CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Toelichting op was-wordt-tabel

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente OmmenBij agendapunt: Vaststellen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2025 (972834)3.577 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TOELICHTING OP WAS-WORDT-TABEL Algemeen Ten behoeve van de herziening van de Algemene plaatselijke verordening 2021 is een reeks wijzigingen voorgesteld. Deze kunnen als volgt worden ingedeeld: 1. Wijzigingen i.v.m. Omgevingsplan Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet iedere gemeente alle regels over de fysieke leefomgeving in één Omgevingsplan opnemen (art. 2.4 Ow). Daarom verschuiven wij de APVbepalingen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving naar het Omgevingsplan. Deze overheveling is beleidsarm: de inhoud van de regels blijft ongewijzigd. Voor de artikelen die in de APV achterblijven (bijvoorbeeld bepalingen inzake de openbare orde) zijn alleen technische en redactionele aanpassingen gedaan, zodat begrippen en verwijzingen aansluiten op het Omgevingsplan. De gewijzigde APV treedt gelijktijdig met het Omgevingsplan in werking. Er gelden geen nieuwe verplichtingen voor inwoners of ondernemers. De regels zijn slechts op een andere plaats vastgelegd en juridisch-technisch geactualiseerd. 2. Wijzigingen i.v.m. de Omgevingswet Op 1 januari 2024 trad de Omgevingswet in werking. Daarmee vervielen een aantal wetten, zoals de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, waarnaar in de APV nog werd verwezen.

De APV moet daarom juridisch-technisch worden aangepast in die zin dat de wettelijke grondslagen en formele verwijzingen worden geactualiseerd, zonder dat de materiële inhoud wordt gewijzigd. 3. Wijzigingen i.v.m. de Alcoholwet Sinds de inwerkingtreding van de Alcoholwet op 1 juli 2021 is de benaming ‘Drank- en Horecawet’ vervallen. In de APV zijn daarom in alle relevante bepalingen de verwijzingen naar de Drank- en Horecawet vervangen door ‘Alcoholwet’. De materiële inhoud van deze artikelen blijft ongewijzigd. 4. Wijzigingen n.a.v. de VNG-ledenbrieven van 2022 t/m 2024 In haar ledenbrieven van 2022, 2023 en 2024 heeft de VNG diverse modelbepalingen van de APV geactualiseerd. Doel daarvan is de tekst in lijn te brengen met gewijzigde wetgeving, recente jurisprudentie en de hedendaagse bestuursrechtelijke terminologie en werkwijze. Het gaat merendeels om juridische, technische en redactionele correcties die de reikwijdte van bestaande bevoegdheden niet veranderen. 4.1 VNG-ledenbrief 2022: a. Wijzigen “opheffing” in “beëindiging” (artikel 2:60 Apv) b. Wijzigen Bedelarij n.a.v. uitspraak EHRM (artikel 2:65) 4.2 VNG-ledenbrief zomer 2023: a. Schrappen artikel over verboden lachgasgebruik (artikel 2:48a Apv) b. Wijzigen ‘messenverbod’ (artikel 2:76a Apv) c. Wijzigen ‘gebiedsontzeggingen’ (artikel 2:78 Apv) d.

Wijzigen Sluitingsbevoegdheid voor publiek openstaande bedrijfspanden ter bestrijding van ondermijning (nieuw artikel 2:80 Apv)

e. Wijzigen Tegengaan, onveilig niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat, introductie zogenaamde ‘ondermijningsvergunning’ (artikel 2:81) 4.3 VNG-ledenbrief najaar 2024: a. Wijziging definitie gebouw in artikel 1.1 Apv b. Wijzigen ‘slaapverbod’ op openbare plaatsen c. Wijziging van artikel 2:78 Apv 'gebiedsontzeggingen’ d. Wijzigen Tegengaan onveilig, niet leefbaar malafide ondernemersklimaat (artikel 2:81, tiende lid, Apv) 5. Wijzigingen op voorstel OOV -Artikel 2:68: drie dagen wijzigen in vijf dagen Op voorstel van OOV wordt de bewaartermijn in artikel 2:68 sub d verlengd van drie kalenderdagen naar vijf werkdagen. -Toevoegen art. 6:3a: Binnentreden woningen in noodsituaties Dit artikel wordt op voorstel van Openbare orde en veiligheid (‘OOV’) in de APV geplaatst. OOV wil namelijk voorkomen dat toezichthouders tijdens een crisis niet mogen binnentreden om noodvoorschriften van de burgemeester te handhaven. Door artikel 6:3a nu al in de APV op te nemen, creëert de raad, op grond van artikel 149a Gemeentewet, een permanente binnentredingsbevoegdheid, zodat in een noodsituatie rechtsgeldig kan worden opgetreden. Categorisering van de wijzigingen Hieronder is aangegeven welke wijzigingen hun oorsprong vinden in de Omgevingswet/het Omgevingsplan dan wel in algemene (VNG/OOV) aanpassingen, en of het gaat om beleids-/inhoudelijke dan wel juridische/technische wijzigingen.

