25. Bijlage 23; Analyse provinciale omgevingsverordening
Tekst van het document
Artikel
Artikel 4.5 lid 1
Regeltekst Van toepassing op plangebied + eventuele toelichting In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen bijzondere doelgroepen. mogelijk gemaakt Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; b. de ruimte binnen het bestaand bebouwde gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c. mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied Nee, met de wijziging van het omgevingsplan wordt geen extra ruimtebeslag voor optimaal zijn benut. stedelijke functies mogelijk gemaakt
Artikel 4.5 lid 2
Omgevingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen in de Groene Omgeving die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen, als aannemelijk gemaakt is dat: a. (her)benutten van bestaande erven en bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; en Nee, met de wijziging van het omgevingsplan wordt geen extra ruimtebeslag voor b. mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. stedelijke functies mogelijk gemaakt
Artikel 4.4 lid 1
Artikel 4.6 Artikel 4.8
In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan voor tijdelijk gebruik, waarvan aannemelijk is dat die toekomstbestendig zijn en dus: a. de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; b. duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; en Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen c. ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. mogelijk gemaakt In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen ruimtelijke kwaliteit versterken. mogelijk gemaakt
Artikel 4.9 lid 1
Artikel 4.10 lid 1
Artikel 4.11 lid 1
Omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin: a. het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de Omgevingsvisie Overijssel wordt toegepast; b. wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de Omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en c. inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.
Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt
In omgevingsplannen worden de normerende uitspraken en de richtinggevende Ja, plangebied ligt in gebied 'dekzandvlakte en ruggen', 'essenlandschap' en 'woonwijken uitspraken in acht genomen die de catalogus Gebiedskenmerken doet over gebieden die 1955-nu'. De uitspraken zijn in acht genomen ten behoeve van het tijdelijke deel van het in dat omgevingsplan zijn opgenomen. omgevingsplan. Omgevingsplannen laten alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toe in de Groene Omgeving als: a. daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; b. het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en c. in het geval de nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen landschap. mogelijk gemaakt
Artikel 4.12 lid 2
In omgevingsplannen wordt rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden die in het gebied aanwezig zijn, waaronder in ieder geval worden verstaan: a. historische landschappen; b. historisch geografische elementen en structuren; cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en bouwwerken; en c. archeologische vindplaatsen. Ja Het omgevingsplan bevat een onderbouwing van de wijze waarop rekening is gehouden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Ja
Artikel 4.13 lid 1
In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. mogelijk gemaakt
Artikel 4.12 lid 1
Artikel 4.14 lid 1
In de onderbouwing bedoeld in lid 1 wordt bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is. mogelijk gemaakt Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe woningen mogelijk gemeenten. gemaakt
Artikel 4.15 lid 1
Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden: a. moet de behoefte aan nieuwe woningen worden aangetoond met actueel onderzoek woningbouw waarop instemming is verkregen van de andere gemeenten in de regio en Gedeputeerde Staten; en b. oorziet het omgevingsplan in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe woningen mogelijk zoals is vastgesteld met het actueel onderzoek. gemaakt
Artikel 4.13 lid 2
Artikel 4.17 lid 1 Artikel 4.18 lid 1
Artikel 4.23 lid 1
Artikel 4.24 lid 1
Artikel 4.26 lid 1
Omgevingsplannen die mogelijkheden bieden om nieuwe woningen te bouwen waaraan volgens de geldende woonafspraken de komende 10 jaar geen behoefte meer is, Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe woningen mogelijk moeten in overeenstemming gebracht worden met de woonafspraken. gemaakt Omgevingsplannen voorzien alleen in nieuwe detailhandelsvestigingen binnen of direct Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe aansluitend aan bestaande kernwinkelgebieden. detailhandelsvestigingen mogelijk gemaakt Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuw bedrijventerrein wordt gerealiseerd als de aanleg van dat bedrijventerrein past binnen de geldende afspraken bedrijventerreinen, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe bedrijventerreinen afspraken tussen provincie en gemeenten. mogelijk gemaakt Wanneer de aanleg van nieuw bedrijventerrein niet past binnen geldende afspraken bedrijventerreinen of wanneer er voor de gemeente geen afspraken bedrijventerreinen gelden: a. moet de behoefte aan nieuw bedrijventerrein worden aangetoond met actueel onderzoek bedrijventerrein waarop instemming is verkregen van de andere gemeenten in de regio en Gedeputeerde Staten; en b.
