijk is. Zodat er grenzen kunnen worden gesteld aan de grote van bedrijven in de intensieve veehouderij.
Tevens kan er zo aan ondernemers economische perspectief worden geboden aan voorzetting van het bedrijf of overschakeling nar andere activiteiten. Biedt bedrijven in de intensieve veehouderij die willen stoppen de mogelijkheid om dit te doen door op zoek te gaan naar financiële compensatie en alternatieve bedrijfsactiviteiten.
22 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
LITERATUURLIJST Besluit omgevingsrecht. (2010, 25 maart). Verkregen van https://wetten.overheid.nl/BWBR0027464/2020-01-01#SlotformulierEnOndertekening. Centraal Bureau voor de Statistiek. (z.d.). Grondgebonden veehouderij. Verkregen van https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/21/voor-het-eerst-in-9-jaar-meer-blijvendgrasland/grondgebonden-veehouderij. Centraal Bureau voor de Statistiek. (z.d.). Niet grondgebonden veehouderij. Verkregen van https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/02/fosfaatplafond-overschreden-door-toenamemestproductie/niet-grondgebonden-veehouderij. Erisman, J. W. & Poppe, K. (2020). De economie van de landbouw. S&D, 77(6). Verkregen van https://www.wbs.nl/sites/default/files/202012/03.%20JW%20Erisman%20%26%20K%20Poppe_Economie%20vd%20landbouw_SD_2020_6.pdf. Erisman, J.W. & B. Strootman (2021). Naar een ontspannen Nederland Hoe het oplossen van de stikstofproblematiek via een ruimtelijke benadering een hefboom kan zijn voor het aanpakken van andere grote opgaven en zo een nieuw perspectief kan opleveren voor het landelijk gebied. Verkregen van https://ontspannennederland.nl/ Gemeente Ommen. (2010). Bestemmingsplan Buitengebied Ommen. Verkregen van https://www.ommen.nl/inwoners/bouwen/ruimtelijkeplannen/bestemmingsplannen/deelgebieden/buitenge bied.html. Gemeente Ommen. (2017). Economische Visie Ommen 2030.
Verkregen van https://ommen.raadsinformatie.nl/document/5686478/1#search=%22economische%20visie%22. Gemeente Ommen. (2013). Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen. Verkregen van https://www.ommen.nl/inwoners/bouwen/index.php?eID=tx_securedownloads&p=3322&u=0&g=0&t=1625 133498&hash=943d5144b28eb6c1772f2335a9420508f29a913f&file=/fileadmin/Documenten_Ommen/Wone n_en_leven/Ruimtelijke_plannen/Gemeentelijk_Omgevingsplan/Gemeentelijk_Omgevingsplan_Ommen.pdf. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (2019, 4 september). Duurzame Veehouderij. Verkregen van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/veehouderij/documenten/kamerstukken/2019/09/04/kamerbriefduurzame-veehouderij. Provincie Overijssel. (2020, 9 oktober). Dossier stikstof: aanpak stikstof Overijssel. Verkregen van https://www.overijssel.nl/actueel/dossier-stikstof/dossier-stikstof-aanpak-stikstof-overijssel/. Provincie Overijssel. (2017). Geconsolideerde Omgevingsvisie vanaf 2017. Verkregen van https://overijssel.terceraro.nl/SiteData/9923/Publiek/SV00021/pt_NL.IMRO.9923.OmgevingsvisieOv01 va01.html#NL.IMRO.PT.sd097855e-cd9e-4f23-8b26-0e0dc52d3b2d. Provincie Overijssel. (2009). Omgevingsvisie Overijssel. Verkregen van https://docplayer.nl/3839505-Omgevingsvisie-overijssel-visie-en-uitvoeringsprogrammavoor-de-ontwikkeling-van-de-fysieke-leefomgeving-van-de-provincie-overijssel.html. Provincie Overijssel.
(2004, 15 september). Reconstructieplan Salland-Twente.