Categorie

Omgevingsplan

Omgevingswet

Artikel(s) 2:10, 2:11, 2:12, 2:18, 2:21, 2:22, 2:45, 2:46, 2:58, 2:64, 2:73a, 4:2, 4:3, 4:5, 4:5b, 4:5c, 4:5d, 4:6, 4:9, 4:9a, 4:10, 4:11, 4:12, 4:12a, 4:12b, 4:12c, 4:13, 4:15, 4:17, 4:18, 4:19, 5:2, 5:3, 5:4, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:10, 5:11, 5:12, 5:17, 5:18, 5:19, 5:20, 5:24, 5:28, 5:32, 5:33, 5:34, 5:36 1:1, 1:2, 1:4, 1:5, 1:6, 2:10, 2:14, 2:21, 2:23, 2:28, 2:29, 2:39, 2:60,

Aard wijziging

Korte toelichting

Juridisch-technisch (beleidsarm)

Bepalingen fysieke leefomgeving vervallen in de APV en gaan naar het Omgevingsplan. De artikelen die in de APV blijven, zijn slechts terminologisch en technisch aangepast voor aansluiting op dat plan.

Juridisch-technisch

Verwijzingen/grondslagen geactualiseerd (Wabo, Wro e.d. vervallen). Geen materiële wijziging.

Alcoholwet

VNG 2022

2:71, 3:13, 4:1, 5:23, 5:25, 5:30 2:24, 2:28, 2:28b, 2:34a, 2:48, 3:5 en het opschrift van Hoofdstuk 2, Afdeling 5 2:60 2:65

VNG 2023

2:48a 2:76a 2:78 (eerste aanpassing)

VNG 2024

OOV-voorstellen

Sanctiebepaling

Juridisch-technisch Juridisch-technisch/ redactioneel Juridisch-technisch (mensenrechten-motief toegevoegd) Juridisch-technisch Juridisch-technisch/ redactioneel Juridisch-technisch/ redactioneel

2:80

Juridisch-technisch (duidelijker doel)

2:81

Beleids/inhoudelijk

1:1

Juridisch-technisch

2:50b

Juridisch-technisch/ redactioneel

2:78 (feitcode/boete)

Beleids/inhoudelijk

2:81 lid 10 (‘en’ → ‘of’)

Beleids/inhoudelijk (klein)

2:68

Beleids/inhoudelijk

6:3a

Beleids/inhoudelijk

6:1

Juridisch-technisch + inhoudelijk element

‘Drank- en Horecawet’ vervangen door ‘Alcoholwet’. Inhoud blijft gelijk. ‘Opheffing’ wordt ‘beëindiging’ van overlast. Motief ‘voorkoming/beëindiging overlast’ toegevoegd i.v.m. EHRM. Reikwijdte feitelijk gelijk. Lachgasartikel vervalt. Valt onder 2:74a. Tekst messenverbod gemoderniseerd. Reikwijdte ongewijzigd. Terminologie (‘bevel’) verduidelijkt; bevoegdheden/termijnen gelijk. VNG-model overgenomen; doel woon-/leefklimaat expliciet, geen bevoegdheidsuitbreiding. VNG-model overgenomen met VOGscreening. Definitie ‘gebouw’ aangepast aan OWterminologie. Slaapverbod geactualiseerd; reikwijdte (gemeentebreed) blijft gelijk. VNG-model overgenomen. Feitcode + boete mogelijk (2e cat.); rechtspositie burger wijzigt. VNG-model overgenomen. Sluiting kan bij één criterium; verduidelijking maar materieel effect mogelijk. Bewaartermijn opkopers van 3 dagen naar 5 werkdagen (aansluiting wetsvoorstel). Permanente binnentredingsbevoegdheid bij noodvoorschriften (art. 149a Gemw). Vervallen artikelen geschrapt en 2:78 toegevoegd waardoor boete 2e categorie mogelijk is.