voorziet het omgevingsplan in maximaal 80% van de behoefte aan nieuw Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe bedrijventerreinen bedrijventerrein zoals is vastgesteld met het actueel onderzoek. mogelijk gemaakt Omgevingsplannen die mogelijkheden bieden om nieuw bedrijventerrein aan te leggen waaraan volgens de geldende afspraken bedrijventerreinen de komende 10 jaar geen behoefte meer is, moeten in overeenstemming gebracht worden met de afspraken Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe bedrijventerreinen bedrijventerreinen. mogelijk gemaakt
Artikel 4.30 lid 1
Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe zelfstandige kantoren of kantorenlocaties gerealiseerd worden, als met een ruimtelijk-economische onderbouwing is aangetoond dat: a. er behoefte is aan extra kantoorruimte waarin niet kan worden voorzien vanuit de bestaande capaciteit aan kantoorruimte; en b. buurgemeenten en Gedeputeerde Staten hebben ingestemd met de conclusie dat er Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe kantoren of behoefte is aan extra kantoorruimte zoals voorzien is in het omgevingsplan. kantoorlocaties mogelijk gemaakt Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe recreatiewoningen worden gerealiseerd als: a. er sprake is van een innovatief concept; b. verzekerd is dat recreatiewoningen bedrijfsmatig geëxploiteerd en verhuurd worden; en c. de recreatiewoningen in de vorm van een complex van recreatiewoningen worden Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe recreatiewoningen gerealiseerd. mogelijk gemaakt
Artikel 4.33
In een omgevingsplan dat betrekking heeft op recreatiewoningen en recreatieverblijven Ja, dit gebruik wordt uitgesloten voor zover dit betrekking heeft op de regels van de worden regels opgenomen die permanente bewoning daarvan uitsluiten. wijziging van het omgevingsplan
Artikel 4.27 lid 1
Artikel 4.38
Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een recreatiepark voorziet alleen in andere, passende functies voor het recreatiepark, als: a. aangetoond is dat het ontwikkelen van een duurzaam recreatief en bedrijfseconomisch toekomstperspectief voor het park niet langer haalbaar is of redelijkerwijs haalbaar gemaakt kan worden; b. de impact van de transformatie of sanering op de omgeving in voldoende mate is gecompenseerd; c. de transformatie of sanering geen afbreuk doet aan omliggende functies; en d. de transformatie of sanering voldoet aan de overige regels in deze verordening die Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen recreatieparken mogelijk van toepassing zijn. gemaakt Omgevingsplannen laten bedrijfsontwikkeling en nieuwvestiging van agrarisch bedrijven alleen toe op een bestaand agrarisch bouwperceel of een voormalig agrarisch Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen bedrijfsontwikkeling of bouwperceel. nieuwvestiging van agrarische bedrijven mogelijk gemaakt
Artikel 4.43 lid 1
Omgevingsplannen voorzien niet in de mogelijkheid van nieuwvestiging van Glastuinbouwbedrijven aangegeven op locatie Glastuinbouw niet toegestaan
Nee, met de wijziging van het omgevingsplan wordt geen nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven mogelijk gemaakt
Artikel 4.44 lid 1
Omgevingsplannen sluiten de nieuwvestiging en uitbreiding van geitenhouderijen uit.