23 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
Wet geurhinder en veehouderij. (2006, 5 oktober). Verkregen van https://wetten.overheid.nl/BWBR0020396/2013-01-01. RIVM. Beleid Veehouderij. Verkregen van https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-mmk-veehouderij/wetgeving-regelgeving-beleid/beleid-veehouderij. RIVM. (2016). Geur en gezondheid Onderdeel Veehouderij en geur. Verkregen van https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2015-0106A.pdf. InfoMil. Ammoniak en veehouderij. Verkregen van https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/omgevingsthema/ammo/. Alterra. Megastallen in beeld. Verkregen van https://www.google.com/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=&cad=rja&uact=8&ved=2ahUKEwi 7583brs7xAhUG_6QKHWuDBWkQFjAAegQIAhAD&url=https%3A%2F%2Fedepot.wur.nl%2F41420&usg=AOv Vaw1sJo8zOS9TssFrInDYr44F Europese Unie. (2021). Een levendig platteland en landbouwproducten van hoge kwaliteit Verkregen van https://europa.eu/european-union/topics/agriculture_nl Rijksoverheid. (2021). Landbouwbeleid Verkregen van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/landbouw-en-tuinbouw/landbouwbeleid
24 | 24
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Definitief
I BIJLAGE: DEFINITIES EN AANTALLEN INTENSIEVE VEEHOUDERIJ Definitie intensieve veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) definieert veehouderij als: ‘een inrichting bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren'. Het CBS (2021) maakt onderscheid tussen grondgebonden en niet-grondgebonden veehouderij. Er is daarbij niet exact bepaald welke diersoorten wel en niet tot intensieve veehouderijen behoren: - grondgebonden veehouderij is een vorm van veehouderij die gebonden is aan land voor de voedselvoorziening van het vee. Dit in tegenstelling tot de intensieve veehouderij die niet gebonden is aan land voor de voedselvoorziening. Een typisch voorbeeld is de melkveehouderij; - niet-grondgebonden veehouderij is een andere benaming voor intensieve veehouderij. Dit zijn bedrijven die niet gebonden zijn aan land voor hun voedselvoorziening. Typische voorbeelden zijn de varkenshouderij, pluimveehouderij en de vleeskalverhouderij. Aantallen intensieve veehouderij In de Europese milieuregels wordt onderscheid gemaakt in bedrijfsgrootte. Een bedrijf van meer dan 2.000 vleesvarkens, óf 750 zeugen óf 40.000 kippen wordt volgens de IPPC-richtlijn1 als industriële activiteit beschouwd en dan dienen er voldoende emissie reducerende maatregelen genomen te worden om het milieu te beschermen.
Bij nog grotere bedrijven bestaat een MER-(beoordelings)plicht. De Raad voor het Landelijk Gebied heeft in 2004 een megabedrijf gedefinieerd als een bedrijf met meer dan 500 NGE2. Dat is zes keer de gemiddelde bedrijfsomvang in de landbouw. Deze grens komt overeen met 12.500 vleesvarkens, 160.000 legkippen of 320 melkkoeien (Alterra, 2007). Er zijn geen dieraantallen die specifiek afbakenen of een bedrijf wel of niet behoort tot de intensieve veehouderij. In het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt in categorie 8.3 van bijlage 1 wel onderscheid gemaakt in diertaantallen voor het afgeven van een omgevingsvergunning.
1
Het doel van de IPPC-richtlijn (richtlijn 96/61/EG) is om door middel van maatregelen emissies in lucht, water, bodem tevoorkomen of te beperken om zo afwenteling van emissies tussen de milieucompartimenten te voorkomen en tot een zo hoog mogelijke bescherming van het milieu in zijn geheel te komen.
2
Nederlandse Grootte Eenheid, maat voor de economische omvang van een agrarisch bedrijf.
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Bijlage I | Definitief
II BIJLAGE: RUIMTELIJKE KADERS GEMEENTE OMMEN Gemeente Omgevingsplan Het Gemeentelijk Omgevingsplan (2013) biedt verschillende kaders voor economische ontwikkeling binnen d2 landschapstypen: - in de oude cultuurlandschappen krijgen de bestaande landbouwbedrijven mogelijkheden tot verbreding. De mogelijkheden voor schaalvergroting zijn zeer beperkt en enkel mogelijk onder strikte voorwaarden. Bestaande recreatiebedrijven krijgen ontwikkelruimte gericht op het bieden van meer flexibiliteit om mee te bewegen met een veranderende markt; - in de jongere ontginningslandschappen is er meer ontwikkelruimte voor met name schaalvergroting in de landbouw. Ook voor dit gebied geldt dat het primaat ligt bij het bieden van ontwikkelruimte aan bestaande functies en dat de ontwikkelruimte voor het vestigen van nieuwe (landbouw)bedrijven, en ook woningen, beperkt blijft. Bestemmingsplan Buitengebied Het Bestemmingsplan Buitengebied Ommen (2010) is opgedeeld in 2 lagen: 1) bestemmingen op perceelniveau en 2) bestemmingen op gebiedsniveau. Voor de bestemmingen op gebiedsniveau zijn 5 zones aangewezen met verschillende ontwikkelrichtingen voor intensieve veehouderij (zie afbeelding 4.3).