Voor de voorgestelde wijzigingen van de APV is gebruik gemaakt van een aantal documenten van de VNG, namelijk de: - Handreiking APV en omgevingsplan - Was-wordt-tabel wijziging model-APV i.v.m. de Omgevingswet - Was-wordt-tabel wijziging model-APV i.v.m. de Alcoholwet - VNG-ledenbrief 2022 en Was-wordt-tabel Wijziging Model-APV zomer 2022 - VNG-ledenbrief 2023 en Was-wordt-tabel Wijziging Model-APV najaar 2023 - VNG-ledenbrief 2024 en Was-wordt-tabel Wijziging Model-APV zomer 2024

Artikelsgewijs Ad 1 en 2. Omgevingsplan en Omgevingswet Artikel 1:1 In artikel 1:1 wordt een definitie van beperkingengebiedactiviteit opgenomen, waarbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Ow. Dit begrip komt voor in diverse artikelen van de APV. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied. In diverse artikelen van de APV staat dat een verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement. Dat wordt dan vervangen door de tekst dat het verbod niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Ow, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. Verder vervalt het begrip ‘bevoegd gezag’, omdat deze term in de APV niet meer wordt gebruikt. Artikel 1:2, 1:4, 1:5 en 1:6 De artikelen (artikelen 1:2 en 1:4) of het eerste lid (artikelen 1:5 en 1:6) is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Ow een uitputtende regeling voor de in deze artikelen geregelde onderwerpen: over de beslistermijnen in de paragrafen 16.5.2 en 16.5 3 van de Ow, over het nakomen van de voorschriften in artikel 5.5 van de Ow (eventueel in samenhang met artikel 22.8 van de Ow en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit), voor wie de omgevingsvergunning geldt in artikel 5.37 van de Ow en over intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning in paragraaf 5.1.5 van de Ow. Artikel 2:10 In het derde lid wordt aan het slot van de zin toegevoegd “voor zover deze regels niet zien op een activiteit die de fysieke leefomgeving wijzigt, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het Omgevingsbesluit”. Artikel 2.1, eerste lid, van het Omgevingsbesluit bepaalt namelijk dat “regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen” alleen in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen en dus niet in een verordening. Tenslotte vormt sub d van het vijfde lid de afbakening van (de verbodsbepaling van) artikel 2:10 met het omgevingsplan. Artikel 2:10 richt zich namelijk op de openbare orde en geldt niet voor zover er sprake is van wijziging van de fysieke leefomgeving. In het omgevingsplan is een gelijksoortige verbodsbepaling opgenomen die geldt voor de gevallen waarin de fysieke leefomgeving wel wijzigt.

Artikel 2:21 eerste lid De gedoogplicht voor voorwerpen en voorzieningen ten behoeve van verkeer kan komen te vervallen, omdat de Omgevingswet al in deze gedoogplicht voorziet. De bepaling in de APV wordt daarom slechts gehandhaafd voor zover deze voorziet in een gedoogplicht waarin de Omgevingswet niet voorziet. Het gaat dan om een gedoogplicht voor voorwerpen en voorzieningen ten behoeve van openbare verlichting. Artikel 2:71 In artikel 2:71 wordt de definitie van consumentenvuurwerk aangepast. In artikel 5.43 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet wordt het Vuurwerkbesluit gewijzigd. De definitie van consumentenvuurwerk vervalt. Overal waar consumentenvuurwerk staat wordt dit in het Vuurwerkbesluit vervangen door ‘vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik’. Voor de toepassing van de APV wordt het begrip