Ja, dit wordt uitgesloten in het tijdelijke deel van het omgevingsplan
Artikel 4.35
Artikel 4.49 lid 2
Een omgevingsplan voorziet niet in het oprichten en uitbreiden van een veehouderij als daardoor milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 4.46, tweede lid geheel of gedeeltelijk zullen worden uitgeoefend in een zeer kwetsbaar natuurgebied, of in een Nee, met de wijziging van het omgevingsplan wordt geen oprichting of uitbreiding van zone van 250 meter rond een zeer kwetsbaar natuurgebied. veehouderijen mogelijk gemaakt Een omgevingsplan voorziet niet in het oprichten en uitbreiden van een veehouderij waarbij veranderingen optreden in een milieubelastende activiteit bedoeld in artikel 4.46, tweede lid, als: a. de aanvraag betrekking heeft op een uitbreiding van het aantal dieren van een of meer diercategorieën, en b. het dierenverblijf waar deze activiteit wordt uitgeoefend geheel of gedeeltelijk ligt in een zeer kwetsbaar natuurgebied of in een zone van 250 meter rond een zeer kwetsbaar Nee, met de wijziging van het omgevingsplan wordt geen oprichting of uitbreiding van natuurgebied. veehouderijen mogelijk gemaakt
Artikel 4.54 lid 1
Een omgevingsplan voorziet alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen het Nationaal Landschap IJsseldelta als die nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van dat landschap.
Nee, plangebied ligt buiten dit landschap
Artikel 4.54 lid 3
Een omgevingsplan voorziet alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen het Nationaal Landschap IJsseldelta als die nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van dat landschap.
Nee, plangebied ligt buiten dit landschap
Artikel 4.55 lid 1
Een omgevingsplan voorziet alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen het Nationaal Landschap Noordoost-Twente als die nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van dat landschap. Nee, plangebied ligt buiten dit landschap
Artikel 4.55 lid 3
Het omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt rekening is gehouden met het Ontwikkelperspectief Nationaal Landschap Noordoost-Twente en met bijlage IX van deze verordening (Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap NoordoostTwente) waarin de kernkwaliteiten nader zijn uitgewerkt. Nee, plangebied ligt buiten dit landschap
Artikel 4.58 lid 1
Omgevingsplannen die betrekking hebben op een gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland maken geen ontwikkelingen mogelijk die leiden tot: a. aantasting van de mogelijkheden om de natuurdoelen te realiseren die voor dit gebied zijn vastgesteld in Bijlage X Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN, vermindering van het areaal van het Natuurnetwerk Nederland; en b. aantasting van de samenhang tussen onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland.
Artikel 4.49 lid 1
Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt
Artikel 4.58 lid 2
Artikel 4.58 lid 3
In Omgevingsplannen die betrekking hebben op een gebied dat is aangewezen als Bestaand worden regels opgenomen die zijn gericht op behoud, herstelbescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van de natuurdoelen zoals vastgesteld in Bijlage X Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Nee, plangebied ligt buiten dit landschap In omgevingsplannen die betrekking hebben op een gebied dat is aangewezen als Te realiseren worden – zolang de gronden nog niet zijn aangekocht of afgewaardeerd naar natuur - regels opgenomen die ook gericht zijn op behoud, herstelbescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden. Nee, plangebied ligt buiten dit landschap
Artikel 4.65 lid 1
In omgevingsplannen die betrekking hebben op een gebied dat is aangewezen als Te realiseren worden regels opgenomen die gericht zijn op de bescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden die vastgelegd zijn voor deze gronden in Bijlage X Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN, voor zover de gronden zijn aangekocht of afgewaardeerd zijn voor de ontwikkeling van natuur en ook beschikbaar zijn voor het realiseren van het Natuurnetwerk Nederland. Nee, plangebied ligt buiten dit landschap Omgevingsplannen die betrekking hebben op bestaande bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland als bedoeld in 4.57 moeten blijven voorzien in regels voor deze gebieden die gericht zijn op behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden, waarbij in ieder valt het kappen van houtopstanden niet is Ja, hierin wordt voorzien door het tijdelijke deel van het omgevingsplan en de wijziging toegestaan. van het omgevingsplan
Artikel 4.65 lid 2
Omgevingsplannen die betrekking hebben op bestaande bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland voorzien niet in nieuwe ontwikkelingen waardoor de Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen aanwezige en te ontwikkelen natuur- en landschapswaarden worden aangetast. mogelijk gemaakt