Afbeelding II.1 Gebiedsbestemmingenkaart
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Bijlage II | Definitief
Voor de verschillende gebiedsbestemmingen zijn gewenste ontwikkelingsrichtingen bepaald, voor de intensieve veehouderij geldt hierbij het volgende: - zones ‘agrarisch gebied met landschappelijke openheid’ en ‘agrarisch gebied, kleinschalig met landschappelijke waarden’: aan bestaande intensieve veehouderijbedrijven kan alleen ruimte worden geboden, wanneer sprake is van zogenaamde sterlocaties waar voldoende fysieke ruimte en milieuruimte aanwezig is voor een verdere uitbreiding. Nieuwvestiging van intensieve veehouderij is in deze zone niet mogelijk; - zones ‘natuurgebied met recreatieve waarden’ en ‘rivier(oevers) met natuurwaarden’: in deze zone wordt geen ruimte geboden aan de intensieve veehouderij. Sterlocaties zullen in deze zone niet tot de mogelijkheden behoren. In de onderstaande paragraaf zijn de mogelijkheden voor intensieve veehouderij in de zone ‘landbouwontwikkelingsgebieden’ beschreven. Zonering landbouwontwikkelingsgebieden In het Bestemmingsplan Buitengebied Ommen (2010) zijn landbouwontwikkelingsgebieden opgenomen. Deze zijn gebaseerd op het Reconstructieplan Salland-Twente (2004). Het betreft een reeks van maatregelen, de omgevingskwaliteit en de sociaaleconomische kwaliteit, van de regio te versterken. Een belangrijk onderdeel van de reconstructie is de aanpak van de intensieve veehouderij.
In het reconstructieplan worden in dit kader 3 gebieden onderscheiden: 1) landbouwontwikkelingsgebieden, 2) verwevingsgebieden en 3) extensiveringsgebieden (zie afbeelding 4.4).
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Bijlage II | Definitief
Afbeelding II.2 Zoneringskaart reconstructiegebieden
In landbouwontwikkelingsgebieden wordt ruimte geboden voor ontwikkeling en concentratie van intensieve veehouderijbedrijven. In extensiveringsgebieden staat het natuurbelang voorop. Intensieve veehouderijbedrijven dienen geleidelijk uit de extensiveringsgebieden te verdwijnen. Uitbreiding, of nieuwvestiging is hier ook uitgesloten. In verwevingsgebieden is uitbreiding of hervestiging van intensieve veehouderij mogelijk als de ruimtelijke kwaliteit zich daartegen niet verzet. Nieuwvestiging is hier niet mogelijk. Als gevolg van een burgerinitiatief is in 2008 een nuance aangebracht, waarbij tussen een intensieve veehouderij en gevoelige objecten/functies en andere intensieve veehouderijen een afstand van minimaal 500 m in acht moet worden genomen, tenzij kan worden aangetoond dat een kleinere afstand vanuit de geldende wettelijke regelgeving geen ongewenste gevolgen heeft voor de direct omwonenden.
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Bijlage II | Definitief
III BIJLAGE: EMISSIEFACTOREN & EFFECTANALYSE BEREKENINGEN Tabel III.1 Emissiefactoren Categorie
Omschrijving
Ammoniakemissie kg NH3/(dierplaats*jaar)
Geuremissie ouE/(s*dierplaats)
Fijnstofemissie g PM10/(dier*jaar)
A 1.100
melkvee
13
afstandsrichtlijn1
148
A 4.100
vleeskalveren
3,5
35,6
33
B 1.100
schapen
0,7
7,8
afstandsrichtlijn
D 1.1.100
biggenopfok
0,69
7,8
74
D 1.2.100
kraamzeugen
8,3
27,9
160
D 3.100
vleesvarkens
3
23
153
E 2.100
leghennen
0,315
0,34
84
K 1.100
paarden
5
afstandsrichtlijn
afstandsrichtlijn
Geurhinderberekeningen De geurhinderberekeningen zijn uitgevoerd met V-stacks. Als invoer zijn de veehouderijbedrijven van Ommen gebruikt, waarbij standaard stal- en emissie kenmerken zijn aangehouden. Hiermee is de geurmissie mogelijk overschat2. Bovendien zijn de vergunde en niet de daadwerkelijke aantallen dieren gebruikt voor het bepalen van de geuremissies, wat ook tot een mogelijke overschatting van de geurmissie leidt. De woonkernen zijn als receptorpunten gebruikt. Fijnstofberekeningen De fijnstofberekeningen zijn uitgevoerd met GeoMilieu. Als invoer zijn de veehouderijbedrijven van Ommen gebruikt, waarbij standaard stal- en emissiekenmerken zijn aangehouden. De woonkernen zijn als receptorpunten gebruikt. Stikstofberekeningen De Stikstofdepositieberekeningen zijn uitgevoerd met het wettelijk voorgeschreven instrumentarium AERIUS. De receptorpunten worden door AERIUS zelf bepaald en bevinden zich in de dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden. Omdat zich het Vecht- en Beneden-Reggegebied in Ommen bevindt wordt de stikstofdepositie daarop bepaald.