consumentenvuurwerk gehandhaafd. De verwijzing naar het Vuurwerkbesluit wordt vervangen door bovengenoemde definitie. Artikel 4:1 t/m 4:5a De artikelen 4:1 t/m 4:5a zien op het voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting binnen of vanuit inrichtingen. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen deze tot uiterlijk 1 januari 2032 in de APV blijven staan. In dit stadium is ervoor gekozen om de artikelen 4:5, 4:5b, 4:5c, 4:5d en 4:6 uit de APV te verwijderen en over te hevelen naar het omgevingsplan, terwijl de artikelen 4:1 (definities), 4:2 (collectieve festiviteiten) en 4:3 (incidentele festiviteiten) vooralsnog in de APV blijven staan. Voor handhaving van artikel 4:1 t/m 4:3 moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt, van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Omdat in artikel 4:2 en 4:3 wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4:1. Voor wat betreft de artikelen 4:2 en 4:3 is nog van belang dat de standaard geluidsnormen uit het Omgevingsplan niet van toepassing zijn op collectieve festiviteiten en incidentele festiviteiten. Dit is geregeld in artikel 22.73 van het Omgevingsplan. Oftewel: specifieke geluidsnormen voor festiviteiten moeten in de APV zijn opgenomen.

In artikel 4:2 en artikel 4:3 is de verwijzing naar geluidsnormen uit het activiteitenbesluit enerzijds en artikel 4:5 en artikel 4:6 APV anderzijds verwijderd uit de APV in verband met het vervallen van de betreffende regeling resp. artikelen. (hetzelfde geldt overigens voor de regels over licht, zie artikel 4:2 lid 2 en artikel 4:3 lid 2). De specifieke geluidsnormen uit artikel 4:2 en artikel 4:3 blijven echter ongewijzigd, omdat er anders helemaal geen geluidsnormen meer gelden voor collectieve en incidentele festiviteiten. Ad 4.1. VNG zomer 2022 Artikel 2:60 (Wijzigen “opheffing” in “beëindiging”) In de artikelen 2:60, eerste lid, wordt ‘opheffing van overlast’ vervangen door ‘beëindiging van overlast’, omdat de term ‘beëindiging’ beter aansluit bij de huidige bestuursrechtelijke terminologie. Artikel 2:65 (Wijzigen n.a.v. uitspraak EHRM) Op grond van artikel 2:65 van de Model-APV is het verboden te bedelen op openbare plaatsen in een door het college aangewezen gebied. De VNG stelt voor daaraan toe te voegen het motief ‘voorkoming of beëindiging van overlast’. Aanleiding is een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens, waarin hij oordeelt dat de menselijke waardigheid wordt aangetast als iemand niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen en dat deze beschermd wordt door artikel 8 EVRM (het recht op de eerbiediging van het privéleven).

Dit recht kan op grond van artikel 8, tweede lid, EVRM beperkt worden, mits deze beperking een legitiem doel dient, een wettelijke basis heeft en noodzakelijk is voor de democratische samenleving. De laatste voorwaarde vereist een afweging van de belangen van het individu en die van de maatschappij. Veiligheidshalve wordt daarom het motief ‘voorkomen of beëindiging van overlast’ opgenomen in artikel 2:65. De bepaling is ook redactioneel aangepast. Ad 4.2. VNG zomer 2023 Artikel 2:48a (Schrappen artikel over lachgasgebruik) Sinds 1 januari i 2023 staat lachgas op lijst II van de Opiumwet en wordt daardoor gekwalificeerd als een softdrug. Nu lachgas een softdrug is, is het verboden gebruik ervan onder artikel 2:74a

APV (“Openlijk drugsgebruik”) komen te vallen. Daarmee is artikel 2:48a overbodig geworden en wordt voorgesteld het huidige artikel 2:48a te schrappen. Artikel 2:76a (Wijzigen ‘messenverbod’) De APV van Ommen beschikt al over een lokaal messenverbod: artikel 2:76a APV. Deze bepaling verbiedt het dragen van messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt op door het college aangewezen locaties. Met de nu voorgestelde wijziging wordt uitsluitend de tekst zelf gemoderniseerd zodat die aansluit bij het nieuwe modelartikel van de VNG (najaar 2023). De strekking en reikwijdte blijven ongewijzigd. Artikel 2:78 (Wijzigen gebiedsontzeggingen) Ommen beschikt al over een artikel over gebiedsontzeggingen, maar de VNG bracht in de ledenbrief van najaar 2023 een geactualiseerde modeltekst uit met enkel technische en redactionele verbeteringen. Om terminologie te uniformeren en de leesbaarheid te vergroten, wordt het huidige artikel in overeenstemming gebracht met de model-VNG-bepaling. De wijziging verandert geen bevoegdheden of termijnen. Aan de hand van jurisprudentie is er een noodzakelijke wijziging betreffende de term: ‘bevel’. Hoge Raad 11-10-2022, ECLI:NL:HR:2022:1417. Art.

