2. Onderzoek toekomstbestendig bouwen Vlierlanden fase 3
Tekst van het document
Vlierlanden III Toekomstbestendig bouwen in lijn met het Overijssels Actieprogramma Toekomstbestendig Bouwen
Quote
Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
1
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Doel 1.3 Het plan 1.4 De thema’s
3 3 3 4 5
2
Bestaand beleid 2.1 Energiebewust 2.2 Circulair & Biobased 2.3 Collectief 2.4 Natuurinclusief 2.5 Klimaatadaptief 2.6 Waterbewust
6 6 6 6 6 6 6
3
Ambitie bepaling 3.1 Algemeen 3.2 Energiebewust 3.3 Circulair en biobased 3.4 Collectief 3.5 Natuurinclusief 3.6 Waterbewust
7 7 7 7 8 8 8
4
Maatregelen 4.1 Energiebewust 4.2 Circulair 4.3 Collectief 4.4 Natuurinclusief 4.5 Klimaatadaptatie 4.6 Waterbewust 4.7 Borging maatregelen 4.8 Projectie maatregelen op stedenbouwkundig plan
9 9 10 10 11 12 13 14 15
Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
2
1 Inleiding 1.1 Algemeen Gemeente Ommen bereidt momenteel een uitbreiding voor aangrenzend aan woningbouwontwikkeling Vlierlanden. Dit is de derde fase van het plan Vlierlanden. In Vlierlanden wordt met oog voor integrale duurzaamheid ontwikkeld, passend bij de wens en vraag in Ommen. Energiebewust
Circulair en biobased
Collectief
Natuurinclusief
Klimaatadaptief
Waterbewust
De Gemeente Ommen heeft Buro Loo in samenwerking met Alba Concepts opdracht gegeven om advies te geven over een toekomstbestendige inrichting van het plan Vlierlanden III in lijn met het Provinciaal Actieprogramma Toekomstbestendig Bouwen. Daartoe is het beleid van Ommen geïnventariseerd en gestructureerd rond de thema's Energiebewust, Circulair en Biobased, Collectief, Natuurinclusief, Klimaatadaptief en Waterbewust. In een fysieke werksessie is de ambitie van Ommen op het thema bepaald en zijn de resultaten van de beleidsanalyse doorgenomen. Daarna is in een volgende werksessie de slag gemaakt van ambitie naar mogelijke maatregelen. In de volgende hoofdstukken worden maatregelen beschreven die voortkomen uit de vastgestelde ambities. Deze maatregelen dragen bij aan het behalen van de doelstellingen die zijn gesteld op de thema’s van toekomstbestendig bouwen.
1.2 Doel Het doel van het project is het in lijn brengen van beleid en projectspecifieke ambities van gemeente Ommen op duurzaamheid met de geschetste bandbreedte van het Actieprogramma toekomstbestendig bouwen.
Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
3
1.3 Het plan De wijk Vlierlanden III ligt ten oosten van de Slagenweg, en ten zuiden van de fases 1 en 2 van de ontwikkeling Vlierlanden. Aan de oostzijde ligt buurtschap Arriën. Aan de hand van de opzet van het plan is geanalyseerd welke toegankelijke kansen op deze locatie aanwezig zijn. Het Actieprogramma kent een range aan doelstellingen zodat locatiespecifieke kansen aanleiding kunnen zijn om hogere ambities op thema’s na te streven. Vlierlanden III is in een groene ruimtelijk wijds opgezette omgeving geprojecteerd. Dat biedt kansen om op het vlak van klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit extra ambities te realiseren. Door in de hoogteligging rekening te houden met de aanwezigheid van de Regge en waterbergende groenstrook is een waterrobuust geheel vorm te geven. Dit is ook een noodzakelijke randvoorwaarde in verband met de voorkomende risico’s op cumulatie van afstomend hemelwater op maaiveldniveau. Het stedenbouwkundig plan voorziet in realisatie van hofjes. Hierin liggen kansen voor collectieve voorzieningen. Gezien de aansluiting op de voorgaande wijken, waar de openbare ruimte natuurlijk en duurzaam vormgegeven is, is het goed om deze wijze van inrichten door te trekken in de volgende fase.
Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
4
1.4 De thema’s In het Actieprogramma Toekomstbestendig Bouwen van de provincie Overijssel zijn zes thema’s opgenomen. Deze staan hiernaast weergegeven. Op deze thema’s zijn speerpunten benoemd is waarop het Actieprogramma doelen stelt. Vanuit het centrale doel om toekomstbestendige leefomgevingen en woningen te realiseren zijn alle thema’s met elkaar verbonden en dragen alle thema’s bij aan realisatie van de doelen. De thema’s zijn zowel gebiedsgericht toe te passen als ook op het niveau van gebouw en gebruik. In het Actieprogramma zijn per thema voorbeelden opgenomen, en worden nieuwe voorbeelden ook opgenomen als deze worden gerealiseerd. Daarmee versnelt de onderlinge kennisdeling.
Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
5
2 Bestaand beleid In dit hoofdstuk wordt het huidige beleid van Gemeente Ommen omschreven aan de hand van de 6 pijlers vanuit het Actieprogramma Toekomstbestendig Bouwen.
2.1 Energiebewust In 2030 is de gemeente energieneutraal en wordt het gebruik van fossiele brandstoffen met 36% verminderd in 2050. In 2030 wordt 20% minder gas gebruikt dan in 2020. Ook de woningen worden verduurzaamd: Woningen hebben in 2030 minimaal een energielabel B, en kantoren een energielabel A. In 2030 wordt de volgende energie opgewekt: • • • •
12 GWh zon op dak 20GWh zon op grote daken 50GWh zon op land 34GWh wind
Ook wordt er 5 miljoen m3 groengas verkregen via mono-mestvergisting. Daarnaast wordt de haalbaarheid onderzocht van het gebruik van waterstof, restwarmtebronnen, aquathermie en andere vormen van energieopwekking.
2.2 Circulair & Biobased Gemeente Ommen heeft nog geen concrete ambitie of doelstelling geformuleerd. In samenwerking met lokale ondernemers, maatschappelijke organisatie en inwoners is de wens om een circulair programma te ontwikkelen wat past bij de schaal, het beleid en de mogelijkheden van de gemeente en betrokkenen. Ommen wil in de landelijke kopgroep blijven van gemeenten ten aanzien van hergebruik en recycling van huishoudelijke afvalstoffen en via het inkoop en aanbestedingsbeleid wordt gestuurd op circulariteit.
van ouderen wordt ingericht op deze doelgroep en sociale samenhang wordt bevorderd op buurt- en kernniveau. Zelfstandige woonvormen worden uitgebreid voor mensen met een beperking met gemeenschappelijke voorzieningen zoals ontmoetingsplek. Particulier collectief opdrachtgeverschap word gefaciliteerd. Nieuwe woongebieden worden ingericht op het stimuleren van de fiets, deelmobiliteit, centraal parkeren, en slimme combinaties tussen water en groen.
2.4 Natuurinclusief Ommen is een groene gemeente en zet zich in voor versterken van bos, natuur en biodiversiteit met behoud van ontwikkelmogelijkheden en een kwalitatief hoogwaardige groene openbare ruimte. In de komende periode wordt ook ecologisch maaibeleid opgesteld. Biodiversiteit wordt als integraal onderdeel meegenomen bij ontwikkelingen. Inwoners worden verleidt en bewustgemaakt op het thema biodiversiteit zodat inwoners gestimuleerd worden om hun tuinen natuurvriendelijk in te richten.
2.5 Klimaatadaptief Ommen is in 2050 klimaatbestendig. De knelpunten met betrekking tot wateroverlast (70 mm in één uur) en hitte zijn in 2030 opgelost. Elke nieuwe ruimtelijke aanpassing draagt bij aan klimaatbestendigheid. Mogelijke nieuwe knelpunten worden voorkomen door bij alle ruimtelijke ingrepen rekening te houden met het klimaat.
2.6 Waterbewust In gemeente Ommen is nog geen ambitie of doelstelling geformuleerd op het thema Waterbewust.
2.3 Collectief Er wordt ruimte gegeven aan bijzondere woonvormen zoals hofwonen met een gezamenlijke binnentuin, gericht op ouderen en starters. De directe leefomgeving Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
6
3 Ambitie bepaling 3.1 Algemeen Hierna is per deelthema weergegeven wat de ambitie is van de gemeente Ommen voor de ontwikkeling Vlierlanden III. In werksessie 1 is de ambitie voor het plangebied gevormd. De ambitie per thema is weergegeven in onderstaande spinnenwebdiagram.