1
Wet geurhinder en veehouderij (https://wetten.overheid.nl/BWBR0020396/2013-01-01).
2
Voor elke diercategorie is ‘overige huisvestigingssystemen’ aangenomen met de hoogste emissiefactoren. Indien bedrijven mechanische ventilatie esv. hebben zijn de emissies ook lager.
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Bijlage III | Definitief
IV BIJLAGE: GEURCONTOUREN (VERGUNDE SITUATIE)
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Bijlage IV | Definitief
De Belt
Li nd er
N48
´
we g
Slagharen Drogteropslagen N377
Dedemsvaart N343
Balkbrug Z wo l
s e we
g
Collendoorn Ommerschans
Heemserveen
Vinkenbuurt
Hardenber
leusen
N48
N34
Witharen
N343
N36 N36
Rheeze
Brucht
N48
Oudleusen
Bergentheim N340
Varsen
Junne
Ommen
Vilsteren h ui
sw
eg
N348
Beerzerveld Giethmen
N341
Geerdijk N341 N341
Den Ham
Vroomshoop
Vriezenveens Lemele Lemelerveld
Daarlerveen
N347
Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, METI/NASA, USGS N751
Verblijfsobject met woonfunctie
Geurimmissie Gemeente Ommen
Gemeentegrenzen Ommen
Geurbelasting als gevolg van veehouderijen binnen de gemeente Ommen - vergunde situatie
Bebouwde kom
Natura2000 gebieden 3 ouE/m³ 14 ouE/m³ Witteveen+Bos
Tol
Mariënberg
Beerz e rw e g
D:\Users\ATZB\Documents\Projecten\Ommen\ArcGIS project\Overzicht veehouderijen\MyProject.aprx 15-7-2021 11:53
drawn ATZB
version
1
date 15-07-2021
verified
drawing no 1
approved client
project Intensieve veehouderijen Gemeente Ommen project code 126774 page size A4 portrait scale 1:110.000
0
750
1500
2250
3000
3750 m
V BIJLAGE: FIJNSTOFCONTOUREN CONCENTRATIE (VERGUNDE SITUATIE)
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Bijlage V | Definitief
Li
De Belt
nd er
e
eD
ij k
´
Slagharen
we g
Ni
uw
Drogteropslagen
N48
N377
Dedemsvaart N343
Balkbrug N377
Collendoorn
15
Ommerschans
Heemserveen
1
7
15. 5
leusen
17
Witharen
17
1
1 6.5
N48
6.5
Hardenber
16
16
N34
17 16
.5
17
17
Vinkenbuurt
N36
16
N36
N343
N48
5
1
6
C
Oudleusen
o
o ev
er rd
w eg
16
16.
17
h ui
sw
Ommen
15 .5
eg
Ve
N347
ch
t
N36
1 5.5
Varsen Vilsteren
Bergentheim
17
N340
Junne
Mariënberg
Beerzer w e g
N348
Beerzerveld
16 N341
16
16
Giethmen
16
N341
we er m m O
Vroomshoop
16
g
16
Den Ham
Vriezenveens
Lemele
16
16
Lemelerveld
Geerdijk
N341
15 . 5
Daarlerveen
N347
16
15.5
17
16
17
15
15 .5
.5
Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, METI/NASA, USGS N751
Concentratie/(µg/m³)
Contourlijnen voor vergunde fijnstofemissies
Gemeentegrenzen Ommen Bebouwde kom Natura2000 gebieden
getekend ATZB
versie
1
datum 01-07-2021
gecontroleerd
tekeningnr 1
goedgekeurd opdrachtgever
projectnaam Intensieve veehouderijen Gemeente Ommen projectcode 126774 formaat A4 portrait Witteveen+Bos
Tol
Brucht
Rheeze
D:\Users\ATZB\Documents\Projecten\Ommen\ArcGIS project\Overzicht veehouderijen\MyProject.aprx 1-7-2021 18:37
schaal 1:110.000
0
750
1500
2250
3000
3750 m
VI BIJLAGE: FIJNSTOFCONTOUREN SCENARIO 1
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Bijlage VI | Definitief
Li
De Belt
nd er
e
eD
ij k
´
Slagharen
we g
Ni
uw
Drogteropslagen
N48
N377
Dedemsvaart N343
Balkbrug
Collendoorn
17
16
16.5
leusen
16.5
17
16
N36
16.