2.3.13, eerste lid, APV Breda 2004 luidt: ‘Een ieder is verplicht op een daartoe strekkend besluit, schriftelijk genomen door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde, zich te verwijderen en verwijderd te houden uit een door de burgemeester aangewezen gebied gedurende de tijd die in dat besluit genoemd is.’ Verder is het vierde lid aangepast vanwege het strafrechtelijk als bestuursrechtelijk kunnen optreden bij een gebiedsverbod. Als iemand de openbare verstoort, kan er overlap ontstaan tussen de bevoegdheid van de officier van justitie om met een gedragsaanwijzing op grond van artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a van het Wetboek van Strafvordering op te treden en de bevoegdheid van de burgemeester om op grond van deze bepaling met een gebiedsontzegging op te treden. Het vierde lid geeft voorrang aan een gedragsaanwijzing door de officier van justitie boven een gebiedsontzegging door de burgemeester. Artikel 2:80 (Wijzigen sluitingsbevoegdheid voor publiek openstaande bedrijfspanden ter bestrijding van ondermijning) De bestaande sluitingsbevoegdheid wordt herschreven conform het VNG-model.

Inhoudelijk blijft het gaan om tijdelijke sluiting bij ernstige overlast of ondermijning, maar de bepaling noemt nu expliciet de bescherming van het woon- en leefklimaat, sluit situaties uit die al onder artikel 2:30 APV of artikel 13b Opiumwet vallen, en introduceert één uniforme betredingsverbod-regel met een plicht om het sluitingsbesluit zichtbaar aan de ingang te laten hangen. Het betreft dus een verduidelijking zonder uitbreiding van bevoegdheden. Artikel 2:81 (Wijzigen vergunningplicht voor aan te wijzen tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat) De raad geeft met dit artikel de burgemeester de bevoegdheid om bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen waarvoor binnen een gebouw, branche of gebied een verbod geldt om deze zonder vergunning uit te oefenen. In de Model-Apv van de VNG is dit een nieuw facultatief artikel. Gelet op de ondermijningsproblematiek zijn gemeenten eerder er al toe overgegaan om een dergelijk artikel in hun APV op te nemen. Zo ook de gemeente Ommen. Artikel 2:81 van de APV van Ommen heeft reeds dezelfde naam en strekking, doch dit artikel wijkt redactioneel af van de nieuwe model-bepaling van de VNG. Het enige materiële verschil is dat het modelartikel een aanvullend screeningsinstrument opneemt: de mogelijkheid om een VOG te verlangen voordat een vergunning wordt verleend.

Ter bevordering van uniformiteit en ter versterking van de ondermijningsaanpak wordt voorgesteld de bepaling te vervangen door de VNG-modelversie.

Ad 4.3. VNG najaar 2024 Artikel 1:1 (Wijziging definitie gebouw in artikel 1.1 APV) Het betreft geen inhoudelijke wijziging maar een technische. De wijziging houdt verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel 2:50b (Wijziging verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats) Ommen kende al een gemeentebreed verbod om tussen zonsondergang en zonsopgang in de openbare ruimte te overnachten. De VNG-model-APV koppelt dit verbod aan door het college aan te wijzen gebieden, maar Ommen houdt bewust vast aan toepassing voor het hele grondgebied, zodat handhavers niet per locatie hoeven na te gaan of een zone is aangewezen en de bestaande praktijk ongewijzigd kan worden voortgezet. Wel is de bepaling geactualiseerd met Omgevingswet-terminologie en met expliciete uitzonderingen voor legale ligplaatsen, woonwagens en kampeerterreinen. Het college behoudt de bevoegdheid om door ontheffingen of aanwijzingen maatwerk te leveren. De reikwijdte van het verbod verandert daarmee niet, terwijl de tekst juridisch actueel en beter leesbaar wordt. Artikel 2:78 (Wijzigen van gebiedsontzeggingen) Met het nieuwe vierde lid kan aan overtreding van een gebiedsontzegging een feitcode worden gekoppeld. De Commissie Feiten en Tarieven van het CVOM heeft aangegeven daartoe bereid te zijn, mits de strafbaarstelling expliciet in de APV is vermeld.