Ambitie per thema
3.2 Energiebewust Het beleid van de Gemeente Ommen streeft naar een energieneutraal Ommen en beoogt tevens een vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen met 35% tegen 2050. Deze ambities worden ondersteund door het actieplan Toekomstbestendig Bouwen Overijssel. Een aantal ambities worden aangevuld vanuit het actieplan: • • •
Netonafhankelijkheid: Een woonwijk kunnen realiseren ondanks eventuele netcongestie. Het voorkomen van opwarming in de woningen om zo een lager energieverbruik te kunnen realiseren. Het sturen op gedrag en energieverbruik in de gebruiksfase.
3.3 Circulair en biobased De Gemeente Ommen heeft de ambitie uitgesproken circulair te willen werken. Deze ambitie is nog niet verder uitgewerkt. De wens is om, in samenwerking met lokale ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners een circulair programma te ontwikkelen wat past bij de schaal, het beleid en de mogelijkheden van de gemeente en betrokkenen. Ommen wil graag in de landelijke kopgroep van gemeenten blijven als het gaat over hergebruik en recycling van huishoudelijke afvalstoffen. In het Actieprogramma Toekomstbestendig Bouwen staan de volgende ambities: • Milieu impact verlagen. • Losmaakbaarheid van materialen bevorderen. • Het meer toepassen van biobased materialen. • Het meer hergebruiken van materialen.
Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
7
3.4 Collectief De ambitie voor collectieve vormen splitst zich in twee speerpunten: • Stimuleren innovatieve woonvormen In de omgevingsvisie van gemeente Ommen staat dat Ommen, naast de traditionele woningbouw, ruimte wil bieden aan nieuwe en innovatieve woonvormen. Denk bijvoorbeeld aan hofwonen, tiny houses en schuurwoningen. Ook wil Ommen het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) stimuleren. • Minder auto’s en parkeerplaatsen en meer gedeelde buitenruimte Ommen is een forensenstad. Veel gezinnen beschikken over meerdere auto’s. In Vlierlanden III is de beschikbaarheid van ruimte geen probleem, maar deze ruimte wil de gemeente het liefste inzetten voor (collectief) groen, in plaats van voor parkeerplaatsen. Een succesfactor van deelmobiliteit is dat dit vanaf het begin een uitgangspunt is in de gebiedsontwikkeling. De beschikbaarheid van deelauto’s zorgt voor een minder privéautogebruik en minder gereden kilometers (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2022). Deelauto’s worden, volgens dit onderzoek, vooral ingezet voor bezoek aan familie en vrienden en het vervoeren van spullen. Voor woon-werk verkeer gebruiken de meeste mensen een eigen auto.
• •
• •
Minimaal 1 hoogwaardig habitat voor gebouw bewonende soorten. Minimaal 3 hoogwaardige habitats voor boom bewonende, aan struweel gebonden, aan bloemrijk grasland gebonden en/of aan water gebonden soorten. Borgen toekomstig beheer. Zo min mogelijk verstoring van de ondergrond.
3.6 Waterbewust De Gemeente Ommen heeft nog geen ambities gesteld met betrekking tot drinkwater. De volgende ambities worden vanuit het actieprogramma voorgesteld: • • • •
Niet bouwen op locaties die nodig zijn voor afvoeren water en wateropslag. Betrek hierbij de stresstest wateroverlast. Voldoende drinkwater beschikbaar. Voorsorteren op of het toepassen van een grijswatersysteem om kringlopen te sluiten. Waterpositief bouwen, ofwel het voldoende vasthouden, benutten, infiltreren van regenwater en drinkwatergebruik beperken.
3.5 Natuurinclusief De gemeente hecht belang aan het behoud van de bestaande natuur en biodiversiteit. Bij projecten wordt biodiversiteit als een integraal onderdeel beschouwd, en bewoners worden aangemoedigd om biodiversiteit te bevorderen door hun tuinen te vergroenen. Vanuit het actieplan worden de ambities aangescherpt: • • •
Realiseren Basiskwaliteit Natuur. Starten vanaf bestaande natuurwaarden. Minimaal 50% horizontaal en/of verticaal biodivers oppervlak.
Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
8
4 Maatregelen In dit hoofdstuk worden de ambities vertaald naar concrete maatregelen die toegepast kunnen worden in de verdere ontwikkeling van Vlierlanden III. Voorbeelden van de maatregelen zijn per thema in het actieprogramma opgenomen.
4.1 Energiebewust Om aan de ambitie van zowel Gemeente Ommen als het Actieprogramma te voldoen worden de volgende maatregelen voorgesteld: Maatregelen in de ontwerpfase • Het maken van een energieplan voor nieuwe wijken waarin wordt gekeken hoe de wijk van energie wordt voorzien en wat het toekomstig verbruik is van de wijk. • Bij voorkeur Nul op de Meter woningen bouwen, minimaal Energieneutraal. • Ook de ligging en het type gebouwen zijn relevant. Door zoveel mogelijk woningen in een Oost-westelijke opstelling te positioneren krijgen zonnepanelen een maximaal rendement. Woningen met een noordzuidelijke oriëntatie moeten zoveel mogelijk worden uitgevoerd met platte daken om ook zoveel mogelijk rendement uit zonnepanelen te halen. • Afstemming met groen is noodzakelijk. Bomen moeten zoveel mogelijk geplaatst te worden aan de zuidkant van de weg óf er moet rekening gehouden worden met eventuele schaduwwerking op de daken. • Het toepassen van laadpalen bij parkeerkoffers in combinatie met de aanleg van middenspanningsruimtes en buurtbatterij(en). • Het toepassen van LED verlichting.
Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
Maatregelen in de beheerfase •
•
Het sturen op gedrag kan worden gerealiseerd door te monitoren per aansluiting en eventuele particuliere grootverbruikers bewust te maken en te verleiden tot energiebesparende maatregelen. Het toepassen van een smart home system waarbij apparaten gebruikt worden wanneer er energie kan worden geleverd óf bij overbelasting van het net zonnepanelen uitgeschakeld kunnen worden.
Het onderzoeken waard: De buurtbatterij: Hiermee kan in de hofjes off-grid van netcongestie gebouwd worden omdat tijdens de piekvraag gebruikt wordt gemaakt van een buurtbatterij. De batterij laad zich weer op wanneer de energievraag op het net minimaal is. In het plangebied zijn er een aantal hofjes zie zich uitstekend lenen voor een dergelijke aanpak. Collectief en energie versterken hier elkaar.
Gebouwgebonden maatregelen • Bouwkundige maatregelen aan gebouwen zoals een dakoverstek in combinatie met raampartijen op het zuiden. In de zomer komt er minder schaduw binnen en in de winter wanneer de zon lager staat kan het zonlicht wel in de woning schijnen. • Het toepassen van spuiventilatie. 9
• • •
Warmteterugwinning bypas. Dit werkt zowel voor warmte als koude luchtstromen. Het groen inpassen van gebouwen waardoor de omgeving minder kan opwarmen, en hiermee de gebouwen ook koeler blijven. Het toepassen of het voorbereiding op toepassing van zonwering om opwarming van woningen te voorkomen.
Gebouwgebonden maatregelen • MPG Score <0,5 (Bouwbesluit vanaf 2025). • Losmaakbaarheid toepassen bij het bouwen van woningen. • Toepassen biobased materialen. In de selectiefase kiezen voor partijen met de beste visie en referentieprojecten op lage MPG scores en toepassen biobased materialen.
4.2 Circulair In de (aanloop naar) ontwikkeling van Vlierlanden III stellen wij de volgende maatregelen voor: Gemeentebrede maatregelen • Biobased materialen opnemen in de welstandsnota bij het onderdeel materiaalkeuzes. Het gebruik hiervan • Het opzetten van een grondstoffenbank vanuit sloopprojecten. Maatregelen in de ontwerpfase • In de openbare ruimte materialen toepassen met een lage waarde op Milieukostenindicator (verder: MKI-waarde). De mogelijkheden verschillen per type product Een praktische toepassing is om alternatieven te zoeken voor de traditioneel toegepaste producten en de MKI-waardes te vergelijken. Bijvoorbeeld het toepassen van verkeersborden die bestaan uit gerecyclede materialen, in plaats van de traditionele variant. • In de openbare ruimte het 10R model toepassen. Dit model beschrijft de tien strategieën om circulariteit toe te passen en brengt hier een voorkeur in aan. De focus moet liggen op minder materiaalgebruik, hergebruik en duurzame materiaalkeuzes.
Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
Het onderzoeken waard: -
-
Het inrichten van een centrale afvalinzameling Het aanleggen van een wormenhotel, bedoeld voor het lokaal verwerken van groenafval. Versterking integraliteit grondstoffenkringlopen vanuit circulariteit en biodiversiteit. Het verwerken van vrijkomende materialen uit te ontmantelen opstallen in het projectgebied. Is het opzetten van een keten van biobased producten vanuit het Vechtdal mogelijk?
4.3 Collectief De volgende maatregelen worden voorgesteld: Gemeentebrede maatregelen • Gemeentelijk beleid aanpassen en opzetten, gericht op het beschikbaar stellen van deelauto’s. • Het opzetten van een participatietraject over gemeenschappelijke voorzieningen. Maatregelen in de ontwerpfase • Minder particuliere ruimten en meer gemeenschappelijk groen meenemen in het ontwerp. • Collectieve afvalinzameling d.m.v. ondergrondse containers. 10
•
Gebiedsinrichting: vaste parkeerplekken voor deelauto’s meenemen in het ontwerp.
4.4 Natuurinclusief
•
Pas het handboek bomen toe.
•
Maatregelen tijdens de realisatiefase Bouwvlakken niet vooraf uitgraven.
De volgende maatregelen worden voorgesteld: Gemeentebrede maatregelen • Vaststellen basiskwaliteit Natuur Initiatieffase • Toetsen plangebied aan de basiskwaliteit natuur. • Betrek een ecoloog in alle fases van de ontwikkeling. Maatregelen in de ontwerpfase • Een ecoloog betrekken bij het ontwerp waarbij bestaande natuurwaarden worden behouden of worden versterkt wanneer de basiskwaliteit natuur niet word behaald. • Bestaande bomen behouden of in uitzonderlijke gevallen herplaatsen binnen het plangebied. • Een passend maatregelenpakket voor de buitenruimte opstellen met ondersteuning van een ecoloog, zoals een combinatie van natuurvriendelijke oevers, extensief beheerd groen, bloemenvelden en het toepassen van voornamelijk eerste grootte bomen van diverse inheemse soorten. • Opstellen beheerplan inclusief kostenraming. • Zo veel mogelijk ontwerpen op bestaande hoogtes. Kabels en leidingen trace’s zoveel mogelijk bundelen. • Toepassen van specifieke LED verlichting en het beperkt aanzetten van straatlantaarns. • Teken de wortelzone van bomen die groot moeten worden in binnen de kabel- en leidingentekening als vrije zone. • Het toepassen van de 5 v’s van biodiversiteit: Variatie, verspreiding, verbinding, vitaliteit en veerkracht. Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
Gebouwgebonden maatregelen • Hagen en inheems groen in particuliere tuinen. • Onder hekwerken een ruimte voorzien van 15 tot 20cm. • Een passend maatregelpakket voor gebouwen binnen het plangebied welke aansluit bij de openbare ruimte met bijvoorbeeld groene daken, nestkasten, holle ruimte in gevels en dakconstructies, en vleermuisverblijven.
Het onderzoeken waard: Door de groene opzet van de wijk is het mogelijk om meerdere habitattypen te realiseren in het plangebied zonder extra kosten en met geringe inspanning. Door anders om te gaan met het beheer van groen (Meer extensief groen) wordt de biodiversiteit vergroot en worden zelfs kosten bespaard. Wel is het belangrijk om al in de ontwerpfase na te denken over extensief beheerde groenvakken, zodat potentiële kopers een duidelijk beeld hebben van de toekomstige situatie.
11
4.5 Klimaatadaptatie De volgende maatregelen worden voorgesteld: Initiatieffase • Vaststellen relevante water- en droogte aspecten door een hydroloog. Maatregelen in de ontwerpfase • Iedere weg voorzien van bomenrijen van eerste grootte bomen. • Ruimte voor groen realiseren in samenwerking met het thema natuur inclusief. • Toepassen van extensief beheerd groen. • Realiseren robuuste groenvakken. (Minimaal 3m breed) • Voorkomen afstroming regenwater vanuit groen. • Hemelwater en afvalwater scheiden. • Kwetsbare objecten minimaal 10cm hoger dan het vloerpeil van de dichtstbijzijnde woning aanleggen. • Een deel van een infiltratievoorziening niet laten infiltreren, bijvoorbeeld door een combi te maken tussen een regenton en infiltratievoorziening. Gebouwgebonden maatregelen • Particulieren bergen en infiltreren 20mm op eigen terrein. • Vloerpeilen 30cm boven het straatpeil toepassen. • Gebouwen zoveel mogelijk in een oost westelijke richting plaatsen in verband met maximaal wind op hete zomerdagen. • Woningen dienen voorzien te zijn van zonwering, of een voorbereiding hierop. • De TO-juli dient met bouwkundige maatregelen <1,0 te zijn.
Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
Het onderzoeken waard: Vlierlanden III kenmerkt zich als een ruim opgezette wijk met veel ruimte voor groen en water. De bestaande bomenrijen worden behouden en ingepast. In het huidige stedenbouwkundig ontwerp is al 30% tot 35% schaduw afkomstig van bomen. Met een kleine toevoeging zal voldaan kunnen worden aan de 4 – 40 – 200 regel: Uitzicht op 4 bomen vanuit een woning, 40% schaduw en een koelteplek binnen 200m van een woning. Dit versterkt tevens de biodiversiteit, zeker wanneer water vastgehouden wordt op verschillende gradiënten ontstaat soortenrijkdom.
12
4.6 Waterbewust De volgende maatregelen worden voorgesteld: Initiatieffase • Vaststellen relevante wateraspecten van het plangebied en zijn omgeving. • Betrekken hydroloog bij alle fases van de ontwikkeling. Maatregelen in de ontwerpfase • Zoveel mogelijk water infiltreren in de bodem, meer dan in de huidige situatie. • Minimaliseren bronbemaling bij realisatie Gebouwgebonden maatregelen • In iedere woning drie waterbesparende maatregelen, zoals: • Regenton • Waterbesparende douchekop • Waterbesparend toilet • Cooker • Realiseren leidingen naar toiletten, wasmachines, buitenkranen naar een (toekomstig) buffervat. • Regenwater infiltreren in de bodem. • Bij maatregelen met groene gevels/daken wateropslag realiseren voor regenwater.
Het onderzoeken waard: Het drinkwatergebruik staat onder steeds grotere aandacht. Ambitie van de Provincie Overijssel en het kabinet is om dit fors terug te dringen. Het toepassen van verder strekkende besparingsopties is vanwege de toenemende druk het onderzoeken waard. Te denken valt aan het stimuleren van hemelwaterhergebruik, grijswaterrecycling of toepassing van de Upfallshower met een minimaal watergebruik. Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
13
4.7 Borging maatregelen Toekomstbestendig bouwen begin al bij de planinitiatie en is niet iets wat pas in het ontwerp beging. Het begint met locatie specifieke eigenschappen, water en bodemsystemen en het stellen van bijpassende ambities. In onderstaande figuur zijn aandachtspunten meegegeven per fase.
Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
14
4.8 Projectie maatregelen op stedenbouwkundig plan Het stedenbouwkundig plan is van zichzelf al goed op weg naar een toekomstbestendige inrichting. Vanuit het maatregelpakket is een greep uit de maatregel geprojecteerd op het projectgebied. In veel gevallen gaat het om een herpositionering van de al aanwezige elementen. Behalve de voorgestelde maatregelen is er nog veel meer mogelijk, de afbeelding is niet limitatief ter illustratie.
Controle op drooglegging en ophoging Bomenrij Plaatsen Onderscheid tussen extensief en intensief beheerd groen Geclusterd parkeren als energiehub in combinatie met Laadpalen en buurtbatterij Bomenrij inpassen i.v.m. zonnepanelen Kleinere voortuinen ten behoeve van meer collectief groen Water vasthouden Plat dak Hellend dak
Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
15
Colofon: Opgesteld door: Monique van Lent, Alba Concepts, Jeroen van Leeuwe, Bertrick van den Dikkenberg, Buro Loo Datum 14-6-2024 Status: Concept eindrapport
Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
16
Bijlage 1: [Tekst]
Wij formuleren realistische ambities en vertalen die in werkbare oplossingen
Buro Loo B.V. Wapenrustlaan 11 7321 DL Apeldoorn
T: 055 2000 253 E: info@buroloo.nl W: buroloo.nl
Buro Loo – Toekomstbestendige inrichting Vlierlanden III
17