Artikel 4.59
Artikel 4.70 lid 2
Omgevingsplannen die betrekking hebben op functies binnen leefgebieden voor weidevogels, voorzien in een specifieke, daarop toegesneden functie die gericht is op instandhouding van de leefgebieden voor weidevogels dat in ieder geval tot uiting komt in behoud van openheid, rust en voldoende hoog waterpeil. Ja, hierin wordt voorzien door het tijdelijke deel van het omgevingsplan In een omgevingsplan dat betrekking heeft op waterwingebied wordt daarvoor de functieaanduiding ‘waterwingebied’ opgenomen. Nee, plangebied ligt niet in een waterwingebied Een omgevingsplan laat binnen een waterwingebied alleen activiteiten toe die in dienst staan van de drinkwaterwinning. Nee, plangebied ligt niet in een waterwingebied
Artikel 4.71 lid 1
In een omgevingsplan dat betrekking heeft op een grondwaterbeschermingszone wordt daarvoor de functieaanduiding ‘grondwaterbeschermingszone’ opgenomen. Nee, plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingszone
Artikel 4.65 lid 3 Artikel 4.70 lid 1
Artikel 4.71 lid 2
Een omgevingsplan laat binnen een grondwaterbeschermingszone alleen activiteiten toe die goed samengaan met de betekenis van het grondwater voor de drinkwaterwinning. Nee, plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingszone
Artikel 4.72 lid 1
Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een grondwaterbeschermingszone kan nieuwe niet-risicovolle activiteiten toestaan als in de onderbouwing van het omgevingsplan met toepassing van de methodiek gebiedsgerichte grondwaterbescherming verantwoord is dat wordt voldaan aan het stand still-principe.
Artikel 4.72 lid 2
Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een grondwaterbeschermingszone kan nieuwe grote of grootschalige risicovolle activiteiten toestaan als: a. dit noodzakelijk is vanuit een zwaarwegend maatschappelijk belang, waarvoor redelijke alternatieven ontbreken; en b. in de onderbouwing van het omgevingsplan met toepassing van de methodiek gebiedsgerichte grondwaterbescherming verantwoord is dat voldaan wordt aan het stap vooruit-principe. Nee, plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingszone
Artikel 4.73 lid 1
In een omgevingsplan dat betrekking heeft op een intrekgebied wordt daarvoor de functieaanduiding ‘intrekgebied’ opgenomen.
Nee, plangebied ligt niet in een intrekgebied
Artikel 4.73 lid 2
Een omgevingsplan laat binnen een intrekgebied alleen activiteiten toe die goed samengaan met de betekenis van het grondwater voor de drinkwaterwinning.
Nee, plangebied ligt niet in een intrekgebied
Artikel 4.74 lid 1
Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een Intrekgebied kan nieuwe niet-risicovolle activiteiten en grote risicovolle activiteiten toestaan als in de onderbouwing van het omgevingsplan met toepassing van de methodiek gebiedsgerichte grondwaterbescherming verantwoord is dat voldaan wordt aan het stand still-principe. Nee, plangebied ligt niet in een intrekgebied
Artikel 4.76 lid 1
Het omgevingsplan bevat een verbod om binnen een waterwingebied milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties als bedoeld in artikel 4.74, tweede lid, te verrichten. Nee, plangebied ligt niet in een waterwingebied
Nee, plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingszone
Artikel 4.76 lid 2
Artikel 4.79 lid 1
Artikel 4.79 lid 2
Het omgevingsplan bevat in ieder geval een verbod om binnen een waterwingebied op bedrijfslocaties de volgende milieubelastende activiteiten te verrichten: a. een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. op- en overslaan van vloeibare dierlijke mest; c. op- en overslaan van meststoffen, anders dan dierlijke mest; d. opslaan van vaartuigen, voertuigen of motorvoertuigen of onderdelen daarvan; e. lozen op of in de bodem van koelwater, afvalwater en overige vloeistoffen waarin schadelijke stoffen voorkomen, anders dan het lozen van afstromend hemelwater afkomstig van wegen, parkeerterreinen en andere terreinen voor gemotoriseerd verkeer; f. toepassen van grond en baggerspecie op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam, als de kwaliteit van de grond of baggerspecie de achtergrondwaarden voor de toepassing op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam overschrijdt; g. toepassen van grond en baggerspecie van ten minste 5.000 m3 op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam; h. verspreiden van baggerspecie uit een watergang, die vrijkomt bij regulier onderhoud, over de aangrenzende percelen met als doel herstel en verbetering van deze percelen als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid, onder a van het Besluit activiteiten leefomgeving; en i. aanleggen van bodemenergiesystemen.