In samenhang met artikel 6:1 APV maakt dit een bestuurlijke boete mogelijk voor wie een gebiedsontzegging negeert. Het betreft dus een inhoudelijke wijziging, omdat de rechtspositie van burgers wijzigt: overtreding wordt rechtstreeks bestraft. Voor afdoening met een feitcode dient het proces-verbaal een kaart van het aangewezen gebied te bevatten, zodat kan worden vastgesteld dat de ontzegging persoonlijk is uitgereikt en het gebied duidelijk is afgebakend. Artikel 2:81 (Wijzigen Tegengaan onveilig, niet leefbaar malafide ondernemersklimaat (lid 10)) In het tiende lid van artikel 2:81 is het oorspronkelijke ‘en’ vervangen door ‘of’ in de zinsnede . Het betreft hier namelijk geen cumulatieve, maar afzonderlijke criteria om een besluit te kunnen nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. Ad 5. Wijzigingen op voorstel OOV Artikel 2:68 Op voorstel van OOV wordt de bewaartermijn in artikel 2:68 sub d verlengd van drie kalenderdagen naar vijf werkdagen. Daarmee volgt de APV het landelijke wetsvoorstel Verbetering bestrijding heling, witwassen en de daaraan ten grondslag liggende vermogensdelicten (Kamerstukken 36 036) dat bepaalt dat opkopers en handelaren gebruikte of ongeregelde goederen gedurende een uniform vastgestelde termijn van vijf werkdagen in bewaring moeten houden alvorens deze te (door)verkopen.

Deze vijf werkdagen geven de politie voldoende tijd om aangiften te koppelen aan meldingen in het Digitaal Opkopersregister en Stop Heling. Artikel 6:3a In een noodsituatie kan de burgemeester op grond van artikel 176 Gemeentewet noodvoorschriften vaststellen en personen aanwijzen die toezicht houden op de naleving ervan. Een noodverordening kan echter geen binnentredingsbevoegdheid creëren die het huisrecht (art. 12 Grondwet) beperkt, omdat zij wel van wetten in formele zin beneden het grondwetsniveau mag afwijken, maar niet van de Grondwet zelf. Op grond van artikel 149a Gemeentewet kan de gemeenteraad die bevoegdheid wél bij verordening verlenen.

Artikel 6:3a APV voorziet daarom in een permanente grondslag om tijdens een crisis woningen te mogen betreden voor de handhaving van noodvoorschriften. Daarmee wordt voorkomen dat toezichthouders bij bijvoorbeeld een evacuatie formeel huisvredebreuk plegen of geheel niet kunnen optreden. Bij de toepassing van artikel 6:3a blijven de waarborgen van de Algemene wet op het binnentreden volledig gelden: de toezichthouder legitimeert zich en vermeldt het doel, beschikt over een schriftelijke machtiging en maakt na afloop verslag van het binnentreden. Sanctiebepaling Artikel 6:1 Het eerste en tweede lid van artikel 6:1 zijn aangepast in die zin dat de vervallen APV-artikelen uit genoemde leden zijn verwijderd en artikel 2:78 (gebiedsontzeggingen) is toegevoegd. Met genoemde toevoeging kan overtreding van een gebiedsontzegging voortaan worden afgedaan met een geldboete van de tweede categorie. Het derde lid vervalt omdat dit zag op omgevingsvergunningen die geen onderdeel (meer) uitmaken van de APV. Overgangs- en inwerkingtredingsbepaling Artikel 6:5 Dit artikel waarborgt de continuïteit van bestaande besluiten. Besluiten waarvoor de APV 2025 een overeenkomstige bepaling bevat, worden automatisch behandeld als besluiten op grond van de nieuwe verordening.

Besluiten die gaan over activiteiten die straks uitsluitend in het Omgevingsplan worden geregeld, blijven van kracht tot dat deel van het Omgevingsplan ingaat en gelden daarna van rechtswege als besluiten op basis van het Omgevingsplan. Artikel 6:6 De bepaling bewerkstelligt dat de APV 2025 gelijktijdig met het Omgevingsplan in werking treedt, zodat overlap en leemtes worden voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15889550/1