16
16.5
N340
Varsen
Ve
17
Ommen
Vilsteren
Bergentheim
Junne
16.5
17 Mariënberg
N348
Beerzerveld Giethmen
16
eg
16
sw
N36
t
15.5
h ui
ch
Beerzer w e g
N347
N341
16
N341
16
Den Ham
Vroomshoop
g
16
16
16
16.5
N341
Geerdijk
15.5
16
15.5
m m
16
er
we
Vriezenveens Lemele
17
15.5
.5
16.5
Daarlerveen
16
17
16.5
16
16
15.5
O
16
Lemelerveld
N347
15.
5
15.
5
Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, METI/NASA, USGS N751
Concentratie/(µg/m³)
Contourlijnen fijnstofemissies: variante 1
Gemeentegrenzen Ommen Bebouwde kom Natura2000 gebieden
getekend ATZB
versie
1
datum 01-07-2021
gecontroleerd
tekeningnr 1
goedgekeurd opdrachtgever
projectnaam Intensieve veehouderijen Gemeente Ommen projectcode 126774 formaat A4 portrait Witteveen+Bos
Tol
o
w eg
16
C
er rd
5
Oudleusen
o ev
.5
17
.5 16
N48
Brucht
Rheeze
16.5
17
N343
N36
17
16. 5
N34
16
17
N48
Witharen
Hardenber
16 15.5
16.5
Heemserveen
17
Vinkenbuurt
17
.5 15
Ommerschans
16
15.5
N377
D:\Users\ATZB\Documents\Projecten\Ommen\ArcGIS project\Overzicht veehouderijen\MyProject.aprx 1-7-2021 18:40
schaal 1:110.000
0
750
1500
2250
3000
3750 m
VII BIJLAGE: FIJNSTOFCONTOUREN SCENARIO 2
Witteveen+Bos | 126774/21-011.352 | Bijlage VII | Definitief
Li
De Belt
nd er
e
eD
ij k
´
Slagharen
we g
Ni
uw
Drogteropslagen
N48
N377
Dedemsvaart N343
Balkbrug N377
15.5
Collendoorn
N48
17
17
5
5
w eg
Bergentheim
16 Ve
Ommen
Vilsteren
ch
N36
t
Junne Mariënberg
Beerzer w e g
N347
15.5
N348
Giethmen
Beerzerveld
16
15.5
16
er rd
16.5
6.5
o
o ev
Brucht
Rheeze
16 .
16.5
16.5
C
16
Varsen 1
N343
N36
N48
N340
eg
N34
N36
Oudleusen
sw
16
17
16 .
16
5
17
15.5
16.5 17
h ui
16
17
17 Witharen
N341
16.5
15.5
16
15.5
Geerdijk
N341
16
16 we
er
Vroomshoop
Vriezenveens
16
Lemele
m
m
N341
Den Ham
16
g
16
17
15.5
16
16
5
15.5
16.
17
16
.5
Daarlerveen
16
16.5
15.5
O
16
Lemelerveld
15. 5
15.5
N347
Land NRW, Kadaster, Esri, HERE, Garmin, METI/NASA, USGS N751
Concentratie/(µg/m³)
Contourlijnen fijnstofemissies: variante 2
Gemeentegrenzen Ommen Bebouwde kom Natura2000 gebieden
getekend ATZB
versie
1
datum 01-07-2021
gecontroleerd
tekeningnr 1
goedgekeurd opdrachtgever
projectnaam Intensieve veehouderijen Gemeente Ommen projectcode 126774 formaat A4 portrait Witteveen+Bos
Tol
Hardenber
16
16.
leusen
.5
Vinkenbuurt
Heemserveen
17
16.5
15
Ommerschans
D:\Users\ATZB\Documents\Projecten\Ommen\ArcGIS project\Overzicht veehouderijen\MyProject.aprx 1-7-2021 18:42
schaal 1:110.000
0
750
1500
2250
3000
3750 m