Nee, plangebied ligt niet in een waterwingebied Het omgevingsplan bevat een verbod om binnen een grondwaterbeschermingszone milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties als bedoeld in artikel 4.77, tweede lid, te verrichten. Nee, plangebied ligt niet binnen een grondwaterbeschermingszone Het omgevingsplan bevat in ieder geval een verbod om binnen een grondwaterbeschermingszone de volgende milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten: a. het in exploitatie nemen van bedrijven als bedoeld in bijlage XII (Lijst met verboden bedrijven in grondwaterbeschermingszones); b. lozen op of in de bodem van koelwater, afvalwater en overige vloeistoffen waarin schadelijke stoffen voorkomen, anders dan het lozen van afstromend hemelwater afkomstig van wegen, parkeerterreinen en andere terreinen voor gemotoriseerd verkeer; en c. aanleggen van bodemenergiesystemen. Nee, plangebied ligt niet binnen een grondwaterbeschermingszone
Artikel 4.82 lid 1
Een omgevingsplan dat betrekking heeft op de boringsvrije zones Diepenveen, DeventerCeintuurbaan en Deventer-Zutphenseweg bevat een verbod ommilieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten die de beschermende functie kunnen aantasten van de beschermende bodemlaag tussen het maaiveld en het watervoerend pakket waaruit grondwater wordt onttrokken voor de drinkwaterwinning. Nee, plangebied ligt niet binnen deze zones
Artikel 4.82 lid 2
Een omgevingsplan dat betrekking heeft op de boringsvrije zones Diepenveen, DeventerCeintuurbaan en Deventer-Zutphenseweg bevat een verbod ommilieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten die de beschermende functie kunnen aantasten van de beschermende bodemlaag tussen het maaiveld en het watervoerend pakket waaruit grondwater wordt onttrokken voor de drinkwaterwinning. Nee, plangebied ligt niet binnen deze zones
Artikel 4.83 lid 1
Artikel 4.83 lid 2
Artikel 4.84 lid 1
Artikel 4.84 lid 2
Een omgevingsplan dat betrekking heeft op de boringsvrije zone Engelse werk in Zwolle bevat een verbod ommilieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten die de beschermende functie kunnen aantasten van de beschermende bodemlaag tussen het maaiveld en het watervoerend pakket waaruit grondwater wordt onttrokken voor de drinkwaterwinning. Nee, plangebied ligt niet binnen deze zone Het omgevingsplan bevat in ieder geval een verbod om binnen de boringsvrije zone Engelse werk in Zwolle de volgende milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten: a. aanleggen van een bodemenergiesysteem in de bodem dieper dan 75 meter onder het maaiveld; en b. doen van een lozing in de bodem dieper dan 75 meter van koelwater, afvalwater of andere vloeistoffen, waarin schadelijke stoffen voorkomen. Nee, plangebied ligt niet binnen deze zone Een omgevingsplan dat betrekking heeft op de boringsvrije zone Kotkamp/Schreurserve in Enschede bevat een verbod ommilieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten die de beschermende functie kunnen aantasten van de beschermende bodemlaag tussen het maaiveld en het watervoerend pakket waaruit grondwater wordt onttrokken voor de drinkwaterwinning.
Nee, plangebied ligt niet binnen deze zone Het omgevingsplan bevat in ieder geval een verbod om binnen de boringsvrije zone Kotkamp/Schreurserve in Enschede de volgende milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten: a. aanleggen van een bodemenergiesysteem in de bodem dieper dan 5 meter onder het maaiveld; en b. doen van een lozing in de bodem op dieper dan 5 meter van koelwater, afvalwater of andere vloeistoffen, waarin schadelijke stoffen voorkomen. Nee, plangebied ligt niet binnen deze zone
Artikel 4.85 lid 1
Een omgevingsplan dat betrekking heeft de boringsvrije zone Salland Diep bevat een verbod ommilieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten die de beschermende functie kunnen aantasten van de beschermende bodemlaag tussen het maaiveld en het watervoerend pakket waaruit grondwater wordt onttrokken voor de drinkwaterwinning.
Nee, plangebied ligt niet binnen deze zone
Artikel 4.90 lid 1
Het omgevingsplan bevat in ieder geval een verbod om binnen de boringsvrije zone de volgende milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties te verrichten: a. aanleggen van een bodemenergiesysteem in de bodem dieper dan 50 meter onder het maaiveld; en b. doen van een lozing in de bodem dieper dan 50 meter van koelwater, afvalwater of andere vloeistoffen, waarin schadelijke stoffen voorkomen. Omgevingsplannen die betrekking hebben op gebieden die zijn aangewezen als primair watergebied, waterbergingsgebied of overstromingsrisicogebied, voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen, als die de rol van dat gebied voor wateropvang niet belemmeren. Omgevingsplannen die betrekking hebben op gebieden die zijn aangewezen als overstroombaar gebied voorzien alleen in stedelijke functies binnen dat gebied als door het stellen van voorwaarden is verzekerd dat de veiligheid ook op lange termijn is geborgd.
Artikel 4.91
Omgevingsplannen die betrekking hebben op een gebied dat is aangewezen als vrijwaringszone essentiële waterlopen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen als: a. de functie van de waterloop voor de waterafvoer daardoor niet beperkt wordt; en b. de toekomstige verruiming van de waterloop voor de afvoer en berging van water daardoor niet onmogelijk gemaakt wordt.
Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt
Artikel 4.93
Een omgevingsplan voorziet alleen in nieuwe grootschalige ontwikkelingen die bovenlokale verkeersbewegingen met zich meebrengen of effecten hebben op de verkeersafwikkeling op de hoofdinfrastructuur, als rekening is gehouden met het uitgangspunt dat ontwikkelingen die mobiliteit oproepen, geprojecteerd worden nabij aansluitingen op de hoofdinfrastructuur bedoeld in artikel 4.93 Lid 2.
Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt
Artikel 4.95 lid 1
Omgevingsplannen die ontwikkelingen mogelijk maken in, over of bij een vaarweg die onderdeel uitmaakt van het basisrecreatietoervaartnet, wordt rekening gehouden met de betekenis van deze vaarweg voor het basisrecreatietoervaartnet.
Nee
Artikel 4.85 lid 2
Artikel 4.89 lid 1
Nee, plangebied ligt niet binnen deze zone
Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt
Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe stedelijke functies mogelijk gemaakt
Artikel 4.97 lid 1
In een omgevingsplan dat nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt op of rond verkeersinfrastructuur dat aangewezen is als fiets- en wandelstructuren wordt rekening gehouden met de betekenis van deze verkeersinfrastructuur in het bovenlokale netwerk Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen van fiets- en wandelroutes. mogelijk gemaakt
Artikel 4.102 lid 1
Omgevingsplannen die betrekking hebben op gebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen het effectgebied incidenten met brand of het effectgebied incidenten met explosie van het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen, houden rekening met de provinciale samenhang en continuïteit van het routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. Nee, dit is niet van toepassing
Artikel 4.102 lid 2
Een omgevingsplan bedoeld in het eerste lid voorziet alleen in de aanleg, bouw en vestiging van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en zeer kwetsbare locaties als: a. dit geen beperkingen oplevert voor de functie van de weg voor het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen; b. er voldoende mogelijkheden worden geboden voor het bestrijden en beperken van de omvang van een brand, ramp of crisis als die zich voordoet op de weg; en c. er voldoende mogelijkheden worden geboden om zich in veiligheid te brengen voor Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen (beperkt/zeer) kwetsbare personen als zich een brand, ramp of crisis voordoet op de weg. gebouwen of locaties mogelijk gemaakt
Artikel 4.103 lid 1
Als een omgevingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk is gelegen in een effectgebied incidenten met brand of een effectgebied incidenten met explosie van het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen, wordt voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een effectgebied incidenten met brand en een effectgebied incidenten met explosie rekening gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar (groepsrisico) als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een transport met gevaarlijke stoffen.
Artikel 4.105 lid 1
Omgevingsplannen voorzien alleen in de aanleg, bouw en vestiging van nieuwe essentiële functies en gebouwen binnen het effectgebied incidenten met brand of effectgebied incidenten met explosie van het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen als verzekerd is dat de nieuwe essentiële functie of gebouw naar zijn aard kan blijven functioneren in het geval van een brand, ramp of crisis. Nee, de wijziging van het omgevingsplan maakt deze activiteiten niet mogelijk
Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen of kwetsbare locaties mogelijk gemaakt
Artikel 4.105 lid 2
Omgevingsplannen voorzien alleen in de aanleg, bouw en vestiging van een nieuwe activiteit met een aandachtsgebied zoals genoemd in het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage VII of binnen het brandaandachtsgebied of explosieaandachtsgebied van het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen, als verzekerd is dat bestaande essentiële functies en gebouwen in de omgeving naar hun aard kunnen blijven functioneren in het geval van een calamiteit op of bij deze activiteit. Nee, de wijziging van het omgevingsplan maakt deze activiteiten niet mogelijk
Artikel 4.106 lid 1
Omgevingsplannen laten zelfstandige opstellingen van zonnepanelen alleen toe in de Groene Omgeving in de vorm van tijdelijk (mede)gebruik van gronden en als: a. de maatschappelijke meerwaarde is aangetoond; b. het verlies van ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en c. de zelfstandige opstelling van zonnepanelen plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water, is de compensatie gericht Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. mogelijk gemaakt
Artikel 4.106 lid 2
Een omgevingsplan dat zelfstandige opstelling van zonnepanelen toestaat bevat een onderbouwing van de maatschappelijke meerwaarde die ingaat op: a. de mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik; b. maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken of te compenseren; c. de mate waarin wordt aangesloten op de gebiedskenmerken die van toepassing zijn op de locatie zelf en de omgeving; en de bijdrage die geleverd wordt aan maatschappelijke doelen.
Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt
Artikel 4.108 lid 1
Omgevingsplannen voorzien niet in de mogelijkheid om windturbines op te richten in gebieden die zijn aangewezen als ‘uitsluitingsgebied windturbines’.
Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt
Artikel 4.109 Artikel 4.110 Artikel 4.111
Omgevingsplannen voorzien niet in het oprichten en gebruik van installaties voor proefboringen naar en winning van fossiele gassen die opgesloten zitten in de hardere bodemlagen in de diepe ondergrond, zoals schaliegas en steenkoolgas, en die alleen gewonnen kunnen worden door een bewerking, zoals fracking. Nee, de wijziging van het omgevingsplan maakt deze ontwikkeling niet mogelijk Omgevingsplannen voorzien niet in een nieuwe ondergrondse opslagmogelijkheid voor radioactief afval. Nee, de wijziging van het omgevingsplan maakt deze ontwikkeling niet mogelijk Omgevingsplannen voorzien niet in een nieuwe bovengrondse opslagmogelijkheid voor hoogradioactief afval. Nee, de wijziging van het omgevingsplan maakt deze ontwikkeling niet mogelijk
Omgevingsplannen voorzien alleen in een nieuwe multifunctionele locatie voor zandwinning als:
Artikel 4.113
a. de locatie past binnen het bestaand netwerk van zandwinningen; b. de winning zo wordt geprojecteerd en ingericht dat de invloed op aanwezige omgevingskwaliteiten beperkt blijft; c. de multifunctionele winlocatie bijdraagt aan ruimtelijke kwaliteit; en d. de locatie na het (gefaseerd) beëindigen van de winning eenvoudig geschikt te maken is voor de beoogde vervolgfunctie. Nee, de wijziging van het omgevingsplan maakt deze ontwikkeling niet mogelijk
Artikel 4.114
Omgevingsplannen voorzien alleen in een nieuwe locatie voor zoutwinning als: a. de winning kan worden ingepast in bestaande structuur van landbouw, natuur en landschap; b. de winning zo wordt geprojecteerd en ingericht dat de invloed op de aanwezige omgevingskwaliteiten beperkt blijft; en c. de winlocatie bijdraagt aan ruimtelijke kwaliteit.
Nee, de wijziging van het omgevingsplan maakt deze ontwikkeling niet mogelijk
Artikel 4.117 lid 1
Een omgevingsplan voorziet alleen in activiteiten als bedoeld in artikel 4.117 als: a. naast het voorafgaand onderzoek dat op grond van paragraaf 5.2.2. van het Besluit activiteiten leefomgeving moet worden verricht, ook onderzoek is gedaan naar de kwaliteit van het grondwater en naar de gevolgen voor waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones van de beoogde activiteit; b. een nader bodemonderzoek bedoeld in artikel 5.7d van het Besluit activiteiten leefomgeving is gedaan, als uit een voorafgaand bodemonderzoek blijkt dat de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering bedoeld in artikel 4.12a wordt overschreden; en c. een risicobeoordeling is gedaan waarbij gebruik is gemaakt van de Risicotoolbox grondwater en als dit niet beschikbaar is van Sanscrit.
Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt
Artikel 4.119 lid 1
Voor de toepassing van artikel 4.119, vierde lid geldt dat het omgevingsplan in ieder geval een verbod bevat om zonder omgevingsvergunning een sanering van de grond en het grondwater te verrichten, als uit het nader bodemonderzoek en de risicobeoordeling blijkt dat: a. de verontreiniging negatieve gevolgen voor de gezondheid heeft; de verontreiniging onaanvaardbare gevolgen kan hebben voor waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones ter bescherming van actuele drinkwaterwinningen; b. er sprake is van een onbeheersbare situatie door de aanwezigheid van een drijflaag of zaklaag of door nalevering vanuit een bodemverontreiniging in de vaste bodem naar de Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen grondwaterpluim. mogelijk gemaakt
Artikel 4.119 lid 2
Artikel 4.119 lid 3 Artikel 4.119 lid 4
Het omgevingsplan stelt de volgende voorwaarden aan een sanering als bedoeld in het eerste lid: a. de sanering moet risicogericht en kosteneffectief worden uitgevoerd; b. de sanering is gericht op een verdergaande bronaanpak van de grond en het grondwater, waarbij risico’s worden weggenomen en nalevering naar het grondwater in voldoende mate wordt beperkt; c. de sanering wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000; d. de sanering wordt geëvalueerd door een deskundige met een erkenning bodemkwaliteit voor de BRL SIKB 6000; e. van de sanering wordt een evaluatieverslag gemaakt met aanbevelingen voor Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen eventuele nazorgmaatregelen. mogelijk gemaakt
Het omgevingsplan geeft bij het verbod om zonder omgevingsvergunning een sanering van de grond en het grondwater te verrichten als bedoeld in het eerste lid aan: a. de indieningsvereisten voor de omgevingsvergunning voor de sanering; b. de termijn en indieningsvereisten voor het indienen van het evaluatieverslag met daarin de eventuele noodzakelijke nazorgmaatregelen. Het omgevingsplan regelt dat bij een sanering als bedoeld in het eerste lid de nazorgmaatregelen worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.
Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt Nee, met de wijziging van het omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt